Jeruzalem: leven te midden van religieuze fanatici

Het eerste jaar dat je hier woont, haat je de Israëli’s, het tweede jaar haat je de Palestijnen en het derde jaar haat je ze allebei. Het vierde jaar ga je jezelf haten. – Dit zegt Arabist Anna Krijger in haar boek Hipsters, baarden, martelaren. Die uitspraak hoorde zij van een expat, nu geciteerd in het artikel van Merijn de Boer: Tussen Klaagmuur en Al-Aqsa, in De Groene Amsterdammer van 17 december. Krijger woonde in die tijd in zowel Israël als de Palestijns gebieden. De Boer: ‘Als je als buitenstaander in Jeruzalem woont, kun je het beste begrip blijven houden voor beide partijen. Maar dat is soms lastig. Want zelfs ik krijg weleens iets van de politiek mee. En als twee groepen elkaar naar het leven staan, ontstaat er de neiging om partij te kiezen.’

Pray not for Arab or Jew
For Palestinian or Israeli
Pray rather for ourselves
That we might not divide
Them in our prayers but
Keep them both together
In our hearts.

Uit een gebed van een Palestijnse christen, gevonden in de St. George Kathedraal in Jeruzalem.
(Uit: Hipsters, baarden, martelaren)

De Boer ervaarde het als een bevrijding toen hij die neiging kwijt was. Nog altijd koestert hij de eerste weken na zijn aankomst in Jeruzalem, toen alles nog nieuw en exotisch was.

Maar nu we bijna weer weggaan, besef ik dat deze laatste periode minstens zo waardevol is. Ik leef inmiddels niet meer alleen in Oost maar ook in West. Ik ervaar de rijkdom van het leven in een stad waar twee culturen samenkomen.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

De auteur beschrijft een bijzondere en vredelievende scène, als hij onderweg is: midden op een kruispunt stopte een auto waaruit een Arabische bestuurder stapte die in nood was. Hij denkt er nog vaak aan terug.

Hij kreeg, leek het, geen lucht. Uit de auto naast me snelde een dwergachtige man toe, met een keppel op zijn hoofd, een pistool onder zijn riem en de draden van zijn tsietsiet wapperend in de wind. De jood bood de Arabier succesvol hulp. En werd uitvoerig bedankt. De man stapte weer achter het stuur en het incident was voorbij. Het kruispunt werd heroverd door het voortrazende, toeterende verkeer.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

De Boer vertelt dat dat pistool onder de riem geen uitzonderlijk beeld is in Jeruzalem.

Het is enigszins treurig hoe snel je blijkbaar gewend kunt raken aan al die wapens om je heen. Als ik in de tram zit en mijn ogen laat ronddwalen, tel ik er altijd wel een stuk of acht, negen, de helft gedragen door mannen in burger. Je hoeft in Israël maar een blauwe maandag vrijwilligerswerk bij de politie te hebben gedaan of je krijgt al een wapenvergunning.
(Uit: De Groene Amsterdammer)

Het is bij De Boer niet zo gegaan dat hij het eerste jaar de Israëliërs haatte en het tweede jaar de Palestijnen, maar iets soortgelijks heeft hij wel ervaren: in het eerste jaar voelde hij vooral sympathie voor de Palestijnse cultuur, in het tweede jaar verschoof zijn interesse naar de Israëlische.

En daarna gebeurde er iets wezenlijk anders dan wat de expat aan Anna Krijger vertelde, en het overkwam me niet pas na twee jaar, maar al eerder: in plaats van dat ik zowel de Palestijnen als de Israëliërs ging haten, voelde ik juist steeds meer sympathie voor hen allebei – en dat voelde (…) als een verlossing.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

Toch stemt De Boer het leven in Jeruzalem, en in Israël, uiteindelijk treurig. Door zijn ervaringen weet De Boer één ding zeker, zegt hij en dat heeft alles te maken met de politieke situatie in Jeruzalem en in Israël, die zo uitzichtloos en treurig makend is dat een mens maar beter niet te lang in die stad kan wonen.

Ook kan het onmogelijk goed zijn voor je geestelijk welzijn om voortdurend tussen de religieuze fanatici te leven. Na twee jaar in Jeruzalem weet ik in ieder geval één ding heel zeker: religie is niets voor mij.’
(Uit: De Groene Amsterdammer)

Anna Krijger bezocht soms een familie, Joods of Palestijns. In haar boek vertelt zij over een familie die een dierbare verloor aan een gewelddadige dood. De Palestijn Mu’ataz schoot de ultranationalistische kolonist Yehuda Glick neer, die zwaar gewond raakte maar de aanslag overleefde. Een Israëlitisch arrestatieteam drong de volgende dag het huis van Mu’ataz binnen en schoot hem dood. Hierover spreekt Krijger met de vader van Mu’ataz. Zij vraagt of zijn zoon achter de aanslag zat. Hij antwoordt dat hij niet verbaasd zou zijn. Laconiek is vervolgens zijn retorische wedervraag.

Vader Ibrahim: ‘Wij zijn geen terroristen. Maar bezetting vraagt om verzet, dat begrijpt toch iedereen?’
(Uit: Hipsters, baarden, martelaren)

Bronnen:
* De ervaringen van Merijn de Boer in Tussen Klaagmuur en Al-Aqsa. (De Groene Amsterdammer, 16 december 2020)
* Hipsters, baarden, martelaren | Anna Krijger | Querido | Paperback | 9789021407807 | oktober 2017 | 256 pagina’s | € 20,99 | E-book € 10,99

Beeld: neufal54 (Pixabay)

‘Het gaat niet om wat je gelooft, maar hóé je dat doet’

‘Alle fundamentalisten, of ze nou religieus zijn of extreemrechts of radicaal-links, baseren zich op een tekst of een autoriteit die ze als hun fundamentals beschouwen en waar ze blind op varen,’ zegt filosoof en theoloog Rik Peels. Hij kreeg vorig jaar 1,5 miljoen euro van de Europese Onderzoeksraad voor een onderzoek naar fundamentalisme. Inmiddels heeft hij daarmee voor wel drie miljoen aan deelprojecten kunnen uitzetten. Filosofen, theologen, religiewetenschappers, historici, juristen, sociale wetenschappers, economen, criminologen, psychologen en psychiaters worden erbij betrokken.

