Plato en de idee van onsterfelijkheid

Plato, een van de grootste filosofen van de Oudheid, geboren in Athene, zei ooit, lang voordat het christendom bestond: ‘De ziel van de mens is onsterfelijk en onvergankelijk.’ Dat klinkt religieus, maar de idee van onsterfelijkheid is oorspronkelijk niet nieuwtestamentisch, maar platonisch.

‘Op aarde is het behelpen, is er geen perfectie, maar imperfectie,
mede waardoor er lijden is door wat mensen elkaar aandoen,
oorlogen en ander geweld’

De ware werkelijkheid
P
lato is bekend door zijn Ideeënleer, waarvan hij zei: ‘Het zijn geen ideeën in de zin van gedachten, maar ze vormen als de essenties van de waargenomen dingen de ware werkelijkheid. (…) De Ideeën liggen vast en zijn onveranderlijk.’
De Ideeënleer leert dat in een metafysische – alleen voor het denken toegankelijke wereld – oervormen van de concrete, in de alledaagse werkelijkheid waar te nemen dingen, bestaan. Ideeën bestaan voor Plato (427 – 347 v. Chr.) eeuwig en zijn onveranderlijk. Bijvoorbeeld er zijn vele cirkels, de mens kan ze in alle grootten tekenen, maar ze zijn slechts een afgeleide van de Idee van de perfecte cirkel die in de Ideeënwereld bestaat.

Ziel belangrijk
D
e ziel is hierbij belangrijk want daarmee wordt de mens in staat gesteld de Ideeën te kennen. Onze wereld op aarde leren we alleen via onze zintuigen – beperkt – kennen. De wereld lijkt weinig op de Ideeën. Ideeën leren we pas echt kennen via de dood. Daarom, zegt Plato, moeten we leren sterven: de weg tot geluk.


Plato op zijn academie (de ‘eerste universiteit van Europa’)

Academie van Plato
I
n de Phaedo heeft Plato de onsterfelijkheid van de ziel geprobeerd te bewijzen, en stelt dat de ziel zich verplaatst van lichaam naar lichaam in een proces van zielsverhuizing (wedergeboorte.) ‘De mens is voor Plato het wezen tussen de geestelijke wereld en de waarneembare lichamelijke wereld. Pas door het aanbrengen van scheiding tussen lichaam en ziel bereikt de mens zijn eigenlijke bestemming. Daarom moet er voor Plato een voortbestaan van de ziel na haar scheiding van het lichaam zijn.’

Het religieuze bij Plato wordt bevestigd door het feit dat de Academie van Plato (de ‘eerste universiteit van Europa’) die hij oprichtte, een cultusgemeenschap was, en een religieuze gemeenschap werd genoemd.

‘Bovenal gerechtigheid’
H
et christendom spreekt niet van wedergeboorte, maar wel over de onsterfelijke ziel; christenen geloven in een eeuwig leven voor hun ziel. Al gaat die religie nog verder door te stellen dat ook het lichaam eeuwig leeft, c.q. verrijst.
In tegenstelling tot Plato: bij hem is het verstandige deel van de ziel onsterfelijk. Hij gaat ervan uit dat de ziel gevangen is in het lichaam en daardoor beperkt wordt. Pas door de dood wordt de ziel bevrijd uit het lichaam en kan zij het goddelijke (de Ideeën) aanschouwen.

Hierover schrijft Plato in De Staat, waarin de Ideeën een hiërarchie vormen, met als hoogste de Idee van het Goede. Zijn Ideeënleer heeft het dus niet alleen over het materiële, over katten, bomen of tafels, maar ook over deugden, zoals het Goede. Want ook deugden bestaan absoluut en objectief bij Plato. Ook noemde hij deugden als dapperheid, bezonnenheid en ‘bovenal gerechtigheid’.

Het goddelijke
M
ensen brengen de Idee van het Goede later in verband met een monotheïstische God. Plato heeft het daar niet over, maar wel over het goddelijke. Plato ‘gelooft’ in een leven na dit leven (wedergeboorte), noemt de Ideeën goddelijk, en hiermee nadert zijn filosofie het religieuze denken. Hij onderscheidt twee niveaus van werkelijkheid: het Ideële en het zichtbare.

