De mythologische Reis van de Held

follow-your-bliss-joseph-campbell

Wanneer je je ‘bliss’ volgt – dat wat je diep raakt en waarvan je het gevoel hebt dat het je leven is – en je de moed hebt gehoor te geven aan je roeping, dan opent zich het leven. En gaan er, daar waar eerst alleen maar muren stonden, deuren voor je open, aldus cultuurfilosoof Joseph Campbell. Dan kan je de Reis van de Held beginnen. Onze psyche blijkt buitengewoon gevoelig voor wat je mee gaat maken tijdens die reis. Campbell beschrijft zeven fases ervan. Je kunt ze herkennen in verhalen en speelfilms.

Zoals Star Wars, The Matrix, Watership Down, Avatar, de Lord of the Rings-trilogie en The Lion King. Films die door miljoenen mensen gezien zijn en waarbij volgens filosoof Eric Peeters altijd wel een bepaalde fase direct in het hart naar binnen kwam. Dat hij gefascineerd werd door denkers als Freud en vooral door de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung, is merkbaar door zijn kijk op de psychologische kant van mythen.

De films hebben op hun beurt weer inspiratie gevonden bij oude mythen, sprookjes, legenden, volksvertellingen en de grote heilige verhalen. Campbell las ze allemaal en ontdekte er een grondpatroon in, zag ook een verband tussen die mythen en de verhalen die hij kende van de kerk. Heel bijzonder was voor hem de legende van Koning Arthur.
Volgens OHM wordt de reis van de held verbeeld in de Mahabaratha en de Bhagavad Gita door de dialoog tussen Arjuna en Krishna. Op weg met de held (Arjuna) en zijn mentor (Krishna) volgen we de weg van duister naar licht.

‘In al die verschillende verhalen ontdekte hij een wonderlijke overeenkomst. Alle verhalen hadden een universeel patroon. Er is volgens Campbell één groot oerverhaal. Een verhaal met archetypische patronen. En behalve dat hij ontdekte dat er een grondpatroon bestaat, maakte hij ook duidelijk wat de bedoeling van dat grondpatroon is. Dat deed hij in vele werken. De bekendste is The Hero with a thousand faces dat hij uitbracht in 1949.’ (Peeters)

De fasen die Joseph Campbell noemt zijn: de proloog (of de voorbereiding); de oproep; de helpers; de drempel; beproevingen; de krachtbron (het elixer, de apotheose) en de terugkeer naar de wereld.

In de ‘proloog’ moet je wel op de een of andere manier ontwaken. Wakker worden uit de bedrieglijke ‘Go-with-the-flow’, waarin je denkt niets meer te wensen te hebben. Want direct daar onder duwt iets van: ‘Is-dit-alles?’ Plotseling vraag je je af wie je eigenlijk bent en wat je hier komt doen. Een diep verlangen jezelf te zijn borrelt op, een ander verlangen dan je voortdurende opoffering aan verwachtingen van iedereen.

Bronnen:

* Joseph Campbell ‘de reis van de held’ (Eric Peeters)

* De zeven fasen (Eric Peeters)

* Finding Joe: A Joseph Campbell documentary (trailer) (Diygenius)

* De weg van de held (Bram Moerland)

Beeld: Diygenius.com
Update 01-03-2025 (Lay-out, links)

Kosmische spiritualiteit bij natuurwetenschappers

kosmosstichtingOHM

‘Kosmische spiritualiteit kan je pas overvallen als je je bladen vol formules even opzijschuift,’ zegt filosoof en Spinoza-kenner Herman De Dijn in Eos-Magazine, het magazine dat ook ‘in tijden waarin de waarheid onder druk staat een stem geeft aan de wetenschap’. Het staat in het Eos-blog Niet-gelovig en diepreligieus van Sylvia Wenmackers, onderzoeksprofessor in de wetenschapsfilosofie aan de KU Leuven, gespecialiseerd in de grondslagen van kansrekening en fysica. Wenmackers schrijft hierin over kosmische spiritualiteit bij natuurwetenschappers.

Wenmackers vertelt over de dichter Leo Vroman die zich afzette tegen religieus extremisme en geloofde dat alles heilig is. Hij schreef over de ‘Natuur’ – en dan moet ik direct aan Spinoza denken – en later verving hij dat volgens Wenmackers in ‘Systeem’, in een poging een onpersoonlijk godsbeeld te creëren. Zij ziet overeenkomsten tussen het godsbeeld van Vroman en dat van Albert Einstein. En ja, dan komt Spinoza natuurlijk ook voorbij.


Een psalm voor dit heelal

Systeem! hoe graag met U alleen
verklein ik in mijn droom Uw blote
heelal tot knuffelbare grootte
en koester U door mij heen!

