Hoe ‘weten’ mensen dat God bestaat?

Rede en geloof worden vaak tegenover elkaar gezet: aan de ene kant de atheïstische wetenschapper die de oerknal probeert te bewijzen, aan de andere kant de gelovige die ‘voelt’ dat er een goddelijke kracht bestaat. Religie wordt gezien als antwoord op vragen waar de wetenschap niks mee kan, zoals wat de zin van het leven is. Geloof is een kwestie van het hart, wetenschap van het hoofd. – Hierover vertelt filosoof dr. Rik Peels woensdagavond 8 maart in het Academiegebouw aan het Domplein in Utrecht. (Voor iedereen toegankelijk, geen kosten.)

Baseren mensen hun godsgeloof op meer dan slechts een gevoel?

Klopt deze tegenstelling wel? Kan het bestaan van God op een logische manier beredeneerd worden? Baseren mensen hun godsgeloof op meer dan slechts een gevoel? Welke rol spelen openbaringen en religieuze ervaringen? En wat als de atheïst moet bewijzen waarom God niet bestaat, in plaats van andersom? Filosoof dr. Rik Peels (VU) legt uit hoe religieuze kennis werkt.’


Rik Peels

Deze bijeenkomst vindt plaats binnen de serie Geloof je het zelf? over het nut van ontastbare kennis. Als maatschappij vertrouwen we graag op wetenschappelijk bewijs. Maar is dat altijd het juiste kompas om op te varen? Wetenschappers over wat we kunnen leren van niet-wetenschappelijke kennis.

Academiegebouw (Aula) | UTRECHT| Woensdag 8 maart 2023 (20:00-21:30) | In samenwerking met Faculteit Sociale wetenschappen, Bètawetenschappen en Geesteswetenschappen | Voertaal Nederlands | Entree gratis | Aanmelden niet nodig. Let op: vol = vol |  Stream: YouTube-video

Foto’s / bron: Universiteit Utrecht

update 7 3 2023

Poetins broedermoord op de Oekraïners

UITGELICHT – Volgens Socrates vergissen mensen als Vladimir Poetin zich als ze denken gelukkig te worden van extreme misdaden. Ze storten daarmee zichzelf uiteindelijk in het verderf. De Duits-Amerikaanse en Joodse filosofe Hannah Arendt stelde dat ook Eichmann niet in staat is om de consequenties van zijn daden te overzien: hij heeft zich volgens haar nooit gerealiseerd waarmee hij bezig was. ’

‘De onbewogenheid van Poetin, de massamoorden, de bombardementen, de nucleaire dreiging: het lijken voorbeelden van het kwaad. Zijn ze dat ook, en wat verstaan we eigenlijk onder het kwaad?’
(Peter Henk Steenhuis)

Filosofieredacteur bij Trouw, Peter Henk Steenhuis, interviewt  filosoof Klaas Rozemond. ‘Veel kwaad is in het stramien van Kaïn te passen, ook dat van Vladimir Poetin’.

Poetin en Kaïn
Van Rozemond is de opvatting dat het kwaad bestaat uit het welbewuste schenden van fundamentele normen, zoals de oudtestamentische norm ‘Gij zult niet doden’.

‘Kaïn die zijn broeder Abel doodt, schendt welbewust een fundamentele norm: in het aangezicht van God vermoordt hij zijn broer, en verklaart vervolgens dat hij van niets wist: ‘Ben ik mijn broeders hoeder?’ Veel kwaad is in het stramien van Kaïn te passen, ook dat van Vladimir Poetin.’

Poetins ontkenning
Poetin overtreedt volgens Rozemond welbewust de norm ‘Gij zult niet doden’ en denkt ermee weg te kunnen komen terwijl de hele wereld toekijkt, en vervolgens ontkent dat hij een misdaad heeft begaan als hij met de bewijzen wordt geconfronteerd.

‘Poetin zit met een oorlog opgescheept die voor hemzelf en de Russen veel schadelijker is dan hij zich kennelijk kon voorstellen op het moment dat hij de broedermoord op de Oekraïners plande.’


Hannah Arendt

Extreme misdaden
Poetins land wordt getroffen door zware sancties en hij is zijn goede relaties met heel veel landen kwijt. Steenhuis zegt dat de dictator dat had kunnen bedenken. Hij vraagt aan Rozemond of het kwaad dan dom is. De filosoof verwijst naar de verklaring destijds van Hannah Arendt over Adolf Eichmann, die volgens hem teruggaat tot Socrates: in de vijfde eeuw voor Christus betoogde Socrates dat niemand welbewust het kwaad begaat.

