Darwin Industry spint Darwinmythe

Verlichting-of-darwinisme

Filosofieclub Suster Bertken (Cultuurwetenschappen Open Universiteit Utrecht) hield zich gisterenavond geboeid op met historicus Ton Munnich, schrijver van het boek Verlichting of darwinisme? Munnich sprak over bioloog Charles Darwin, de ‘gigant die de moderne biologie grondvestte en de wetenschap seculariseerde’. Deze mythe wordt volgens de historicus niet-aflatend gevoed door de Darwin Industry. Die produceerde de afgelopen halve eeuw een stroom superlatieven en loftuitingen over Darwin, met als summum het internationale Darwinjaar 2009.

TM27112018AAWas Darwin echt zo’n belangrijk bioloog, is een vraag aan Ton Munnich. Nee, is het resolute antwoord. Darwins tijdgenoten Mendel en Virchow leverden volgens hem grotere bijdragen aan het vak, en ook heeft de secularisering van de wetenschap weinig te danken aan Darwin, die als trouw anglicaan – ‘Darwins peergroup’ – begraven ligt in het anglicaanse hoofdkwartier Westminster Abbey. Munnich vertelde dat Gottfried Reinhold Treviranus in 1802 de term en het vak biologie (‘levensleer’) introduceerde. De biologie werd al gauw ‘evolutiebiologie’.

Darwin zou de scheppingsleer hebben vervangen door de evolutieleer, maar in werkelijkheid deden anderen dat. Hij zou het idee ‘natural selection’ hebben bedacht, maar in werkelijkheid bedacht iemand anders dat. Zal Engeland Darwins prominente graf in Westminster Abbey handhaven?’ (Munnich)

Munnich stelt dat het darwinisme geleidelijk het contact met de realiteit is kwijtgeraakt. Vanaf het Darwinjaar tot 2014 schreef hij aan zijn boek Verlichting of darwinisme? dat een ‘verrassend nieuwe kijk geeft’ op de Verlichting en het darwinisme. In 2015 werd het genomineerd voor de Eurekaprijs voor wetenschapscommunicatie (NWO en KNAW).


De Darwinmythe is een Angelsaksische mythe. Na de Tweede Wereldoorlog wordt de Angelsaksische wetenschap toonaangevend in de wereld. Het Engels wordt de taal van de wetenschap, Engelse en Amerikaanse vakbladen worden leidend. In die naoorlogse halve eeuw creëert de Darwin Industry de hype rond Darwin.

Cover met flap VenD-BEW-22 sept-Vb.indd

Verlichting en darwinisme staan haaks op elkaar. De Verlichting is een nuttig proces, het darwinisme daarentegen is een wonderlijke lobby. Darwins bijdrage aan de wetenschap was beperkt en de politieke invloed van het darwinisme heeft bepaald ongunstige kanten gehad. Het bood een ideologisch alibi voor Engels koloniaal geweld, en het leverde aan Duitsland een deel van de inspiratie om twee wereldoorlogen te beginnen. De Darwin Industry retoucheert die ongunstige kanten.

Dit boek krabt de retouche-verf weg, zodat een realistischer historisch beeld zichtbaar wordt. Het beeld toont de indrukwekkende prestaties van de Duitse Verlichtingsdenkers en biologen in de 19e eeuw. Het toont de beperkte en later overbelichte bijdrage van Darwin aan de wetenschap. En het toont de ongunstige politieke invloed van het darwinisme. (Verlichting of darwinisme?)


Volgens dr. H.A. ten Hove (associate scientist bij NCB Naturalis) geeft Munnich vanuit een breed maatschappijhistorisch perspectief een begrijpelijke, maar heel andere kijk op de invloed van Darwin op de wereldpolitiek (kolonialisme, rassentheorieën) dan de Anglo-Amerikaanse (biologische) visie. Ten Hove vindt Verlichting of darwinisme? – gedocumenteerd met achterin tachtig pagina’s noten, literatuur, citaten en register – voer voor (evolutie-)biologen, maar ook voor lezers met een brede historische belangstelling.


