Non-dualisme (het ervaren van eenheid), misschien populair geworden door het zenboeddhisme, weerklinkt steeds meer in de westerse wereld, zeker in die van de nieuwe spiritualiteit. Zou het kunnen dat deze oorspronkelijk hindoeïstische filosofische stroming, ook wel advaita, genoemd (niet-tweeheid, openheid) om die reden een relevante gedachte is geworden?
– Deel 2 –
Kan non-dualisme ook een antwoord kan zijn op religie dat wereldwijd in het verleden en heden, tot conflicten kon en kan leiden? Swami Vivekananda – de eerste hindoe die de universele boodschap van de spiritualiteit voor een groot westers publiek bracht – zei hierover (in 1896) dat…
‘…het nu eenmaal in de aard der dingen ligt dat dualistische religies vechten en ruzie maken met elkaar, dat hebben ze altijd gedaan. (…) Laten we de harmonie proberen te vinden die non-dualisme ons brengt’.
De ware staat van de mens
Volgens Renard heerst er echter in het christendom – maar ook in het jodendom en de islam – een algeheel klimaat waarin juist de non-dualistische benadering herkend wordt als het allerbelangrijkste gegeven van het bestaan. Hij verwijst naar een zin van Jezus als ‘Ik en de Vader zijn één’. Dat duidde volgens hem op Jezus’ zicht op de ware staat van de mens.
Eigen god net iets beter
Echter, al in een kerkelijke verklaring in 325 A.D. op het concilie van Nicea, werd uitsluitend Jezus beschouwd als één met God, en niemand anders.
Helaas denken de verschillende religies bovendien dat zij toch nèt iets van elkaar verschillen, en dat hun eigen god nèt iets beter is dan de andere, of in ieder geval een betere boodschap heeft gestuurd. Renard noemt dit een niet-beseffen dat het hier om concepten gaat als wortel van alle conflicten, die hij ziet als de grondoorzaak van alle godsdienstoorlogen.
Interpretatie
Zouden we religies terug moeten brengen naar hun non-dualistische staat? Volgens Renard is er nu geen klimaat waarin het non-dualistische als het meest wezenlijke wordt herkend. Zelf ziet hij ‘Besef van non-dualiteit’ als kiem of wortel van alle religies. Hij ziet dat bijvoorbeeld in uitspraken van Jezus (‘Ik en de Vader zijn één’), maar door de interpretatie hiervan ontstonden al verschillen.
‘Doe het goede’
Het oorspronkelijke ‘non-dualistische Besef’ zou in gedrag kunnen worden vertaald, maar de verschillende religies hebben echter adviezen en richtlijnen ontwikkeld, die in de loop van de tijd volgens Renard helaas zijn uitgegroeid tot bouwwerken van normen en codes, vaak in strijd met elkaar. Hij lijkt zich getroost doordat ‘de eenvoud van één klemtoon overblijft, die neerkomt op: ‘doe het goede’.
Beeld: ‘Niets staat los van elkaar – dit geldt niet alleen voor tegenpolen, maar voor alles’ (hetnlpcollege.nl
Bevrijding van de onvrede met het bestaan, met het huidige moment, met de huidige gedachte, zo zegt Philip Renard het in zijn boek Non-dualisme, de directe bevrijdingsweg. Wat non-dualisme precies betekent is niet direct helder te krijgen, al wordt het soms voorgesteld als antwoord op onze westerse, dualistische manier van denken. Dat zou volgens Renard aandacht verdienen omdat non-dualisme door zijn radicaliteit het enige is dat werkelijk de wortel blootlegt van alle verdeeldheid en strijd (dualisme), en omdat het ook de weg aangeeft om hieraan een einde te maken.
– Deel 1 –
Advaita Vedanta Renard ‘doorliep’ de weg van de Advaita Vedanta: een spirituele traditie afkomstig uit India, en maakt onderdeel uit van de Vedische traditie, gebaseerd op de Veda’s, de oudste geschriften van de wereld en de basis van de Indiase cultuur.
Een weg van bevrijding Spiritueel leraar Alexander Zöllner stelt in zijn Handboek Non-duale coaching dat non-dualiteit geen object is en we er, alleen al om die reden, feitelijk niets over kunnen zeggen. Maar toch zijn diverse omschrijvingen te vinden van non-dualisme, waarvan ik er hier enkele geef:
‘Een van de klassieke Indiase wegen om verlichting te bereiken’; ‘advaita’; ‘de werkelijkheid die zich als tweevoudig aan ons schijnt voor te doen’; ‘verlichting’; ‘de ervaring dat er geen tegenstelling is tussen ik en niet-ik’; ‘de ervaring van eenheid’; ‘een weg van bevrijding’.’
