‘In de transcendentie ontstaat de vrije mens’

drop-water-1030x800

‘Het transcendente valt niet toe te eigenen. Het is een mogelijkheid, iets wat altijd daar ligt, buiten het verstand ligt. We krijgen er soms iets van mee, als onze ziel geraakt wordt. Maar de bron daarvan ontgaat ons, net zoals we de zon ook niet in een doosje kunnen stoppen. Daarom is het ook niet verbazend dat ieder totalitair systeem als kern heeft om het transcendente op te heffen. Het communisme en fascisme waren ten diepst materialistisch. Zij beseften dat als je de mens zijn vrijheid wilt ontnemen, je het transcendente moet laten verdwijnen.’

Dit zegt Peter van Duyvenvoorde in een polemiek op The Post Online waarin centraal staat dat de rede haar begrenzingen kent en dat er een weten mogelijk is, dat voorbij de rede ligt, maar waartoe de rede wel een noodzakelijke mogelijkheidsvoorwaarde is. Uiteindelijk draait het debat in de kern om de vraag of men het transcendente aanvaardt of dat juist ontkent en alleen uitgaat van de zichtbare, kenbare wereld.

Enfin, transcendentie, voor Plato is dat het Goede. Het is dat wat ons overstijgt, wat zich buiten de kosmos bevindt, God zo u wilt.’

Voor Van Duyvenvoorde sluiten volgens Plato openbaring en rede elkaar helemaal niet uit en laat hij zien dat het goddelijke en de rede elkaar juist nodig hebben om tot waar intellect te kunnen komen.

Maar daarin moet de lezer wel accepteren dat Plato tot in het diepst van zijn denken, een transcendente denker is waarin de mens met zijn voeten in de modder van een gebroken wereld staat en zijn gelaat richt naar die perfecte ideeënwereld. Het is de taak van de mens om zich open te stellen, ontvankelijk te maken middels de rede en hopen dat het goddelijke tot hem komt.’

De masterstudent Filosofie stelt dat het ook bij Kant draait om kennis te krijgen van het goede en dan het zelf open te stellen voor de hulp van hogere bijstand.

Of bij Nietzsche voor de mens om zich open te stellen en dan te wachten op iets, alsof het van buiten komt (Inspiratie). De vertroebelde mens kan alleen maar in het water kijken, dat zo helder mogelijk pogen te krijgen en dan hopen op de aanraking van het goddelijke. Dat is waarom de rede niet geheel redelijk is en de verabsolutering van de rede een ondermijning is van het waarlijk wijsgerig denken. Platonisch gezien kunnen we stellen: er is een weten dat geen openbaring is en toch voorbij de rede weet – daarmee ook de grenzen daarvan aangevend.’   

De kern van het epistemologische transcendentie noemt Van Duyvenvoorde het mysterie: uiteindelijk is er ergens een plek die onkenbaar is.

Het is het onzegbare. En tal van filosofen – en kunstenaars in de geschiedenis, proberen dat mysterie en hoe dat mysterie tot ons komt toch zegbaar te maken: Plato spreekt van Eros; Proclus en Pseudo-Dionysius spreken van “geestelijke engelen die vanuit God tot ons komen”; St. Johannes van het Kruis spreekt van een “hert dat mijn hart verwondt en dan verdwijnt”; Nietzsche en Kierkegaard spreken van een bliksem, Sloterdijk spreekt van een ingeademd worden. Dit zijn allemaal metaforen om dat proces, het aangeraakt worden door het Goede, invoelbaar of indenkbaar te maken.’

Zie:

Beeld: transcendentaalleven.nl

‘Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?’

Gerard Reve beschrijft in Graf te Blauwhuis de grafsteen van een doodgeschoten jongen: ‘Hij rende weg, maar ontkwam niet, en werd getroffen, en stierf, achttien jaar oud. Een strijdbaar opschrift roept van alles, maar uit het bruin geëmaljeerd portret kijkt een bedrukt en stil gezicht. Een kind nog. Dag lieve jongen.’ Dan richt Reve zich tot God, en vraagt lichtelijk verongelijkt: ‘Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?’