Hoe dolgraag schurkt mijn oude huid
flink langs Uw Tijdeloos Begin,
zaait er mijn dood verleden in
en zuigt er mijn toekomst uit!

Maar ach ik zit hier met mijn wit
vel vol beeld- en tegenspraak
en weet niet wat het scheelt:

eerst stond er niets, en nu weer dit,
ik weet het niet en schrijf maar raak
en toch is dit Uw beeld

Gij doet mij schrijven want ik maak
per ongeluk Uw beeld

Gij schrijft mij nooit, ik schrijf te vaak
en heb U weer verveeld.

Leo Vroman


De onderzoeksprofessor ziet ruimte voor een ‘ongelovige religiositeit’, waartoe Einstein en sommige andere wetenschappers zich aangetrokken voelen. Al gauw lopen er lijntjes tussen Vroman, Spinoza en Einstein. En dan komen we vanzelf bij ‘niet-gelovig en diepreligieus’. Filosoof en Spinoza-kenner Herman De Dijn wordt erbij gehaald. Die schreef over kosmische spiritualiteit. Over ‘voorwetenschappelijke verwondering over het mysterie van de natuur’, en om ‘de ondervinding een heel klein stukje van de werkelijkheid te begrijpen’.

Wie gezien de ontwikkelingen van de neurowetenschap denkt dat hij het begrip ziel (of persoon) moet opgeven en dus ook zijn gedrag tegenover mensen moet veranderen, heeft het onderscheid tussen wetenschappelijk en existentieel weten niet begrepen.’ (De Dijn)

Het besef dringt bij De Dijn door dat de mens deel uitmaakt van een veel grotere werkelijkheid. En dat kan resulteren in ‘mysticisme’ of kunstuitingen.

En wetenschappelijke activiteit kan pas tot deze vorm van spiritualiteit leiden als theoretici hun bladen vol formules opzijschuiven en de werkelijkheid als geheel beschouwen.’

Wetenschappers zouden cynisch kunnen worden en zich afvragen:

Wat heeft het voor nut om aan wetenschap te doen als we zelfs op het toppunt van ons inzicht nauwelijks iets begrijpen? Of sceptisch: begrijpen we er dan wel echt iets van, of maken we ons dat zelf wijs?’

Maar dan zegt de Dijn:

Het gaat veeleer om het beleven van de confrontatie tussen onze gesofisticeerde wetenschap en het radicaal andere universum dat zich van ons begrip niets aantrekt, terwijl we er toch deel van uitmaken.’

Zie:  Niet-gelovig en diepreligieus – EOS-Magazine (april 2019)

Beeld: ohmnet.nl

‘Waarom zou ik eigenlijk moeten leven?’

Jan_Baptist_Weenix_-_Portrait_of_René_Descartes

Een opgewekte en verlichte blik op de wereldgeschiedenis. Je moet maar durven. Experimenteel psycholoog Steven Pinker durft, en blikte op die manier ook al in Ons betere ik. Hij vervolgt dit met Verlichting nu. ‘Hij beargumenteert dat de gezondheid van de wereldburger in de loop der eeuwen is verbeterd, dat zijn welvaart is gestegen, dat hij niet alleen een vrediger en veiliger leven leidt, maar ook een leven dat gelukkiger is en emancipatorisch en in algemeen kwalitatieve zin op een hoger plan is beland,’ zegt Jabik Veenbaas in iFilosofie. Volgens De Groene Amsterdammer is Verlichting nu een meeslepende must read: ‘Met rationaliteit en humanisme strijdt Steven Pinker tegen een contraverlichting van populisten en ‘progressofoben’.  

Volgens Pinker zelf lijkt het nu misschien geen uitgelezen moment om een boek te publiceren over de historische tendens van vooruitgang en de oorzaken daarvan, want op het moment van schrijven wordt het land waar hij woont (Boston, Amerika) geleid door mensen met een duistere visie op het heden:

Moeders en kinderen die vastzitten in armoede (…), een onderwijssysteem dat onze jonge en prachtige scholieren en studenten alle kennis onthoudt (…) en de misdaad, en de bendes, en de drugs die té veel levens hebben geëist.’ We zijn in een ‘regelrechte oorlog’ verwikkeld die ‘zich steeds verder uitzaait’. De schuld van die nachtmerrie kan worden gelegd bij een ‘mondiale machtsstructuur’ die ‘de onderliggende geestelijke en morele fundamenten van het christendom heeft uitgehold’. (Uit: Verlichting nu)

Hij heeft het in Verlichting nu niet over Trump, maar zegt wel dat de ideeën die de voedingsbodem voor Trumps verkiezing vormden, breed gedeeld worden door intellectuelen en leken, zowel linkse als rechtse. Als enkele van die ideeën noemt Pinker pessimisme over de koers van de wereld, cynisme over de instituties van de moderniteit en het onvermogen een hoger doel te bedenken anders dan religie. Hier wil hij wat tegenover stellen.

