‘Wilders, de meest effectieve evangelist van de islam’

WAM.architecten_EssalamMoskee_Rotterdam_06.1.000

Aldus Bernhard Reitsma, hoogleraar aan de VU voor de bijzondere leerstoel kerk in de context van de islam. ‘Hoe harder er wordt geroepen dat we moeten oppassen met moslims, dat we vluchtelingen buiten de deur moeten houden, hoe meer jonge moslims zich afvragen: ‘Waarom? Wat is er zo erg aan mijn geloof dat mensen dit roepen?’ Ze gaan zich dan juist in de islam verdiepen, worden omarmd door een warme gemeenschap en raken overtuigd.’

Hoe bizar: Wilders, de meest effectieve evangelist van de islam. Tijd voor een politieke koerswijziging?’  (Reitsma)

Het lijkt een variant op wat je wel hoort in coachingsgesprekken: ‘Wat je veroordeelt en bevecht, wordt sterker.’ ‘Minder, minder, minder’ leidt zo uiteindelijk tot meer, meer, meer.

wildersspotprent.001 (5)

Reitsma, tevens docent bij de academie Theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede, geeft als voorbeeld de tweeduizend moslims die naar het vrijdagmiddaggebed gaan bij Azzedine Karrat (29), imam van de grootste moskee in Nederland, de Essalam-moskee in Rotterdam-Zuid. (Momenteel zijn er plannen voor een moskee in Rotterdam-West die drie keer zo groot wordt.) Veel jongeren met een islamitische achtergrond zijn intensief op zoek naar wat het betekent om moslim te zijn.

Karrat studeerde aan de Islamitische Universiteit in Rotterdam (IUR) en is daar ook docent. Bij de Essalam-moskee werden afgelopen november de slachtoffers van de aanslagen in Parijs herdacht door joden, christenen en moslims samen.

Betekent een sterke islamitische geloofsgemeenschap het einde van mijn geloof? Wat zegt dat dan over je eigen identiteit? Is die zo kwetsbaar? Het getuigt ook van weinig geloof in de Almachtige. Misschien is het juist wel heel leerzaam wat er in de Essalam-moskee gebeurt en doen we nieuwe inzichten op over secularisatie en kerkverlating.’ (Reitsma)

In het artikel Nieuwe kijk op secularisatie citeert Reitsma Karrat die stelt dat de secularisatie voorbij is en de islam weer gaat groeien. Overigens vervult hij een voortrekkersrol in het bouwen van bruggen tussen moslims en andere groepen in de Nederlandse samenleving.

Op de vraag of de islamitische gemeenschap ook te maken heeft met secularisatie, reageerde Karrat heel beslist: ‘Niet meer, dat is voorbij. Jonge moslims zijn op zoek naar de betekenis van hun eigen geloof. Vooral de laatste jaren wordt dat steeds sterker.’ (Reitsma)

Op Reitsma’s vraag of het tijd is voor een politieke koerswijziging geeft hij niet echt antwoord. Hij laat het bij de suggestie dat Wilders zijn kritiek op de islam eens op het christendom en hun heilige boek richt zodat christenen straks ook kunnen zeggen: ‘Secularisatie? Dat hebben we gehad.’

Zie: Nieuwe kijk op secularisatie

Foto: Essalam-moskee (wam-architecten.nl)

Spotprent (nos.nl): Moskeeën publiceren cartoon over Wilders (juni 2015.) Op de spotprent is Wilders te zien als een ontevreden kind, dat ‘Minder, minder’ schreeuwt, tegen de achtergrond van een bom. In de schaduw van de bom lopen andere mensen rustig door, het geschreeuw negerend. Zij bouwen ondertussen rustig verder aan Nederland, zegt woordvoerder Aissa Zanzen van de Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland (RMMN). 

Is religie een verkeerde interpretatie van mythologie?

