Mysticus Benedictus de Spinoza

medium_spinoza (1)
Spinoza wordt in Levenskunst volgens Spinoza omschreven als één van de meest consequent rationele filosofen die we kennen. Hij was zelfs zo rationeel dat zijn werk soms mystieke trekken kreeg, een ongewoon fenomeen in filosofie en wetenschap. Tot op de dag van vandaag zijn allemaal even gefascineerd door zijn levenskunst, die rigoureuze rationaliteit koppelt aan individualisme en een mystiek besef van de eenheid van alles.

Volgens de HGU verwijst het woord mystiek naar een werkelijkheid waarin het geheim van het bestaan aan de mens geopenbaard en voltrokken wordt: langs de eindeloze weg van het innerlijk leven gaat de mysticus dag na dag op zoek naar de verborgen God om deel te krijgen aan diens liefde. Volgens mij was dat precies wat Spinoza – Nederlands filosoof, wiskundige, politiek denker en lenzenslijper uit de vroege Verlichting van Sefardisch-joodse afkomst – bezielde, in ieder geval wat betreft de zoektocht naar die verborgen God.

Dr. J.H. Carp in Het spinozisme als wereldbeschouwing. Inleiding tot de leer van Benedictus de Spinoza (1931), was ervan overtuigd dat aan Spinoza’s filosofie een werkelijk beleefde mystieke ervaring, van een Unio Mystica, ten grondslag lag.

Unio mystica: ‘Het ervaren van de eenheid met de natuur als een spirituele verbondenheid, waarbij het ‘ik ‘van het subject wegvalt en er sprake is van een identiteitsloze eenheid.’ (Dolf van der Weij)

Naast Levenskunst volgens Spinoza verwijst blogger Stan Verdult op zijn Spinoza-blog onder anderen naar Carp en vindt hij inderdaad plaatsen ‘welke uitnodigen tot mystieke duiding’, onder meer in Spinoza’s Traktaat over de verbetering van het verstand en in de Ethica.

Het is dat wat Spinoza volgens Carp deed: aan het rationele substantiebegrip hechtte hij het intuïtief gevormde symboolbegrip God. Daarmee vulde hij het louter rationeel-logisch gedachtesysteem inhoudelijk met metafysische realiteit, n.l. van de Spinozistische God – de godsidee die hij vanuit de mystieke ervaring intuïtief-creatief gevormd had. Aan het begin en aan de hele opzet van de Ethica lag volgens Carp dus een daadwerkelijke mystieke ervaring van de unio mystica ten grondslag.’ 

fokke.en.sukke.spinoza Carp zegt dat als de Spinozistische Godsidee op het beleven der realiteit van de oneindige Aleenheid berust, dat dan hiermee de mystieke visie aan het Spinozisme ten grondslag is gelegd.

De symbolische omvorming der in de Unio Mystica beleefde ervaring van de Aleenheid, welke zich in de intuïtie voltrekt, voert tot een idée, die door de gedachte van een a-logische en transrationeele rest een stempel op de wereldbeschouwing drukt en deze, voorzoover zij door het begrippen onderscheidend denken bepaald is, doet berusten in de grenzen harer mogelijkheid onder erkenning, dat de werkelijkheid, welke in de ervaring van de oneindige Aleenheid beleefd wordt, alszoodanig niet kenbaar is, omdat de Aleenheid in het denken niet is te omvatten. [p. 162-164]’

Maar, uiteindelijk, is het Spinozisme toch geen mystiek. Carp noemt het echter gerationaliseerde mystiek. Dus toch mystiek? Volgens Verdult is een unio mystica bij Spinoza nergens te vinden. In volgende artikelen gaat Verdult daar verder op in, onder meer verwijzend naar godsdienstfilosoof H. G. Hubbeling.

Het Spinozisme is derhalve noch als rationalisme, noch als mystiek aan te duiden: niet als rationalisme, omdat de beschouwingswijze haar laatsten grond vindt in de mystieke visie, niet als mystiek, omdat de beschouwingswijze in rationeelen vorm ontwikkeld en op het verkrijgen van rationeel inzicht gericht is. Het Spinozisme is gerationaliseerde mystiek’.

In de discussie, zo vervolgt Verdult, waarvan een persoonlijke impressie van Hubbeling aan het eind van het boek werd opgenomen, bleek dat hij met De Dijn van mening was dat de ‘mystieke structuur… is gefundeerd in de tweede kennisweg’.

Spinoza’s mystiek berust dan ook ‘niet op ervaring maar op een bepaalde wijze van denken op een rationeel-logische wijze’. In die discussie bleek ook dat (Jon, PD) Wetlesen de overtuiging had dat Spinoza wél een ervaring van unio mystica in de Ethica liet zien. Hij verwees daarvoor naar 5/23s: ‘we weten en ervaren dat we eeuwig zijn: At nihilominus sentimus experimurque nos aeternos esse’.’

Elders kwam ik ook Wetlesen tegen, over wie zenmeester Rients Ritskes in Trouw zegt dat Wetlesen gelijk heeft met zijn conclusie dat Spinoza een persoonlijke verlichtingservaring heeft gehad. Filosofe Miriam van Reijen verwijst eveneens naar Wetlesen die ervan overtuigd is dat Spinoza een mystieke eenheidservaring moet hebben gehad, omdat hij anders nooit zo prachtig en vol overtuiging over intuïtieve kennis had kunnen schrijven.

Spinoza_And_Other_Heretics_1Terug naar het Weblog over Spinoza, Spinozisme en Spinozana van Stan Verdult, die momenteel al zijn zevende blog schrijft over het al dan niet mystieke van Spinoza, verwijzend naar discussies die hierover nog altijd gevoerd worden. In het laatste blog heeft Verdult het over de verbinding die Spinoza lijkt te maken tussen het naturalistische en religieuze/mystieke. Dat vraagt volgens Verdult om een oplossingen en als voorbeeld van duiding om met beide aspecten in het reine te komen noemt hij Yirmiyahu Yovel in Spinoza and Other Heretics: The Marrano of Reason (1989). 

