Hechte gemeenschap biedt structuur, zingeving en veilige haven

Mensen sluiten zich aan bij minderheidsreligies omdat een gemeenschap aansluit bij herkenbare behoeften en existentiële vragen. Maar als die religies ‘sektes’ worden genoemd, fungeert dat, stelt onderzoeker Joëlle Fennebeumer, als negatieve morele kwalificatie: dan is toetreding naïef, in de groep blijven problematisch en vertrekken een vorm van ontsnapping. Dan verdwijnt de nuance en blijven cruciale vragen onbeantwoord, en blijft effectief preventief beleid buiten bereik.

‘Hoe geef ik richting aan mijn leven? Waar word ik gezien? Met wie deel ik waarden? Zeker in periodes van onzekerheid lijkt een hechte gemeenschap die structuur en zingeving biedt, een veilige haven te bieden’
(Joëlle Fennebeumer)

‘Deze constatering relativeert niet de mogelijkheid van latere schade, maar maakt inzichtelijk dat deelname doorgaans begint vanuit een actieve behoefte aan betekenisgeving, niet alleen vanuit passieve misleiding.’
(Joëlle Fennebeumer)


Joëlle Fennebeumer

Een genuanceerder beeld
Joëlle Fennebeumer is onderzoeker en PhD-kandidaat bij de faculteit Religie, Cultuur en Maatschappij aan de Rijksuniversiteit Groningen. In haar artikel in de Volkskrant schrijft zij een glasheldere opinie met zo’n 16 links voor nadere informatie. Zij zegt dat een negatieve morele kwalificatie belangrijke consequenties heeft. Betekenissen die betrokkenen zelf aan participatie toekennen, blijven daardoor grotendeels buiten beschouwing.

‘Ik heb echter ondervonden dat lidmaatschapservaringen erg divers zijn – veel diverser dan het klassieke beeld van manipulatie en dwingend leiderschap suggereert. Mijn lopende onderzoek naar toe- en uittreding uit nieuwe religies, laat een genuanceerder beeld zien.’
(Joëlle Fennebeumer)

Preventief inzicht ontbreekt
De onderzoeker stelt dat zolang incidenten en mediagenieke excessen het publieke debat over nieuwe religies domineren, het beleid overwegend reactief blijft.

‘Ingrijpen volgt vaak pas nadat schade zichtbaar wordt, terwijl preventief inzicht ontbreekt. Mijn onderzoek laat zien dat juist andere vragen richtinggevend zouden moeten zijn: wat trok mensen aanvankelijk aan? Welke behoeften werden vervuld? En waar ontstond frictie of twijfel?’
(Joëlle Fennebeumer)

Historisch beladen
Het gebruik van het label ‘sekte’ werkt contraproductief, stelt Fennebeumer, daar het begrip historisch is beladen en defensieve reacties oproept. Ervaringen, vooraf in een beperkt interpretatiekader geplaats, laat weinig ruimte over voor nuance.


Katja Schuurman en Master Oh Master, een ambassadeur voor geluk en gezondheid
voor de mensheid uit Zuid-Korea op de première van About Light and Shadows.

Oprechte zoektocht
Er is in Nederland geen structurele kennis over de diversiteit van nieuwe religies, zoals over ‘condities die risico’s vergroten of juist beperken en over de ondersteuning die (ex-)leden nodig hebben’. Fennebeumers onderzoek ziet de complexiteit ervan:

‘Mijn onderzoek brengt deze gelaagdheid expliciet in kaart en laat zien dat ook trajecten die uiteindelijk problematisch blijken, vaak beginnen met een oprechte zoektocht naar betekenis, erkenning en gemeenschap. En dat vertrek zelden eenduidig is, maar zowel bevrijdend als pijnlijk kan zijn.
(Joëlle Fennebeumer)


De zielenvisserij:  Allegorie op de ijver van de religies
tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621)

Analytisch scherper
Cruciale vragen blijven dus onbeantwoord, stelt de onderzoeker, en ook niet effectief preventief. De onderzoeker wil een debat dat ruimte laat voor de complexiteit, voor die gelaagdheid.

