Ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof en twijfel

Boekrecensie Het raadsel van God. In zijn tienertijd is Alister McGrath wars van irrationaliteit. Hij kan niet tegen onzekerheid en ‘verschuilt zich in een stalen kooi van zekerheden’. Wetenschap is voor hem al op jonge leeftijd heilig. Hij roemt de logica en objectiviteit ervan, en het onthult alles. Zo komt hij erachter waar het universum en hijzelf uit bestaan. Echter, iets blijft knagen aan hem: de diepere vragen over doel en zin. Wat zeggen wetenschappelijke theorieën over de betekenis van de kosmos?

1 + 1 + 1 = 1
G
odsdienst is voor McGrath onbegrijpelijk en onnodig. God is als een extra maan die om Saturnus draait: vaag-interessant, maar zonder enige betekenis voor de aarde. Hij wil niet dat er een God is, maar zelf de regie over zijn leven houden. Als hij in aanraking komt met het Marxisme vindt hij dat een instrument om de wereld te zien en te begrijpen. Als ‘weldenkend mens’ komt hij zo tot het atheïsme, voor hem het enig juiste wereldbeeld. Een helder beeld van zijn denken geeft hij in het hoofdstuk over het dogma van de drie-eenheid. Hierin wijst hij als rusteloze intellectuele tiener de drie-eenheid als irrationeel af en stelt dit op één lijn met de wiskundige quatsch 1 + 1 + 1 = 1.   

Wetenschapsgeschiedenis en -filosofie
D
oor in aanraking te komen met wetenschapsgeschiedenis en -filosofie komt hij er achter dat veel wetenschappelijke theorieën steeds weerlegd worden. Hoe betrouwbaar is de menselijke rede? Ook het Marxisme blijkt niet veel meer dan een hypothese. Om het te kunnen blijven omarmen, moet je andere visies op de wereld onderdrukken. Hij vraagt zich af of zijn atheïsme ook een geloof is.

Betekenis en zingeving
M
cGrath blijft zoeken naar een alternatief ‘totaalbeeld’ van de wereld dat hem zal helpen de ‘basale samenhang van dingen te begrijpen en weer te geven’. Hij zoekt voorbij de natuurwetenschappen en menselijke logica. Maar ook zijn aangeboren aversie tegen onzekerheid wil hij uitdiepen. Intussen groeit het besef dat wetenschap aanvulling nodig heeft ‘om toegevoegde waarde te hebben voor de diepste menselijke levensvragen over betekenis en zingeving’. McGrath gaat op jacht naar een ‘achterliggend groots perspectief van de werkelijkheid’.

C.S. Lewis
Alister McGrath verslindt, vanuit zijn voortdurend getwijfel, het ene boek na het andere over wetenschap en geloof, voortdurend op zoek naar het grotere geheel. Vooral wordt hij geboeid door de Britse christelijke apologeet C.S. Lewis die hem structuur biedt in zijn liefde voor wetenschap en geloof. Het leidt er toe dat hij theologie gaat studeren. Uiteindelijk geeft hij zijn liefde voor wetenschap en geloof vorm als docent op zowel het gebied van natuurwetenschappen als van religie.

Het raadsel van God
Het raadsel van God is een indrukwekkend en meeslepend verhaal over de intellectuele en spirituele ontwikkeling van een jonge man die de beperkingen ontdekt van de wetenschap, maar ook die van het Marxisme. McGrath onderzoekt alles, laat zich niets wijsmaken, zoekt steeds achter de dingen en blijft zoeken naar doel en zin. Hij stelt zichzelf voortdurend vragen, ook over zijn resolute verwerping van het christelijke geloof, waar hij een karikatuur van had gemaakt.

Het raadsel van wetenschap en religie
W
ie verwacht dat Het raadsel van God het raadsel van God oplost, komt bedrogen uit. Dit boek gaat niet over wie of wat God is, maar vooral over het zoeken naar houvast, een manier om de werkelijkheid te begrijpen. Kan dat door wetenschap of religie? Of beide? McGrath vindt het in het christendom. ‘Geloof brengt in kaart wat de wereld betekent’. Samen met de wetenschap die in kaart brengt hoe de wereld werkt, verschaft geloof voor McGrath een vollediger begrip van de wereld die ze uitbeelden.

Het raadsel van God – Mijn ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof en twijfel  | Alister McGrath | ISBN: 9789043536035 | 240 pagina’s | Uitgever: Kokboekencentrum Non-fictie | Publicatiedatum: 12-05-2021 | € 24,99

Beeld: Houtsnijwerk van Camille Flammarion – L’Atmosphère: Météorologie Populaire (Parijs, 1888) (Wikimedia Commons)
(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

Spiritueel humanisme dat zich verweven weet met de planeet 

Totaalfilosoof William E. Connolly heeft een eigen metafysica en ethiek. Zijn werk wordt gevoed door een krachtig spiritueel engagement, waarmee hij bondgenootschappen probeert te stichten tussen mensen van goede wil, of ze nu religieus zijn of atheïst. Ze hoeven het niet eens te zijn op het gebied van de geloofsleer; belangrijker is dat ze gedreven worden door dezelfde, diepe gehechtheid aan het leven, nodig om een toekomst vol ‘tragische mogelijkheden’ een mensvriendelijk gezicht te helpen geven. 

Geloof in het leven rust in een diep gevoel van dankbaarheid voor het feit dat je er bent en bewust en creatief deel mag nemen aan het open wordingsproces van deze wereld.’
(Frits de Lange)

Connolly gelooft hartstochtelijk in de toekomst van het leven en is er eerlijk over: dat is een gelóóf. Hij vindt ervoor brede steun bij aanhangers van grote wereldgodsdiensten en inheemse culturen, bij humanisten en christenen. Geloof in het leven rust in een diep gevoel van dankbaarheid voor het feit dat je er bent en bewust en creatief deel mag nemen aan het open wordingsproces van deze wereld.’
(Frits de Lange)

Theoloog Frits de Lange is gelukkig met het feit dat Hans Alma en Caroline Suransky een bundel over de visionaire denker Connolly schreven, waarin vanuit verschillende vakgebieden de relevantie van zijn – nog steeds onvertaalde – oeuvre wordt getoond.

In een uitvoerige in- en uitleiding presenteren de redacteuren de kern van Connolly’s filosofie. Ze laten overtuigend zien hoe zijn spiritueel humanisme dat zich verweven weet met de planeet inspireert tot een verbindende politieke beweging.’
(Frits de Lange)

In dit boek onderzoeken de auteurs hoe mensen die verwevenheid creatief kunnen inzetten om te komen tot goed (samen)leven op planetair niveau.