Verlichting nu
I
n zijn boek vertelt Pinker over de boeiendste vraag die hij ooit heeft moeten beantwoorden. Deze werd gesteld na een lezing waarin Pinker de gangbare wetenschappelijke opvatting uitlegde over de menselijke psyche die uit patronen van activiteit in het hersenweefsel bestaat. Een studente in het publiek vroeg toen: ‘Waarom zou ik eigenlijk moeten leven?’
Alleen al door die vraag te stellen vond Pinker dat zij op zoek is naar rédenen voor haar overtuigingen, wat betekent dat ze rede gebruikt om te ontdekken en te rechtvaardigen wat voor haar belangrijk is. ‘En er zijn heel veel redenen om te leven!’ zo vervolgt hij zijn boek. En somt ze daarin ook op.

Ook zegt Pinker een andere kijk op de wereld te presenteren, gebaseerd op feiten en geïnspireerd door de idealen van de Verlichting: rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang. Hij wil aantonen dat Verlichtingsidealen tijdloos zijn, en dat ze nog nooit zo relevant zijn geweest als nu. Veenbaas is kritisch in zijn recensie, en stelt dat de Verlichting waarover Pinker zo jubelt ook een periode was van geestelijke twijfel:

Het door de opgang van de wetenschap geïnspireerde elan vond zijn keerzijde in de twijfel aan alle niet-wetenschappelijke manieren van kennen – niet alleen aan het hyperrationalisme van denkers als Descartes en Spinoza, maar ook aan het geloof der vaderen – en daarmee in de angst voor de geestelijke leegte. (…) De Verlichting was een periode van ontbolstering, maar ook van ontworteling. En juist in onze tijd, waarin het gevoel van ontworteld zijn bij veel mensen groter is dan ooit, als gevolg van toegenomen mobiliteit, mondialisering, secularisatie, dienen we pogingen te ondernemen die ontworteling te begrijpen.’

stevenpinker

Steven Pinker (foto: nationalreview) heeft wel een waakzaam oog voor de beschavingswinst die we hebben geboekt, die inderdaad te vaak als vanzelfsprekend wordt aangenomen, zegt Veenbaas, maar hij gaat te krampachtig om met de schaduwzijden. Volgens Ralph Bodelier, in De Groene Amsterdammer, is Pinker een missionaris, een kruisvaarder ter verdediging van rede, wetenschap en humanisme:

En in een tijd dat het wantrouwen daarin sterk toeneemt, is dat een kwestie van hard werken. ‘Hoop te houden in onze wereld doet zowel een zwaar beroep op onze intelligentie als op onze energie’, schreef de Britse filosoof Bertrand Russell in zijn autobiografie. ‘Bij degenen die wanhopen, is het doorgaans de energie die ontbreekt.’

Bronnen:
* Hij die hoopt… (De Groene Amsterdammer)
* iFilosofie 

Verlichting nu – een pleidooi voor rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang | Steven Pinker | ISBN 9789045026497 | 696 pag. | Hardback | Vertaling Ralph van der Aa | oktober 2018 | € 49,99

Beeld: 
René Descartes legde met zijn uitspraak ‘Cogito ergo sum’ het fundament voor de Verlichting. Hij was een uitgesproken rationalist, maar verwierp het geloof niet. (Portret: Jan Baptist Weenix, Nederlands kunstschilder uit de 17e eeuw, gemaakt in 1647/1649. (Centraal Museum Utrecht)

Parapsychologie nog altijd pseudowetenschap

MichielVanElkHansGerdingAVG

Bij de Academie voor Geesteswetenschappen (AVG) in Utrecht gaf neurowetenschapper Michiel van Elk, bekend van Extase, waarin hij zijn experiment met de ‘godhelm’ en andere religieuze ervaringen beschrijft, een lezing, waarna hij in gesprek ging met een docent bij de AVG, parapsycholoog en filosoof Hans Gerding, bekend van Wilde beesten in de filosofische woestijn: filosofen over telepathie en andere buitengewone ervaringen. Duidelijk werd die middag dat de psychologie in de visie van Van Elk niet veel opheeft met de parapsychologie. Het stuit in ieder geval nog altijd op weerstand in academische kringen. Je vindt het niet terug in de mainstream van de psychologie.

Op de universiteit kan je geen parapsychologie studeren. Er bestaat geen zelfstandige parapsychologische wetenschap, hooguit is het een onderdeel van de empirische psychologie, als te bestuderen verschijnsel. Religieuze ervaringen worden er bestudeerd, maar wat moet je met dat paranormale, of hoe onderzoek je bewustzijn, hoe kan je dat meten? Toch vertelde Van Elk zelf uitgebreid over zijn eigen vreemde ervaringen die hij niet wetenschappelijk kan verklaren, maar voor hem betekenisvolle ervaringen opleverden. Of hem minstens als betekenisvol toeval voorkwamen. De mens heeft nu eenmaal de neiging of betekenis te geven aan toeval.

