Het humanisme heeft ook iets transcendents

Het is niet verbazend dat ieder totalitair systeem als kern heeft het opheffen van het transcendente. Het communisme en fascisme waren ten diepst materialistisch. Zij beseften dat als je de mens zijn vrijheid wilt ontnemen, je het transcendente moet laten verdwijnen.Openstaan voor transcendentie vergt een bepaalde houding en oefening. Leren het geestelijke ‘licht’ te zien. Dat licht is in zekere zin nergens en dus overal, en straalt een mens als het ware toe in en vanuit alle dingen, terwijl de bron van dat licht verborgen en duister blijft.

De term transcendentie is een goed alternatief voor het nogal beladen en daardoor conflictueuze begrip ‘God’ waarbij iedereen andere gedachten (dogma’s) heeft, variërend van God op een wolkje tot het AL. Zo is er ook geen sprake van een christelijke God, islamitische of vrijgemaakte gereformeerde God, maar noemen we het transcendentie. Bij het zenboeddhisme is eveneens het transcendente te vinden:

‘Net zoals de oceaan zich in de golven toont, openbaart het Wonder zich in het subject. Zoals de golf de zee in zich draagt, kan de mens het goddelijke in zich terugvinden, zonder er ooit de vinger op te kunnen leggen. We zouden het, met een knipoog naar Levinas, de paradox van de immanentie van de transcendentie kunnen noemen.’
(Sophie Veulemans, KU Leuven)

De idee van transcendentie duidt ook aan dat mensen denken dat er in de religieuze beleving van de werkelijkheid een grond van alle dingen wordt ervaren die de dingen die we gewoonlijk ervaren te buiten gaat.

Het humanisme heeft ook iets transcendents. Hoewel een seculiere levensbeschouwing gespeend is van transcendentie, heeft het toch een transcendent aspect, want er wordt iets aangenomen buiten de gerealiseerde werkelijkheid. De marxistische verwachting van de heilsstaat bijvoorbeeld, kan dan quasireligieus genoemd worden, daar die heilsstaat ‘hemelse dimensies’ heeft.

Het humanisme heeft als opdracht de mythe van de menswording tot leven te brengen, niet in de zin van een vlucht uit een weerbarstige werkelijkheid, maar als de hoop op vervulling van menselijke mogelijkheden.‘
(Geestelijk vader van de humanistiek Jaap van Praag in Menswording van de mens.) 

Humanisten gaan ervan uit dat mensen zelf zin en vorm aan hun leven geven. Zij hechten bijzonder aan zelfbeschikking: de vrijheid om op een manier te leven waar je zelf achterstaat. Deze individuele vrijheid gaat samen met verantwoordelijkheid voor en betrokkenheid bij anderen en je omgeving. Menselijke waardigheid, rechtvaardigheid en vrijheid staan centraal. Humanisten hechten veel belang aan zelfontplooiing, vorming en cultuur.

Jij bent aan geen enkele beperking onderworpen. Jij zult voor jezelf je natuur bepalen naar je eigen vrije wil waaraan ik je heb toevertrouwd. Midden in de wereld heb ik jou geplaatst, zodat je van daaruit alles wat er om je heen in de wereld is gemakkelijker kunt bekijken. Ik heb je niet hemels en niet aards, niet sterfelijk en niet onsterfelijk gemaakt. Als vrij en soeverein kunstenaar moet jij als het ware je eigen beeldhouwer zijn en jezelf uitbeelden in de vorm die je verkiest.’
(Pico in Rede van de menselijke waardigheid, ook wel de ‘onafhankelijkheidsverklaring van de mens’ genoemd. In dit citaat laat humanist en filosoof Pico della Mirandola God tegen Adam spreken.)

Humanisten zien de aardse werkelijkheid en het leven in het licht van de mens zelf. Hun levensbeschouwing gaat over een manier van leven, het omvat inzichten in mens-zijn, in mens, wereld en het geheel der dingen. Het gaat om inzichten die iemands leven richting geven, inzicht in het leven en idealen van goed-mens-zijn. Ze geven de voorkeur aan dialoog in plaats van dogmatiek. Er is sprake van de Gulden Regel: Wat gij niet wilt wat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’.

