‘Iedereen is met zingeving bezig’

ZingevingVolkenkundeLeiden (1)

Bespreken van levensvragen doe je niet bij de psycholoog. En toch liggen die vragen altijd ten grondslag aan psychische klachten. Cultuurvorser en journalist Jolanda Breur is op voortdurende zoektocht naar antwoorden op existentiële vragen. Over zingeving is dan ook veel te vinden op haar website. Voor Vrij Nederland schreef zij Bespreek de zin van het leven ook eens met een psychiater. Maar of dat zin heeft? ‘Iedereen is bewust of onbewust met zingeving bezig.’

Gij zult uw leven zin geven, maar niet bij ons, zo lijkt het. Nog altijd wringt het tussen de psychologische hulpverlening en zingeving.’ (Breur)

De zin van het leven ga je nooit vinden,’ zegt voormalig universitair hoofddocent klinische psychologie Martin van Kalmthout. ‘Je kunt je beter afvragen waarom je zoekt.’ Immers, de zingevingsvraag stellen kan wijzen op angst en een poging de oplossing voor je problemen buiten jezelf te vinden. Je moet dus eerst bij jezelf terecht. Trouwens, zin- of betekenisgeving zijn nog altijd taboe voor een deel van de aanbieders in de psychologische hulpverlening.

Het is volgens een woordvoerder geen thema voor de leden. Daarvoor ga je niet naar een psycholoog – althans, niet naar deze universitair geschoolde achterban. Het instituut heeft daarom weinig op met mediagenieke psychiaters die zingeving verkondigen.’

Dan maar zoeken naar de dominees van het problematisch geestelijk leven. Breur komt dan uit bij Dirk De Wachter, Damiaan Denys en Paul Verhaeghe.

Zij zetten zingevingskwesties als ‘hoe te leven’ in een culturele context. Door de marginalisering van religie in Nederland en België zijn we niet meer in staat existentiële vragen te beantwoorden en lijden te verdragen, stellen ze.’

De Wachter en Verhaeghe pleiten hartstochtelijk om meer te kijken naar de ander. ‘We zouden meer elkaars psychiater moeten zijn.’ Dat klinkt toch weer religieus, doet weer denken aan de Bijbelse boodschap, zegt Breur. De Wachter stelt dan ook dat ons leven zonder echt contact met anderen niet goed gaat lukken.

Ook voor Verhaeghe is verbinding de sleutel. Een hoger doel moet mensen samenbrengen in een gemeenschap die slagvaardig de grote vragen ter hand neemt.’

Samen met de patiënt de mogelijkheden in zijn bestaan onderzoeken, zo zou de psychologische hulpverlening met vragen rond zingeving moeten opgaan. Maar die werkwijze is moeilijk te meten en daarom niet populair in de moderne psychiatrie. Kom je toch weer bij jezelf terecht, maar ‘mensen met zingevingsproblematiek zien geen heil in introspectie, verzuimen problemen in een betekenisvol kader te zetten, en zien geen verband met hun levensverhaal’.

Dan maar kunstmatige intelligentie erbij halen? Een adviesbureau wil speciale chatbots en apps. Maar intussen is er een markt voor zingevingsdominees. Maar Breur stelt dat de lezer mogelijk geen trek meer heeft in dat ‘doorgeschoten zelfverbeteringscredo’.

Psychotherapeut Femke Kok legt een link tussen zingevingsvragen en de eeuwige menselijke spanning tussen autonomie en verbinding. Om je daarin staande te houden, heb je een gezond psychologisch zelf nodig en dat ontwikkel je in relaties met anderen. ‘Emotionele afhankelijkheid is óók bevredigend en geeft intimiteit.’

Klachten’ hebben betekent leven,’ stelt Breur ten slotte, ‘waarmee lijden onlosmakelijk verbonden is. Aanleg en omstandigheden bepalen de portie die je toebedeeld krijgt. Ermee omgaan is het beantwoorden van de ultieme zingevingsvraag: waarom. Het antwoord is een dáárom.’

