‘De mens overstijgt de evolutie’

Charles Darwin schreef ooit: ‘Wanneer wordt aangetoond dat er een complex orgaan bestaat dat niet kan zijn gevormd door vele, kleine, opeenvolgende veranderingen, dan valt mijn theorie in duigen’. Dat moment lijkt nu aangebroken te zijn volgens wetenschapper Gregg Braden, zoals hij stelt in zijn boek De mens als ontwerp. Volgens de auteur lijken steeds meer bewijzen aan te geven dat we meer zijn dan het product van willekeurige mutaties en een toevallige biologische samenstelling.

‘De ontdekking dat we het product zijn van iets wat de evolutie overstijgt – hoogstwaarschijnlijk een bewuste en intelligente scheppingsdaad – is misschien wel alles wat nodig is om ons in een nieuwe, eerlijke en gezonde richting te sturen wat betreft het verhaal over ons mensen.’
(Uit: De mens als ontwerp)

Sanne Broekhuis (AnkhHermes), liefhebber van taal, oosterse filosofie en natuur, en grenzeloos nieuwsgierig naar alles wat voorbij de waan van de dag ligt, las dit boek over de mens. Het presenteert een radicaal andere zienswijze en omzeilt het vastgeroeste, onverwoestbare 19e-eeuwse evolutieverhaal. ‘De onjuistheden en onverklaarbaarheden in Darwins theorie zijn niet langer te negeren’.

We zijn niet slechts het resultaat van een toevallige samenloop van biologische omstandigheden, maar ‘ontworpen’ vanuit een diepere intelligentie. Pas als we dit inzien en aanvaarden, kunnen we onze buitengewone vermogens als empathie, intuïtie en zelfgenezing inzetten voor al het leven om ons heen. De principes van strijd en competitie maken dan plaats voor een samenleving gestoeld op samenwerking en mededogen.’
(Sanne Broekhuis, AnkhHermes)

Braden zegt in zijn boek dat als we eerlijk tegen onszelf zijn en erkennen dat de wereld verandert, het niet meer dan logisch is dat ons verhaal mee verandert.

Naar alle waarschijnlijkheid zal het nieuwe verhaal over de mens een mengeling zijn van reeds bestaande theorieën. Deze weven samen een nieuw wandkleed, een indrukwekkende kroniek, die een buitengewoon en episch verleden beschrijft . Dit nieuwe verhaal zal ook dat deel van onze geschiedenis omvatten dat door de afzonderlijke, reeds bestaande theorieën nog niet verklaard kan worden.’
(Uit: De mens als ontwerp)

Omdat we zo overtuigd zijn van de evolutietheorie, aldus Braden, laten we ons hierdoor leiden bij het nemen van beslissingen, en dus verkiezen we onderlinge competitie en krachtig optreden boven samenwerken en mededogen.

We blijven – om er iets uit te lichten – maar proberen om rassenkwesties, religieuze problemen en zaken rondom seksuele diversiteit op te lossen met een verouderde manier van denken over competitie en het survival of the strongest-idee, twee sleutelgedachten uit de evolutietheorie.’
(Uit: De mens als ontwerp)

Volgens Broekhuis kunnen de thema’s die Braden aanhaalt op het eerste gezicht los van elkaar lijken te staan, maar dragen stuk voor stuk bij aan een nieuw verhaal over wie we zijn als mens: geen toevallig geëvolueerde schepsels voortgekomen uit een strijd om het recht van de sterkste, maar het doelbewuste product van een diepe intelligentie.

