Een nabij-de-doodervaring uit 1879

Gezien in Musée d’Orsay, Parijs – In Het gedicht van de ziel (Le Poème de l’âme) zijn mysteries te ontdekken, verborgen in tekeningen, schilderijen en prachtige poëzie, schitterend weergegeven door de Lyonese kunstenaar Louis Janmot (1814-1892). In 34 grote schilderijen en tekeningen, begeleid door het gedicht, is de inwijdingsreis te volgen van een ziel op aarde. Deze spirituele reis is te bewonderen in Musée d’Orsay in Parijs, nog tot 7 januari 2024 op de tentoonstelling Le Poème de l’âme.

‘Le Poème de l’âme en Louis Janmot op het kruispunt van referenties, invloeden en stromingen die zowel literair, religieus en filosofisch, als artistiek zijn’
(Musée d’Orsay)

Janmot, schilder van de ziel, was anders dan alle andere kunstenaars van zijn tijd, maar toch weerspiegelt zijn werk dat van een aantal andere kunstenaars, waaronder William Blake, Philipp Otto Runge en Francisco de Goya vóór hem, zijn tijdgenoten, de Prerafaëlieten, en, later de symbolisten, met name Odilon Redon, die met hem in contact stond.’
(Musée d’Orsay)


Een van de grote zalen van Musée d’Orsay, Parijs, 29 09 2023

De tentoonstelling is georganiseerd door de musea d’Orsay en d’lOrangerie in Parijs, in wetenschappelijke samenwerking en uitzonderlijke bruiklenen van het Museum voor Schone Kunsten van Lyon. Niet alleen de eerste cyclus, maar het complete gedicht Le Poème de l’âme is er tentoongesteld.

De eerste cyclus, voltooid in 1854, vertelt over de eerste jaren in de hemel en op aarde van een ziel, voorgesteld in de gedaante van een jonge jongen en vergezeld door een jong meisje. We volgen de fasen en wisselvalligheden van hun reis, vanaf de geboorte van de jongen tot de vroegtijdige dood van de jonge vrouw. 

De tweede cyclus, voltooid in 1881, vertelt hoe de jongen, nu alleen, wordt geconfronteerd met de verleidingen en tegenslagen van de menselijke ziel. Een gedicht van 2814 regels, geschreven door Janmot en getiteld L’ Âme, begeleidt de werken. Het versterkt hun betekenis en is er onlosmakelijk mee verbonden. Het geheel componeert een hybride werk, literair en picturaal, dat uitnodigt tot contemplatie, luisteren en ronddwalen.
(Musée d’Orsay)


Sursum Corda !

Nabij-de-doodervaring
Een bijzondere tekening, de laatste uit de serie die Janmot maakte, is Sursum Corda ! (Verhef uw hart !) en is een uitdrukking ontleend aan de liturgie van de mis. Hierin vindt een man verlossing en wordt in de hemel verwelkomd door de jonge vrouw van wie hij hield.

De theologische deugden van geloof, hoop en naastenliefde en de kardinale deugden van voorzichtigheid, matigheid, standvastigheid en rechtvaardigheid zijn aan weerszijden verzameld, terwijl Christus de hemelse gemeente presideert, omringd door heiligen en engelen.’
(Sursum Corda !, Musée d’Orsay)

Terugkeer naar de aarde
J
amot voltooide Le Poème de l’âme op 18 september 1880 in Toulon. Het bijzondere van het slotgedicht Sursum Corda ! (1879) is, dat het een nabij-de-doodervaring weergeeft. Het suggereert, volgens het onderschrift bij de tekening, dat ‘de tijd van de man nog niet is aangebroken en dat hij naar de aarde moet terugkeren om de rest van zijn leven in geloof te werken’.

Mysteries ontdekken
Net als de hoofdrolspelers van Het gedicht van de ziel zal het publiek de mysteries ontdekken die in deze beelden verborgen liggen, tijdens een stapsgewijze wandeling, een initiatiereis door de werken. De tentoonstelling zal ervoor zorgen dat de twee vormen van expressie, visueel en tekstueel, naast elkaar kunnen bestaan. Zo kan de bezoeker het gedicht horen terwijl hij naar de schilderijen kijkt.’
(Musée d’Orsay)


Zelfportret (1832) van Louis Janmot op 18-jarige leeftijd, zijn eerste bekende schilderij.
Hij studeerde toen aan de L’ école des beau-arts van Lyon, waar hij later hoogleraar werd.