Zie: Weblog over Spinoza, Spinozisme en Spinozana (vanaf dl. 1)
Illustr: penningkunst.nl
Cartoon: foksuk.nl

‘Atheïsme is geen haarkleur, maar soms wel een pruik’

Ephesians_2,12_-_Greek_atheos
Mensen kunnen vaak atheïst worden omdat ze al bepaalde opvattingen hebben over wat redelijk is, hoe bewijzen eruit zien of hoe de wereld in elkaar zit. Wie op dit gebied sterke opvattingen heeft, kan gemakkelijk op basis daarvan scherp oordelen over mensen die tot heel andere conclusies komen (c.q. gelovig zijn). Zulke mensen worden dan gezien als minder redelijk, dom of misleid. En wie zo naar z’n medemensen kijkt, zal moeite hebben om ze als volwaardige medemensen te beschouwen.

Aldus dr. Stefan Paas, hoogleraar Kerkplanting en Kerkvernieuwing aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en hoogleraar Missiologie van het Westen aan de Theologische Universiteit Kampen. Hij vindt ‘atheïsme’ geen tegenstelling van ‘religie’, maar van ‘theïsme’.

Een theïst gelooft dat er minstens één God (opperwezen) bestaat. Een atheïst gelooft niet dat er een God bestaat. Beide posities zijn empirisch ‘kaal’ of ‘leeg’, dat wil zeggen: er is geen correlatie tussen theïsme/atheïsme enerzijds en gedragspatronen anderzijds. Klassiek theïsme gaat meestal uit van één Opperwezen dat almachtig, alwetend en moreel volmaakt is.’ 

Paas twittert dat atheïsme geen haarkleur is, maar soms wel een pruik.

Wie denkt dat atheïsme geen ‘religie’ kan worden, denkt blijkbaar dat kale mensen nooit een pruik dragen. Natuurlijk, puur als filosofische positie ‘doet’ atheïsme niets. Maar ook atheïsme kan andere overtuigingen aanzuigen, waarmee het een bredere levensbeschouwing vormt. Net zoals theïsme ‘is’ atheïsme geen religie, maar het kan wel onderdeel worden van iets wat we ‘religie’ zouden kunnen noemen (of het equivalent ervan).’

Stefan paasVolgens Stefan Paas (foto: VU) zal een atheïst alternatieven moeten ontwikkelen voor God en zo overtuigd zijn door zijn ‘God-vervangers’ (vaak wetenschap en/of politiek) dat hij of zij van mening is dat iedereen – desnoods kwaadschiks – opgevoed moet worden tot hetzelfde inzicht.

Zo kan atheïsme in het echte leven wel degelijk trekken aannemen van een ideologie of religie.’

Elke levensbeschouwelijke beginstelling kan zich volgens Paas ontwikkelen tot gevaarlijke varianten. Vandaag zijn we meer dan genoeg doordrongen van het feit dat religie gevaarlijk kan zijn. Dat moet echter niet gebeuren in een roes van atheïstische zelfrechtvaardiging.

De geschiedenis laat zien dat gelovigen en ongelovigen beiden een groot geweldspotentieel hebben. De enige manier om vreedzaam samen te leven is dit onder ogen te zien.’

Zie: Atheïsme, religie en haar gevolgen

Illustr: Het Griekse woord “atheoi” αθεοι (“[degenen die] zonder god”) zoals dit wordt weergegeven in de brief van Paulus aan de Efeziërs 2:12, op de vroeg 3e-eeuwse Papyrus 46. Dit woord – of een woordvorm ervan – verschijnt nergens anders in het nieuwe Testament of de Koine Griekse versie van het Oude Testament. (Wikimedia Commons)

Geen valide argumenten voor atheïsme

Heeft atheïsme goede redenen voor het niet bestaan van God, of zo je wilt, van een bewust wezen dat de oorsprong is van de wereld? Filosoof Emanuel Rutten is van mening dat we een atheïst om argumenten mogen vragen voor zijn atheïsme, meer dan alléén maar zeggen dat atheïsme ‘de afwezigheid van geloof in één of meerdere bovennatuurlijke wezens’ is. De meeste argumenten zijn volgens Rutten echter nogal eenvoudig te weerleggen.

Zo zegt men bijvoorbeeld: ‘In de wetenschap komen we genoemd wezen nergens tegen. We hebben een dergelijk wezen voor geen enkele wetenschappelijke verklaring nodig.’ Prima, zeg ik dan, maar daaruit volgt niet dat zo’n wezen niet bestaat.’

Volgens de filosoof geven wetenschappers verklaringen voor fenomenen in de wereld. Dit doen ze door het in kaart brengen van wetmatigheden. En er is geen reden om te denken dat die wetmatigheden een beroep moeten doen op de oorsprong van de wereld.

De formele regels van het schaakspel doen immers ook geen beroep op de bedenker ervan. Dat we genoemd bewust wezen in, zeg, de fysica, nergens tegenkomen, levert dan ook geen enkel argument tegen het bestaan ervan op.’    

Er zijn theïstische argumenten voor het bestaan van een bewuste oorsprong van de wereld, aldus Rutten. Het argument van de atheïst moet dus eerst al deze theïstische argumenten weerleggen. Atheïsme moet een goede reden geven voor het niet bestaan van genoemd wezen.

fokke-en-sukke

Atheïsten zeggen dat zo’n wezen niet bestaat omdat het een bewustzijn zonder lichaam moet zijn en een bewustzijn zonder lichaam kan niet voorkomen. Rutten zegt dan dat het overmoedig is om te denken dat iets niet kan bestaan omdat we het niet objectief hebben vastgesteld.

