De onmiskenbare Joodse identiteit van Jezus

In zijn boek Jezus – Reconstructie en revisie schrijft theoloog Henk Bakker over de bronnen die er over het leven van Jezus zijn, zoals de evangelieboeken en geschriften die daar direct en indirect verband mee houden. Ook geeft hij een reconstructie en interpretatie van opvattingen die in de loop van de eerste eeuw over Jezus zijn ontstaan. Hij zegt goed te luisteren naar Nederlandse en internationale onderzoekers die belangrijke bouwstenen voor het onderzoek naar de historische Jezus hebben aangedragen.

 ‘Dit boek brengt je dichter op de huid van Jezus’

‘Jezus jood-zijn ondergeschikt gemaakt’
Volgens de auteur hebben christenen de neiging om Jezus’ identiteit buiten het Jodendom te verankeren, in aannames over Gods eeuwige op-Zichzelf-zijn, of sterker nog: in de grenzeloze verbeelding van modieuze theologie.

Jezus’ jood-zijn is vrij snel na zijn dood en opstanding ondergeschikt gemaakt aan een hogere identiteit, die tot speculeren uitnodigde. Dit speculeren leidde volgens [theoloog Arnold Albert, PD] Van Ruler tot ‘gedrochtelijkheden’, maar niet alleen in de theologie.
Ook werden gedrochtelijkheden bedacht die hun oorsprong hadden in volksreligie en persoonlijke vroomheid. De kerk zelf was hier verantwoordelijk voor, omdat de verankering van haar christologie niet uit te leggen was. Het ging om een hogere wiskunde, vol paradoxen en tegenstellingen, die onnavolgbaar was.
Zo leidden gedrochtelijkheden tot gedrochtelijkheden (‘Waar geen goden zijn, daar heersen spoken’, Novalis). Nog altijd zijn er beelden van Jezus die (letterlijk en figuurlijk) van enig verband met het evangelie zijn losgezongen.’
(Deel I, Hfst. 2)

Bakker ziet ook om naar (een deel van) de bronteksten om in het licht van recente discussies opnieuw gericht naar de bronnen te vragen.

Christologisch onderzoek
In deel I: Kritisch onderzoek naar Jezus, bespreekt de auteur een aantal visies uit het moderne onderzoek naar de historische Jezus, en geeft een exemplarische inleiding in de discussie, waarbij hij in sommige kwesties aan Nederlandse bijdragen de voorkeur geeft. Dit om de inhoudelijke kwaliteit, daar Nederlandse exegeten en theologen wezenlijk hebben bijgedragen aan het christologisch onderzoek.

‘[De joods-Duitse theoloog en godsdienstfilosoof, PD] Franz Rosenzweig schreef dat de historische Jezus onze geïdealiseerde Jezus altijd van zijn sokkel zal stoten. Mentale fabricages die in fantasieën wortelen – hoe oprecht en gemeend ook – en niet in historische christelijke bronnen, hebben in het christelijk belijden niets te zoeken.
Om aan de schijn voorbij te komen heeft de christelijke kerk een joodse historische bedding nodig, niet alleen bij haar exegese, maar ook bij haar handelen in het heden.’
(Deel II, Hfst. 9)

‘Waar geen goden zijn, daar heersen spoken’
(Novalis)

De betekenis van Jezus
Het tweede deel van het boek is getiteld: Getuigen van het eerste uur. Het gaat de auteur daarin om vroege teksten die vertellen wat christenen hebben meegemaakt, wat Jezus volgens hen zei, deed en teweegbracht, en hoe zij die gebeurtenissen binnen de Joodse wereld van toen betekenis gaven.

Jezus – Reconstructie en revisie. Het poogt een reconstructie en revisie te geven van de persoon, de geschiedenis en de betekenis van Jezus. Reconstructie en de revisie zijn met het historisch onderzoek gegeven. Een reconstructie van de gebeurtenissen die plaatsvonden, waaronder Jezus’ woorden en daden, is uitgebreid aan de orde geweest.
Ik heb daarbij steeds naar gebeurtenissen, ervaringen en duidingen teruggevraagd, zoals bij Jezus’ conflict in de tempel, maar ook bij zijn doop en zijn dood. In mijn methodologie heb ik uitgelegd dat historische reconstructie en narratieve betekenisgeving niet los van elkaar kunnen worden gezien.’
(Deel II, Hfst. 9)

Jezus’ relatie tot God
Volgens Wolter Huttinga, in Trouw, brengt dit boek je ‘dichter op de huid van Jezus’. Volgens deze krant kiest Bakker een helder en consequent uitgangspunt om over Jezus’ identiteit te spreken en was Jezus een Joodse man die in de brede stroom aan Joodse verwachtingen stond over het komen van God tot zijn volk Israël. ‘Zo en niet anders kunnen we aan hem recht doen,’ aldus Trouw, dat het boek vier **** geeft.  

Dus overal waar het denken en spreken over Jezus los komt te staan van deze Joodse bedding wordt verraad gepleegd aan wie Jezus werkelijk was. Niet alleen aan zijn concrete menszijn, maar juist ook aan de specifieke manier waarop zijn relatie tot God ervaren en beleden werd, door hemzelf en door de gelovigen van de vroege kerk.’
(Trouw)

Inzicht in Jezus
Hoe wetenschappelijk het boek ook is, aldus Tjerk de Reus in het Friesch Dagblad, het is zeker ook geschikt voor een breder publiek dan alleen vakgenoten. Wie er voor wil gaan zitten, wordt met dit boek rijk beloond.

Bakker vertelt vanuit de context van het Israël van toen, en je ziet het voor je ogen gebeuren: Jezus’ optreden, zijn omgang met mensen en natuurlijk zijn verkondiging. Tegelijk zorgt de brede blik van Bakker ervoor dat het inzicht in Jezus, ondanks alle complexiteit, een heldere theologische diepgang krijgt.
(Friesch Dagblad)

Jezus – Reconstructie en revisie | Henk Bakker | KokBoekencentrum | 296 blz. | € 27,50 | E-book € 14,99 | ‘Wie altijd al een goed boek over Jezus had willen lezen, moet nu zijn slag slaan. Deze week [22 september 2020, PD] verscheen Jezus – Reconstructie en revisie, geschreven door Henk Bakker, theoloog aan de Vrije Universiteit. Een verrassend en informatief boek.’ (Friesch Dagblad)

Zie ook:

* Dit boek brengt je dichter op de huid van Jezus (Trouw)
* Theoloog Henk Bakker denkt breed: het gaat om de joodse Jezus
(Friesch Dagblad)

Beeld:
Cover Jezus – Reconstructie en visie
(detail)
Update: 21122024 (Layout)

Faith for Earth – A call for action

Faith for Earth: De Verenigde Naties en wereldreligies vestigden in oktober 2020 de aandacht op eerbied en verantwoordelijkheid voor het milieu in het boek Faith for Earth – A call for action. Het beschrijft hoe wereldreligies de natuurlijke wereld zien en hun plicht die te beschermen. Deze op geloof gebaseerde perspectieven gaan gepaard met wetenschappelijke verklaringen van de veelheid aan crises die de oceanen, de atmosfeer, de ecosystemen en de mensen van de planeet bedreigen.