‘Een debat dat ruimte laat voor die complexiteit, is naar mijn mening niet milder, maar analytisch scherper. Het stelt ons in staat onderscheid te maken tussen contexten waarin deelname en vertrek daadwerkelijk vrijwillig zijn en situaties waarin structurele beperkingen dat lijken te bemoeilijken.’
(Joëlle Fennebeumer)

Bronnen:
* de Volkskrant 26 december 2025
* Master Oh Master (documentaire)
* Master Oh Master (About “Embrace Your True Nature: clear, bright and beautiful”)

Bron: NLBeeld – Katja Schuurman en Master Oh Master, een ambassadeur voor geluk en gezondheid voor de mensheid uit Zuid-Korea op de première van About Light and Shadows.
Foto Jenne Fennebeumer: rijksuniversiteit groningen
Beeld De zielenvisserij:  ‘Allegorie op de ijver van de religies tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621). De rivier tekent de vanaf nu duidelijke scheiding tussen noord en zuid. Links de protestanten met onder anderen de prinsen Maurits en Frederik Hendrik. Op de voorgrond vissen de protestanten; hun netten zijn gemerkt met Fides, Spes en Caritas. Rechts de katholieken met aartshertogen Albrecht en Isabella, Spinola en paus Paulus V gedragen door kardinalen. Een bisschop met zijn priesters vist in het katholieke bootje naar mensen.’ (Rijksmuseum Amsterdam, wikimedia commons)

! Leestip bij dit artikel
Bwiti tot een vorm van hekserij verklaard
Vermoedelijk dateert de Bwiti van ver voor het begin van de christelijke jaartelling en heeft ze zich langzaam onder de verschillende volkeren van Gabon verspreid. Na de kolonisatie door het katholieke Frankrijk werd de Bwiti tot een vorm van hekserij verklaard en actief bestreden.
Tempels werden in brand gestoken en religieuze leiders vervolgd. De traditie leefde heimelijk voort met nachtelijke ceremonies in het bos. Voor veel Gabonese stammen is de Bwiti een manier van leven en iboga een god.


Stekjes van de iboga, de wortel die in de Bwiti zo’n centrale rol speelt

Zie de Volkskrant 8 januari 2026: een reportage over de Bwiti
door Carlijn van Esch, fotografie: Carmen Yasmine Abd Ali

Promoveren op Jezus als Zoon van God

Fourth_ecumenical_council_of_chalcedon_-_1876

Theoloog Geurt Roffel stelt dat wie in de diversiteit aan interpretaties tot een eigen antwoord wil komen op de vraag of Jezus de Zoon van God is, in gesprek moet gaan met anderen. Hij gaat dit gesprek aan door de interpretaties te onderzoeken die zes internationaal toonaangevende christologen geven van de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’. Dat doet hij op twee elkaar aanvullende manieren, die hij ontleent aan de filosofen Hans-Georg Gadamer en Jacques Derrida.


De eeuwige Koning Christus vroeg aan Zijn leerlingen, voordat Hij aan Petrus, de zoon van Johannes, het bestuur van de Kerk beloofde, wat de mensen en wat zij, de apostelen zelf, van Hem dachten, en prees toen op heel bijzondere wijze het geloof, dat over iedere aanval en stormloop van de helse macht zou zegevieren en dat Petrus, helder verlicht door de hemelse Vader, had uitgesproken met deze woorden: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’ (Mt. 16, 16) (rkdocumenten.nl)


Volgens theoloog Tjerk de Reus gaat het debat over de vraag wie Jezus is, altijd weer verder en luistert Roffel naar verschillende visies. Hij schreef het boek En wie ben ik volgens jullie?, gebaseerd op zijn proefschrift – waarmee hij 28 juni promoveerde – over de vraag of Jezus de Zoon van God is. Het vertrekpunt van Roffels studie ligt ver terug in de geschiedenis, ruim vijftienhonderd jaar.

Ik begin bij het concilie van Chalcedon, gehouden in het jaar 451. Daar ging het om de vraag hoe in Jezus het goddelijke en het menselijke kunnen samengaan. In feite sluit ik aan bij het gesprek van destijds, met gesprekspartners uit het heden. Ik vind niet dat we leeruitspraken van het verleden moeten verheffen tot absolute waarheid, maar je moet je er wel toe verhouden, als je vandaag wilt nadenken over wie Jezus was.’ (Roffel)


Om Chalcedon te begrijpen is het nodig te weten dat er in die tijd een sterke opvatting heerste, met name in Constantinopel en Antiochië, dat de twee kanten van Jezus, de goddelijke en de menselijke, sterk van elkaar onderscheiden konden worden. Men zag in Jezus een groeiproces, waarbij het menselijke zich in zijn leven steeds meer naar het goddelijke heeft gevoegd. Wie deze opvatting niet deelden waren bang dat Jezus zo in twee personen werd opgesplitst. Zij beklemtoonden vooral diens eenheid en gingen er vanuit dat die al vóór de geboorte, bij de conceptie, tot stand was gekomen. Vertegenwoordigers van deze stroming waren vooral in Alexandrië te vinden. (Trouw)


geurt-roffel Copyright © 2018. PKN Classis Apeldoorn

Volgens de Rijksuniversiteit Groningen koos Geurt Roffel (foto) voor de hoofdtitel ‘En wie ben ik volgens jullie?’ omdat daarmee het uitgangspunt een persoonlijke vraag van Jezus aan een gemeenschap van mensen is; Jezus stelde deze vraag immers aan zijn leerlingen.

