‘Geloofsinhoud eerder hinderlijk dan zinvol’

filsosoferenbijschermerlicht

Ooit hoopt filosoof Dennis vanden Auweele geloof en wijsheid weer elkaar de hand te laten reiken. Maar hij vreest soms ook dat hij Pallas Athena en Sint Paulus misschien niet kan verzoenen. Hij zegt dat in zijn boek Filosoferen bij schemerlicht, een gevolg van een doctoraal onderzoek aan de KU Leuven. Met als rode draad de verhouding tussen het geloof als vertrouwen en de rede als een zoektocht naar zekerheid. Over (on)macht en (wan)hoop.

De zoektocht naar zekerheid heeft vaak het geloof als een ongelegitimeerde en nefaste vorm van onwetendheid aan de kant geschoven. Voor mij had dit als resultaat dat ik geen vertrouwen meer had in de rede. Dit boek is een poging om mijn vertrouwen in de rede te herwinnen, maar ook om te laten zien dat het geloof als vertrouwen best wel redelijk kan zijn.’ (Uit: Filosoferen bij schemerlicht)

Volgens theoloog Gijsbert van den Brink – in een commentaar op Filosoferen bij schemerlicht – vindt Vanden Auweele de geloofsinhoud van een godsdienst eerder hinderlijk dan zinvol: in de godsdiensten moet het gaan om de symbolen en om de emotie, niet om de dogmatische waarheden. Van den Brink vindt het echter bezwaarlijk dat bij deze benadering de verschillen tussen godsdiensten worden genegeerd.

Vanden Auweele wil juist over de verschillen heen springen en landen bij de overeenkomsten. In Religie is springlevend… maar waarom? merkt hij op hij dat er vorig jaar een grote congregatie van lutheranen samenkwam in New Orleans om hun zogenaamde Declaration on the way vast te leggen, waarin verklaard werd dat er geen kerk-splitsende geschillen meer zijn met de Katholieke kerk – bijna vijfhonderd jaar nadat Luther zijn befaamde vijfennegentig thesen aan de portier van de kerk van Wittenberg had genageld.

Volgens Van den Brink is het christendom vredelievender dan de islam, en heeft dat alles met de geloofsinhoud te maken: de geloofsinhoud is veel belangrijker voor religie dan Vanden Auweele erkent. Maar als we dan echt naar de geloofsinhoud gaan kijken, lijkt Van den Brink de geloofsinhoud van de islam niet echt te begrijpen. Volgens Karen Armstrong is er zelfs niets in de islam dat gewelddadiger is dan het christendom.

Van den Brink vindt dat godsdienst door Vanden Auweele wel erg individualistisch wordt opgevat: het gaat vooral om je eigen innerlijk, niet om je gedrag, zo stelt de auteur.

Vanden Auweele vraagt zich in Filosoferen bij schemerlicht af of religie vaak een nefaste uitwerking heeft omdat wij op een slechte manier met haar omgaan. Hij ziet religie een beetje zoals een trommel: hoe harder je erop slaat, hoe meer geluid hij maakt en hoe gewelddadiger hij klinkt.

Religie is een zingevend geheel van praktijken en ideeën dat uiting geeft aan de idee dat niet alles redelijk moet zijn of in het verlengde van onze vrijheid moet liggen. Sommige dingen waar ik niet voor gekozen heb, zijn toch nog van belang voor mij. En sommige dingen die mijn vrijheid niet vergroten – denk maar aan het ouderschap – blijken toch van groot belang. Een wat archaïsch woord hiervoor is heilig: aan sommige dingen komt niemand aan – zelfs als brengen ze veel ongemak mee. De religie is altijd een poging geweest om te verstaan wat wij heilig vinden. Wij gaan misschien niet meer wekelijks naar de kerk, maar we hebben wel nog steeds voeling met dingen die heilig voor ons zijn.

En wanneer je begint te prutsen aan het heilige van anderen, zo stelt hij ten slotte in zijn artikel Religie is springlevend… maar waarom?, dan zal het misschien de oorlogstrom zijn die luidt. Door voldoende openlijke dialoog – ook tussen gelovigen en niet-gelovigen mensen – kan deze dan weer plaats ruimen voor universele toenadering en een mooie harmonie.

Zie:

* Religie is meer dan emotie

* Religie is springlevend… maar waarom? 

Op de omslag: Maanopkomst aan zee – Caspar David Friedrich

Filosoferen bij Schemerlicht. Over (on)macht en (wan)hoop | Dennis Vanden Auweele Uitgeverij Klement, Zoetermeer | 2016 | ISBN 978 90 868 7194 0 | 248 blz. | € 19,95

‘In de transcendentie ontstaat de vrije mens’

drop-water-1030x800

‘Het transcendente valt niet toe te eigenen. Het is een mogelijkheid, iets wat altijd daar ligt, buiten het verstand ligt. We krijgen er soms iets van mee, als onze ziel geraakt wordt. Maar de bron daarvan ontgaat ons, net zoals we de zon ook niet in een doosje kunnen stoppen. Daarom is het ook niet verbazend dat ieder totalitair systeem als kern heeft om het transcendente op te heffen. Het communisme en fascisme waren ten diepst materialistisch. Zij beseften dat als je de mens zijn vrijheid wilt ontnemen, je het transcendente moet laten verdwijnen.’

Dit zegt Peter van Duyvenvoorde in een polemiek op The Post Online waarin centraal staat dat de rede haar begrenzingen kent en dat er een weten mogelijk is, dat voorbij de rede ligt, maar waartoe de rede wel een noodzakelijke mogelijkheidsvoorwaarde is. Uiteindelijk draait het debat in de kern om de vraag of men het transcendente aanvaardt of dat juist ontkent en alleen uitgaat van de zichtbare, kenbare wereld.

