Descartes en ons leven in een computersimulatie

neo_reality-matrixvisionairnl

In Meditaties bespreekt René Descartes, de vader van de moderne filosofie,  het probleem dat we niet zeker lijken te kunnen weten dat onze ervaring zich niet in een droomwereld afspeelt of door een kwaadaardig demon veroorzaakt wordt. Een variatie hierop werd onlangs besproken door Leon Geerdink, promovendus aan de faculteit wijsbegeerte van Rijksuniversiteit Groningen in zijn artikel Leven we in een computersimulatie? Een reële mogelijkheid!

Volgens Geerdink probeerde Descartes dit probleem op te lossen door te stellen dat een algoede God zo’n radicale misleiding van zijn schepsels niet zou toestaan.


‘In mijn geest is echter de oude mening gegrift dat God, die alles kan, en door wie ik zoals ik ben geschapen ben, bestaat. Op grond waarvan weet ik echter dat hij er niet voor gezorgd heeft dat er helemaal geen aarde is, geen hemel, geen uitgebreidheid, geen gestalte, geen omvang, geen plaats, en dat al deze dingen slechts bestaan op de manier zoals ze zich aan mij voordoen? Sterker nog: net zoals ik oordeel dat anderen zich soms vergissen in wat ze heel precies menen te weten, zo kan ik ook dwalen…’ (Descartes, Meditaties, Boom Klassiek, pag. 42)


Elon Musk, CEO van onder meer Tesla en SpaceX, stelt dat de kans dat we niet in een simulatie leven verwaarloosbaar klein is. Geerdink vraagt zich af of Musk hier slechts de rol van de excentrieke CEO speelt of dat zijn bewering ook filosofisch interessant is.

In mijn ogen zijn Musks beweringen wel degelijk filosofisch interessant. Hij populariseerde daarmee namelijk een argument van de Zweedse filosoof Nick Bostrom, die onder meer bekend is als de auteur van de bestseller Superintelligence: Paths, Dangers, Strategies. Bostroms oorspronkelijke paper, getiteld ‘Are you living in a computer simulation?’, vindt u hier, naast ander interessant gerelateerd materiaal. In het genoemde paper verdedigt Bostrom de stelling dat het mogelijk is dat we in een computersimulatie leven.’


‘Maar misschien wilde God niet dat ik zo bedrogen zou worden, want hij wordt toch volmaakt goed genoemd. Maar als het met zijn goedheid in strijd zou zijn mij zo te hebben geschapen dat ik altijd dwaal, zou het toch even vreemd zijn dat ik soms dwaal. Toch kan dit laatste niet vreemd worden genoemd.’ (René Descartes, Meditaties, Boom Klassiek, pag. 42)


Bewustzijn speelt een rol. Bostroms argument berust volgens Geerdink op twee vooronderstellingen. De vooronderstelling dat bewustzijn op verschillende manieren geïmplementeerd kan zijn en de voorspelling dat onze beschaving in de toekomst over praktisch oneindig veel rekenkracht en opslagcapaciteit zal beschikken.

Het idee is nu dat alle systemen die voldoende informatie kunnen verwerken ook bewustzijn kunnen produceren. Bostroms argument noemt Geerdink echter erg speculatief, omdat computers misschien helemaal geen bewustzijn kunnen simuleren, maar dat – in tegenstelling tot computers – onze hersenen bepaalde materiële eigenschappen hebben die cruciaal zijn voor het produceren van bewustzijn.

Superintelligence.Paths_Dangers_StrategiesOok stelt Geerdink dat er redenen zijn om te denken dat de exponentiële groei in rekenkracht momenteel aan het afvlakken is, bijvoorbeeld dat computeronderdelen inmiddels zo klein zijn geworden dat ze last krijgen van kwantumeffecten, en groei in rekenkracht dus niet bereikt kan worden door verdere miniaturisatie.

‘Een andere mogelijkheid is dat technologisch geavanceerde beschavingen misschien wel bewustzijn kunnen simuleren, maar dit niet of nauwelijks zullen doen omdat ze zich moreel verantwoordelijk voelen voor het lijden van hun gesimuleerde schepsels.’

Geerdink stelt even verder dat Bostroms argument helemaal niet bewijst dat we hoogstwaarschijnlijk in een computersimulatie leven. En Musks weergave van het argument vindt hij een beetje misleidend.

Bostrom beargumenteert niet dat we niet 100% zeker kunnen weten dat we niet in een computersimulatie leven, maar dat het een reëel mogelijkheid is dat we wel in zo’n simulatie leven.’

Bostrom, stelt Geerdink, denkt dat de mogelijkheid dat we in een computersimulatie leven even waarschijnlijk is als de mogelijkheid dat simulatie van bewustzijn onmogelijk is of dat bewustzijnssimulaties niet grootschalig zullen worden uitgevoerd.

Vooral filosofisch vindt Geerdink de computersimulatie-gedachte interessant en bespreekt dit verder met behulp van sceptische scenario’s, epistemologisch en metafysisch. Hij komt dan tot de conclusie dat, zodra de lezer ervan overtuigd raakt dat het simulatiescenario inderdaad een reële mogelijkheid is, Bostrom er al in slaagt de lezer tot metafysisch scepticus te maken.

