‘Christus was er al voordat Jezus werd geboren’

visie.eo.nl

Franciscaan Richard Rohr is de auteur van Het Christusmysterie. Hij maakt in dit nieuwe boek ‘onderscheid tussen de Jezus uit de Bijbel en de Christus die was en is van alle tijden. (‘Denken we echt dat God 13,7 miljard jaar lang niets te zeggen had en pas begon te spreken tijdens de laatste nanoseconden van de geologische tijd?’) De schepping is de ‘eerste Bijbel’. De eerste incarnatie – God die zich verbindt met het universum – vindt plaats in Genesis 1. Het begint met licht’.  

De bevrijdende, bewustzijnsverruimende boodschap, zo noemt Theoblogie, bij monde van auteur Bep van Muilekom, Het Christusmysterie. ‘Christus is overal om ons heen aanwezig’. Richard Rohr herdefinieert volgens haar de christelijke traditie, doorbreekt vastgeroeste gods- en wereldbeelden, ingesleten gedachtenpatronen en hiërarchieën.

Als ik besef dat de wereld om mij heen zowel de plek is waar God zich verbergt als openbaart, kan ik niet langer een betekenisvol onderscheid maken tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke, het heilige en het profane.’ (Van Muilekom)

Van Muilekom zegt dat Rohr, een van de meest populaire spiritualiteitsauteurs, eigenlijk niets nieuws vertelt, maar zijn licht laat schijnen over het oude, vertrouwde verhaal – zodat het is alsof je het voor het eerst hoort, weer ziet met de verwonderde en nieuwsgierige ogen van een kind.

Het goddelijk DNA is in elk schepsel, in heel de schepping aanwezig – of we ons daarvan bewust zijn of niet. Jezus is het ‘licht van de wereld’, het Licht maakt dat je alle andere dingen ziet. ‘In Jezus Christus wordt Gods eigen, brede, diep en alles omarmende wereldbeeld voor ons toegankelijk gemaakt.’ Christus is een andere naam voor alle dingen, Hij heeft de dingen lief door de dingen te worden, zegt Rohr. Maar al is God overal, Rohr is geen pantheïst. ‘God is binnen in alle dingen, maar overstijgt de dingen ook.’ (Van Muilekom)

Het boek bestaat uit twee delen. In het eerste, zo zegt Van Muilekom, beschrijft Rohr de ‘universele en diepere werkelijkheid in het hart van alle dingen’, het Christusmysterie. In het tweede deel vraagt hij zich af wat het einddoel is, voor ieder van ons – en voor de kosmos. Hij ziet een doelgerichte beweging in de geschiedenis, een evolutie die wordt voortgestuwd door Gods liefde, waarbij niets en niemand wordt uitgesloten. ‘Christus doordringt alles wat is’.

Rohr plaatst zichzelf in de perennial tradition (in het Nederlands zoiets als ‘eeuwigdurende traditie’). Deze traditie staat voor de overtuiging dat God zichzelf altijd, in alles en overal heeft geopenbaard. Dat er in elke tijd (al dan niet religieuze) mensen zijn geweest die deze openbaring goed hebben verstaan en in hun leven hebben vertaald. Er is geen enkele stroming die zichzelf eigenaar van Gods openbaring mag weten. Richard Rohr rekent faliekant af met dit soort superieure, verdeeldheid zaaiende pretenties. Hij pleit voor ruimte voor het niet-weten, voor het mysterie.’ (Theoloog Else Eikema, in: Lazarus)

In zijn boek verwijst de Amerikaanse franciscaan Rohr naar de autobiografie A Rocking-Horse Catholic van de twintigste-eeuwse mystica Caryll Houselander, waarin de franciscaan een wonderlijke ervaring van Houselander herkent als het Christusmysterie: de inwoning van de Goddelijke Aanwezigheid in ieder mens en ieder ding, sinds het begin van de tijd zoals wij die kennen.