Het waarom hoeft misschien niet beantwoord; de kwaliteiten van ons hart – mededogen, wijsheid, intuïtie en zelfgenezing – herinneren ons eraan dat we voor méér bedoeld zijn dan enkel overleven.’
(Sanne Broekhuis, AnkhHermes)

Zie: Geen evolutie volgens Gregg Braden, maar intelligente transformatie

De mens als ontwerp | ISBN: 9789020214819 | 256 pagina’s | 07-08-2018 | € 25,00 | E-book: € 12,99 | ‘Gregg Braden is een zeldzame mix van wetenschapper, visionair en geleerde met het vermogen om tot onze geest te spreken, terwijl hij de wijsheid van ons hart raakt’. (Deepak Chopra)

Beeld: DNA – Wageningen University & Research

Gregg Braden
is vijfvoudig New York Times-bestsellerauteur, wetenschapper, internationaal pedagoog en staat bekend als een pionier in het opkomende paradigma gebaseerd op wetenschap, sociaal beleid en menselijk potentieel.

Het algemeen onbetwijfeld geloof in de evolutietheorie

endatwerktallemaal-achterdesamenleving.nl

Met deze onmiskenbare verwijzing naar Het algemeen betwijfeld christelijk geloof van H. M. Kuitert mengt natuurkundige en filosoof prof. dr. Marc J. de Vries zich met het artikel Spanning evolutietheorie en theologie niet bevredigend opgelost in nieuwste boek in de wederom oplaaiende discussie over evolutietheorie versus christelijk geloof. En dit weer als gevolg van En God zag dat het goed was, dat afgelopen oktober verscheen. Zijn grootste kritiekpunt is dat de status van de evolutietheorie niet ter discussie staat: het debat mag er slechts over gaan hoe de theologie zich zo kan aanpassen dat ze naast de evolutietheorie nog bestaansrecht overhoudt.

Schreef Kuitert nog over de onzekerheid van wat (nog) christelijk geloof is en wat niet meer, een onzekerheid die gevoed werd door de veelheid en willekeur (‘alles kan’), nu verdedigt En God zag dat het goed was het onbetwijfelde geloof in de wetenschapsfilosofische status van de evolutietheorie. Ook dit lijkt mij gevoed door de veelheid en willekeur van ‘alles kan’.


De auteurs zijn volgens ons te optimistisch over de natuurwetenschappelijke methode. Die is per definitie reductionistisch van aard en geeft dus geen volledig beeld van de werkelijkheid. Het boek onderkent dit onvoldoende, wat resulteert in een onkritische acceptatie van de evolutietheorie. (Dr. Machiel Blok, ir. Ko van Dijke, drs. Eric van der Poel en dr. Ruth Seldenrijk in ‘Waar blijven we met ‘En God zag dat het goed was?’.)


Iedereen zal toegeven, stelt De Vries, dat de aannamen waarop de evolutietheorie berust alleszins redelijk zijn, zolang er geen aanleiding is om anders te veronderstellen. Hij reageert op een bijlage achter in het boek waarin medisch bioloog en wetenschapsjournalist René Fransen de natuurwetenschappelijke argumenten op een rij zet, en reageert daarbij tevens op een hoofdstuk waarin de wetenschapsfilosofische status van de evolutietheorie wordt verdedigd.

Maar wat als die aanleiding er vanuit een andere discipline wel is? Is er dan de openheid om de aannamen ter discussie te stellen? Wat de auteur van dit hoofdstuk betreft niet, en dat lijkt me wetenschapsfilosofisch gezien geen sterk standpunt.’

Volgens De Vries, in het RD, leggen de auteurs de Bijbel op het procrustesbed. Dit boek wordt zo gedwongen tot bekentenis van verenigbaarheid met de evolutietheorie. De noodzaak daartoe ontstaat, zegt hij, omdat de evolutietheorie voor onaantastbaar gehouden wordt.

De indruk die het boek achterlaat bij de lezer is het oude positivistische idee dat de natuurwetenschappen de meest betrouwbare kennis opleveren en dat je in andere wetenschappen alle kanten op kunt.’

Intussen houdt het Logos Instituut op En God zag dat het goed was – Christelijk geloof en evolutie in 25 cruciale vragen de reacties bij in een overzicht. Logos vraagt zich af wat het theïstisch evolutionistische wereldbeeld doet met ons.