Plato’s Ideeënwereld doet aan de hemel denken
die we bij religies vinden’

Allegorie van de grot
D
it betekent dat de oervormen waarvan de mens op aarde uiteenlopende vormen ziet, in de Ideeënwereld perfect zijn en daardoor goddelijk. Plato’s Ideeënwereld doet aan de hemel denken die we bij religies vinden.
Op aarde is het behelpen, is er geen perfectie, maar imperfectie, mede waardoor er lijden is door wat mensen elkaar aandoen, oorlogen en ander geweld. In een Ideeënwereld, bedoeld als Plato, kan geen lijden bestaan. In de Ideeënwereld is immers perfectie.

In Plato’s Allegorie van de grot komt de Ideeënwereld weer terug. De ene wereld is de waarneembare werkelijkheid in de grot, en buiten is de andere wereld, de werkelijkheid van de Ideeën. In de grot zitten mensen gevangen, geketend en kunnen alleen recht voor zich uit kijken naar schaduwbeelden die, gevormd door het licht van vuur, voor hun ogen geprojecteerd worden. Dat is hun waarneembare wereld. Ook horen ze slechts echo’s van de werkelijke geluiden die achter hen zijn. Als ze later naar buiten worden gebracht komen ze in aanraking met de werkelijke wereld van de Ideeën.


La condition humaine, Magritte, 1949
‘Anders dan bij Plato is de uitgang versperd door een schildersezel met de afbeelding van een landschap’

Levensdoel
I
n onze wereld bevinden wij ons eigenlijk in de grot. De Ideeënwereld leren we pas kennen door kennis op te doen. Kennis, gezocht door onze ziel en wat onze ziel ook najaagt. Dat is een net zo moeilijke weg te gaan als die van de gevangenen naar buiten. Die kennis ligt niet in de waarneembare wereld, in de dingen die we zien. Voor die kennis hebben we onze ziel nodig. Maar onze ziel moet eerst gereinigd worden, zegt Plato: ‘De mens moet door streven naar morele rechtschapenheid de weg van reiniging van zijn ziel inslaan.’

Onze ziel ligt in de Ideeënwereld. Daar kunnen we niet zomaar komen, maar een intelligent mens zou wel zijn situatie kunnen begrijpen en zich – zoals Plato stelt – als levensdoel stellen in die Ideeënwereld te komen. Maar zoals gezegd, dan moet eerst de ziel gereinigd worden, zich van het lichaam bevrijden. Dat kan door te sterven. Maar in de tijd ervoor moeten we het met de filosofie doen en door kennis een zo goed mogelijk, deugdzaam leven leiden. Die filosofie bestaat uit aandacht voor de Ideeën, zo leert Plato. Daar moeten we beginnen.

Bronnen: O.a. Trefpunt Plato, Klaus Held, 1992, Olympia | Een nieuwe geschiedenis van de filosofie, Jan Bor, 2011

Beeld: Plato’s Cave – Willem BoronskiVolgens Plato’s allegorie van de grot kunnen we leven in een wereld der mensen waarbinnen ruimte en tijd dient te worden gelijkgesteld aan het leven in een grot. Het licht van het vuur dat de schaduwen veroorzaakt en de echo’s van de stemmen van de mensen aan de andere kant van de muur, kunnen als de tijdelijke varianten van de entiteiten – de blauwdrukken – worden gezien. Voor Boronski staat dit gelijk aan de dagelijks stroom nieuwsbeelden en andere geluiden uit de media en sociale media. Deze beelden en geluiden creëren een schijnwerkelijkheid waar we met elkaar in verkeren…’ (Willem Boronski, artist painter)

Tekening: Plato op zijn academie, getekend naar een schilderij door de Zweedse kunstschilder Carl Johan Wahlbom (runeberg.org)