Ik sla Vrij Nederland dicht en leg door het ‘waarom’ direct verband met ‘leven zonder waarom’ van Meister Eckhart. Filosoof Welmoed Vlieger schrijft over deze middeleeuwse mysticus op haar website. Meer dan een mooie aanvulling op het verhaal van Jolanda Breur kan je daar vinden. Afgelopen week bezocht ik bij de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht een lezing van Welmoed Vlieger.
– Lees hier mijn verslag: ‘Meister Eckhart, leven zonder waarom’

Meister Eckhart zegt in een van Vliegers artikelen:

Wie duizend jaar lang aan het leven zou vragen: waarom leef je? Die zou, als het kon antwoorden, niets ander te horen krijgen dan: ik leef omdat ik leef. Dat komt omdat het leven vanuit zijn eigen bestaansgrond leeft en opwelt uit zichzelf; daarom leeft het zonder waarom in het zichzelf levende leven. Wanneer een oprecht mens, die handelt vanuit zijn eigen bestaansgrond, de vraag kreeg: waarom doe je de dingen die je doet? zou hij, als hij het juiste antwoord gaf, enkel zeggen: ik doe die dingen om ze te doen.’

Zie:

* Bespreek de zin van het leven ook eens met een psychiater

* Leven zonder waarom – eenvoud bij Meister Eckhart

Foto: PD (Museum Volkenkunde Leiden, tentoonstelling ‘Helende Kracht’)

‘Het verlichte universum draagt zichzelf’

spiral-galaxy-ngc1232-1600

Bij Meister Eckhart en zenmeester Dōgen mondt ‘levenskunst niet uit in navelstaarderij, maar juist in een actief in het hier en nu in de wereld staan om met je volle aandacht te doen wat er hier en nu door de omstandigheden van je gevraagd wordt’. – Godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes schrijft op zijn blog een heldere en pakkende recensie van In alle dingen heb ik rust gezocht, van Michel Dijkstra.Het boekje begint met de vraag naar de zin van het leven. Want dat is waar het in religie en in filosofie ten diepste om draait’.

Dijkstra stelt evenwel dat zowel Eckhart als Dōgen die vraag als inadequaat beschouwen, omdat die een tweedeling impliceert van leven en zin. Beide denkers zijn het er ten diepste over eens ‘dat het leven zijn eigen zin vormt.’

Het grootste verschil tussen beide denkers lijkt erin te bestaan dat Eckhart God als bron van alles accepteert. De werkelijkheid is substantieel verbonden met God als bron van volheid waaruit deze werkelijkheid is voortgekomen. (Ik zeg hier: ‘substantieel’, maar besef dat dit eigenlijk geen recht doet aan de genuanceerde visie van Eckhart zelf, die het zijn van de wereld en het Zijn van God toch scherp onderscheidt). Een substantiële visie van de werkelijkheid is Dōgen volstrekt vreemd, de clou van de metafoor van Indra’s net is immers ‘dat het verlichte universum zichzelf draagt: er is geen substantie of andere ‘drager’ in, achter of boven het heelal’.’ (Smedes)

Indra’s net’ wil zeggen dat de werkelijkheid is als een web van juwelen die schitteren en elkaar reflecteren. Dijkstra bedoelt hiermee, zegt Smedes, dat ‘ieder ding alle andere dingen weerspiegelt op zijn eigen, unieke manier en alle andere dingen zich tonen in de ‘spiegel’ van het ene ding op hun bijzondere wijze’.

Op die manier komt de identiteit van de particuliere edelsteen tot stand door zijn banden met het collectief van de andere juwelen.’  (Smedes)

Smedes zou in zijn boek Thuis in de kosmos – ‘Het Epos van Evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan’ – zeker naar dat beeld van Indra verwezen hebben als hij dat eerder had gekend, zegt hij enthousiast.

Smedes stelt dat de verschillen tussen beide denkers volgens Dijkstra niet wegnemen dat zij in de concrete uitwerking van hun levenskunst op heel veel punten dicht bij elkaar komen.

Hun gemeenschappelijke levenskunst vat Dijkstra prachtig samen onder de noemer ‘bevrijdende intimiteit’: ‘De weg naar eenheid van Meister Eckhart en zenmeester Dōgen leidt van geslotenheid naar openheid, van geïsoleerd-zijn naar verbinding en van versplintering naar concentratie.’ (Smedes)

Het is geen gemakkelijk boek, zegt de recensent, je moet wel enige voorkennis hebben van Dōgen en Eckhart: denkwerk is geboden! Dōgen komt ‘vreemd’ over door zijn Chinese manier van schrijven en Eckhart door zijn ‘vreemde’ godsbeeld.

