‘God is veel groter dan je kunt denken’

Wie de natuurwetenschappen volgt, concludeert dat de mens toevallig uit chaos is ontstaan, zegt Heino Falcke, hoogleraar astrodeeltjesfysica en radioastronomie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Oké, is dan zijn vraag, maar hoe zit dat dan met abstracte begrippen als geloof, hoop, liefde, toewijding en betekenis? Sommige wetenschappers antwoorden dan: dat is gewoon allemaal illusie. Dat vindt Falcke te kort door de bocht.

Jasper Van Den Bovenkamp interviewde eind november zwartegatfotograaf Heino Falcke over de vraag of de ontdekking van buitenaards leven zijn geloof zal opschudden. ‘Als God ergens anders leven geschapen zou hebben, dan mogen wij hem dat niet verbieden. Dat gaat mijn geloof totaal niet veranderen.’

Falcke zegt er moeite mee te hebben als mensen hem gaan voorschrijven hoe hij zijn vak moet uitoefenen, bijvoorbeeld door stellig te beweren dat de natuurwetenschap het bij het verkeerde eind heeft, omdat het ‘in de Bijbel anders staat opgeschreven’. Volgens Falcke maakt iedereen, of hij het nu wil of niet, gebruik van de natuurwetenschap. Mensen die dit blog lezen, genieten er volgens hem van omdat het artikel met digitale middelen gemaakt en te lezen is, waarbij gebruik is gemaakt van de kwantumfysica, en wanneer dat via wifi was, is er geprofiteerd van ontwikkelingen in de radiosterrenkunde. 

‘Dit blog is in letters en leestekens geordende kwantumfysica-chaos’
(Heino Falcke)

De foto van het zwarte gat voelde voor Falcke alsof hij keek naar ‘de poorten van de hel’, naar ‘het einde van ruimte en tijd’.

In grote zwarte gaten kun je in principe door de waarnemingshorizon reizen zonder uiteengereten te worden. En juist daar ligt de associatie met de hel: je ‘leeft’ nog en je ziet de wereld, maar je kunt niet communiceren.’

Falcke, die onderzoek doet naar de grenzen van het heelal en superzware zwarte gaten, reageerde hiermee op een uitspraak van de Amerikaanse hoogleraar natuurkunde George Smoot, die fluctuaties in de kosmische achtergrondstraling ontdekte: de warmtestraling die uitgezonden is kort na de oerknal. Hierover zei Smoot: ‘We’re looking at the face of God.’ Falcke is in het heelal niet op zoek naar God, want die heeft hij al gevonden.

In gebed, in openbaring, in persoonlijke ervaringen. Ik heb het heelal daar niet voor nodig. Tegelijk zeg ik daarbij: als ik met gelovige ogen naar de ruimte kijk, ontdek ik prachtige dingen over God, over de schoonheid van zijn schepping.’

In die zin is de wetenschap die Falcke bedrijft voor hem persoonlijk een verrijking van zijn geloof. Het heelal is van een omvang die het menselijk denkvermogen overstijgt.

Als je achter die onmetelijke ruimte dan in een schepper gelooft, zegt dat ook iets over wie God is. In de natuurwetenschap leer je dat je heel veel dingen kunt ontdekken, maar dat je nooit alles kunt zien; we kunnen slechts kijken zover het licht gaat.’

Betekenis bestaat, denkt Falcke, alleen al vanwege het feit dat we ernaar zoeken. Meer wetenschappelijk denkend vraag hij zich af:

Als natuurwetten altijd onveranderd zijn gebleven, en alles is onderhevig aan die natuurwetten, dan móéten er toch ook altijd betekenis, geloof, hoop en liefde zijn geweest? Ze kunnen niet pas door de mens bedacht zijn.’

Volgens de hoogleraar sluit de oerknaltheorie goed aan op de Bijbel omdat er immers één oorsprong is, één schepping. De vraag naar meerdere heelallen vindt hij eigenlijk niet alleen een wetenschappelijke, maar ook een door filosofische overtuigingen gemotiveerde kwestie waarbij men de schepper definitief in de doodskist wil stoppen.

De achterliggende gedachte luidt namelijk: als er meer heelallen zijn, moet de oerknal van tafel en daarmee ook God. Maar zelfs dan ben je God niet kwijt, want: waar komen dan de heelallen vandaan? (…) Je moet je altijd realiseren dat God veel groter is dan je kunt denken.’