Het moderne paradigma van de autonome mens die de wereld naar zijn hand kan zetten, maakt daarbij plaats voor een paradigma van partnerschap in de context van complexe ecosystemen. Hoe kunnen wij zinvol en rechtvaardig participeren in een dynamische wereld waarin grote verschuivingen plaatsvinden waarover de mens maar zeer ten dele controle heeft?’ 
(Uit: VERWEVENHEID, Essays over een verbindend humanisme)

Volgens De Lange komt Connolly tot een nieuwe kosmologie, waarvan de omtrekken er ongeveer zo uit zien: het universum kun je zien als een veelheid van krachtenvelden die zichzelf met verschillende snelheden organiseren.

Klimaatpatronen, warme golfstromen, de evolutie van soorten, tektonische aardplaten, tornado’s zijn zulke krachtenvelden. Maar ook het neoliberale kapitalisme is er een. Omdat ze elk hun eigen zelf-organiserend vermogen hebben en hun eigen tijdsschaal hanteren kunnen ze elkaar behoorlijk dwars zitten.
We merken het aan tsunami’s, bosbranden, aardbevingen en overstromingen: er bestaat geen centrale regie die zorgt dat krachtenvelden niet botsen. Asteroïden, gletsjers, rivieren, mensen en eendagsvliegjes: ze hebben elk hun eigen snelheid waarin ze hun weg zoeken, opgaan, blinken en verzinken.’
(Frits de Lange)

De vraag is hoe wij zinvol en rechtvaardig kunnen participeren in een dynamische wereld. Een wereld waarin grote verschuivingen plaatsvinden waarover de mens maar zeer ten dele controle heeft.

Verbindend humanisme gaat er van uit dat mensen hun kwaliteiten zinvol kunnen inbrengen wanneer zij hun superioriteitsaanspraken opgeven en ruimte maken voor de ander in diens unieke waarde (of het daarbij nu om een mens, dier, plant of ding gaat). Creativiteit en verbeelding spelen daarbij een centrale rol.’
(Uit: VERWEVENHEID, Essays over een verbindend humanisme)

Zie: William E. Connolly – politiek filosoof van het Antropoceen (Frits de Lange)

VERWEVENHEID, Essays over een verbindend humanisme | Hoogleraar geestelijke zorg en religieus-humanistische zingeving aan de Vrije Universiteit Amsterdam Hans Alma, en universitair hoofddocent en opleidingscoördinator van de Graduate School aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht Caroline Suransky.

Beeld: ecoone.org
Update 10 12 2024: Lay-out, links

‘Ons bewustzijn bevindt zich in de wereld om ons heen’

Neurowetenschappers kunnen helemaal geen bewustzijn in het hoofd aanwijzen, zegt schrijver en hoogleraar literatuur Tim Parks in Out of My Head: On the Trail of Consciousness. VN noemt dat een persoonlijk, boeiend en helder boek. De titel van dit blog komt van hoogleraar robotologie, filosoof en psycholoog Riccardo Manzotti, naar wie Parks verwijst.

Manzotti zet zich in The Spread Mind af tegen het zogeheten internalisme van de meeste filosofen en neurowetenschappers. Zij vatten bewustzijn op als iets dat in het brein zetelt. Volgens Manzotti zit het bewustzijn niet in het brein, maar in de wereld om ons heen. De hersenen faciliteren ervaring, maar slaan niets op.

In The Spread Mind betoogt Riccardo Manzotti overtuigend dat ons lichaam geen subjectieve ervaring bevat. Toch is bewustzijn echt en, net als elk ander echt fenomeen, fysiek. Waar is het dan? De radicale hypothese van Manzotti is dat bewustzijn één en hetzelfde is als de fysieke wereld om ons heen.

Op basis van Einsteins relativiteitstheorieën, bewijsmateriaal over dromen en hallucinaties, en de geometrie van licht in waarneming, en aan de hand van levendige, praktijkvoorbeelden om zijn ideeën te illustreren, betoogt Manzotti dat bewustzijn geen ‘film in het hoofd’ is. Ervaring zit niet in ons hoofd: het is de werkelijke wereld waarin we ons bewegen.’
(Uit: The Spread Mind)

Volgens de G10 van de economie & filosofie zochten mensen als Richard Dawkins en ook Dick Swaab lange tijd in de hersens naar de plaatsen waarmee we gedachten of beelden konden vasthouden. ‘Nonsens volgens de nieuwe aanpak: die zijn er niet.’
The spread mind is een theorie die voortkomt uit observatie waartoe ons bewustzijn in staat is. Onze mind is onze trouwste metgezel maar zowel de filosofie als de wetenschap hebben grote moeite met dit ongrijpbare fenomeen. Niemand zag ooit een ‘mind’, of een ziel, zoals die vroeger heette.

The Spread mind, het sensationele boek Van Manzotti en Out of my head – On the trail of consiousness van Tim Parks  laten zien dat ‘connectie’ met de wereld’ geen leeg politiek of soft begrip is maar fundamenteel in ons bestaan om überhaupt iets waar te kunnen nemen. 

Net als Schopenhauer en Nietzsche de filosofie wisten te keren door naar de oorsprong van waardes te vragen, doen Manzotti en Tim Parks dit met de neuroscience met allerlei sociale en politieke implicaties die daar het gevolg van zijn. Hun onderzoek wat ons brein werkelijk is en hoe het functioneert  gebruikt eerder de metafoor van een brug dan een opslagplaats van beelden en emoties.’
(Persbericht G10)

Parks vertelt in VN dat Manzotti je diepgaand laat nadenken over onze ideeën over de aard van ons leven en wie we zijn als mens. Het kostte hem weinig moeite zich te realiseren dat de gangbare verklaringen van de werkelijkheid helemaal niet kloppen.

