‘Wetenschap niet in strijd met overtuiging Gods bestaan’

65665_618712911490116_1344094159_n
‘Geen enkel wetenschappelijk resultaat is in strijd met de overtuiging dat God bestaat en de wereld schiep.’ Afgelopen dinsdag hield filosoof Emanuel Rutten de openingstoespraak op de Abraham Kuyper Center Summer Seminar over wetenschap en de grote vragen die hij in een debat met Patricia Churchland en Bradley Monton hield over de relatie tussen wetenschap en religie.

‘De gedachte dat er een conflict bestaat tussen geloof en wetenschap is een laatmoderne mythe, zorgvuldig gecultiveerd door hen die graag de suggestie wekken dat geloof in God irrationeel is. Geen enkel wetenschappelijk resultaat is namelijk in strijd met de overtuiging dat God bestaat en de wereld schiep. Hetzelfde geldt voor alle overige kernovertuigingen van bijvoorbeeld het christendom. En dan hebben we het natuurlijk niet over kwesties die niet wezenlijk zijn voor het christendom, zoals de leeftijd van de aarde, of het al dan niet stilstaan ervan.’ 

Volgens Rutten betekenen – als voorbeeld – ontwikkelingen in de moderne wetenschappen niet dat de vrije wil niet bestaat – ondanks dat veel populaire media het tegendeel beweren. Ook wonderen zijn niet in strijd met de wetenschap, omdat God kan ingrijpen in de schepping. Geloof in de opstanding is geenszins in strijd met de fysica.

‘Dat God in de fysica geen rol speelt is bovendien precies wat een theïst verwacht. De natuurwetenschap gaat immers over de immanente werking van de kosmos en niet over de buitenkosmische schepper ervan. De natuurwetten verwijzen zelf dus inderdaad niet naar God, zoals Thomas van Aquino ons in de 13e eeuw al wist te vertellen.’ 

Er is volgens de filosoof een diepe harmonie tussen wetenschap en Godsgeloof. Godsargumenten maken zelfs gebruik van allerlei moderne ontwikkelingen in de modale logica en de formele merelogie (merelogie = onderzoek van de logische relatie tussen deel en geheel, PD.) Harmonieert de evolutietheorie met het theïsme, vraagt Rutten zich af.

‘God kan immers worden begrepen als de oorsprong van het proces van natuurlijke evolutie als zodanig. God is de schepper van een zich evoluerende kosmos. Hier treedt geen enkele logische tegenspraak op.’ 

Ook treffen we in de natuur overal doelgerichtheid aan en past de evolutietheorie prima aan bij een theïstisch wereldbeeld. Het universum is intelligibel:

‘Deze overtuiging is cruciaal voor het beoefenen van wetenschap. Wetenschap heeft immers geen zin wanneer wij niet geloven in de betrouwbaarheid van ons denkvermogen. Het verklaringssucces van wetenschap sluit dus uitstekend aan bij een theïstisch wereldbeeld.’ 

Rutten laat zien dat Godsgeloof juist een belangrijke inspiratiebron kan vormen om zich hartstochtelijk met natuurwetenschappelijk onderzoek bezig te houden. Hij vindt dat een diepgaand begrip van wetenschap en religie essentieel is om de hechte samenhang tussen beiden te doorzien.

‘Het is dan ook goed om te zien dat de laatste decennia de dialoog tussen geloof en wetenschap een enorme vlucht heeft genomen, getuige het grote aantal academische instituties en tijdschriften dat zich expliciet op een vruchtbare en goed geïnformeerde manier met de relatie tussen geloof en wetenschap bezighoudt. Deze dialoog zal de aankomende jaren doorgaan. Sterker nog, ik verwacht dat zij alleen nog maar belangrijker zal worden.’