‘Dat betekent dat het kwaad altijd berust op een vergissing over de vraag wat het goede is. Daarbij dacht Socrates in de eerste plaats aan het goede voor jezelf: wat is voor jou een goed leven? Mensen die denken dat ze gelukkig worden door extreme misdaden, vergissen zich volgens Socrates. Ze storten daarmee zichzelf in het verderf.

Dictators denken dat zij niet gebonden zijn aan de moraal, omdat alleen hun macht bepaalt waar de grenzen van hun daden liggen. Het gevolg daarvan is dat dictators steeds excessiever worden als het gaat om het bestrijden van hun vermeende vijanden.’


Socrates

Extreme schade bij slachtoffers
Volgens Rozemond moeten we onze opvattingen over het kwaad herzien. De moderne opvatting over moraal is dat het bij goed en kwaad niet gaat om geluk of ongeluk van de dader, bijvoorbeeld een dictator, maar om het leed van het slachtoffer.

‘Het kwaad bestaat uit het veroorzaken van extreme schade bij slachtoffers. Het kenmerk van het kwaad is dat de daders geen rekening houden met het leed dat zij de slachtoffers aandoen. Dat is het belangrijkste verwijt dat je aan een dader kunt maken: je bent ongevoelig voor het leed van anderen.’

Poetin en andere misdadigers
Rozemond denkt dat wij een blinde vlek hebben voor het kwaad, en dat dit zeker gold voor Poetin, die oorlog kon voeren in Tsjetsjenië, Georgië, Syrië en de Krim annexeerde zonder dat dat al te veel gevolgen had.

‘In 2018 ging het WK voetbal in Rusland gewoon door. Iets vergelijkbaars geldt voor Chinese leider Xi Jinping en de genocide op de Oeigoeren: dat was geen belemmering voor de Olympische Spelen in Peking. Poetin en andere misdadigers konden opmerkelijk lang hun gang gaan.’

Zie:
* ‘We hebben een blinde vlek voor het kwaad, en dit geldt zeker voor Poetin’ (Trouw, 13 oktober 2022)
* Hannah Arendt verklaard – grondig en een tikje persoonlijk (Trouw, 19 oktober 2022)
* Het menselijke kwaad | Klaas Rozemond | Boom uitgevers Amsterdam | Maart 2020 | ISBN 9789024430703 | 272 blz. | € 29,90 | E-book € 22,50

Beeld Kaïn en Abel’: Pietro Novelli (1568-1625) – olie op doek – Galleria Nazionale d’Arte Antica, Rome, Italy. (fr.wahooart.com)
‘Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek, waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer te ontvangen, het bloed dat jij vergoten hebt… Dolend en dwalend zul je over de aarde gaan.’ (God in: Genesis 4:11-12, NBV2004)
Beeld Hannah Arendt: Centre Erasme
Beeld Socrates: sites.google.com
Update juni 2025 (Lay-out, december 2025)

‘Christendom is een vorm van atheïsme’

UITGELICHT
De Franse filosoof Jean-Luc Nancy vroeg zich af of, als het al waar is dat het geloof in het bestaan van God in een moderne, seculiere wereld steeds minder een rol van betekenis speelt, daarmee dan ook het christendom, en in bredere zin de monotheïstische religies, van het toneel zijn verdwenen. Nancy (1940 – 2021) groeide uit tot een van Frankrijks internationaal meest gelezen filosofen en was emeritus hoogleraar in Straatsburg. Het ‘nieuws van Gods dood’, om met Nietzsche te spreken, verkondigde Nancy al ver voordat de moderne geschiedenis haar aanvang nam. 

‘Het monotheïsme laat zich steeds meer van zijn atheïstische kant zien’
(Jean-Luc Nancy)

Filosoof, religiewetenschapper en theoloog Laurens ten Kate stelt in Filosofie Magazine dat volgens Nancy het christendom zelf heeft bijgedragen aan het seculariseringsproces. ‘Sterker nog, het christendom komt voor Nancy neer op een vorm van atheïsme.’

De vraag of met God ook het christendom verdwenen zou zijn, is voor Nancy zo belangrijk omdat er naar zijn inzicht iets vreemds aan de hand is met die christelijke God. Iets wat zelfs zo vreemd is dat het nog maar de vraag of God wel verdwenen is uit de seculiere wereld.’