La condition humaine, Magritte, 1949: ‘Anders dan bij Plato is de uitgang versperd door een schildersezel met de afbeelding van een landschap. Toont het schilderij het landschap buiten? Of confronteert het ons veeleer met de ruïne van onze fantasieën aangaande een wereld buiten de grot, c.q. het ‘einde van de grote verhalen’? In dat geval houdt het schilderij ons een eigensoortige waarheid voor, namelijk dat de werkelijkheid uit een spiegelpaleis van verbeeldingen bestaat.’ (Open Universiteit, locus.ou.nl – ‘Plato’s allegorie van de grot en de herinterpretatie daarvan in de moderne en hedendaagse beeldende kunst’ – Elisabeth den Hartog)
Update 08 12 2024 (Lay-out); juli 2025 (Lay-out, Magritte) – (Uit de top 10 van meest gelezen blogs sinds publicatie in 2018)

Socrates: ‘Voltooid leven is aan de goden’

Die-Toteninsel_Boecklin-620x350

In de Phaedo is Socrates ervan overtuigd dat zijn ziel bij haar scheiding van het lichaam nog ergens bestaat en niet geheel verdwijnt. Cebes, een pythagoreïsch filosoof, trekt dat idee van Socrates in twijfel en zegt dat de meeste mensen eerder aannemen dat de ziel op het ogenblik van de dood oplost en nergens meer is. Socrates laat het hier niet bijzitten en legt in de Phaedo zijn overtuiging uit.

Als de ziel bij de dood in het niets verdwijnt, dan is Socrates’ hoop voor de ziel van de filosoof gunstig lot na de dood in feite niets dan een vrome zelfbegoocheling.’ (De twijfel van Cebes in: De filosoof en de dood)

Cebes, een van de goede vrienden van Socrates, vraagt zich af waarom het niet geoorloofd zou zijn om de hand te slaan aan zichzelf, als sterven en doodgaan – zeker voor de filosoof – iets goeds is en geen reden voor treurnis en jammerklacht. Socrates pleit echter voor moreel onderzoek van de ziel, en vindt dat ‘de ziel van de mens na zijn dood voortbestaat en nog een zekere kracht en kennis bezit’, zoals Plato dat in de Phaedo weergeeft.

Socrates vindt dat ook voor wie de dood beter is, het verkeerd is zichzelf die weldaad te bewijzen, en stelt het voor als een absoluut verbod. Rudi te Velde, in het boek De filosoof en de dood, legt uit dat zelfs waar zich in de praktijk een uitzondering lijkt voor te doen en wellicht voor sommigen de dood beter is, dit in de ogen van Socrates niet leidt tot een uitzondering op de regel. Een actueel thema in tijden waarin veel mensen ‘lijden aan een te lang geworden leven’.

Stel dat de mensen onder de hoede van de godheid staan, dan moet een verstandig mens het juist erg vinden als de dood een einde maakt aan zijn toebehoren tot de goden.’ (Uit: De filosoof en de dood)

Het lijkt me waarschijnlijk mede door het idee van het voortbestaan van de ziel na de dood waarom Socrates vindt dat het uitgesloten is dat sterven beter is dan leven. Hij wil immers tijdens het leven goed zorg dragen voor de ziel omdat zij qua deugd en inzicht zo goed mogelijk wordt. De eerste echte filosoof uit de Griekse Oudheid geeft in zijn religieuze voorstelling drie argumenten voor dat voortbestaan: het argument van de cyclus, het herinneringsargument en het verwantschapsargument. Ze komen alle drie aan de orde in de Phaedo en Te Velde analyseert en interpreteert ze in zijn boek. Ik noem ze hier summier.

Het argument van de cyclus berust op de gedachte dat de levenden en de doden betrokken zijn in een  soort kringloop en in een voortdurende uitwisseling met elkaar staan. De dood is geen absoluut einde maar een overgang en transformatie.