Filosofie van India Het begrip non-dualisme kom je vooral tegen in de filosofie van India. Volgens een van de vele beschrijvingen van non-dualisme zou dit echter niet zozeer een filosofie zijn, maar een weg van bevrijding. Tegengesteld aan het dualisme. Een weg van bevrijding… dat klinkt beloftevol en hoopvol in onze wereld van conflicten, als mogelijk effect van dualistisch denken.
Descartes Bij dualisme komen we al gauw bij Descartes terecht. Deze 17e-eeuwse filosoof kwam al denkend tot de conclusie dat geest en lichaam twee aparte werelden waren, omdat hij alleen met zijn geest tot de conclusie kwam dat hij bestaat omdat hij denkt: Cogito ergo sum. Zo kwam hij tot denken (geestelijk) en uitgebreidheid (materieel, lichaam). Het dualistische van Descartes zit hem dus in zijn strikte tweedeling van het materiële en het geestelijke. Door hoogleraar boeddhistische filosofie aan de Vrije Universiteit André van der Braak wordt de tegenstelling tussen non-dualisme en dualisme een heet hangijzer in de filosofie genoemd. ‘Door Descartes was het dualisme eeuwenlang zeer succesvol. Maar het monisme is met een opmars bezig,’ zei hij destijds in het artikel Non-dualisme geeft denkruimte, in Trouw:
‘Non-dualisme levert veel ruimte op in je denken, meent Van der Braak. ‘Uitgaan van tegenstellingen zorgt voor een soort verkokerde manier van kijken. Als je die tegenstellingen los kunt laten, komt een groter gedeelte van de werkelijkheid bij je binnen. Want je sluit veel buiten door alles meteen in categorieën te willen indelen.’
Een goed voorbeeld van zaken die we graag meteen categoriseren, zijn emoties. ‘Een gevoel is goed of fout, prettig of naar. Terwijl het kan helpen te denken: deze ervaring is noch goed noch slecht, maar gewoon een ervaring die ik meemaak. Met kunst is het net zo. Een schilderij op je in laten werken, zonder het meteen mooi of lelijk te noemen, levert een veel rijkere ervaring op.’
Religie Is non-dualisme een oplossing voor de niet altijd zo positieve invloed van religie in de wereld, ook gezien de aversie vanuit de seculiere wereld richting religie, en de onderlinge strijd tussen religies zelf? Immers, non-dualisme is door zijn radicaliteit het enige dat werkelijk de wortel blootlegt van alle verdeeldheid en strijd (dualisme), en omdat het ook de weg aangeeft om hieraan een einde te maken.
Dualisme Volgens Van der Braak is dualisme de natuurlijke vijand van non-dualisme. Want daar geldt dat de werkelijkheid uit goede en kwade krachten bestaat – God en duivel bijvoorbeeld. Descartes maakte ook een fundamenteel onderscheid tussen het menselijk bewustzijn en de werkelijkheid. Dit gedachtegoed is in het Westen heel invloedrijk geweest. Het monisme zet hier eenheid tegenover: geest en lichaam zijn één.
Descartes en Spinoza Je zou hier, om het verschil te verduidelijken, Spinoza en Descartes tegenover elkaar kunnen zetten. Spinoza als monist en Descartes als dualist. Spinoza ging er vanuit dat niets zelfstandig kan bestaan: alles is van elkaar afhankelijk, alles is onderdeel van één groot proces (God of de Natuur.) Descartes onderscheidde lichaam en geest, maar dacht wel dat de verbinding ertussen geschiedde door de pijnappelklier: op die plek zouden denken en lichaam op elkaar inwerken. Hierbij speelde volgens hem God een rol. Voor Descartes bestond de mens uit twee substanties: lichaam en geest. Volgens Spinoza is er maar één substantie. God of de Natuur: voor hem is dat hetzelfde.
Dualisme hardnekkig Volgens filosoof Stine Jensen is Descartes dood, maar het dualisme hardnekkig. Mensen denken in tegenstellingen, en dat beïnvloedt sterk hoe wij onszelf zien en de samenleving inrichten. Zou non-dualisme – in onze tijd – als ‘weg van bevrijding’ – inderdaad een gewenst en effectief antwoord kunnen zijn op ons dualistisch denken dat de westerse mens beheerst? Die denkwijze lijkt immers steeds tot conflicten tussen mensen onderling en/of tussen groepen te leiden.
