‘Grandioze visie in het evolutionair denken’

HIRES_NaturalHistoryMuseum_PictureLibrary_CMYK

In zijn essay Thuis in de kosmos laat godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes zien wat voor een grandioze visie in het evolutionair denken besloten ligt. ‘Een visie die in mijn ogen door gelovigen én ongelovigen gedeeld kan worden, en die hen wellicht kan verbinden in een gedeelde visie op de zin van ons bestaan.’ Dan komen we natuurlijk Darwin tegen, en het ‘Epos van Evolutie’, en komen we via de evolutie van het heelal, evolutie van het leven op aarde en die van de mens, uit bij de mens als locus van kosmisch zelfbewustzijn en een thuis voor God. 

Darwin laat volgens Smedes zien hoe de evolutietheorie raakt aan levensbeschouwing en dat is precies wat Smedes zelf ook raakt. Het komt mij voor dat hij (mede) daardoor dit essay heeft geschreven. De evolutietheorie beschrijft en verklaart de ontwikkeling van het leven op Aarde, stelt Smedes. Bij de filosoof en theoloog komen – hoe kan het ook anders – filosofische en theologische vragen op door zijn ontmoeting met de wetenschappelijke evolutietheorie.

Door de evolutietheorie is de mens zichzelf gaan zien als een specifieke diersoort. De evolutietheorie levert interessante feiten op, maar waar we ons leven vooral door laten bepalen zijn de implicaties daarvan: wat betekent het allemaal?’

Smedes wordt geïnspireerd door, wat religieuze naturalisten en sommige wetenschappers noemen, het ‘Epos van Evolutie’: een zingevend en zinstichtend verhaal. Deze natuurwetenschappelijke geschiedenis van de evolutie van het heelal en van het leven op Aarde toont aan hoe alles met alles samenhangt, op een wijze die bij de schrijver niets minder dan een haast mystieke ervaring uitlokte. In dit essay wordt het ‘een verhaal met een verrassende twist, want de mens speelt misschien helemaal niet zo’n kleine rol in het geheel als vaak wordt gedacht…’

In het kort vertelt Smedes het natuurwetenschappelijk verhaal: over de oerknal, de eerste sterren. Hij vertelt beeldend dat het metaal van de trein waarin je zit, ooit lang geleden in de sterren is gevormd en door een supernova-explosie het heelal in werd geslingerd. En dat het later op Aarde begon te regenen: de hemelsluizen gingen open. En dat de oudste sporen van microscopisch leven van zo’n 3,5 miljard jaar geleden dateren, of misschien nog ouder zijn.

Dan gaat het over de evolutie op Aarde. Darwin komt er weer bij: hij accepteerde het idee van ‘ontwerp’ in de natuur, het idee van functioneel georganiseerde eigenschappen.

Er was dus ontwerp, maar een bovennatuurlijke Ontwerper was niet langer nodig. Dat was een tamelijk dramatisch inzicht. En dat is het voor veel gelovigen nog steeds, getuige de telkens weer opduikende pseudowetenschappelijke ideeën van bijvoorbeeld creationisten, die pogen om de evolutietheorie in diskrediet te brengen en een bovennatuurlijke, goddelijke Ontwerper als alternatieve verklaring voor biologisch ontwerp te geven.’

De auteur stelt dat de mens niet van de aap afstamt (‘zoals vaak wordt gedacht, alwéér een mythe’), maar dat mens en chimpansees een gemeenschappelijke voorouder hebben, een mensaap die tussen de vier en zeven miljoen jaar geleden op Aarde rondliep. Het idee van een gemeenschappelijke voorouder blijkt echter nog veel dieper te gaan: alle leven op aarde heeft een gemeenschappelijke voorouder.

In het ongrijpbaar diepe verleden van het leven op Aarde is ooit een eencellige geweest die de voorouder is geworden van alle leven. Het gras in de tuin, de boom in het bos, de slak op het blad, de spin voor het raam, de zebra’s, giraffen en olifanten op de Afrikaanse savanne… Al het leven op Aarde komt samen en is aan elkaar verwant door die ene eencellige die ooit, lang geleden, het eerste leven op Aarde was. Dat feit alleen al wekt diepe verwondering.’