Zie: Geloof en wetenschap: harmonie in plaats van conflict

imagesHet Abraham Kuyper Centrum voor Wetenschap en Religie wil zowel op wetenschappelijk niveau als in het maatschappelijk debat de reflectie op de grote vragen die wetenschappelijk onderzoek oproept stimuleren en faciliteren. Om deze doelstelling te bereiken heeft het Abraham Kuyper Centrum drie speerpunten. Aan elk van deze speerpunten wordt gewerkt door filosofen in nauwe samenwerking met empirische wetenschappers, zodat ze alle drie een sterk interdisciplinair karakter hebben.

emanuelrutten-1Emanuel Rutten (foto: PD) behaalde in 1994 een propedeuse in de economie aan de UvA, een master of science in de wiskunde in 1997 aan de TU Delft en een master of arts in de wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit in 2010. De laatste twee met het judicium cum laude. Begin 2010 begon Emanuel aan de Vrije Universiteit aan een promotie in de wijsbegeerte bij Prof. Dr. R. van Woudenberg. Eind september 2012 promoveerde hij. De titel van zijn dissertatie luidt: A Critical Assessment of Contemporary Cosmological Arguments: Towards a Renewed Case for Theism. Het werkterrein van Emanuel betreft metafysica, epistemologie en esthetiek. Na zijn promotie is Emanuel als postdoc verbonden aan The Abraham Kuyper Centre for Science and Religion van de faculteit der Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit.

Bijgewerkt: 10:36.

‘Wiskunde is een eigenschap van het universum’

2013SL_Math

Is wiskunde een verzinsel of één van de bouwstenen van het universum? Een universum waar wiskunde een belangrijk deel van is, is voorspelbaar te maken. Sterker nog, een aantal wiskunde-ontdekkingen bleken later heel nuttig te zijn voor kosmologie of relativiteitstheorie. Aan de andere kant, als wiskunde puur iets is van onze hersenen, dan kan dat weer veel zeggen over de mogelijkheden van ons brein om orde en structuur te vormen in chaotische dingen.

Boeiende gedachten van vier wetenschappers op de site van kennislink.nl in het artikel Waar komt de wiskunde vandaan? Kennislink brengt een actueel filosofisch vraagstuk met nieuwe ontdekkingen: is wiskunde een eigenschap van het universum of is het een verzinsel van ons brein om orde te scheppen? Vier wetenschappers gaan op uitnodiging van de Kavli-stichting in discussie.

‘Eén van de fysici, Max Tegman van het MIT, heeft een theorie dat het universum inherent wiskundig is. Daarmee bedoelt hij dat de opbouw van alles begint bij wiskunde en daarom ook zo goed met wiskunde beschreven kan worden. Dan doelt hij natuurlijk voornamelijk op de formules die natuurkundigen gebruiken voor de bewegingen van de planeten, de paraboolboog van een geworpen bal of de rare kwantumeffecten. Maar inderdaad, met wiskunde is de wereld te beschrijven of zelfs na te bootsen.’ 

theorderoftime

Simeon Hellerman, collega-natuurkundige, deelt Tegmans idee.

‘Veel natuurkundigen geloven in het idee dat het hele universum in een formule te vatten is. Dat is ook waar het standaardmodel voor dient.’ Het standaardmodel probeert alle soorten minideeltjes, waar alles uit bestaat, zo in te delen dat ze bij elkaar passen en alle natuurkunde kunnen verklaren. Dat het Higgs-boson, dat onlangs werd ontdekt, bestaat, is een bevestiging van de wiskunde. Higgs berekende namelijk al een tijd terug dat het deeltjes moest bestaan volgens de regels van de wiskunde. Dat het universum zich vormt naar wiskunde, is een aanwijzing dat het wel degelijk inherent wiskundig is.’

Het doet me denken aan een illustratie in het astronomieboek van de Franse astronoom Camille Flammarion (1842 – 1925). Hij was ook geofysicus en schrijver, en bestudeerde de dubbelsterren, de maan en de planeet Mars. Op de illustratie (theorderoftime.com) zie je een monnik die onder de hemelkoepel doorkijkt, alsof hij ziet hoe het universum draaiende wordt gehouden. Op het plaatje zie je onder meer tandraderen en wielen. Alsof een of ander gigantische machine de wereld draaiende houdt. Daar is wiskunde voor nodig, wellicht één van de bouwstenen van het universum.