Schilder van de ziel
Musée d’Orsay is een groots, fantastisch museum. Schitterende zalen, waarin ik me dagenlang zou kunnen laven aan meesterwerken. De tijdelijke tenstoonstelling Le Poème de l’âme. L’idéal, ervaar ik als een spirituele toegift. Janmots poëzie raakt de ziel, en zeker ook zijn schilderijen en tekeningen. Het werk moet rechtstreeks uit zijn ziel zijn voortgekomen. Het werd een levenslang project, gerealiseerd tussen 1835 en 1881. Authentiek, zuiver en oprecht.

Wat Sursum Corda ! betreft is de idee erachter van de nabij-de-doodervaring niet zo vreemd. Uit het onderzoek van de bijna-doodervaringen blijkt volgens Bijbel&Onderwijs dat er ‘buiten zijn lichaam en ziel de mens toch bewust kan zijn van iets, en dat de Bijbel daar ook van getuigt’. Janmots ouders waren katholiek en diep religieus. Janmots werken zijn ook religieus geïnspireerd.

Bronnen o.a.:
* Musée d’Orsay, Parijs,
Tentoonstelling Louis Janmot: Le Poème de l’âme, nog tot 7 januari 2024 – ‘De tentoonstelling nodigt je uit om het verhaal van deze ziel te verkennen, een initiatiereis met de personages aan te gaan en hen te volgen in hun zoektocht naar het absolute’.
* Boutiques de musée:
Catalogus Louis Jamot

Beeld: Le Poème de l’âme. L’idéal, Louis Janmot, periode omtrent 1850 – 1854, Musée d’Orsay, Paris.
Beeld Sursum Corda !: Le Poème de l’âme. ‘Sursum corda !’, Louis Janmot, 1879 © Lyon MBA – Photo Martial Couderette (artscape.fr)
Foto’s Zelfportret van Louis Janmot & zaal Musée d’Orsay: PD, 29 09 2023

‘Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’

Een vertelling in de Indische wijsheidstraditie verhaalt over een leerling die van een wijze heel graag wil weten of er leven is na de dood. Het antwoord van de wijze luidt: ‘Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’ Leven vóór de dood is vooral de kwestie als de dood zich plotseling aankondigt als: Diagnose ongeneeslijk ziek. Sterfelijkheid wordt dan ineens actueel en kan tot levenshaast leiden. In de tijd die je rest, wil je zo veel mogelijk uit het leven halen. De confrontatie met onze sterfelijkheid kan de mens volgens filosoof Martin Heidegger bovendien dichter bij ‘de zin van het zijn’ brengen, dichter bij de betekenis van het bestaan.

‘In confrontatie met de dood besef je dat tijd niet oneindig is – en laadt de schaarse tijd die we hebben op met zin’
(Koen Haegens)

Levenshaast
De autobiografie Levenshaast (2016), van communicatieadviseur Ingeborg van Beek (1976 – 2022) is ‘haar rauwe, authentieke en krachtige verhaal over leven met een tikkende tijdbom in haar hoofd’. Ze schrijft over spijt en verlangens, verdriet en optimisme en haar rotsvaste geloof in de kracht van het nu. Haar psychologe voelt bij haar, naast verdriet door de confrontatie met ziekte en de dood, een buitengewone vrolijkheid. Zij noemt Van Beek levendig en ontdekkend en zegt dat ze lijdt aan levenshaast. Laconiek vraagt Van Beek of daar pillen voor zijn. De psycholoog schudt daarop haar hoofd: ‘Geniet van elk moment, je leeft maar één keer!’ Van Beeks reactie hierop is dat zij inderdaad ‘maar één keer, maar vooral iedere dag leeft’. Levenshaast regeert: op haar sterfbed wil de auteur geen spijt krijgen van alles wat zij níét heeft gedaan. ‘Ik wil drinken, dansen, de levenshaast door mijn aderen voelen stromen en ervan genieten’.

Memento mori
L
evenshaast lijkt de overtreffende trap van carpe diem: pluk de dag. Dit Latijnse spreekwoord komt van de Romeinse dichter Horatius. Hij zei er wel bij: ‘Moge je wijs zijn’ en ‘dat je de dag leert dragen wàt het ook maar zal zijn’. Je weet immers nooit wat je plukt, zal hij gedacht hebben. En als dat de nabije dood is, kom je onverhoeds uit bij memento mori: Gedenk te sterven.