Enfin, transcendentie, voor Plato is dat het Goede. Het is dat wat ons overstijgt, wat zich buiten de kosmos bevindt, God zo u wilt.’

Voor Van Duyvenvoorde sluiten volgens Plato openbaring en rede elkaar helemaal niet uit en laat hij zien dat het goddelijke en de rede elkaar juist nodig hebben om tot waar intellect te kunnen komen.

Maar daarin moet de lezer wel accepteren dat Plato tot in het diepst van zijn denken, een transcendente denker is waarin de mens met zijn voeten in de modder van een gebroken wereld staat en zijn gelaat richt naar die perfecte ideeënwereld. Het is de taak van de mens om zich open te stellen, ontvankelijk te maken middels de rede en hopen dat het goddelijke tot hem komt.’

De masterstudent Filosofie stelt dat het ook bij Kant draait om kennis te krijgen van het goede en dan het zelf open te stellen voor de hulp van hogere bijstand.

Of bij Nietzsche voor de mens om zich open te stellen en dan te wachten op iets, alsof het van buiten komt (Inspiratie). De vertroebelde mens kan alleen maar in het water kijken, dat zo helder mogelijk pogen te krijgen en dan hopen op de aanraking van het goddelijke. Dat is waarom de rede niet geheel redelijk is en de verabsolutering van de rede een ondermijning is van het waarlijk wijsgerig denken. Platonisch gezien kunnen we stellen: er is een weten dat geen openbaring is en toch voorbij de rede weet – daarmee ook de grenzen daarvan aangevend.’   

De kern van het epistemologische transcendentie noemt Van Duyvenvoorde het mysterie: uiteindelijk is er ergens een plek die onkenbaar is.

Het is het onzegbare. En tal van filosofen – en kunstenaars in de geschiedenis, proberen dat mysterie en hoe dat mysterie tot ons komt toch zegbaar te maken: Plato spreekt van Eros; Proclus en Pseudo-Dionysius spreken van “geestelijke engelen die vanuit God tot ons komen”; St. Johannes van het Kruis spreekt van een “hert dat mijn hart verwondt en dan verdwijnt”; Nietzsche en Kierkegaard spreken van een bliksem, Sloterdijk spreekt van een ingeademd worden. Dit zijn allemaal metaforen om dat proces, het aangeraakt worden door het Goede, invoelbaar of indenkbaar te maken.’

Zie:

Beeld: transcendentaalleven.nl

Kuitert rationaliseert God helemaal weg


Het lijkt erop dat Harry Kuitert alleen nog ‘brein’ is. Een overdosis Swaab? In zijn verbeelding heeft Kuitert zich voor God afgesloten. En in de Rede heeft hij Hem niet gevonden, dus hij gelooft niet in Hem, ook niet in eentje die niet bestaat. ‘God is niet van kennis, maar van verbeelding,’ zegt hij. ‘God is een gedachte van mensen. Geloven is alles behalve kennis.’ 

De oud-hoogleraar theologie stelt dat ‘wanneer het absolute uit de godsdienst verdwijnt, de oorlog afgelopen is en mensen veilig zijn’. Wat bedoelt hij met het absolute? Als ik hem goed begrijp, doelt hij op God, het absolute geloofspunt van alle godsdiensten. Als dat Opperwezen verdwijnt, zijn mensen dan veilig?

Ik kan Kuitert in zoverre volgen dat alles wat over boven (God) gezegd wordt inderdaad van beneden komt. Alle absolute (leer)stelligheden en belijdenissen van godsdiensten mogen van mij dan ook verdwijnen. Alleen God – die wel buiten de Rede te vinden is – blijft dan over.

Volzin: ‘Nu trekt hij (Kuitert, pd) de consequentie voor de theologie: die levert geen kennis op over God als ware God een realiteit buiten ons, maar informeert over wat mensen over zichzelf denken en zeggen wanneer ze over God spreken.’

Moet Kuitert wellicht zelf afkicken en niet (alleen) de gelovigen die hij dat aanraadt? Afkicken van de Rede? Dan blijft er niets van hem over. Als je alcoholisten echt wilt bevrijden, bijvoorbeeld, moet je ze een degelijk alternatief voor de alcohol bieden. Kuitert zou extra lessen in verbeelding moeten krijgen. Verbeelding geeft de ruimte om het leven te interpreteren en op zoek te gaan naar nieuwe vormen van kijken en denken. Nou ja, voor Kuitert behalve het denken dan, want ook met een nieuwe vorm van denken vindt hij God niet meer (terug).

Toch is er voor de theoloog meer dan de Rede als hij zegt dat ‘poëzie een ander soort waarheid is dan kennis’. Niet alleen kennis gaat blijkbaar over wat er bestaat. Is er nog toch hoop voor de geleerde? Is er toch nog een andere Waarheid?

Waar is God dan? Kuitert zegt dat geloven ook is: ‘onder de indruk zijn van de verbeelding’. Waarom is voor hem God daar dan niet te vinden? De verbeelding kan juist ook slaan op bestaande dingen of afgeleiden daarvan, en maken het mogelijk voor een mens om verder te denken dan wat hem is geleerd of waar hij van overtuigd is. Ik zou zeggen ‘verder dàn denken’. Daar is God te vinden. God die de Rede ver te boven gaat.

Zie: Kuitert schrijft zijn geestelijk testament: ‘Nee, nee, nee! Ik geloof niet in God!’ (Volzin)

Illustr: randyglasbergen.com