Juist als schrijver besef ik goed dat veel verhalen die we hanteren gebaseerd zijn op allerlei onjuiste aannames. We zijn vaak meer vertrouwd met verhalen dan met het leven zelf. Dat is een risico als we de wereld willen zien zoals die is.’
(VN)

Zie: Ons brein is helemaal niet zo interessant als we denken, zegt schrijver Tim Parks (VN)

Zie ook: De geest buiten mijn hoofd – door Tim Parks (Koorddanser)

*** Talk: On the trail of conciousness | Zuiderkerk | Amsterdam | Zaterdag 25 september 2021 | 17:45-18:45 uur | Tim Parks (in-person appearance) ***

Out of My Head: On the Trail of Consciousness | Tim Parks | 311 pages | New York Review Books | Paper, $18.95

Beeld: Kalhh (Pixabay)

Een rusteloze vrijdenker ontdekt een nieuwe wereld

Hoe Alister McGrath als rusteloze, vrijdenkende anarchist met de wetenschap als grote liefde, een onmodieuze maar heel vervullende, rationele en veerkrachtige visie op de wereld ontwikkelde, vertelt hij in zijn nieuwste boek Het raadsel van God. In zijn memoir schrijft een van ’s werelds toonaangevende autoriteiten op het gebied van wetenschap en religie over zijn onvermoede bekering door zijn verkenning van die onbekende, nieuwe wereld.  Oude vragen zet hij in een nieuw licht en beschrijft zijn leven op een eiland dat geloof heet. ‘Ik heb moeten leren leven met een wereld waarin we onze diepste overtuigingen niet kunnen bewijzen.’

Of we nu atheïst zijn of gelovig, vertelt hoogleraar historische theologie McGrath, we zullen allemaal moeten leren leven met onzekerheid over de opvattingen die voor ons cruciaal zijn, zoals het bestaan van God, de aard van het goede of de zin van het leven.

Ik heb moeten leren leven met een wereld waarin we onze diepste overtuigingen niet kunnen bewijzen. De schaduwen van donkerheid zijn levensgroot aanwezig in deze vertelling. En dat kan niet anders, juist omdat ze onderzoekt hoe we te midden van onzekerheid en twijfel authentiek en betekenisvol kunnen leven. Ik heb ontdekt dat het kan.’
(Uit: Het raadsel van God, Voorwoord)

Alister McGrath (foto: University of Oxford) vertelt dat hij als tienjarige gebiologeerd werd door de ademloze pracht en uitgestrektheid van de sterrenhemel in vrieskoude Ierse winternachten. Hij bouwde toen een mini-telescoop om die schoonheid gedetailleerder te kunnen bekijken.

Toen hij klaar was, richtte ik hem op de hemel en tuurde door het kijkglaasje. Het leek alsof de tijd stilstond toen ik ineens de sterrenconcentraties van de Melkweg in beeld had. Het overweldigde me. Ik had op zijn minst een aantal seconden het gevoel dat ik balanceerde op de rand van iets; alsof ik op het strand stond en een glimp van verre verten opving. Dit was het moment waarop ik zeker wist dat ik de wetenschap in wilde. Ik wilde me verdiepen in en kennis opdoen over de enormiteit van de wereld.’
(Uit: Het raadsel van God, hoofdstuk 1, Een nieuwsgierige geest)

McGrath constateerde ook dat zijn groeiende technische en feitelijke kennis van astronomie schromelijk achterbleef bij het gevoel van verwondering en ontzag dat hij ervoer tijdens het observeren van de plechtige onbeweeglijkheid van de verlichte hemelkoepel boven zich.

Dat noemde ik eens tegen een van mijn docenten op school. ‘Daarom hebben we poëzie nodig’, zei hij, en voegde eraan toe dat de wetenschap niet best presteerde in het omgaan met gevoelens of schoonheid. Hij stelde niet dat wetenschap verkeerd was; hij maakte me attent op de mogelijkheid dat ze incompleet was, niet in staat te resoneren met iets was belangrijk, diepgaand en veelbetekenend was in de menselijke natuur.’
(Uit: Het raadsel van God, hoofdstuk 1, Een nieuwsgierige geest)

Het raadsel van God gaat over het verlies van McGrath’s intellectuele onschuld tijdens de confrontatie met een wereld die halsstarrig weigerde zich te conformeren aan zijn denkbeelden over hoe hij zou moeten zijn.

Dit beknopte werk is in essentie een uitzoektocht van ideeën. Ik doe verslag van intellectuele ontdekkingsreizen waarin ik reflecteer op mijn groeiende bewustwording hoe complex de werkelijkheid is, hoe beperkt mijn en ons begrip daarvan is en wat de consequenties waren voor mijn tot mislukking gedoemde jeugdige verlangen naar een simpele kijk op een gecompliceerde wereld.’
(Uit: Het raadsel van God, Voorwoord)

Het raadsel van GodMijn ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof & twijfel | Alister McGrath | Paperback | 9789043536035 | Druk: 1 | mei 2021 | 240 pagina’s | € 24,99 | Kokboekencentrum Uitgevers | Prof. Alister McGrath is toonaangevend in de christelijke wereld. Hij is rector van Wycliffe Hall en als hoogleraar historische theologie verbonden aan de Universiteit van Oxford. Hij publiceert met vaste regelmaat talloze invloedrijke boeken op zowel populair- als wetenschappelijk-theologisch gebied, die een breed publiek bereiken.

Zien: Het raadsel van God (Alister McGrath op YouTube)
Beeld: knack.be

De filosofische verrijzenis van God

Keert God terug doorheen de moderniteit? ‘Meer nog, God keert terug doorheen zijn eigen dood. Een filosofische verrijzenis, zeg maar. God is dood, leve God!’ – Is God verdwenen uit de filosofie? vraagt filosoof Ger Groot zich af op de achterflap van het boek Religieus atheïsme – (Post)moderne filosofen over God en godsdienst (april 2021) van filosoof Erik Meganck. Volgens Groot laat Meganck in dit boek allerminst zien dat God is verdwenen. ‘Aan het eind van alle metafysicakritiek keert onherroepelijk de naam van God weer terug’.

Religieus atheïsme
begint met in de Inleiding de uitroep God is terug!, compleet met een geest-driftig uitroepteken. Maar niet helemaal zoals vroeger, gelukkig maar, zegt Meganck er snel bij.

Hoezo? Wel, God komt toch niet terug van weggeweest, zoals wij terugkeren van vakantie of uit gevangenschap. God die terugkeert, is niet een god uit de antieke wereld of de premoderne God van de middeleeuwen. Als God terugkeert, betekent dat niet dat de geschiedenis wordt teruggedraaid. Dat zou een zeker verraad inhouden, want God moet toch ook doorheen de geschiedenis en wel in de goede richting. God keert dus terug doorheen de moderniteit. Meer nog, God keert terug doorheen zijn eigen dood. Een filosofische verrijzenis, zeg maar. God is dood, leve God!’
(Uit: Religieus atheïsme)

De dood van God markeert onze tijd diepgaand, zo stelt Meganck, de toenadering tussen filosofie en theologie tekent de actualiteit.

