Historische Jezus niet de ‘echte’

bergrede

In Gegrammena, een blog van theoloog en onderzoeker Cor Hoogerwerf over de Bijbel en het vroege christendom, vraagt hij zich af – aan de hand van het boek The Historical Christ and the Theological Jesus – hoe je met het onderzoek naar de historische Jezus om zou kunnen gaan. ‘De ‘historische Jezus’ is een door historici geconstrueerde hypothese die op historisch-kritisch verantwoorde wijze het leven van Jezus van Nazaret wil beschrijven.’ Geloven op zich draait volgens Hoogerwerf echter niet om het bestaan van Jezus.

‘Wat heeft het te betekenen dat de boodschap over Jezus
anders is dan de boodschap van Jezus?’ 

De kerk vereert Christus als de Zoon van God, God uit God, Licht uit Licht. Wat heeft die Christus nog te maken met de mens Jezus uit het begin van onze jaartelling? En wat heeft het te betekenen dat de boodschap over Jezus anders is dan de boodschap van Jezus?’ 

Volgens Gegrammena draait het hele geloof zelfs niet om de vraag of het beeld van de bovenmenselijke Jezus zoals dat in de christelijke bronnen en/of de cultuur bestaat, overeenkomt met de historische werkelijkheid.

De historische Jezus is dus iets anders dan de ‘echte’ Jezus. Zoals bij zoveel mensen uit de oudheid — van de meesten weten we (vrijwel) niets — is het slechts mogelijk een aantal aspecten van zijn leven met enige mate van zekerheid te belichten. De hoop en de claim van historici is uiteraard dat hun historische Jezus iets zegt over de ‘echte’ Jezus.’

Hoogerwerf stelt dat het een gegeven is dat er historisch onderzoek gedaan wordt naar Jezus van Nazaret en dat dit vaak (niet altijd) ingebed is in een bredere theologische setting, en als je het nog breder trekt het natuurlijk zo is dat historisch onderzoek nooit ‘neutraal’ is.

Dit tekent het spanningsveld: enerzijds gaat het om historisch onderzoek met historische methoden, anderzijds staan er ook (anti-)theologische belangen op het spel, zeker als het om Jezus Christus gaat. Dit valt nooit helemaal los van elkaar te zien.’

TheHistoricalJesusandtheTheological Jesus

In een aantal artikelen gaat Hoogerwerf aan de hand van The Historical Christ and the Theological Jesus van Dale C. Allison Jr. na hoe je vanuit het christelijk geloof met het onderzoek naar de historische Jezus om zou kunnen gaan: Wat nut ons de historische Jezus?. Vanuit de christelijk theologie, zo stelt hij, zijn er grosso modo drie reacties op het onderzoek naar de historische Jezus. Volgens de theoloog zit in al deze reacties wel ‘iets’.

Sommige onderzoekers hebben beweerd dat hun historische Jezus aantoont dat de traditionele geloofs­­­overtuigingen over Jezus Christus obsoleet zijn.
Traditionelere theologen hebben gezegd dat de menswording van God christenen verplicht te vragen naar het historische leven van Jezus met behulp van historische methoden.
Andere theologen hebben juist gezegd dat het evangelie niet kan rusten op de voorlopige oordelen van het historische onderzoek, met als gevolg dat zij dit grotendeels negeren.’

Hoogerwerf zegt dat wie kennisgenomen heeft van het onderzoek naar de historische Jezus en niet hardnekkig wil volharden in oude waarheden — terug naar onwetendheid kan niet meer — moet dit onderzoek ook theologisch, vanuit (on)gelovig perspectief, een plek geven. Want het is uiteindelijk een verrijking, al is het niet altijd een comfortabele verrijking.

The unexamined Christ is not worth having’.’ (Allison)

In een volgend artikel zegt Hoogerwerf dat naast het feit dat het historisch onderzoek naar Jezus geen kant-en-klaarpakket aan theologie en geloof aflevert, bovendien de vraag aan de orde is in hoeverre historisch onderzoek daarop invloed kan hebben.

Jezus, zo stelt Allison, kunnen we leren kennen door de oude teksten, de kerkelijke traditie, de cultuur, en ontmoetingen met de (volgens christenen) levende Jezus zelf. Is het daarbij een probleem dat we zo kennismaken met verschillende Jezussen?’