Beperkte tijd
D
e tijd kan snel door onze vingers glippen. Journalist Koen Haegens vertelt hierover in een interview in Filosofie Magazine. Van de beperkte tijd wordt hij zich sterk bewust als hij midden in het leven onverwacht een levensreddende operatie moet ondergaan. Daarna wil hij elke dag leven alsof het de laatste is, maar binnen een jaar zit hij weer in de draaimolen van apps en sociale media. Hoe komt het toch, vraagt hij zich af, dat we het liefst zo veel mogelijk van onze beperkte tijd willen genieten, maar tegelijk onze tijd verspillen aan apps en sociale media?

Toegewijde tijd
H
aegens is de auteur van Op zoek naar de verstrooide tijd (2023), waarin hij onze tijdsbeleving bestudeert via de filosofie en wetenschappelijk onderzoek. In de verstrooide tijd beslissen we volgens de auteur niet actief over wat we met onze tijd doen, maar laten we ons meevoeren op de golven van de tijd. Het tegenovergestelde ervan is toegewijde tijd. Haegens: ‘In confrontatie met de dood besef je dat tijd niet oneindig is – en laadt de schaarse tijd die we hebben op met zin’.

De zin van het zijn
Een plotselinge confrontatie met onze sterfelijkheid kan de zin van het zijn in ons wakker schudden. En niet zachtzinnig, maar meedogenloos, als door het luide gerinkel van een ouderwetse wekker. Ineens zit je rechtop in bed.
‘Word ik morgen nog wakker?’ Dit is wat Haegens ervoer, toen hij vanwege een gescheurde aorta in het ziekenhuis lag: ‘Het besef van onze eindigheid zorgt ervoor dat de mens niet opgaat in een alledaags of oppervlakkig leven’.

Ons onverwisselbaar leven 
Heidegger roept zelfs op om voortdurend te leven met het einde voor ogen: Sein zum Tode. Dit lijkt een vrijwel onmogelijke opgave. Juist uit angst onze eigen dood te ontmoeten, willen we liever het leven door onze aderen voelen stromen en ervan genieten. We moeten van de filosoof wel voorkomen af te glijden naar ‘vrijblijvend’ leven: beter zou het zijn ons ‘onverwisselbaar leven’ te verwerkelijken. De dood roept ons op tot bezinning. Heidegger: ‘Hij [de dood] openbaart de onherroepelijkheid van onze beslissingen en roept ons tot het eigenlijke en eigen leven in vrijheid en zelfverantwoordelijkheid.’

Gemoedsrust
L
even met het einde voor ogen. Moet je dan alles uit het leven halen wat erin zit? Elke dag leven alsof het de laatste is? Voor je het weet is hedonisme je levensfilosofie. Genot en geluk nastreven als ultiem levensdoel. Al snel komt dan ‘de filosoof van het genot’, Epicurus, in zicht. Die heeft het echter niet over ‘platvloers’ hedonisme, maar begrijpt genot als gemoedsrust: ‘Het doel van de mens is afwezigheid van geestelijke pijn’. De autobiografie van Van Beek is wat dit betreft veelzeggend: met de dood voor ogen bestrijdt zij haar geestelijke pijn door ultiem van het leven te genieten.

Elkaar ondersteunen
B
ij Arjan Broers, auteur van De beste helft (2023), is de ervaring van een flinke burn-out belangrijk geweest voor wie hij is geworden. Nadat hij ‘was opgekrabbeld en weer energie voelde, kwam de vraag op: wat ga ik in het vervolg van mijn leven doen?’ Het interesseerde hem minder dan vroeger wat hij wilde verdienen of bereiken, maar was nieuwsgierig geworden naar iets anders: naar ‘wat ik te doen of te geven heb’. Het bracht hem dichter bij de zin van het zijn, dichter bij de betekenis van het bestaan.

Maar weet je lieve schat wat het geval is? Ik zoek iets meer ik weet alleen niet waar”. Met deze openingszinnen uit de songtekst Is Dit Alles (1982) (YouTube) van de band Doe Maar opent Broers het hoofdstuk Is dit alles? Het boek kreeg als subtitel mee: Kunnen we behalve alsmaar ouder ook wat wijzer worden? ‘We moeten stilstaan bij wie we zijn en wat we betekenen’, zegt de auteur. Er komt er een moment dat je ‘iets of iemand bent geworden. En dan moet je nog een poos’. Altijd op zoek naar wijsheid, vond hij dat een uitgelezen moment om geestelijk te groeien en wijzer te worden: een taak voor ieder van ons, en voor ons samen. Broers: ‘Want we kunnen het alleen als we elkaar helpen en ondersteunen’.