Christus was voor haar duidelijk niet alleen Jezus van Nazaret, maar iets van een veel grotere, zelfs kosmische omvang. Wat dat betekent en wat dat ertoe doet, dat is het onderwerp van dit boek [Het Christusmysterie]. Ik geloof dat een kennismaking met dit visioen de kracht geeft voor een radicale hervorming van wat we geloven, hoe we anderen zien en ons tot hen verhouden, ons besef van de grootheid van God en ons begrip van wat de Schepper aan het doen is in onze wereld.’ (Uit: Het Christusmysterie)

Bronnen:

* Bep van Muilekom: De bevrijdende, bewustzijnsverruimende boodschap van ‘Het Christusmysterie’

* Else Eikema: Richard Rohr nodigt je uit God te zien in alle dingen 

* Het Christusmysterie – Hoe Gods tegenwoordigheid alles wat je ziet, hoopt en gelooft, kan veranderen| Richard Rohr | ISBN: 9789043532006 | Pagina’s: 272 | Publicatiedatum: 27-08-2019 | € 24,99 | E-book: € 13,99 | ‘Richard Rohr komt in het radicaal theologische boek Het Christusmysterie met een voor westerse christenen prikkelende stelling over de naam Jezus Christus. De betekenis van het woord Christus is niet (zoals velen denken) de achternaam of eretitel van Jezus, maar een aanduiding die veel universeler en verstrekkender is dan slechts horend bij de man uit Nazaret. Voor wie deze fundamentele waarheid ontdekt, wordt het christelijk geloof veel meer dan de belijdenis dat Jezus God is. Je leert zien dat God zijn hele schepping doordringt en overal om ons heen aanwezig is. Hij is te ontmoeten in iedereen die je tegenkomt. De franciscaan Richard Rohr verbindt de kloosterspiritualiteit en mystiek met grote thema’s. Eerder schreef hij De goddelijke dans. ‘Rohr ziet Christus overal, en niet alleen in mensen.’ – Bono

Beeld: visie.eo.nl

Jesaja’s dubbelrol in Händels Messiah

Messiah2018-2_b20

Na het juichende en tegelijk ontroerende Halleluja in Händels ‘Grand Musical’ Messiah – uitgelicht in subtiele Rembrandtiaanse kleurschakeringen en bij de finale klanken ervan stralend wit – leidt dit voorstelbaar tot een open doekje in de Grote Kerk van Den Haag. Lichtcomponist Teus van der Stelt verheft het Halleluja tot extra grote hoogte. The Bach Choir & Orchestra of the Netherlands zingt en speelt met Messiah de sterren van de hemel – onder leiding van een ronduit swingende dirigent Pieter Jan Leusink. Al ‘schaatsend en twistend’ haalt hij alle klankkleuren op zijn mooist uit zijn ploeg. Zijn lange grijze krullen deinen mee in alle mogelijke – en bijna onmogelijke ritmes – die Leusinks handen in alle toonaarden aangeven. Als toegift laat de artistiek leider het Halleluja nogmaals de oren van het dankbare publiek strelen.

Continuo
Grand Musical’ mag ik eigenlijk niet zeggen. Maar zo wordt Händels Messiah wel aangekondigd bij de première op 13 april 1742 in Dublin, door de componist zelf gedirigeerd. Net als in 1742 bestaat het koor vandaag uit 16 zangers, onder wie nu sopraan Olga Zinovieva en tenor Martinus Leusink. Het orkest – dat authentieke instrumenten uit Händels tijd bespeelt – bestaat uit strijkers, continuo, trompet en pauken. De continuo – kistorgel – klinkt authentiek doordat het een ‘transpositieklaver’ bezit, zo leert de informatie bij de CD, opgenomen in de Grote Kerk in Elburg (2013.) Het kistorgel ziet er inderdaad uit als een – zware rechthoekige – kist, compleet met de noodzakelijke transportwielen.

Händels Messiah is geen specifieke kerkmuziek maar meer een combinatie tussen vermaak en een kerkdienst. In het begin werd het werk alleen in theaters en concertzalen uitgevoerd en aangekondigd als ‘Grand Musical’. (messiahhandel.nl)

Godslasterlijk
In Londen wordt de benaming ‘Grand Musical’ als godslasterlijk bestempeld als er ook uitvoeringen worden gegeven – vanaf 1750 – in kerken. De kerkelijke gemeenschap dwingt Händel Messiah aan te kondigen als ‘een nieuw sacraal oratorium’.