Bronnen: * Non-dualisme, Philip Renard, Felix Uitgeverij, 2005 * Handboek Non-duale coaching, Alexander Zöllner, uitgeverij Inzicht, Hillegom, 2017 * ‘Non-dualisme geeft denkruimte’ Trouw, Marije van Beek, 2012 * Weg met het dualisme van lichaam en geest, Stine Jensen, joop.bnnvara.nl * Sanskrietteksten die de non-duale werkelijkheid van het individu en de wereld beschrijven. Ze vormen het laatste deel van de Veda’s (De heilige boeken van het hindoeïsme.) * Non-dualiteit, Douwe Tiemersma, Advaita Centrum * Non-dualistisch christendom, Charles Steur, uitgeverij Elikser
De Britse historicus Tom Holland zegt in zijn pas vertaalde boek Heerschappij, dat we ons vaak niet realiseren hoe christelijk we met z’n allen zijn. Holland verwijst naar de Canadese socioloog Charles Taylor die in Een seculiere tijd stelt dat het wetenschappelijk wereldbeeld, zelfs het idee van seculariteit, pas mogelijk werd door de kerstening(!) van de maatschappij. In De Groene Amsterdammer schrijft historicus en onderzoeker Frank Mulder een interessant artikel over de toekomst van het christendom. ‘Irrelevante dingen gaan naar de rommelmarkt, het geleefde geloof blijft over.’
‘De heidense kosmos vol was van gevaarlijke en grillige machten. Pas toen door het geloof in een goede god die machten en angsten werden overwonnen, ontstond ruimte voor vrij denken, ontstond de mogelijkheid tot vrij kiezen, ja zelfs tot een reëel geleefd atheïsme.’
Gelijkwaardigheid van alle mensen
In een meeslepend betoog, zo vertelt Mulder, onderzoekt Holland van Athene tot de #MeToo-beweging, de wortels van onze humanistische waarden, zoals universaliteit en gelijkwaardigheid van alle mensen. Die waarden zijn niet uit de lucht komen vallen en ook niet pas tijdens de Verlichting bedacht. Maar waar komen ze vandaan?
‘Als kenner van de Grieken en Romeinen weet Holland als geen ander dat naastenliefde en gelijkheid daar geen deugden waren. Men streefde naar status en onderwerping, de goden zowel als de mensen. Dat opstandige slaven gekruisigd mochten worden en dat vrouwen zich gewillig moesten geven aan de man was common sense.
Tot zijn eigen verbazing ontdekt Holland dat deze pijlers van de antieke wereld pas omver gingen toen een kleine joodse sekte begon te verkondigen dat één van die gekruisigden God zelf was. Dat hij alle geweld en vernedering in zich had opgenomen om een nieuw volk te scheppen waar man en vrouw, jood en Griek, slaaf en vrije, Romein en barbaar, gelijk zouden zijn.’
Universeel geloof
Volgens Holland, aldus Mulder, is dit de eerste keer dat er een werkelijk universeel geloof ontstaat waar iedereen bij mag horen.
‘Dat werd heus niet netjes nagevolgd door iedereen, ook door gelovigen niet, maar het zaad was gezaaid en de opmars van dit idee door de wereldgeschiedenis was onstuitbaar. Holland is er zelf vooral verbaasd over dat hij dit in zijn hele carrière over het hoofd heeft gezien. Het komt, zegt hij, doordat we zo zijn omgeven door christelijke waarden dat we niet meer zien hoe revolutionair ze zijn, hoe vreemd.’
Vrije, open samenleving
In het artikel Christendom: Geloven over twintig jaar – Een nieuwe familie, in De Groene Amsterdammer, geeft Mulder onder meer ook een boeiende impressie van (de toekomst van het christelijk geloof in) het Utrechtse Overvecht – misschien wel van cruciaal belang voor iedereen die een vrije, open samenleving een warm hart toedraagt.
‘De katholieke priester van Overvecht is al op leeftijd, maar fietst kwiek de hele wijk door, op sandalen, met een witte boord en een kruisje om zijn nek. Hij overlegt met de gemeente, heeft een kennismaking in de moskee en bezoekt iemand in een verzorgingstehuis, overal waar hij kan bijdragen aan verbondenheid. Hij lijkt er niet onder te lijden dat de traditionele kerk uitsterft. ‘Veel kerkgangers zijn verdrietig als een kerk moet sluiten, want ze waren eraan gehecht. Maar waren ze ook gehecht aan God? Voor een groot deel gaat het om een cultuurchristendom waar mensen naar de kerk gaan voor de gemeenschap.’ Dus of het erg veel zegt, de kerkverlatingscijfers?’