De wereld herbergt veel religies, maar er is een gemeenschappelijke basis in de overtuiging dat de aarde, zelf een gemeenschappelijk huis, moet worden gerespecteerd en beschermd in het licht van toenemende bedreigingen voor het milieu.’

Veel religies delen, over hun verschillen heen, de overtuiging dat de aarde moet worden beschermd tegen de groeiende ecologische bedreigingen. Het Milieuprogramma van de Verenigde Naties en het Parlement van de Wereldgodsdiensten roepen samen op tot actie in Faith for Earth: A Call to Action.

‘We zien een golf van gelovig geïnspireerde actie overal ter wereld.’
(David Hales)

Volgens David Hales, voorzitter Klimaatactie van het Parlement van de Wereldreligies, bieden de komende decennia ons een smeltkroes van morele keuzes.

Scientific evidence documenting the crisis is undeniable and grows with every passing day. At the same time, there has been a surge of faith-based action and advocacy on behalf of the environment from religious groups everywhere. The response is coming from every corner of the world, reflecting both the diversity of the ways we define our relationship with nature and the essential unity of values at the core of all our hope.’
(Uit: Faith for Earth)

Faith for Earth stelt dat er een golf van op geloof gebaseerde actie en belangenbehartiging bestaat van veel religieuze groeperingen. De respons komt uit alle hoeken van de wereld.

‘Het is tijd, als nooit tevoren, om een ​​beroep te doen op ons geloof, onze waarden, onze religieuze leringen en tradities. En het is tijd voor actie.’

Iyad Abumoghli, directeur van het Faith for Earth Initiative van het VN-milieuprogramma zegt dat onze uitdaging niet is dat we niet weten wat we moeten doen, maar dat het erom gaat hoe snel we het kunnen doen.

‘We roepen iedereen op – landen, steden, de privésector, individuen en op geloof gebaseerde organisaties om deel uit te maken van de bloeiende wereldwijde interreligieuze beweging die steeds meer mensen samenbrengt om het leven op aarde te beschermen en in stand te houden.’

Faith for Earth werd gepresenteerd door het VN-Milieuprogramma en het Parlement van de Wereldreligies tijdens de Faith for Nature Global Conference, gehouden in Skálhol, IJsland. 

Beeld: Faith for Action – ncronline.org – Licht verlicht een krater tijdens de zonsopgang in Haleakala National Park op het Hawaiiaanse eiland Maui, 9 oktober 2018. (CNS / Navesh Chitrakar, Reuters)

Zie: World religions, UN unite for book on faith and action for the Earth
en:
VN-uitgave ‘Geloof voor de Aarde’: religies in actie voor planeet

Beeld: Jasmin Sessler (Pixabay)

Download hier Faith for Earth

Anatheïsme: zijn met God en leven zonder God

UITGELICHT Anatheïsme is een poging om het seculiere te sacraliseren en het sacrale te seculariseren. Of, zoals theoloog Richard Kearny in Anatheism – Returning to God After God Bonhoeffer citeert: ‘Zijn met God en leven zonder God’. Door de wortels van ons eigen anatheïstisch moment te analyseren, aldus de uitgever, laat Kearney niet alleen zien hoe een terugkeer naar God mogelijk is voor degenen die ernaar zoeken, maar ook hoe een meer bevrijdend geloof geboren kan worden.

‘Anatheïsme een weg voorbij theïsme en atheïsme. ‘Er is één werkelijkheid, maar groter dan wij denken. Zij gaat ons te boven’
(Theoloog Wim Jansen)

Atheïsme is volgens Jansen de ontkenning van theïsme, dat hij omschrijft als het geloof aan een als schepper boven de mens staande, zelfbewuste, persoonlijke, levende God.

‘De theïst gelooft dat God bestaat als een zelfstandige entiteit God, een wezen boven onze werkelijkheid en hij gelooft daarmee ook in een werkelijkheid boven de onze. Anders gezegd, in het theïsme, met uitzondering van het pantheïsme, wordt uitgegaan van dualiteit: deze wereld en een ‘bovenwereld’. Wat is atheïsme? De ontkenning daarvan.’


(Cover: Marc Chagall: Jacob worstelt met de engel)

Eén werkelijkheid
In de discussie tussen theïsme en atheïsme vindt hij dat de dualiteit van deze wereld en een ‘bovenwereld’ telkens de inzet en het punt van vervreemding is.

‘De wegen gaan uiteen in de al dan niet aanname van een werkelijkheid buiten de onze. Het wordt tijd om deze kloof te overbruggen. Uitgaande van het moderne wereldbeeld is er maar één werkelijkheid en die sluit zoiets als God niet uit, maar in.’

Returning to God after God
God is wat wij God noemen, zegt Jansen. Hij vindt het een soortnaam die wij toedichten aan de ervaring van iets dat ‘anders’ is, huiveringwekkend misschien, zuiver, teer, heerlijk, overvloedig.

‘Dit ‘anders spreken over God’ maakt de termen theïsme en atheïsme overbodig. De theoloog Richard Kearny heeft er een speelse term voor uitgevonden: anatheïsme. In zijn boek Anatheism – returning to God after God verklaart hij dat begrip op tweeërlei wijze: an-atheïsme, d.w.z. geen atheïsme. En ana-theïsme, wat betekent: aan het theïsme voorbij.’

Richard Kearney
Praying
Jansen vertelt over een kennis van hem, David, die een bijzondere definitie van bidden gaf:

‘When I’m praying I feel I’m in contact with something that’s bigger than me.’

Open en universeel
Deze uitspraak verraste de theoloog aangenaam:

‘Something that’s bigger… iets dat groter is dan ik. Kan het opener en universeler worden uitgedrukt? Een anatheïstische formulering binnen een theïstisch concept.’

Anatheism – Returning to God After God | Richard Kearney | ISBN 9780231147897 | Verschenen 01-01-2011 | Van Ditmar Boekenimport B.V. | Paperback | Auteur(s)  | 1 e druk

Bron o.a.: Een weg voorbij theïsme en atheïsme (NieuwWij)

Beeld: Detail boekomslag Anatheism – Returning to God After God – Marc Chagall: Jacob worstelt met de engel.
Update november 2025 (Lay-out)

‘Was ik uiteindelijk daartoe op aarde?’