‘De hemel en God’
Messiah is zeker niet godslasterlijk, maar over welke messias hebben we het eigenlijk in dit ‘ultieme kerstoratorium’, waarvan Händel zei: ‘Ik geloof dat ik de hemel en God voor me heb gezien’. Hij sprak dit geëmotioneerd uit, met tranen in de ogen, nadat hij het tweede deel van zijn Messiah had voltooid.

Dubbelrol Jesaja
De ‘koninklijke profeet’ Jesaja lijkt in Messiah een dubbelrol te spelen. Hij verwijst eerst naar een koning die in de toekomst Israël vrede en redding zal brengen, en later profetisch naar Jezus van Nazareth. De Tenach (de Joodse Bijbel) spreekt echter van een messias als een toekomstige koning die de Joden van Palestina zal verenigen. Zijn komst zal ook de eindtijd aankondigen. Voor Jesaja is Jahweh groot en machtig, de Heilige van Israël.

‘Kind dat ons is geboren’
Messiah begint met ‘Sinfony’ en direct daarna klinkt een spraakzang van Jesaja: ‘Troost, troost mijn volk, zegt uw God…’ Jesaja betekent: ‘God is mijn redding’. De profeet leefde rond 750 v.Chr. In zijn boek staan teksten die door de joden als Messiaans worden gezien, en profetisch naar de toekomst verwijzen. Die gaan niet over Jezus – want niet geaccepteerd door de joden – maar over een toekomstige joodse koning of priester en eerder ‘gezalfde’ genoemd dan messias. Als (toekomstige) naam die gegeven zal worden, sprak Jesaja van ‘Wonderbaar’, ‘Raadsman’, ‘De machtige God’, ‘De Eeuwige Vader’ en ‘Vredesvorst’, ‘Heer’, ‘Jahweh’, en uiteindelijk over een ‘Kind dat ons is geboren’ en een ‘Zoon aan ons gegeven’.

Messiah2018_90d

Jezus’ wederkomst
Het eerste deel van Messiah bestaat voor de helft uit liederen en spraakzangen uit teksten van Jesaja. Dit kerstoratorium gaat heel concreet over het leven van Jezus van Nazareth; bezingt de aankondiging van de komst en de geboorte van Jezus; Zijn kruisiging en opstanding en de episode van de hemelvaart. Het laatste deel gaat over de betekenis van dit alles voor de gelovigen. Messiah gaat ook over Jezus’ wederkomst en heerschappij. In het (christelijke) Nieuwe Testament is Jesaja ook weer terug te vinden, en dan alleen in citaten, met profetieën over de komst van… de Messias (Jezus.)

Het ‘verboden hoofdstuk’ Jesaja 53
Jezus werd zo’n 750 jaar na Jesaja geboren. In Messiah wordt Mattheüs aangehaald als profetie voor Christus’ geboorte. In deel 2 van Messiah – in Jesaja 53 – zegt de profeet ‘de HEER heeft op Hem gelegd ons de ongerechtigheid van ons allen’. ‘Hem’ lijkt dan sterk naar Jezus te verwijzen. Dat lijkt dan wel een nadere specificatie van zijn eerdere profetie. Sla er Jesaja 53 maar op na en zie dit ‘verboden hoofdstuk’ in de Tenach. Het is niet echt verboden, maar werd weggelaten op het leesrooster, volgens de christelijke site CIP. Veel Joden kijken daar van op.

Jahweh
In het sterfjaar van koning Uzzia van Juda (740 v.Chr.) wordt Jesaja geroepen tot het profetenambt. En als Achaz in 736 v.Chr. de nieuwe koning wordt, vallen de koningen Resin (Syrië) en Pekach (Israël) Juda aan. Achaz besluit daarop de hulp van Assyrië in te roepen. Dan betreedt Jesaja het politieke toneel en spreekt Achaz moed in, en zegt dat de koning zijn vertrouwen uitsluitend moet stellen op Jahweh (God): de Heilige van Israël – en niet op bondgenootschappen met andere staten.