Het probleem van het kwaad kan geen argument zijn omdat dat alleen maar een argument levert tegen het bestaan van een moreel goed wezen dat de oorsprong van de wereld is. Geen argument dus tegen het bestaan van een bewuste oorsprong van de wereld.

emanuelrutten

Rutten somt verscheidene argumenten op waarmee de atheïst zich bedient en die niets opleveren. Over vermeende misstanden in de Bijbel; de vermeende verborgenheid van het wezen in kwestie; de schijnbare betekenisloosheid van het begrip ‘bewust wezen dat de oorsprong van de wereld is’, en over het wezen als slechts een psychologische projectie. Ten slotte geeft Rutten nog een knipoog:

Op dit punt aangekomen, draait mijn gesprekspartner de rollen meestal om: ‘Geef jij dan eens een argument vóór het bestaan van genoemd wezen. Eén is genoeg.’ ‘Prima,’ zeg ik dan. ‘Graag zelfs!’

Zie: Redelijke argumenten voor atheïsme?
Illustr:
 Yuri Gagarin, 1961 (wallpapervortex.com)
Cartoon: foksuk.nl

Pleidooi voor een mystiek manifest

Wat we nodig hebben is een mystiek manifest. Volgens theoloog Karl Rahner zal de christen van de toekomst een mysticus zijn, of hij zal niet zijn. De Verlichting heeft de wereld vooralsnog onttoverd. Dit kan veranderen wanneer we (ons) realiseren wie we zijn. Voor de tempel van Delphi stond de spreuk Ken jezelf. Wij zijn complexe, geconditioneerde, wezens. We kunnen kiezen: blijven we ronddraaien in oude bekende patronen? Of zoeken we steeds meer contact met de stilte in ons?’

Psycholoog Vincent Duindam zegt dit in zijn onlangs verschenen artikel Begroet het goddelijke in jezelf. Daarin stelt hij dat we in een tijd leven van wantrouwen en we niet meer weten wie we ten diepste zijn. Hij houdt een pleidooi voor een meer mystieke benadering van onszelf en onze wereld.

Mensen weten niet meer wie ze zijn. We moeten haast wel geloven dat we niet meer zijn dan een speelbal van blinde krachten. De grote religies gaan uit van een goddelijke kern in de mens. Dit kunnen we eigenlijk niet meer geloven. En wat houd je dan over?’ 

Volgens Duindam brengen alle grote religies, en vooral hun mystieke ‘binnenkant’ goed nieuws (evangelie). God is geen man met een baard achter de draaitafel van het heelal, maar je eigen diepste kern. Je hoeft dus ‘alleen maar’ te ontwaken tot wie je al bent. Iets ‘wakkerder’ (verlichter) door het leven te gaan. Daar zijn veel concrete oefeningen en praktijken voor (stilte, meditatie, gebed, rechtvaardigheid, belangeloosheid, vrijgevigheid, mantra’s, mindfulness, etc.)

Wanneer je hier enkele stappen in zet, begint de wereld om je heen langzaam mee te veranderen. Je wordt niet naïever. Je kunt nog steeds zien wat er niet klopt. Maar achter dubbele lagen, dubbele agenda’s en dubbele bodems weet je de bestaansgrond.’ 

God bestaat wel degelijk: in onszelf, zegt Duindam, en we hoeven geen ruzie te maken met Galileo, Darwin of Freud, want er zit nog iets diepers in ons.

Als we kunnen geloven dat we meer zijn dan hersenen, lichaam, gedachten, beelden en emoties, ons verhaal, dan veranderen we zelf – en dan verandert ook de wereld om ons heen. Dan kun je de diepe goddelijke kern waarnemen, en je ook anders gaan gedragen. De premie op achterdocht corrumpeert de sociale cohesie. Het wordt tijd dat we het goddelijke in onszelf en (dus) in de ander herkennen en begroeten.’

vincent duindam

Vincent Duindam (1958) (foto: VPJD) studeerde af in de psychologie aan de Universiteit Utrecht. Sinds 1991 geeft hij aan deze universiteit les, maar is ook als freelance-docent verbonden aan de Vrije Hogeschool in Driebergen en de SPSO (Stichting Psycho-sociale Opleidingen) in Utrecht. Hij doet onderzoek naar ouderschap, zorgende vaders, taakverdeling, relaties, mannelijkheid/vrouwelijkheid, en (echt)scheiding. Hij publiceerde tien boeken waaronder een proefschrift over ouderschap, een haikubundel over zijn dochters en boeken over relaties, ouderschap, opvoeding, onderwijs en spiritualiteit. Over deze onderwerpen houdt hij ook regelmatig lezingen en verzorgt hij workshops. Verder schrijft hij artikelen voor Happinez, VolZin, Psychologie, etc.


Elke religie begint met mystiek

Mystiek is de poëzie van de religie. Het is hemelse muziek gezet op aardse tonen. Het begeleidt de religie. Ze voedt de religie met haar ervaring. Maar wordt de mystiek te machtig, dan dreigen de structuren en de theologie te vervagen. Worden daarentegen de structuren te machtig,  dan komt de levende stroom van de mystiek in de verdrukking.

Mystiek begint met ervaring, elke religie begint met mystiek. ‘Mensen gaan ontdekken dat er een kracht is die groter is dan je zelf bent. De boeddhist noemt het anders dan de christen en de jood, maar de kern is hetzelfde. Het gaat om de oermomenten van het geloof. Wat Jezus in de woestijn meemaakte was een mystieke ervaring.

Volgens Van Zijll Langhout is de grote waarde van de mystiek dat de grenzen tussen de geloofssystemen verdwijnen. ‘De namen zijn verschillend – God, Allah, Jezus, Boeddha – maar de termen waarin de weg beschreven wordt, zijn frappant gelijkluidend.’ Mystiek heeft vele kwaliteiten. Ze is in staat om in menselijke taal, die de geloofssystemen te boven gaat,  te verwoorden wat leven tot zinvol leven maakt. 

Volgens (de boeddhistische monnik, PD) Sogyal Rinpoche heeft de mystiek een transformerende kracht en dat is wat zo broodnodig is om engagement te doen ‘slagen’. ‘Het onderricht van alle mystieke tradities in de wereld,’ zo schrijft hij, ‘maakt duidelijk dat zich in ons een enorm reservoir aan kracht bevindt, de kracht van wijsheid en mededogen, de kracht van wat Christus het Koninkrijk des Hemels noemde. Wanneer wij leren hoe wij deze kracht kunnen gebruiken – en dat is waar het om gaat in de zoektocht naar verlichting – kan dit niet alleen onszelf transformeren, maar ook de wereld om ons heen. Nooit eerder was er een tijd waarin het zo urgent was deze heilige kracht in te zetten, en nooit eerder was er een tijd waarin het van vitaal belang was de natuur van deze zuivere kracht te begrijpen, haar te leren kanaliseren en aan te wenden voor het welzijn van de wereld.’ 