Als je één allermeest dierbare ervaring mocht meenemen naar het hiernamaals – waarmee je het daar dan ook moet doen – welke ervaring zou je dan meenemen? Met deze vraag uit de wonderlijke film After Life, van Hirokazu Koreeda, met als ondertitel: ‘Was ik uiteindelijk daartoe op aarde?’, legt theoloog Tjeu van den Berk het numineuze uit als iets wat onuitsprekelijk totaal anders is. Het begrip ‘numineus’ is bedacht door godsdienstwetenschapper Rudolf Otto.

Kindertijd
Otto doelt hiermee op de ervaring die zich ‘door haar diepte onttrekt aan een verstandelijke verklaring en die dus niet op een vertrouwde, heldere manier is te definiëren’. Numineuze ervaringen worden vooral gemeld uit de kindertijd en vaak zijn het ervaringen in de natuur. Ze blijken veelal een enorme invloed te hebben op het verdere leven.

After life
Van den Berk geeft verschillende voorbeelden uit de film, maar ook van schrijvers als Harry Mulisch en Godfried Bomans. Een van de ervaringen uit de film is die van een prostituee die samen met een van haar klanten geen seks heeft, maar samen in stilte over het water kijken. De filmploeg van After Life ontdekt later dat ze die plek niet kunnen vinden. De plek blijkt niet te bestaan, maar de verbeelding van de prostituee blijkt zo intens beleefd dat het voor haar een echte en diepe numineuze ervaring is geworden die haar verdere leven bepaalt.

Anders dan de ‘ik-ervaring’
De numineuze ervaring voelt als kosmisch, opgenomen in het geheel, in tegenstelling tot de sterk individuele ‘ik-ervaring’. Deze laatste is een volstrekt andere, zo legt Van den Berk uit. Als voorbeeld geeft hij de ervaring van een vierjarige die boven aan de trap naar zijn moeder kijkt die beneden staat. Plotseling wordt hij er zich bewust van dat hij een ‘ik’ is, een eigen identiteit heeft, iemand ís. Hij treedt buiten zijn omgeving, grenst zich af. Het voelt als bevrijding.

Het numineuze
Van den Berk vertelt over zijn boek Het numineuze. Hij declameert er verhalen uit en leest op aanstekelijke wijze prachtige passages voor van onder meer Mulisch en Bomans. Ook zij blijken in hun kindertijd in de natuur numineuze ervaringen te hebben beleefd, met een verstrekkend gevolg voor hun verdere leven. Mulisch beschreef zijn numineuze ervaring in de natuur als ‘de heilige vijver’. Zo’n ervaring raakt je echt, is vrijwel niet na te vertellen, staat los van alles, ontstijgt ruimte en tijd, terwijl het wel in ruimte en tijd plaatsvindt.

Heerlijk nietsdoen
De numineuze ervaring is geen religieuze, maar eerder een kosmische ervaring en geeft een sterk gevoel van verbondenheid. Het gebeurt op stille momenten, terwijl je bijvoorbeeld in het gras ligt te luisteren naar veldleeuweriken. ‘Dat doen we nauwelijks meer in onze tijd,’ zegt Van den Berk. ‘Kinderen móeten tegenwoordig van alles en worden continu van de ene sportclub naar de andere vioolles gebracht. Waar is het heerlijk nietsdoen en de stilte dat tot numineuze ervaringen leidt?’

Capita Selecta Utrecht
Op vier woensdag-avonden vanaf 25 november 2020 geeft Tjeu van den Berk de cursus Moments of Being: Inleiding in het Numineuze. Zie voor meer informatie en aanmelding bij de Academie voor Geesteswetenschappen Utrecht. | ‘We moeten weer een pleidooi houden voor het verbeeldend bewustzijn waarin een mens speelt, zich illusies vormt, droomt en gevoelig is voor het paradoxale karakter van het leven. In deze cursus wordt gebruik gemaakt van literatuur, muziek en filmmateriaal.’

Het numineuze | Tjeu van den Berk | VBK Media | ISBN 9789021140407 | 300 pp. | €24,99

N.B. De DVD van After Life is bijna uitverkocht. HIER misschien nog wel.

Beeld: Detail van het boek Het numineuze

De mystieke waarde van Mozarts’ Zauberflöte

De laatste opera van Wolfgang Amadeus Mozart, De Toverfluit, beter bekend als Die Zauberflöte (1791), is niet gebaseerd op een eenvoudig speels sprookje. De opera blijkt een serieuze inwijdingsrite vol alchemistische symbolen. Lange tijd werd het libretto zelfs ‘onbegrijpelijk’ genoemd en een ‘flutsprookje’. Theoloog Tjeu van den Berk onderkent de werkelijke waarde ervan: dat het verhaal de mystieke inwijding van de menselijke ziel uitbeeldt.

Vrijmetselaarsopera
V
an den Berk schreef er een boek over: Die Zauberflöte, een alchemistische allegorie. Hij vertelt niet alleen het verhaal van De Toverfluit, maar sleept je bovendien mee in dit spirituele operaverhaal, een alchemistische bruiloft. Van den Berk maakte een uitgebreide studie van deze opera en kan zo ook over de diepere achtergronden vertellen, verscholen in deze vrijmetselaarsopera. Mozart was al op 24-jarige leeftijd in Wenen vrijmetselaar, evenals de tekstdichters van Die Zauberflöte.  

Libretto
V
an den Berk maakt de ideeën van de vrijmetselaars duidelijk. Wijsheid, kracht en schoonheid is wat zij zoeken, en deze thema’s vind je terug in Die Zauberflöte. De vrijmetselarij is een spirituele beweging, wars van dogma’s en door katholieken uit die tijd ‘erger dan het protestantisme’ genoemd. Vrijmetselaars streven echter naar verdraagzaamheid, persoonlijke groei en persoonlijke ontwikkeling. Het gaat er vooral om jezelf te leren kennen. De verhalen van alchemisten en vrijmetselaars zijn doordrenkt van symboliek. Lood in goud veranderen bijvoorbeeld betekent vooral jezelf leren kennen, jezelf worden. Je eigen ‘lood’ in ‘goud’ veranderen! En deze ideeën vindt Van den Berk terug in het libretto van Die Zauberflöte.

Op zoek naar de steen der wijzen
In voordrachten laat Van den Berk vaak de twintig minuten van de opera zien en horen, zoals deze is uitgevoerd in het Concertgebouw in Amsterdam. Zoals het hoort bij een echt sprookje loopt het goed af. Vogelvanger Papageno en zijn geliefde Papagena worden uiteindelijk, met behulp van drie knapen, met elkaar verenigd.
In zijn boek toont de auteur aan dat de opera een allegorie uitbeeldt, waarin de personages de verschillende stoffen en hun transformaties symboliseren, op zoek naar de steen der wijzen. Vanuit de tempel van de Koningin van de Nacht wordt een inwijdingsweg afgelegd, uitmondend in de zonnetempel van Sarastro. Sarastro, de ‘priester van de zon’ viert daarin samen met de andere priesters, en prins Tamino en Pamina, dochter van de Koningin van de nacht, de geslaagde inwijding, die van de overwinning van het licht op de duisternis.

