
Een eerste mens heeft niet bestaan, ergo, Adam en Eva kunnen niet echt bestaan hebben. En dat levert weer problemen op met de historische zondeval. Hierover reflecteert godsdienstfilosoof Taede A. Smedes in het derde deel van zijn drieluik Een aanzet tot een theologie van de evolutie. Beslist interessant om kennis van te nemen. ‘Evolutie is een gradueel proces, er is dus niet zoiets als een abrupte overgang tussen aapachtige en mensachtige.’
Hoeft de mens niet langer gebukt te gaan onder de ballast van de erfzonde, die volgens de leer van het christendom het gevolg is van de zondeval? Schudt de christelijke dogmatiek nu op zijn grondvesten?
‘Het punt nu is: als Adam en Eva niet werkelijk bestaan hebben, kun je dan nog wel van een historische zondeval spreken? Immers, als Adam en Eva niet werkelijk bestaan hebben, dan heeft ook een historische zondeval, zoals die volgens sommigen in Genesis beschreven wordt, nooit plaatsgevonden. En als ook die zondeval nooit heeft plaatsgevonden, wat is dan nog de betekenis van het verlossingwerk van Jezus?’
Niet Jezus, maar de evolutie verlost ons blijkbaar van de erfzonde. Is Jezus’ offerdood inderdaad voor niets geweest? Volgens Smedes geeft wetenschapsjournalist René Fransen in zijn boek Gevormd uit sterrenstof een speculatieve draai aan de zondeval.
‘Hij stelt dat weliswaar Adam en Eva als historische personen niet bestaan hebben, maar dat we wellicht moeten uitgaan van een groepje personen binnen de bredere groep van eerste mensen, die door God geroepen werden en die uiteindelijk een zondeval hebben begaan. Het Bijbelse verhaal van Adam en Eva vertelt dus volgens Fransen eigenlijk over de lotgevallen van dit kleine groepje mensen. Een dergelijk idee is hoogst speculatief en behoorlijk vergezocht.’
Volgens Smedes is er geen ontkomen aan de conclusie dat de zondeval nooit kan hebben plaatsgevonden als een historisch te lokaliseren gebeurtenis, tenzij iemand bereid is te schaven aan de betekenis van ‘eerste mens’ of aan het concept van de ‘zondeval’. Het idee van de zondeval wordt volgens Smedes vaak metaforisch opgevat: Adam en Eva zijn verhaalpersonages die symbool staan voor ieder mens. Hij vraagt zich ook af hoe het dan zit met de christologie. Of dat niet in de lucht komt te hangen als de zondeval niet heeft plaatsgehad.
‘Het hangt er maar vanaf. Met name in het protestantisme is vanouds over de rol van Christus nagedacht in termen van de ‘trits’ schepping-zondeval-verlossing. Maar wat als we dat schema – dat geen Bijbels schema is, maar net als het dogma van de zondeval een door theologen uitgedacht concept, een constructie bedoeld om systeem aan te brengen in de vele concepten die het christendom rijk is – wat als we dat schema nu eens loslaten? Hoe kunnen we dan over de rol van Jezus Christus nadenken?’
Vervolgens gaat Taede A. Smedes (foto: TAS) door over Jezus van wie gezegd wordt dat God in Jezus ons nabij is gekomen. Over zijn menswording. Over het feit dat ook de mens Jezus een aapachtige als voorouder heeft gehad. Smedes vindt dat de evolutietheorie een verrijking biedt omdat het de continuïteit tussen de mens en de rest van de schepping benadrukt. Alles hang met alles samen. De mens blijkt een sterrenkind, de spiegel van de kosmos zelf. Zouden we niet, zo vraagt Smedes zich af, kunnen zeggen dat de glimp die wij door middel van de wetenschap opvangen van hoe alles is en geworden is, een God’s-eye-point-of-view is? Smedes zet er in zijn drieluik in ieder geval meeslepende gedachten over neer!
‘De geschiedenis van de mens is de geschiedenis van het heelal en van de evolutie van het leven op aarde. Er schuilt iets bijzonders in de mens dat door de wetenschap wordt blootgelegd, maar dat diezelfde wetenschap telkens weer ontglipt. De mens is een onherleidbaar, complex mysterie dat door biologen, filosofen en theologen wordt benoemd en bestudeerd, maar dat ook zij uiteindelijk niet van zijn intrigerende karakter kunnen ontdoen.’
Zie het complete drieluik: Een aanzet tot een theologie van de evolutie (deel 1), (deel 2) en (deel 3)
Dr. Taede A. Smedes (Drachten, 1973) is godsdienstfilosoof en theoloog, en was tot januari 2013 werkzaam als Senior Onderzoeker aan de Faculteit der Filosofie, Theologie, en Religiestudies (FTR) van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is gespecialiseerd in discussies omtrent science and religion, de verhouding van theologie/geloof en natuurwetenschap, en publiceert daar regelmatig over. Daarnaast schrijft hij af en toe bijdragen voor kranten en tijdschriften; is o.a. sinds kort recensent bij de Bezieling.
Illustr: soulvability.nl