‘Met een beetje fantasie kan men wat de monnik aan gene zijde te zien krijgt, ook inpassen in Flammarions ware interesse. Hij zag als zijn levenstaak te bewijzen dat het leven universeel is, dat het universum doordrongen is van intelligentie en goedheid, dat de mensheid kon hopen op vooruitgang en dat de astronomie zou worden tot de universele overkoepelende wetenschap.’  

Zie: Waar komt de wiskunde vandaan?

en: De monnik en de hemel

Illustr: kavlifoundation.org
Update 20 03 2024: lay-out

‘God moet een immaterieel persoon zijn’

fohat
Als God bestaat dan is God een lichaamsloze geest, want God, als eerste oorzaak van de werkelijkheid, is de directe of indirecte oorzaak van alle ruimte en tijd, en een materieel ding kan niet de directe of indirecte oorzaak zijn van alle ruimte en tijd. Ieder materieel ding bestaat immers in de ruimte en in de tijd en is dus voor wat betreft zijn of haar bestaan afhankelijk van ruimte en tijd.

‘En iets wat voor zijn of haar bestaan afhankelijk is van het bestaan van ruimte en tijd kan natuurlijk niet de oorzaak zijn van de ruimte en tijd. Oorzaken zijn voor hun bestaan namelijk niet afhankelijk van hun gevolgen. Kortom, als God bestaat dan is God redelijkerwijs een lichaamsloze geest.’

Filosoof Emanuel Rutten (foto: ER) heeft het onlangs allemaal nog eens op een rijtje gezet in het uitgebreide betoog Het kosmologisch argument. Geen eenvoudige kost, maar het geeft op prettige wijze te denken.
erRutten presenteert onder meer een casus die bedoeld is om te beargumenteren dat de wereld uiteindelijk is voortgebracht door een eerste oorzaak en dat de eerste oorzaak redelijkerwijs een lichaamsloos bewustzijn is.

‘De eerste oorzaak is een persoon in plaats van een ding, een iemand in plaats van een iets, zodat God, opgevat als persoonlijke eerste oorzaak van de wereld, dus inderdaad bestaat.’ 

Maar eerst weerlegt Rutten het argument dat het irrationeel is om te denken dat bewustzijn los van materie kan bestaan. Maar wie dat denkt heeft wat uit te leggen en kan niet blijven hangen in het idee: geest is materieel. Mentale toestanden kunnen volgens Rutten niet gelijk zijn aan materiële toestanden.

‘Wij kunnen ons namelijk op geen enkele wijze een voorstelling maken van de wijze waarop onbewuste stof überhaupt in staat zou zijn om bewustzijn te produceren. Hoe zou louter bewegende materie immers ooit zoiets als subjectieve innerlijke ervaringen kunnen voortbrengen?’ 

‘Als bewustzijn niet identiek is aan materie, en ook niet door stof geproduceerd kan worden, dan is bewustzijn een eigenstandige categorie, welke weliswaar met materie verbonden kan zijn, maar daarnaast ook los van materie kan bestaan. Het is dus onredelijk om het bestaan van God op voorhand te willen afwijzen omdat een lichaamsloze geest niet mogelijk zou zijn.’ 

Het artikel behandelt het kosmologisch argument: over dat er een eerste oorzaak van de wereld bestaat, over natuurwetenschappelijke redenen voor het bestaan van een eerste oorzaak, maar ook behandelt Rutten filosofische argumenten voor het bestaan van een eerste oorzaak, en dat de eerste oorzaak van de wereld een bewust wezen is.

Zie: Kosmologisch argumenten

Illustr: Fohat De ‘brug’ waardoor de ‘ideeën’ die in het ‘goddelijke denken’ bestaan, als ‘natuurwetten’ worden afgedrukt op de kosmische substantie. (back2blavatsky.nl.) 

emanuelruttendissertatie-1

Towards a Renewed Case for Theism – a critical assessment of contemporary cosmological arguments
In zijn proefschrift, en in een aantal artikelen en lezingen behandelt Emanuel Rutten verschillende typen kosmologische argumenten.
Deze argumenten heeft hij in zijn artikel Het kosmologisch argument voor het eerst in één doorlopend betoog samengebracht, zodat een geïntegreerde cumulatieve casus van kosmologische argumenten voor het bestaan van God ontstaat.