Van Elk kwam zo eens ver afgelegen terecht in een hut, waar ceremonieel thee werd gedronken en hij mee werd gevoerd naar bizarre taferelen. Zo zat hij in Amsterdam en het andere moment in een of andere Arabische stad. Van Lommel heeft gelijk, dacht hij zelfs bij bepaalde ervaringen. Die vertelde dat het menselijk brein soms op een televisieontvanger lijkt en ‘afgestemd kan worden’ op verschillende universa of bewustzijnstoestanden. Van Elk kreeg bizarre visioenen waarvan hij soms dacht wat moet ik ermee, maar hem ook diep inzichtelijke ervaringen gaven.

Zo zag de neurowetenschapper eens in een visioen de Terugkeer van de Verloren Zoon van Rembrandt. Als vader van twee kinderen keek hij vanuit het perspectief van de vader en voelde het visioen als een persoonlijke boodschap. Of kwam dat vanuit het emotionele zelf? Ook vertelde hij hoe psychedelische ervaringen kunnen bestaan. De verschillende hersengebieden die anders nooit met elkaar communiceren, doen dat onder invloed van paddo’s of andere hallucinogenen ineens wel. Dan krijg je bizarre ervaringen. Dat is niet spiritueel, want je tript op kortsluiting. Er is geen sprake van een of andere Hogere Realiteit.

Van Elk vertelde over zijn nep-godhelm. (Er bestaat een echte, die ook werkt als die uitstaat.) Op het Lowlandfestival in de zomer van 2016 werd geëxperimenteerd met de nep-godhelm met nutteloze draadjes en ducttape. Deelnemers werden dus genept – waarover ze later wel werden ingelicht. Het onderzoek richtte zich op hoe snel mensen een ‘goddelijke’ ervaring krijgen als de omstandigheden voor suggestie optimaal worden gemaakt. Sommige deelnemers deden een spirituele ervaring op. In de echte godhelm zit een magneet om het brein in de ‘godstand’ te krijgen. Iets waarvan de Amerikaanse experimentele psycholoog Michael Persinger (Universiteit van Ontario in Canada) overtuigd schijnt te zijn. Het zou te maken hebben met het verstoren van het contact tussen de twee hersenhelften.

Je moet vooral kijken naar de gevolgen die ervaringen hebben, vindt Van Elk. En dan blijkt uit veel onderzoeken dat spirituele ervaringen over het algemeen heel gezond zijn. Mensen zitten lekkerder in hun vel, ze zijn minder depressief en leven zelfs langer. Dan zou je je af kunnen vragen of die ervaringen corresponderen met een transcendente werkelijkheid. Maar hij vindt die vraag eigenlijk niet relevant. Spiritualiteit doet blijkbaar heel veel mensen goed.

De godhelm is een kwestie van suggestie en verwachting. En dat leidt soms tot bizarre ervaring als zwaarder wordende armen, die ook nog eens versmelten met de tafel waarop ze liggen. Of er klinken stemmen, bijvoorbeeld een ‘gids’ die iets vertelt over aankomend moederschap. Een blinddoek versterkt de suggestie. Blijkbaar verzinnen onze zintuigen van alles als ze geen input krijgen. Van Elk heeft het over ons brein als voorspelmachine. Zien we niets, dan komt er toch wat. Misleiding dus. Een verzinmachine eigenlijk. Bij een vrouw verdwenen dankzij de godhelm haar tinnitusklachten. Voor hoe lang vertelt het verhaal niet..

Al die ervaringen vanuit de psychologie vindt Van Elk wel begrijpelijk, maar hij heeft zo zijn twijfel over die bizarre ervaringen van mensen. ‘Het zit allemaal in ons brein,’ zo citeert hij hersenwetenschapper Victor Lamme. Van Elk vindt de vraag wat doen de ervaringen met ons, belangrijker dan of ze echt of suggestie zijn. We moeten er ons niet op blind staren. Liever kijkt hij naar de vruchten van de ervaringen. Word je er bijvoorbeeld een aardiger mens van? Religieuze en spirituele mensen zitten volgens onderzoeken beter in hun vel, zijn gezonder en gelukkiger. Ze leven ook langer, zorgen beter voor hun omgeving. Mensen zijn ontspannen, ervaren vermindering van stress, willen goed zijn voor de gemeenschap en zoeken verbondenheid. Dat ervaren mensen bij religie en spiritualiteit. Van Elk ziet dat ook gebeuren als je opgaat in de natuur, langs oceanen wandelt of van kunst geniet. Dat tilt je uit boven de alledaagse werkelijkheid.