THe_Four_Zoas
Timothy Freke en Peter Gandy zien als onderzoekers van wereld- en klassieke mystiek grote overeenkomsten tussen het verhaal van Jezus en die van stervende en verrijzende heidense godmensen, zoals Osiris, Dionysus, Mithras, Adonis en Orpheus. Ze leveren bewijs voor hun stelling dat Joodse ingewijden de mythen van Osiris-Dionysus bewerkten om het verhaal te creëren van een joodse stervende en weer verrijzende godmens, Jezus de Messias. Na verloop van tijd ging men deze mythe uitleggen als een historisch feit en het christendom van de dode letter was het resultaat.

Bovenstaande komt uit een recensie van hun boek Jesus and the Lost Goddess en De mysterieuze Jezus. Volgens het theosofische Sunrise legden dogmatische christenen – die christelijke verhalen letterlijk als historisch feit opvatten – overeenkomsten met oudere heidense mythen en figuren uit als plagiaat van de duivel ‘vóór het feit’ of als de historische verwezenlijking van gebeurtenissen die in andere culturen alleen als mythe voorkomen.

Religie is een verkeerde interpretatie van mythologie’, is een favoriete definitie van religie van cultuurfilosoof Joseph Campbell, en die bestaat uit het toekennen van een historische betekenis aan symbolen die strikt genomen naar spirituele zaken verwijzen.’ (Sunrise)

timfrekebatgapSymposium
Timothy Freke
 (foto: TF) is een Engelse filosoof. Hij heeft een eredoctoraat in de wijsbegeerte en is een internationaal gerespecteerde autoriteit op het gebied van spiritualiteit. Het boek The Jesus Mysteries van hem en Peter Gandy stond in Amerika en Engeland in de top-tien bestsellerslijsten. Freke is een van de sprekers op het symposium ‘Jezus en de ‘heidense’ mysteriën, toen… en nu?’ op zaterdag 7 november in Baarn.

Er zijn daar dan ook sprekers als cultuurhistoricus Jacob Slavenburg; theoloog Tjeu van den Berk; godsdiensthistoricus Annine E.G. van der Meer en filosoof Bram Moerland.

Jacob-SlavenburgVolgens Jacob Slavenburg (foto: JS) is Jezus een tweede leven gaan leiden. Na zijn aardse bestaan zijn er verschillende tradities gevormd. De bekendste is de kerkelijke traditie. Zij formuleerde dogma’s en geloofswaarheden die slechts ten dele berustten op de christelijke teksten die opgenomen werden in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Daarnaast ontstond er een traditie waarin niet alleen de persoon van Jezus, maar bovenal zijn leringen centraal stonden.

tjeuvandenberkmeinemaTjeu Van den Berk (foto: Meinema) stelt dat de dogmatische Christus zo volmaakt en vlekkeloos is dat al het andere in hem verduisterd wordt. Voor de moderne mens is hij nog maar moeilijk invoelbaar. De archetypische Christus echter is volgens Van den Berk juist niet volmaakt maar wel volledig. Hij herbergt de duisternis, satan, hij is een paradoxaal wezen. Kan de Christus vandaag de dag nog geherinterpreteerd worden, kan hij nog wel tot symbool worden?

annineegvandermeerVolgens Annine E. G. Van der Meer (foto: AvdM) bevinden zich – naar het Evangelie van Filippus – onder de talloze vrouwen die Jezus op zijn tochten vergezellen, de drie Maria’s: Maria de Moeder, Maria de Zuster en Maria de Bruid. Het traditionele christendom hemelde de maagdelijkheid van Maria de Moeder op en het verdonkeremaande Maria de Bruid. Deze vervanging had grote gevolgen voor de visie van tweeduizend jaar christendom op lichamelijkheid, vrouw-zijn en aardse materie.

brammoerlandwikiBram Moerland (foto: wikipedia) vraagt zich onder meer af of Jezus werkelijk heeft bestaan. En hoe zinvol die vraag eigenlijk is. Jezus is volgens hem zonder twijfel de hoofdpersoon uit een aantal verhalen uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. Maar die verhalen lijken verdacht veel op andere en eerdere verhalen uit lang vervlogen tijden. Het ziet ernaar uit dat Marcus, de eerste zogenaamde biograaf van Jezus, kwistig leentjebuur speelde in zijn mythische Umwelt.