‘(…) Munnich geeft stapsgewijs en uitvoerig gedocumenteerd weer dat Darwin helemaal niet de formidabele wetenschapper is geweest waarvoor velen (ook ik) hem hebben gehouden. In het boeiende betoog (wetenschap is niet altijd saai!) toont Munnich aan dat door en rondom Darwin een bedenkelijke cultus is ontstaan die het zicht op de wetenschapsontwikkeling in de negentiende en twintigste eeuw heeft vertroebeld. (…) Ton Munnich geeft in zijn onderzoek steeds een duidelijke context aan waarbinnen de wetenschap zich heeft ontwikkeld (historisch, politiek, filosofisch, religieus). De resultaten van zijn werk worden door deze aanpak beter te begrijpen, en daardoor ook van groter belang. De persoon Darwin en zijn werk krijgen meer contour en de mythe wordt ontmaskerd. Een belangrijk en interessant boek.’ (Drs. H.M.H. Verkoulen – Rijksuniversiteit Utrecht / Technische Hogeschool Twente / Katholieke Universiteit Nijmegen / schoolleider en onderwijsbestuurder in het Voortgezet Onderwijs.)


TM27112018BBIn nieuws & reviews verwijst Ton Munnich naar ‘een typerende reactie uit neo-darwinistische hoek’, dat op de privé-website van gepensioneerd bioloog Gert Korthof is te vinden. Voor Korthof was het onmiddellijk duidelijk dat Verlichting of darwinisme? op zijn ‘zachtst gezegd een uitzonderlijk en onorthodox boek is. En dat blijkt het ook te zijn. De hele geschiedenis van de biologie wordt herschreven. Beweren dat Darwin niet zo belangrijk is voor de biologie, is hetzelfde als beweren dat Newton of Einstein niet zo belangrijk waren voor de natuurkunde…’ (Munnich gaat hier op in bij ‘discussie’.)

Een e-mail van professor Peter Westbroek (KNAW) – emeritus hoogleraar Geologie aan de Universiteit Leiden en emeritus hoogleraar aan het Collège de France te Parijs – zegt: ‘… ik denk nog veel over uw verrassende boek.’

Hoe het kan dat de Darwin Industry zo’n mythe rond Darwin spint, wordt aangetoond in de elf essays in Verlichting of darwinisme? Deze tonen Darwins ‘wonderlijke rol in de wetenschapsgeschiedenis’. Het elegante en bij vlagen humoristische boek zal zowel historici als biologen verrassen, aldus de cover.

sbpd27112018Ook in de Utrechtse wandelgangen van Suster Bertken filosofeerden studenten al gauw over hoe controversieel Munnichs boek gevonden wordt. Het ging er over neo-darwinistische diehards contra ‘vooraan-staande filosofen’. En over historiografie: ‘Geschiedenis wordt in alle tijden geschreven – en herschreven – door machthebbers.’ Verlichting of darwinisme? deed sommigen denken – ondanks het totaal andere onderwerp – aan het boek Gratis geld voor iedereen van Rutger Bregman. Deze historicus neemt je ook mee op reis door de geschiedenis en laat je eveneens kennis maken met ideeën die tegen de tijdgeest ingaan, dwars door de oude scheidslijnen van links en rechts heen. Ook een overrompelend boek dat je wereldbeeld op zijn kop zet. (Zie het interview met Bregman terug bij Tegenlicht, VPRO, 25 november 2018.)

Bronnen o.a. 
* Mini-symposium met historicus Ton Munnich (Studentenvereniging Open Universiteit Utrecht Suster Bertken)
Verlichting of darwinisme – essays over wetenschapsgeschiedenis | Ton Munnich | 1e druk | 9789491683152 | november 2014 | Paperback | 452 pagina’s | € 29,25 |  £ 30,51

Foto’s Suster Bertken: PD

Theïstische evolutie als nieuw paradigma?

creation

Een paradigma wordt door historicus Thomas Kuhn ook wel een wereldvisie genoemd. Steeds weer nieuwe waarnemingen kunnen een paradigma echter relativeren of zelfs aanvallen. Dat kan zo ver gaan, dat er een nieuw wereldbeeld ontstaat. Twee paradigma’s – een paradigma wordt ook wel een set van dogma’s genoemd – die met elkaar botsen zijn het creationisme en de alom aanvaarde evolutieleer.