Een paradigmaverandering ziet de neurowetenschapper niet gebeuren, zegt hij op een vraag van Gerding. Er is geen echte ruimte voor parapsychologie, er is geen werkmodel voor. Hij gelooft niet in parapsychologie. ‘De één miljoen dollar voor een echte parapsychologische ervaring is nog steeds niet geclaimd’. Hoe kom je aan echte informatie en overdracht van ervaringen? Toch, zegt Gerding, worden er massaal paranormale fenomenen en religieuze ervaringen gerapporteerd. Van Elks antwoord is dat onderzoekers graag willen publiceren en roemen zich dan op de fantastische uitkomst van een onderzoek, maar doen dat dan op basis van slechts 15 ervaringen. Dat is niet echt wetenschappelijk, maar omdat uitkomsten soms spectaculair klinken, komen ze in de krant. Maar of dat wetenschap is? En hoe belangrijk is het eigenlijk om parapsychologie te bewijzen? Liefde hoeft toch ook niet bewezen te worden?

Naschrift. In Nederland bestaat de Dutch Society for Psychical Research (SPR): een aantal verenigingen in diverse landen richten zich op de bevordering van het wetenschappelijk onderzoek naar wat in bredere kring ‘paranormale verschijnselen’ wordt genoemd. De allereerste SPR werd in 1882 in Engeland opgericht. De bekende psycholoog William James stond aan de wieg van de Amerikaanse SPR die twee jaar later het licht zag. De grondlegger van de experimentele psychologie Prof. dr G. Heymans was medeoprichter van de Nederlandse SPR.

Bron: Dies Natalis bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht | Werfkelder/Cultuurtheater De Witte Lely | Utrecht | 16 februari 2019

Foto: Michiel van Elk (li) en Hans Gerding © PD

Thomas More en de utopische geest

Utopia 1516 2016

In een stampvol maar muisstil filosofisch café vergeleek filosoof Han van Ruler afgelopen dinsdag op gloedvolle wijze Utopia, het werk van de 16e-eeuwse filosoof Thomas More, met Lof der zotheid van tijdgenoot filosoof en theoloog Desiderius Erasmus. Niet zo vreemd, Van Ruler schreef Utopia 1516 – 2016, waarin Erasmus ook te vinden is. De spreker heeft iets met ‘het effect van de utopische geest’. Opvallend is dat vrijwel niemand in Café Hofman in Utrecht de beide werken heeft gelezen.

Van Ruler noemt Utopia (Leuven, 1516) een spiegelbeeld van Lof der Zotheid (Parijs, 1512*). Erasmus draagt zijn satirische werk, vol spitsvondigheden en ironie, op aan More. Ze zijn de beste vrienden. In Lof der Zotheid is behalve veel te lachen ook serieuze kritiek te vinden. Het handelt over menselijke dwaasheden, ook over filosofen die bijna niet leven, maar dag en nacht filosoferen. Over de dwaasheden van officiële autoriteiten, zoals kerkvorsten, edellieden en officieren. Erasmus heeft kritiek op de politieke situatie in zijn tijd, waarin oorlogen worden gevoerd om absurde redenen: vooral om het veiligstellen van familiale aangelegenheden, om successierechten van adellijke families. Oorlogen dus om erfenissen. Erasmus schrijft over rijkdom, roem, macht en corruptie.

VanRuler12022019UtrechtHofman3_520

Erasmus beschrijft zorgelijke zotheid. Hij veracht dwaasheid. Ook die van religie en filosofie: de bronnen van dwaasheid, en onnatuurlijk. Tegenwoordig zou Erasmus, met Van Ruler, zeggen: ‘We programmeren ons met niet-natuurlijke software’. Eigenlijk vindt Erasmus, dat je – verwijzend naar Jezus – gewoon een beschaafd mens moet worden. Religie en filosofie maakt niet uit: iedereen denkt toch anders. Mensen moeten zich vormen en dat kan het beste in de omgang met andere mensen.

Erasmus legt religie positief uit in de zin van dat je jezelf moet vergeestelijken, en in het hier-en-nu leven. De wereld zou een klooster moeten zijn, vindt Erasmus. Een ideale vorm van samenleven, ook al is dat niet voor iedereen geschikt, maar wel goed voor de maatschappij: iedereen draagt bij aan de samenleving. Je kan jezelf veranderen, hoffelijk worden vooral – en dat leren in contact met anderen. Erasmus schrijft daarom ook werken over etiquette. Dat je jezelf schoon dient te houden, ondergoed moet dragen. Een reformatie van de binnenkant is eveneens nodig. Het gaat om je innerlijk: rechtvaardig worden naar anderen en zo een rechtvaardige samenleving scheppen.