(Mystiek en religie kunnen elkaar voeden, Rinus van Warven) 

rinus_van_warvenweb

Drs. Rinus van Warven is journalist en programmamaker. Hij studeerde cultuurfilosofie en theologie. Hij verzorgt het programma ‘Tendens’ over religie, spiritualiteit, kerk en samenleving, dat wordt uitgezonden door Radio Gelderland. Hij is programmamaker bij het programma ‘De Lotusvijver’ van de Organisatie voor Hindoe Media. Hij schrijft met de nodige regelmaat voor de bladen Prana, Profiel en Ken U Zelve. Hij doceert cultuurfilosofie aan diverse Centra voor Volwasseneducatie en houdt in den lande lezingen over tal van onderwerpen.

Zie:

Begroet het goddelijke in jezelf  (de Bezieling)
Foto: © Mystiek 5
(iks-foto.nl)
Update 31032024: layout / foto / links

‘Geloven geeft te denken en dat denken zal redelijk moeten zijn’

rodin
‘Het huidige geloofsklimaat geeft veel te denken,’ zegt de Beweging voor Eigentijds Geloven (VVP) over het essay van filosoof en theoloog Arne Jonges: er staan een aantal juweeltjes van hoofdstukken in waarin hij onder meer uitlegt dat er waarheden in soorten zijn, en schrijft over de verhouding tussen historiciteit en mythe. Jonges levert prachtige citaten aan waar avonden over doorgepraat kan worden. Zoals: ‘je neemt de bijbel letterlijk of je neemt de bijbel serieus’.

De VVP zegt in een korte reactie op het essay (een pdf van 43 blz.) dat we de functie van godsgeloof allemaal moeten lezen, evenals de opmerkingen over verantwoordelijk zijn voor je eigen geloof.

In zijn essay zegt Jonges dat ‘geloven als zodanig niet redelijk is’, want door te stellen dat het in ‘onze natuur’ zou liggen, ons gelukkiger maakt, of door het een ‘basale overtuiging’ te noemen, maakt het nog niet redelijk: veel van wat tot onze natuurlijke neigingen behoort is niet zo redelijk. Hij verwijst naar het boek God bewijzen, van Stefan Paas en Rik Peels, en vindt het niet zonder meer redelijk om in God te geloven.

Tenslotte leveren hun escapades langs de godsbewijzen uit de wijsbegeerte niet meer op dan dat daarin veel vernuft en redelijkheid is geïnvesteerd, maar niet dat het geloof in God derhalve redelijk is. Die laatste stap kan de rede immers niet maken.’ 

Wie de rede te hulp roept om tot beantwoording van Godsvraag te komen, komt niet verder dan een cirkel: uit de redenering volgt, waartoe de redenering is opgezet. Iedereen die God wil ‘bewijzen’ is al van God uitgegaan, betoogt De Boer terecht.’ 

Een abstract godsidee levert volgens Jonges godsdienstig gezien weinig op. Hij verwijst naar Heidegger die stelt dat tot zo’n God niet te bidden valt. Jonges verwijt de auteurs dat wat ze beogen een fundering of garantie van de rede is voor hun religieuze praxis. Hij schets ook het alternatief: geen redelijke garanties voor geloof, maar redelijk geloven. En stelt dat het niet de vraag is of het redelijk is om te geloven, maar hoe je redelijk kunt geloven.

Bonhoeffers vraag ‘Hoe kun je geloven met ‘intellectuele redelijkheid?’ is derhalve nog steeds actueel. Voor de beantwoording van die vraag is het van belang de functie van de godsidee in wijsgerige en godsdienstige context te bezien alsmede de vraag naar de verhouding tussen het geloof en de rede te stellen.’ 

Fokke.en.Sukke.geloven.meer.in.een.universele.hogere.macht.210511.2826
J
onges gaat in zijn essay hierop door en stelt dat ieder geloof in eerste en laatste instantie een geloof van mensen is.

Als leidraad heeft een denker slechts zijn eigen wereld en geloof. Over het geloof van anderen is niet eenvoudig te oordelen, toch impliceert het met ‘intellectuele redelijkheid’ te willen geloven een normatief element. Redelijkheid impliceert ook kritiek. Niet alles ‘wat wordt geloofd’ verdient om die reden zonder meer respect.’ 

Hij verwijst verder naar onder anderen Peter Sloterdijk die laat zien dat de zeepbel van de metafysica uiteengespat is waardoor religie haar grond heeft verloren, want God was verwikkeld in de metafysica. En ook naar Kant, die alle godsbewijzen onderuithaalt. Jonges schrijft verder over de Verlichting waardoor de rede aan statuur heeft ingeboet.

De oude droom van de wijsbegeerte van een mathesis universalis, een redelijkheid die alle kennis zou kunnen verbinden, a theory of everything, leeft misschien nog bij een enkele natuurkundige, maar geldt nu niet meer als reëel.’ 

Het essay handelt verder over de beperktheid van de kennis; de wetenschap; de denkweg van Husserl; de rede opnieuw; waarheid in soorten; geloof en fundament; ideeën (Plato); gehistoriseerde mythen; Bijbel en mythe; geloofsverstaan; rite als context van de mythe; religieuze ervaring; de functie van het Godsgeloof; God verwerkelijken, en de verantwoordelijkheid voor het eigen geloof een eis van redelijkheid. En zo kan Jonges terecht eindigen met: ‘Het geloven geeft te denken en dat denken zal redelijk moeten zijn’.

