De filosofen hebben hun eigen God


‘Met filosofische argumenten kun je alleen aannemelijk maken dat er een God bestaat, maar daarmee heb je nog niet laten zien dat God
ook de eigenschappen heeft waar het in de Bijbel echt om draait.’ Desondanks verdient de God van de filosofen rehabilitatie, vindt universitair docent aan de VU, Jeroen de Ridder, in het artikel
‘Eerherstel voor de God van de filosofen’.

Ik ken de God van het christendom, de God van de islam, de God van het Jodendom. Nou ja, kennen, van naam dan. Allemaal Goden die net een tikkie anders zijn of volgens sommigen compleet van elkaar verschillen. De God van de filosofen – welke eigenlijk, want daar zijn er ook heel wat van – wint de laatste tijd aan populariteit, wellicht omdat Hij bewezen wordt, althans beargumenteerd. Maar volgens De Ridder is het opvallend dat ook gelovige christenen weinig op te hebben met de God van de filosofen.

‘Het bezwaar zou dan kunnen luiden dat filosofische argumenten de belangrijkste eigenschappen van God negeren. Of dat je met filosofische argumenten alleen aannemelijk kunt maken dat er een God bestaat, maar dat je daarmee nog niet hebt laten zien dat God ook de eigenschappen heeft waar het in de Bijbel echt om draait.’

De Ridder, columnist voor Geloof & Wetenschap, zegt dat in de Bijbel heel andere kenmerken van God naar voren komen dan bij de abstracte eigenschappen die de filosofie biedt, zoals ‘datgene groter dan welk niets gedacht kan worden’, ‘almachtig, alwetend en algoed persoonlijk wezen’ of ‘persoonlijke eerste oorzaak’. Dat zou ook een bezwaar kunnen zijn.

‘Misschien is het filosofische beroepsdeformatie, maar ik zie hier ook weinig in. Dingen en personen hebben allerlei eigenschappen en die kun je op verschillende abstractieniveaus beschrijven.(…) Dat een filosoof sommige eigenschappen van God ongenoemd laat, betekent niet dat hij ontkent dat ze er zijn of dat hij ze onbelangrijk vindt.’ 

De Ridder maakt zijn ‘filosofische geloof’ in zijn artikel op een leuke manier persoonlijk en zegt dat er één Jeroen is die je op verschillende manieren kunt omschrijven, afhankelijk van wat je wil zeggen. Ook de uitsmijter onder het kopje ‘Smaak of fatsoen’  is aardig:

‘Als iemand het bestaan van je partner in twijfel trekt en je kunt hem of haar niet direct zelf erbij halen, dan is het toch een goed idee om bijvoorbeeld belastingpapieren waar jullie beider namen op staan als argument in te brengen?’

Dr. ir. Jeroen de Ridder (foto VU)

NWO Veni onderzoeker en universitair docent aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit.
Zijn interesses liggen op het gebied van de wetenschapsfilosofie, epistemologie, metafysica, techniekfilosofie en godsdienstfilosofie.

Zie: ‘Eerherstel voor de God van de filosofen’
(
Geloof & Wetenschap)

Illustr: forum.fok.nl (lurf_doctor)

‘Wiskundige structuur bewijs voor God’

Wanneer God dit universum inclusief de wetten gemaakt heeft, dan is het voor de mens, die naar Gods beeld geschapen is, mogelijk om Gods werken te overdenken en dat kan door wiskundige vergelijkingen te maken. Maar als er geen God is, dan is het onverklaarbaar waarom het universum een wiskundige structuur is. – Dit schrijft Edgar Andrews in zijn boek ‘Wie heeft God gemaakt – op zoek naar een allesverklarende theorie’ , gisteren aangehaald door redacteur Rik Bokelman, van het CIP.

Volgens Kees Roos, die het voorwoord in dit boek schreef, treedt de auteur in discussie met hedendaagse wetenschappers die het publiek ervan proberen te overtuigen dat de wetenschap heeft aangetoond dat er geen God is. Het is volgens Roos echter geenszins de bedoeling van de auteur om het bestaan van God te bewijzen. De kop boven dit artikel (en bij de CIP en de IKON) is dus nogal misleidend.

De geschiedenis heeft veel van dergelijke ‘godsbewijzen’ opgeleverd. Maar de auteur zoekt niet naar een nieuw godsbewijs. Integendeel, hij gaat van meet af aan uit van het bestaan van God van de Bijbel, deze aanname noemt hij de ‘Godhypothese’. 