Lofderzotheid

Lof der Zotheid beschrijft maatschappelijke problemen, morele idealen. Erasmus wil opleidingen voor de onderdanen, rechtvaardige belastingen, rechtsorde, milde straffen, vrije meningsuiting en algemeen welzijn. Verandering van mentaliteit is nodig, zowel die van de onderdanen als van de vorst. Zijn ‘programma’ zou volgens Van Ruler zo passen in de Grondwet van de Europese Unie.

utopiaillustratie uit Utopia

Utopia, eveneens een boek vol satire en ironie. Utopia kan ‘de goede plek’ (eutopia) betekenen of ‘niet-bestaande plek’ (outopia) of ‘nergensland’. Een zeeman vertelt aan Moore over het eiland Utopia. Dat zou een ideale staat zijn, zonder privébezit en alle mensen gelukkig. Utopia kan een parodie zijn op Lof der Zotheid, zo denkt men nu, of is dat al te gemakkelijk gedacht? Het lijkt niet op De Republiek van Plato of De stad van God van Augustinus. Utopia is geen utopie maar een dystopie, een akelige plek waar je misschien juist niet wil leven. Een strikt gereguleerde samenleving, zonder privacy, waar zelfs nergens een bar of café te vinden is. Waar je niet kan reizen zonder toestemming. En als je iets verkeerds doet, is verder leven als slaaf je lot, of je kop gaat eraf. En toch… kan dat mensen een gevoel van veiligheid geven, want je weet waar je aan toe bent. Er is geen vrijheid in Utopia, of het zou moeten zijn dat vrijheid betekent meedoen aan het goede, en niet je eigen voorkeuren najagen.

More’s denken staat haaks op dat van Erasmus. More vindt religie een tranendal, gericht op een leven in het hiernamaals. Is Utopia bedoeld als alternatief voor de visie in Lof der Zotheid? More vindt de visie van Erasmus te optimistisch, niet levensvatbaar. De omstandigheden waarin mensen leven, moeten veranderen. Er moet genoeg voedsel zijn. De auteur van Utopia wil een blauwdruk voor een ideale maatschappij. De tegenstelling tussen beide werken zou je marxistisch versus liberaal kunnen noemen. More heeft een pessimistisch mensbeeld, Erasmus denkt positiever over de mens.

UtopiaCover

Is Utopia en Lof der Zotheid indertijd grappig bedoeld, in deze tijd wordt vooral Utopia ernstiger opgevat. – Op beide boeken vind ik uiteenlopende visies. Utopia wordt soms geschetst als socialistische heilstaat (Karl Marx zou zich erdoor hebben laten inspireren), strikt georganiseerd omdat mensen toch niet te verbeteren zijn, en dat laatste gelooft Erasmus nu juist wel. Over Lof der Zotheid wordt wel gezegd dat dit de weg vrijmaakte voor de Reformatie. De kracht van satire…

* Vrienden van Erasmus gaven Lof der Zotheid al uit in 1511. Omdat die uitgave vol fouten en vergissingen zat, publiceerde Erasmus zelf in 1512 een geautoriseerde uitgave. 


‘De tijd is rijp voor een nieuwe generatie utopisten die een stip aan de horizon kunnen plaatsen, ons een spiegel voorhouden en al dan niet met satire in beweging zetten.’ (Gary Sheikkarim, 14 02 2019, Studium Generale Utrecht)


Lezen dus, More en Erasmus. Juist nu.

Lof der Zotheid | Desiderius Erasmus | Uitgever: Atheneaeum – Polak & van Gennep | EAN 9789025302788 | 17e druk | € 16,99 

Utopia | Thomas More | Uitgeverij Atheneaeum – Polak & van Gennep | EAN 9789025304263 | 6e druk september 2016 | € 20,00  

Utopia-1516-2016

Utopia 1516 – 2016 | Han van Ruler, Giulia Sissa | Amsterdam University Press | 2017 | ISBN 9789462982956 | 244 pag. | € 89,00 | Han van Ruler is hoogleraar Intellectuele geschiedenis van de Renaissance en de barok aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, en hoofdredacteur van Brill’s Studies in Intellectual History en wetenschappelijk directeur van de Nederlandse Onderzoeksschool voor Filosofie. Van Ruler co-redigeerde de Dictionary of Seventeenth and Eighteenth Century Dutch Philosophers (Thoemmes, 2003) en maakte talrijke moderne edities van zeventiende-eeuwse filosofische bronnen. Hij bereidt momenteel een boek voor over de impact van Erasmus op de moraalfilosofie. (AUP)

Filosofisch Café:  Filosofen beklimmen het podium van Hofman Café Utrecht en vertellen over de aannames en argumenten die schuilgaan achter de realiteit van alledag. (foto: pd, 12-02-2019)

‘Wat wil iemand die zegt dat hij dood wil?’

girl-holding-key-to-heaven-stewartblackburn

Over het taboe van de grens tussen leven en dood. ‘Wat wil iemand die zegt dat hij dood wil?’ Dat is de vraag die filosoof en theoloog Paul van Tongeren uitvoerig uitdiept in Willen sterven. Met dit essay, over autonomie en het voltooide leven, staat de auteur op de shortlist voor De Socratesbeker 2019 die in april wordt uitgereikt. In 2013 won Van Tongeren met Leven is een kunst. De Socratesbeker wordt ieder jaar uitgereikt aan de auteur van het ‘meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek’.  