Volgens creationisten is dit wereldbeeld een doorvoerhaven naar vrijzinnigheid en ongeloof; theïstisch evolutionisten menen dat dit wel meevalt. Is ‘En God zag dat het goed was’ een nieuwe steen in de vijver van het Nederlandstalige protestantisme of slechts een voortgaande rimpeling?’

De Vries vindt dat de mogelijkheid opengelaten moet worden dat de wording van hemel en aarde en van de verscheidenheid van het leven een gebied is waar het instrumentarium van de natuurwetenschappen eenvoudigweg niet goed bij kan.

Bronnen:

– Spanning evolutietheorie en theologie niet bevredigend opgelost in nieuwste boek

Waar blijven we met ‘En God zag dat het goed was?’

En God zag dat het goed was | William den Boer, René Fransen en Rik Peels (red.) | Uitgeverij Summum | 426 blz. | € 19,99 | ‘Christelijk geloof en evolutie: hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Wat kan er van de evolutietheorie aanvaard worden als de Bijbel Gods openbaring is? En wat zijn de consequenties voor het christelijk geloof als de evolutietheorie waar is? In 2017 riep het boek En de aarde bracht voort van Gijsbert van den Brink hierover veel verschillende reacties op. In En God zag dat het goed was nemen 25 deskundigen de handschoen op en onderzoeken zij op deelgebieden verder hoe een bepaald element uit het christelijk geloof zich verhoudt tot de evolutietheorie. Een breed palet aan auteurs behandelt een scala aan vragen op wetenschapsfilosofisch, exegetisch-hermeneutisch en systematisch-theologisch terrein. Elke auteur trekt op zijn of haar deelgebied een eigen conclusie.’ (Summum)     

Beeld: achterdesamenleving.nl

Het Epos van Evolutie

dinosaurusenvahisparlesextra-terrestes

In het essay Thuis in de kosmos – met een nawoord over buitenaardse intelligentie – laat post-theïst Taede A. Smedes zien wat voor een grandioze visie in het evolutionair denken besloten ligt, berichtte ik in mijn vorige blog. Dit is deel twee. We zijn gebleven bij de Franse theoloog en filosoof Blaise Pascal bij wie de mens de ontheemde blijft, degene die strijdt tegen de leegte en zinloosheid, en daar door het denken misschien enigszins vat op krijgt. Maar de vervreemding tussen mens en kosmos wordt bij Pascal echter niet overwonnen. ‘Hoe dan verder?’ luidt de vraag van Smedes.

Eerst over buitenaardse intelligentie. Als wij niet de enige intelligente wezens in het heelal zijn, zo vraagt Smedes zich af, hoe zit het dan met de bijzonderheid van de mens? Hij verwijst naar natuur- en sterrenkundige Marco Gleiser die zegt dat we moeten accepteren dat we ‘alleen zijn in de kosmos, zo niet in absolute zin – omdat we er nooit zeker van kunnen zijn wat er zich buiten het bereik van onze instrumenten bevindt – dan wel in praktisch opzicht. Dat maakt ons heel speciaal. En het creëert een nieuw doel voor de mensheid’.

Het feit dat er wellicht miljarden civilisaties elders bestaan doet vrijwel niets af aan de uniciteit van de mens. En daarmee blijft ook de verantwoordelijkheid van de mens voor de rest van het leven op Aarde intact.’ (Smedes)

En dat doel is volgens de Smedes – die beseft dat we ook van een bovennatuurlijke God geen hulp hoeven te verwachten om de gaten die wij in de schepping maken, te komen vullen – dat we het kostbare en fragiele leven op Aarde moeten koesteren, eerbiedigen, respecteren en beschermen. Hij besluit met de opmerking dat…

‘… hoe graag sommigen het ook willen, we kunnen onze verantwoordelijkheid voor de Aarde en voor het leven erop (inclusief dat van onszelf en dat van onze naasten en onze kinderen) simpelweg niet ontlopen of afschuiven.’ (S)