Messiasverwachting
Sommige bronnen stellen dat in het Oude Testament er een Messiasverwachting gewekt wordt die sterk leeft in de harten van de joden, en dat die verwachting goed aansluit op de beloften van de profeten. Jezus, zo wordt gezegd, spreekt deze verwachting ook nooit tegen, maar zou ook geen ‘ja’ gezegd hebben op de vraag of Hij de Messias is; dat Jesaja uiteindelijk op Hem gedoeld heeft.

TheJewishAnnotatedNewTestament

Het Joods Geannoteerde Nieuwe Testament
Maar de onderzoeken gaan wereldwijd door, de discussie ook. In dit kader is het interessant dat in 2011 het boek The Jewish Annotated New Testament verscheen, waarin staat dat er nooit een editie van het Nieuwe Testament verschenen is, gericht op de Joodse achtergrond en de cultuur waaruit het groeide. Tot dit boek dan. In 2017 verscheen een tweede editie, grondig herzien en sterk uitgebreid, met nog meer nuttige informatie en nieuwe inzichten voor de bestudering van het Nieuwe Testament.

Het Joods Geannoteerde Nieuwe Testament werd voor het eerst gepubliceerd in 2011 en was een baanbrekend werk dat de Joodse achtergrond van het Nieuwe Testament onder de aandacht bracht van studenten, geestelijken en algemene lezers. In deze nieuwe editie brengen tachtig Joodse geleerden een ongeëvenaarde studie samen om een nieuw licht op de tekst te werpen. Deze grondig herziene en sterk uitgebreide tweede editie [2017] levert nog meer nuttige informatie en nieuwe inzichten voor de bestudering van het Nieuwe Testament.’ (amazon.com)

Dode Zeerollen
Oudheidkundige Jona Lendering schrijft over editie 2011 op zijn blog Het joodse Nieuwe Testament dat er teksten bestaan die door de joodse en christelijke religieuze autoriteiten zijn afgewezen, maar dat deze documenten wel degelijk belangrijke religieuze ontwikkelingen laten zien. Dat geldt volgens Lendering – naast de zogeheten pseudepigrafische werken, zoals het Ethiopische boek Henoch en de Psalmen van Salomo – ook voor de Dode Zeerollen:

‘…ook daarin is informatie te vinden die helpt de gedachtewereld van de eerste eeuw n.Chr. te reconstrueren, informatie die noch in het christendom noch in het rabbijnse jodendom bewaard is gebleven.’

The Jewish Annotated New Testament biedt de tekst van de christelijke geschriften (in vertaling) en eindeloze hoeveelheden aanvullende informatie. Een zeer aanbevolen boek.’ (Lendering)

Prettige en zalige kerstdagen gewenst, met of zonder Messiah, messias of Messias. (In de monotheïstische religies is er maar één God, waarschijnlijk zal er dan ook maar één Messiah zijn?) – Wie weet waar Het Joods Geannoteerde Nieuwe Testament nog toe leidt…

Recensie: Messiah – G.F. HÄNDEL (HWV 56) – Den Haag, Grote Kerk – 16 december 2018 – Pieter Jan Leusink dirigent

Foto’s: Lichtcomposities door Teus van der SteltPD (N.B. Fotograferen tijdens Messiah is verboden)

Historische Jezus niet de ‘echte’

bergrede

In Gegrammena, een blog van theoloog en onderzoeker Cor Hoogerwerf over de Bijbel en het vroege christendom, vraagt hij zich af – aan de hand van het boek The Historical Christ and the Theological Jesus – hoe je met het onderzoek naar de historische Jezus om zou kunnen gaan. ‘De ‘historische Jezus’ is een door historici geconstrueerde hypothese die op historisch-kritisch verantwoorde wijze het leven van Jezus van Nazaret wil beschrijven.’ Geloven op zich draait volgens Hoogerwerf echter niet om het bestaan van Jezus.

De kerk vereert Christus als de Zoon van God, God uit God, Licht uit Licht. Wat heeft die Christus nog te maken met de mens Jezus uit het begin van onze jaartelling? En wat heeft het te betekenen dat de boodschap over Jezus anders is dan de boodschap van Jezus?’ 