Willen sterven
Wat wil iemand die zegt dat hij dood wil?’ vraagt Van Tongeren in Willen sterven. In het essay houdt hij consequent vast aan deze vraag en hoopt dat de lezer het geduld kan opbrengen om zijn verbazing over de vraag niet onmiddellijk te laten leiden tot een afwijzing van zijn verwondering over die wens. De auteur wil duidelijk proberen iets meer te begrijpen van wat iemand wil, als hij zegt dat hij dood wil.

Alleen al het stellen van de vraag lijkt een belediging voor degene die deze wens of wil kenbaar maakt. Het antwoord is toch met de vraag gegeven? Iemand die dood wil, wil immers gewoon dat: dood!’

Duiteindelijke vraag van Willen sterven is de vraag naar wat het betekent als iemand zegt dat hij dood wil. De eerdere vraag is echter die naar de redenen om die uiteindelijke vraag te blijven stellen: met welk recht kan ik denken dat iemand die dood wil, niet alleen maar en gewoonweg dat wil wat hij zelf aangeeft, namelijk er niet meer zijn, de dood? Van Tongeren is evenwel van mening dat evenmin als een mens tegen zijn zin gedood mag worden, hij gedwongen mag worden om tegen zijn zin voort te leven.

Als het leven zelf een last wordt, mag niemand ons verbieden die last van ons af te werpen. Als we willen voorkomen dat we op een onwaardig geachte manier wegkwijnen, moeten we het recht hebben het heft in eigen hand te nemen. Wie anders dan elke mens zelf zou mogen beslissen over het eigen leven en sterven – uiteraard binnen de condities waarmee de wet de rechten van andere mensen beschermt. En het eigenlijke punt bij dat alles is natuurlijk, dat wie zijn leven wil beëindigen daarbij de hulp moet kunnen krijgen die hij nodig acht. Want, met de woorden van een Zuid-Afrikaanse ethicus: ‘een verbod op hulp bij zelfdoding is een finale aanslag op mijn zelfbeschikking’.’ (Van Tongeren verwijst naar de woorden naar Willem Landman, als geciteerd in Van Niekerk, 2017, p. 239)

Wat is eigenlijk ‘willen’?
M
aar de auteur  – die zich met dit essay richt op een breder publiek dan zijn collega’s in de filosofie – vraagt zich vooral af wat dat eigenlijk is, die wil van ons, dat we die zelf kunnen bepalen? Wat is eigenlijk ‘willen’? En wat betekent dat in het geval van ‘dood willen’. De vraag ‘Waar komt toch die vraag vandaan naar wat dat willen betekent?’ tekent de zoektocht van Van Tongeren: ‘Waarom kunnen we niet simpelweg aannemen dat iemand die zegt dat hij dood wil, gewoon niets anders wil dan dat: dood-zijn, niet meer leven? Klaar!’  

Wie anders dan ik zelf zou het recht hebben om zelf te beslissen over mijn leven? In dit essay ‘Willen sterven’ van Paul van Tongeren wordt die notie autonomie nader onderzocht, evenals het begrip van de wil, dat immers een centrale rol speelt in die veronderstelde autonomie. In existentiële keuzesituaties stuit de autonomie op haar grenzen. Paul van Tongeren zet de filosofie in voor een verheldering van de problemen die schuilgaan achter de vanzelfsprekendheden van de eigen tijd.’ (Uitgeverij Kok)

Kan dat wel: dood willen
V
an Tongeren heeft het vermoeden dat er iets niet klopt als iemand zegt dat hij dood wil, als hij tenminste denkt dat dit niets anders betekent dan dat wat hij zegt. Anders en misschien nog vreemder gezegd: de auteur wil nagaan of dat wel kan: dood willen.