Levenshaast?
Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’ zei de wijze in het begin van deze overdenking. Zou je de confrontatie met je sterfelijkheid beter in een eerder stadium moeten aangaan? Levenshaast? Of liever bijtijds stílstaan bij leven en sterven? Epicurus, uit de vierde eeuw v. Chr., zegt: ‘De kunst om goed te leven en de kunst om goed te sterven is dezelfde’.

Beeld: Civis Mundi, tijdschrift voor Sociale Filosofie en Cultuur

N.B. Eerder, op 15 juni 2023 gepubliceerd in de Nieuwsbrief, onder de titel Memento Mori – Een beschouwing voor de Vereniging leven met dood.
‘Haast om te leven. Anders gezegd: alles eruit willen halen wat erin zit. Wie een dierbare heeft verloren en sterfelijkheid van heel dichtbij heeft meegemaakt, kan soms de urgentie voelen om harder te gaan leven. Maar de vraag is of je jezelf daar een plezier mee doet.’

In de Nieuwsbrief onder meer ook: Cees BaanUitgesteld verdriet: haast maken met liefhebben.
‘Er zat blijkbaar wat verwaarloosd verdriet in mij.’ Cees Baan vertelt zijn persoonlijke verhaal over zijn gevoel ‘haast’ te moeten maken met zorg en aandacht voor zijn geliefden.

Kunstenaar Babs Bakels is geen ziel maar puur materie

In de serie Sterveling van de Volkskrant spreekt Fokke Obbema iedere week met mensen over de eindigheid van het leven in al haar facetten. Afgelopen donderdag sprak hij met kunstenaar Babs Bakels. Zij is zielloos. ‘De harde realiteit is dat ik geen ziel heb, maar puur materie ben.’ Volgens Bakels hadden we ‘eerst God om zin aan ons leven te geven, maar die hebben we de laan uit gestuurd.’Nu voor Bakels God weg is, is de dood er voor haar als zingeving. Die leert de kunstenaar hoe ze moet leven. Leven als puur materie?

‘De dood is een fantastisch fenomeen met een slechte reputatie’
(Babs Bakels)

Reflecterend op wat Bakels allemaal opwerpt, lijkt zij beïnvloed door de Franse filosoof René Descartes die de mens zag als materie, als ‘complexe assemblages: onderdelen die samen als een machine functioneren’. Is Bakels een machine, een robot?
Hoe zij dan kunst kan scheppen, is een raadsel. Het zal lijken op iets, voortgekomen uit levenloze AI-beeldgenerators. Komt geen ziel aan te pas. Mensen met een ziel zullen er niet geraakt door worden. Liefdeloze kunst: liefde is immers niet-materieel.

De versluiering van de ziel begon met het centraal stellen van de ratio, door de filosoof Descartes. De moderne psychologie versmalde de ziel tot psyche. De breinwetenschap ging nog een stap verder en verlaagde spiritualiteit en emoties tot het resultaat van chemische hersenprocessen. In veel kerken werd het oude spreken over de ziel afgedankt als Grieks dualisme, met een onterechte scheiding tussen lichaam en ziel.’
(Journalist Huib de Vries in RD)

Bakels, onder meer conservator Nederlands Uitvaart Museum Tot Zover, zegt zingeving uit de dood te halen. Hoe kan zij – puur materie, zielloos – angst hebben voor de dood en er door gefascineerd worden, zoals zij zegt? Angst is emotie, is geen materie, net als liefde dat niet is. Toch kent zij angst. Wonderlijk. Zij zegt sinds jaar en dag geïnspireerd (= bezield(!)) te worden door haar favoriete onderwerp: de dood.

Precies, ook dat is reden dankbaar voor de dood te zijn. Natuurlijk is het een enorm verdrietige gebeurtenis, maar juist dat drukt onze neus op iets heel moois, de liefde. Juist doordat je weet dat je die kunt verliezen, nee sterker: dat je die zúlt verliezen, kun je zoveel van iemand houden.’
(Bakels in de Volkskrant)

Wonderlijk dat puur materie ‘zo veel van iemand kan houden’. Misschien wel zielsveel, maar Bakels heeft geen ziel.