Gedeeltelijk worden fundamentalistische overtuigingen geïnspireerd door persoonlijke oorzaken, maar de groepsdynamiek is tegelijk belangrijk. Kijk naar fundamentalistische jongeren die zich afkeren van hun moskee en zelf op internet op zoek gaan naar interpretaties van Koranteksten, en zo deel uit gaan maken van een virtuele gemeenschap.’ 

Een team van zes onderzoekers staan klaar, maar evenveel buitenpromovendi werken mee in hun eigen tijd en doen op eigen kosten promotieonderzoek, zei Peels afgelopen woensdag in Ad Valvas in een interview met Peter Breedveld. Veel studenten als stagiair, en werkend aan hun masterscriptie, draaien in het project mee. In de groep zitten christenen, moslims, atheïsten, hindoes en agnosten, jongeren en ouderen.

‘Het gaat niet zozeer om wat je gelooft, maar hóé je dat doet.’
(Rik Peels)

Peels sluit niet uit dat enkele teamleden, verdeeld over de faculteit Religie en Theologie en de faculteit Geesteswetenschappen van de VU Amsterdam, in bepaalde opzichten zelf naar fundamentalisme neigen, maar dat ziet hij niet als een risico dat het project ondermijnt.

Het kan juist een kracht zijn dat mensen hun eigen ervaringen meebrengen in het onderzoek. Het risico zit ’m juist in onderzoek dat louter vanuit het perspectief van de derde persoon wordt gedaan. Zoals ik al zei: fundamentalisten zijn niet zo heel anders dan wij. Als een deel van de onderzoekers zich in hen kan verplaatsen, maakt dat het alleen maar spannender.’

Peels onderzoeksgroep kijkt ook naar de zogeheten intellectual vices: intellectuele ondeugden, zoals dogmatisme, narrow-mindedness en intellectuele hoogmoed.

‘Dan zie je dat er een zekere overlap is met de neiging om in samenzweringstheorieën te geloven, wat je vaak bij fundamentalisten ziet: zij tegen de rest van de wereld.’

Volgens Peels hebben veel fundamentalisten, of ze nou religieus zijn of niet, met elkaar gemeen dat ze geloven dat er ooit een paradijselijke toestand is geweest, dat er toen een val kwam waardoor de wereld gebroken is. 

Fundamentalisten zien het als hun taak die paradijselijke toestand te herstellen, dat zie je bij sommige orthodoxe gereformeerden en salafisten, maar bijvoorbeeld ook bij de actievoerders van Extinction Rebellion en bij een bepaalde aanhang van Forum voor Democratie die gelooft dat er ooit een blank-boreaal Europa was waar hij weer naar terug wil.’ 

Wat zou er uit het onderzoek komen als Peels zijn licht erop heeft laten schijnen? Het onderzoek duurt vijf jaar. In Trouw zei Peels een jaar geleden dat ‘het doel is om ideeën en concepten te ontwikkelen die precies dit doen: onderzoekers dichter bij de geest van een fundamentalist brengen’.

Filosofie Magazine vroeg vorig jaar aan Peels hoe zijn onderzoek uiteindelijk zal uitmonden in een beleidsstuk dat de wetenschappelijke resultaten vertaalt naar de praktijk; hoe dat er uit zal zien.

Als je radicalisering wilt aanpakken door die te voorkomen of te genezen, moet je eerst begrijpen hoe radicalisering in het hoofd van een fundamentalist werkt. Daar ligt mijn taak als wetenschapper. Het is mijn expertise om onderzoek te doen, de literatuur te kennen, en hierdoor mensen die een wending hebben gemaakt naar het fundamentalisme beter te begrijpen. Naarmate mijn onderzoek vordert, zal ik veel gaan praten met mensen die aanzienlijk dichter op de praktijk zitten, zoals de veiligheidsdiensten. Bij de vertaling van de resultaten naar de concrete praktijk heb ik hen hard nodig.’

Zie:
* ‘Fundamentalisten zijn niet zo heel anders dan wij’ (Ad Valvas, onafhankelijk platform van de Vrije Universiteit Amsterdam)
* Wat is eigenlijk een fundamentalist? (filosofie.nl)
* Deze filosoof kruipt in het hoofd van fundamentalisten (Trouw)

Collage: Paul Delfgaauw
, maart 2017.

Biblebelt schept refoband

CatharijneconventPDDenHertog

Wel een tamelijk losse, want de vele gereformeerde afscheidingen van de orthodoxe protestanten lopen allemaal op hun eigen smalle weg. Zo is er gelijk plaats genoeg, zou je zeggen en hoef je niet eens op die brede weg. Op de smalle weg kan je elkaar ook beter in de gaten houden, want de sociale controle blijkt enorm binnen deze Nederlandse minderheidscultuur. Je kan er alleen maar onderuit komen door… ook weer een eigen gemeente te beginnen. Maar daar is direct weer die sociale controle.

Toch zijn er kleine vlammetjes van Verlichting te vinden in de Bijbelgordel, zo blijkt uit een bezoek Bij ons in de Biblebelt in Museum Catharijneconvent in Utrecht.