Die Zauberflöte – een alchemistische allegorie | Tjeu van den Berk | Uitgever Boekencentrum

Beeld: Tamino en Pamina ondergaan hun laatste beproeving – waterverfschilderij op papier door Max Slevogt (1868–1932)

(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

‘Willen weten verhindert zelfkennis’

Boekbespreking: De droom van Ha’adam. Er gaat een ingenieus mechanisme schuil achter het leven. Dit stelt Harold Stevens in zijn boek De droom van Ha’adam. Niettemin verzet de mens zich er van nature tegen. Waarom we dat juist niet zouden moeten doen, legt Stevens uit in een soms technisch betoog. Misschien doet de mens er niets mee omdat hij zich er niet van bewust is. Dit boek vertelt wat we kunnen doen om dat mechanisme te begrijpen. Hoewel, begrijpen, dat riekt naar kennis… en dit boek zet ons vooral aan tot zelfkennis door actief aan de slag te gaan met onze gevoelens.

‘Verborgen kennis, waarvan we de ware betekenis niet meteen doorzien, maar wel ‘voelen’, werd al lang geleden vastgelegd in oude gnostische en hermetische teksten en de heilige boeken van de verschillende wereldreligies’

Paradoxaal denken

Het enige waar het leven om vraagt, is om jezelf te gaan leren kennen en tot uitdrukking te brengen wie je in de kern bent. (…) Meer wordt er door het leven niet van je verlangd’. Dat dit echter niet zo gemakkelijk is, maar wel mogelijk, legt de auteur in dit boek stap voor stap uit, al kost het de lezer af en toe wat hoofdbrekens.
  
Het paradoxale is dat je eerst kennis dient op te doen over Stevens’ beweegredenen om terug te gaan naar je oorsprong. Een enerverende zoektocht volgt. Hij neemt je mee vanuit zijn eigen ervaringen en onderzoek in de bewustwording van het mechanisme. ‘Waarom leef ik eigenlijk, waarom ervaar ik leven, waarom ervaar ik mijzelf?’

Van Genesis tot Kant
D
e droom van Ha’adam is vooral bedoeld voor de mens die op zoek is naar een mogelijke zinrijkheid van het leven. Die zinrijkheid groeit naarmate je de terugweg volgt naar je oorsprong. Die oorsprong stelt de auteur zich voor als een ‘massa gevoelens, de totale waarheid, de pure oorsprong, het diepste wezen, eenheid, singulariteit, de Algeest, Brahman, God’.

Stevens’ gedachtegoed is grotendeels op gebaseerd op oude wijsheden. Van Genesis tot het Evangelie van Thomas, en van Hermes Trismegistus tot Immanuel Kant. De auteur diept verborgen kennis op waarvan we de ware betekenis niet meteen doorzien, maar wel ‘voelen’. Kennis die ‘lang geleden al vastgelegd werd in oude gnostische en hermetische teksten en de heilige boeken van de verschillende wereldreligies’. En ook in sprookjes, parabels en queestes: ‘deze verhalen zijn alle een metafoor voor de zoektocht naar wijsheid, liefde, rijkdom en vrede’.   

Zoektocht naar binnen
S
tevens stelt dat als hij de werkelijkheid aangenaam wil ervaren, het dan van belang is om in liefde en vrede te leven. Hij bedoelt daarmee dat hij zichzelf durft toe te staan om te zijn wie hij is. Dat leidt tot de belangrijke vraag wie hij nu eigenlijk in de kern is. Zijn zoektocht verkent de weg naar zelfkennis die de mens uiteindelijk voorspoed en geluk kan brengen. Maar op diezelfde weg stuit hij ook op de vraag naar het hoe en waarom van het lijden van de mens. Heeft lijden een zin, een doel?



De inscriptie op de Tempel van Apollo in Delphi liet ons in de oude tijd al weten: ‘Ken uzelf’. De menselijke drang naar kennis botst echter met de zoektocht naar zelfkennis. Al dat ‘willen weten’ verhindert dat. Het belemmert onze zoektocht naar de oorsprong en reden van ons bestaan. Kennis geeft ook geen antwoord op de vraag naar de oorsprong of oorzaak van ziekte, van lijden in het leven. Voor die antwoorden is een zoektocht naarbinnen nodig, naar degene die je in de kern werkelijk bent.

De menselijke cel als analogie
D
e weg naarbinnen. De auteur landt letterlijk in het menselijk lichaam, in de kleinst levende functionele eenheid: de cel. Een verrassende en originele manoeuvre die je niet direct verwacht in een boek dat zich bezighoudt met de vraag of het menselijk bestaan een doel heeft, een zin. ‘Iedere lichaamscel moet zich bewust zijn van zijn ‘kerntaken’ en deze vervolgens ook uitvoeren’.                                         
De mens is, net als een cel, niet alleen voor zichzelf belangrijk maar ook voor het grotere geheel, de héle mensheid. Functioneert een mens goed, dan heeft de ander daar ook baat bij. Dat zie je terug in goede relaties tussen partners, gezin, familie, vereniging, dorp, stad, land en continent. Dit mechanisme trekt de auteur door naar ons zonnestelsel.

Oorsprong en zin van het menselijk lijden
D
e auteur schijft hypothetisch over oorsprong en zin van het menselijk lijden. Over de confronterende stelling dat je zelf de verantwoordelijkheid draagt voor de aan- of afwezigheid van ‘een mate van lijden in je werkelijkheid’. Het gaat hem om de keuze van de mens ruimte te geven aan zijn wezenskern (datgene wat je in wezen tot mens maakt) òf verzet hiertegen. ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’ onderstreept hij als hij stelt dat je als mens niet noodzakelijk hoeft te lijden, maar dan wel je innerlijke pijn onder ogen moet durven zien. De oorsprong en zin van het menselijk lijden lijken de basis te zijn van waaruit Stevens zijn boek schrijft.

Hiermee komt hij uiteindelijk uit bij God. Ha’adam is de androgyne mens is, geschapen naar beeld en gelijkenis van God. Ha’adam is dus zowel mannelijk als vrouwelijk. De tweede stap in de schepping is die van een man en vrouw die voortkomen uit Ha’adam. Maar doordat het fout loopt in het aardse paradijs zijn de man en de vrouw zich niet langer bewust zijn van hun oorsprong. Het uiteindelijke doel van de mens, stelt  de auteur, is de weg naar God terug te vinden, ‘terug naar de oorsprong: de vereniging met God’.   