‘Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?’
(Gerard Reve)

Journalist en schrijver Tobias Reijngoud haalt een gedicht van Reve aan in zijn blog God is een werkwoord. Hij zegt daarin dat de vraag of God bestaat of niet kinderachtig is en bovendien niet erg relevant.

Waar het om gaat is de vraag of ik zélf in staat ben om God in mijn leven te creëren. God schept míj niet, ik schep hém. Of niet natuurlijk, de keuze is aan mij.’

De vraag doet er voor Reijngoud eigenlijk niet toe, zegt hij, want of ik nou in zijn bestaan geloof of niet, waar het om gaat is de vraag of ik in staat ben om hem na te volgen.

Kan ik doen wat hij doet – of in elk geval doen wat er over hem geschreven wordt? Deze vraag geldt niet alleen voor mij, hij geldt voor iedereen. Ook voor atheïsten, sorry… Die noemen het navolgen van God alleen anders. Medemenselijkheid bijvoorbeeld. Of duurzaamheid.’

Geloven is voor Reijngoud niet iets vrijblijvends, hij vindt het hard werken. Niet iets voor alleen op zondagmorgen in de kerk, of voor tijdens de wekelijkse meditatiecursus.

In tegendeel, wanneer navolging centraal staat, wordt religie onderdeel van het leven. Of beter: wordt het de houding waarmee je in het leven staat. Elke dag, elk uur.’

Als puber las Reijngoud Reve en dacht bij het gedicht van Reve: inderdaad, God bestaat niet. En dat Koninkrijk… tja… daar kunnen we natuurlijk nog lang op wachten.

Maar later las ik de teksten van de middeleeuwse monnik Thomas a Kempis, en realiseerde ik me dat ik zelf aan het werk moet. Thomas a Kempis schrijft: ‘Het koninkrijk Gods is in u.’ De paradijselijke toestand van de hemel op aarde is dus niet iets wat ooit misschien een keer ‘als vanzelf’ gaat komen. Het zal niet ‘uit den hogen nederdalen’. Zo gemakkelijk gaat het niet. We moeten het zelf scheppen. Niet later, maar hier en nu. Door niet te haten, door anderen te helpen, door respectvol met de natuur en de aarde om te gaan, en door God na te volgen. Want God bestaat niet, hij gebeurt. Of niet natuurlijk. De keuze is aan ons.’

Zie: God is een werkwoord (Volzin)

Beeld: Thomas@Kempis | Bill Murphy | 1993 | Oil on canvas | 20″x24″ | {BM00111} | Painting  ©1997-2016 i.Murphy | USA
Update: 10 12 2024 (lay-out)

Geloof zonder religieus vangnet

ceci est un dieu

Voor theoloog Frits de Lange, predikant en lid van de PKN, heeft het leven geen hoger doel of zin dan dit leven zelf. ‘Er is geen tweede wereld achter of boven deze, we hebben er maar een.’ Het valt op in zijn essay Religieloos christendom dat hij de woorden van Jezus aan het kruis niet begrijpt. Hij ziet slechts een stervende man, die God verwijt dat Hij er niet is. Jezus bedoelde echter met zijn woorden: ‘Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?’ allesbehalve dat God er niet is.

De Lange, hoogleraar ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), Groningen, zou toch moeten weten dat in de joodse traditie het tot op de dag van vandaag de gewoonte is om de boeken van de Pentateuch (of de Tora) aan te duiden met het eerste belangrijkste woord of regel. Ook sommige psalmen worden nog altijd naar hun eerste woorden of regel genoemd. Dan komen we er achter dat de psalm die Jezus uitsprak aan het kruis weliswaar begint in wanhoop, maar eindigt in een jubelende stemming van geloof en hoop. Het slot luidt:

Het nageslacht zal Hem dienen en ieder vertelt zijn kinderen over Hem. Zij zullen Zijn recht en goedheid doorgeven aan allen die nog geboren moeten worden, omdat Hij alles heeft volbracht.’