‘Thuislezers’
B
iblibelt, Bijbelgordel, refoband. Allemaal benamingen van een minderheidscultuur die de smalle weg bewandelt om uiteindelijk het grootse hiernamaals te bereiken. Orthodoxe protestanten blijken heel veel smalle wegen te kennen en op elke weg wandelt wel een van de vele afscheidingen. Veel kleine protestantse gemeenten en vaak waren de gemeenten zelf ook nog eens niet goed genoeg. Mensen bleven dan thuis en werden ‘thuislezers’ omdat in de gemeente niet goed werd gepreekt. Ze waren het niet eens met de moderne uitleg van de predikant in de officiële protestantse kerk.

Dag des Heeren
R
eformatorische kunstenaars zijn orthodox aangepast – iets dat je juist niet van kunstenaars verwacht. Hun kunstwerken moeten op zondag achter een gordijn verscholen worden. Ook van kunst mag je op zondag dus niet genieten. Het Reformatorisch Dagblad hangt op internet op de Dag des Heeren eveneens achter een virtueel gordijn. Vandaag, dinsdag, is het – weer – enorm druk. Waar komen al die mensen vandaan? Vele honderden per dag. Van de Biblebelt? Zou kunnen gezien de hoge gemiddelde leeftijd van de bezoekers. Maar ook zijn er duidelijk ook young elderly persons (yeps) te vinden, wellicht op zoek naar fundamentele zingeving.

CatharijneconventPDZwaarLicht

Van zwaar naar licht
De Middelburgse kunstenares Liesbeth Labeur, zelf afkomstig uit een reformatorisch milieu, geeft in deze tekening een eigen overzicht van het brede spectrum van de protestantse kerken. Geheel links plaatst zij de ‘zwaren’ zoals de oud gereformeerden  die samenkomen in eenvoudige schuurkerkjes. Aan de lichte zijde bevinden zich onder andere de evangelische kerken – die hun groei gedeeltelijk danken aan de toestroom vanuit de reformatorische, ‘zware’ hoek.’ (Foto (PD) en tekst van tekening in Catharijneconvent)


Beeldschermen
E
igenlijk kijken de bezoekers van de tentoonstelling voortdurend televisie. Naast vele boekwerken en schilderijen vullen vele beeldschermen Museum Catharijneconvent. Vol vraaggesprekken met orthodoxe christenen. En je kan er niet bij gaan zitten, je moet staan en tussen vele hoofden doorkijken om iets op te vangen van de beeldschermen. Vele orthodoxen mannen en vrouwen leggen daarop hun orthodoxe visie uit. En die klinkt soms verrassend genuanceerd.

Kinderen worden gezien
S
oms verrassend open. Bij een beeldscherm-interview over opvoeding van kinderen speelt de open dialoog een opmerkelijke rol. Niets dwingends. Gesprekken vinden plaats, kinderen mogen eigen keuzes maken, want ze hebben immers (straks) hun eigen verantwoordelijkheid. Het contact tussen ouders en kinderen in orthodoxe kringen lijkt een voortdurende dialoog te zijn. Geen onverschilligheid maar bezieling, geen dwang maar voorlichting en informatie, oprechte opvoeding vanuit orthodox christelijk geloof. Kinderen worden gezien.

Internet
V
ia internet en smartphone heeft de jeugd daarnaast een ander zicht op de wereld gevonden naast het toch wel benauwde orthodoxe wereldje. Kinderen zien op zondag zo televisie op hun smartphone en leren de wereld nog beter kennen via het wereldwijde web dat ze in handen hebben gekregen. De wereld zoals deze ook is, wordt erop zichtbaar.

Hoeren en tollenaars
E
en grote affiche in een vitrine met een foto van een meisje en de tekst: ‘Ik kom uit de kast – (g)een probleem’, ligt naast een exemplaar van de Nashvilleverklaring, een verklaring over Bijbelse seksualiteit. Een orthodoxe moeder vertelt een van haar kinderen weer te accepteren nadat zij de tekst onder ogen kreeg dat Jezus liefdevol omging met hoeren en tollenaars, dus waarom zij niet met haar homo-zoon?

Gezien: Bij ons in de Biblebelt – Museum Catharijneconvent Utrecht (17-09-2019)

Foto (PD): Kerk of kater?
De oude, in het zwart geklede man loopt in een bijna verlaten straat. Is hij een kerkganger, op een vroege zondagochtend op weg naar het godshuis terwijl de laatste cafégasten zich naar huis spoeden? Of is het precies andersom? En verraadt zijn ietwat rode neus  dat de man ondanks zijn zondagse kledij iets te diep in het glaasje heeft gekeken? En waarheen is hij dan eigenlijk op weg?  
Piet den Hertog (1955)  studeerde aan de Academie voor Beeldende Vorming in Amsterdam. Hij houdt zich naast het schilderen en het uitvoeren van opdrachten bezig met het schrijven van methodes beeldende vorming voor het reformatorische basis- en voortgezet onderwijs.’ (Foto en tekst van schilderij in Catharijneconvent)

Fatwa tegen een liberale islam

islamIgnisWebmagazine

‘Er zijn te veel mensen in onze religie die akkoord gaan met geweld. Anders zouden we van Marokko tot Indonesië geen gemeenschappen hebben zonder enige vorm van democratie.’ Dit zegt de Duits-Turkse advocaat en imam Seyran Ates die ondanks een fatwa voor een liberale islam vecht. Ze startte het burgerinitiatief Stop Extremism. ‘We vechten tegen tradities die door mannen zijn gemaakt omdat ze macht wilden.’