Het lijden van kinderen
D
iep gaat Stevens in op onschuldig lijden: over de oorzaak en zin van het lijden van kinderen. De hypothese die hij beschrijft noemt hij zeer confronterend, maar waagt zich er toch aan. Hij vraagt zich af of het kind in zijn lijden een boodschap probeert uit te dragen richting ouders. In zijn werk als psychosociaal therapeut, ziet hij – en hierbij verwijst hij onder meer naar het werk van psycholoog Carl Jung – dat kinderen zeer sterk kunnen reageren op datgene wat zich in de ouder(s) afspeelt. Kinderen kunnen in hun problematisch gedrag onbewust de innerlijke conflicten van de ouders uitwerken. Stevens noemt het lijden van een kind daarom geen zinloos of noodlottig toeval: het krijgt een diepere betekenis en doel in het zichtbaar maken van de innerlijke worsteling, het innerlijk lijden van zijn ouders.

Denken alléén leidt tot verlies van gevoelens
V
olgens de auteur zal de mens met denken alléén nooit het leven kunnen begrijpen, daar dit leidt tot verlies van gevoelens. Een gevoel vormt een eenheid, een waarheid. En als je dat gevoel wilt begrijpen, wordt die eenheid uit elkaar getrokken in tegengestelde componenten om het verstandelijk te kunnen bevatten. Hij stelt dat ‘positief’ niet kan bestaan zonder ‘negatief’. ‘Zonder dal bestaat een berg niet en andersom’. Daar je niet positief en negatief tegelijk kunt denken, moet je een keuze maken. Kies je voor positief dan wijs je negatief af. Dat noemt de auteur de afgekeurde keuze. Die kan echter niet verdwijnen omdat het zijn bestaansrecht dankt aan de aanwezigheid van de positieve optie. Ze zijn afhankelijk van elkaar. Al die afgekeurde opties noemt de auteur zijn donkere kant, zijn schaduwzijde. Maar die horen wel bij hem. Echter, er bestaan geen ‘goede’ of ‘slechte’ keuzes. Ze komen immers voort uit het oorspronkelijke gevoel: ‘een eenheid die puur is, die heel is, zonder oordeel’.

De afgewezen optie zal zich het sterkst gaan manifesteren, met als doel de erkenning ervan. Daarmee moet je dus aan het werk: ‘je gevoel naar je hersens brengen’, tot uitdrukking brengen wat je denkt, niet ‘binnen’ houden. Je gaat dan ‘vanzelf minder denken, minder positief en minder negatief, wat leidt tot ontspanning. Je houdt dan je gevoelens niet in je hoofd, wat resulteert in ‘minder gecompliceerde realiteit’. Het gaat dus om ‘actie ondernemen, hándelen, je realiteit onder ogen durven zien en de consequenties accepteren als gevolg van de keuzes die je tot nu toe in je leven hebt gemaakt’. Dit is dan tevens de juiste weg naar je oorsprong. Als je je hier naartoe beweegt zal het lijden afnemen en de ‘ervaring van het leven verlichten’. Het leven ‘ontspant’.

Verlichting
B
ij sommige onderwerpen haalt Stevens de kwantumfysica erbij. Dat is ook even doorbijten om dit goed te kunnen volgen. Hij stelt dat als je begint te beseffen dat je zelf de schepper bent van je eigen werkelijkheid, je ook gaat begrijpen dat je verantwoordelijk bent voor wat er in je werkelijkheid, in jouw wereld, gebeurt: het geeft je de mogelijkheid om de manier waarop je de wereld ervaart te veranderen. Harold Stevens is ervan overtuigd dat je een leven kunt leiden dat ‘in de buurt van verlichting komt’.

De weg terug
A
ls je je bewust wordt van het mechanisme van het leven, zo stelt de auteur, durf je je over te geven aan de weg terug, terug naar de ‘Tuin van Eden’. De auteur verwijst onder meer naar de Kabbala die stelt dat je door ‘het nemen van de verantwoordelijkheid van het eigen leven, gelukzaligheid te kunnen gaan ervaren’.

Fascinerend
G
een boek om in één avond uit te lezen. Je bent geneigd terug te bladeren om bij de les te blijven. Dat komt ook vanwege de hoge informatiedichtheid – en dat is positief bedoeld. De auteur slaat af en toe zijwegen in die de beschreven denkbeelden verduidelijken of iets toevoegen aan zijn betoog, maar het er niet eenvoudiger op maken om samen met hem op het pad te blijven. Soms is wat de auteur schrijft wat cryptisch. Dat je wel ‘voelt’ wat wordt bedoeld, maar dat niet direct doorziet. Een pittig maar fascinerend studieboek.

De droom van Ha’adam, over het mechanisme van het leven | Harold Stevens | oktober 2019 | Uitgeverij Van Warven, Kampen | ISBN 978 94 93175 09 9 | NUR 730 | €20,00

Beeld: Nino Carè (Pixabay)
Beeld Ruïne van de tempel van Apollo in Delphi: Wikipedia

(Dit is de oorspronkelijke versie – In verkorte vorm eerder geplaatst bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)
Update 26-04-2025 (Lay-out, links)

‘Datgene waarnaar ik verwijs wanneer ik ‘ik’ zeg’

‘Met het woord ‘ziel’ bedoel ik: datgene waarnaar ik verwijs wanneer ik ‘ik’ zeg.’ Promovenda Martine Oldhoff schrijft momenteel haar proefschrift over de ziel. Voor haar is het geen uitgemaakte zaak dat de mens louter lichaam is. Er zou geen ruimte meer zijn voor de ziel. Voor haar is de mens echter meer dan een fascinerende klomp cellen, zoals ‘de wetenschap’, waaronder de hersenwetenschappen, ons leren. ‘Dat is een filosofische stellingname, geen uitgemaakte zaak.’

Oldhoff schreef Kijk op de ziel, de uitgewerkte lezing die Oldhoff vorig jaar hield op de generale synode van de PKN. Voor Oldhoff is het woord ziel ‘een barst in een volledig gesloten wereldbeeld’.

De Ziel moet altijd op een kier
Zodat wanneer de Hemel zoekt
Hij niet te wachten hoeft
Of bang is dat hij stoort
(Emily Dickinson, in Kijk op de ziel)

Zieltjes winnen’ roept bij de meeste mensen geen goede associaties op, schrijft Oldhoff, want wie wil er nou een zieltje zijn?

Maar als het over de ziel gaat, lijken de zaken er anders voor te staan. Er zijn tegenwoordig meer mensen in Nederland die geloven in een leven na de dood dan mensen die in God geloven. Het geloof dat ‘ik’ op de een of andere wijze voortleef, is volop aanwezig.’
(Uit: Kijk op de ziel)

In haar proefschrift beschrijft Oldhoff Plato en Aristoteles kort als historische achtergrond. Duidelijk wordt dat haar visie verschilt van die van Plato. Bij de Bezieling vertelt ze hierover in een interview met Cees Veltman.