Die [de dood] bestond natuurlijk al, maar we dachten hem met God en een hemel klein te krijgen. Sinds God weg is, is de dood er in mijn ogen voor de zingeving, want hij leert ons hoe we moeten leven.’
(Bakels)


Babs Bakels

Sterveling Bakels zegt een miniem onderdeel te zijn van een veel groter geheel, van een eeuwige golfbeweging van leven en dood, waar ze even in mee mag gaan. Mensen die leven alsof de dood niet bestaat, bekijkt ze met jaloezie.

Nou ja, soms. Als je je kunt verliezen in de gebeurtenissen van alledag en met de rug naar de dood toe kunt leven, dan leef je onbevangen, in ieder geval meer dan ik, haha. Ik vermoed dat de meeste mensen het op die manier aanpakken: iedere dag is een nieuwe, verder zien ze het wel. Dat is een manier om jezelf gerust te stellen, je doodsangst weg te houden.’
(Bakels)

Mensen doen er dus alles voor om zichzelf gerust te stellen, om hun doodsangst weg te houden, volgens Bakels. Zij doet daar echter ook alles voor: ze stelt zich gerust met het omarmen van kunst: onbewust lijkt ze zichzelf daarmee onsterfelijk te maken.

Neem het omarmen van een religie of een bepaalde ideologie. Dat voorziet in de behoefte aan een heilige waarheid die je tegen je doodsangst moet beschermen, het geeft de illusie van onsterfelijkheid. Maar je hebt ook subtielere vormen daarvan, zoals mensen die hun hele leven in dienst stellen van het verkrijgen van macht, status en materie. Ook dat zie ik als het gevolg van doodsangst.’
(Bakels)

Bakels heeft het stoffige idee dat je naarmate je ouder wordt, je verstokt blijft vasthouden aan het bestaande. Maar in deze tijd zijn het vaak de ouderen die vrijer kunnen denken over vastigheden die ze vroeger omarmden. Volgens de kunstenaar is de dood echter noodzaak om het bestaande los te laten, om afscheid te nemen van het oude.

Daarbij helpt de dood geweldig goed. Als je weet uit te zoomen naar dat perspectief, kun je inzien: de dood is eigenlijk een fantastisch fenomeen met een ten onrechte slechte reputatie.’
(Bakels)

Dat Bakels denkt dat de dood noodzakelijk is, werd voor haar duidelijk door Alle mensen zijn sterfelijk van Simone de Beauvoir.

Daarin is haar hoofdpersoon, de edelman Fosca, als enige onsterfelijk. Dat blijkt een verschrikkelijk lot, hij komt volkomen onverschillig tegenover alles en iedereen om hem heen te staan. Dat maakte voor mij duidelijk waarom eeuwig voortleven een slecht idee is, echt inspirerend.’
(Bakels)

Een onlogische conclusie. Natuurlijk is het een verschrikkelijk lot als je als enige onsterfelijk zou zijn. Eeuwig voortleven is echter een ander verhaal als iedereen eeuwig voorleeft. Maar in eeuwigheid gelooft de kunstenaar niet, en dat kan ze ook niet, als puur materie. Materie is dood.


De ziel, instrument waarmee we betekenis vinden

Hoe gaat het eigenlijk met onze ziel? Ze wordt bedreigd. Volgens Govert Buijs, verbonden aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Amsterdam, nu afdeling Filosofie bij Geesteswetenschappen, zijn er door de gevoeligheid van de ziel veel kapers op de kust om haar te manipuleren.

Let op de wereld van de M: Macht, waar de politiek of de natie onze ziel wil hebben; de Markt, die onze hebzucht aanwakkert; Media, die ons zelfbeeld aan anderen leren spiegelen; en de Medische wereld, die gezondheid belooft.’ Op zichzelf allemaal niet verkeerd; maar de wereld van de M heeft de neiging constant te ontsporen en de ziel in bezit te nemen.’
(Govert Buijs)

Bronnen:
*
Interview Babs Bakels ‘De dood is een fantastisch fenomeen met een slechte reputatie’ (de Volkskrant, 1 juni 2023)
* De herontdekking van de zielHuib de Vries (RD, 23 maart 2019)
* Museum Tot Zover (Amsterdam Oost)
* Promuse Culturele Projecten
*
De ziel, instrument waarmee we betekenis vinden (Goden En Mensen, 4 april 2021)

Beeld: Museum Tot Zover (Amsterdam)
Foto Babs Bakels: Promuse
Beeld ziel: Gerhard G. (Pixabay)