Zie voor het uitgebreide interview: Wetenschapper en zwartegatfotograaf Heino Falcke is christen. Zal de ontdekking van buitenaards leven zijn geloof opschudden? ‘Wat een flauwekul, daar lach ik om’ (Reporters Online, door Jasper Van Den Bovenkamp)

Beeld: In april 2019 presenteerde het EHT-team de eerste foto van de schaduw van een zwart gat ooit. Heino Falcke, een van de grondleggers van de Event Horizon Telescope (EHT), is blij met de toekenning van de Group Achievement Award voor buitengewone prestaties door grote consortia in alle deelgebieden van de astronomie: ‘Op een moment dat de wereld uit elkaar lijkt te vallen, is het een belangrijk signaal dat de Britse Royal Astronomical Society (RAS) een wetenschappelijk resultaat erkent waarbij de wereld letterlijk samen moest komen om te bereiken wat onbereikbaar leek, en te zien wat onzichtbaar leek.’ (Universiteit Leiden)
Update 23 03 2024: lay-out / links

Naast de wetenschap is er dat hemelse

hethemelse

‘Secularisatie of niet, de hemel delen we nog steeds met elkaar. De verwondering die je voelt als je de sterrenhemel bekijkt, raakt toch aan iets wat ons overstijgt. Of je nou atheïst, agnost of christen bent.’ Heino Falcke, ‘fotograaf van het zwarte gat’, zegt dit in een interview met freelance journalist Elze Riemer. Falcke is een topsterrenkundige, en gelovig. Voor hem is de hemel zeker niet leeg. ‘Hij is vol met Gods genade en toewijding aan ons’. En het zwarte gat? Dat is ‘eigenlijk het tegenovergestelde aan de hemel’. Over de hemel zegt hij dat die voor hem ‘vooral een toekomst is waarnaar ik uitkijk. Thuiskomen bij God staat daarin centraal.’

Het is iets wat ik hier op aarde nooit volledig zal vatten, maar waar ik wel steeds aan mag raken – zowel als sterrenkundige als gelovige. Als sterrenkundige mag ik met mijn gedachten, telescopen en de natuurkunde door de hele hemel wandelen en alles bekijken en onderzoeken. Zoals een gepassioneerde tuinier vol verwondering naar de tuin kijkt, zo kijk ik naar de hemel. Als gelovige is de hemel iets wat verdergaat, dan dat wat ik in het heelal aantref.’

Met de hemel die Falcke nu mag zien is maar een klein beetje van alles wat hem nog te wachten staat, zegt hij in het gesprek met Riemer. Dan bedoelt hij de grootsheid van het heelal, maar ook dat wat hij in dit leven kan ervaren als hemels. Een van de centrale punten van het christelijk geloof is voor hem dat met de dood niet alles voorbij is.

En dan denk ik niet dat wat daarna gebeurt enorm saai is, met engelen op wolken die de hele dag harp en lier spelen. Volgens mij is de hemel een ongelofelijk avontuur waar nog heel veel te ontdekken en te zien valt, vol mensen en mooie ontmoetingen.’

Dat Falcke dat zwarte gat eindelijk kon zien, was een heel bijzonder moment die hij ook heeft als hij in de natuur is of in ontmoetingen met anderen.

Dat hemelse, in de zin van een ultieme belevenis of een ultiem geluksgevoel, is niet iets wat ik najaag of waarvoor ik leef. Het zijn niet voor niets ‘hemelse’ momenten, voorproefjes van dat waar we straks een eeuwigheid van kunnen genieten. Het lijkt mij niet dat we op aarde zijn om zulke vluchtige momenten te verafgoden.’

Daar leeft Falcke dan ook voor, zo vertelt hij: om te getuigen van de schoonheid van wat is en wat ons nog te wachten staat: ‘Daarin is zoveel hoop door te geven’. Voor hem kan geloof en wetenschap prachtig samengaan, maar tijdens zijn colleges haalt hij zijn geloof er niet bij, ‘misschien een keer helemaal aan het einde, dat ik een grapje maak over dat er naast de wetenschap nog meer is’. Zoals de wetenschap meer betekenis kan krijgen door de bril van het geloof, zo geldt voor Falcke ook zeker andersom: de wetenschap verrijkt zijn geloof.

Niet alleen feitelijk, maar ook methodisch. Het is belangrijk om met een kritische blik naar jezelf te kijken, en de twijfel mee te nemen in je geloof. Zo verruim je je blikveld. Met mijn werk wil ik daar iets aan bijdragen. Dat we zicht hebben op de hemel betekent niet dat we klaar zijn. We zijn nooit klaar; zeker niet met het begrijpen van God en van wat Hij geschapen heeft. We moeten ons altijd laten uitdagen. Door God zelf, maar ook door het leven en alles wat daarin op ons af komt.’

Aan het eind van het interview vraagt Riemer of Falcke weet waar de hemel is. Geen idee, zegt de sterrenkundige.