Werkelijk een prachtig, helder geschreven essay dat de rede vriendelijk prikkelt, een weldaad voor de geest, voor op een stille zondagmorgen…

arnejongesDr. Arne Jonges (foto: Linkedin) studeerde theologie in Leiden en promoveerde in de wijsbegeerte in Nijmegen.

Cartoon: Jean-Marc van Tol (foksuk.nl)

Foto: EPA  Een van de kunstwerken die in verband wordt gebracht met analyses en denkmethoden, is ‘De denker’ van Rodin.

Zie: Redelijk geloven, door dr. Arne Jonges 

God – en de wetenschap – van de gaten

god-an-atheist-550x550
Als een atheïst geconfronteerd wordt met een gedocumenteerd wonder, is de stelling dat de wetenschap nog niet alles heeft verklaard, maar dat er vast een natuurlijke verklaring voor is. Dit zegt ex-atheïst en software engineer Jaap de Wit in het artikel Over gelovige atheïsten en rationele katholieken.

De atheïst kan christenen verwijten dat ze geloven in een ‘God van de gaten’ als verklaring van onbegrijpelijke verschijnselen. Zelf gelooft hij echter in een ‘wetenschap van de gaten’: de wetenschap verklaart alles, ook wat nu nog niet te verklaren is: ooit wordt het (natuur)wetenschappelijk duidelijk.

Het verschil is alleen dat het voor een christen in werkelijkheid niets uitmaakt of iets wetenschappelijk te verklaren is. Een wonder kan nog steeds een wonder zijn als er een natuurlijke verklaring voor is. De vraag waarom iets gebeurt, is immers niet hetzelfde als de vraag waardoor iets gebeurt. De materialistische atheïst kent dit onderscheid echter niet en moet daarom aan een nogal irrationeel en benauwend geloof vastklampen dat de wetenschap in staat is de gehele waarheid te verklaren.’ 

Volgens De Wit zijn er twee soorten atheïsten: degenen die geloven in een materialistische wereld waarin geen ruimte is voor het bovennatuurlijke en degenen die niet in God geloven, maar wel openstaan voor allerlei bovennatuurlijke en spirituele zaken. De engineer ziet het christendom redelijkerwijs als de gulden middenweg. De materialist heeft in de ogen van De Wit het meest dogmatische geloof dat je maar kunt bedenken: hij mag in geen enkel bovennatuurlijk fenomeen geloven, want dat zou zijn wereldbeeld ondermijnen. Maar:

Ook als je niet in God gelooft, doe je bepaalde geloofsaannames die je niet kunt bewijzen.’ 

De Wit zegt dat toen hij zelf nog atheïst was, hij op een punt kwam waarop hij zichzelf geen filosofische vragen meer mocht stellen en als hij dat wel had gedaan, hij wellicht eerder van zijn ongeloof zou zijn gevallen.

In plaats daarvan ontweek ik de belangrijke vragen een tijdje met een wat meer agnostische houding. Waar ik vroeger het christendom fel had bestreden, hield ik nu een wapenstilstand. Om eerlijk te zijn, was het misschien eerder intellectuele luiheid. Toen ik het geloof hervond, was ik aangenaam verrast dat er een wereld van rede voor me openging.’ 

Zie: Over gelovige atheïsten en rationele katholieken (Broodje Paap)

Cartoon: nakedpastor david hayward

jaapJaap de Wit (Broodje Paap), geboren in 1978 in Bergen op Zoom, en thans woonachtig in Gouda. Overdag is hij software engineer en ‘s avonds is hij Rooms-Katholiek. Hoewel hij kort na zijn geboorte al een tijdje katholiek is geweest, was hij jarenlang atheïst. Op een dag in 2010 liep hij per abuis tegen het ware geloof aan en sindsdien zit hij weer stevig in de kerkbanken. Sinds 2012 is hij enthousiast lid van Koor Padua en sinds 2014 is hij ook acoliet in Gouda. (Foto: JdW)

‘Redelijke Godsargumenten tracht men te framen als onzinnig’

book-letters-flying-dark-backround

Wie nu nog spreekt over Godsbewijzen is louter retorisch bezig. Men tracht redelijke Godsargumenten bij voorbaat te framen als onzinnig.’ Een hartenkreet van Emanuel Rutten op Twitter en Facebook, waarschijnlijk omdat er hier en daar nog steeds met Godsbewijzen wordt gestrooid, terwijl die er niet zijn.

Wellicht omdat de New York Times melding maakte van het Godsbewijs van Rutten, is het begrip ‘bewijs’ een eigen leven gaan leiden. En nu doordat, wat bijvoorbeeld de Ichtus-boekwinkels schrijven over En dus bestaat God: ‘op dit moment is het de meest complete studie over het Godsbewijs in het Nederlandse taalgebied’. Ook op de site van Rutten zelf kom je het woord ‘Godsbewijs’ regelmatig tegen, naast ‘argument’. Het gaat echter om de redelijkheid.

En dus bestaat God

In de Bijbel tref je ook passages aan die gelovigen aansporen om de redelijkheid van hun geloof inzichtelijk te maken voor zichzelf en anderen. Paulus stelt in zijn brief aan de Romeinen bijvoorbeeld dat ieder mens het bestaan van God uit de schepping kan afleiden en Petrus wijst er in zijn eerste brief op dat christenen altijd bereid moeten zijn om verantwoording af te leggen voor de hoop die in hen is.’ (Uit: En dus bestaat God) 

Geloven in God zonder argumenten kan prima in orde zijn,’ stellen filosofen Jeroen de Ridder en Emanuel Rutten, ‘maar argumenten kunnen helpen om in te zien dat geloof in God goede intellectuele papieren heeft.’ In de inleiding van het boek En dus bestaat God gaan de schrijvers uitgebreid in op de context, aard en de functie van Godsargumenten. In een gesprek hierover op zijn site stelt Rutten: 

Vaak wordt geloof in God weggezet als onzinnig en irrationeel. Door te laten zien dat er redelijke argumenten zijn voor het bestaan van God kan dit ‘frame’ deels doorbroken worden. Daarnaast worden vooral in West Europa gelovige jongeren vaak blootgesteld aan harde kritiek op hun geloof. Door te laten zien dat geloof in God alles behalve irrationeel is, kan men dat soort gesprekken een stuk geïnformeerder ingaan dan nu helaas vaak het geval is.’ 