Wat ik doe, is niet nieuw. Er zijn zo veel mensen die werken aan de verlichting binnen de islam. Een van de meest belangrijke denkers daarover is Ibn Rushd. Daarom hebben we onze moskee ook naar hem genoemd (de volledige naam is de Ibn Rushd-Goethe Moschee, SM). Hij werd geboren in de 12de eeuw in Córdoba, Spanje. Hij was een ­filosoof, een rechter en een dokter tegelijkertijd, en een groot kenner van Aristoteles. Wat is er gebeurd? Ze hebben hem van Spanje naar Marokko verbannen en zijn boeken verbrand.’

Ates, een Duitse van Turkse afkomst, was in België en Nederland om er haar nieuwste initiatief te promoten: stopextremism.eu, een burgerinitiatief om een vuist te maken tegen extremisme. Ze hoopt op Europese wetgeving tegen extremisme en sprak met Jan Jambon (N-VA-minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken) om uit te leggen wat het ­initiatief precies inhield.

Op welk gebied kunnen we wettelijk iets doen tegen extremisme, hoe ­kunnen we het controleren, hoe kunnen we meer gegevensuitwisseling hebben tussen de Europese landen, welke definitie van terrorisme hanteren we: daar gaat het over.’

Mijn religie staat aan de top van de lijst als het over terreur gaat, zegt Ates, maar ook dat extremisme niet alleen bommen gooien en mensen doden is. Het is ook de werknemer die radicale ideeën heeft of mensen onder druk zet. Het zijn ook ouders die hun kinderen niet toestaan om onderwijs te volgen.

Alles wat tegen de mensenrechten indruist, is voor ons extremisme.’

Religie kan volgens Ates niet statisch zijn. Mensen leven in hun religie, dus ze is per definitie dynamisch, en de gemeenschappelijke grond van alle religies is heel eenvoudig: liefde. Zij gelooft niet in die 99 procent van de ­moslims die gewoon een normaal en vredevol leven wil, anders zou er geen IS zijn of Boko Haram of Turkije. De ­mensen die haar aanvallen op social media en haar willen doden, horen overigens niet tot IS.

Het zijn mensen die zichzelf vredevolle en gematigde ­moslims noemen. Dat maakt me ongerust. Ze zijn enkel gematigd als hun conservatieve visie op de islam door iedereen gevolgd wordt.’

SeyranAtesTwitterSeyran Ates (foto: Twitter) is feminist sinds haar 15e omdat zij aan den lijve ondervond dat ze niet gelijk behandeld werd. Haar broers waren beter dan zij, ook al was zij de beste op school. Haar broers mochten met hun vrienden spelen en uitgaan. Zij moest thuisblijven. Haar moeder ging werken, zij moest mee voor het huishouden zorgen na school. Ze was gewoon een huishoudhulp. Tijd om te lezen had Ates niet. Zat ze eens met haar boek in haar handen, dan sloeg haar moeder het weg, omdat zij moest schoonmaken.

Ik weet dus wat het betekent om onderdrukt te worden louter wegens het feit dat je een vrouw bent. Mijn feminisme komt van eigen ervaringen, niet van academische ­theorieën.’

Drie maanden voor zij 18 werd, liep ze weg en kwam in een kraakpand in Kreuzberg terecht. Drie jaar later kreeg ze een kogel in haar nek toen zij in een vrouwencentrum werkte en werd samen met haar cliënte beschoten door een Turkse nationalist.

Ik ­verloor zo veel bloed dat ik eigenlijk had moeten sterven. Maar ik heb altijd willen leven. En ik heb heel veel hoop in de mens.’

De imam vindt dat we aan de ene kant dat onder ogen moeten zien dat er meer mensen zijn die geweld steunen dan men soms denkt.

Maar er zijn nog altijd meer mensen voor vrede. We zitten nu op een kantelpunt. Daarom ben ik optimistisch, wegens de grote kansen die deze tijden bieden.’

Zie: Imam Seyran Ates: “Er zijn te veel mensen in onze religie die akkoord gaan met geweld” (De Morgen, Blg.)

Beeld: igniswebmagazine.nl

Polarisatie, radicalisering en… filosofie

EXTREEM.3D

‘Net als religie biedt ideologie ons zingeving in de vorm van mythes, rituelen en transcendente ervaringen. De mythes van radicaliserende jongeren lijken vaak op elkaar: het is de schuld van de Ander, alleen ik en mijn groep kennen de waarheid, wie niet voor me is, is tegen mij.’ Dit stelt godsdienstwetenschapper Birgit Pfeifer in een interview met iFilosofie van de ISVW. ‘We moeten naar de pijn toe’.

Volgens Pfeifer typeren diversiteit, ontworteling en geweldsdreiging onze maatschappij; en daar de jeugd altijd wel in een existentiële onzekerheid verkeert, omdat veel dingen nieuw zijn, kunnen ze ook in een existentiële crisis terechtkomen.

De reactie op zo’n crisis is dat mensen op zoek gaan naar zingeving. Religies en ideologieën bieden antwoorden op existentiële vragen. Extremisme biedt vooral antwoorden die zwart-wit en zijn daarom voor jongeren makkelijk te begrijpen.’

Radicale ideologieën bieden volgens Pfeifer jongeren het gevoel bij een groep te horen en niet alleen te zijn; en wordt de existentiële vraag van vrijheid en eigen verantwoordelijkheid door een bijbehorende complottheorie beantwoord.

Alle kwaad is de schuld van de ‘Ander’, bijvoorbeeld dat ik geen stageplek heb omdat ik Mohammed heet en iedereen zo racistisch is.’