De Lange verwijst naar Peter Rollins van de emerging church movement. Ook Rollins veronderstelt ten onrechte de godverlatenheid van Jezus en denkt dat God-die-bestaat Jezus aan zijn lot overliet. Op grond van deze verkeerde interpretatie noemt De Lange het christelijke geloof een rare, onbetrouwbare religie. Hij zegt dit in zijn essay En God sprak: Ik besta niet, in Trouw.

Het christelijk geloof ontspringt en leeft van de herinnering aan een religieus trauma. Als het een religie is, dan is het er een die voortdurend zichzelf ontkent en moet overwinnen.’

Zonder het woordje God zou De Lange niet kunnen – hij gebruikt het in woordcombinaties als Godallemachtig… – maar vraagt zich af of hij gelooft dat God bestaat. Er zijn volgens hem bijvoorbeeld niet voldoende data aanwezig om in te stemmen met het bestaan van een mensachtig Hoogste Wezen dat het universum bestuurt. Hij vindt de christelijke God er te menselijk voor, te kwetsbaar, te zeer op liefde aangelegd, om tegelijk ook heerser van het universum te zijn.

De Lange verwijst naar de vader die zijn zoontje probeerde gerust te stellen, in de buurt van theater Le Bataclan, kort na de aanslag op 13 november vorig jaar. De vader beaamde het idee van zijn zoontje dat de kaarsjes en bloemen er zijn om hen te beschermen. Waarop een glimlach om de mond van het jongetje verschijnt. Misschien is dat geloof tot zijn essentie teruggebracht, stelt De Lange, geloof in de glimlach.

Geloof is een overgave aan het leven, zonder religieus vangnet. Het biedt geen zekerheden, maar drijft op vertrouwen, hoopt tegen beter weten in.’

Zie: En God sprak: Ik besta niet 

Zie ook: ‘Aan het kruis ervaarde Jezus dat er geen God is’ (VanGodenEnMensen)

Beeld: ‘The Monstrosity of Christ’: een tekening van Michelangelo met een Jezus in doodstrijd die de blik vergeefs naar de hemel wendt, en dan de tekst à la Margritte aan de voet van het kruis: Ceci est un dieu. (agreatercourage.blogspot.nl)

‘Kosmische wereldbeschouwing heeft behoefte aan een mondiale spiritualiteit’

earthrise
Volgens benedictijn en zenleraar Willigis Jäger is er geen plaats meer voor een God die 2000 jaar geleden zijn zoon heeft gezonden om ons de weg te wijzen en over ons te oordelen. Dat zegt Ronald Hermsen in zijn boekbespreking van Voorbij God. ‘De kosmische wereldbeschouwing van de 21e eeuw heeft behoefte aan een mondiale spiritualiteit.’ 

In zijn onlangs verschenen boekje Voorbij God antwoordt Willigis Jäger (1925) op de vraag wat God voor hem betekent: ‘God is de naam van een werkelijkheid die het niveau van onze persoonlijke kennis overstijgt. Een werkelijkheid die zich uitdrukt als dat wat ik ben. Daarom vier ik mijn leven als uitdrukking van deze goddelijke oergrond.’

Volgens Jäger  moeten we onze ik-beperking overwinnen, want ons wereld- en mensbeeld zijn zo radicaal veranderd dat ook het religieuze zelfbeeld een verandering moet ondergaan: religies moeten ons een moderne, actuele duiding van ons leven geven; dat is het doel van de mystiek en van zen.

Heere Heeresma is ook voorbij God. God bestaat niet. De remonstrantse dan, want die vindt hij strijdig met de Bijbelse bron van het remonstrantisme. Heeresma lijkt zich nog vast te klampen aan de voorbije God.

Geloven, in de bijbels-Hebreeuwse betekenis van het woord, is geen kwestie van verzinnen of bedenken, maar van vertrouwen. (…) Van mij mag je geloven wat je wilt. Maar ik pleit wel voor zindelijk denken en intellectuele zuiverheid. En daar zondigde de Remonstrantse Broederschap tegen door de Bijbelse God voor haar doe-het-zelfcampagne te gebruiken en alleen dat te geloven wat haar goed uitkomt.’