Binnen religies is die regel ook te vinden. Zoals Hillel, een joodse leraar onderwees: ‘Doe anderen niet aan wat je zelf hatelijk vindt’. En uit de Mahabaratha, een hindoe-epos: ‘Dit vat alle plichten samen: doe anderen niets aan dat je kwetsend vindt als het jou wordt aangedaan’. En Jezus: ‘Behandel de mensen in alles zoals je wilt dat ze jou behandelen’.
Een duizenden jaren oude regel van Confucius luidt: ‘Wat wij niet willen dat anderen ons aandoen, moeten wij ook anderen niet aandoen’. Ook de Boeddha was die mening toegedaan: ‘Kwets anderen niet met wat jou kwetst’. ‘Niemand van jullie is een gelovige tenzij hij zijn naaste toewenst wat hij zichzelf toewenst,’ zei profeet Mohammed.

Totalitair dictator en zakenman Vladimir Poetin, die natuurlijk niets op heeft met het transcendente, komt het niet uit de Gulden Regel te kennen.

Poetin presenteert zich als een orthodoxe gelovige, maar hij heeft het nooit over het liefhebben van je naasten.’
(Russisch-orthodoxe geestelijke Cyril Hovorun, hoogleraar ecclesiologie en oecumene aan het University College Stockholm, in Trouw, 4 maart 2022) 

Tot de speech van Poetin van vorige week – daar was hij zelf de vertolker van deze ideeën. Stoeckl: ‘Hierna durf ik met recht te zeggen: Poetin zet religie in als wapen.’
(Sociologe Kristina Stoeckl, van de Universiteit van Innsbruck, gespecialiseerd in de relaties tussen de kerk en staat in Rusland, in Trouw, 4 maart 2022)

Beeld: Vitruviusman van Leonardo da Vinci, ca. 1490, Gallerie dell’Accademia, Venetië. (Wiki Commons) De Vitruviusman wordt gezien als een symbool van het humanisme, met de mens als het middelpunt van het heelal.

Cartoon: KU Leuven – hetdorp.pauljansen.eu

‘Alleen liefde geeft je een heldere blik’

Alleen liefde geeft je een heldere blik. Haat vertroebelt de dingen. Als we haten, weten we niet wat we doen. – Een uitspraak van schrijver en filosoof Iris Murdoch. Haar bekendste bundel filosofische essays, De soevereiniteit van het goede is in herdruk en verschijnt 31 maart 2022. Filosoof en psycholoog Arthur Eaton schreef Profiel: Iris Murdoch – Een filosofie van de liefde in De Groene Amsterdammer.

Moraal is overal, was de overtuiging van de Engelse filosoof Iris Murdoch (1919-1999). Voor haar was de essentie van liefde en moraal altijd hetzelfde. ‘Als het lukt om achter de sluier van onze ego’s te kijken, kunnen we elkaar weer begrijpen, met elkaar in dialoog gaan.’ 

We zijn zó egoïstisch. Het is altijd: onze behoeftes, onze verlangens, ons verdriet. En vaak kijken we ook zo naar de mensen om ons heen, vanuit de behoeften van ons ego. Als we krijgen wat we willen maakt ons dat gelukkig – althans, vaak wel, geef toe – en als we worden teleurgesteld zijn we verdrietig of boos.’

Eaton noemt als belangrijkste inzicht uit haar werk dat liefde begint waar ‘the big fat ego’ (in Murdoch’s woorden) eindigt. Pas als het je lukt om een ander te zien, écht te zien voor wie die is, dan heb je diegene lief, verklaart Eaton. We leven in de houdgreep van ons ego, kunnen het moeilijk uit zetten en er ook niet buiten denken. Sommige mensen zouden zelfs zeggen: het ego is in ons datgene wat denkt.

Maar héél soms, door een kloof in de wand, zien we de wereld of een ander mens zoals die wérkelijk is. En dat is liefde.’