Volgens Pfeifer stopt met deze mythes – die als mantra’s herhaald worden – het zelfstandig denken en hoef je alleen nog maar te doen wat je religie of ideologie je opdraagt, zoals bij alle aanhangers van extreme ideologieën.


Men wil bemind worden, bij gebrek daaraan bewonderd, bij gebrek daaraan gevreesd, bij gebrek daaraan verafschuwd en veracht. Men wil bij andere mensen een gevoel oproepen. De ziel huivert voor de leegte en wil tot iedere prijs contact.’ (Uit: Dokter Glas van Hjalmar Söderberg)


Wat nu te doen tegen radicalisering? Met Windesheim, Radicaal Anders en Kadans is een pedagogische alliantie tegen radicalisering gevormd. Waar eerder veel filosofielessen werden wegbezuinigd, is er nu ‘bildung’: kritisch reflecteren, wat inhoudt dat je je eigen zingevingsconstructen kunt verbinden met die van anderen: filosofen, kunstenaars, je docent of een politieke tegenstander.

Het boek Extreem in de klas van Mark Leegsma, uitgegeven door ISVW Uitgevers, reikt leraren, maar anderen evengoed, handvatten aan om met dergelijke extreme uitingen om te gaan. Meer dan vijfentwintig experts uit verschillende kennisinstituten en lerarenopleidingen van hogescholen en universiteiten delen hun ervaringen en hun visies. Zij bieden inzicht in polarisatie en radicalisering in voortgezet en beroepsonderwijs en geven raad over hoe je bekwaam kunt handelen om de klas, en uiteindelijk de samenleving, voorbij de verdeeldheid te krijgen.

Het gaat om de diepste menselijke angsten, die ons allen bezig houden, niet alleen kinderen die extreme dingen roepen, maar ook de docent die voor die klas staat.’

Zie: iFilosofie

Aan de Vrije Universiteit doet Birgit Pfeifer momenteel promotieonderzoek naar de rol van existentiële processen in aanloop naar geweld op scholen met dodelijke afloop en andere radicaliseringsprocessen bij jongeren.

Mark Leegsma (1980) studeerde klinische psychologie en filosofie. Hij doceerde verscheidene cursussen aan de afdelingen psychologie van de Universiteit van Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam en schreef mee aan Inleiding in de persoonlijkheidspsychologie (Boom, 2016). In 2015 trad hij toe tot de redactie van iFilosofie, waarvan hij sinds 2016 hoofdredacteur is. Ondertussen werkt hij aan een proefschrift op het grensvlak van filosofie en psychologie.

Extreem in de klas | Mark Leegsma | €14,95 | 160 blz. | Luxe paperback | NUR: 730 | ISBN: 978-94-91693-93-9 | ‘De school is de plek bij uitstek om niet te berusten maar in te grijpen. Waar de oplossingen het hardst nodig zijn, vinden de vruchtbaarste experimenten plaats.’ (ISVW) 

Islam centraal in pleidooi voor inclusief, zelfkritisch christendom

religie-islam-2

De christelijke traditie wordt, ook door christenen, gebruikt om de islam verdacht te maken. Dat zeggen twee theologen, een des Vaderlands en een des Twitterlands. Janneke Stegeman en Alain Verheij schreven een manifest voor een christendom zonder moslimhaat. De ‘joods-christelijke cultuur’ wordt misbruikt om openlijke moslimhaat in te verpakken. Zie bijvoorbeeld de grootste partij in de peilingen die alle Nederlandse moslims hun grondrechten wil ontnemen. De theologen roepen dat als vertegenwoordigers van een solidaire generatie gelovigen graag een halt toe.

Wij constateren dat de samenleving die zich zo trots seculier noemde, steeds vaker schermt met haar ‘joods-christelijke’ wortels. Die wortels zien wij als gevaarlijke fictie, als een mythe die niets is dan een stok om moslims mee te slaan en een muur om hen buiten te sluiten.’

De theologen stellen dat joden de eerste groep was die geracialiseerd werd in het westers christendom. Dat bereidde de weg voor het buitensluiten van andere groepen: zwarten, moslims.

Antisemitisme is niet daadwerkelijk verdwenen, en dat zal het ook niet, zolang we niet kijken naar mechanismen van uitsluiting in de westerse christelijke traditie. We spreken over een joods-christelijke traditie alsof er geen jodenvervolging is geweest.’

Dat laatste maakt het volgens de opstellers van het manifest ook zo makkelijk moslims te zien als inherente antisemieten, en niet te zien wat de overeenkomsten zijn tussen uitsluiting van moslims nu en joden toen, en tussen racisme tegen joden, tegen moslims en tegen zwarten.

Stegeman en Verheij stellen dat wie de islam gewelddadig noemt, er goed aan doet zich te verdiepen in de westerse geschiedenis van kolonialisme en de ideologische rol van het christendom daarin.

Als uitverkoren volk van God waren we geroepen overal het evangelie te brengen (praktisch: iedereen onze cultuur en regering door de strot te duwen). Gerechtigd om slaven te maken van iedereen die niet wit was, die vervloekte zonen van Cham, en hen te beroven en uit te buiten.’

Ook gaat het in het manifest over de vrouwonvriendelijkheid van de islam, maar steekt het de hand in eigen boezem wat betreft het feministische vuur. Het verwijst naar een talkshow, naar Donald Trump, de SGP, en stelt dat wie de islam vrouwonvriendelijk noemt, moslims vaak gebruiken als gratuit excuus voor de eigen feministische onmacht, of als schaamlap voor het eigen seksisme.

De theologen stellen voorts dat wie de islam waarschuwend een ideologie noemt, beseffen moet dat het christendom ook nooit een godsdienst voor achter de voordeur is geweest.