Voorbij openbaring. Ondertussen begint ex-atheïst en filosoof Stephan Sanders het geloof te ontdekken – een late coming-out – hij heeft geen plotselinge openbaring gehad of zoiets, maar werd zo wanhopig van de parmantigheid waarmee de niet-gelovers en de niets-weters hun stellingen verdedigen. En:

‘De liefde is zo’n godsgeschenk, dat je wel van heel goeden huize moet komen om die te verbieden. De beleving van liefde is nu juist een van de grootste religieuze ervaringen die ik heb gehad.’

Sanders concludeerde in de Verwondering al, bij Annemiek Schrijver, dat zijn vroegere gehechtheid aan de seculiere maakbaarheidsgedachte uit de jaren zeventig een vorm van indoctrinatie is geweest. Dit ‘Evangelie van het Niets’ is wat hem betreft niet veel anders dan een constructie die nergens toe leidt: “Geef mij maar God!” Hoe die God er dan uit ziet, blijft onduidelijk. Sanders is duidelijk nog op zoektocht.

Voorbij islam. Intussen passen Sjiitische jongeren hun islam aan Nederlandse normen aan en zoeken oplossingen voor de vraag hoe zij voor hun werk klanten moeten begroeten maar geen hand mogen geven. Of wat ze moeten doen als er alcohol gedronken wordt. Cultuurkatholiek Ger Groot vindt hun oplossing geniaal.

Mag je niet aanschuiven bij een tafel waarop alcohol geschonken wordt? Zet er dan een ander tafeltje vlak naast waarop alleen vruchtensapjes mogen staan. Het gebod is gered maar de sociale gezelligheid ook. Als cultuurkatholiek vind ik dat een geniale oplossing, waarin ik heel wat van de roomse geest herken. En dat terwijl sjiieten bekend schijnen te staan als de protestanten van de islam.’

De benedictijn lijkt dit alles ver te willen overstijgen in zijn boek Voorbij God. De titel zegt alles. Hij vindt dat wie denkt dat hij God kent, te vergelijken is met de eend die meent dat zijn parkvijvertje de oneindige oceaan is.

Jäger ziet de rooms-katholieke kerk en alle religies als belangrijke en noodzakelijke verworvenheden, maar vindt ook dat ze zich niet of nauwelijks inspannen om hun starheid te overwinnen. Hierdoor kunnen ze geen antwoord bieden op de geheel nieuwe manier waarop oude geloofsvragen opnieuw worden gesteld en blijven ze in gebreke in het onderricht van het mystieke gebed. Hij zegt dan ook: ‘de kosmische wereldbeschouwing van de 21e eeuw heeft behoefte aan een mondiale spiritualiteit.’

Voorbij God – In Voorbij God brengt Willigis Jäger de belangrijkste ervaringen en inzichten uit zijn rijke spirituele leven bij elkaar: de essentie die voorbij alle denken ligt, voorbij alle verschijnselen, voorbij God. Hij wordt hierbij gedreven door de diepe wens iedereen die er voor openstaat te helpen door te dringen tot de universele dimensie die ons beperkte bestaan omvat en overstijgt. Alleen een mensheid die deze volgende stap in de Grote Evolutie bereid is te nemen heeft een werkelijke toekomst. (Uitgeverij Asoka)

Zie:
* Voorbij God
* Godsdiensten zijn niet eeuwig en rotsvast
* Sjiitische jongeren passen islam aan Nederlandse normen aan
* Mijn God bestaat niet
* De nieuwe vrienden van de remonstranten
* ‘God’ zeggen zonder te giechelen
* ‘Ex-atheïst Stephan Sanders: ‘Eigenlijk bad ik altijd al’

Foto: Nasa

‘God laat zich niet in een vacuüm persen’

doortoheaven
En wat is dat vacuüm dan? Volgens de Russische fysicus Yury Kronn komen daar alle beroemde vergelijkingen uit de natuurkunde vandaan, waarbij de invloed van alle andere energieën is uitgesloten. In dat vacuüm laat God zich niet persen. Zou die zich dan in de donkere materie bevinden? Immers, 4% is alles wat we kunnen zien, horen, bouwen, organiseren, meten en weten. Dan is er nog de 96% die we niet zien, maar alles schijnt te bepalen…

Natuurkundige dr. Alan Ross Hugenot stelt ook dat wat sterrenkundigen met hun telescopen hebben gezien slechts vier procent van het heelal omvat. De overige 96 procent bestaat uit donkere energie en donkere materie. ‘Dat is meer dan genoeg ruimte voor zowel ons bewustzijn als het hiernamaals,’ zegt Hugenot.