Er bestaat niet één wetenschappelijk feit dat in tegenspraak is met de Bijbel. Het christelijke wereldbeeld staat haaks op het seculiere wereldbeeld en daarom is er een strijd gaande tussen twee geloven, betoogde de christelijke chemicus dr. Peter de Jong zaterdag [9 juni tijdens het Scheppingscongres in Zwolle].’ (RD)

Nog altijd is de evolutieleer het dominante paradigma, waarover sommigen direct zeggen dat het niet met natuurwetenschappelijke middelen kan worden bewezen. Zo wordt ook over het creationisme gesproken.

De evolutieleer is een wetenschappelijke theorie die stelt dat het leven op aarde is ontstaan vanuit één voorouder, de eencellige. Uit de eencellige zijn steeds meer nieuwe soorten ontstaan. Het creationisme, ook wel pseudowetenschap genoemd door de ‘echte’ wetenschap, gelooft heilig in een creatio ex nihilo: géén geleidelijke ontwikkeling van het leven. Het is gebaseerd op de Bijbel als onfeilbare openbaringsbron. Tegen Goddelijke openbaring is de wetenschap natuurlijk niet opgewassen.

Het volgende citaat van A. J. Mattill is hierbij wel interessant. (Ronduit voer voor atheïsten…) Het komt uit:  Three Cheers for the Creationists, Free Inquiry 2 (Spring), p. 17, 1982, en luidt:

Die christenen die het scheppingsverhaal als een mythe of allegorie zien, ondermijnen de rest van de Schrift, want als er geen Adam was, was er geen zondeval; en als er geen zondeval was, dan is er geen hel; en als er geen hel is, dan is er geen enkele reden voor Jezus als tweede Adam en vleesgeworden zaligmaker, gekruisigd en opgestaan… Evolutie is daarmee het krachtigste wapen om het christelijk geloof te vernietigen!’

_BijbelgeloofNaEden

In de discussie dringt zich een ‘derde paradigma’ op, een soort ‘harmoniedenken’: ‘theïstische evolutie’, oftewel de opvatting dat God doelgericht gebruik maakt van evolutie om levende wezens te laten ontstaan. Theïstisch evolutiedenken wordt dan wel gezien als een knieval voor een bepaalde vorm van wetenschap, maar het is een plausibele these dat God via de evolutie zijn doel tot stand brengt.

‘Prof. dr. Mart-Jan Paul, docent aan de Christelijke Hogeschool Ede en oudtestamenticus aan de Evangelische Theologische Faculteit in het Belgische Leuven, pleitte onlangs tijdens het Scheppingscongres voor de ‘klassieke’ visie op het boek Genesis. Daarin wordt volgens hem de basis gelegd voor het Bijbelse patroon van schepping, zondeval en herschepping. De zogenoemde theïstische evolutie is onaanvaardbaar, aldus Paul.’ (RD)

Creationisme afficheert zich meer en meer als wetenschappelijke theorie. Wat te denken van kakelvers wetenschappelijk onderzoek dat op een recente oorsprong van mens en dier wijst? En ook nog op hetzelfde moment? De schepping en de zondvloed kunnen goed als verklaring van de wetenschappelijke bevindingen dienen, betogen moleculair biologisch onderzoeker dr. Peter Borger en geoloog/bioloog drs. Tom Zoutewelle eergisteren in het RD. (Opvallend: in de rubriek ‘Opinie’ en niet bij ‘Wetenschap’.)