Op dit moment worden religie en seculariteit op een rare manier tegen elkaar uitgespeeld. Resultaat is dat religie verdacht is als inspiratiebron, tenzij het verschijnt in het jasje van ‘joods-christelijke cultuur’. Christenen kunnen nog net door de beugel, maar moslims zijn permanent verdacht.’ 

Politiek en godsdienst hebben, in het ideale geval, hetzelfde doel voor ogen: een samenleving waarin iedereen tot haar/zijn recht komt. Religie is onlosmakelijk verbonden met ons zelfbeeld, de relatie met onze medemens en onze idealen voor de samenleving. Dat religie apolitiek kan zijn, is een illusie waar uiteindelijk alle soorten gelovigen onder zullen lijden, omdat hun diepste drijfveren onterecht en onnodig achter de voordeur worden gedreven.’

In het manifest stellen Stegeman en Verheij dat zij dit schrijven juist omdat ze van het christendom houden en ons geloof te waardevol vinden om het te laten misbruiken voor het legitimeren van onverbloemde haat.

Het grootste gevaar voor onze post-seculiere samenleving is niet de islam, maar Wilders’ mythe van een roemrijke en schuldloze joods-christelijk-humanistische historie. Die mythe leidt altijd tot geweld.’

Zie: Manifest voor een christendom zonder moslimhaat

Beeld: gizmofelix.com

‘IS-terroristen handelen in naam van de islam’

KoranReuters

Samir Khalil Samir, jezuïet, hoogleraar Islamologie aan de St. Jozef-Universiteit van Beiroet (Libanon) en aan het Pauselijke Oosters Instituut van Rome, zegt dat het geweld dat door IS wordt gekozen het normale voorbij gaat: het is zuiver terrorisme. ‘Maar het is een feit dat deze terroristen helaas handelen in naam van de islam.’ Hij roept op tot een ‘open en humanistische interpretatie’ van de Koranteksten.

Veertien eeuwen zijn voorbij gegaan, vervolgt hij, dus de interpretatie moet veranderd worden. Zoals wij katholieken bepaalde teksten van het Oude Testament die spreken van geweld en oorlog in de naam van God, niet letterlijk zouden kunnen interpreteren, maar in een totaal andere context. Men moet het goed begrijpen: een tekst moet altijd begrepen worden in zijn context.’

Egyptenaar Samir deelt niet de mening van de rector van Al-Azhar, de grote imam Ahmed Mohammed Al-Tayeb, die in maart jl. voor het Europees Parlement heeft gezegd dat ‘de islam niets te maken heeft met het terrorisme, en dat de islamteksten verkeerd begrepen worden door de terroristen’. Dit is een ‘weinig aannemelijk argument’ volgens de islamoloog. Volgens hem, zo stelt hij bij didoc, moet het werk van Al-Azhar er juist in bestaan uit te leggen dat zelfs wanneer er in de Koran geweld voorkomt, dat het gebruik ervan beperkt is tot een historische periode en bepaalde omstandigheden.

Het gaat niet om een algemene regel die wie ook mag toepassen wanneer hij het wil, en die pseudo-Islamitische Staat heeft niet het recht voor zichzelf iets te verkondigen in de naam van de hele islam; dat komt enkel toe aan de moslimoverheden.’

De islamoloog stelt elders dat minstens 80% van alle terroristische aanslagen in de wereld uitgevoerd worden in de naam van de Islam, om het geloof of de profeet te verdedigen. En dit is aan het toenemen, zelfs in het Westen.

De Islam zou zich grondig met de kwestie van de moderniteit moeten gaan bezig houden ‘door middel van een uitputtende interpretatie van de Koran, de geweldloosheid, de vrijheid van geweten’, maar niemand durft dat te doen.’

Zie:
* De Koran open en humanistisch uitleggen?

* Peter Samir: De interne oorlog binnen de islam

Foto: ©Reuters. Conservator Marie Sviergula houdt het pas ontdekte stuk Koran vast in de bibliotheek van de Universiteit van Birmingham. ‘Een stokoud koranhandschrift dat misschien zelfs dateert van voor de veronderstelde geboortedatum van de profeet Mohammed, dat is niet mis. Bij de spectaculaire ontdekking van de Universiteit van Birmingham speelt op de achtergrond een heftig debat van geleerden over de ontstaansgeschiedenis van de islam en de Koran.’ (Trouw)

Charlie Hebdo heeft pesten tot kunst verheven

zoekdeheldjanbontje.large
En dan is alles toegestaan. De profeet wordt vandaag weer prominent – lekker pûh! – afgebeeld op de voorpagina van Charlie Hebdo. Het komt mij voor dat Charlie vroeger als kind toch wel vreselijk gepest moet zijn en neemt sindsdien voortdurend wraak op alles en iedereen door – onder het mom van satire – hevig terug te pesten. Maakt niet uit wie. Vanuit anarchistisch standpunt is alles en iedereen een dankbaar object: christendom en islam voorop. Pesten is blijkbaar onuitroeibaar en vele toekijkers genieten volop van hun helden. Pesten tot kunst verheven.

Op veel scholen worden tegenwoordig talloze antipestprogramma’s ingezet om (komende) slachtoffers te behoeden voor hun pestkoppen. De gepesten gaan of van school af, of worden depressief, plegen soms zelfmoord of – tot het uiterste getergd – vermoorden de pesters. Andere gepesten beginnen een satirisch blad en slaan pestend en kwetsend om zich heen. Dat moet kunnen, vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Coûte que coûte… Altijd?