Atheïsten slaan alarm: het verval van het christendom begint de maatschappij ernstig schade toe te brengen. Dit zegt auteur Jonathon Van Maren in zijn artikel bij Didoc. ‘In een echt seculiere samenleving, waarin mannen en vrouwen hun leven leiden onder een lege hemel en eerder verwachten gerecycleerd te worden dan te verrijzen, is er geen consistente morele basis om het goede van het slechte te onderscheiden.’ ‘Christelijk atheïst’ Douglas Murray vindt die gedachte bekoorlijk, maar is sceptisch. Sam Harris, een van de ‘ruiters van de Apocalyps’* hoopt dat een dergelijke samenleving mogelijk is.
* De opkomst van het nieuwe atheïsme is voor een groot deel te danken aan vier belangrijke denkers: evolutiebioloog Richard Dawkins, hoogleraar filosofie Daniel Dennett, neurowetenschapper en filosoof Sam Harris en journalist en literair criticus Christopher Hitchens. Samen worden ze ook wel ‘The Four Horsemen’ genoemd, naar de vier ruiters van de Apocalyps. Alleen kondigen zij niet het einde van de wereld aan, maar het einde van religie. (Uit: The Four Horsemen)
The Four Horsemen hanteert de gemeenschappelijke stelling dat godsdienst een plaag is, een irrationeel virus dat mensen van jongs af aan indoctrineert om in sprookjes en bijgeloof te geloven, hen inprent dat wetenschap en vooruitgang maar gevaarlijk zijn, en hun vermogen fnuikt om zelf kritisch na te denken over moraliteit.
Is een maatschappij gebaseerd op de waarden van de Verlichting
mogelijk zonder het christendom?
Murray vindt het atheïstisch project een hopeloze zaak. Hij gelooft, aldus Van Maren, dat als de seculiere capaciteit niet in staat is om een ethiek uit te werken over fundamentele vraagstukken zoals de heiligheid van het leven, zij moet erkennen dat terugkeer naar het geloof de beste optie is die zich aanbiedt.
‘Hij liet opmerken dat de mogelijkheid zeer reëel is dat onze moderne opvatting over de rechten van de mens, gebaseerd als zij is op een joods-christelijke grondslag, nog maar amper gedurende enkele jaren het christendom kan overleven. Afgesneden van haar bron kan onze opvatting over de rechten van de mens uitdrogen en een zeer snelle dood sterven, waarbij ze ons laat tasten naar onze weg in de ondoordringbaar dikke duisternis.’
Zonder de christelijke fundamenten van onze samenleving, zo stelt Van Maren, dringt zich opnieuw op te beslissen wat goed en slecht is en, zoals onze huidige culturele conflicten illustreren, zal onze beschaving zichzelf vernietigen alvorens hierover een consensus te bereiken.
‘Veel optimistische atheïsten dachten tot voor kort dat eens God onttroond en verbannen was we eindelijk als volwassenen zouden kunnen leven en ons utopisch plan navolgen om een maatschappij te vestigen gebaseerd op het geloof in onszelf.’
Volgens van Maren waarschuwde Dawkins in 2018 dat de ‘weldoende christelijke godsdienst’ vervangen zou kunnen worden door iets minder weldoend, en dat we misschien een stap achteruit moesten zetten om te onderzoeken wat er zou kunnen gebeuren als de aanhangers van evangelische secularisatie erin slaagden het christendom te vernietigen of te bannen. Dawkins gaat verder in de discussie van deze ideeën in zijn laatste boek Outgrowing God. Het lijkt voor Dawkins ongelukkig genoeg plausibel dat, wanneer iemand oprecht gelooft dat God kijkt naar al zijn handelingen, hij meer kans heeft om goed te zijn.
‘Ik moet zeggen dat ik die gedachte haat. Ik wil geloven dat de mens beter dan dat is. Ik houd ervan te geloven dat ik eerlijk ben los van het feit of men al of niet naar mij kijkt.’ Terwijl voor Dawkins die vaststelling geen afdoende reden is om in God te geloven realiseert hij zich nu dat de stelling van het bestaan van God werkelijk de maatschappij ten goede komt. Hij geeft bijvoorbeeld toe dat dit ‘de criminele activiteit meteen zou doen zakken’.
De bekering van Dawkins tot het geloof dat het christendom goed is— en misschien zelfs noodzakelijk — voor het harmonisch functioneren van de westerse beschaving doet Van Maren versteld staan. Dawkins is volgens de auteur een van de meest onverdraagzame fundamentalisten van het secularisme geweest, een man die geloofde dat men ouders het recht moest weigeren hun geloof door te geven en dat de regering actief de zijde van de atheïsten moest kiezen ten koste van de gelovigen.
‘In enkele jaren tijd verandert zijn betoog. Hij schijnt erkend te hebben dat men niet kan rekenen op het feit dat mensen automatisch goed zouden zijn en handelen in de geest van harmonie en solidariteit die hij en zijn aanhangers, Nieuwe Atheïsten, koesteren.’