Dan de evolutie van de mens. Dat de mens van een aap afstamt, is strikt gesproken onjuist, zegt Smedes weer en voegt er olijk aan toe:

Maar als we het wezen waar uiteindelijk ook de mens uit voortgekomen is, vandaag op straat zouden tegenkomen, dan zouden we het eerder in de dierentuin plaatsen dan in een gemeubileerd appartement.’

De mens blijkt ineens een soort te zijn – homo sapiens – met een heel eigen geschiedenis.

En dan niet een geschiedenis die slechts 6000 jaar geleden begon bij de schepping van Adam en Eva door God, maar een geschiedenis die onvoorstelbaar ver teruggaat en verstrengeld is met de geschiedenis van het leven op de Aarde, en uiteindelijk zelfs ligt ingebed in de geschiedenis van het heelal.’

thuisindekosmos

Drie krenkingen van de mens, noemt Smedes als hij naar Freud verwijst. Een kosmologische: het narcistische idee dat de mens het middelpunt van het heelal zou zijn. En een biologische: de mens blijkt niet anders of iets meer dan een dier. En een psychologische: de innerlijke vrijheid van de mens blijkt een illusie. Als klap op de vuurpijl onttoverde de wetenschap ook nog eens de kosmos en vindt de mens zich eenzaam terug te midden van het nihilisme.

Zin en betekenis worden niet langer gevonden of ontdekt. Het heelal blijkt een koude plek, zinloos, gevoelloos en doelloos opererend. En wij doen er vanuit kosmisch perspectief niet toe. Het heelal maalt niet om onze aanwezigheid.’

De mens vindt geen zin en betekenis meer, stelt Smedes, maar moet die zelf creëren. Hij verwijst naar Blaise Pascal die schreef: ‘De eeuwige stilte van deze eindeloze ruimte vervult me met angst.’ Maar, en nu wordt het interessant, zegt ook Smedes, onze hele waardigheid ligt in het denken.

Fysiek moet ik in de kosmos mijn meerdere erkennen. Maar als het op denkvermogen aankomt, op reflectie en zelfbewustzijn, ja, dan heeft de mens het overwicht.’ (Pascal)

Bij Pascal blijft de mens de ontheemde, stelt Smedes, degene die strijdt tegen de leegte en zinloosheid, en daar door het denken misschien enigszins vat op krijgt, maar de vervreemding tussen mens en kosmos wordt bij Pascal echter niet overwonnen. Tasmedes vraagt zich vervolgens af:

Hoe dan verder?’

(Wordt vervolgd)

Thuis in de kosmos – Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. |  Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49

Beeld: De Cambrische zee wemelde van nieuwe soorten dieren, zoals het roofdier Anomalocaris (midden). – Een evolutionaire uitbarsting van 540 miljoen jaar geleden vulde de zeeën met een verbazingwekkende diversiteit aan dieren. De trigger achter die revolutie komt eindelijk in beeld. (nature.com)

‘Natuur en mens scheppen hemel en aarde’

Luis_Argerich_Two_Types_of_Clouds (Flickr)

‘Ooit werd God beleden als de Schepper van hemel en aarde. Nu wordt gesuggereerd dat ‘de Natuur’ en de mens samen via kwantumprocessen en waarneming deze werkelijkheid maken tot wat ze is.’ Aldus godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes in zijn recensie van The Universe, Life and Everything. (Een knipoog naar Life, the Universe and Everything van Douglas Adams, de schrijver van The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy, waarin ’42’ het antwoord was op de ultieme vraag over het Leven, het Universum, en Alles.) Het tegenspel van Sarah Durston en Ton Baggerman (The Universe, Life and Everything) ligt ietwat gecompliceerder.