In The Optimist vraagt Jurriaan Kamp zich af of het realistisch is aan te nemen dat 96 procent geen enkele invloed op ons leven heeft. Yury Kronn, over wie Kamp schrijft, is ervan overtuigd dat alles wordt bepaald door de onbekende en nauwelijks begrepen energieën van die 96 procent van onze werkelijkheid.

In zijn onderzoek komt Kronn, verbonden aan de Quantum University, Honolulu, Hawaii, uit bij chi en prana, de ‘levenskracht van het universum’. Maar ook bij chakra’s, meridianen en mantra’s. Inmiddels vindt hij in zijn onderzoeken steeds meer bewijs voor ‘subtiele energie’: de term die steeds vaker opduikt als aanduiding voor die 96 procent van onze werkelijkheid. Het lijkt wel of new age terug is. Volgens The Optimist ontmoeten de werelden van spiritualiteit en wetenschap elkaar. De brug tussen ‘new age’ en de nieuwe wetenschap?

We kunnen die subtiele energie niet zien. We kunnen haar niet meten. Maar we weten dat zij bestaat, omdat we de effecten ervan op levenloze materie en levende wezens kunnen waarnemen. Zij beïnvloedt alles wat er is.’ (The Optimist)

Dit is in strijd met de reguliere natuurwetenschap: de donkere energie heeft geen enkele invloed op ons, is het idee. De reguliere wetenschap weigert volgens Kronn ernaar te kijken en bestempelt iedereen die dat wèl doet als pseudowetenschapper. Dat noemt hij een enorme vergissing.

Als je een vis vraagt wat de basisvoorwaarde voor zijn bestaan is, zal hij zeggen: ‘water’. In werkelijkheid is het echter de zuurstof die in het water is opgelost – zuurstof die hij niet kan zien of proeven – die hem in staat stelt te leven. Net zo, betoogt Kronn, is het de subtiele energie – en niet datgene wat we kunnen meten in die minuscule 4 procent van onze werkelijkheid – die de sleutel vormt tot ons bestaan.

Volgens The Optimist is de meest raadselachtige eigenschap van subtiele energie de interactie ervan met het bewustzijn. De menselijke geest is in staat subtiele energie te sturen en te instrueren om te doen wat zij wil. In het artikel in de papieren The Optimist staan veel voorbeelden van ervaringen met de subtiele energie.

En zo gaat het in The Optimist over chi-energie, dat tot de subtiele energie behoort; pranische geneeskunde; energetische methoden zoals reiki; homeopathie; aura’s; acupunctuur; foto’s van watermoleculen door de Japanse onderzoeker Masaru Emoto; piramiden; en Stonehenge en subtiele energievelden.

Kronn, die volgens The Optimist hecht aan de strenge wetenschappelijke normen waarmee hij werd opgeleid, ondanks het feit dat hij werkzaam is op een terrein dat door de wetenschap niet wordt erkend, heeft geen zin te wachten tot de wetenschap in staat is te bewijzen hoe subtiele energie werkt.

We kunnen niet verklaren wat er in het veld van subtiele energie gebeurt, maar voor de feiten die we tijdens experimenten vaststellen, kunnen we wel degelijk wetenschappelijk bewijs leveren.’

Kronn leeft en werkt sinds een jaar of twaalf in Medford, Oregon, waar hij zijn onderzoeksprogramma voortzet en steeds meer bewijs vindt voor het feit dat subtiele energie ‘de software van het leven’ bevat.

Zie:
* The Optimist, lente 2016 / Nr. 168
A Physicist’s View of the Afterlife: Weird Quantum Physics

Illustr: Concept image of a ‘door to heaven’ (Shutterstock)