Terug naar de vraag: Hoe dan verder? Dan gaat het over verwondering, mysterie en eerbied. De auteur zet iets tegenover de vervreemding tussen mens en kosmos – met de woorden van de Vlaamse filosoof Gerard Bodifée, wiens stem heel anders klinkt dan de nihilistische, die traditioneel gehoord wordt wanneer het kosmologische en evolutionaire verklaringen betreft. ‘De materie op deze planeet weigerde de opgelegde rust en kwam tot leven. Complexiteit kwam in de plaats van stabiliteit. Evolutie in plaats van eeuwigheid. Eigen wil in plaats van natuurwetten. Er is nu bewustzijn waar ooit alleen lucht, water en stenen werden gevonden’.

Biologe Ursula Goodenough is een van de helden van Smedes. De religieuze naturaliste komt ruim aan bod. Zij ziet het Epos van Evolutie niet louter als een natuurwetenschappelijke beschrijving, maar ook als een religieus, zinstichtend verhaal.

De Big Bang, de formatie van sterren en planeten, de oorsprong en evolutie van leven op deze planeet, de komst van menselijk bewustzijn en de daaruit volgende evolutie van culturen – dit is het verhaal, het ene verhaal, dat de potentie heeft om ons te verenigen, omdat het toevallig waar is.’ (Goodenough)

We zijn tot het diepst van onze vezels verknoopt met de natuur die ons heeft gebaard, zegt Smedes, en dat geeft voor religieuze naturalisten aanleiding tot gevoelens van eerbied, ontzag en verwondering, en daarmee tegelijkertijd tot nederigheid vanwege dat besef van afhankelijkheid.

thuisindekosmos

In het hoofdstuk De mens als locus van kosmisch zelfbewustzijn komt de auteur uit bij het nihilistische antwoord van Weinberg en Monod: de mens als ontheemde in een verder zwijgend en zinloos heelal. Gelukkig deelt Smedes die visie niet. Hij zegt allereerst te bedenken wat het betekent dat wij mensen kunnen nadenken over de evolutietheorie. Hij vindt dat ongelooflijk:

Van stenenslijpende oermensen hebben we ons zodanig ontwikkeld dat we instrumenten bedachten en maakten die ons vandaag de dag in staat stellen de geschiedenis van het heelal bloot te leggen en de ontwikkeling ervan te bestuderen – praktische instrumenten als optische en radiotelescopen en ruimtevaartuigen die langs planeten suizen en op kometen landen. Maar we hebben ook conceptuele instrumenten ontwikkeld zoals wetenschappelijke hypothesen en theorieën.’ (S)

De polis (de auteur verwijst naar Aristoteles) waarin de mens leeft, blijkt volgens de schrijver veel groter te zijn dan slechts de cirkel van medemensen, leden van de soort homo sapiens; hij blijkt kosmos-omvattend te zijn.

We zijn kosmopolieten in de betekenis van ‘wereldburgers’, wat niet alleen betekent dat we burgers zijn van planeet Aarde, maar burgers van een kosmos, van het universum. We zijn kosmopolieten, thuis in de kosmos! Dát is de pointe van het Epos van Evolutie.’ (S)

In Een thuis voor God zegt Smedes dat zijn essay doordrenkt is van theologie, en noemt zichzelf hierin een ‘post-theïstische’ denker, wat betekent dat hij zich als religieus beschouwt en zich als een waterdruppel beweegt in de brede stroom die het christelijk geloof door de eeuwen heen geweest is…

‘… maar dat ik het geloof in een bovennatuurlijke, persoonachtige God die zich met ieder van ons afzonderlijk bezighoudt, helemaal achter me heb gelaten als uitermate problematisch. Ik geloof niet meer in de bovennatuurlijke God van het theïsme.’

Smedes zegt dat God niet langer ‘daarboven’ is, die God is verdwenen. (Die lijkt verhuisd te zijn; dat wordt duidelijk waar Smedes verwijst naar Ette Hillesum die zich in haar ochtendgebed richtte tot de ‘radicaal immanente God in haar binnenste.’)