Dat vraagt zowel om een individueel antwoord, als om verbinding van dat antwoord met anderen die ook antwoorden op de vraag.’ (Roffel)

Bij elk van de zes christologen geeft Roffel, volgens De Reus, weer hoe hij hun interpretaties van de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’ aan de hand van Gadamer ofwel Derrida heeft geanalyseerd, en wat zijn kanttekeningen daarbij zijn.

De manieren waarop beide filosofen teksten interpreteren, hebben volgens Roffel hun sterke en zwakke punten – die komen in zijn proefschrift aan de orde – maar helpen hem om in het slothoofdstuk resultaten uit de eerdere hoofdstukken bijeen te brengen en te structureren tot een coherente eigen visie op de uitspraak ‘Jezus is de Zoon van God’.’


Dat Jezus een ‘wezenseenheid’ met God is, zoals Chalcedon verwoordt, betekent een ‘vergaande verbondenheid’ tussen Jezus en God, aldus Roffel. Hij vindt Chalcedon een geslaagde poging om het geloof in Jezus Christus te belijden, omdat in deze verbondenheid ‘twee onverenigbare uitersten’ zijn samengekomen. ‘Enerzijds worden God- en mens-zijn niet vermengd, noch veranderd en staan zij op zich. Anderzijds zijn ze zo hecht verbonden dat ze niet te scheiden zijn en ook niet te delen. De afstand is zowel onoverbrugbaar groot als onvoorstelbaar klein.’ (vroegekerk.nl)


Toen Roffel Derrida’s werkwijze navolgend, met veel afstand naar de verschillende visies keek, zag hij waar hij zich te gemakkelijk door elk van de christologen had laten overtuigen.

Ik bekeek welke alternatieven zichtbaar werden als ik er met meer afstand over nadacht en moest mezelf dwingen om mijn voorbehoud onder woorden te brengen en te beargumenteren, en tegen de theologen in te denken. Zo ontstaat ruimte voor een eigen visie, die ik in het slothoofdstuk uitwerk. Het mooie aan het hele proces vind ik dat juist pluraliteit kans biedt op verbinding, omdat iedereen in gesprek eigen visies kan ontwikkelen.’ (Rijksuniversiteit Groningen)

enwienenikvolgensjullie

Het prettige van Roffels studie vindt De Reus zijn inclusieve manier van denken: hij ziet geen enkele reden om neer te kijken op de christelijke traditie der eeuwen en de vroege concilies, maar hij neemt ook hedendaagse vragenstellers serieus. Bij die vragenstellers hoort hijzelf ook, zoals hij in de inleiding van zijn boek aangeeft.

De Reus vindt het opvallend hoezeer dit door het hele boek een persoonlijke toonzetting oplevert. ’Ik wilde niet alleen op een rijtje zetten wat die zes theologen vinden’, licht Roffel toe. ’Het schrijven van mijn boek was voor mij in zekere zin een oefening in ‘overgave’ aan een ander, aan denkbeelden en inzichten die mij worden aangereikt.’

En tegelijk wilde Roffel, volgens De Reus, zich ‘overgeven’ aan datgene wat je niet begrijpen kunt. Met die persoonlijke toon sluit Roffel zijn boek ook af. Jezus leefde in zo’n unieke verbondenheid met God, constateert hij, dat hij 2000 jaar na dato nog steeds door vele christenen wordt aangeduid als de Zoon van God. ‘Ook door mij’, besluit Roffel.

Zie:
Is Jezus de zoon van God, of was hij een bijzonder mens? (Tjerk de Reus)
* ‘Met meer tijd had Nestorius Chalcedon kunnen accepteren’ (De Vroege Kerk)
* En wie ben ik volgens jullie? (Rijksuniversiteit Groningen) 

Beeld: Het Vierde Oecumenische Concilie in de Sint-Eufemiakerk in Chalcedon, 451 – Een schilderij door Vasily Surikov

Foto Geurt Roffel: Copyright © 2018. PKN Classis Apeldoorn

Update: 25 06 2019