Volgens Gegrammena draait het hele geloof zelfs niet om de vraag of het beeld van de bovenmenselijke Jezus zoals dat in de christelijke bronnen en/of de cultuur bestaat, overeenkomt met de historische werkelijkheid.

De historische Jezus is dus iets anders dan de ‘echte’ Jezus. Zoals bij zoveel mensen uit de oudheid — van de meesten weten we (vrijwel) niets — is het slechts mogelijk een aantal aspecten van zijn leven met enige mate van zekerheid te belichten. De hoop en de claim van historici is uiteraard dat hun historische Jezus iets zegt over de ‘echte’ Jezus.’

Hoogerwerf stelt dat het een gegeven is dat er historisch onderzoek gedaan wordt naar Jezus van Nazaret en dat dit vaak (niet altijd) ingebed is in een bredere theologische setting, en als je het nog breder trekt het natuurlijk zo is dat historisch onderzoek nooit ‘neutraal’ is.

Dit tekent het spanningsveld: enerzijds gaat het om historisch onderzoek met historische methoden, anderzijds staan er ook (anti-)theologische belangen op het spel, zeker als het om Jezus Christus gaat. Dit valt nooit helemaal los van elkaar te zien.’

TheHistoricalJesusandtheTheological Jesus

In een aantal artikelen gaat Hoogerwerf aan de hand van The Historical Christ and the Theological Jesus van Dale C. Allison Jr. na hoe je vanuit het christelijk geloof met het onderzoek naar de historische Jezus om zou kunnen gaan: Wat nut ons de historische Jezus?. Vanuit de christelijk theologie, zo stelt hij, zijn er grosso modo drie reacties op het onderzoek naar de historische Jezus. Volgens de theoloog zit in al deze reacties wel ‘iets’.

Sommige onderzoekers hebben beweerd dat hun historische Jezus aantoont dat de traditionele geloofs­­­overtuigingen over Jezus Christus obsoleet zijn. Traditionelere theologen hebben gezegd dat de menswording van God christenen verplicht te vragen naar het historische leven van Jezus met behulp van historische methoden. Andere theologen hebben juist gezegd dat het evangelie niet kan rusten op de voorlopige oordelen van het historische onderzoek, met als gevolg dat zij dit grotendeels negeren.’

Hoogerwerf zegt dat wie kennisgenomen heeft van het onderzoek naar de historische Jezus en niet hardnekkig wil volharden in oude waarheden — terug naar onwetendheid kan niet meer — moet dit onderzoek ook theologisch, vanuit (on)gelovig perspectief, een plek geven. Want het is uiteindelijk een verrijking, al is het niet altijd een comfortabele verrijking.

The unexamined Christ is not worth having’.’ (Allison)

In een volgend artikel zegt Hoogerwerf dat naast het feit dat het historisch onderzoek naar Jezus geen kant-en-klaarpakket aan theologie en geloof aflevert, bovendien de vraag aan de orde is in hoeverre historisch onderzoek daarop invloed kan hebben.

Jezus, zo stelt Allison, kunnen we leren kennen door de oude teksten, de kerkelijke traditie, de cultuur, en ontmoetingen met de (volgens christenen) levende Jezus zelf. Is het daarbij een probleem dat we zo kennismaken met verschillende Jezussen?’

De theoloog gaat in op de vragen die Allison stelt, zoals: hoeveel geschiedenis heeft de theologie of het geloof nodig en of historisch onderzoek de enige manier is om Jezus ‘echt’ te leren kennen. Voordat hij – voorlopig, want waarschijnlijk volgen meer artikelen – afsluit met de vraag hoe Allison verder gaat, stelt hij dat

vanuit christelijk perspectief de goddelijke werkelijkheid in Jezus niet kan worden beperkt tot zijn aardse leven: die kan zelfs actief zijn bij mensen die geen notie van Jezus hebben.’