Die toenadering is dan ook in zekere zin de terugkeer – en omgekeerd. God keert terug in de toenadering, in de filosofie en de theologie die vriendschap sluiten met elkaar. De toenadering registreert de terugkeer waar het postmoderne denken elke harde rationele weerstand tegen God achter zich laat.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Met ‘religieus’ bedoelt de Belgische professor Christendom en Wijsgerige theologie niet ‘confessioneel’ (inclusief de vrijzinnigheid), maar wel: het ontvankelijke denken dat zich herijkt weet door hoop, vertrouwen en openheid – en hij vindt van die drie dat laatste het belangrijkst.    

In elk geval, één van de moderne ambities was wel de afrekening met de God van het geloof, pogingen die nogal slordig werden samengebracht onder de vage noemer ‘secularisatie’. God werd als begrip ingevoegd in kosmologische en ethische theorie. Deze invoeging werd uiteindelijk zijn dood. Het meest verwonderlijke hieraan – ineens ook de premisse van dit boek – is dat die dood de naam ‘God’ niet heeft uitgegomd. De actualiteit getuigt andermaal dat God niet wordt geëlimineerd, wat nochtans een effect of soms zelfs een intentie van de moderniteit, toch zeker van de Verlichting was.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Als God maar blijft terugkeren, zegt Meganck, moeten we dit wel ernstig nemen en dan mag iets nobels als de wijsbegeerte daar niet laf omheen fietsen, zoals ze eigenlijk een lange, moderne tijd heeft gedaan.

Dan moet zij dringend contact opnemen met die theologie die dat ook ernstig neemt. De academische filosofie had zich de gewoonte aangemeten om God resoluut weg te zetten bij de theologen en wrijvingloos aan te haken bij mens- én natuurwetenschappen. Het kwam zelfs zover dat vandaag sommige theologische faculteiten alleen nog door een gelijkaardig maneuver kunnen overleven. God is dus voorlopig nog gered, zij het dan dat hij eerst moest vervellen tot marginaal research topic.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Filosofie en theologie reiken verder dan de wetenschappen, vindt de filosoof, want die laatste rekent met feiten; filosofie en theologie laten zich in met wat gebeurt achter die feiten. In zijn boek voert hij twaalf filosofische apostelen op, die ‘met hun filosofie een traditionele manier van denken aan het wankelen zetten, wat als bevrijdend wordt ervaren door al wie de diepere vragen niet uit de weg gaat en geen genoegen (meer) neemt met de traditionele Grote Verhalen en Sterke Systemen’. De namen van de twaalf filosofische apostelen die Meganck bespreekt, zijn Ludwig Feuerbach, Karl Marx, Søren Kierkegaard, Friedrich Nietzsche, Sigmund Freud, Bertrand Russell, Ludwig Wittgenstein, Martin Heidegger, Jean-Paul Sartre, Emmanuel Levinas, Jean-François Lyotard en Jacques Derrida.

Wel, dan kan het zeker geen kwaad dat zogeheten atheïsme eens grondig, in de diepte te onderzoeken. Wie weet, blijkt een filosofisch atheïsme dan niet eens atheïstisch in de oppervlakkige, feitelijke zin – spoiler alert: inderdaad. Want dit boek wil niet ontkennen dat de moderniteit atheïstisch denkt, het betoogt wel dat de ‘platte’ bepaling ervan haar geweld aandoet. Juist daar waar het denken dat platte atheïsme loslaat of ontwijkt, wordt het voor het opzet van dit boek interessant.’
(Uit: Religieus atheïsme)

Bron: Religieus atheïsme: Inleiding en Spiegel

Religieus atheïsme – (Post)moderne filosofen over God en godsdienst
| Erik Meganck | Uitgeverij: DAMON | ISBN: 9789463402941 | 15-04-2021 | 256 pagina’s | Paperback | € 24,90

Beeld: mauriciocorreoblog.wordpress.com

‘Intelligentie speelde rol bij ontstaan leven’

Ontdekkingen in de moleculaire biologie onthullen de aanwezigheid van digitale code aan de basis van het leven en suggereren het werk van een meesterprogrammeur. – Dit stelt wetenschapsfilosoof Stephen C. Meyer, van het Centrum voor Wetenschap en Cultuur van het Discovery Institute in Seattle, in het artikel Three Major Scientific Discoveries In The Past Century That Point To God, in The Federalist, van 2 april 2021. ‘Het idee dat God het universum heeft geschapen is tegenwoordig een respectabele hypothese, meer dan ooit in de afgelopen eeuw.

Voormalig geofysicus Meyer zag eerder af van pogingen om vragen te beantwoorden over ‘wie’ het leven zou hebben ontworpen. In zijn in maart 2021 verschenen boek Return of the God Hypothesis geeft hij nu antwoord op misschien wel het ultieme mysterie van het universum. Daarbij onthult hij volgens uitgeverij Harperone ‘een verbluffende conclusie: de gegevens ondersteunen niet alleen het bestaan ​​van een of andere intelligente ontwerper, maar ook het bestaan ​​van een persoonlijke God’. 

De ontdekking van informatie – en een complex systeem voor het verzenden en verwerken van informatie – in elke levende cel, levert dus sterke gronden op om aan te nemen dat intelligentie een rol speelde bij het ontstaan ​​van het leven. Zoals informatietheoreticus Henry Quastler opmerkte, ‘komt informatie gewoonlijk voort uit bewuste activiteit’.

Meyer bestrijdt de strikt materialistische visie op de werkelijkheid, zoals dat ‘het universum precies de eigenschappen heeft die we zouden mogen verwachten als er in wezen geen ontwerp, geen doel is… niets dan blinde, meedogenloze onverschilligheid’. De wetenschapsfilosoof stelt dat drie belangrijke ontdekkingen in de afgelopen eeuw in tegenspraak zijn met de voorspellingen van wetenschappelijke atheïsten en juist in een duidelijk theïstische richting wijzen.

Ten eerste hebben kosmologen ontdekt dat het fysieke universum waarschijnlijk een begin had, in tegenstelling tot de verwachtingen van wetenschappelijke materialisten die het materiële universum al lang als eeuwig en op zichzelf bestaand hadden afgeschilderd (en daarom geen externe schepper nodig hadden).

