Besnijdenis dwingt jongens tot onomkeerbaar verbond met God


Dat vrijheid van godsdienst kan betekenen dat religies ongestraft zich alles kunnen permitteren om gelovigen onomkeerbaar aan hun God te binden, doet die vrijheid juist steeds meer wankelen. Rituele slacht en besnijdenis zijn er voorbeelden van. Logisch dat de zich emanciperende wereld meer en meer in verzet komt tegen dit soort religieuze traditie dwang. Hoezo ‘vrijheid’ van godsdienst?

‘Door een jongen te besnijden geef je hem een teken dat hij deel uitmaakt van een gemeenschap,’ argumenteert Elisa Klapheck, rabbijn van een liberaal(!) joodse gemeente in Frankfurt. ‘Het is een teken van het verbond tussen God en de mensen. Het gaat terug op Abraham.’

Oninvoelbare logica: ‘de kinderdoop’ wordt door Wim van Vlastuin, rector en docent aan het seminarie van de hersteld-hervormde kerk aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, ‘net zo onomkeerbaar als de besnijdenis’ genoemd. Nog meer oninvoelbare logica: vrouwen gelden ‘als zijnde besneden’. Dit laatste is de mening van Klapheck. ‘Vrouwen hebben, volgens de Talmoedische traditie, al van zichzelf een sociale instelling, staan daardoor dichter bij God. Vrouwen gelden daarom ‘als zijnde besneden’.’

Tja, je moet iets verzinnen om je argumenten kracht bij te zetten. Mannen zijn nu eenmaal asociaal en staan ver van God. De besnijdenis dwingt mannen tot een niet zelf gewild verbond met God. Als je acht dagen oud bent, weet je amper iets van God en de wereld, maar aan Hem zit je vast. Maar naar je voorhuidje kan je fluiten.

Volgens de artsenfederatie KNMG moeten het kabinet, de Tweede Kamer maar ook organisaties als Amnesty International, Forum en de Kinderombudsman zich uitspreken tegen jongensbesnijdenis. Dat zou het einde aan ‘een pijnlijk en schadelijk ritueel’ kunnen bespoedigen. ‘Besnijden van jongens is gevaarlijk en een inbreuk op kinderrechten. Van regering tot religieuze voormannen, iedereen moet hierin zijn verantwoordelijkheid nemen,’ schrijven Gert van Dijk, Lode Wigersma en Tom de Jong, respectievelijk ethicus en directeur verbonden aan artsenfederatie KNMG; hoofd afdeling kinderurologie van het Wilhelmina Kinderziekenhuis UMC Utrecht, en het Emma Kinderziekenhuis AMC Amsterdam, in Trouw.

Joop Zibo reageert in Trouw: ‘BESTRAF BESNIJDENIS van jongens en meisjes met zware taakstraf van twintig jaar en betaling van 20 duizend euro boete. Besnijdenis is zware middeleeuwse genitale verminking. Bij jongens is besnijdenis een belemmering bij masturbatie en geeft een schurend gevoel van de eikel tegen de onderbroek en het geeft een lelijke verdroging van de eikelhuid. Zet rabbijnen of imams die besnijdenis, halal slachten, uithuwelijken of eerwraak propageren blijvend het land uit. Ik stem SP.’

Zie: Dan ook de doop maar verbieden?

Besnijdenis is onomkeerbaar, maar dat geldt voor zoveel keuzes die ouders maken

Tijd om het besnijden van jongens de wereld uit te helpen

Illustr: Besnijdenisinfo.nl

SGP wil nog altijd alleen voor christenen godsdienstvrijheid


Het officiële partijstandpunt van de SGP is nog altijd dat alleen christenen recht op godsdienstvrijheid hebben, en niet aanhangers van ‘valse religies’.  ‘Vanuit artikel 36 van de NGB (Nederlandse geloofsbelijdenis, pd) zijn wij er tegen dat Mohammedanen hun geloof in het openbaar kunnen belijden. De overheid mag de afgoderij niet toestaan.’  