Bij het herinneringsargument draagt de ziel kennis in zich die ze niet op grond van de waarneming heeft verworven, maar die ze reeds moet hebben opgedaan voorafgaande aan haar lichamelijke aanwezigheid in de wereld. Dit impliceert, dat de ziel tevoren reeds bestond en dus, naar het schijnt, iets onsterfelijks is.

Defilosoofendedood

Het verwantschapsargument is gebaseerd op de gedachte dat de ziel een verwantschap vertoont met de altijd eendere en onveranderlijke Vormen (de Ideeënleer van Plato, PD) en op grond daarvan niet vatbaar is voor vergaan of uiteenvallen.

Als jullie [Cebes en Simmias (ook een filosoof en vriend), PD] deze argumentatie verbinden met de stelling waarover we het vroeger eens werden, namelijk dat alles wat leeft uit het dode ontstaat. Want als onze ziel al tevoren bestaat, en als zij bij haar intrede in het leven en haar geboorte noodzakelijk uit niets anders geboren kan worden dan uit de dood en het dood zijn, dan moet zij toch ook na de dood blijven bestaan, omdat ze later opnieuw geboren moet worden? Het bewijs waarover je spreekt is dus nu al geleverd.’ (Socrates)

Socrates stelt dat de goden zorg dragen voor de mensen en dat wij behoren tot de kudde van de goden en de mens zichzelf niet mag doden, voordat ‘de god een soort noodzaak op hem afstuurt’. De dood vindt Socrates dus niet iets wat in de handen van de mens zelf ligt, maar wat hem overkomt op het moment dat het zover is. Wanneer ons leven voltooid is, is dat aan de goden.

Socrates heeft zich duidelijk verdiept in de Orphische tradities. Te Velde verwijst dan ook naar een spreuk van het Orphisch intiatieritueel, waarin het gaat om een ‘zuivering’ door te streven naar inzicht. Het zegt dat wie zonder inwijding in de Hades komt, er in de ‘Modderpoel’ zal liggen; maar wie gezuiverd en ingewijd is, bij aankomst met de goden zal samenwonen. – De ware filosofie is een oefening in het sterven. We hebben dus nog veel inzicht op te doen in ons leven.

Bron: De filosoof en de dood | Rudi te Velde over Plato’s Phaedo: analyse en interpretatie | Uitgeverij DAMON, Budel | 2002 | 190 bldzn | ISBN 90 5573 306 7 | NUR 730 | € 17,90
In de Phaedo schildert Plato Socrates als een nieuwe Theseus die het gezelschap van vrienden bevrijdt van hun natuurlijke bevangenheid door de doodsangst en ze een uitweg toont naar een vrij en redelijk leven in de wijsbegeerte. (Damon)

Beeld: Het dodeneiland is een reeks schilderijen van de Zwitserse kunstschilder Arnold Böcklin. Hij maakte tussen 1880 en 1886 vijf versies van het Het dodeneiland.
Het belangrijkste thema van het schilderij kan worden getypeerd als: de transitie van leven naar de dood. De interpretatie van Böcklin geeft daarbij geen enkele referentie aan fysiek verval, in lijn met het in die tijd heersende taboe: over de dood werd niet gesproken, laat staan over de aftakeling van het lichaam. Er werd een beeld gecreëerd alsof het leven na de dood naadloos doorliep, toentertijd ook gestalte krijgend in monumentale grafmonumenten voor de rijkeren. Ook Böcklins werk past in dat denken. (Wikipedia)

Sterven en dan? Leven voor en na de dood

leerhotelhetklooster
Volgens Christophor Coppes zal onze geest ontdekken dat het geen deel is van onze materiële vierdimensionale wereld, maar ook onderdeel is van iets dat zo veel groter, schitterender en opwindender: ‘het eenheidsuniversum’. Willem Glaudemans ontdekte dat er in wezen maar één verlangen is dat ons voortstuwt, ook na de fysieke dood: het verlangen terug te keren naar God, bij wie we in waarheid nooit weggegaan zijn. Hans Stolp is van mening dat het esoterisch christendom nauwkeurig de stappen beschrijft die wij na de dood zullen zetten. 

schrijver annemiekHierover gaat het op zondag 3 februari 2013 in het Leerhotel het Klooster in Amersfoort. Dan organiseert AnkhHermes een dag over wat gebeurt er als je doodgaat – Inzicht in leven en sterven.
Onder leiding van dagvoorzitter Annemiek Schrijver (foto: AS) – bekend van tv-programma’s als Het Vermoeden en De nachtzoen – laten drie topauteurs van AnkhHermes vanuit hun eigen specifieke invalshoek u kennismaken met de wereld van licht die ons te wachten staat als we deze wereld uiteindelijk zullen verlaten.