Maar Eckhart is geen theïst in onze moderne zin van het woord. Hij werd ook in zijn eigen tijd niet begrepen en uiteindelijk is hij tot ketter verklaard. Dit komt door zijn negatief-theologische insteek (dus de mystieke herneming en ontkenning van alles wat positief over God wordt uitgesproken) en zijn non-duale visie die voor veel gelovigen – helaas ook vandaag nog, zij het volstrekt ten onrechte – naar pantheïsme riekt.’ (Smedes)

Smedes las het boek twee keer, ook omdat sommige gedachtegangen gewoon meerdere keren gelezen moeten worden om echt doorzien te worden. Smedes, die ook journalist en auteur is, zegt hierbij niet te weten of ‘begrepen’ het goede woord is. ‘Doorzien’ lijkt mij een mooie omschrijving, al zou ‘aanvoelen’ ook op zijn plaats kunnen zijn, in de zin van intuïtief lezen met de rede paraat.

In alle dingen heb ik rust gezocht. De weg naar eenheid van Meister Eckhart en zenmeester Dōgen | Michel Dijkstra | Van Tilt | ISBN 9789460044496 | € 15,- | ‘Dijkstra is in de filosofische gemeenschap in Nederland geen onbekende. Hij publiceerde al eerder artikelen en boeken over taoïsme, zen en over Eckhart. In alle dingen heb ik rust gezocht is een boekje van slechts 152 pagina’s dat de publieksversie van zijn proefschrift dat hij op 10 september 2019 aan de Radboud Universiteit verdedigt.’ (Smedes)


Michel Dijkstra, Radboud University:In mijn scriptie richt ik me op Eckharts en Dōgens denken over de grote metafysische kwestie van de relatie tussen het Ene en het Vele. Ik onderzoek deze vraag op basis van het concept van ‘wederzijdse verlichting’ van Arvind Sharma: het idee dat filosofische teksten uit verschillende culturen elkaars spiegel kunnen zijn en dus kunnen leiden tot een dieper begrip van beide. 

De enige grote parallel tussen Eckhart en Dōgen is dat ze de relatie tussen het Ene en het Vele als niet-duaal zien. In het geval van Eckhart kan men God en Zijn schepping niet scheiden; in het geval van Dōgens zijn de Boeddha-natuur en de tienduizend dingen onafscheidelijk. Het filosofische pad dat tot dit inzicht leidt, verschilt: de Dominicaan begint met eenheid, terwijl de Zenmeester zegt dat we de diversiteit van dingen moeten bestuderen.’


Bronnen: De mystiek van Oost en West: Michel Dijkstra over Meister Eckhart en Dōgen (Taede A. Smedes) en Radboud University

Beeld: Grand Spiral Galaxy NGC 1232 – Image Credit: FORS , 8,2-meter VLT Antu , ESO

Het horzelachtige van het geloof

ScheppingvanAdamMichelangelo

Religie prikt, op vele manieren. ‘Het steekt, je wordt er door aangestoken, op het hinderlijke af.’ Dat zegt ‘proefgelover’ Stephan Sanders, die in Trouw maandelijks het woord God in de mond neemt om te zien of hij het kan uitspreken zonder te giechelen. De Duitse priester Thomas Frings vindt dat de kerk het verlangen naar het evangelie weer moet gaan wekken. Priester Anton Mullink (1938) daarentegen veranderde radicaal van mening over het bestaan van God en werd atheïst. De Britse komiek Stephen Fry noemde God een ‘utter maniac’. In Ierland dreigt hij vervolgd te worden voor blasfemie. 

‘Vrijheid van meningsuiting, zeker wanneer het over religie gaat, moet altijd verdedigd worden. Het is op zichzelf geen nieuwigheid dat ook in West-Europa niet altijd vrij kan worden gesproken over dit onderwerp. Maar deze mogelijke aanklacht doet iedere liberaal, maar hopelijk ook iedere redelijke gelovige, huiveren. Ook omdat Fry in zijn uitspraken geen enkele gelovige beledigd heeft. Hij laat dat bewust buiten beschouwing. Het enige wat hij heeft gedaan is, een God waarvan hij zelfs stelt dat die niet eens bestaat, ridiculiseren. Hij spreekt over de kwaadaardigheid van een in zijn ogen fictief personage. Dergelijke uitspraken willen vervolgen grenst aan het infantiele.’ (Rik de Jong, Jalta)

Mullink wordt niet vervolgd, ook al ziet hij religie als een bedenksel van mensen, als hersenspoeling om gelovigen te onderwerpen aan instituties. Hij kwam, oog in oog met armoede, tot het inzicht dat de kerk en het geloof irrelevant zijn in het licht van de problemen waarmee de bevolking kampte. Boeddha had een soortgelijke ervaring, maar ging een heel andere kant op. Zo veel mensen, zo veel goden zou je kunnen zeggen. Of je beziet alles van de buitenkant, het materiële, of je gaat naar binnen toe en komt tot heel andere inzichten.