Het zijn de woorden van drs. P.H. op ’t Hof, voorzitter van de Landelijke Stichting ter Bevordering van de Staatkundig Gereformeerde Beginselen. Mij komt deze uitspraak nogal laatdunkend voor, het getuigt van weinig respect. Meestal wordt deze aanduiding alleen spottend gebruikt.

Hij is bang dat dit standpunt voor velen binnen de SGP een gepasseerd station is. Op ’t Hof is degene die indertijd in het Reformatorisch Dagblad verkondigde dat het hem een raadsel is waarom de SGP principieel gezien niet voor een verbod op openbare verkoop van de Koran heeft gestemd. Inmiddels is hij geen SGP-lid meer.

Dirk-Jan Nijsink, jeugdwerk­adviseur van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten, vindt dat zijn partij ervan af moet en dat zij in het beginselprogramma moet opnemen dat ze godsdienstvrijheid wil voor elke religie. Richting de achterban draagt de SGP volgens hem het officiële partijstandpunt uit, dat gelovigen van andere godsdiensten alleen gewetensvrijheid hebben.

Geert Jan Spijker, Medewerker van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie, verwondert zich. ‘Stellen de auteurs nu echt dat de SGP ook niet-christelijke groeperingen dezelfde godsdienstvrijheid en onderwijsvrijheid wil geven als de christelijke minderheid? Dat zou nieuw zijn.’

Reformatorisch Dagblad: ‘De beleidsadviseur (Dirk-Jan Nijsink, pd) zou het goed vinden als binnen de SGP een commissie wordt ingesteld die het beginselprogramma eens grondig gaat bestuderen en dat document in lijn brengt met de inmiddels gegroeide praktijk van alledag. Met name op het punt van godsdienstvrijheid. ‘Ik vind het onverteerbaar dat de partij zich in een bepaalde richting ontwikkelt, terwijl het beginselprogramma ongewijzigd blijft.’

Het begin is er, wellicht. ‘Godsdienstvrijheid is een grondrecht voor iedereen,’ zei SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij dinsdag in het Nederlands Dagblad.

Zie: Verschuift visie van SGP op vrijheid godsdienst?

Atheïsme mogelijk dankzij erkenning godsdienstvrijheid

Laat nu het atheïsme juist dankzij de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging bestaansrecht hebben! Nooit zo bij stil gestaan, maar Erik Borgman, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg, met als leeropdracht ‘theologie van de religie, in het bijzonder het christendom’, wel. Godsdienstvrijheid is dus niet alleen goed voor religieus gelovigen.

‘Het was de erkenning van de godsdienstvrijheid die het uitsluiten van atheïsten van maatschappelijke verantwoordelijkheden deed verschijnen als onrechtmatig. Vandaag de dag spreken alle bepalingen daarom over vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en in Nederland krijgt op grond van dit recht bijvoorbeeld het Humanistisch Verbond dezelfde erkenning als kerkgenootschappen en andere religieuze organisaties.’

Aldus theoloog Borgman. Het afschaffen van de vrijheid van godsdienst noemt hij bovendien politiek onverstandig. ‘Hoe kunnen wij van landen met een officiële godsdienst verwachten dat zij mensen met een ander geloof – religieus of seculier – hun rechtmatige vrijheid geven als wij zelf godsdienstvrijheid niet langer erkennen als een grondrecht?’

In Volzin (2011) huivert Borgman van het standpunt van Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn. Zij zeggen in hetzelfde tijdschrift dat het wel een tandje minder mag met de bescherming van de godsdiensten, immers: ‘Geloof is ook maar een mening’. Borgman reageert hierop met te stellen dat ‘de mens een onvervreemdbare vrijheid bezit ten opzichte van welke gezagsinstantie dan ook.’ Ook in Volzin een interview met rechtsfilosoof Wibren van der Burg: ‘Het draagvlak voor anders-zijn wordt steeds minder.’

Zie: Artikel 6 Grondwet – Hoe lang nog?