Dat de oorsprong van mens en dier zeer recent is, is natuurlijk wel wat creationisten altijd beweerd hebben. Deze genetische bevindingen van onze tijd zijn dan ook in overeenstemming met wat het eerste Bijbelboek ons in eenvoudige bewoordingen overlevert. We kunnen Genesis dus gewoon serieus nemen en als geschiedenis lezen.’

De vraag uit de wetenschappelijke wereld wordt vaak opgeworpen of het creationisme zich wel houdt aan wetenschappelijke criteria. Meestal wordt de vraag gesteld dat, gezien de Bijbelvisie, of het creationisme wel kritisch genoeg kan zijn naar de eigen resultaten, omdat die op grond van dezelfde Bijbelvisie immers als geopenbaarde waarheid al vaststaan. De wetenschap lijkt geen toereikend antwoord te hebben op het geloof in God, terwijl diehardgelovigen het scheppingsmodel met behulp van wetenschap ook niet echt hard kunnen maken.

Wie in een schepping gelooft, staat vaak alleen, zo weet de christelijke chemicus uit eigen ervaring. ‘De geschiedenis van de wetenschap toont aan dat de meerderheid het altijd bij het verkeerde eind had,’ aldus dr. De Jong, die christelijke wetenschappers opriep in gesprek te gaan met seculiere wetenschappers.’ (RD)

Nog niet zo lang geleden verscheen En de aarde bracht voort van Gijsbert van den Brink, hoogleraar Theology & Science aan de Vrije Universiteit, tevens theoloog en dominee bij de Gereformeerde Bond. Vanuit zelfs een gereformeerde visie werd daarin gesteld dat er evolutie was. Van den Brink zegt er wel direct bij dat de mens wel altijd de bedoeling was van God. En onlangs – zo schreef ik al in een vorig blog – zag Adam, waar ben je? (En wat doet het ertoe?) van ‘ontstaansagnost’ Willem Ouweneel het daglicht, een theologische evaluatie van de nieuwe evolutionistische hermeneutiek, dat ‘snoeihard’ (Trouw) uithaalt naar Van den Brink en verwante geesten.


Adam, waar ben je? gaat over theologische bezwaren. Veel christelijke theologen hebben hun oorspronkelijke bezwaren overboord gezet. Ouweneel betoogt daartegenover in dit boek dat als wij aannemen dat er een menselijke evolutie was, we dan toch onmogelijk de Bijbelse boodschap van Genesis 1-3, van Romeinen 5 en van 1 Korinthiërs 15 kunnen vasthouden. Het thema van dit boek is niet de evolutieleer op zichzelf. Veeleer gaat het om de vraag of, als wij de menselijke evolutie aannemen, het orthodoxe christendom overeind gehouden kan worden. (Boekenroute)


creationisthumorusers.skynet.be

In de discussie is dat idee van Mattill een opmerkelijke gedachte: als de evolutietheorie waar is en als Adam en Eva niet werkelijk bestaan hebben – die conclusie erbij wordt getrokken – je niet langer van een historische zondeval kan spreken. Immers, als Adam en Eva niet werkelijk bestaan hebben, dan heeft ook een historische zondeval, zoals die in Genesis beschreven wordt, nooit plaatsgevonden. En, daar komt nog bij, tot grote schrik van velen, vooral van de christelijke kerk, dat als ook die zondeval nooit heeft plaatsgevonden, wat dan nog de betekenis is van het verlossingswerk van Jezus?

Het idee van de zondeval wordt volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes vaak metaforisch opgevat: Adam en Eva hebben niet alleen niet bestaan, het zijn verhaalpersonages die symbool staan voor de mens. De zondeval heeft dan nooit plaatsgehad. Volgens Smedes is er geen ontkomen aan te concluderen dat de zondeval nooit kan hebben plaatsgevonden als een historisch te lokaliseren gebeurtenis.

De evolutieleer heeft dus nogal wat impact op het gelovig denken en het creationisme in het bijzonder. Of er een paradigma-verschuiving plaats zal vinden? Misschien ontstaat er inderdaad dat nieuwe paradigma, waarin beide visies – die van het creationisme en de evolutieleer – complementair aan elkaar worden. Dan zou dat het paradigma zijn van de theïstische evolutie.