Als tweede ontdekking noemt Meyer natuurkundigen die ontdekt hebben dat we in een soort ‘Goudlokje-universum’ leven. Hij bedoelt hiermee: precies goed.

Sinds de jaren zestig hebben natuurkundigen inderdaad vastgesteld dat de fundamentele fysische wetten en parameters van ons universum tegen alle verwachtingen in nauwkeurig zijn afgestemd om ons universum geschikt te maken voor leven.’ 

Als derde noemt Meyer ontdekkingen in de moleculaire biologie die de aanwezigheid van digitale code aan de basis van het leven onthuld, wat volgens hem het werk van een meesterprogrammeur suggereert. Hij stelt dat we over het algemeen weten dat informatie – of deze nu in hiërogliefen is gegraveerd, in een boek is geschreven of in radiosignalen is gecodeerd – altijd afkomstig is van een intelligente bron.

Nadat James Watson en Francis Crick in 1953 de structuur van het DNA-molecuul hadden opgehelderd, ontwikkelde Crick zijn beroemde ‘sequentiehypothese’. Daarin stelde Crick dat de chemische bestanddelen in DNA functioneren als letters in een geschreven taal of digitale symbolen in een computercode.’

Meyer beargumenteert in zijn boek Return of the God Hypothesis dat recente wetenschappelijke ontdekkingen over biologische en kosmologische oorsprong beslist theïstische implicaties hebben, wat suggereert dat populaire wetenschappelijke rapporten over de dood van God misschien sterk zijn overdreven.

Zie: Three Major Scientific Discoveries In The Past Century That Point To God (The Federalist)

Return of the God hypothesis | Three scientific discoveries that reveal the mind behind the universe | Stephen C. Meyer | E-book | 9780062071521 | maart 2021 | Adobe ePub | € 16,99 |
Stephen C. Meyer stelt dat theïsme – met zijn bevestiging van een transcendente, intelligente en actieve schepper – het beste het bewijs verklaart dat we hebben met betrekking tot biologische en kosmologische oorsprong.’ (Uitgeverij Harperone)

Beeld: Detail cover
Mystery of life’s origin (evolutionnews.org)

‘Atheïsten hebben een signaalfunctie’

Atheïsten houden je volgens theoloog Rikko Voorberg een spiegel voor of de kerk nog impact heeft. ‘Als de kerk een zelfbevestigend cirkeltje is geworden, waarin de woorden alleen betekenis hebben voor de gelovigen zelf, dan is dat de dood in de pot.’ Voorberg, een predikant die zich daadwerkelijk vrijgemaakt heeft uit de vrijgemaakt gereformeerde bubble, houdt ook van het perspectief van een vrijgemaakte theologie. AdRem plaatste een interview met Voorberg, bekend van de PopUpKerk in Amsterdam, ‘We gaan ze halen’ en het boek De dominee leert vloeken: over woede, onmacht en daadkracht.

Dit boek is het verslag van een persoonlijke reis met aanknopingspunten voor constructieve actie. Het is voor cynici die hun cynisme zat zijn. Voor kerkelijken die hun kerkelijkheid zat zijn. Voor geëngageerden die verbaasd een dominee aan hun zijde vinden. Voor gelovigen die weten dat het niet om een hemel gaat. Voor ouderen die verlangen naar nieuw elan. Het is voor iedereen die meent dat alles wat we kunnen doen te weinig is, maar dat niets doen echt niet kan. Het is voor iedereen die zich afvraagt waar de moti­vatie en de energie te vinden zijn om steeds hoopvol opnieuw te beginnen.
(Uit: De dominee leert vloeken)

Voorberg zat, als zoon van de dominee, volledig in de vrijgemaakt gereformeerde bubble, zegt hij. Bij Karl Barth las hij over de ongrijpbaarheid van de eeuwige en het idee van God als gebeuren. Barth opende zijn ogen voor het perspectief van een minder vastgelegde theologie, en sindsdien wil Voorberg liefst zo dicht mogelijk op het ‘geleefde en publieke leven theologiseren’.

Het was met name de ongrijpbaarheid van God die me bij Barth raakte, die werd een ‘vreemde’, een verheven entiteit. Alles wat je over God zei moest ook weer ontkend worden, niemand had hem in the pocket. Ik kon weer ademhalen.’
(Uit: De dominee leert vloeken)

En ook de luthers predikant en theoloog Bonhoeffer.

Dietrich Bonhoeffers theologie die direct voortkwam uit de grote, existentiële vragen van zijn tijd zijn zo veel interessanter dan algemene dogmatische discussies…’ 
(Voorberg in AdRem)

De predikant vindt dat het verhaal van het christendom niet alleen betekenis kan hebben binnen de muren van de kerk. In zijn boek zegt Voorberg dat het kunstenaars en activisten waren die hem het idee gaven dat het mogelijk was om goede woede in constructieve actie om te zetten; hij trof ze toen hij de wereld buiten zijn gereformeerde subcultuur ging verkennen.

Mijn zoektocht werd het te ontdekken wat het geloof, wat het Evangelie voor betekenis heeft in de gewone wereld. Ik zeg soms tegen de kunstenaars en niet-gelovigen met wie ik werk, dat het eigenlijk een wat egoïstisch projectje is. Ik wil niet hen bekeren, maar zoek hun inzicht om zelf opnieuw bekeerd te worden tot een relevanter vorm van christendom. Of het christendom iets te zeggen heeft, moet je onderzoeken tussen niet-gelovigen.’
(Voorberg in AdRem)

Atheïsten hebben een signaalfunctie als kanaries in een kolenmijn, is een uitspraak van Voorberg. In de PopUpKerk in Amsterdam die hij initieerde, was een werkregel dat ‘als er geen atheïsten in een PopUpKerk meer aanwezig zijn, die per direct wordt opgeheven’.

Het is zo helend om niet- of andersgelovigen te betrekken bij wat je doet. Zij houden je een spiegel voor of de kerk nog impact heeft.’
(Voorberg in AdRem)

Mensen zoeken rust en comfort in de kerk, maar… zegt Voorberg, religie hoort altijd ook in zekere zin oncomfortabel te zijn.

