De Nieuwe Atheïst draagt een boerka


‘Atheïst Richard Dawkins vindt de spleet waardoor een in boerka geklede moslima de wereld ziet, symbolisch voor de beperkte blik van gelovigen. Maar zelf bekijken hij en zijn collega’s alles eenzijdig door een natuurwetenschappelijke bril. Dit is de reden waarom zij zoveel lijken op de (fundamentalistische) gelovigen die ze bestrijden.’ – Jean Jacques Suurmond in Trouw.

In het ‘nieuwe atheïsme’ is de laboratoriumjas een moderne boerka geworden.

Met collega’s doelt columnist Suurmond op Sam Harris, Daniel Dennett en de onlangs overleden Christopher Hitchens. Suurmond vindt dat Dennett met bijna religieuze passie gelooft dat de natuurwetenschappelijke methode de enige weg naar kennis is en vindt dat een erg beperkte kijk op de werkelijkheid. Daarbij hoort Suurmond ook weinig rationele argumenten, eerder ziet hij rotte tomaten vliegen.

Fundamentalistische gelovigen verdiepen zich niet echt in de ander. Hetzelfde geldt voor de nieuwe atheïsten. Voor beide is onwetendheid kennelijk een voorwaarde om te kunnen bestaan. Toen Dawkins werd verweten dat hij niet genoeg van religie afweet, antwoordde hij dat je geen kabouterkunde hoeft te studeren om te weten dat kabouters niet bestaan. Tot zover de onderzoekende wetenschappelijke geest.

Volgens Suurmond hebben atheïsten ook zendingsdrang. Volgens een tweet van wetenschapper Cees Dekker heeft The Richard Dawkins Foundation zelfs een webwinkel met prullaria, die hij erg analoog vindt aan de evangelische prullen.

Je kunt daar inderdaad een Evolutie Speelmat vinden voor kinderen, posters met de evolutie tijdlijn, baseballpetjes met RDF (het logo van Dawkins’ Foundation), rompers (om je baby atheïstisch mee in te pakken) en T-shirts met teksten als ‘It took 13.7 billion years to make something this perfect’.

Maar ook koffiemokken en natuurlijk een The God Delusion T-shirt met een beruchte / beroemde (streep door wat je niet van toepassing vindt) quote uit het boek met dezelfde titel:

The God of the Old Testament is arguably the most unpleasant character in all fiction: jealous and proud of it; a petty, unjust, unforgiving control-freak; a vindictive, bloodthirsty ethnic cleanser; a misogynistic, homophobic, racist, infanticidal, genocidal, filicidal, pestilential, megalomaniacal, sadomasochistic, capriciously malevolent bully.

Volgens Suurmond serveren fundamentalisten oude religieuze kost met een modern sausje en brengt het ‘nieuwe atheïsme’ ondanks de naam niets nieuws. Hun publicaties zijn een opgewarmde mix van achttiende-eeuws filosofisch empiricisme, negentiende-eeuwse evolutionaire biologie en twintigste-eeuws wetenschappelijk positivisme.

Zie: Nieuw atheïsme (Trouw)

Dr. Jean-Jacques Suurmond is als theoloog geboeid door de grens waar God en mens elkaar raken. In zijn lezingen, columns en gastdocentschappen in dagblad Trouw probeert hij nieuwe impulsen te geven aan het denken over religie en geloof. Laatst verscheen bij uitgeverij Meinema de derde bundel met columns en lezingen: Een gevaarlijk geluk. (Foto: Facebook)
Als supervisor verkent hij de grens tussen de supervisant en zijn of haar werk. Belangrijk zijn hier thema’s als gewaarzijn, inspiratie en omgaan met verschillen. Als predikant zoekt hij in het pastoraat, de prediking, toerusting en liturgie, de grens op tussen de mens en God. Dit kan individuele geestelijke begeleiding inhouden.

De levensbeschouwelijke exclusiviteit van het secularisme

UITGELICHT (2012)(!) – Ook tegenwoordig is godsdienstvrijheid wereldwijd vooral van belang voor atheïsten. De grondwettelijke vrijheid van godsdienst en levensovertuiging beschermt evengoed seculiere vormen van levensovertuiging als godsdienstige. Dat is al zo vanaf het begin: vanaf 1848 bood het grondrecht burgers de ruimte voor eigen keuzen.’

Niet alleen katholieken en joden, maar ook vrijdenkers en atheïsten betrokken hun eigen maatschappelijke positie.

Johan Snel, docent aan de Academie Journalistiek & Communicatie en lid van de kenniskring van het Lectoraat Religie in Media en Publieke Ruimte van deze academie, zegt dit in het artikel Contra Cliteur op de site Geloof en Wetenschap.