Beeld: ‘Schepping’ (philosophicaldisquisitions.blogspot.com)

‘Er is iets dat bestaat, dus God bestaat’

universum

Het ‘onsterfelijke gerucht’ is geen onbelangrijk gegeven omdat daardoor wordt aangetoond dat er in de mensheid een heel wijd verbreid en spontaan bewustzijn bestaat, dat ons bestaan en dat van het hele universum iets is dat gratis geschonken wordt. – Dat zegt theoloog Manuel Cabello in de paragraaf Redelijk inzicht: de wegen vanuit het universum naar God, in Geloven vandaag?, waarin hij op zoek gaat naar uitgewerkte filosofische argumenten voor het bestaan van God door het universum als uitgangspunt te nemen.

Over het ‘onsterfelijk gerucht’ zegt hij dat er in onze intelligentie een intuïtief besef is – dat meer of minder duidelijk kan zijn – van het feit dat alles wat bestaat, ooit zal verdwijnen en er net zo goed niet kan zijn, en dat er daarom Iemand moet zijn die een verklaring geeft voor het waarom van de wereld en van de mens.

Deze intuïtie is al eeuwen geleden vastgelegd in de uitspraak: Aliquid est, ergo Deus est (er is iets dat bestaat, dus God bestaat). De filosofische argumenten die worden aangevoerd om het bestaan van God aan te tonen zijn niets anders dan een uitwerking en een vertaling in abstracte termen van deze allereerste intuïtie van het intellect – die wijd verbreid is in de geschiedenis van de mensheid tot op de dag van vandaag, als ze tenminste niet wordt verstikt door een bepaalde levenswijze of ideologie.’

Cabello verwijst naar de big bang theorieën waarvan bijna alle natuurkundigen gebruik maken als basis van hun werk, ook al staat de geldigheid ervan voor hen niet definitief vast. We moeten ons er dan ook niet toe verleiden die niet vaststaande wetenschap te gebruiken als argument voor het bestaan van God.

Wil men aantonen dat de wereld is geschapen door zich te beroepen op de big bang theorie, dan moet men een onomstotelijk bewijs leveren voor deze theorie, en men moet ook nog aantonen dat er vóór de big bang niets was – en dat krijgt men in de natuurkunde niet voor elkaar.’

Over de stelling dat het universum wellicht zichzelf heeft geschapen, zegt Cabello dat het gezonde verstand én de filosofie – die in het verlengde zou moeten liggen van het gezonde verstand –ons klip en klaar vertellen dat het onzinnig is om het te hebben over een schepping zonder schepper.

Als er ‘op een gegeven moment’ niets zou bestaan, zelfs niet God, dan zou er op geen enkel moment iets kunnen bestaan. Ex nihilo, nihil fit: niets komt voort uit het niets, luidt een oud gezegde in de filosofie.’

Als we echter stellen, zegt Cabello, dat het universum eeuwig duurt zonder dat er een God is, waarbij dat universum de macht heeft om de oorsprong te zijn van leven en bewustzijn, dan maken we van dat universum zelf een God; weliswaar een onpersoonlijke God tot wie we niet kunnen bidden, maar toch een echte God.

En als het [universum] geschapen is, dan moet er zich aan het begin van de serie oorzaken die aan het universum ten grondslag liggen, een wezen bevinden dat wél onmisbaar is omdat er zonder dat wezen niets zou kunnen bestaan. Dit onmisbare wezen is per definitie God.’

De wereld is volgens de theoloog samengesteld uit het geheel of de combinatie van de individuele dingen die er deel van uitmaken en geen van die delen bezit in zichzelf de volledige reden van zijn eigen bestaan.