Volgens Eaton zijn Murdoch’s ideeën over liefde, empathie en het goede, relevant in een wereld die steeds verder versplintert door hokjesdenken en identiteitspolitiek.

Wat haar ideeën zo aantrekkelijk maakt voor onze tijd is dat Murdoch ervan uitgaat dat we allemaal een uniek perspectief hebben op de realiteit: een vrouw ziet de wereld anders dan een man, en een zwarte vrouw ziet de wereld anders dan een witte vrouw. Jouw perspectief is het mijne niet.
Maar even belangrijk in haar werk, zowel in haar filosofische werk als haar romans, is de poging om het perspectief van de ander tóch te leren kennen, om zo een brug te slaan naar die ander.

De hang naar transcendentie, de zoektocht naar een realiteit achter de schijnwereld van het dagelijks leven, houdt Murdoch haar hele leven bezig, vertelt Eaton.

Ze flirt op verschillende momenten met het idee om zich aan te sluiten bij een religie, en benijdt de mensen die de stap durven zetten, maar voor haarzelf is het niet weggelegd. Ze zal proberen via de morele filosofie te bewaren wat er goed is aan religie, zonder de in haar ogen onnodige symboliek en verhalen. Haar centrale vraag zal zijn: kan het Goede de dood van God overleven?’

Murdoch schreef in een brief naar de Franse schrijver Raymond Queneau:

Ik begon mijn leven als een politiek dier en dacht dat mijn ziel er niet toe deed, nu ben ik bijna een religieus dier en denk ik dat de ziel van levensbelang is. In het spanningsveld tussen deze twee houdingen liggen alle filosofische problemen die mij interesseren.’

Eaton vertelt dat Murdoch aan de weg van de morele filosofie timmert: die maakt die ruimte voor liefde en het goede, maar heeft daarvoor geen esoterische verhalen nodig. 

Zowel het marxisme als het christendom stelde Murdoch teleur, om vergelijkbare redenen. Allebei beloven ze meer dan ze waarmaken op het gebied van naastenliefde. En dat terwijl dat precies is waar een morele theorie om zou moeten draaien, volgens Murdoch: het liefhebben van de ander.’

Zie voor uitgebreid artikel: Profiel: Iris Murdoch – Filosofie van de liefde (De Groene Amsterdammer, nr 6, 9 februari 2022)

De soevereiniteit van het goede | Iris Murdoch | Uitgeverij Vrijdag | € 22,99 | Dit boek is in herdruk en beschikbaar vanaf 31 maart 2022 |
Het innerlijke leven van de mens lag Murdoch nauw aan het hart. ‘Het is niet stil en duister binnenin’, schreef ze. Ze verweet haar collega-filosofen dat zij de ziel hadden kapotgemaakt en vervangen door het ego. Met haar opmerkzame inzichten gaf ze een scherpe kritiek op eigentijdse filosofen, zoals de existentialisten. Zo legde ze de focus van de moraalfilosofie opnieuw op de innerlijke wereld. Morele groei toont zich niet in hoe mensen handelen, maar in hoe ze denken, zien en voelen.
(Filosoof Katrien Schaubroeck, docent ethiek en hedendaagse analytische wijsbegeerte aan de Universiteit Antwerpen. Zij schreef Iris Murdoch, een filosofie van de liefde)

Foto Iris Murdoch: Sophie Bassouls/Sygma/Getty Images

Ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof en twijfel

Boekrecensie Het raadsel van God. In zijn tienertijd is Alister McGrath wars van irrationaliteit. Hij kan niet tegen onzekerheid en ‘verschuilt zich in een stalen kooi van zekerheden’. Wetenschap is voor hem al op jonge leeftijd heilig. Hij roemt de logica en objectiviteit ervan, en het onthult alles. Zo komt hij erachter waar het universum en hijzelf uit bestaan. Echter, iets blijft knagen aan hem: de diepere vragen over doel en zin. Wat zeggen wetenschappelijke theorieën over de betekenis van de kosmos?