Wij zien maar een fractie van de volledige ruimte die er is, zelfs wanneer we naar dat ongelooflijk grote waarneembare heelal kijken. Het zou kunnen dat de hemel iets te maken heeft met de verschillende dimensies, iets waar sterrenkundigen wel bekend mee zijn. Hoewel, bekend, ze hebben geen idee hoe ze die dimensies praktisch kunnen verklaren. Je kunt ze wel wiskundig beschrijven, maar dat is het dan ook. Wat of waar de hemel ook is, wat ons te wachten staat zal al onze voorstellingen overstijgen. Dat zegt bij uitstek iets over de grootsheid van de Schepper van hemel en aarde.’

Zie:
*
‘De hemel is voor mij een ongelooflijk avontuur’ 
* Heino Falcke: Geloof als inspiratiebron
* Herman Finkers – Daarboven in de Hemel

Beeld: plazilla.com

Zoeken naar God in het oneindige

hubble-1
‘Daar waar de een God ziet, daar ziet de ander een grote leegte. Niets gaat minder op voor het rondkijken in de immense ruimte. Ik wil je kort meenemen op een reis voorbij onze wereld, even de blik verleggen van hier naar het eindeloze. Zoek met me mee naar God in het oneindige. Als je hem al moet kunnen vinden.’ Aldus Internetpastor Wouter van der Toorn, van creatov.nl, in zijn blog God van een lichtblauw vlekje. ‘Eeuwen lang heeft de mens geleefd in het idee dat het bestaan hier en nu, alles wat wij kunnen zien en waarnemen, dat dat alles is wat er bestaat.’

Er was geen noodzaak om na te denken over een ronde aarde in plaats van een platte, want een mens die ooit de wereld rond (!) zou kunnen reizen, die was er toch niet. Tot niemand het randje van de aarde kon vinden. Tot er mensen waren die anders gingen kijken naar dezelfde werkelijkheid.’

Van der Toorn vraagt zich af wat betekent eigenlijk een zin als ‘God had de wereld zo lief…’ in dit letterlijk eindeloze perspectief. Wat doet de wereld er eigenlijk toe, alles is zo klein, zo niets, slechts een vlekje in een eindeloos heelal. Dat gevoel kan je overvallen als je voor een momentje even anders gaat kijken.

God maakte alles zeg je? Hij heeft alle haren geteld, kent ieder beestje, weet van het bestaan van de miljoenen soorten die leven op deze aarde, en de veelvoud aan soorten die alweer zijn uitgestorven? En je denkt dat dit de enige plek in het oneindige heelal is, waarop leven is te vinden? En zouden zij ook God aanbidden? Een die ook persoonlijk is?’

De een ziet het, zegt Van der Toorn, de ander niet of niet meer. De een gaat een lied voor God zingen vol verwondering en aanbidding, de ander pijnigt zijn brein om de eindeloosheid te kunnen vatten, en het proberen om de consequenties van al die gedachten op een rijtje te krijgen. Om zich vervolgens af te vragen of God wel zin heeft.

Maar God, wat is zijn plek in deze eindeloosheid? Heeft zo’n perspectief op God wel zin? Wij in het zo eindeloze kleine. En wij denken dat alles om ons draait? Om spirituele ervaringen? Voor sommigen is deze ervaring een start van een proces van afscheid nemen van geloof. God past niet in deze context. God doet grote dingen zeg je? Wat bedoel je dan met groot? In het beperkte perspectief van hier is een aardbeving iets vreselijks, een storm kan gigantisch zijn. Maar het is minder dan niets in het perspectief van een exploderend sterrenstelsel.’

Van der Toorn stelt dat daar waar de ene de onzinnigheid van een God ziet, de ander de grootsheid van God ziet. Maar God zien? Dat heeft niemand. God begrijpen? Dat doet niemand. Is God een conceptuele gedachte die je gebruikt om dat wat je niet begrijpt te duiden? Is God liefhebbend en persoonlijk? Maar wat betekent dat liefhebbende dan, vraagt hij zich vervolgens af, als hij even meereist met de Voyager 1 en hij van enorme afstand terugkijkt en nagenoeg niets ziet.

Zie jij God? Of zie je vooral het niets. Ik geef maar even geen antwoorden. Natuurlijk kan ik je ingestudeerde antwoorden geven van het bekende wereldbeeld, maar ik wil het op mezelf laten inwerken. En serieus de vraag stellen: als God er dan al is (eerlijke vraag), wie is God dan in vredesnaam (ook eerlijke vraag), en kan ik deze God dan ook ergens ontdekken (nog een eerlijke vraag).’

Zie: God van een lichtblauw vlekje

Foto: Middenin het M51 sterrenstelsel is een X-vormige constellatie gevonden. Dit is 1100 lichtjaren van de aarde verwijderd. Bron foto: hubblesite.org