Al die delen zijn op de een of andere manier afhankelijk van een oorzaak die buiten hun eigen bestaan ligt. Daarom toont de ervaring ons geen enkel voorbeeld van een werkelijkheid waarvan de bestaansreden in die werkelijkheid zelf is gelegen, en dus zal het geheel van die werkelijkheden – het universum dus – ook niet zelf de grondslag van zijn eigen bestaan bezitten. Daarom ontkomen we er niet aan om te veronderstellen dat er een bestaansreden van deze wereld is die buiten deze wereld is gelegen.’

Over de chaos aan het begin, de big bang, vraagt Cabello zich af wat voor evolutie er in staat kan zijn geweest om een wereld voort te brengen die zo welgeordend is als de onze?

Met andere woorden, kan de rationele ordening die wij waarnemen de resultante zijn geweest van blinde automatische krachten die hun spel speelden gedurende het evolutieproces van het universum, of moet die rationele ordening vooraf hebben bestaan om dit evolutieproces te sturen?

Hoe kan de materie, die per definitie niet intelligent is, stelt Cabello, het bestaan verklaren van het universum dat wij kennen, vanaf het wonder van het kleinste celletje tot het grootse schouwspel van het ‘hemelgewelf’ met zijn duizenden miljoenen melkwegstelsels? De theoloog verwijst naar Einstein, die van het wonder van de kenbare  structuur van het universum sprak:

‘Weliswaar worden de axioma’s van deze [zwaartekracht]theorie opgesteld door de mens, maar het feit dat men erin slaagt zulk een theorie te ontwerpen veronderstelt een mate van ordening van de objectieve wereld die je op voorhand helemaal niet zou mogen verwachten. Daarin ligt het wonder, en hoe meer we te weten komen, hoe groter het wonder wordt. Hierin ligt het zwakke punt van de positivisten en de professionele atheïsten die zich gelukkig prijzen omdat ze niet alleen menen dat ze met volledig succes de wereld van goden hebben bevrijd, maar ook denken dat ze hem van de wonderen hebben beroofd. Het vreemde is dat wij ons ermee tevreden moeten stellen dat we het wonder erkennen zonder dat er een geldige weg is die wij kunnen bewandelen om verder te gaan dan dat.’ (Einstein in: Geloven vandaag?)

De Belgische filosoof en theoloog André Léonard vond Einsteins reactie teleurstellend omdat hij weigert de uiteindelijke consequenties onder ogen te zien van het bestaan van dit ‘wonder’ en doet alsof dit wonder van kenbare structuur op zichzelf zou kunnen voortbestaan zonder een Intelligentie die dit wonder concipieert en realiseert. De reactie van Joseph Ratzinger was destijds: ‘Door de rationele ordening van de Schepping heen kijkt God ons zelf aan.’ Volgens Cabello maakt Ratzinger vaak gebruik van de weg van de rationele ordening van het universum om tot God te komen.

Het gehele grote evolutieproces vanaf het ontstaan van het universum tot op heden, lijkt Cabello geprogrammeerd en hij vraagt zich af wie dat programma heeft ontworpen en welke ingenieur  daarachter zit.

Het lijkt er daarom dus op dat het universum in al zijn aspecten en ook de aarde zorgvuldig zódanig zijn geconcipieerd dat ze het menselijke leven konden huisvesten. Dit feit wordt aangeduid met de term ‘antropisch principe’. Hebben we hier te maken met een onwaarschijnlijk toeval of met een in het oog springende manifestatie van de goddelijke voorzienigheid? Nogmaals, de wetenschap is niet in staat ons antwoord te geven op deze vraag.’

Zie: Redelijk inzicht: de wegen vanuit het universum naar God – in: Geloven vandaag? 