Door Plato en zijn verwerking in filosofische en theologische tradities is het woord ziel blijven leven. Ik zie de ziel echter als geschapen door God en niet als al bestaand voorafgaand aan ons leven, zoals Plato. We zijn als mens geschapen, onderscheiden van God.’

Oldhoff, promovenda aan de Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam, zegt dat de ziel een mooie aanleiding kan zijn om het te hebben over wie en wat God is. Het woord God is immers voor heel veel mensen betekenisloos geworden.

Ik denk niet dat mensen in God gaan geloven als ze het woord ziel belangrijk vinden, maar het is een mooi aanknopingspunt om het over geloof en God te hebben. Als het gaat over wie de mens is aan de hand van het woord ziel, dan kom je misschien ook wel op interessante vragen: heb ik een goddelijke kern, ben ik geschapen, is er meer dan we kunnen zien en voelen?’

Kijk op de ziel | Martine Oldhoff | ISBN: 9789043534819 | 56 pp. | 16-06-2020 | € 6,99
‘De ziel duikt overal op. Van seizoenen lang Kijken in de ziel op televisie tot in het spirituele tijdschrift Happinez. Eeuwenlang was de ziel bekende taal in kerk en theologie. Tegenwoordig nemen veel gelovigen het woord minder makkelijk in de mond. In haar boek Kijk op de ziel zoekt Oldhoff naar de betekenis van de ziel in het christelijk geloof in onze context. Zo gaat ze onder andere in op de vraag wat er vanuit de Bijbel over de ziel te zeggen is. Het is een beknopt boek met theologische verdieping, een actualisering naar deze tijd en een aanzet tot het geloofsgesprek.’ (PThU)

Zie: Martine Oldhoff: “Het woord ziel is een barst in een volledig gesloten wereldbeeld” (de Bezieling)

Beeld: Beate Bachmann (Pixabay)

‘Bewustzijn in liefde zonder waarheen’

Nabij-de-doodervaringen. 45 jaar studie naar NDE gebundeld. In Het geheim van Elysion, dat 3 september verschijnt, komt een veertigtal auteurs aan het woord uit Europa en de VS. Ze delen hun visie op tal van aspecten die te maken hebben met de relatie tussen hersenen en bewustzijn, met de verhouding tussen leven en dood, hemel en aarde.

In de wetenschappelijke gemeenschap is geen universele definitie van het NDE-fenomeen; er wordt echter algemeen aangenomen dat een NDE bestaat uit een reeks verschillende mentale gebeurtenissen – ook wel kenmerken genoemd – met zelf-gerelateerde, zeer emotionele en mystieke aspecten.’  (Neuroloog Steven Laureys)

Een nabij-de-doodervaring is een overweldigende confrontatie met de onbegrensde dimensies van ons bewustzijn. Met deze woorden beschrijft publicist en onderzoeker Pim van Lommel de bijzondere bewustzijnservaringen die volgens de huidige materialistische wetenschap niet mogelijk zijn. Naar schatting hebben ruim 50 miljoen mensen in de wereld een NDE hebben gehad. In Europa zijn er waarschijnlijk 20 miljoen mensen met een NDE, ongeveer 4,2% van de bevolking, zoals onderzoek is gebleken. In Nederland zijn er een kleine 600.000 mensen met een NDE. Hieronder nog enkele citaten uit Het geheim van Elysion.

Rudolf H. Smit schrijft over dit fenomeen en gaat opzoek naar wat het kan betekenen voor hoe we naar de mens, het bewustzijn en de ziel kijken.

Een bijzonder fenomeen: ‘Tijdens hun ‘reis’ in die andere ‘dimensie’ stuiten NDE-ers op bijzondere fenomenen. Zeer bijzonder in dezen zijn de zogenoemde ‘Peak in Darien’-casussen. Dat zijn ervaringen waarin NDE-ers ontmoetingen hebben met zielen van mensen van wie die NDE-ers absoluut niet konden weten dat het om gestorvenen ging.’

Tussen de meer wetenschappelijke bijdragen zijn er ook ervaringsverhalen van mensen die een NDE hebben gehad. Zij die na een levensbedreigende crisis een buitengewone ervaring in hun bewustzijn hebben gemeld. In alle bijdragen worden de effecten beschreven die de NDE heeft op mensenlevens. Wat vijfenveertig jaar internationaal onderzoek heeft opgeleverd, is het inzicht dat deze ervaring het leven van mensen fundamenteel verandert.

Katja’s ervaring is uniek, maar er zijn veel meer mensen met een nabij-de-doodervaring (NDE). Enkelen doen hun verhaal in Het Geheim van Elysium.

De cardioloog was zo’n 10 minuten bezig toen Katja plotseling pijn op haar borst kreeg die heel snel enorm toenam. ‘Mijn hart hield ermee op. Ik kromp ineen. Ik zag nog dat zo’n oranje zwaailicht aan het plafond afging. Direct reageerde het personeel paniekerig en ook heb ik nog de paniek in de ogen van de arts gezien. Terwijl ik dat allemaal zag, voelde ik de kracht vanuit mijn voeten wegvloeien. Ook vanuit mijn vingertoppen, via mijn handen en armen vloeide de kracht weg. De enorme pijn op mijn borst verdween. Er daalde een enorm grote en mooie rust over mij.’

Bruce Greyson schrijft over NDE’s en emotionele en psychologisch stoornissen. Hij is een bekend NDE-onderzoeker in de Verenigde Staten. In 2018 gaf hij een interview over wat er gebeurt bij een NDE en wat het veroorzaakt.

Ik vroeg mij ook af of NDE’s geassocieerd kunnen worden met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) De kenmerkende symptomen van PTSS zijn, o.a. levendige dromen of flashbacks van het voorval en pogingen om herinneringen aan de traumatische gebeurtenis te vermijden of te blokkeren. Het leek een onontkoombaar gegeven dat de meeste mensen die op het punt stonden te sterven, vrij angstig zouden zijn, aangezien ze oog in oog stonden met het verlies van hun leven, het bijkomend leed en het verlies van controle. Het was logisch dat het naderen van de dood zou kunnen leiden tot PTSS, al dan niet vergezeld met een NDE.’

Jim van der Heijden schrijft over het spanningsveld dat een materialistische benadering van de NDE met zich meebrengt.)

Het primair zijn van bewustzijn, dat los van het stoffelijke brein bestaat, opent de weg naar het begrijpen van verschijnselen zoals de nabij-de-doodervaring (NDE). Pogingen om dit begrip via de materialistische route te bereiken, zijn op niets uitgelopen. Bovendien is het materialisme niet in staat gebleken zijn bewering hard te maken dat stoffelijke hersenen bewustzijn/geest produceren.’

