Vrijheid van godsdienst en de Marrakesh Verklaring

Marrakesh-decl

Honderden prominente soennitische en sjiitische islamitische geleerden pleitten onlangs tijdens een conferentie in het Marokkaanse Marrakesh, samen met vertegenwoordigers van andere levensovertuigingen, voor bescherming van religieuze minderheden in moslimlanden. Dit resulteerde in de zogenaamde Marrakesh Verklaring, gebaseerd op het Handvest van Medina èn de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Volgens Ayman Ibrahim, docent Islamstudies aan het Southern Baptist Theological Seminary in Louisville, Kentucky (VS), heeft het Handvest van Medina ten tijde van profeet Mohammed weinig betekend voor de religieuze minderheden, ondanks de afspraken over vrijheid van godsdienst. Enis Odaci en Arnold Yasin Mol, van de denktank voor islamitisch humanisme en samenleving, stellen echter dat Ibrahim een en ander uit zijn context haalt en dat als hij bronnen citeert, dat dan goed moet doen en niet die context weglaten.

In alle drie de situaties was het Handvest van Medina inderdaad van kracht, maar de joodse stammen, die in deze periode zijn verdreven of waar oorlog mee is gevoerd, hadden ook allen eenzijdig dit vredesverdrag geschonden. In klassieke islamitische teksten wordt dit punt altijd benadrukt en ook gold dat executies alleen werden uitgevoerd op die strijders die ‘muqattil’ waren: zij die daadwerkelijk de wapens hadden gebruikt.’

The-constitution-of-Madina-208x300Maar, move on! Volgens Odaci en Mol is het tijd om de handen ineen te slaan; is de Marrakesh Verklaring een signaal dat in Nederland aandacht verdient en door christelijke organisaties ingezet moet worden in de dialoog met moslims.

Niet om te bekeren, maar om te co-existeren. Wat dat betreft gaat de Verklaring van Marrakesh ons allen aan, omdat we allemaal verbonden zijn in de droom van een vreedzaam samenleven.’

Zij stellen dat de oproep om de Shari’a volgend te laten zijn op universele mensenrechten (dus gelijkheid van ras, cultuur, religie en gender, inclusief afvalligheid en bekering) in vele delen van de islamitische wereld een verregaande en unieke uitspraak is.

Bedek positieve ontwikkelingen niet met een deken van wantrouwen. Waarom zou je? Je hebt in plaats van sommige hadith uit een andere tijd en totaal onbekend bij bijna alle moslims, nu een heel actueel intra-religieus (!) opgesteld en voor religieuze minderheden zeer welkom statement van geleerden in de huidige tijd. Doe er je voordeel mee.’ (Commentaar Odaci)

Die droom van vreedzaam samenleven zou m.i. in Nederland zijn eigen betekenis kunnen krijgen. Andersom zijn in onze joods-christelijk-seculiere samenleving de moslims immers een minderheid en dient de Marrakesh Verklaring hier te betekenen dat moslims als religieuze minderheid ook beschermd dienen te worden. Evident geldt dat dan ook voor alle andere religieuze en anders-levensbeschouwelijke minderheden. Het is, zoals Odaci en Mol zeggen: de Marrakesh Verklaring gaat ons allen aan, omdat we allemaal verbonden zijn in de droom van een vreedzaam samenleven.

Zie:
Marrakesh: pleidooi ter bescherming van minderheden
Tijd om de handen ineen te slaan
Vrome woorden uit Marrakesh

Illustrs: humanislam.com en constitutionofmedina.com

Su-Shi: Soennieten en Sjiieten slaan brug

su-shi

Niet alle Soennieten en Sjiieten zitten vast aan het idee dat de eigen overtuiging absoluut is en beseffen dat hun rechtsscholen door mensen geschreven zijn die door de eeuwen heen verschillende visies en meningen ontwikkelden. De dialoog tussen sjiieten en soennieten in Nederland heeft nu geleid tot het kennis- en netwerkplatform Su-Shi, de naam is afgeleid van soennisme en sjiisme. 

De moslimgemeenschap is zo enorm versplinterd – als zij (wat meer) verenigd zou zijn, zou ze veel sterker en tot veel meer in staat zijn. Dat is wat ik wens voor moslims. Ook wens ik geen enkele vorm van onrechtvaardigheid voor moslims of welk mens dan ook. En als moslims niet veroordeeld willen worden door niet-moslims op basis van vooroordelen, waarom doen moslims het onderling dan wel?’ (Anne Dijk)

Anne Dijk, directeur van het FAHM-instituut, vindt dat onrechtvaardig en stelt dat, wetende dat het een gevoelig onderwerp is, en wetende dat je meerdere extremen tegen je zult hebben, het haar simpelweg gaat om rechtvaardigheid: de plicht van een mens, om zich daarvoor in te zetten.

We zijn met een heel gemêleerd bestuur en kernteam. Allemaal Nederlands, maar qua geschiedenis en roots van Indonesisch tot Indiaas, van Marokkaans tot Turks en Irakees tot Nederlands. Allemaal voelen we ons moslim en allemaal willen we werken aan verbinding ín Nederland.’ 

Arjen Buitelaar, directeur van het Instituut voor Midden-Oosten relaties en Studies, met wie Dijk samenwerkt, zegt dat hij is opgegroeid in een blanke pre-PKN Bible Beltomgeving, waar kerkgemeenschappen allesbehalve open naar elkaar waren: dat kinderen van verschillende kerken met elkaar speelden was niet gangbaar en ze zaten ook niet bij elkaar op school. Hij vond juist de eenheid die er in islam zou bestaan iets prachtigs, maar dat was dus een naïeve gedachte.