Niet alleen de Bijbel, ook rede leidt tot God

geloof

Ook los van de Bijbel kan je redelijk inzicht krijgen in God. Filosoof Emanuel Rutten bestrijdt de stellingname dat dit alleen via de Bijbel mogelijk is. Hij haalt hiervoor onder meer Paulus aan – niet de minste – die stelt dat wij met ons verstand alleen uit de natuur kennis over God kunnen verkrijgen, dus zonder dat wij deze kennis eerst nog hebben beoordeeld vanuit wat we weten over Gods speciale openbaring.

‘Bovendien zijn rationele Godsargumenten van belang om intellectuele barrières weg te nemen bij hen die denken dat Godsgeloof volstrekt irrationeel en daarom onacceptabel is, waardoor ze überhaupt niet meer in staat zijn om Bijbelverhalen onbevangen tegemoet te treden. Niet voor niets stelt ook Blaise Pascal in artikel 11 en 12 van zijn Pensées dat we God eveneens met het verstand moeten zoeken en dat geloof in God geenszins met ons verstand in strijd is.’ 

keesvanderkooi

Rutten reageert hiermee op de voordracht Tussen Bijbel en Perfect Being Theology van hoogleraar dogmatiek Kees van der Kooi (foto: VU). Volgens Rutten kan het primaat niet eenzijdig bij de Bijbel liggen, zoals Van der Kooi stelt, want om te komen tot adequate Godskennis is er behoefte aan een reflectief evenwicht tussen enerzijds het luisteren naar Bijbelverhalen en anderzijds wijsgerig overdenking. (Perfect being theology: hierbij is het voornaamste criterium dat men aan God alleen die eigenschappen toeschrijft, die bijdragen aan de grootst mogelijke volmaaktheid.)

‘Zo kunnen we bijvoorbeeld op grond van redelijke argumentaties tot de conclusie komen dat bepaalde Bijbelpassages metaforisch in plaats van letterlijk begrepen moeten worden, wat ons helpt om beter zicht te krijgen op waar het in de Bijbel werkelijk om gaat.’ 

Rutten stelt dat in de loop van vele generaties gelovigen weliswaar in hun schrijven door God geïnspireerd werden, maar tegelijkertijd als eindige wezens ook feilbaar bleken in wat ze opschreven. Bestaat er inderdaad spanning tussen wat ons vanuit de Bijbel en wat ons vanuit filosofische reflectie wordt aangereikt over Gods wezen?

‘Bijbelverhalen ontstonden in een historisch-cultureel contingente context en dit alleen al vraagt van ons een eigenstandig redelijk perspectief op wat deze verhalen ons vertellen. We dienen dus niet alleen wijsgerige claims over Gods aard te beoordelen in het licht van de Bijbel, zoals Van der Kooi wil, maar ook Bijbelverhalen te benaderen vanuit een redelijk denken over Gods wezen.’ 

erPerfect being-denken impliceert volgens Van der Kooi dat God onveranderlijk is, wat in strijd is met veel Bijbelteksten. Maar volgens Rutten (foto: ER) volgt uit perfect beingdenken juist niet dat God onveranderlijk is. Rutten stelt dat God, los van zijn essentie, wel kan veranderen: God is voor zijn bestaan van niets anders afhankelijk, wat volgt uit het gegeven dat God de ultieme oorsprong is van alles buiten God.

Zie: Repliek op Kees van der Kooi’s voordracht Tussen Bijbel en Perfect Being Theology

Bron: Is jouw God ook de mijne?
Op 28 juni jl. vond op de VU het symposium Is jouw God ook de mijne? Theologen en filosofen gingen in gesprek over wie God is en hoe we Hem kunnen kennen. Bovenstaande response van Emanuel Rutten op de lezing van Kees van der Kooi is hier in zijn geheel te lezen.