De theoloog gaat in op de vragen die Allison stelt, zoals: hoeveel geschiedenis heeft de theologie of het geloof nodig en of historisch onderzoek de enige manier is om Jezus ‘echt’ te leren kennen. Voordat hij – voorlopig, want waarschijnlijk volgen meer artikelen – afsluit met de vraag hoe Allison verder gaat, stelt hij dat

vanuit christelijk perspectief de goddelijke werkelijkheid in Jezus niet kan worden beperkt tot zijn aardse leven: die kan zelfs actief zijn bij mensen die geen notie van Jezus hebben.’

Zie:
Wat nut ons de historische Jezus? (1)
Wat nut ons de historische Jezus? (2) 
(Gegrammena)

Beeld: Fra Angelico (1387 – 1455)De bergrede – fresco, 1436 – 1443 – Museo di San Marco, Florence – schriftlink: Mattheus 5:2 (holyhome.nl)

Cor Hoogerwerf studeerde Griekse en Latijnse taal en cultuur en Godgeleerdheid aan de Universiteit Leiden en voltooide daarna aan dezelfde universiteit de onderzoeksmaster Classics and Ancient Near Eastern Civilizations (cum laude) met als specialisatie New Testament and Early Christian Studies. Na aan de Universteit Leiden Exegese Nieuwe Testament gedoceerd te hebben, is hij momenteel werkzaam aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar hij onderzoek doet naar patristisch commentaar op de Bijbel. Daarnaast is hij projectmedewerker als nieuwtestamenticus voor de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap.

Update 18-10-2024 (Lay-out)

‘Een zwijgende God is onvoorstelbaar’

geloven_vandaag.xl

De auteur van Geloven vandaag?, theoloog Manuel Cabello (Universiteit van Navarra), gaat rechtstreeks de confrontatie aan met de vraag wat we over Jezus kunnen zeggen als we ons uitsluitend beperken tot de historische feiten. Hij doet dat, samen met andere vragen, in dialoog met filosofen als Blaise Pascal, John Henry Newman, Joseph Ratzinger en een groot aantal intellectuelen afkomstig uit verschillende disciplines. Cabello wordt in Didoc geïnterviewd door Jacques Leirens.

De vraag over het bestaan van God behoort strikt genomen niet tot de apologetiek, maar tot de filosofie, met name tot de tak van de filosofie die klassiek ‘natuurlijke godsleer’ wordt genoemd, ook nog, ‘theodicee’. Veel denkers hebben al altijd beweerd dat de filosofie het bestaan van God kan bewijzen. Denk maar aan de beroemde ‘vijf wegen’ of het ‘ontologisch argument’.’

Cabello concludeert dat het niet onredelijk is te geloven in het bestaan van een wezen dat aan de oorsprong van het universum ligt. Leirens vraagt zich af of Cabello kan vertellen hoe hij tot de volgende stap van de apologetiek komt: dat God tot ons heeft gesproken, meer nog, dat hij op de aarde is ‘afgezakt’ in de persoon van Jezus Christus. De theoloog zegt hierop dat hij zich nooit een zwijgende God heeft kunnen voorstellen.

Als we tot de conclusie komen dat er een alwetend en almachtig wezen is, dat aan de oorsprong van het universum ligt, en dus ook van ons leven, dan vind ik het niet onredelijk het volgende te beweren: als dit wezen er zo veel belang aan hecht dat wij bestaan, dan is het zeer goed mogelijk dat het ons ook iets gezegd heeft over wat hij van ons verwacht.’

Elke redelijke persoon zou volgens Cabello dan moeten besluiten dat het uiterst interessant zou zijn te weten te komen wat die God ons te vertellen heeft, want het is zeker oneindig veel belangrijker dan al wat Aristoteles, Kant of Einstein hebben kunnen zeggen. Hij vindt het onthutsend vast te stellen dat men hiervoor vaak geen redelijkheid kan opbrengen.

Kritisch en grondig de mogelijkheid onderzoeken van een God die tot ons spreekt, lijkt me redelijker dan mijn kritische geest bij voorkeur te gebruiken om alle mogelijke aanwijzingen van een goddelijke boodschap a priori belachelijk te maken of te proberen weg te moffelen. Dit laatste lijkt me niet verstandig.’

Leirens vindt het nog niet aangetoond dat God zelf ons zijn boodschap heeft overgebracht, door toedoen van Jezus van Nazareth, zoals christenen geloven. Cabello beaamt dat niet te bewijzen is dat Jezus van Nazareth, zoals we Hem door de evangelies kennen, ons Gods eigen woord is komen verkondigen, en nog minder, dat hij God zelf is.

We kunnen wel historische argumenten aanvoeren, zoals de apologetiek al 20 eeuwen doet, om te ‘tonen’ (dus niet ‘aantonen’) dat deze bewering verre van rationeel ongegrond is. Dat is wat ik in het tweede hoofdstuk van mijn boek heb willen doen.’