Het verrassende is nu dat met het feit dat God afwezig is, de werkelijkheid de plek wordt waar het heilige zich manifesteert. Ik durf het nog sterker uit te drukken: op het moment dat God ‘daarboven’ in lucht opging, lichtte de werkelijkheid om ons heen zélf op als de plek waar het heilige zich manifesteert.’ (S)

De Britse rabbijn Jonathan Sacks is voor Smedes een post-theïstische inspiratiebron, voor wie geloof niet draait om het hebben van de juiste overtuigingen, maar om het juiste handelen.

Zelfs iemand die totaal niet religieus is, maar zich inzet voor het heil van een medeschepsel, aanbidt in zekere zin God, ook als zij of hij zich daar zelf niet bewust van is of het zelfs expliciet zou ontkennen – een mooi voorbeeld van hoe in ons post-theïstische tijdperk het onderscheid tussen het religieuze en het seculiere vervloeit.’ (S)

Aan het slot van het essay stelt Smedes dat wij thuis zijn in de kosmos en het aan ons is om – religieus gesproken – een huis voor God te bouwen. Voor Sacks is dat zelfs de opdracht die de mens op Aarde heeft. Smedes laat ons met een belangrijk dilemma achter. De vraag: ‘Hoe dan verder?’ wordt opnieuw gesteld.

We kunnen die roeping in dank baarheid als een geschenk aannemen en er iets mee doen, het kosmopolitische perspectief omarmen en iets van het leven maken. Of we wachten af en staan uiteindelijk toe dat ons de keuze uiteindelijk ontnomen wordt. Kiezen we voor hoop? Of geven we ons over aan cynisme en laten we het lot beslissen?’ (S)

Thuis in de kosmos – Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. | Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49 | N.B. Absoluut het lezen de moeite waard! Ik heb de enthousiaste neiging nog meer te schrijven, maar dan doe ik onrecht aan dit verrassende, helder verwoorde essay, dat je eigenlijk van voor naar achter zelf moet lezen. En herlezen. Je wordt er geheid kosmopolitisch van! 😉

Beeld: darlyne1980.centerblog.net

Evolutie en de zin van ons bestaan

beeldthuisisdekosmos

Het essay Thuis in de kosmos van godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes ‘scherpt de geest van iedereen die hier wel eens over nadenkt of misschien zelfs mee worstelt. Heerlijk filosofisch leesvoer, niet alleen voor verweesde gelovigen, maar ook voor nihilistische atheïsten.’ Een wervend commentaar van wetenschapsjournalist Govert Schilling. ‘In het onmetelijke heelal is de aarde nergens te vinden en komt de mens net kijken. Dat schuurt soms met de menselijke behoefte aan zingeving. Nergens voor nodig, aldus Smedes.’

Volgens Smedes is er geen enkele wetenschappelijke theorie die de mens in de afgelopen eeuwen zo aan het denken heeft gezet, op zoveel manieren en via zoveel wegen en omwegen, als de evolutietheorie: de natuurwetenschappelijke theorie die de ontwikkeling van het leven op onze thuisplaneet Aarde beschrijft en verklaard. Zijn boek kreeg daarom ook als ‘ondertiteling’ mee: Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan. Het natuurwetenschappelijke verhaal van de evolutie van het heelal en van het leven op Aarde wordt volgens Smedes door religieuze naturalisten en sommige wetenschappers wel het Epos van Evolutie genoemd.

Hoewel de naam van Charles Darwin (1809-1882) helemaal met deze theorie is vergroeid, was het niet Darwin die het idee introduceerde. Het idee dat onze wereld in ontwikkeling is, is veel ouder dan Darwin en gaat terug tot de presocratische filosofen.’ (Uit: Thuis in de kosmos)

Het was volgens Smedes wel Darwin die voor het eerst aan de hand van talrijke observaties beschreef aan welke wetten en mechanismen de ontwikkeling van het leven op Aarde gehoorzaamt.