tochdarwin


T
och wordt in filosofieboeken veelal over Godsbewijzen gesproken, zoals het godsbewijs van Anselmus of Thomas van Aquino. De Belgische site Godsbewijzen noemt zichzelf zo, dus niet Godsargumenten. Op hun site zeggen zij zelfs: ‘God bestaat en dit kan bewezen worden. We zullen evenzeer alle implicaties die het bestaan van God met zich meebrengt verdedigen, hetzij spiritueel of politiek’. Mochten er mensen agressief worden van Godsbewijzen, dan verwijzen zij naar de site Geloof & Wetenschap, waarin Sjoerd van Hoorn uitlegt:

Het geven van een argument voor iets is het aanspraak maken op rationaliteit. Een bewijs geven is zeggen: mijn standpunt heeft de kracht en het gezag van de rede. Zo’n aanspraak verstoort het droombeeld dat al het levensbeschouwelijke een kwestie van gelijkwaardige meningen of gevoelens zou zijn. Het Godsbewijs doet de narcistische bubbel van de allereigenste mening of gevoel over wat de zin van het leven is uit elkaar spatten en trekt het doezelige mijmeren over zinvragen binnen in het koele klaslokaal van rede en wetenschap.’ 

Ondertussen staat de site Godsbewijzen bol van de bewijzen, zoals onder andere het ontologisch bewijs, het teleologisch bewijs en het morele bewijs. De site spreekt ook over een bijsluiter bij de Godsbewijzen, terwijl Rutten al eerder een bijsluiter schreef over de Godsargumenten: de filosofische bijsluiter.

Op grond van Godsargumenten kun je laten zien dat God bestaat en bepaalde eigenschappen bezit zonder dat je daarbij het wat van God helemaal pretendeert te doorgronden. Er blijft voldoende ruimte over voor het mysterie omtrent Gods wezen. (Uit: En dus bestaat God) 

emanuelrutten2


Iemand schreef dat Emanuel Rutten misschien beter had kunnen stellen dat God ‘mogelijk bestaat’. Dat maakt het minder ‘bewijzerig’. Zelf zegt de filosoof in een discussie op Geloof & Wetenschap dat zijn argument ‘geen bewijs!’ is. (Foto: geloofenwetenschap.nl)

Bewijzen doen we in de wiskunde, niet in de filosofie. Het gaat om een argumentatie met plausibele (maar geen volkomen zekere) premissen en dus ook een plausibele (maar geen volkomen zekere) conclusie.’

En dus bestaat God. De beste argumenten | Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder | Buijten en Schipperheijn B.V. | ISBN 10: 9058817458 | ISBN 13: 9789058817457 | € 14,50 | Verschenen: 22 januari 2015

Illustr: thesecretkeeper.net
Cartoon: foksuk.nl

Update: 13012024 (lay-out)

Kan je een transcendente God logisch bewijzen?

universe anthropic
‘Er is een oneindig machtige tovenaar die de aarde gemaakt heeft en die alles kan wat wij niet kunnen en die aanbeden moet worden op woensdagen en die wel móet bestaan want dat is naar zijn ‘absolute’ aard.’ Dit is de conclusie uit de premissen: de aarde bestaat en de aarde komt ergens vandaan. Met deze schalkse, door hemzelf als onzinnig (lees: ongeldig) bestempelde redenering verbeeldt filosoof Jan-Auke Riemersma zijn ‘algemeen intuïtief bezwaar tegen godsbewijzen’. Hij geeft nog enkele parodieën op premissen en hun wonderlijke conclusies.

En dus bestaat GodBetekent dit dan dat alle godsbewijzen onzinnig zijn? Dat is lastig te zeggen. Maar het is op voorhand duidelijk dat het logisch onmogelijk is om uit een ‘natuurlijke’ wereld af te leiden dat er een ‘transcendente’ God moet bestaan.’

Volgens Riemersma (alias de Lachende Theoloog) heeft zeggen dat ‘de eerste oorzaak’ de transcendente God is, niets te maken met ‘eerlijke, ouderwetse’ logica, maar alles met de denkbeelden die behoren tot het geloof dat je aanhangt. Hij vindt het niet logisch om het bestaan van God logisch aan te tonen: wie gelooft dat God het meest perfecte wezen is dat wij kennen, ziet in dat het niet ‘logisch’ is om God ‘tevoorschijn’ te halen uit gewone, ‘aardse’ premissen. We veronderstellen immers dat God de wereld die Hij geschapen heeft, overtreft: God is transcendent.

In zijn recensie – in een ander artikel – van het boek En dus bestaat God, van Emanuel Rutten en Jeroen de Ridder, stelt Riemersma dat de vraag of God bestaat in goede handen is bij de filosoof. Immers, de vraag of God bestaat kan niet worden beantwoord door de bioloog, de wiskundige of de fysicus. ‘Filosofen kunnen antwoord geven!’ stelt Riemersma.

Godisnooittevinden-Loesje-large
Hij is van mening dat filosofen werken aan argumenten die het geloof kunnen versterken, maar vraagt zich af hoe sterk of overtuigend de godsbewijzen zijn. De Lachende Theoloog gaat vooral in op het argument van de natuurwetten, waarin gesteld wordt dat de werkelijkheid geordend is.

Maar dat is werkelijk een al te optimistisch en gemakkelijk uitgangspunt. Hoe wéét de theist dat de gehele wereld geordend is? Is het niet mogelijk dat de mens voornamelijk de soort orde (logisch) ziet die hij nodig heeft? Vooralsnog beschikken we niet over een sluitende fysische beschrijving van de ‘gehele werkelijkheid’.’ 