‘Er is bij veel mensen onzekerheid over en angst voor de dood en wat hen daarna te wachten staat. De drie auteurs gunnen u een blik in de lichtwereld zonder ‘verhalen’ te vertellen. Het is bekend dat bij mensen met bijna-doodervaringen meestal de angst voor de dood verdwijnt en dat zij hun leven op een totaal andere manier tegemoet treden en zij meer vertrouwen en liefde in hun leven ervaren. De bedoeling van deze dag is u die positieve kijk op leven en sterven te laten ervaren.’ 

GLAUDEMANSWillem Glaudemans (1954) was van jongs af aan geïnteresseerd in het leven na de dood. Hij volgde (in 1985 en 1986) twee trainingen bij Elisabeth Kübler-Ross over Life, Death and Transition (Leven, dood en overgang) die zijn leven ingrijpend veranderden. Hij geeft lezingen, persoonlijke begeleiding, trainingen en workshops op de volgende gebieden: levensmissie via Talentenspel en Jong Talent, Een cursus in wonderen, vergeving, 2012, Spiritueel Leiderschap en Levensschouw.

boekvanheteeuwigelevenHij schreef Boek van het eeuwige leven – Wie antwoorden heeft over de dood, heeft ook een antwoord op het leven. Er zijn tal van boeken verschenen over het leven na de dood. Maar geen beschrijft in rustige poëtische taal rechtstreeks, het hele proces van het vertrek van de ziel uit het lichaam en haar reis door de verschillende lichtsferen tot aan de terugkeer naar God. Het boek baseert zich op bijna-doodervaringen, oude culturele overleveringen, wetenschappelijk onderzoek, parapsychologie, bewustzijnstechnieken, uittredingservaringen en innerlijk weten.

COPPESEnkele jaren geleden schreef Christoper Coppes een boek waarin hij de essenties van de BDE-en vergeleek met die van de vijf grote religies. Zijn conclusie is dat de werkelijke essenties van de vijf religies terug kunnen worden gevonden in de BDE-en, maar niet dat alle essenties van de BDE-en terug kunnen worden gevonden in elk van de vijf religies. Een aangepaste versie van dit boek wordt dit najaar in de VS gepubliceerd. Begin dit jaar publiceerde hij via AnkhHermes het boek In harmonie met het Licht, waarin hij de belangrijkste boodschappen van BDE-ers weergeeft.

in_harmonie_met_het_lichtHij schreef In harmonie met het licht – De universele boodschap van de bijna-doodervaring Er staan ons fantastische ervaringen te wachten na het overlijden: een wereld van eenheid, liefde en licht. Dat is de universele boodschap van bijna-doodervaringen. Daar is iedereen even belangrijk en zijn we allemaal diep met elkaar en in ultieme onvoorwaardelijke liefde verbonden. Dit boek neemt ons mee naar de wereld van het Licht. Het bevat lessen om nu een betere wereld te creëren, zowel materieel als spiritueel.

hansstolpHans Stolp is pastor en auteur. In Amersfoort geeft hij elke zaterdag (buiten de schoolvakanties) themadagen over allerlei onderwerpen die met het esoterisch christendom samenhangen. Zie daarvoor www.stichtingdeheraut.nl. Voor de boeken die hij schreef en een verdere toelichting op zijn levensgang: zie www.hansstolp.nl en zijn boek Waar haal je het vandaan? dat in 2011 door Ankh-Hermes werd uitgegeven.