De interviewer lijkt het mysterie van Jezus Christus van enorm belang, zo mogelijk nog meer voor de christenen van deze tijden dan voor die van de eerste tijden en vraagt aan Cabello of hij ons eerst kan zeggen of we met zekerheid kunnen zeggen dat Jezus van Nazareth werkelijk geleefd heeft.

In de mate dat de geschiedkunde van toen in staat is zekere feiten over te brengen, kunnen we daar bevestigend op antwoorden: Jezus van Nazareth is een historische figuur, die in Palestina heeft geleefd toen Pontius Pilatus daar prefect was; hij werd gekruisigd, is gestorven en zijn leerlingen beweerden dat hij verrezen is. Dit zijn feiten die ook door Joodse en Romeinse historische bronnen worden vermeld. Er zijn ook talrijke andere woorden en daden van Jezus door de evangelies en andere boeken van het Nieuwe Testament overgeleverd en die we met vrij grote zekerheid kunnen bevestigen.’

Cabello voegt eraan toe dat als we niet twijfelen aan het bestaan van Seneca of Vergilius of andere figuren van de vroege oudheid, zoals Homerus of Socrates, hij niet inziet waarom men het bestaan van Jezus in twijfel zou trekken, tenzij omwille van antichristelijke vooroordelen.

Leirens vraagt hem naar de goddelijkheid van Jezus Christus, daar het hem moeilijker lijkt om zich hier met puur rationele argumenten over uit te spreken. Cabello stelt dat we op dit punt we alleen mogen uitgaan van christelijke bronnen, met name het Nieuwe Testament en vooral de vier evangelies. Hij zegt dat hier het bekende probleem rijst van de historische betrouwbaarheid van deze bronnen.

De betrouwbaarheid van de christelijke bronnen werd al in de oudheid betwist, bijvoorbeeld door Celsus. Origenes heeft zijn kritiek vrij goed gecounterd. Op een meer systematische manier, maar eerst nog in beperkte mate, begon men in de protestantse wereld van de 18de eeuw vraagtekens te zetten bij die bronnen, met name door het werk van Hermann Samuel Reimarus, postuum uitgegeven door Gotthold Lessing.’

geloven_vandaag.xl (1)
C
abello krijgt de vraag voorgelegd welke het voornaamste argument is dat ons toelaat om aan te nemen dat Jezus God is. De voornaamste reden is volgens Cabello de samenloop van twee feiten: het feit dat Jezus uitdrukkelijk zijn goddelijkheid heeft geclaimd en het feit dat zijn opstanding zijn claim heeft bevestigd.

‘(Let wel, ik antwoord op uw vraag, ik wil dus zeker niet zeggen dat dit argument op zich de kracht bezit om het geloof op te wekken, maar gewoon dat het volgens mij een sterk argument is dat de weg naar het geloof kan voorbereiden.)’

De auteur van Geloven vandaag? wil er nog aan toevoegen dat het bestaan van de Kerk ook een sterk argument is dat pleit voor de geloofwaardigheid van de verrijzenis.

Het krachtig ontluiken van de Kerk ‘op het lijk’ van een mislukte pseudo-messias is in mijn ogen ondenkbaar.’

In de 19de eeuw brak het zogenaamde liberale protestantisme door, vervolgt Cabello, en zegt dat het met een vreemdsoortige ijver de betrouwbaarheid van de evangelies heeft proberen te ondermijnen en hierbij een aantal katholieke theologen in hun kielzog heeft meegesleept, onder meer theoloog Alfred Loisy, die aan de oorsprong van de modernistische beweging staat.

Sedertdien heeft het onderzoek van de Bijbel wel veel vooruitgang geboekt. Je kunt zelfs zeggen dat de historische betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament er sterker uitgekomen is.’

In dit verband vindt Cabello het boek over Jezus van Joseph Ratzinger of Benedictus XVI van groot belang.

Want het is een praktische demonstratie van het feit dat het redelijk is de goddelijkheid van Jezus Christus te affirmeren uitgaande van het Nieuwe Testament, met name uitgaande van die teksten die ook door het grootste deel van de critici geaccepteerd worden.’

Geloven vandaag? – Christendom en moderne rede | Manuel Cabello | 2017 | Uitgeverij De Boog | ISBN 9789062570645 | 224 pagina’s | Paperback | € 13.50 | E-book € 8.80Leesproef |

Zie: Een apologie voor de apologetiek