Zie:
Wat nut ons de historische Jezus? (1)
Wat nut ons de historische Jezus? (2) 
(Gegrammena)

Beeld: Fra Angelico (1387 – 1455)De bergrede – fresco, 1436 – 1443 – Museo di San Marco, Florence – schriftlink: Mattheus 5:2 (holyhome.nl)

Cor Hoogerwerf studeerde Griekse en Latijnse taal en cultuur en Godgeleerdheid aan de Universiteit Leiden en voltooide daarna aan dezelfde universiteit de onderzoeksmaster Classics and Ancient Near Eastern Civilizations (cum laude) met als specialisatie New Testament and Early Christian Studies. Na aan de Universteit Leiden Exegese Nieuwe Testament gedoceerd te hebben, is hij momenteel werkzaam aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar hij onderzoek doet naar patristisch commentaar op de Bijbel. Daarnaast is hij projectmedewerker als nieuwtestamenticus voor de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap.

‘Een zwijgende God is onvoorstelbaar’

geloven_vandaag.xl

De auteur van Geloven vandaag?, theoloog Manuel Cabello (Universiteit van Navarra), gaat rechtstreeks de confrontatie aan met de vraag wat we over Jezus kunnen zeggen als we ons uitsluitend beperken tot de historische feiten. Hij doet dat, samen met andere vragen, in dialoog met filosofen als Blaise Pascal, John Henry Newman, Joseph Ratzinger en een groot aantal intellectuelen afkomstig uit verschillende disciplines. Cabello wordt in Didoc geïnterviewd door Jacques Leirens.

De vraag over het bestaan van God behoort strikt genomen niet tot de apologetiek, maar tot de filosofie, met name tot de tak van de filosofie die klassiek ‘natuurlijke godsleer’ wordt genoemd, ook nog, ‘theodicee’. Veel denkers hebben al altijd beweerd dat de filosofie het bestaan van God kan bewijzen. Denk maar aan de beroemde ‘vijf wegen’ of het ‘ontologisch argument’.’

Cabello concludeert dat het niet onredelijk is te geloven in het bestaan van een wezen dat aan de oorsprong van het universum ligt. Leirens vraagt zich af of Cabello kan vertellen hoe hij tot de volgende stap van de apologetiek komt: dat God tot ons heeft gesproken, meer nog, dat hij op de aarde is ‘afgezakt’ in de persoon van Jezus Christus. De theoloog zegt hierop dat hij zich nooit een zwijgende God heeft kunnen voorstellen.

Als we tot de conclusie komen dat er een alwetend en almachtig wezen is, dat aan de oorsprong van het universum ligt, en dus ook van ons leven, dan vind ik het niet onredelijk het volgende te beweren: als dit wezen er zo veel belang aan hecht dat wij bestaan, dan is het zeer goed mogelijk dat het ons ook iets gezegd heeft over wat hij van ons verwacht.’

Elke redelijke persoon zou volgens Cabello dan moeten besluiten dat het uiterst interessant zou zijn te weten te komen wat die God ons te vertellen heeft, want het is zeker oneindig veel belangrijker dan al wat Aristoteles, Kant of Einstein hebben kunnen zeggen. Hij vindt het onthutsend vast te stellen dat men hiervoor vaak geen redelijkheid kan opbrengen.

Kritisch en grondig de mogelijkheid onderzoeken van een God die tot ons spreekt, lijkt me redelijker dan mijn kritische geest bij voorkeur te gebruiken om alle mogelijke aanwijzingen van een goddelijke boodschap a priori belachelijk te maken of te proberen weg te moffelen. Dit laatste lijkt me niet verstandig.’

Leirens vindt het nog niet aangetoond dat God zelf ons zijn boodschap heeft overgebracht, door toedoen van Jezus van Nazareth, zoals christenen geloven. Cabello beaamt dat niet te bewijzen is dat Jezus van Nazareth, zoals we Hem door de evangelies kennen, ons Gods eigen woord is komen verkondigen, en nog minder, dat hij God zelf is.

We kunnen wel historische argumenten aanvoeren, zoals de apologetiek al 20 eeuwen doet, om te ‘tonen’ (dus niet ‘aantonen’) dat deze bewering verre van rationeel ongegrond is. Dat is wat ik in het tweede hoofdstuk van mijn boek heb willen doen.’

De interviewer lijkt het mysterie van Jezus Christus van enorm belang, zo mogelijk nog meer voor de christenen van deze tijden dan voor die van de eerste tijden en vraagt aan Cabello of hij ons eerst kan zeggen of we met zekerheid kunnen zeggen dat Jezus van Nazareth werkelijk geleefd heeft.