Zijn volgende vraag is waar de natuurwetten dan vandaan komen: wie heeft de logische orde ingesteld? Volgens de schrijvers van En dus bestaat God is de verklaring… het bestaan van God. Volgens Riemersma komt dit bovennatuurlijke antwoord letterlijk uit de lucht vallen. De filosofen moeten van hem naar meerdere verklaringen zoeken. Misschien naar de duivel, suggereert de Lachende Theoloog, de natuurwetten zorgen immers ook voor bosbranden, vulkaanuitbarstingen en aardbevingen.

janriemersmafacebookWaarom denkt De Ridder dan dat God de enige redelijke verklaring is voor het bestaan van een natuurlijke orde? Omdat God zeer goede redenen had, volgens De Ridder, om onze wereld te voorzien van een logische orde: alleen in een wereld met een orde als de onze kunnen vrije, zelfstandig denkende mensen ontstaan. En dat is de bedoeling geweest van God.’ 

Jan-Auke Riemersma (foto: J-AR) noemt dit speculeren, want hoe kunnen wij weten welke redenen God had? De theïst zegt dat God noodzakelijk bestaat, en lijkt hiermee een denkfout te maken. Het beroep op Gods ‘noodzakelijk’ bestaan is niet toegestaan om de natuurlijke orde te verklaren. Je moet het bestaan van een logische orde veronderstellen om te kunnen bepalen dat God noodzakelijk bestaat. Maar dan is God als verklaring voor de orde in de werkelijkheid uiteindelijk ‘circulair’…

 Zie: 

Illustr: NPOwetenschap.nl

Waarom Gods bestaan beargumenteren?

Niet in God geloven is de basispositie voor de meeste mensen. Niet dat iedereen daar nu zulke doordachte redenen voor heeft, maar niet-geloven zit gewoon in de lucht. Het hoort bij de tijdgeest. Het spreekt vanzelf. Je hoeft het niet uit te leggen. Dat zorgt ervoor dat wel in God geloven een beetje raar is. Daarmee komen we bij de bedoeling van dit boek. Wij denken namelijk dat geloven in God helemaal niet zo vreemd is. Integendeel. Er zijn juist uitstekende argumenten om te denken dat God bestaat.’

Dat zeggen Jeroen de Ridder en Emanuel Rutten in het weldra te verschijnen boek En dus bestaat God. De beste argumenten. Het staat in de inleiding onder de vraag die tevens de titel van dit blog is.

Die argumenten zijn niet achterhaald door wetenschap of technologie en ook niet vergezocht. Sterker nog, ze gaan uit van zaken die voor veel mensen bekend zijn en vanzelf spreken en komen dan via een aantal logische stappen uit bij de conclusie dat God bestaat. In dit boek geven we acht van zulke argumenten, in elk hoofdstuk één.’ (Uit: En dus bestaat God)

Vervolgens kunnen we de acht argumenten allemaal bestuderen. Als ik terugkijk op mijn eigen blogs kan ik ze allemaal vinden, maar uiteraard ook elders op Internet of de site van Rutten. Echt niet allemaal direct gemakkelijk te begrijpen. Maar De Ridder en Rutten beloven met heldere redeneringen te zullen komen om duidelijk te maken dat die Ene bestaat. Volgens de uitgever schrijven zij in ieder geval toegankelijk voor een breed publiek. Hier alvast een summiere bloemlezing van de argumenten die ik bij Rutten vond. Ik ben benieuwd hoe de argumenten uiteindelijk helder verwoord zijn in En dus bestaat God.

Het Leibniziaans argument, van de Duitse zeventiende-eeuwse filosoof Leibniz. Hij was van mening dat God zelfs noodzakelijkerwijze bestaat, omdat hij niet anders kan dan bestaan.

Niet alle argumenten hebben zo’n sterk dwingende logica: soms is het meer zo dat de aannames de conclusie zeer waarschijnlijk maken.’ (Uit: En dus bestaat God)

Het kosmologisch argument: God wordt hiermee rationeel afgeleid uit waarneembare dan wel beargumenteerbare algemene kenmerken van de kosmos: zoals het gegeven dat er überhaupt een universum bestaat in plaats van helemaal niets, of het feit dat er in de wereld veroorzaakte dingen zijn, of dat er in de wereld dingen zijn die contingent (niet-noodzakelijk) bestaan.

visje


Het 
fine-tuning argument: de hypothese dat een bovennatuurlijke intentionele act aan de onvoorstelbaar onwaarschijnlijke fine-tuning ten grondslag ligt is alleszins redelijk indien bruut toeval het enige denkbare alternatief is. Fine-tuning kan één argument zijn in een cumulatieve reeks van verschillende argumenten voor het bestaan van God.

Een goed argument begint met ware aannames, of tenminste aannames waarvan het behoorlijk plausibel is dat ze waar zijn. Vervolgens zijn de redeneerstappen van een goed argument dwingend: je kunt er niet of moeilijk onderuit. De kracht van argumenten is dus dat ze je duidelijk maken wat je zou moeten geloven, gegeven dat je andere dingen al gelooft.’ (Uit: En dus bestaat God)

Het argument vanuit natuurwetten: de idee is dat de kosmos met haar universele en stabiele natuurwetten zich aan ons voordoet als een optimaal gestructureerd schoon geheel en dat de schoonheid van deze begrijpelijk samenhangende structuur een kenmerk is van intrinsieke goedheid, zodat het niet onredelijk is om te denken dat de schepper van de kosmologische zijnsorde goed in plaats van kwaadaardig is.

Het ontologisch argument: het bestaan van God wordt afgeleid op a priori gronden, dat wil zeggen op grond van redelijke overwegingen die ons door ons autonome denken worden ingegeven. In een ontologisch argument wordt de conclusie dat God bestaat afgeleid uit een bepaalde vooraf gegeven definitie van God, zoals ‘Datgene waarboven niets groter gedacht kan worden’ of ‘Maximaal perfect wezen’.