Pieter de Boer schreef voor vergadering.nu in een recensie dat veel wetenschappers God niet ontdekken met hun wetenschappelijke waarnemingen en dat dit eerder iets zegt over de wijze van meten dan over Gods bestaan: 

Een voorbeeld: al zijn er geen wetten voor liefde en haat, daarom bestaan ze nog wel. Vooral Andrews opmerking dat veel wetenschappers God op een verkeerde plek zoeken is veelzeggend. God laat zich namelijk het beste vinden in Zijn Woord, niet in allerlei wiskundige vergelijkingen en berekeningen. Andrews gaat fel in discussie met een aantal hedendaagse atheïstische wetenschappers. Frappant is zijn stelling dat Victor Stengers verklaring over het ontstaan van de natuurwetten in zijn boek ‘God, een onhoudbare hypothese’ zelf een van de meest onhoudbare hypotheses is. In het laatste hoofdstuk geeft Stenger een reactie op het boek van Andrews. 

Godsdienstfilosoof en theoloog dr. Taede A. Smedes (foto: Gravatar) laat weinig heel van het boek Wie heeft God gemaakt en wijdde er al enige tijd geleden enkele kritische besprekingen aan. Hij vindt het zelfs een boek dat de aanschaf en het lezen niet waard is. Desalniettemin heeft hij dat wel gedaan.

Andrews leest Genesis letterlijk-historisch en als verklaring voor het ontstaan van het heelal en de natuurwetten, de ontwikkeling van het leven en van de menselijke moraal. Wetenschap die niet strookt met Genesis wordt verworpen; wetenschappelijke verklaringen worden secundair gemaakt aan de Bijbel.  

In zijn update gaat Smedes zeer uitgebreid in op het boek, hoofdstuk voor hoofdstuk, omdat de uitgever ervan zeer slecht te spreken was over zijn kritiek en zelfs meende dat Smedes het niet gelezen had. Hij eindigt zijn artikel met het volgende en genadeloze slot:

Immers, uit het hele boek, op vrijwel iedere bladzij, wordt duidelijk dat Andrews een felle conflictthese vertegenwoordigt. Begint het boek nog met en pleidooi voor een wetenschappelijke benadering, gaandeweg het boek wordt duidelijk dat wetenschap volledig moet conformeren aan het wereldbeeld dat Andrews uit de Bijbel meent te kunnen distilleren, en anders verworpen moet worden. Wil dit boek de discussie tussen geloof en wetenschap verder helpen? Dan alleen door de zaak verder te polariseren, en dat lijkt me weinig constructief.

Edgar Andrews

Wie heeft God gemaakt?
Op zoek naar een allesverklarende theorie

Uitgeverij Maatkamp 2012
ISBN 9789063181390
407 pp.
19,90 Euro

Zie: Voorwoord bij de Nederlandse vertaling
Kees Roos
en: Edgar Andrews: Wie heeft God gemaakt? Een kritische boekbespreking
Taede A. Smedes

en: Nog éénmaal Edgar Andrews: “Wie heeft God gemaakt?”
Taede A. Smedes

Illustr: Armillairsfeer en passer, Denns, Judocus, 1610, museum Boerhaave, Leiden.
De armillairsfeer geeft de relatie aan tussen enkele sterrenkundige coördinatenstelsels het eclipticale (bepaald door de schijnbare loop van de zon), het equatoriale (bepaald door de evenaar) het horizontale (bepaald door de horizon). De twee binnenste paren ringen laten de schijnbare banen van de zon en de maan zien. Het derde stel verbeeldt het firmament en de brede ring toont de dierenriem met een datumverdeling en de posities van een aantal heldere sterren met hun astrologische invloeden. De buitenste ringen leggen de horizon en de meridiaan vast.
Update 30 4 2024: lay-out

‘Allah verspreidt via Mohammed godslasterlijke praat’


‘Ik ben verbijsterd over de brutaliteit van Allah dat hij zich uitgeeft voor God, de Schepper van hemel en aarde en dat hij beweert dat hij de diverse Bijbelboeken heeft gegeven, terwijl hij nergens die Bijbelboeken goed aanhaalt.’ Dit zegt Walter Tessensohn in zijn boek Allah, de beste der Scheppers. Voorwaar, Allah is de enige God. Journalist Dick Schinkelshoek vat uit dit boek samen dat Allah niet God is, maar een grote misleider die via Mohammed godslasterlijke praat verspreidt. 

Het grootste argument van de evangelische voorganger in het wat rommelig vormgegeven boek is dat Allah de boodschap van God vervalst. Moslims beschuldigen op hun beurt joden en christenen van hetzelfde: ze zouden de wet en het evangelie gecorrumpeerd hebben. Zo kom je geen steek verder, want overtuigen doe je er niemand mee. 