We hebben mensen die als soenniet tussen of naast sjiieten zijn opgegroeid, maar eigenlijk niets over die ander wisten. We hebben ook mensen die in een heel diverse omgeving in hun herkomstland zijn opgegroeid, en met de oorlogen sinds het nieuwe millennium scheuren in hun gemeenschappen hebben zien ontstaan.’


Soennisme
B
uitelaar: ‘Ik ben een sjiitische moslim. Het betekent dat ik me in de praktijk richt tot sjiitische geleerden en literatuur. Het betekent ook dat ik me bij het opbouwen van een relatie met God mij er niet aan kan onttrekken een mens van de samenleving te zijn. Tussen en met andere mensen, die anders kunnen denken en geloven. Ethisch handelen weegt dan bijvoorbeeld zwaarder dan droge regels. Ratio speelt daarbij tenslotte een belangrijke rol, maar ook hoe de Twaalf Imams, de opeenvolgende kleinzonen van de Profeet, zich verhielden tot hun tijdgenoten.’

Sjiisme
Dijk: ‘Ik ben een soennitische moslima. Voor mij betekent het in de kern dat het voorbeeld van de Profeet (sunnah) en de eerste drie generaties na hem het fundament zijn voor de manier hoe ik wil leven. Ik geloof dat autoriteit op een egalitaire, ‘democratische’ (shura) manier en alleen op basis van kennis en kwaliteiten het beste vorm gegeven van worden. Mijn persoonlijke relatie met God is alleen direct te bewerkstelligen, bijvoorbeeld via het gebed, en kent geen verbindingsmiddelen.’


Naar aanleiding van een radio-interview met Dijk zocht Buitelaar contact met haar en kwamen zij er samen achter dat de dialoog tussen sjiieten en soennieten in Nederland aandacht nodig had. En nu is er dus Su-Shi, inmiddels een formeel kennis- en netwerkplatform en met een nieuwe intra-religieuze website. Nieuwwij sprak met beide initiatiefnemers.

Zie: SU-SHI: Voorbij het Islamitisch sektarisme 

‘De islam gaat imploderen en dat zal gewelddadig zijn’

islam.jpg

‘De Koran is op dit moment de gevaarlijkste illusie’, zegt Maarten Boudry in het magazine EOS. Al eerder zei hij bij Liberales dat de gevaarlijkste illusie de letterlijke interpretatie is van wat er neergeschreven staat: juist ‘de overtuiging dat illusies, en met name godsgeloof, goedaardig en onschuldig zijn, is zelf een gevaarlijke illusie’. Politiek wetenschapper Annie Laurent stelt nu bij Didoc dat de islam onverbiddelijk ineen zal storten en dat dit ‘groot leed zal veroorzaken voor de moslims en voor degenen die in hun nabijheid leven’.

Ik zeg niet dat de islam morgen zal ineenstorten, maar wel dat hij zal ineenstorten, onverbiddelijk, en dat zal groot leed veroorzaken voor de moslims en voor degenen die in hun nabijheid leven. Het zal decennia duren en zich vertalen in vreselijke conflicten! Een van de krachten van de islam is dat hij zich belast met heel de mens. Het is een erg omlijnde religie, waarin het geweten niet aangesproken wordt. Iedere persoon die dit kader verlaat zal een diepe existentiële crisis meemaken.’

Annie Laurent is schrijfster, journaliste en specialist op gebied van het Midden-Oosten, en heeft een master in Internationaal Recht. Zij haalde een doctoraat in politieke wetenschappen met haar thesis over ‘Libanon en zijn omgeving’. In het artikel De zwakheid van de islam beschrijft Laurent de hedendaagse islam als een religie ten prooi aan een diepe crisis die zelfs zijn bestaan op losse schroeven zou kunnen zetten.

De islam wordt op dit ogenblik ernstig in vraag gesteld. De moslims hebben overal ter wereld toegang tot het internet, zelfs in Saoedi-Arabië. Zij zien andere denkwijzen, andere manieren om de religie te begrijpen. Een deel ervan leeft in landen met christelijke wortels, en dat vertaalt zich natuurlijk naar vragen over hun eigen oorsprong. Sommigen ergeren zich met name aan de aanspraak van de islam om heel hun leven te beheersen met willekeurige voorschriften. Ieder jaar zijn er in Marokko jonge mensen die op de pleintjes eten in volle ramadan en zo het religieus verbod naast zich neerleggen. Zij worden trouwens regelmatig opgepakt door de politie.’

Geweld is een teken van zwakheid!’ antwoordt Laurent als Didoc stelt dat in vele landen zoals Irak, Saoedi-Arabië of Pakistan de islam steeds strenger wordt, en vaak gewelddadig. Niettemin stelt zij dat er een interessante ontwikkeling gaande is, al is zij niet optimistisch over een ‘zachte overgang’ van de islam.

Er is een interessante ontwikkeling aan de kant van wat men ‘de nieuwe denkers van de islam’ noemt. Ik denk aan Abdelmajid Charfi, auteur van ‘De islam tussen boodschap en geschiedenis’. Een andere Tunesiër, Mohammed Charfi, had een leerstoel onder Ben Ali en heeft ‘Islam en vrijheid’ geschreven. Maar vaak worden zij slecht onthaald! In tegenstelling tot wat men vaak denkt, is het nog moeilijker voor hen geworden om zich te uiten sinds de Arabische lente. Zoals Nasr Abou-zeid, die als afvallige verbannen werd en naar Nederland moest vluchten, zei: het lot van deze intellectuelen stemt mij niet optimistisch over een ‘zachte overgang’ van de islam.’

Zie: De zwakheid van de islam

Illustr: Fubar.mobi