Robert Swami Persaud over ‘wakker-worden’:

Er zijn weinig geschriften die het fenomeen nabij-de-doodervaring zo veelvuldig behandelen dan de Vedische geschriften uit het oude India. Geschriften waarin goden vermenselijkt en mensen vergoddelijkt worden. Wat opvalt, is dat de NDE zoals wij dat in het westen bespreken in de vedische cultuur anders benoemd wordt, er is dan juist een ‘wakker worden’ in plaats van een ‘dood gaan’. Je zou dan dus eerder kunnen spreken van een nabij-het-wakker-wordenervaring.’

Het geheim van Elysion | Nieuw Nederlands boek over NDE | Verschijnt 3 september 2020 | 432 pagina’s | Gebonden | Hardcover | € 32,50 | Omslag: Peter Slager
Auteurs: Eben Alexander, Phyllis Atwater, Peter Fenwick, Bruce Greyson, Janice Holden en Anita Moorjani en Jeffery Olsen, Walter van Laack, Charlotte Martial, Helena Cassol, Steven Laureys, Stan Michielsen, Paul Robbrecht, Raymond Saerens, Eric Bekker, Robert Jan de Beurs, Marianne Blankenstein, Jacques Caron, Bob Coppes, Ditta op den Dries, Hein van Dongen, Hans Gerding, Jim van der Heijden, Martin Karlas, Pim van Lommel, Tienke Klein, Gert Kunnen, Anke Merkx-Kokshoorn, Elly Moerman, Hans van de Muijzenberg, Catja de Rijk, Douwe Reekers, Titus Rivas, Wim Setz, Rudolf H. Smit, Rico Sneller, Robert Swami Persaud, Odette de Theije, Luc Thomaes, Ineke Visser, Pety de Vries – Ek, en Rinus van Warven.

Bronnen: Elysion.nu, Uitgeverij Van Warven, Facebook Rinus van Warven

Jean-Paul Sartre, wat blijft is de hoop

Jean.PaulSartre

De Franse filosoof Jean-Paul Sartre, volgens wie de mens ‘in de wereld is geworpen’ en veroordeeld om vrij te zijn, blijkt in zijn laatste jaren te zijn teruggekeerd naar het Messiaans-joodse denken en de kabbala, en zou zich volledig te hebben gedistantieerd van zowel zijn linkse opvattingen als van zijn meest intieme vrienden. In het boek Wat blijft is de hoop is hij hierover in gesprek met zijn orthodox-joodse secretaris Benny Lévy.

Lévy publiceerde de weerslag van hun gesprekken in Le Nouvel Observateur drie weken voor de dood van Sartre in april 1980. Aanvankelijk heerste ongeloof en werd Lévy misleiding verweten vanuit z’n eigen opvattingen, maar Sartre bevestigde de inhoud en teneur. De dialoog is uitgegeven onder de titel L’espoir maintenant, ou le mythe d’une rupture, in het Nederlands vertaald als Wat blijft is de hoop – de gesprekken van 1980.’ (Cultuurpers)

In deze dialoog tussen de filosoof en zijn orthodox-joodse secretaris, aldus uitgever Klement, lijkt Sartre zich gewonnen te geven voor een denken naar Messiaans-joodse snit.

Velen geloofden niet wat ze lazen en deden de tekst af als inhoudelijk niet-authentiek, gemanipuleerd of louter bedrog. Zij zagen interviewer Benny Lévy als de kwade genius die de woorden van een ziekelijke en ook mentaal afgetakelde Sartre had verdraaid ten voordele van zijn eigen doelstellingen.’

Volgens de uitgever sprak Sartre zelf, zo blijkt uit Wat blijft is de hoop, dit inderdaad tegen. Kort voor zijn dood bevestigde Sartre dat de gesprekken correct waren weergegeven, zodat menigeen bleef struikelen over de raadselachtige inhoud ervan.

Het boek Wat blijft is de hoop, is dit jaar weer actueel doordat het Onafhankelijk Toneel (OT Rotterdam) in het begin van dit jaar – in het kader van een aantal filosofievoorstellingen – de voorstelling Leven zonder Sartre bracht, op basis van Wat blijft is de hoop. Leven zonder Sartre is de derde filosofievoorstelling van regisseur en schrijfster Mirjam Koen. Zij zoomt hierbij telkens in op een cruciale gebeurtenis in het leven van een filosoof.


‘In Leven zonder Sartre staat Simone de Beauvoir centraal: schrijfster, filosofe, feministe en levensgezellin van Jean-Paul Sartre. Beiden stonden aan de wieg van het existentialisme en speelden een belangrijke rol in het linkse activisme van de jaren zestig.

De voorstelling speelt zich af na de dood van Sartre. Simone de Beauvoir gaat de confrontatie aan met Benny Lévy, de jonge secretaris van Sartre. Ze is woedend. Ze beticht hem van vergaande beïnvloeding van de oude, zieke Sartre. Vlak voor diens dood verscheen een publicatie van gesprekken tussen Lévy en Sartre, waaruit bleek dat de overtuigde atheïst Sartre op het eind van zijn leven sympathieën koesterde voor het joods-messianisme. De Beauvoir voelt zich verraden.

Leven zonder Sartre is een grillige voorstelling over verlies, botsende idealen en de moed om de confrontatie met de ander aan te gaan. Op een heldere, lichte en bij vlagen pijnlijke wijze worden de beweegredenen blootgelegd van twee mensen die leven in hun ideeën.’ (OT Rotterdam)

Jean-PaulSartre

Wat blijft is de hoop – de gesprekken van 1980 | Jean-Paul Sartre | Co-auteur B. Levy | Uitgever Klement | Vertaald door Frans de Haan, R. Welten | EAN 9789077070581 | Paperback € 13,95 | ‘Vertaald zijn hier de gesprekken die een zieke en blinde Sartre aan het einde van zijn leven had met zijn tot het jodendom bekeerde secretaris, Levy. De tekst is uiterst omstreden, omdat de indruk wordt gewekt dat Sartre zijn radicaal filosofische marxisme heeft ingeruild voor een afgezwakt en verbroederend joods messianisme. Is hier werkelijk weergegeven hoe Sartre dacht of is hem alles in de mond gelegd door Levy? De Beauvoir bijvoorbeeld denkt van wel. In de inleiding probeert de bezorger haar kritiek te bezweren door te wijzen op een duidelijke band tussen Sartres filosofie en de joodse denker Levinas. Voor Sartre is de Revolutie die hij nodig acht voor een betere samenleving geen sociaal gebeuren meer maar een transcendentaal doel, een broederschap zonder terreur en een hoop voor de toekomst. Levinas schetst in een toegevoegd essay zijn verwantschap met Sartre’. (Wim Fiévez, NBD Biblion)

Zie:
*
Leven zonder Sartre
* Cultuurpersbureau

N.B. Hopelijk worden in deze anderhalvemetersamenleving, nu de theaters weer open zijn, in de komende periode nog extra voorstellingen gegeven van Leven zonder Sartre.