Als je het licht wilt vinden, dan moet je in het duister zijn, want daar schijnt het. Ik herken dat heel sterk uit het pastoraat en uit levens van vrienden. Of ik doe wat het evangelie vraagt? Ik doe wat ik soms dénk dat het Evangelie van me vraagt in de hoop om te ontdekken wat het Evangelie werkelijk van me vraagt. Zeker weten, dogmatisme is dan de dood in de pot’.’
(Voorberg in AdRem)

Bronnen:
* Zoek je het licht, ga dan naar het duister (AdRem, februari 2021) | ‘In 1807 werd door Westerlingen een bijbel voor slaven gemaakt, maar ze moesten niet op het idee komen om in opstand te komen. Dus werd 90% van het Oude Testament uit hun bijbel geschrapt.(Voorberg in AdRem)

* De dominee leert vloekenRikko Voorberg | De Arbeiderspers | 25-10-2016 | € 20,99 | E-book: € 10,99 | ‘Rikko Voorberg gelooft in lotsverbondenheid met anderen, dichtbij en ver weg, en laat zien wat dat in de praktijk betekent.’ – Petra Stienen, publiciste en arabiste | ‘Eindelijk een alternatief voor volwassen idealisten. Een boek dat ieders aandacht verdient.’ – Karel Smouter, De Correspondent.

Beeld: VISIE-EO

Geloof dat probeert te begrijpen

HetLaatsteAvondmaalMetMuseum.org

‘Een van de oudste definities van theologie is: ‘Geloof dat probeert te begrijpen’. Deze bijzondere omschrijving staat in het verrassend pakkende boek Zoeken naar het goede leven, over de toekomst van de theologie. Nee, nu niet afhaken, want de auteur blijkt in staat de – voor velen antieke – term ‘theologie’ werkelijk nieuw leven en heldere inhoud in te blazen. Zijn essay is een must voor aanstaande studenten die zich oriënteren op een studie in de geesteswetenschappen. Of zij die het helemaal nog niet weten en iets zinvols zoeken. ‘Theologen eindigen niet met God; ze beginnen met God. De theologie denkt de werkelijkheid ‘vanuit’ God.’


‘Wie de geschriften leest van Copernicus, Galilei, Newton, Bacon en zoveel andere grondleggers van de moderne wetenschap, kan onmogelijk over het hoofd zien hoezeer naar hun eigen beleving hun wetenschappelijke activiteit geworteld was in een breed gedeeld theologisch begrip van de werkelijkheid.’
(Uit: Zoeken naar het goede leven)


‘God in alles en in allen’
S
tefan Paas vertelde in zijn lezing tijdens de Nacht van de Theologie, november 2019, dat theologen geen keiharde data leveren, maar wel helpen om bronnen van onze cultuur te verhelderen en kritisch te doordenken. Voor Paas zou het ‘zomaar eens kunnen zijn dat vandaag, in een samenleving waarin vrijwel alle institutionele plausibiliteit van God is weggevallen, het spreken vanuit God meer tot zichzelf kan komen.’ Als een inspirerend visioen voor de toekomst van de theologie ziet hij dat ‘God in alles is en in allen’.

Waarom theologie
I
n het essay bespreekt Paas of er toekomst is voor theologie en hoe dat er dan uitziet. In dit blog licht ik slechts een tipje van de sluier op. Paas legt eerst uit wat theologie is en wat zij doet, en waarom. Hierin slaagt hij helemaal, zijn verhaal is intrigerend. Zelfs voor mensen die zichzelf niet als religieus beschouwen. Nadrukkelijk heeft hij het over ‘denken en spreken over God’, en niet over religiewetenschappen die zich richten op religie als ‘breed veld van religieuze praktijken en culturen’.


‘Iemand als [de Britse natuur- en scheidkundige Michael] Faraday werd door zijn eigen theologie van Gods allesverbindende liefde geïnspireerd tot zijn maatschappelijke theorie van energievelden. Vandaag zullen veel wetenschappers niet langer geïnspireerd worden door specifieke religieuze doctrines of tradities, maar ook dan geldt dat ideeën voor nieuwe programma’s afkomstig zijn uit diepere lagen of hogere sferen, die een ‘transcendent’ karakter dragen. Een theologische faculteit kan de universiteit daaraan herinneren en behulpzaam zijn in het verkennen van die transcendentie.’
(Uit: Znhgl)


Iedereen doet wel aan ‘God-talk’, zegt Paas. Zelfs de atheïst heeft ‘ideeën over God in wie hij niet gelooft’. Theologen claimen echter geen geprivilegieerde toegang tot God, zij hebben dus geen geheime dataset waar God in zit.

Als zij iets zeggen over God, doet zij dat op basis van teksten, beelden, symbolen, uitspraken en praktijken – dat wil zeggen, op basis van bronnen die voor iedereen toegankelijk zijn. (…) Theologen onderzoeken niet slechts het spreken over God zelf, maar ook proberen zij te argumenteren hoe een religieus perspectief  (de werkelijkheid denken ‘vanuit God’) verschil maakt.’
(Uit: Znhgl)

Denken en spreken over God
A
ls doel van theologie noemt Paas het denken en spreken over God kritisch te onderzoeken in relatie tot de kennis die we hebben, en zo uiteindelijk te komen tot voorstellen om ‘denken en spreken over God’ te verhelderen en te verantwoorden. En voor atheïstische studenten: Gods bestaan hoeft niet ‘bewezen’ te zijn om in te zien dat denken en spreken over God historisch, cultureel en maatschappelijk van belang is en blijft.

De meeste wetenschappers zullen het erover eens zijn dat wat mensen hebben gedacht en gezegd over God wereldwijd en door de eeuwen heen een historische, culturele en sociale kracht is, die ‘reëel is in zijn consequenties’ – zoals het beroemde Thomas Theorema* stelt. Dat maakt het in principe een belangrijk object voor wetenschappelijke bestudering.’
(Uit: Znhgl)

Sociale wetenschappen
P
aas kijkt naar theologie als een academische discipline, een geesteswetenschap die zich vanuit de universiteit richt tot de samenleving in de breedste zin van het woord. Hij stelt ook dat, of we nu in God geloven of niet, dat velen aanvoelen dat wie over God nadenkt vroeg of laat het hele leven tegenkomt. Theologie is te vinden in levende mensen, en niet alleen in oude teksten. Vandaar, zegt Paas, dat sociale wetenschappen voet aan de grond gekregen heeft in de theologie. Paas citeert William Wood:

Theologie komt het dichtst bij wat op dit moment kan gelden als een algemene studie van alle aspecten van de menselijke cultuur, iet wat ooit heel gewoon was, maar nu erg zeldzaam is geworden.’
(Uit: Znhgl)

zoeken-naar-het-goede-leven
Cultuurdenker
E
en goede theoloog moet overal een beetje verstand van hebben, zegt Paas. Hij of zij is historicus, filosoof, taalkundige, een uitlegger van oude en moderne teksten, en waarschijnlijk nog een paar dingen. Juist die breedte vormt de theoloog tot cultuurdenker:

Maar als het op de een of andere manier van belang blijft onszelf en anderen te begrijpen, dan zijn juist geesteswetenschappers – en dus ook theologen – belangrijk.’
(Uit: Znhgl)

De werkelijkheid kunnen we uiteindelijk alleen begrijpen als universum’: het is daarom dat men in de vroege middeleeuwen de kathedralen ‘universiteit’ ging noemen, weet Paas:

Het instituut waar we streven naar kennis van ‘alles’, universele en geïntegreerde kennis. Het soort kennis dat resulteert in een wereldbeschouwing, een visie op het goede leven.’
(Uit: Znhgl)

*  Dit wil zeggen, dat als mensen situaties als werkelijk definiëren, dan zijn die ook werkelijk in hun gevolgen.

Zoeken naar het goede leven – de toekomst van theologie | Stefan Paas | ISBN: 9789043533836 | Pagina’s: 64 | Publicatiedatum: 19-11-2019 | € 8,95

Beeld: Het Laatste Avondmaal – Pieter Coecke van Aelst – 1527 – (metmuseum.org) – foto: Emile Gezels

Mythen over religie ontrafeld

Pinterest

Religie in een nieuw perspectief gezet door de basisveronderstellingen die erover bestaan in twijfel te trekken. Filosoof, antropoloog en theoloog Jonas Slaats verduidelijkt in zijn boek Religie herzien waarom de basisveronderstellingen mythen zijn en geen realiteit. Slaats gaat voorbij het wij-zij-denken van seculier versus religieus.

Wat we denken over religie komt niet overeen met wat religie is en dit boek laat zien dat het samenleven in een geglobaliseerde wereld daardoor onnodig bemoeilijkt wordt.’ (Uit: Religie herzien)

Gangbare denkkaders schieten tekort
S
laats kiest ervoor steeds uit te gaan van concrete voorbeelden. Deze laten meer dan filosofische en theoretische beschouwingen goed zien waarom de gangbare denkkaders over religie vaak tekortschieten. De auteur stelt dat er veel materiaal voorhanden is waarin onderzoekers telkens één basisaanname over religie analyseren en doorprikken. Dat materiaal is echter voor zover hij weet nog niet eerder op een overzichtelijke wijze bijeen geplaatst. In de inleiding zegt Slaats dat hij hier en daar dieper ingaat op enkele religieuze fenomenen die wat minder bekend zijn en die sommige lezers de wenkbrauwen zullen doen fronsen. Hij licht ze daarom ook wat breedvoeriger toe.


Mythe 1
Religies worden bepaald door een reeks dogmatische geloofsovertuigingen en vastomlijnde gedragsregels waar de gelovige zich aan moet houden. Dit is waarschijnlijk het meest centrale facet van alles wat religie zo religieus maakt.

Mythe 2
Religies zijn hiërarchisch gestructureerd. En wie aan de top van de structuur staat, bepaalt zowel de geloofsinhoud als de leefregels van de volgelingen.


En net als mythen in andere tijden zijn ze iedereen met de paplepel ingegeven. Niet omdat ze ons een beter inzicht in de wereld bieden, maar omdat ze een vatbare symboliek aanreiken rond ‘goed’ en ‘kwaad’. Deze veronderstellingen zorgen dus niet voor een grotere kennis van de maatschappij; ze bieden wel een soort emotioneel-existentiële kijk op de samenleving. Ze zorgen immers voor een wij-zij-denken van seculier versus religieus.’ (Uit: Religie herzien)


Mythe 3
Door hun geloofsovertuigingen, regels en structuren zijn religies goed van elkaar te onderscheiden. Wat concreet betekent dat je bijvoorbeeld kunt zeggen: ‘Dit is boeddhisme en dat is christendom’, of: ‘Dit is een moslim en dat is een hindoe.’

Mythe 4
Spiritualiteit en mystiek contrasteren met religie. Spiritualiteit wordt als mooi en bevrijdend gezien, terwijl religie eerder opgevat wordt als beperkend, waardoor een grote hoeveelheid mensen vandaag stelt dat ze ‘niet religieus zijn, maar wel spiritueel’.


Er is dus veel materiaal voorhanden waarin onderzoekers telkens één basisaanname over religie analyseren en doorprikken, maar dat materiaal is bij mijn weten nog niet eerder op een overzichtelijke wijze bijeen geplaatst. En net dat is de opzet van dit boek. Want enkel door alles voldoende breed te houden was het mogelijk om de rode draden bloot te leggen die de verschillende maatschappelijke discussies over religie met elkaar verbinden.’ (Uit: Religie herzien)


Mythe 5
Wetenschap en religie staan op gespannen voet met elkaar. Religie baseert zich immers op geloof. Wetenschap daarentegen baseert zich op de ratio.

Religie herzien

Mythe 6
Religies zijn gevaarlijk, want door hun irrationele waarheidsclaims ontaarden ze gemakkelijk in geweld. Wat meteen ook aanleiding geeft tot de laatste mythe.


Er is echter een specifieke reden waarom ik er toch voor koos om deze wat meer uitgesponnen anekdotes op te nemen: vermoedelijk kunnen ze een lach op het gezicht van de lezer toveren. En dat vind ik van groot belang. Want verdieping en plezier mogen nu eenmaal best wat vaker samengaan. Zeker wat religie betreft.’ (Uit: Religie herzien)


Mythe 7
Een seculiere samenleving is helemaal anders (en veel beter) dan een religieuze samenleving.