In de mate dat de geschiedkunde van toen in staat is zekere feiten over te brengen, kunnen we daar bevestigend op antwoorden: Jezus van Nazareth is een historische figuur, die in Palestina heeft geleefd toen Pontius Pilatus daar prefect was; hij werd gekruisigd, is gestorven en zijn leerlingen beweerden dat hij verrezen is. Dit zijn feiten die ook door Joodse en Romeinse historische bronnen worden vermeld. Er zijn ook talrijke andere woorden en daden van Jezus door de evangelies en andere boeken van het Nieuwe Testament overgeleverd en die we met vrij grote zekerheid kunnen bevestigen.’

Cabello voegt eraan toe dat als we niet twijfelen aan het bestaan van Seneca of Vergilius of andere figuren van de vroege oudheid, zoals Homerus of Socrates, hij niet inziet waarom men het bestaan van Jezus in twijfel zou trekken, tenzij omwille van antichristelijke vooroordelen.

Leirens vraagt hem naar de goddelijkheid van Jezus Christus, daar het hem moeilijker lijkt om zich hier met puur rationele argumenten over uit te spreken. Cabello stelt dat we op dit punt we alleen mogen uitgaan van christelijke bronnen, met name het Nieuwe Testament en vooral de vier evangelies. Hij zegt dat hier het bekende probleem rijst van de historische betrouwbaarheid van deze bronnen.

De betrouwbaarheid van de christelijke bronnen werd al in de oudheid betwist, bijvoorbeeld door Celsus. Origenes heeft zijn kritiek vrij goed gecounterd. Op een meer systematische manier, maar eerst nog in beperkte mate, begon men in de protestantse wereld van de 18de eeuw vraagtekens te zetten bij die bronnen, met name door het werk van Hermann Samuel Reimarus, postuum uitgegeven door Gotthold Lessing.’

geloven_vandaag.xl (1)
C
abello krijgt de vraag voorgelegd welke het voornaamste argument is dat ons toelaat om aan te nemen dat Jezus God is. De voornaamste reden is volgens Cabello de samenloop van twee feiten: het feit dat Jezus uitdrukkelijk zijn goddelijkheid heeft geclaimd en het feit dat zijn opstanding zijn claim heeft bevestigd.

‘(Let wel, ik antwoord op uw vraag, ik wil dus zeker niet zeggen dat dit argument op zich de kracht bezit om het geloof op te wekken, maar gewoon dat het volgens mij een sterk argument is dat de weg naar het geloof kan voorbereiden.)’

De auteur van Geloven vandaag? wil er nog aan toevoegen dat het bestaan van de Kerk ook een sterk argument is dat pleit voor de geloofwaardigheid van de verrijzenis.

Het krachtig ontluiken van de Kerk ‘op het lijk’ van een mislukte pseudo-messias is in mijn ogen ondenkbaar.’

In de 19de eeuw brak het zogenaamde liberale protestantisme door, vervolgt Cabello, en zegt dat het met een vreemdsoortige ijver de betrouwbaarheid van de evangelies heeft proberen te ondermijnen en hierbij een aantal katholieke theologen in hun kielzog heeft meegesleept, onder meer theoloog Alfred Loisy, die aan de oorsprong van de modernistische beweging staat.

Sedertdien heeft het onderzoek van de Bijbel wel veel vooruitgang geboekt. Je kunt zelfs zeggen dat de historische betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament er sterker uitgekomen is.’

In dit verband vindt Cabello het boek over Jezus van Joseph Ratzinger of Benedictus XVI van groot belang.

Want het is een praktische demonstratie van het feit dat het redelijk is de goddelijkheid van Jezus Christus te affirmeren uitgaande van het Nieuwe Testament, met name uitgaande van die teksten die ook door het grootste deel van de critici geaccepteerd worden.’

Geloven vandaag? – Christendom en moderne rede | Manuel Cabello | 2017 | Uitgeverij De Boog | ISBN 9789062570645 | 224 pagina’s | Paperback | € 13.50 | E-book € 8.80Leesproef |

Zie: Een apologie voor de apologetiek