Toen een islamitische cartoonist een grove spotprent van de profeet Mohammed en een negenjarige Aisha beantwoordde met een spotprent van Hitler met Anne Frank in bed, was de wereld te klein. Juridisch gezien zit er tussen de twee geen verschil: ze zijn allebei grof en smakeloos, en zeer beledigend voor een groep mensen. Maar aangezien ze geen van beide een specifieke groep mensen tot onderwerp van spot hebben, is het niet strafbaar.’  (Maurits Berger – RD)

vincentkemmeHoofdredacteur Vincent Kemme (foto: myspace.com) van Rorate staat ook stil bij het gebeuren en schrijft in zijn artikel Satire, persvrijheid en barbaarse moordpartijen in Frankrijk:

Char­lie Hebdo is — hoezeer ik ook afwijs en betreur wat hen is aangedaan — een typisch voor­beeld van een blad dat zon­der enig respect voor per­so­nen en hun gevoe­lens om het even wat de wereld in meent te mogen slin­geren, vanuit een wereld­beeld dat zelf niet veel meer lijkt te houden dan het willen breken van elke vorm van ‘macht’.’  (VK)

Kemme vraagt zich af of enige vorm van zelfcensuur wenselijk is of zelfs moet. Hoe afkeurenswaardig de moord­par­tij op de redac­tiele­den ook is — Kemme zegt dat niet genoeg te kunnen benadrukken — een dergelijke gebeurte­nis was natuurlijk te verwachten. Moeten we daarom uit angst voor aansla­gen onszelf censureren? 

Nee, zelf­cen­suur — voor zover we ons die moeten opleggen en ik denk dat dat soms moet — moet op diepere motieven berusten: de wens om met onze humor, onze ‘spot­prenten’ nie­mand te kwet­sen of te beledi­gen. Er bestaan ook andere manieren om de islam ter sprake te bren­gen en ik zie niet waarom dat per se op een voor moslims beledi­gende manier zou moeten.’ (VK) 

Kemme stelt, naast het feit dat hij zich tegelijk aansluit bij de woor­den van de aartsbisschop van Parijs, Mgr. Vingt-Trois: ‘Een car­toon, hoe smakeloos ook, kan niet op gelijk niveau geplaatst wor­den met moord,’ en ‘Persvrijheid, wat het ook kost, is een teken van een vol­wassen samen­lev­ing’: 

We hebben hier te maken met een doorge­dreven verabsolutering van de persvrijheid in onze samenleving, waar respect en eerlijkheid het moeten afleggen tegen het zo nodig willen kun­nen maken van om het even welk state­ment. Dat draagt onnodig bij aan span­nin­gen in de samen­lev­ing en daar zijn we deze week op een gruwelijke manier mee gecon­fron­teerd.’ (VK) 

Zie ook: Satire, persvrijheid en barbaarse moordpartijen in Frankrijk

Cartoon: Jan Bontje (twitter.com)

In naam van God – weer een nederlaag voor het geloof

innaamvangod

‘Als mensen religie eenmaal beginnen te gebruiken ter rechtvaardiging van haat en het moorden, en zo de meedogende ethiek van alle belangrijke wereldreligies loslaten, zijn zij een koers ingeslagen die staat voor een nederlaag van het geloof.’ Dat zegt Karen Armstrong in haar boek De strijd om God. (The Battle for God, 2000) Nu is de vertaling van Fields of Blood, Religion and the History of Violence verschenen: In naam van God, Religie en geweld. 

In Frankrijk vond wederom een nederlaag voor het geloof plaats. En nu komt juist de vertaling van Armstrongs boek uit. In 2000 schreef Karen Armstrong (foto: uua.org) in De Strijd om God dat als fundamentalisten radicalere en meer nihilistische geloofsovertuigingen beginnen aan te hangen, dat dit een waarlijk gevaarlijke ontwikkeling vormt voor ons allen. In het nieuwe boek In naam van God wordt gesteld dat religies en hun volgelingen altijd gewelddadig zijn – althans dat een populaire atheïstische claim zo luidt.

karenarmstrong

Karen Armstrong, prominent deskundige op het gebied van wereldreligies, laat echter zien dat de ware redenen voor oorlog en geweld in onze historie meestal weinig met religie van doen hadden, maar veelal sociaal, economisch of politiek van aard waren.’ (Uitgever De Bezige Bij – In naam van God) 

In een reis van de prehistorie tot het heden maakt Armstrong duidelijk dat er naast de kruisvaarder die in de middeleeuwen dood en verderf zaaide en de hedendaagse jihadist, ook altijd een Jezus of Boeddha is geweest, pleitend voor een rechtvaardige en vredige samenleving. Daarmee corrigeert ze het wijdverbreide beeld dat religies schuldig zijn aan het grote bloedvergieten in de geschiedenis. Aan de hand van gedegen onderzoek en in de vorm van een bevlogen betoog maakt de auteur zich sterk voor religieuze ideeën en bewegingen die oorlog en agressie afwijzen en zich inzetten voor gelijkheid, vrede en verzoening.’ (DBB) 

Hendrik Spiering gaf gisteren in de NRC (illustr.) een recensie van het nieuwe boek van Armstrong.  Ongewild komt het volgens hem precies op het juiste moment, de vertaling van het nieuwste boek van godsdiensthistorica Karen Armstrong, over godsdienst en geweld.

De wereld is nog steeds in shock over twaalf brute moorden in Parijs: ‘om de profeet te wreken’ – een evident religieus motief. Toch? Nee. Het hele boek van Armstrong, dat begint bij de geefreligiemaarweerdeschuldSumeriërs en eindigt bij Afghanistan, Irak en Osama bin Laden, is één lang pleidooi om genuanceerder te denken over religie en politiek. En om verder te kijken dan de eigen tijd.’ (Henk Spiering) 

Een onverwacht mooi boek, noemt Spiering In naam van God. Armstrong zegt hierin dat het doden van burgers als taboe geldt in de islam.