Metafysisch scepticisme stelt dat het een reële mogelijkheid is dat de aard van de werkelijkheid anders is dan we normaal gesproken geneigd zijn te denken.’

De wetenschap krijgt het nog moeilijk met de hypothese dat we in een computersimulatie leven. Volgens de Belgische filosoof Maarten Boudry zou een computer, die een virtuele wereld tot in de kleinste details tot leven kan wekken op dusdanige manier dat we er ook nog eens mee kunnen interageren, ingewikkelder zijn dan het hele universum.

‘En zou ook – zoals de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett al eerder betoogde – meer energie vragen dan het universum bevat. Boudry: ‘De waarschijnlijkste en eenvoudigste hypothese om onze complexe ervaringswereld te verklaren, is dat er een echte wereld aan ten grondslag ligt.’ (welingelichtekringen.nl) 

Zie: Leven we in een computersimulatie? Een reële mogelijkheid! (Site: Bij Nader Inzien, gesponsord door de Nederlandse Onderzoeksschool Wijsbegeerte (OZSW).

Beeld: visionair.nl

God zei: ‘Denk! (Dan besta je!)’

René-Descartes-1596-1650-580x350

God geeft te denken. Slim van de organisatie van de Nacht van de Theologie om als thema het denken te bedenken. God moet minstens zelf denken als Hij uitroept: ‘Denk!’ Dat betekent tevens dat Hij bestaat. Immers – René Descartes wist het al – ‘Ik denk, dus ik besta.’ God denkt, dus Hij bestaat. Dat is nog eens een Godsbewijs! Zou dat een van de resultaten kunnen zijn van theologie als wetenschap van God? Daar kan het ongetwijfeld een hele lange nacht over gaan.

Een groot misverstand in de samenleving is dat religie ons eigen denkvermogen uitschakelt. Maar God gaf niet de opdracht om hem klakkeloos en zonder vragen te gehoorzamen. Hij maakte de mens met een eigen wil en denkvermogen – de mens kán domweg niet anders. Een resultaat van het denken over God is de wetenschap theologie.’ (NvdT)

De Nacht van de Theologie gaat over wat denken over God heeft opgeleverd.

Hoe kun je denken en theologiseren over Iemand die je niet ziet? Is er – door recente ontwikkelingen – in de maatschappij een verkeerd beeld ontstaan van religie en theologie?’ (NvdT)

Filosoof Descartes trok indertijd eerst alles in twijfel. Niet alleen God zag hij als iemand die je niet ziet, het hele aardse bestaan zou een illusie kunnen zijn! Misschien droomde hij wel. Maar hij kon aan alles twijfelen, dat was zeker. En als je kan twijfelen, betekent dat dat je kan denken. En toen wist hij: cogito ergo sum: ik denk dus ik besta.

Als militair ingenieur belandt hij in het leger van Maurits en na een inspirerende ontmoeting met de Nederlandse wetenschapper Isaac Beeckman krijgt hij een visioen dat hem zijn roeping openbaart: de waarheid te zoeken. Om die te vinden besluit Descartes eerst aan alles te twijfelen. Niets blijkt zeker, behalve dat alles te betwijfelen is: cogito, ergo sum (‘Ik denk, dus ik ben’) is de enige waarheid die Descartes kan vinden.’ (filosofie.nl)

Toen dat voor hem duidelijk was, ging hij verder denken, vanaf de bodem. Hij bedacht uiteindelijk een volmaakt wezen, en die gedachte (God zei: Denk!) kon alleen maar van een volmaakt wezen komen, iets dat zelf volmaakt was. En dat kon alleen maar God zijn.

Descartes Godsbewijs luidt aldus: Wij zouden zelf volmaakt moeten zijn om de voorstelling van een volmaakt wezen te kunnen voortbrengen. Ik zelf ben niet de oorzaak van mijn bestaan, ik kan het noch verlengen, noch in stand houden. ‘Daaruit, dat ik besta en de voorstelling bezit van een volmaakt wezen, volgt met volledige duidelijkheid dat God ook bestaat.’ (Descartes, Vertoog over de methode)

Descartes bedacht dat de mens alleen maar geschapen kon worden door iemand die groter was dan de mens. Zo kwam hij bij God uit. Iemand die kleiner is dan de mens, zou de mens nooit kunnen geschapen kunnen hebben.

Met dit brokje zekerheid, aldus Filosofie Magazine, weet Descartes zowel het bestaan van God (de ‘perfectie’ van God impliceert eveneens zijn bestaan) als het bestaan van de werkelijkheid af te leiden (God garandeert de echtheid van de buitenwereld).

Daar we de voorstelling van God of van een Hoogste Wezen in ons hebben, kunnen we terecht onderzoeken, door welke oorzaak we haar hebben, en we vinden in haar een zodanige verhevenheid, dat we daaruit volledig zeker zijn dat ze ons niet kan zijn ingegeven dan door iets waarin waarlijk de volheid aller volmaaktheid is, dat is niet anders dan door een God die waarlijk bestaat. (Descartes, Vertoog over de methode)

Het thema van de Nacht van de Theologie 2016 op 25 juni is ‘God zei: denk!’. 

Beeld: René Descartes (isgeschiedenis.nl)