Ten Kate zegt in zijn essay dat Nancy deze vreemdheid van het christendom in zijn project van een deconstructie van het monotheïsme onderzoekt, waarbij hij vooral het christendom centraal stelt. Ten Kate gaat in op de eigenzinnige manier waarop Nancy over religie denkt, tegen de achtergrond van een schijnbaar seculiere wereld. Deconstructie is geen destructie, zegt hij.

Nancy’s project beoogt niet zozeer een deconstructie van de christelijke religie op zich, maar is een verkenning van de deconstructieve elementen die deze religie in zich draagt, elementen die ook in de andere monotheïstische religies gevonden kunnen worden.’

Nancy demonteert dus het monotheïsme en monteert dat opnieuw. Hij ontdekt dat de monotheïstische tradities ‘werelds’, profaan worden: met andere woorden, ze doen mee in de geschiedenis van de secularisering.

En die verborgen ‘montage’ is misschien, paradoxaal genoeg, juist iets wat voorbij het monotheïsme ligt, als datgene wat wij nog moeten ontdekken en doordenken: dat namelijk het monotheïsme in een proces van mondialisering is betrokken waarin het zich steeds meer van zijn atheïstische kant laat zien.’
(Nancy)


Jean-Luc Nancy

Aan de hand van de schepping en incarnatie gaat Ten Kate vervolgens in op de vraag hoe religies profaan kunnen worden.

De scheppingsleer introduceert een God die eigenlijk geen God wil zijn, maar intiem met de mens als partner wil leven in de schepping. Tegelijkertijd is de monotheïstische God een God die zich, in tegenstelling tot de mythische goden, niet meer wil bemoeien met de wereld en zich daaruit terugtrekt.’

Incarnatie komt specifiek uit de christelijke traditie omdat het over de Christusfiguur gaat: de incarnatie, dat wil zeggen de menswording.

Nancy ziet incarnatie letterlijk: als lichaam-wording, en niet alleen als menswording. Daarmee ‘atheïseert’ God zich – seculariseert hij zich, waardoor iedere vorm van ‘funderende aanwezigheid’ verdwijnt.’

De incarnatie moet niet als een vorm van representatie begrepen worden, alsof de Zoon de vertegenwoordiger van God zou zijn. God en mens vallen in de Christusfiguur volledig samen, en als God wordt God ‘niets’, nihil. 

De incarnatie is niet een beeld of verbeelding van God in menselijke vermomming, maar ze is het beeld van de ‘beeldloosheid’, ja, de afwezigheid van God. God sterft, om zo te zeggen, in de mens, om in die mens als mens weer te herleven en vervolgens als mens te sterven. Dat is de vreemde dialectiek van de dood van God, die zijn concrete, dramatische symbool krijgt in Christus’ dood aan het kruis.’


Laurens ten Kate

De dood van God in de incarnatie krijgt een onmiddellijk vervolg in de dood van de mens in wie hij zich had geïncarneerd: de dood van Christus. De incarnatie, zoals Nancy deze interpreteert, is niet een uniek historisch feit (een soort goddelijk ingrijpen in de wereld om de ‘zonden’ van de mensheid weg te wassen), maar het feit dat ‘het goddelijke in mensen een dimensie wordt van terugtrekking, van afwezigheid en zelfs van de dood’.

De dimensie van terugtrekking is als een opening – een dis-enclosure – in de rede, die de grenzen die de rede voor zichzelf stelt, openbreekt. Deze opening wijst niet naar een of andere goddelijke transcendentie die de rede van een laatste fundament zou voorzien, maar precies naar de leegte die de afwezigheid van zo’n transcendentie achterlaat. Deze opening is zelf de transcendentie.’

Nancy komt tot een nieuw perspectief op het monotheïsme als atheïsme: niet een atheïsme dat het bestaan van God ontkent, maar een ‘absentheïsme’, zoals Nancy het soms noemt, waarin de absentie in de presentie, het wonder in de wereld wordt verbeeld als verwijzing. Het verwijst naar het ontoonbare.

Zie:
* Ten geleide: Jean-Luc Nancy
(Filosofie Magazine)
* God uit het niets
(Filosofie Magazine)


Beeld: Jean-Luc Nancy, What is a theological concept?
Foto Jean-Luc Nancy: philosophieliterature.blogspot.com
Foto Laurens ten Kate: Kirsten den Boef (Universiteit voor Humanistiek)

Zondag 16 oktober DV: ‘Christendom mede schuldig aan ontkenning van wie we ten diepste zijn’