Docent godsdienstpsychologie en pastoraat Willem van der Horst gaat hier in zijn artikel Moslims en christenen zijn hetzelfde, maar God en Allah niet, op in en zegt dat de vraag of Allah en God dezelfde zijn altijd lijkt uit te lopen op een patstelling. Hij bepleit een benadering die het niveau van ‘welles nietes’ ontstijgt: 

Maar de inhoud verschilt en dat is het terrein van de theologie. Als theologen proberen om op basis van inhoud Allah en God gelijk of ongelijk te verklaren halen ze vaak twee terreinen door elkaar. Je geloofsovertuiging wil je niet gebruiken om een moslim niet beledigen, laat staan verketteren en dus zijn Allah en God gelijk. Dat helpt bij de dialoog.

Vervolgens roept dat heftige reacties op van een andere theoloog die op basis van dezelfde Bijbel het tegenovergestelde concludeert. Het punt is dat als we in de gaten hebben dat we als mens gelijk zijn aan elkaar in ons zoekproces naar de hemel, we vervolgens met elkaar van mening kunnen verschillen over hoe de hemel eruit ziet. 

Een goed idee van Van der Horst. Ik moet denken aan het verhaal van de blinde mannen en de olifant. Dat gaat over zes blinde reizigers die op hun levensweg tegen verschillende delen van een olifant aanlopen. ‘Elke blinde man schept vervolgens zijn eigen versie van de realiteit, gebaseerd op zijn eigen beperkte ervaring en perspectief. In filosofische kringen over de hele wereld is De Blinde Mannen en de Olifant een boegbeeld geworden van moreel relativisme en religieuze tolerantie.’ Aan het slot van dit verhaal wordt de moraal verteld:

Maar al te vaak varen allen,
denk ik, alledag,
Hun eigen koers, volkomen onwetend
over wat de ander denken mag,
En spreken zij allen van een olifant,
die geen van hen ooit zag.

Ik zie dat de verschillende religies allemaal (een eigen idee van) hun god hebben, hoe ze die ‘olifant’ ook noemen. Om dan vervolgens elkaar te gaan verketteren is waanzin, temeer zij allemaal een deel van de waarheid bezitten. En dan is ‘waarheid’ ook nog eens erg relatief, want niemand kent de echte waarheid; we geloven slechts in god, echt weten doen we niets van hem. Het loopt erg uit de hand als we onze god de beste noemen. De geschiedenis van religies laat al eeuwen zien hoe die gedachte tot geweld leidt en ons eigenlijk heel ver van God, Allah of hoe je de Eeuwige ook wilt noemen, afbrengt.

Dick Schinkelshoek is er somber over. Als God en Allah dezelfde zijn, stelt hij, garandeert dat werkelijk een gelukkiger samenleven? Hij verwijst naar Miroslav Volf, naar zijn boek Allah. Het antwoord van een christen waarin Volf stelt dat wat de islam vandaag ook is, ze begon in ieder geval als sekte verwant aan het christelijk geloof.

Stel nu eens dat Volf gelijk heeft, en God en Allah zijn dezelfde. Garandeert dat werkelijk een gelukkiger samenleven? De geschiedenis laat zien dat ook christenen onderling uitstekend in staat zijn gebleken elkaar in Gods naam de hersens in te slaan. Om van de eeuwenlange agressie tegenover de joden nog maar te zwijgen.

Maar, Schinkelshoek zegt toch aan het slot van zijn artikel:

Aan het einde van zijn boek blijkt dat Volf ook een (mooie!) missionaire beweegreden heeft: kun je Jezus als je redder omarmen en moslim blijven. Ja, zegt Volf. Daarvoor hoef je niet een of andere vorm van (westers) christendom aan te nemen. Hij bespeurt voor die gedachte onder moslims een toenemende openheid.

Zouden de gelovigen, blind of niet, dan toch uiteindelijk de ‘hele olifant’ gaan zien? Het is te hopen. Uiteindelijk is er maar één God. Of één Allah.

Zie: Moslims en christenen zijn hetzelfde, maar God en Allah niet
(Willem van de Horst – Het Goede Leven) 

en: Geloof: Zijn God en Allah dezelfde?
(Dick Schinkelshoek – Nederlands Dagblad)

Gerelateerd: ‘Moslims en christenen aanbidden dezelfde God’
(
over ‘Allah. Het antwoord van een christen’)

Is God een illusie als je het mechanisme achter geloof in God snapt?