Foto: protestant.nu

God en de logische werkelijkheid

HiggsDeeltjeVinden4juli.jpg.crop_display
Wiskundige en filosoof Bertrand Russell had zich voorgenomen om God, bij aankomst in de hemel, kort en bondig te zeggen waarom hij ongelovig was: onvoldoende bewijs. Inmiddels verblijft Russell misschien al enkele tientallen jaren in de hemel, maar niemand weet wat God geantwoord heeft. Docent filosofie, Jan Riemersma, vraagt zich af waarom je voor al je overtuigingen voldoende bewijs moet hebben.
 

‘In het dagelijkse leven zijn er maar weinig vraagstukken die met absolute zekerheid en volstrekt naar waarheid kunnen worden beantwoord. Tenzij het om zeer eenvoudige kwesties gaat, namelijk of de sokken wel of niet in de kast liggen.’ 

Volgens Riemersma, alias De Lachende Theoloog, heeft de mens wel een paar universele regels nodig. Om een puzzel te maken is het handig een plaatje te hebben. Om een wetenschappelijke puzzel op te lossen, is het prettig een abstract ideaal te kiezen: de logische orde. Dan hoop je te weten waar je naartoe werkt. Door de werkelijkheid logisch te sluiten, stelt Riemersma, valt zij echter uiteen in twee domeinen: een logisch geordend domein – van de logisch-empiristen – en een niet logisch te ordenen domein.

‘Aangezien religieuze mensen er nogal een handje van hebben om te denken dat God niet-logische eigenschappen heeft, was het voor de logisch-empiristen eenvoudig om dergelijke varianten van het geloof af te doen als ‘hoogst’ onzinnig – maar wel heel geschikt om er een goede grap over te maken.’ 

janriemersmafacebookVolgens Riemersma (foto: Facebook) – die hierover een aardige (logisch opgebouwde) column: Hoe wij God ervaren schreef op zijn blog – zou God al gauw kunnen sneuvelen op ‘bewijsbaarheid’ en ‘samenhang met de natuurwetenschappen’.
En zo vlucht – Riemersma verwijst hiermee naar Herman Philipse: – de gelovige in de ‘buitenrationaliteit’. Maar volgens eerstgenoemde volgt de neiging om te geloven dat de werkelijkheid een algehele logische orde heeft, niet uit het feit dat wij de natuurlijke neiging hebben om de wereld logisch te ordenen.

‘Het is zelfs zo dat als we de logisch empirist vragen naar een bewijs voor het bestaan van de logische orde, dan blijft het angstwekkend stil. – De vraag of er een algemene logische orde bestaat, is een wijsgerige kwestie, maar ik denk dat deze vraag op overtuigende wijze in het voordeel van de gelovige kan worden beslist: er is geen algehele logische orde.’ 

Volgens Riemersma schuilt het ‘probleem’ in de gedachte dat ‘logisch denken’ niet veel meer is dan een eigenaardigheid van het menselijke brein: wij denken logisch, maar daar volgt niet uit dat de werkelijkheid zélf een algehele logische bouw heeft. En als er dan een niet-logische God bestaat, dan kunnen aanhangers van de logische orde zeggen dat die God geen deel uitmaakt van ‘onze’ wereld. De logische empiristen hebben echter niet begrepen dat de logische orde nìet essentieel is.

Als de logische orde niet essentieel is, dan zijn onze wetenschappelijke theorieën ook niet essentieel. De logische empirist moet zich tevreden stellen met de gedachte dat ‘logisch denken’ niet veel meer is dan een eigenaardigheid van het menselijke brein: wij denken logisch, maar daar volgt niet uit dat de werkelijkheid zélf een algehele logische bouw heeft. En dan komt God weer om de hoek kijken bij Riemersma: die hoeft zich immers niet op logische wijze bij ons aan te dienen:

‘Het is dus mogelijk dat een mens, in zijn leven, God op gefragmenteerde wijze ervaart: Hij ervaart God niet als God, maar als schoonheid, als liefde, als het goede, enz. Men kan dan werkelijk geloven dat God ons inderdaad voortdurend nabij is.’ 

Bron: Hoe wij God ervaren (De lachende theoloog)

Illustr: Cern (Spits: Where is your God now?)