1 + 1 + 1 = 1
G
odsdienst is voor McGrath onbegrijpelijk en onnodig. God is als een extra maan die om Saturnus draait: vaag-interessant, maar zonder enige betekenis voor de aarde. Hij wil niet dat er een God is, maar zelf de regie over zijn leven houden. Als hij in aanraking komt met het Marxisme vindt hij dat een instrument om de wereld te zien en te begrijpen. Als ‘weldenkend mens’ komt hij zo tot het atheïsme, voor hem het enig juiste wereldbeeld. Een helder beeld van zijn denken geeft hij in het hoofdstuk over het dogma van de drie-eenheid. Hierin wijst hij als rusteloze intellectuele tiener de drie-eenheid als irrationeel af en stelt dit op één lijn met de wiskundige quatsch 1 + 1 + 1 = 1.   

Wetenschapsgeschiedenis en -filosofie
D
oor in aanraking te komen met wetenschapsgeschiedenis en -filosofie komt hij er achter dat veel wetenschappelijke theorieën steeds weerlegd worden. Hoe betrouwbaar is de menselijke rede? Ook het Marxisme blijkt niet veel meer dan een hypothese. Om het te kunnen blijven omarmen, moet je andere visies op de wereld onderdrukken. Hij vraagt zich af of zijn atheïsme ook een geloof is.

Betekenis en zingeving
M
cGrath blijft zoeken naar een alternatief ‘totaalbeeld’ van de wereld dat hem zal helpen de ‘basale samenhang van dingen te begrijpen en weer te geven’. Hij zoekt voorbij de natuurwetenschappen en menselijke logica. Maar ook zijn aangeboren aversie tegen onzekerheid wil hij uitdiepen. Intussen groeit het besef dat wetenschap aanvulling nodig heeft ‘om toegevoegde waarde te hebben voor de diepste menselijke levensvragen over betekenis en zingeving’. McGrath gaat op jacht naar een ‘achterliggend groots perspectief van de werkelijkheid’.

C.S. Lewis
Alister McGrath verslindt, vanuit zijn voortdurend getwijfel, het ene boek na het andere over wetenschap en geloof, voortdurend op zoek naar het grotere geheel. Vooral wordt hij geboeid door de Britse christelijke apologeet C.S. Lewis die hem structuur biedt in zijn liefde voor wetenschap en geloof. Het leidt er toe dat hij theologie gaat studeren. Uiteindelijk geeft hij zijn liefde voor wetenschap en geloof vorm als docent op zowel het gebied van natuurwetenschappen als van religie.

Het raadsel van God
Het raadsel van God is een indrukwekkend en meeslepend verhaal over de intellectuele en spirituele ontwikkeling van een jonge man die de beperkingen ontdekt van de wetenschap, maar ook die van het Marxisme. McGrath onderzoekt alles, laat zich niets wijsmaken, zoekt steeds achter de dingen en blijft zoeken naar doel en zin. Hij stelt zichzelf voortdurend vragen, ook over zijn resolute verwerping van het christelijke geloof, waar hij een karikatuur van had gemaakt.

Het raadsel van wetenschap en religie
W
ie verwacht dat Het raadsel van God het raadsel van God oplost, komt bedrogen uit. Dit boek gaat niet over wie of wat God is, maar vooral over het zoeken naar houvast, een manier om de werkelijkheid te begrijpen. Kan dat door wetenschap of religie? Of beide? McGrath vindt het in het christendom. ‘Geloof brengt in kaart wat de wereld betekent’. Samen met de wetenschap die in kaart brengt hoe de wereld werkt, verschaft geloof voor McGrath een vollediger begrip van de wereld die ze uitbeelden.

Het raadsel van God – Mijn ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof en twijfel  | Alister McGrath | ISBN: 9789043536035 | 240 pagina’s | Uitgever: Kokboekencentrum Non-fictie | Publicatiedatum: 12-05-2021 | € 24,99

Beeld: Houtsnijwerk van Camille Flammarion – L’Atmosphère: Météorologie Populaire (Parijs, 1888) (Wikimedia Commons)
(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)