God bestaat helemaal niet, vindt Volkskrants wetenschapsjournalist
Maarten Keulemans, in een reactie op het artikel ‘Over wat God gemeen lijkt te hebben met Maarten Keulemans of andersom’. Het is volgens hem maar een cultureel fenomeen, een menselijk verzinsel: ‘Een belangrijke evolutionaire aanpassing, waarschijnlijk: door het onstoffelijke te bezielen, kregen onze voorvaderen meer culturele cohesie (ook na de dood!) en een snelweg om tradities te accumuleren.’

Hoe Twitter tot een blog leidt waarop vervolgens weer een boeiende discussie wordt gevoerd met reacties van onder meer initiatiefnemer theoloog / godsdienstfilosoof Taede A. Smedes en Maarten Keulemans. En dat allemaal dus als gevolg van een twee(t)gesprek tussen Keulemans en wetenschapshistoricus / -filosoof Jeroen Schreurs (foto Twitter) met als uiteindelijke vraag van Smedes op zijn blog of het klopt dat God een illusie is als je het mechanisme achter geloof in God snapt.

Volgens Smedes maakt Keulemans op Twitter een interessante gevolgtrekking, die intuïtief nogal aantrekkelijk aandoet en je regelmatig bij (andere) atheïsten tegenkomt: ‘Maar op het moment dat je het mechanisme snapt, is het fenomeen getransformeerd. Trek de baard weg v sinterklaas en hij blijkt een acteur. Dat is precies wat wetenschap met god heeft gedaan: blijkt een verzinseltje’. Smedes:

Het is een veelgehoorde claim: de CSR (cognitive science of religion) legt de mechanismes bloot die ten grondslag liggen aan het geloven in God, en daarmee is God een illusie geworden. De CSR bestrijdt dus niet direct het bestaan van God, maar ondermijnt de geloofwaardigheid van het bestaan van God door de mechanismen van godsgeloof bloot te leggen. Maar volgt die conclusie wel werkelijk uit de CSR? 

Smedes (foto Gravatar) geeft een prachtige metafoor van een illusie door middel van een stok die in het water steekt. De stok lijkt geknakt, maar is het niet. Hij vraagt zich vervolgens af hoe het met het geloof in God zit, wat daarvan de input is. Hij legt de werking van het mechanisme van theory of mind uit en ook de agency detection device. Deze twee mechanismen spelen volgens Smedes ook een grote rol in religie:

En wat te denken van onze medemensen? Want hier komt het samenspel van theory of mind en agency detection om de hoek kijken die ook zo’n cruciale rol in religie speelt. Als ik een tweet van Maarten Keulemans zie verschijnen, concludeert mijn agency detection device dat die tweet door iemand is getypt en online is geplaatst. Mijn theory of mind probeert vervolgens die tweet te duiden door te proberen te reconstrueren wat Maarten Keulemans bedoeld zou kunnen hebben. Ik begrijp het mechanisme. Is Maarten Keulemans dus een illusie?

Smedes zegt met enige ironie Keulemans nog nooit te hebben gesproken of ontmoet. Hij kent hem alleen van de tweets die hij schrijft:

En af en toe zie ik in de Volkskrant zijn naam onder of boven een stukje op een pagina staan. Er zijn mensen die beweren Maarten Keulemans wel eens te hebben ontmoet, maar dat is van horen zeggen. Maar al die gegevens doen mij wel vermoeden dat Maarten Keulemans bestaat. Maar ja, ik weet nu wat de cognitieve mechanismen zijn die ervoor zorgen dat ik denk dat Maarten Keulemans bestaat. Misschien is Maarten Keulemans dus een illusie. 

Maar Keulemans (illustr. Twitter) is geen illusie. Hij lijkt echt te bestaan en vraagt zich in een van zijn reacties af waarom Tasmedes god toch zo krampachtig blijft verdedigen:

Je argumenten gaan heen om wat hier toch zo onderhand de elephant in the room is, Taede. Namelijk dat god gewoon niet bestaat! Met exact dezelfde bewijskracht waarmee we weten dat kaboutertjes niet bestaan, de bliksem niet door de dondergod Thor wordt geworpen en de aarde niet op 21 december 2012 wordt opgegeten door een kosmische panter. 

Zie: Over wat God gemeen lijkt te hebben met Maarten Keulemans of andersom

en: Waarom de vergelijking tussen God en Sinterklaas mank gaat

UPGRADE: De discussie gaat voort: Is de bewijslast van de wetenschap tegen Gods bestaan doorslaggevend?

Illustr: Kanizsa’s driehoek: Verrassend is dat onze ogen (of beter: onze hersenen) er gelijk een illusoire figuur van maken. (zichtopzien.blogspot.com)