Symposium Gnostiek | 7 november 2015 | Baarn (nadere gegevens volgen) | 10.00 tot 17.00 uur | De dagprijs voor het symposium is € 75 of € 50 naar draagkracht | In de prijs inbegrepen zijn een eenvoudige lunch, koffie en thee | Nadere bijzonderheden zoals dagindeling, routebeschrijving, parkeren e.d. volgen | Inschrijven en informatie bij Hanneke Hoekstra: 7novsymposium@gmail.com

Illustr: De Vier Zoas uit de mythologie van William Blake. Zij vormen de vier goddelijke onderdelen van de oermens Albion, namelijk instinct & kracht, rede & traditie, liefde & passie, en inspiratie & inbeelding. (William Blake Archive)

De filosofie van Christus, met dank aan de Verlichting

JuniusBassus (1)

Een van de redenen die Frédéric Lenoir ertoe heeft aangezet om het boek De filosofie van Christus te schrijven, is dat de diepgaande vernieuwing van Christus’ boodschap vergeten is en zelfs omgevormd tot het exacte tegendeel ervan. Het christendom is sindsdien onbegrijpelijk voor wie de grondteksten niet kent. Lenoir verwijst hiermee naar de kritiek van Jacques Ellul en Søren Kierkegaard. ‘Het kerkelijk instituut heeft zich afgekeerd van zijn grondleggers’.

kierkegaard

Volgens Lenoir was Søren Kierkegaard (sorenkierkegaard.nl) een ‘gekweld christen’ en voelde hij zich de titel christen onwaardig. De beroemde gelovige stelde dat de ‘christenheid’ (de Europese samenleving) de boodschap van het Nieuwe Testament voortdurend de rug heeft toegekeerd.

Het werkelijke christendom bleek er volledig door te zijn verdraaid. Geen woorden zijn hem [Kierkegaard] te hard om de christenheid af te wijzen: ‘deze misdaad’, ‘deze illusie’, ‘dit bedrog’, ‘dit slappe citroenwater’, ‘deze walgelijke dikdoenerij’. (Lenoir)

Het christendom is afgeschaft door zijn verbreiding, door de miljoenen zogenaamde christenen, wier aantal de afwezigheid van de ware christenen en de onwerkelijkheid van het christendom verhult.’ (Kierkegaard)

jacquesellul

Dit vindt weerklank bij de Franse scherpzinnige denker en geëngageerd christen Jacques Ellul (aitheoloog.nl), die langer stilstaat bij de manier waarop deze omkering zich heeft voltrokken. In het essay Subversief christendom van deze jurist, historicus, theoloog en socioloog, schrijft hij:

Hoe is het mogelijk dat de ontwikkeling van de christelijke samenleving en de kerkelijk samenleving een maatschappij heeft doen ontstaan, een beschaving en een cultuur die zo volledig het tegendeel vormen van dat wat de onweersprekelijke tekst is van de Tora en de profeten, als van Jezus en Paulus? Ik zeg volledig en bedoel dat ook. Er is niet slechts tegenspraak op een enkel punt, maar op alle punten.’

Volgens Ellul is het historische christendom een religie geworden, een zedenleer en een macht die zichzelf heeft verrijkt.

Nu ondermijnde de hele boodschap van het Nieuwe Testament de religie, de moraal, de macht en het geld. Door zich af te keren van de boodschap van zijn grondleggers heeft het kerkelijke instituut dus op zijn beurt het christendom ondergraven. De kerk heeft het christendom teruggebracht tot het niveau van een godsdienst (met zijn rituelen en dogma’s) en een moraal (van plicht en onderworpenheid) zoals vele andere, en ze heeft zich laten omkopen door macht en geld.’

fredericlenoirtenhave

Jezus bleef volgens Frédéric Lenoir (foto: Ten Have) wel trouw aan wat hij noemde ‘de wil van zijn vader’ en is niet gestorven omdat God behoefte had aan smart, maar eenvoudigweg omdat Jezus tot aan het einde toe trouw bleef aan de waarheid die hij kwam brengen. Dat is zonder twijfel, vervolgt Lenoir, de reden waarom zijn woorden tweeduizend jaar later nog zo juist klinken.

