‘Godsdienst inherent aan menselijke natuur’

AlhambraFotoPD

Godsdienst, in welke variant dan ook, is inherent aan de menselijke natuur, zo stelde rechtsgeleerde Gerard Noodt al in 1706, in een invloedrijke rede over ‘religie, vrij van heerschappij’. Daarom mag een bepaalde gezindheid niet door een overheid of samenleving worden afgedwongen of verboden. Noodt maakte zich hard voor de godsdienstvrijheid, schrijft historicus Geerten Waling. ‘Toentertijd behelsde godsdienstvrijheid veel meer dan alleen religie: het ging over wat wij tegenwoordig noemen de vrijheid van vereniging, van geweten en ja, ook van meningsuiting. Kortom, de zuurstof voor de open samenleving’.

We moeten dus vooral niet met wetten of wapens proberen om de gedachten van mensen te beheersen. Ook hun meningsuiting en hun recht om zich te verenigen moeten we beschermen, alleen al omdat we zelf nooit de waarheid in pacht hebben. Dat geldt voor religie, maar in bredere zin voor alle opvattingen die mensen kunnen koesteren.’

De vrijheid van meningsuiting staat continu onder druk. Het is goed om af en toe uit te zoomen en te beseffen dat die vrijheid al eeuwenlang wordt bevochten, schrijft Waling in Elsevier Weekblad. Rond 1706 mogen in de Nederlandse Republiek joden hun religie in sommige steden hooguit beleven in eigen kring of buurt, katholieken mogen op veel plekken niet eens kerken bouwen.

Het land is diepgelovig en overgevoelig voor alles wat het gereformeerde wereldbeeld kan aantasten. Des te dapperder was het dat iemand als de rechtsgeleerde Gerard Noodt, bij zijn afscheid als rector magnificus van de Universiteit Leiden in 1706, tegen een aantal heilige huisjes durfde te schoppen.’

Alhambra2

De islam roept oude vragen op over godsdienstvrijheid, stelt het weekblad: ‘Wat te doen met de islam?’ en refereert aan de moeizame positie van de islam in Nederland.

Volgens Geert Wilders is de islam een vijandige politieke ideologie die moet worden bestreden. En inderdaad, salafisme en jihadisme zijn levensgevaarlijk, maar het valt niet te ontkennen dat veel moslims de islam belijden als een vreedzame, zingevende levensbeschouwing. Hoe gaan we daar mee om? Hoe beschermen we de godsdienstvrijheid van vreedzame medeburgers, zonder een vrijbrief te geven voor gewelddadige elementen? Dat is in Nederland een betrekkelijk nieuwe en zware uitdaging, waarover het laatste woord nog lang niet is gezegd.’

Alhambra3

Hij die een bepaalde religie verplicht stelt, en met straf afdwingt, maakt inbreuk op andermans soevereiniteit. Hij doet hierbij niets ten goede, maar kan zich niet vrijpleiten van het verwijt een tiran te zijn. (Gerard Noodt)

Noodts toespraak, die hij in het Latijn hield in 1706, is als paperback uitgegeven: Over de vrijheid van godsdienst. Het is in hedendaags Nederlands vertaald door Hans van Cuijlenborg, en prof. dr. Joris van Eijnatten, hoogleraar cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht, heeft de tekst voorzien van een uitvoerige wetenschappelijke inleiding.

Een mijlpaal in de Europese ideeëngeschiedenis. Zo kenschetst historicus Joris van Eijnatten de rede over de vrijheid van godsdienst die Gerard Noodt in 1706 hield bij zijn afscheid als rector van de Leidse universiteit. Noodt besefte terdege dat hij sprak over een heikel thema, een onderwerp ‘vol nijd, haat en laster’. Maar dat belette hem niet om een hartstochtelijk pleidooi te houden voor een vrije keuze van geloof of juist voor afvalligheid.’

Foto’s: La Alhambra, Granada, september 2018 (PD)

Zie: De islam roept oude vragen op over godsdienstvrijheid

De islam heeft toch ook zijn Luther

Ibn Taymiyya

Twee reformisten. Een in het christendom en een in de islam. ‘Zowel Luther als Ibn Taymiyya stellen het sola scriptura als enige toegestane benadering van de Bijbel respectievelijk Koran centraal,’ zo stelt professor in de dialoog tussen de godsdiensten Marcel Poorthuis op het Leiden Islam Blog. Hij vindt het interessant dat de twee verwante ideeën hadden. Zijn conclusie luidt dan ook dat de islamitisch geestelijke en filosoof Ibn Taymiyya de islamitische Luther is.

Sola scriptura stelt dat de Schrift (de Bijbel) de bron, norm en het fundament is van geloof en levenspraktijk. De Schrift heeft uniek gezag. De Koran evenzo, aldus Poorthuis. De schrift is de stem van God en heeft ultiem gezag, zeggen sommige bronnen.

Allereerst is daar de uitleg van de heilige Schrift. Zowel Luther als Ibn Taymiyya stellen het sola scriptura als enige toegestane benadering van de Bijbel respectievelijk Koran centraal. Daarbij nemen zij beide uitdrukkelijk standpunt in tegen de joodse verhalende uitlegtraditie, die centraal staat in de midrasj, de joodse uitleg van de Torah.’

Volgens Poorthuis voerde Luther een frontale aanval uit op de kerkelijke claim dat ook de traditie een heilig gezag zou bezitten, en ageerde Ibn Taymiyya (1263 – 1328) sterk tegen het gezag dat gegeven wordt aan tradities die buiten de tekst van de Koran circuleren.

Ibn Taymiyya staat volgens Poorthuis in een stroming die de zeer vele verhalen – een ‘reusachtig reservoir’ – rond de islam diepgaand wantrouwt. Taymiyya propageert terug te gaan naar de Schrift, in dit geval de Koran. Hij was de krachtigste pleitbezorger van de ‘alleen-de-Koran’ beweging, en is er geen plaats voor dubieuze handelingen waarmee de Bijbel vol zit.

De islamitisch geestelijke sluit zich aan, aldus Poorthuis, bij de corruptie-these, die stelt dat de Koran niet de corruptie (tahrif) bevat die de Bijbel wel aankleeft.

Dit idee werd door denkers vóór hem al uitgedragen, zoals Ibn Hazm (994-1064) met zijn een grootscheepse aanval op de evangeliën en op ‘joodse fabels’.’

Daarnaast zegt Poorthuis dat er nog een frappante verwantschap was in de ideeën van Luther en Ibn Taymiyya, namelijk hun weerstand tegen heiligenverering en volksdevotionele gebruiken.

Ibn Taymiyya was niet tegen het soefisme als zodanig en evenmin tegen mystiek, zoals in het verleden wel gedacht is en zoals moslimfundamentalisme vandaag de dag graag mag claimen.’

Volgens de professor aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg hield Luther ook grote opruiming onder de heiligenverering en de devotionele gebruiken van relikwieën en pelgrimages naar heilige plaatsen.

Het is jammer dat mensen als Luther en Ibn Taymiyya niet nu leven. Er is immers nog veel werk aan de winkel in het land van Bijbel en Koran. Het christendom had zijn Luther, maar een islamitische Luther zou nu erg welkom zijn. Stellingen te over om vast te nagelen op moskeedeuren.

Zie Leiden Islam Blog: Ibn Taymiyya: de islamitische Luther?