Andere artikelen over Geloven vandaag?:
1. ‘Een zwijgende God is onvoorstelbaar’
2. Het onsterfelijke gerucht dat God bestaat

Geloven vandaag? – Christendom en moderne rede | Manuel Cabello | 2017 | Uitgeverij De Boog | ISBN 9789062570645 | 224 pagina’s | Paperback | € 13.50 | E-book € 8.80 | Leesproef

Beeld: Een afbeelding van het universum door het WMAP – NASA / WMAP Science Team – map.gsfc.nasa.gov – Deze afbeelding van het heelal bevat het oudste licht uit het universum. De ovale vorm is een projectie van het hele heelal. De afbeelding bevat zoveel details dat het deze tot de meest belangrijke wetenschappelijke ontdekking sinds jaren maakt. Dit kosmisch portret is in 2003 gemaakt met de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe (WMAP). Een van de grootste verassingen is dat de afbeelding data geeft van de eerste generatie sterren die 200 miljoen jaar na de Big Beng hun licht uitzonden. Astronomen zeggen op basis van deze data dat het heelal 13,7 miljard jaar oud is, met een foutpercentage van 1%. (verblijfopaarde.nl)

Het onsterfelijke gerucht dat God bestaat

manlookingupthestarrynightsky

‘We kunnen wel stoppen met discussie. Ieder heeft zijn eigen waarheid: zijn godsdienst, zijn atheïsme of zijn twijfels,’ zegt theoloog Manuel Cabello in Geloven vandaag?. Waarom? Omdat het ‘maar meningen’ zijn. Hij zegt dat in de paragraaf De lastige zoektocht naar God in de moderne cultuur. Cabello zoekt naar een nieuw model van redelijkheid, voorbij meningen die van niet-intellectuele factoren afhankelijk zijn. Maar de wetenschappen die ons voorzien van ‘onomstotelijke waarheden’ – zij het dat nieuwe ontdekkingen ons op zijn minst verplichten om theorieën die eerder als vaststaand werden beschouwd te relativeren of te herformuleren – daar heeft Cabello het ook niet op.

Het staat nog veel meer vast dat ze ons niet kunnen vertellen of er een God is, en ook niet wat de zin van ons leven is, of we een onsterfelijke ziel bezitten, waarom we van mening zijn dat er goed en kwaad bestaat, waarom er een universum is en geen ‘niets’, waarom ik mijn beloften moet nakomen.’

Of we ons er nu bewust van zijn of niet, de uitspraak dat we ‘wel kunnen stoppen met de discussie’, bevestigt het beeld dat het hier slechts gaat om meningen die ieder zich vormt…

‘…op grond van zijn opvoeding, zijn ontvankelijkheid en zijn smaak, zodat er geen universeel geldige argumenten zijn om een bepaalde keuze te maken vanwege het simpele feit dat we ons bezighouden met vragen die nu eenmaal niet met de rede kunnen worden opgelost en waarop we met behulp van onze intelligentie geen goed onderbouwd antwoord kunnen geven.’

Cabello stelt dat uiteindelijk, tijdens de Reformatie, toen er sprake was van godsdienstig pluralisme en geweld tussen de verschillende geloofsrichtingen, en men zich niet meer kon verlaten op de Schrift, de filosofen de handschoen oppakten en de uitdaging aannamen om de mensheid een uitweg te bieden uit dit labyrint.

De rede was dé oplossing. Echter, elke filosoof van Descartes tot heden heeft zijn eigen leer die verschilt van die van zijn voorganger en vervolgens wordt uitgewerkt door zijn opvolger.’

De filosofie heeft ons, volgens Cabello, niets anders te bieden dan allerlei speculaties die ons door telkens weer nieuwe filosofen worden aangeboden; en de verschillende godsdiensten hebben hun specifieke dogma’s die niet zijn te bewijzen.

In de huidige cultuur weet men nog steeds niet hoe men moet komen tot vaststaande kennis aangaande het bestaan van God, en in het algemeen aangaande vraagstukken die verband houden met godsdienst en moraal.’