Eerst was er de bijeenkomst Dawn of a new age in science – een nieuw tijdperk in de wetenschap? Dit was op 21 oktober de vraag van de KNAW, De Jonge Akademie en het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS-KNAW). Gesteld werd dat er een omslag gaande is in de manier waarop we over wetenschap nadenken. Ons huidige wetenschappelijke paradigma stamt van de ideeën van Descartes en Newton en is 350 jaar oud:

Het is ontzettend krachtig geweest en ligt aan de basis van de verlichting, onze moderne technologie en Westerse welvaart. Maar er zijn fenomenen die binnen dit ideeëngoed niet goed verklaard kunnen worden, zoals bewustzijn en ontwikkelingen in de moderne fysica. Bovendien vragen de huidige klimaat- en humanitaire crises om een nieuwe kijk. Diverse experts gaan in op deze onderwerpen en onderzoeken of het tijd wordt om de aannames van ons wetenschappelijke paradigma aan de kaak te stellen.’ (KNAW)

Experts boog zich over de vraag of het tijd wordt om de manier waarop over wetenschap nagedacht wordt, te veranderen. Dat deden zij aan de hand van verschillende onderwerpen die niet goed vanuit de huidige wetenschappelijke paradigma’s te verklaren zijn. Tijdens die bijeenkomst werd het boek The Universe, Life and Everything van Sarah Durston, hoogleraar ontwikkelingsstoornissen van de hersenen, Universitair Medisch Centrum Utrecht, en psychotherapeut Ton Baggerman, gepresenteerd. Hierover schreef Smedes de recensie Het wereldbeeld van Descartes en Newton voorbij in het ND.

Er lijkt behoefte aan een nieuw wereldbeeld dat recht doet aan hedendaagse natuurwetenschappelijke inzichten en daarmee het mechanistische wereldbeeld van Descartes en Newton aflost. Een wereldbeeld dat niet langer het menselijk bewustzijn tot hersenactiviteit reduceert – wij zijn immers niet ons brein – maar dat bewustzijn tot spil maakt waaromheen alles draait.’ (Smedes)

Volgens Smedes is dit de boodschap van het boek. Het idee dat we een ‘nieuw wereldbeeld’ nodig hebben, hoor je volgens de theoloog toch meestal van mensen die zich bezighouden met esoterie of wat vroeger ‘new age’ genoemd werd. De schrijvers nu stellen dat het oude wereldbeeld van Descartes en Newton – waarin de wereld bestaat uit relatief losstaande brokken materie (‘atomen’), geregeerd door deterministische wetten, en waarin ruimte en tijd absolute grootheden zijn – dat dit oude wereldbeeld aan een flinke upgrade toe is.

Smedes stelt dat er iets gaande is in de natuurwetenschappen waardoor de laatste jaren bij steeds meer wetenschappers het besef ontwaakt dat we een revolutie nodig hebben.

Er zijn nieuwe wetenschappelijke inzichten die hierom vragen, zoals de onverklaarbaarheid van het verschijnsel ‘bewustzijn’, de centrale rol die het bewustzijn van de waarnemer lijkt te spelen in processen op kwantumniveau (dus het fundamentele niveau van materie), en nieuwe wetenschappelijke inzichten zoals dat tijd en ruimte relatief zijn en dat alles met alles samenhangt.’ (Smedes) 

Theuniverselifeandeverything

De godsdienstfilosoof blijkt kritisch in zijn recensie, en heeft het idee dat de schrijvers met de kwantumfysica aan de haal gaan, en noemt het zelfs quasimystiek als zij schrijven over de vraag in hoeverre de mens zelf zijn werkelijkheid schept, en over synchroniciteit.

Het bewustzijn van de mens krijgt een cruciale rol toebedeeld. Natuur en mens werken samen in het scheppen van de werkelijkheid. Bij betekenisvol toeval wordt duidelijk hoe menselijk bewustzijn en Natuur samenwerken.’ (Smedes)

Smedes kan zich niet aan de indruk onttrekken dat in dit boekje – waarin volgens hem God angstvallig buiten de deur wordt gehouden – uiteindelijk de natuurwetenschappen voor het karretje van de geesteswetenschappen worden gespannen om vragen te beantwoorden die ten diepste zinvragen zijn.

The Universe, Life and Everything | Sarah Durston, Ton Baggerman | Uitgeverij Amsterdam University Press | ISBN 9789462987401 | oktober 2017 | Blz. 128 | € 14,99

Zie: Het wereldbeeld van Descartes en Newton voorbij

Beeld: Luis Argerich (Flickr)