De vraag wat ‘willen’ eigenlijk betekent is veel te groot voor een essay, zegt Van Tongeren. Hij richt zich daarom vooral op wat er aan het licht komt omtrent de wil op het moment dat hij ‘ontdekt’ wordt. Filosofe Hannah Arendt (van de trilogie: Het leven van de geest, waarvan Willen deel 2 is) neemt hij daarbij mee als gids. Van Tongeren gaat op zoek naar de ‘voorgeschiedenis’ van de wil – en de autonomie – en komt bij zijn speurtocht onder meer terecht bij de Grieken en de Romeinen; bij Aristoteles (de Ethica); bij de filosofen van de Stoa; Sophokles met zijn Antigone; Paulus; Augustinus (Belijdenissen); Immanuel Kant; Friedrich Nietzsche. In het vijfde hoofdstuk diept Van Tongeren het begrip ‘dood willen’ verder uit. (‘De wil kruipt waar hij niet kan gaan’)

Laten we luisteren naar mensen van nu die uitdrukking geven aan hun wens om te sterven en vragen naar wat die wens ons leert over de wil, zijn autonomie, zijn vastbeslotenheid en zijn rechten. Enerzijds met het ‘theoretische’ doel om te zien of er een verband is tussen die stervenswens en wat we over de wil gezien hebben. Maar anderzijds natuurlijk ook met een praktisch doel. Want om te weten hoe we moeten antwoorden op een vraag, moeten we op de eerste plaats proberen die vraag zo goed mogelijk te verstaan.’

Willensterven

Voltooid leven
D
e auteur gaat in op het promotieonderzoek (Universiteit voor Humanistiek) van Els van Wijngaarden Voltooid Leven – over leven en willen sterven, naar mensen die hun leven willen beëindigen, omdat zij het als ‘voltooid’ beschouwen. Ze zijn er ‘helemaal klaar mee’. Dat laatste klinkt voor Van Tongeren als een negatieve connotatie bij de ‘montere en bijna rooskleurige term ‘voltooid leven’.’ Bij hem blijft het vermoeden doorwerken dat er iets niet klopt in de wil om te sterven.

Die wil wordt geprikkeld door elke grens die aan hem wordt opgelegd, elke macht die zich aan hem opdringt, bijvoorbeeld de macht van de realiteit van ziekte en aftakeling. Maar is juist die wil niet problematisch in geval van de dood? Kan die wil, de wil om zelf het heft in handen te houden, zichzelf willen opheffen?’

Van Tongeren bespreekt het ambivalente en de paradoxen in de interviews die Van Wijngaarden hield. En ook hier betrekt hij het denken van Augustinus erbij. Mensen lijken soms gevangenen te worden van hun eigen autonome beslissing. Van Wijngaarden komt volgens de auteur tot dezelfde conclusie als die wij zouden verwachten op basis van het introspectieve onderzoek van Augustinus: dat het waarschijnlijk veel te simpel is om deze keuze te zien als een vrije zelfbeschikking. (Een nieuw onderzoeksrapport van Van Wijngaarden wordt eind 2019 verwacht.)

Ik wil het wel, doodgaan, maar in mijn gevoel, in mijn ziel, zal ik maar zeggen, kan ik het niet aanvaarden. Daar wringt het.’ (Een uitspraak van een man in genoemd onderzoek.)

In het laatste hoofdstuk En nu? denkt Van Tongeren verder door over ‘een problematisch willen’, over ‘leven doe je niet alléén’ en ‘leven dóe je niet alleen’. En over ‘de wet en het taboe’, waarbij hij duidelijk stelt dat de afsluiting van zijn betoog niet de ‘conclusie’ ervan betekent. Het gaat hem in dit essay vooral om wat er aan vooraf gaat. Wel geeft hij een paar suggesties voor wat ons te doen staat.

Het taboe-karakter van die grens tussen leven en dood betekent niet zonder meer dat er nooit gedood kan worden; het verplicht alleen tot de grootst mogelijke voorzichtigheid, en kan niet eenvoudigweg door onze eigen willekeur worden overstemd.’


‘Zou het geheim van begin en einde niet draaglijker worden, wanneer we erkennen dat we ge­dragen werden voordat we geboren waren, en dat we door anderen gedragen zullen worden nadat we gestorven zijn?’ (Uit: Mens-zijn doe je niet alleen, Paul van Tongeren)


Een opmerkelijk en bijzonder boek dat aanzet tot doordenken. Oppervlakkig gedacht kan je snel een idee hebben over dood ‘willen’, maar bij dit boek gaan je gedachten zeker mee de diepte in en verblijf je langer bij het ‘willen’. ‘Hoe ver reikt de wil?’

Willen sterven | Paul van Tongeren | ISBN 9789043529457 | Uitgeverij Kok | 1e Druk | 12-04-2018 | 80 pag. | Paperback | Filosofie | € 11,99 | E-book € 6,99Paul van Tongeren is hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen, buitengewoon hoogleraar ethiek aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven (België) en geassocieerd onderzoeker van de Universiteit van Pretoria (Zuid-Afrika). Zijn boek Leven is een kunst (Klement 2012) won in 2013 de Socratesprijs voor het meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek.

Beeld: nuvolanevicata (It.)