Lenoir begint zijn boek met een verhaal uit Dostojevski’s De broers Karamazov: een episode van de grootinquisiteur; over de legende van de terugkeer van Christus op aarde. Dostojevski legt hierin het accent op wat hem het belangrijkste lijkt: de kerk heeft Christus’ boodschap van vrijheid verworpen uit naam van menselijke zwakte, om haar macht te vestigen. Jezus bood weerstand, daar waar de kerk bezweek  voor de verleiding.

Opmerkelijk vind ik genoemde uitspraak van Lenoir dat het kruis van Christus niet staat voor de Zoon die lijdt om de toorn van de Vader tot bedaren te brengen, zoals wordt opgevat binnen een doloristische (= de verheerlijking van het lijden, PD), opofferingsgezinde theologie:

Zo’n voorstelling is in tegenspraak met de hele leer van Christus en met zijn openbaring van een liefhebbende God. Jezus accepteert zijn dood, omdat hij geen andere uitweg heeft om trouw te blijven aan zijn boodschap, die onverdraaglijk is voor de religieuze autoriteiten van zijn tijd.. Hij moet ofwel zwijgen en verdwijnen, ofwel zijn boodschap verloochenen, ofwel tot het einde de consequenties aanvaarden en de prijs daarvoor betalen.’

Volgens Lenoir, die ook de grote verdiensten van de kerk beschrijft, werden de geestelijken verblind door het verpletterende succes van hun religie en proefden van de macht.

De kerk werd sterker en ging zich geleidelijk meer met zichzelf bezighouden dan met haar oorspronkelijke doelstelling. Het evangelie werd nog altijd verkondigd, maar de kloof tussen de geboden van Christus en de kerkelijke praktijken werd steeds groter, omdat die meer en meer gericht waren op haar instandhouding, ontwikkeling en gezag.’

De filosofie van Christus, zijn meest fundamentele ethische leer, zo stelt Lenoir al in het begin van zijn boek, ‘bereikte de mensen niet langer door de deur van de kerk, maar keerde terug door het raam van het humanisme van de renaissance en de verlichting!’

Terwijl de kerk met haar inquisitiepraktijken drie eeuwen lang de christelijke leer van de menselijke waardigheid en de geloofsvrijheid aan het kruis spijkert, herleeft deze boodschap dankzij de humanisten.’

En deze paradox vormt het hoofdthema van het boek De filosofie van Christus.

de_filosofie_van_christus_isbn_9789079001132_1_1415502285

De filosofie van Christus | Frédéric Lenoir | ISBN 9789079001132 | Ten Have | 2008 | 270 pag.

Frédéric Lenoir is filosoof en godsdiensthistoricus. Hij werkt als onderzoeker aan de Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales te Parijs en is hoofdredacteur van Le Monde des Religions. Hij schreef vele essays en historische romans. Zijn werk is in veel talen vertaald.

Lenoir beschrijft hoe de filosofie van Christus werd vertroebeld door kerkelijke instituties, toen in de vierde eeuw het christendom de officiële religie van het Romeinse Rijk werd. Pas duizend jaar later beleeft deze filosofie een nieuwe ‘geboorte’, als Renaissance- en Verlichtingsfilosofen een beroep op haar doen om de Europese samenleving te bevrijden van het juk van de kerk en een modern humanisme stichten. (Ten Have)