Hij gaat vooral in op de zienswijze van rechtsfilosoof Paul Cliteur die het begrip ‘seculier’ een eigen betekenis toekent, een uitgesproken levensbeschouwelijke zelfs: zijn secularisme kent een exclusief levensbeschouwelijk fundament toe aan staat en samenleving en religie dient daaruit verbannen te worden naar de privésfeer.

Snel is van mening dat de ‘seculiere staat’ nooit iets anders is geweest dan een equivalent voor de liberale rechtsstaat, zoals de ‘seculiere’ samenleving staat voor de open samenleving. Dat wil zeggen, een samenleving met min of meer gelijke rechten voor verschillende levensbeschouwelijke stromingen, van welke religieuze of areligieuze aard ook.

De paradox is dus, dat het pleidooi voor secularisme bij Cliteur omslaat in levensbeschouwelijke exclusiviteit. Je kunt dat natuurlijk als een onvermijdelijkheid beschouwen. Zoals bijvoorbeeld Nicholas Wolterstorff heeft betoogd, bestaat er niet zoiets als levensbeschouwelijke neutraliteit. Secularisme zal, zeker in de uitgesproken ideologische vorm waarvoor Cliteur opteert, zelf ook al gauw religieuze trekken vertonen.

Johan Snel – linkedin

Snel vindt het realistischer en ook wenselijker om aan te sluiten bij de inzet van Jürgen Habermas, want het hele frame van ‘seculier’ versus ‘religieus’ is onbruikbaar en onhoudbaar. Volgens Habermas spelen religieuze overtuigingen in de publieke ruimte evengoed een rol als seculiere. Bij Cliteur kan volgens Snel een scheutje Habermas  in elk geval geen kwaad.

Zie: Contra Cliteur (Johan Snel)

Cartoon: verlichting-godsdienst.jouwweb.nl

Foto Paul Cliteur: Geloof en wetenschap

Johan Snel is de schrijver van

Recht van spreken

Het geloof in de vrijheid van meningsuiting

Zoetermeer 2010 | 112 p | €11,90 | isbn 9789023925606

‘Een prikkelende analyse van het debat over vrijheid van meningsuiting’ (Uitgeverij Meinema)

We zijn aan de mensen overgeleverd


De humanisten zeggen dat wij voor elkaar moeten zorgen en dat de ‘goden’ ons bij deze taak alleen maar voor de voeten lopen. Maar is het werkelijk een geruststelling als we weten dat we niet aan de goden, maar aan de mens overgeleverd zijn? Voor mij niet althans. – Dat zegt de Lachende Theoloog in zijn ‘Theodicee 2’

‘Wie wil horen hoe de atheïst de wereld ten goede zal veranderen wordt hooguit vergast op rechtschapen bedoelingen (wetenschap en technologische vooruitgang spelen er een vooraanstaande rol in.)’

Volgens Jan Riemersma, alias de Lachende Theoloog, zijn de humanisten en de atheïsten al te ideologisch. ‘Ze hebben in dit opzicht meer fantasie dan de gelovige en ook zijn ze naïever. Als het aan de mens ligt, geloof me, dan zal het paradijs er niet komen.’

We kunnen daarom beter wensen – ceteris paribus (dit betekent zoiets van onder overigens gelijke omstandigheden, pd) – dat er wél een God bestaat. Een dergelijke bovennatuurlijke persoon betekent voor ons, gegeven onze toestand hier op aarde, tenminste een schijn van hoop. 

Riemersma zegt een en ander in een artikelenreeks ‘Theodicee’ waarin hij dit begrip ook uitlegt. Een theodicee is een theorie of hypothese die probeert te verklaren hoe het bestaan van een rechtvaardige God te rijmen is met het lijden van mens en dier. Een theodicee is nodig als antwoord op het probleem van het kwaad.

Door het kwaad in de wereld komen wij op het idee dat God bestaat en zijn we zelfs in staat om een redelijk nauwkeurige definitie van God te geven (pace de ‘semantische’ atheïst). We zijn echter niet in staat om te bestuderen hoe God handelt en welk verband er is tussen de inrichting van de werkelijkheid en God.

In het eerste deel ‘Theodicee’ geeft Riemersma een antwoord op de vraag hoe het bestaan van een rechtvaardige God kan worden gerijmd met het ‘kwaad’ in de wereld. In ‘Theodicee 2’ zegt hij dat het kwaad in de werkelijkheid wel de minste reden is om ons geloof in God op te geven. Integendeel, het kwaad in de werkelijkheid is juist de krachtigste reden om te wensen dat God bestaat!

Ons verstand is beperkt. Wij ordenen de werkelijkheid logisch en dit beneemt ons het zicht op de peilloze en onmetelijke omvang van de werkelijkheid. (Deze thema’s komen al bij Hume en Pascal aan de orde.) Er is voor ons daarom geen reden om ons geloof op te geven.

Zie: Theodicee

en: Theodicee 2

Illustr: From New Humanist’s God Trumps  (godknowswhat.wordpress.com)