Met name de populaire opvatting dat religie op gespannen voet staat met de wetenschap, wordt ontzenuwd. Het idee dat de kerk de ontwikkelingen van de moderne wetenschap heeft tegengehouden is een 19e-eeuwse misvatting. Het is juist andersom. Zonder krachtige steun vanuit de kerk had de moderne wetenschap zich niet kunnen ontwikkelen. Copernicus werd gedreven door religieuze motieven; Galileï kwam weliswaar in conflict met de paus, maar zijn boeken werden nooit op de lijst van verboden werken geplaatst (pp. 118-119). Ook de theorieën van Darwin later werden niet en masse door gelovigen afgewezen, zoals dat vandaag de dag ook zo is. Het ligt dus allemaal veel genuanceerder.’
(Bert Altena – uit recensie: Jonas Slaats, Religie herzien)

Religie herzien – Voorbij het wij-zij-denken van seculier versus religieus | Jonas Slaats | 6 maart 2020 | Davidsfonds Antwerpen 2020 | 204 blz. | € 22,50 | Ebook € 14,99

Beeld: Pinterest

De Ongelooflijke Podcast en het atheïsme

de-ongelooflijke-podcast

Volgens filosoof Stine Jensen is het atheïsme kil, hooghartig en biedt het geen zingeving. De Amerikaanse neurowetenschapper Sam Harris, een van de boegbeelden van de ‘religie-is-vergif-club’, zoekt tegenwoordig zijn heil in de oosterse spiritualiteit, meditatie en mindfulness, net als Jensen overigens. Rutger Bregman heeft afscheid genomen van zijn fanatieke atheïstische fase. Volgens journalist David Boogerd, een van de makers van De Ongelooflijke Podcast, lijkt het atheïsme online op zijn retour: als Google-zoekwoord zit het in een regelrechte vrije val.

Godsargumenten
S
amen met Theoloog des Vaderlands van 2018, Stefan Paas, maakt Boogerd sinds 3 april 2019 voor de EO op NPO Radio 1 De Ongelooflijke Podcast, om de twee weken. De uitzendingen zijn stuk voor stuk de moeite waard. Een van de hoogtepunten vind ik het gesprek op 14 juni 2019 met filosoof Emanuel Rutten over Godsbewijzen, beter gezegd: Godsargumenten. Glashelder vertelt Rutten in gesprek met Boogerd en Paas over de vraag der vragen: bestaat God.

NPO Radio 1-app
D
e meeste podcasts zijn echt de moeite waard. Er zijn gesprekken te beluisteren met onder meer Arjen Lubach, Herman Finkers, Stine Jensen, Rutger Bregman. Onderwerpen onder andere zijn: ‘De schitterende nutteloosheid van de kerk’; religieus fundamentalisme; yoga, atheïsme en oosterse spiritualiteit; populisme en de kerk; en de liberale leegte. Een kleine moeite om de NPO Radio 1-app op je smartphone te zetten. Onder de vele podcast kan je snel die Ongelooflijke vinden.

Vrije val
B
oogerd verwachtte in zijn research te stuiten op leegstromende kerken en donkere wolken die zich samenpakken boven het christendom, maar maakt zich tegenwoordig vooral zorgen over het atheïsme. Volgens Lubach heeft de vrije val van het atheïsme te maken met een afnemende strijdlust: ‘Het is niet meer nodig of zo. Waarom zou je zoeken naar iets wat eigenlijk al wel duidelijk is?’

Maar wat is dan precies duidelijk? Het numerieke hoogtepunt van het atheïsme ligt 50 jaar achter ons! In 1970 was 4,46 procent van de wereldbevolking atheïst, tegenwoordig is dat nog maar 1,89 procent en volgens de prognoses zakt het in 2050 verder af naar 1,51 procent. Welke strijd is dan precies al gestreden? Als de atheïstische strijdlust afneemt, lijkt dat eerder gelatenheid dan een triomfantelijk achteroverleunen.’

Spiritualiteit
W
at is er dan aan de hand, vraagt Boogerd zich af. Volgens hem is het lastig vol te houden dat religie de oorzaak is van álle ellende, als bijvoorbeeld in de VS het nieuw atheïsme besmeurd wordt door schermutselingen over seksisme en racisme. Volgens hem speelt er ook iets anders. Stine Jensen koos voor spiritualiteit hoewel ze gelooft dat het leven geen zin heeft:

Ik wil houvast vinden in iets wat het leven minder willekeurig maakt. Anders rest je niets dan nihilisme en depressie’, zegt ze openhartig. ‘Fel atheïsme is blijkbaar niet alleen kil, het is ook keihard. Niet iedereen kan uit de voeten met zo’n leeg heelal, gespeend van zin en betekenis.’

Neergang felle atheïsme 
Met de neergang van het felle atheïsme lijken volgens Boogerd de verhitte discussies over religie, hoe vermakelijk soms ook, steeds meer op zijn retour. Ze maken plaats voor oprechte en kwetsbare gesprekken, zoals die met Stine Jensen.

Theïstisch wereldbeeld
Filosoof Emanuel Rutten ziet eveneens een omslag. Volgens hem beginnen de scherpe kantjes van het nieuwe, rabiate atheïsme af te vlakken, en ziet het atheïsme als een wereldbeeld in crisis. Bovendien heeft hij nog nooit één goede claim gehoord dat God niet bestaat. Volgens Klaas van der Zwaag van het RD lijkt het atheïsme nog steeds de vigerende wereldbeschouwing in het publieke debat. Rutten vindt dat het christelijke, theïstische wereldbeeld buitengewoon redelijk is.

De argumenten voor het atheïsme falen echt. Richard Dawkins is allang achterhaald. We kunnen God niet bewijzen. Bewijzen doen we alleen in de wiskunde, maar niet in de filosofie. Maar we kunnen wel plausibel maken dat de uitspraak dat God bestaat buitengewoon redelijk is, sterker nog: de meest redelijke, meest waarschijnlijke positie is. Daarom is het theïsme het meest redelijke en waarschijnlijke wereldbeeld.’

Zie:
*
Niet het christendom, maar het atheïsme zit in een crisis  (Boogerd, NPO Radio 1)

* ‘De scherpe kantjes van het nieuwe atheïsme vlakken af’  (Rutten, RD – PDF)

De Ongelooflijke Podcast | Podcast over de relevantie van geloof in een steeds ongeloviger Nederland. EO-journalist David Boogerd en Stefan Paas voeren verdiepende gesprekken met spraakmakende gasten. Abonneren op De Ongelooflijke Podcast is mogelijk via NPO Radio1-website-app, iTunesGoogle Podcasts en Stitcher.

Stefan Paas, volgens Boogerd ‘een van de scherpste denkers over religie van dit moment’, geeft als vaste gast verdieping en duiding bij de verschillende thema’s die besproken worden. Boogerd: ‘Paas kan als geen ander religie en theologie vertalen naar het publieke debat. Dat bewijst hij dagelijks op Twitter. Hij is in staat zijn brede kennis te verbinden met interessante weetjes.’

Update: 3 2 2024 (lay-out)