Ik vind het nodig om erop te wijzen hoe onterecht het is als mensen zich niet interesseren voor het vinden van een juist antwoord op een vraag over een onderwerp dat zó belangrijk voor hen is en dat hen zó intiem raakt. Wat voor vergissingen ze verder ook maken, deze fout toont hoe dwaas en verblind ze zijn, en een klein beetje gezond verstand en inzicht in de gevoelens die we van nature hebben, is al genoeg om hen in verwarring te brengen. Het lijdt toch geen twijfel dat ons leven maar een ogenblik duurt, terwijl de situatie waarin wij dood zijn een eeuwigheid duurt – hoe die toestand er dan ook uit moge zien. Dat betekent dat al onze handelingen en gedachten moeten worden bepaald door de toestand waarin wij ons in deze eeuwigheid zullen bevinden. Het is dus onmogelijk om iets te ondernemen op goede gronden en met een gezond oordeel als wij ons niet laten leiden door datgene wat ons einddoel dient te zijn. (Blaise Pascal in: Geloven vandaag?)


Het lijkt Cabello redelijker om Blaise Pascal te volgen dan om de weg van de sofistische filosoof te gaan met diens ietwat lichtzinnige scepsis en kortzichtigheid, en ook kan hij geen genoegen nemen met de gemakzuchtige uitspraak: ‘Als God bestaat, dan moet Hij zich eens wat duidelijker laten zien.’


Wat roepen die gretigheid en deze onmacht ons anders toe dan dat er vroeger in de mens een waarachtig geluk was, waarvan hij nu alleen nog maar een merkteken en een spoor zonder inhoud over heeft, een leegte dus die hij wil vullen met alles wat hem omringt, waarbij hij hoopt dat dingen die er niet zijn hem helpen als de dingen die er wél zijn hem niet helpen, maar tevergeefs, omdat die oneindige afgrond alleen gevuld kan worden door iets dat oneindig en onveranderlijk is: door God zelf? (Blaise Pascal in: Geloven vandaag?)


Het loont de moeite, zegt Cabello, om na te gaan of het ‘onsterfelijke gerucht’ ─ hij gebruikt de woorden van de nestor van de Duitse filosofie Robert Spaemann ─ dat God bestaat, een leer die door de hele geschiedenis van de mensheid heen te vinden is, op een redelijke grondslag berust.

De vraag is dus of het mogelijk is om redenen te vinden die waarborgen dat God bestaat. Waar moeten we zoeken naar een antwoord op de vraag of God bestaat?’

Of is dat zinloos? De Bijbel vertelt ons immers, aldus de theoloog, dat de God van de christenen een verborgen God is.

Pascal geeft hierbij als commentaar dat God zintuiglijke waarneembare tekenen heeft gegeven opdat Hij door de mens zou worden gekend, maar dat Hij deze op een zodanige manier heeft toegedekt dat ze alleen kunnen worden ontdekt door diegenen die ernaar zoeken met heel hun hart.’

God verbergt zich opdat de mens naar Hem verlangt, vanuit dit verlangen op zoek gaat naar Hem, en Hem zoekt via zijn naaste. Het feit dat de mens God zoekt in het halfduister, maakt dat hij liefde voor Hem opvat en terzelfder tijd in zekere zin de liefde van God verdient.

Die door Pascal genoemde zintuiglijk waarneembare tekenen waarmee we God kunnen ontdekken, bevinden zich ‘in het hemelgewelf’, dat wil zeggen: in het beschouwen van het universum. Evenzo vinden we een spoor van God terug in het innerlijk van ieder menselijk wezen, zoals Augustinus ons op magistrale wijze heeft voorgehouden: ‘Gij hebt ons geschapen als wezens gericht op U, o Heer, en ons hart kent geen rust zolang het niet rust in U’.

Zie: Zijn er voldoende redelijke gronden om het geloof in God te kunnen onderbouwen? – in: Geloven vandaag?

Geloven vandaag? – Christendom en moderne rede
| Manuel Cabello | 2017 | Uitgeverij De Boog | ISBN 9789062570645 | 224 pagina’s | Paperback | € 13.50 | E-book € 8.80Leesproef
Dit boek is niet bestemd voor professionals op het gebied van de filosofie of de theologie, en ook niet voor specialisten op het gebied van de Bijbel of de geschiedenis van de Oudheid. Het is eenvoudigweg bedoeld voor mannen en vrouwen die graag nadenken over de dingen. (Manuel Cabello)

Beeld: wallpaperstudio10.com