Bovendien wees hij al heel subtiel op de implicaties die zijn theorie had voor ons wereldbeeld en mensbeeld. Daarmee raakte Darwin een gevoelige snaar in de ziel van de westerse mens.’

Darwins theorie raakt aan alles wat ons dierbaar is, en daarmee ook aan de vraag naar de zin van alles: de zin van het bestaan, de zin van de kosmos, de zin van mijn en van jouw leven. Ik wil in dit essay laten zien wat voor een grandioze visie in het evolutionaire denken besloten ligt. Een visie die in mijn ogen door gelovigen én ongelovigen gedeeld kan worden, en die hen wellicht kan verbinden in een gedeelde visie op de zin van ons bestaan.’ (Uit: Thuis in de kosmos)

De omschrijving vertelt dat het heelal miljarden jaren geleden ontstond. De eerste sterren kregen vorm en uit hun elementen kwamen planeten voort, waaronder onze Aarde. Niet lang na het ontstaan van de Aarde ontstaat er leven, dat evolueert en waarvan ook de mens een product is. Ons lichaam verraadt nog onze herkomst: 90% van de elementen uit onze lichamen is afkomstig van de eerste sterren.

Dit is het Epos van Evolutie, het natuurwetenschappelijke verhaal waarin verteld wordt over hoe de evolutie van het leven op Aarde ligt ingebed in de evolutie van het heelal. Dit Epos is ook een zingevend verhaal. Smedes stelt dat de mens een speciale plaats inneemt als het organisme waarin de kosmos tot zelfbewustzijn is gekomen. Hij formuleert de contouren van een nieuw wereldbeeld en beschrijft de filosofische en ethische implicaties ervan. Een indringend essay dat, geïnspireerd door wetenschappelijke, filosofische en religieuze inzichten, een radicaal andere manier voorstelt om naar mens en wereld te kijken die tegemoetkomt aan hedendaagse existentiële vragen.’ (Uit: Thuis in de kosmos, cover)

thuisindekosmos

Het Nederlands Dagblad vraagt zich in de kritische recensie van Thuis in de kosmos af: stel dat alles toeval is: deze wereld had er niet hoeven zijn, en wij mensen ook niet; er is geen groter plan, geen God die alles bestuurt; dan is alles uiteindelijk zinloos, toch?

Niet waar, zegt theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes. Ook als je de evolutietheorie omarmt tot in zijn uiterste consequentie dat alles toeval is, hoef je niet per se nihilist te worden. Het ‘epos van evolutie’ draagt zin in zichzelf, betoogt Smedes in zijn essay Thuis in de kosmos. Daarmee kiest hij een middenpositie tussen de nihilistische atheïst, die mensen oproept zelf zin te scheppen, en de Godgelovige (christelijk, islamitisch of …) die de zin van zijn bestaan beschouwt als van Boven gekregen.’ (Dick Schinkelshoek, ND)  

Volgens Smedes schreef Darwin ook over de invloed van die theorie op zijn levensbeschouwing: dat de evolutietheorie van hem een atheïst maakte, is een hardnekkige mythe.

En nee, Darwin bekeerde zich niet op zijn sterfbed tot het christendom – ook dat is een mythe. Darwin had weliswaar theologie gestudeerd met als doel predikant te worden, maar had dit niet zozeer gedaan vanuit een innerlijke roeping: het was vooral een vlucht geweest.’

Theologie dus als vlucht, maar het was wel de theologie die hem tot de natuur bracht. In de tijd van Darwin waren veel theologen ‘naturalisten’, dat wil zeggen liefhebbers van de natuur die ook de natuur bestudeerden. De bestudering van de natuur was toen nog niet voorbehouden aan natuurwetenschappers (die benaming bestond nog niet), maar was deels een liefhebberij van theologen.’ (Uit: Thuis in de kosmos)

Thuis in de kosmos Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. |  Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49

Zie voor recensie: Wees heilig, want de evolutie is heilig (Blendle – Nederlands Dagblad)
Beeld: martkinternational.info