Ze legt uit wat ook elders in verstandige analyses is te lezen: de huidige terroristen hangen een uitgeklede, fundamentalistische islam aan waarin de overgrote meerderheid van moslims in heden en verleden zich niet kan herkennen. Het doden van burgers geldt als een taboe in de islam. Niet dat islamitische staten zich daar aan hielden, verre van dat, maar als er tegen geprotesteerd werd, was dat altijd met religieuze argumenten.’  (HS)

In het nawoord van In naam van God schrijft Armstrong dat als we worden geconfronteerd met het geweld van onze tijd, het een natuurlijke reactie is om ons innerlijk hard te maken tegen het leed en de ontberingen in de wereld, die ons een ongemakkelijk, depressief en gefrustreerd gevoel geven.

‘Maar we moeten een methode vinden om over de verontrustende feiten van het moderne leven na te denken, of we zullen het beste deel van ons mens-zijn verliezen. Op de een of andere manier moeten we een methode vinden om te doen wat religie – in haar beste vorm – eeuwenlang heeft gedaan: een mondiaal saamhorigheidsgevoel opbouwen, een gevoel van eerbied en ‘gelijkmoedigheid’ voor iedereen cultiveren, en de verantwoordelijkheid nemen voor het leed dat we in de wereld zien. Geen enkele staat in de geschiedenis, hoe imposant de prestaties ook zijn geweest, is gevrijwaard gebleven van de smet van de krijger. We zijn allemaal, zowel religieuzen als seculieren, verantwoordelijk voor de huidige toestand van de wereld.’ (Uit: In naam van God)

Karen Armstrong | In naam van God. Religie en geweld | Vertaling Albert Witteveen | De Bezige Bij | 548 blz. € 29,90 | Amazon.nl e-book: € 19,90

Zie ook: Geef religie maar weer de schuld (NRC Blendle € 0,29)

Kleingeestig hoofdredactioneel commentaar Reformatorisch Dagblad

thinkers_cartoon

In een hoofdredactioneel commentaar stelt het Reformatorisch Dagblad – naar aanleiding van een initiatiefwet van D’66 – dat ‘onze hele bevolking gedwongen wordt hetzelfde te denken over het seksuele gedrag’. Wel vindt de redactie het goed dat een leerkracht voor de klas zegt dat de Bijbel een homohuwelijk verbiedt. Moet iedereen hetzelfde als de Bijbel geloven?

‘Waar het om gaat, is of scholen de vrijheid mogen hebben om van hun medewerkers te vragen in leer en leven de levensvisie uit te dragen die de school voorstaat. Leerlingen verwachten dat ook. Het kan toch niet zo zijn dat een leerkracht voor de klas beweert dat de Bijbel een homohuwelijk verbiedt en een opmerkzaam kind de vinger opsteekt en zegt: „Maar meester, u bent toch ook getrouwd met uw vriend?” Elke opvoeder weet dat dit bij kinderen grote verwarring oproept.’ (RD)

Zo’n leerkracht dient zich didactisch bij te laten scholen zodat hij opmerkzame kinderen een adequaat antwoord kan geven. Hij kan bijvoorbeeld zeggen dat er mensen zijn die volgens de Bijbel willen leven en daarom een homohuwelijk afkeuren. Maar dat er anderen zijn die niet volgens de Bijbel willen leven – of deze minder orthodox uitleggen – en een homohuwelijk goedkeuren. Dat is pas èchte vrijheid van godsdienst: uitleggen dat mensen verschillend kunnen denken over godsdienst, of niet in God geloven.

‘Er zijn evenzeer voorbeelden dat homo’s zich op bijvoorbeeld reformatorische scholen veilig voelen.’ (RD)

rd2
Bovenstaande zin komt ook van de hoofdredactie. Het bestaat niet dat een homo zich op een reformatorische school veilig kan voelen. Stel dat zijn vriend hem spontaan komt ophalen uit school en hem als begroeting omhelst of een kus geeft? Hij wordt op staande voet ontslagen. Hij moet dus huichelen in naam van God. Zijn collega’s zullen hem bovendien hooguit gedogen, maar nimmer accepteren als zij werkelijk de orthodox-Bijbelse visie onderschrijven. De situatie op zo’n school is bovenmatig huichelachtig. Jezus houdt niet van huichelaars.

Zo’n leraar kan natuurlijk nooit zichzelf zijn op zo’n orthodox-Bijbelse school, laat staan dat hij zich veilig kan voelen: hij zal immers juist en voortdurend het onvrije van godsdienst ervaren.

‘Natuurlijk zal een aantal indieners zeggen dat je dergelijke standpunten op grond van de Bijbel helemaal niet meer mag verkondigen. Maar dat betekent dan dat zij niet alleen de vrijheid van onderwijs inperken maar ook die van godsdienst. Laten ze dat dan tenminste eerlijk zeggen.’ (RD)

Iedereen mag uiteraard altijd standpunten op grond van de Bijbel verkondigen. Maar laten we inzien dat er ook andere standpunten zijn. En die mogen, moeten zelfs, eveneens aan de orde komen, wil je kinderen niet indoctrineren. Als je lesgeeft op school, verkondig je zeer vele standpunten. Die staan soms haaks op elkaar. Er is in de wereld meer dan de Bijbel. Of mogen orthodox-Bijbelse kinderen dat niet weten en moeten zij wereldvreemd opgevoed worden? Dan beperk je ook nog de vrijheid van onderwijs.

Zie: Commentaar: Initiatiefwet D66 tast vrijheid van godsdienst aan
Illustr: kijk-op-actua.blogspot.com