En dus bestaat God

De argumenten in dit boek zijn volgens ons goede argumenten. Ze starten vanuit aannames die voor veel mensen acceptabel zijn – ongeacht of ze gelovig zijn of niet – en komen dan via een of meer stappen bij de conclusie uit dat God bestaat. Bij sommige argumenten volgt de conclusie strikt logisch uit de aannames, bij andere maken de aannames de conclusie erg waarschijnlijk.’ (Uit: En dus bestaat God)

Het modaal-epistemisch argument: het bestaat uit twee premissen en één conclusie. Beide premissen hebben betrekking op een semicartesiaanse notie van kennis. Een subject, zeg S, kent een propositie, zeg p, indien p waar is en indien S niet anders kan dan p geloven, bijvoorbeeld omdat p voor S intuïtief zelfevident is (“1+1=2”) of omdat p voor S zintuiglijk niet corrigeerbaar is (“Ik heb twee handen”). Uit beide premissen, enerzijds “alles wat mogelijk waar is, is mogelijk kenbaar”, en anderzijds “Het is onmogelijk te weten dat God niet bestaat”, volgt logisch de conclusie dat God noodzakelijk bestaat.

Het morele argument wordt door verschillende hedendaagse filosofen verdedigd. Het morele argument voor het bestaan van God kan bijvoorbeeld op de volgende manier weergegeven worden: 1. Als God niet bestaat, dan is niets objectief verwerpelijk, 2. Sommige daden zijn in objectieve zin verwerpelijk, 3. God bestaat (conclusie uit beide premissen.)

Het argument vanuit de religieuze ervaring: men vertelt bijvoorbeeld over persoonlijke Godervaringen of men verwijst naar de vele getuigenissen van Godervaringen bij anderen. Hierbij gaat men uit van een meer inclusieve visie op menselijke ervaring; een visie die ruimte biedt voor esthetische, existentiële en morele ervaringen. Dan is er geen goede reden om op voorhand te beweren dat religieuze ervaringen, zoals het ervaren van God, zelfs als God bestaat, in beginsel onmogelijk zijn.

Maar een keihard bewijs en absolute zekerheid? Dat kan geen filosofisch argument je geven. En dat is ook niet erg. Gezonde twijfel past bij geloof in God. Argumenten geven ons uitstekende redenen om te geloven, maar het blijven wel redenen om te geloven. Wat de argumenten voor het bestaan van God volgens ons vooral laten zien, is dat geloof in God rationeel gezien volkomen gelegitimeerd is, ja zelfs de meest redelijke positie betreft. Daar gaat het ons hier om.’ (Uit: En dus bestaat God)

En dus bestaat God. De beste argumenten | Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder | Buijten en Schipperheijn B.V. | ISBN 10: 9058817458 | ISBN 13: 9789058817457 | € 14,50 | Verschijningsdatum: 22 januari 2015

Illustr: eye and universe (angelicview.wordpress.com)
Update: 2025 (Lay-out)

‘Een Godsbewijs moet overtuigen’

En dus bestaat God
‘Een godsbewijs zou eigenlijk overtuigend moeten zijn – en niet plausibel. Plausibel maken dat God ‘zou kunnen’ bestaan –mwah, dit bewijs laat in ieder geval zien dat er toch wel ‘iets’ van Gods bestaan aan is – is niet effectief. Zolang er goede tegenargumenten bestaan is het geloof in God niet redelijk: ook niet een ‘beetje’.’ Dat zegt de Lachende Theoloog, alias Jan-Auke Riemersma op zijn blog Godsbewijzen.
 

Als de argumenten van de ‘moderne’ theïstische godsdienstwijsgeren overtuigend zijn, dan mag men veronderstellen dat vooral goed geschoolde filosofen, die de betekenis van dergelijke krachtige argumenten op waarde kunnen schatten, zich door deze argumenten hebben laten overtuigen.’ (J-AR) 

JeroendeRidder (1)Riemersma stelt dat slechts 14 – 20% van de analytische wijsgeren menen dat het bestaan van God te verdedigen is. Helaas zegt hij er niet bij niet welke filosofen dat zijn. Die kunnen wellicht hun Godsbewijzen, eh… argumenten, misschien meer plausibeler maken dan de filosofen die met hun boek komen En dus bestaat God. De beste argumenten. De beste acht argumenten vanaf 22 januari dus in uw boekhandel. De filosofen Emanuel Rutten (re: foto Twitter) en Jeroen de Ridder (li: foto VU) zijn er in ieder geval zelf wel van overtuigd dat zij met heldere redeneringen kunnen duidelijk maken dat dieemanuelrutten Ene bestaat. Volgens de uitgever schrijven de heren in ieder geval toegankelijk voor een breed publiek, dat ook vakgenoten zal boeien.

God bestaat en daar zijn sterke argumenten voor. Juist de laatste jaren zijn die argumenten nog weer aangescherpt. Emanuel Rutten en Jeroen de Ridder, beiden filosoof, hebben zich in elk geval laten overtuigen: God bestaat en dat valt met heldere redeneringen duidelijk te maken.’ (Cover) 

JanAukeRiemersmaVolgens de uitgever zal dit boek atheïsten verontrusten en gelovigen versterken, en is het een eyeopener voor al die mensen die denken dat geloof geen optie meer is voor wie zijn verstand gebruikt. Maar volgens de Lachende Theoloog (illustr. J-AR) is het probleem nu juist dat geen van de bestaande godsbewijzen zonder meer ‘geldig’ en ‘waar’ is.

Het opvallende verschil met de meeste andere wijsgerige debatten is echter dat er geen onderzoek gedaan wordt aan God. Het debat krijgt geen impulsen van buitenaf. Godsdienstwijsgeren, of ze nu theïst of atheïst zijn, zullen zich moeten verlaten op argumenten.’ (J-AR) 

Ben benieuwd… Volgens schrijver en filosoof dr. Edward C. Feser (1968) is het onder hedendaagse filosofen vrij algemeen bekend dat Thomas van Aquino ervan overtuigd was dat het bestaan ​​van God, de onsterfelijkheid van de ziel, en de inhoud en bindende kracht van de morele wet bewezen kon worden door middel van louter filosofische argumenten.

En dus bestaat God. De beste argumenten | Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder | Buijten en Schipperheijn B.V. | ISBN 10: 9058817458 | ISBN 13: 9789058817457 | € 14,50 | Verschijningsdatum: 22 januari 2015

Zie: Godsbewijzen