stervensbegeleiding_in_een_nieuwe_tijdHij schreef Stervensbegeleiding in een nieuwe tijd – Wie gelooft dat de dood het einde van de mens is, zal bijvoorbeeld gemakkelijk euthanasie adviseren. Waarom zou een mens meer moeten lijden dan nodig is? Maar wie inziet dat de dood niet alleen het einde is van het fysieke lichaam, maar ook de geboorte van de geest, zal zich afvragen wat er aan geboortebegeleiding bij het sterfbed nodig is. En dan blijkt dat euthanasie soms een voortijdige geboorte van een nog niet volgroeide geest betekent.

Zie: AnkhHermes symposium: Wat gebeurt er als je doodgaat? – Inzicht in leven en sterven

Foto boven: Leerhotel het Klooster
Foto Annemiek Schrijver: AS
Andere foto’s: AnkhHermes

God is niet verantwoordelijk voor het kwaad


God de schuld geven van het kwaad kan niet. De functie van God is om ons juist te verlossen van het kwaad. Het is een redeneerfout om aan God zulke eigenschappen toe te dichten dat we Hem verantwoordelijk kunnen houden voor het kwaad. ‘Wie een dergelijk beeld van God heeft, haalt de boel – de natuurlijke volgorde – door elkaar. Het is correct om te stellen dat God algoed is (en de wereld en de mens verdorven en slecht).’

Lachende theoloog Jan Riemersma stelt in zijn blogartikel God, Naturalisme en Menselijk Lijden dat God als oorzaak stellen van het kwaad fout is, ‘want men vervalt tot een cirkelredenering als men stelt dat God het lijden van de mens veroorzaakt heeft.’
Riemersma gaat in op het boek van Barbara King ‘Evolving God, A Provocative View on the origins of Religion’,  in de Nederlandse vertaling: ‘De spirituele aap. Waarom we in God geloven.’

De belangrijkste stelling van King is dat religie voortkomt uit ons vermogen tot empathie, het ‘meevoelen met onze soortgenoten’. – ‘Zeker,’ zegt Riemersma, ‘wij voelen met de ander mee, omdat we begrijpen dat er van het lijden een grote dreiging uitgaat. Zoals onze vriend daar op zijn stervensbed ligt, die voortdurend bloed hoest, zo zullen jij en ik aanstonds ook op ons stervensbed liggen. ‘Alle levende wezens zullen worden vernietigd: tot niets gemaakt worden. En we zitten er stilletjes bij te kijken. Mijn vriend, ik kan jou niet helpen. Vaarwel.’

Riemersma zegt dat we geen remedie hebben gevonden tegen het lijden. ‘De hedendaagse alchemisten, de geleerden, rekken onze levens met ettelijke jaren, een procedure die niet het lijden opheft, maar ons met duizenden tegelijk doorschuift naar andere, nieuwe vormen van lijden: we sterven niet aan kinkhoest en pokken, maar aan kanker en alzheimer. We kunnen vaststellen dat de wetenschap haar beloften (nog) niet heeft kunnen nakomen: het lijden als geheel is in al die jaren niet verminderd.’

Een van de reacties – van Gert Korthof – is dat het ‘verlossen van het kwaad’ kennelijk niet gelukt is. ‘Niet voor de slachtoffers van Hitler, Stalin, Mao, Pol Pot, Saddam Hussein, Pinochet, Ho Chi Minh en recentelijk de 3500 burger in Syrië. (De lijst is natuurlijk niet compleet.)’ Riemersma antwoordt hierop met te stellen dat het verlossen ‘natuurlijk bedoeld wordt na de dood. God is immers een bovennatuurlijk wezen?’

Voor Riemersma is het in ieder geval zo dat als we op de natuurlijke functie van religie letten, het dan in ieder geval klip en klaar is dat we aan God de eigenschap ‘al-goed’ mogen toeschrijven.

Zie: God, Naturalisme en Menselijk Lijden (update: blog opgeheven) 

Illustr: De Schreeuw, 1893 –  http://munchexperts.com