De gevolgen van de leugen voor de menselijke vrijheid

Niet het verspreiden van onjuiste informatie op zichzelf is het grootste probleem, maar de malafide intenties waarmee dat gepaard gaat, zegt de Pools-Belgische filosoof Alicja Gescinska in haar essay Kinderen van Apate over leugens en waarachtigheid. Juist in deze tijden vindt De Maand van de Filosofie het belangrijk om waarheid te onderscheiden van leugens. Volgens iFilosofie geeft Gescinska de aanzet tot een herwaardering van waarachtigheid, waaraan onze samenleving en de politiek dringend behoefte hebben.

‘Maar we kunnen wel opstandige kinderen zijn’ betoogt filosoof Alicja Gescinska, ‘en revolteren tegen de verlokkingen van de leugen. Nooit was dat zo nodig als nu, in dit tijdperk van “post-truth”, alternatieve feiten en nepnieuws’

Revolteren tegen de verlokkingen van de leugen
‘Niet zozeer de onwaarheid van beweringen is het probleem, als wel hun leugenachtigheid’. iFilosofie publiceerde een deel van haar essay.

Toen Pandora haar beruchte doos opende en de godin Apate ontsnapte, kwamen de misleiding en het bedrog in de wereld, zo vertelt de Griekse mythe. En Apate is nog steeds onder ons: we zijn allemaal haar nazaten, stelt Gescinska in dit essay.
Maar we kunnen wel opstandige kinderen zijn betoogt ze, en revolteren tegen de verlokkingen van de leugen. Nooit was dat zo nodig als nu, in dit tijdperk van ‘post-truth’, alternatieve feiten en nepnieuws.’
(Uitgeverij Lemniscaat)

Waarachtig tegenover jezelf blijven
Tegenover een moreel corrupt regime is eerlijk zijn niet zelden zelf moreel verwerpelijk, stelt Gescinska. En om waarachtig tegenover jezelf te kunnen blijven, is het soms nodig om een onwaarachtige houding tegenover anderen aan te nemen.

‘Een belangrijk criterium om de kwaliteit van een samenleving of een regime aan af te meten is de mate waarin oprechtheid en authenticiteit – de innerlijke en de uiterlijke waarachtigheid – met elkaar harmoniseren dan wel botsen.
In een slechte samenleving en onder een slecht regime moet men een leugenachtig masker opzetten, wanneer men eerlijk tegenover zichzelf wil blijven.’
(Uit: Kinderen van Apate)


Lie Lie Land, Trump en de Britse premier Theresa May spelen
een scène uit de film
La La Land

Participeren in de leugen
Gescinska verwijst naar Poolse filmmaker Krzysztof Zanussi die haar vertelde over de eerste jaren van communistisch Polen waar hij, net als de andere kinderen uit zijn klas, opgevoed werd met een dubbele moraal: er waren dingen die in de klas gezegd moesten worden en voor waar gepresenteerd moesten worden, ook al wist men heel goed dat zij onwaar waren.

‘En er waren waarheden die voorbehouden bleven voor de huiselijke sfeer. Wat Zanussi’s ouders hem vertelden – en dat was toen heel gebruikelijk – was dit: leer je op school iets over biologie of fysica, dan mag je je leerkrachten vertrouwen. Leer je iets over geschiedenis, economie of politiek – kom dan bij ons maar eens navragen hoe het werkelijk zit. Het zorgde voor absurde taferelen waarbij kinderen op school boodschappen over geschiedenis en communisme declameerden waarvan ze thuis hadden vernomen dat ze onzinnig waren.
Maar ze moesten meedoen met het spel, anders zouden sancties volgen. Participeren in de leugen was, met andere woorden, noodzakelijk voor het behoud van de kwaliteit van het leven, en soms voor het levensbehoud zelf.’
(Uit: Kinderen van Apate)

Gevolgen voor de menselijke vrijheid
Men kan zich veel situaties voorstellen waarbij het verkondigen van een leugen geen morele verwerping verdient, meent Gescinska.

‘Toch is de teneur in verschillende ethische overtuigingen en theorieën dat liegen een kwalijk karakter heeft en leugenachtigheid van een kwalijk karakter getuigt. En dat heeft veel, zo niet alles, te maken met de gevolgen van de leugen voor de menselijke vrijheid.’
(Uit: Kinderen van Apate)

Tegenstrijdige visies op vrijheid
Willen we de morele problematiek van liegen begrijpen en het morele en maatschappelijke belang van waarachtigheid ten volle vatten, zegt Gescinska, dan is het van het grootste belang om de relatie tussen leugen en verdrukking, tussen waarachtigheid en vrijheid onder de loep te nemen. Daartoe is niet enkel een beter begrip van liegen noodzakelijk.

‘Door de eeuwen heen hebben filosofen talloze, vaak tegenstrijdige visies op vrijheid ontwikkeld. Voor de gelovige geldt vaak dat ware vrijheid in een godsvruchtig leven ligt. Voor de atheïst geldt veeleer het tegendeel. De gelovige vindt zijn vrijheid in religie. Maar voor een atheïst, zoals Ludwig Feuerbach, moeten we vrij zijn van religie om vrij te kunnen zijn als mens.
Voor de communist is het kapitalisme een onderdrukkend regime. Wie onder het communisme geleefd heeft, weet wat een onderdrukkend regime werkelijk is. Hoe moeten we vrijheid begrijpen, wanneer er zoveel verschillende betekenissen aan worden gegeven, maar ook een goed begrip van vrijheid.’
(Uit: Kinderen van Apate)


Kinderen van Apate | Alicja Gescinska | ISBN: 9789047712442 | Prijs: € 4,95 | Essay van de Maand van de Filosofie | juni 2020

Zie: Voorpublicatie, over leugens en waarachtigheid (iFilosofie)

Beeld: ‘De Mond der Waarheid’ is een marmeren schijf, te vinden in Rome, uit de oudheid met een reliëf snijwerk dat een gezicht voorstelt. Volgens een legende sluit de mond zich als een leugenaar zijn hand er in steekt. De massieve marmeren schijf weegt zo’n 1300 kilogram en beeldt waarschijnlijk het gezicht uit van de zeegod Oceanus. De ogen, neusvleugels en mond zijn open. (Gianni Crestani – Pixabay)

Beeld Lie Lie Land: Brainwash – Een afbeelding van Trump en de Britse premier Theresa May, die een scène uit de film La La Land uitbeelden. (Brainwash: ‘Tachtig procent van wat Trump zegt, is onwaar of zelfs een aperte leugen’.)
Update augustus 2025: Lay-out