Illustr: Christus als leraar – Detail van de sarcofaag van Junius Bassus uit circa 359, gevonden in 1595, bij het graf van Petrus, tijdens bouwwerkzaamheden in de Sint-Pieterskerk in Rome, onder de vloer. (johnveldhuis.com)
– De hemel is niet leeg. Het leven is niet louter een product van de wetten en van het toeval van de materie, maar in alles en tegelijk ook boven alles staat een persoonlijke wil, staat Geest, die zich in Jezus als Liefde heeft geopenbaard. De vroegchristelijke sarcofagen brengen dit inzicht in beeld – in het aangezicht van de dood, wanneer de vraag naar de zin van het leven onontkoombaar wordt. De gestalte van Christus wordt op de vroege sarcofagen vooral op twee manieren uitgelegd: als filosoof en als herder. (rkdocumenten.nl)

update 10 05 2023

Christendom geen vlucht in wereldvreemd ascetisme

DSCF1536
‘Het christendom is vooral in het leven geïnteresseerd.’ Dus niet, zoals regelmatige beweringen stellen, ‘een vlucht in een onthecht wereldvreemd ascetisme’. Aldus filosoof Emanuel Rutten in zijn artikel Is het christendom een vorm van wereldverzaking? Hij stelt dit met behulp van criteria uit de hermeneutische wetenschappen voor tekstinterpretatie. ‘Deze criteria helpen ons om een verantwoord onderscheid te maken tussen meer en minder geslaagde tekstinterpretaties.’

‘Het christendom, zoals dat uit de Bijbel naar voren komt, verzet zich juist tegen de gedachte dat de stoffelijke zijde van de werkelijkheid minderwaardig is. En dit ligt zelfs voor de hand. Volgens het christendom heeft immers alles in de kosmos, zowel de geest als de materie, God als uiteindelijke oorsprong. En in Genesis lezen we dat God, nadat de schepping van wereld en mens voltooid was, zag dat heel de schepping goed is. Hieruit volgt dat het materiële niet als inferieur gezien kan worden.’

In het artikel gaat Rutten in tegen de bewering dat het christendom een ascetische vlucht betreft uit ons alledaags bestaan en zich af zou keren van de concrete materiële ervaringswereld. Hij doet dat aan de hand van vele teksten uit de Bijbel – primair houdt hij zich bezig met de centrale grondmotieven ervan: wat willen de Bijbelverhalen werkelijk zeggen?

Rutten brengt Jezus regelmatig voor het voetlicht en bespreekt onder meer Zijn aanvullen van een wijnvoorraad, Zijn kritiek op de sabbat: ‘De sabbat is gemaakt voor de mens, de mens niet voor de sabbat.’ Zijn wonderbaarlijke genezingen: Hij is gericht op de gehele mens, zowel op zijn ziel als op zijn lichaam. Jezus stond met Zijn stoffelijk lichaam op, dat zou niet passen bij een religie die het materiële als minderwaardig beschouwt. Ook haalt Rutten het Hooglied aan, ook niet verenigbaar met een ascetische loochening van het aardse.

‘De centrale gedachte van de Bijbel staat dan ook haaks op een gespleten visie op de kosmos. Het past niet bij Bijbelse verhalen om uit te gaan van twee verschillende sectoren van de schepping, namelijk enerzijds een ontaard profaan gebied van de materie, het lichaam en de hartstochten waar God niets mee te maken zou willen hebben, en anderzijds een geestelijk contemplatief domein waar men God waarlijk kan dienen. Een dergelijke dichotomie, met bijbehorend pessimisme ten aanzien van het materiële en zinnelijke, is het christendom volkomen vreemd.’ 

Kierkegaard wordt aangehaald: ‘Is dan alleen de rede gedoopt, zijn de hartstochten heidenen?’ De rede staat hier volgens Rutten voor de contemplatieve geestelijke sfeer, terwijl de hartstochten verwijzen naar het aardse, het zinnelijke, het lichamelijke. Inderdaad, natuurlijk zijn ook de hartstochten gedoopt.

‘Het christendom is dan ook niet alleen maar in het geestelijke geïnteresseerd. Zij omarmt ook het aardse. De hele mens, lichaam en geest, is voor het christendom van belang.’ 

Zie: Is het christendom een vorm van wereldverzaking?

Foto: PD – Engel met gsm op het dak van de Sint Janskathedraal Den Bosch