De kiem voor twijfel werd gelegd op mijn 22ste. Een docent filosofie op het seminarie zei dat we het scheppingsverhaal niet letterlijk moesten nemen. Voor het eerst werd ik geprikkeld niet alles klakkeloos aan te nemen. Na mijn wijding tot priester in 1965 merkte ik dat ik moeite had met het gegoochel en het opgelaten gedoe tijdens de eucharistievieringen.’ (Mullink)

Volgens Frings kraakt het hele kerkelijke systeem in zijn voegen en hij vraagt zich af of de zoektocht naar zingeving ook is afgenomen en waarom er zo weinig mensen zoeken in de kerk.

Beide kanten, zowel de kerk als degenen die naar de kerk gaan, lijken helemaal niet te willen veranderen. Mensen eisen dat er een religieuze traditie blijft bestaan, waar ze in hun dagelijks leven amper vorm aan geven. De kennis over het geloof smelt als sneeuw voor de zon.’ (Frings)

Sanders voelt zich net zo belachelijk als al die andere kerkmensen en vindt het christelijk geloof ontzettend onpraktisch, ook al is de onhandigheid van het huidige christendom hem lief geworden.

‘Het maakt het de gelovigen voortdurend lastig, het stelt vragen naar een bovenmenselijke moraal die niet te begrijpen valt, hooguit te aanvaarden. Het geloof loopt niet synchroon met het wereldse, de hele tijd word je geconfronteerd met wat je ‘eigenlijk’ zou moeten doen, en ‘eigenlijk’ zou moeten laten. Het is niet direct de stem van God, als het wel gelovige superego dat hier spreekt. De gelovige krijgt te maken met een vergroot exemplaar.’ (Sanders)

Ik keer terug naar Meister Eckhart die bovenstaande allemaal geruis zou vinden. Volgen hem kunnen we in het eeuwige nu leven, zonder waarom. Volgens Dominicaan Leo Oosterveen is mysticus Eckhart niet in de laatste plaats populair bij mensen die op afstand staan van het kerkelijke christendom, maar niettemin toegang zoeken tot de religieuze dimensie in hun bestaan. Eckhart bidt God om God te verlaten.

Hij relativeert kerkelijke, religieuze en kloosterlijke leefregels en houdt afstand van ascese en de zucht naar extase en visioenen. Alle nadruk legt hij op het ‘laten’: achterlaten van allerlei Godsbeelden waaraan we gehecht zijn, maar ook je verlaten op God, op het toelaten van God die verborgen is achter God: de verborgen Godheid.’ (Oosterveen)

Voor Eckhart gaat het volgens Oosterveen niet alleen om een achterlaten van onze Godsbeelden, maar ook om voorbij God te komen zoals Hij zich in tijd en ruimte openbaart.

Laten is een ‘leven zonder waarom’, voorbij elk ‘om te’, een leven dat binnentreedt in de Godheid, in de eeuwige eenheid, het ‘eeuwige nu’. Beter gezegd: het gaat erom dat dit ‘eeuwige nu’ ons leven binnentreedt en het transformeert. Ware armoede is niet dat we alles opgeven om God een plaats te bereiden (een eigen prestatie), ware armoede is dat God zelf in ons voor zichzelf een plaats bereidt en zo in ons ‘werkt’.’ (Oosterveen)

Geraakt door Eckhart? Er is een prekencyclus waarin Eckhart de Godgeboorte in de grond van de ziel uit de doeken doet. Wat je als individu daarvoor moet doen? Eigenlijk niets; je moet er vooral iets voor laten: de fixatie op het eigene. Hoe? Zoals een kind leeft in de werkelijkheid in plaats van in het ‘ik’. Lees Welmoed Vlieger: Eenvoud bij Meister Eckhart.

Zie:

De wereld had geen evangelie nodig, maar voedselpakketten

‘Het kerkelijk systeem kraakt in z’n voegen’

‘Het christelijk geloof blijkt ontzettend onpraktisch’

Meister Eckhart: Leven in het eeuwige nu, zonder waarom

Stephen Fry mogelijk vervolgd wegens blasfemie

Beeld: De schepping van Adam (detail) is een onderdeel van het fresco op het gewelf van de Sixtijnse Kapel in Vaticaanstad geschilderd door Michelangelo rond 1511. (sporenvangod.nl)