De auteur van Geloven vandaag?, theoloog Manuel Cabello (Universiteit van Navarra), gaat rechtstreeks de confrontatie aan met de vraag wat we over Jezus kunnen zeggen als we ons uitsluitend beperken tot de historische feiten. Hij doet dat, samen met andere vragen, in dialoog met filosofen als Blaise Pascal, John Henry Newman, Joseph Ratzinger en een groot aantal intellectuelen afkomstig uit verschillende disciplines. Cabello wordt in Didoc geïnterviewd door Jacques Leirens.
‘De vraag over het bestaan van God behoort strikt genomen niet tot de apologetiek, maar tot de filosofie, met name tot de tak van de filosofie die klassiek ‘natuurlijke godsleer’ wordt genoemd, ook nog, ‘theodicee’. Veel denkers hebben al altijd beweerd dat de filosofie het bestaan van God kan bewijzen. Denk maar aan de beroemde ‘vijf wegen’ of het ‘ontologisch argument’.’
Cabello concludeert dat het niet onredelijk is te geloven in het bestaan van een wezen dat aan de oorsprong van het universum ligt. Leirens vraagt zich af of Cabello kan vertellen hoe hij tot de volgende stap van de apologetiek komt: dat God tot ons heeft gesproken, meer nog, dat hij op de aarde is ‘afgezakt’ in de persoon van Jezus Christus. De theoloog zegt hierop dat hij zich nooit een zwijgende God heeft kunnen voorstellen.
‘Als we tot de conclusie komen dat er een alwetend en almachtig wezen is, dat aan de oorsprong van het universum ligt, en dus ook van ons leven, dan vind ik het niet onredelijk het volgende te beweren: als dit wezen er zo veel belang aan hecht dat wij bestaan, dan is het zeer goed mogelijk dat het ons ook iets gezegd heeft over wat hij van ons verwacht.’
Elke redelijke persoon zou volgens Cabello dan moeten besluiten dat het uiterst interessant zou zijn te weten te komen wat die God ons te vertellen heeft, want het is zeker oneindig veel belangrijker dan al wat Aristoteles, Kant of Einstein hebben kunnen zeggen. Hij vindt het onthutsend vast te stellen dat men hiervoor vaak geen redelijkheid kan opbrengen.
‘Kritisch en grondig de mogelijkheid onderzoeken van een God die tot ons spreekt, lijkt me redelijker dan mijn kritische geest bij voorkeur te gebruiken om alle mogelijke aanwijzingen van een goddelijke boodschap a priori belachelijk te maken of te proberen weg te moffelen. Dit laatste lijkt me niet verstandig.’
Leirens vindt het nog niet aangetoond dat God zelf ons zijn boodschap heeft overgebracht, door toedoen van Jezus van Nazareth, zoals christenen geloven. Cabello beaamt dat niet te bewijzen is dat Jezus van Nazareth, zoals we Hem door de evangelies kennen, ons Gods eigen woord is komen verkondigen, en nog minder, dat hij God zelf is.
‘We kunnen wel historische argumenten aanvoeren, zoals de apologetiek al 20 eeuwen doet, om te ‘tonen’ (dus niet ‘aantonen’) dat deze bewering verre van rationeel ongegrond is. Dat is wat ik in het tweede hoofdstuk van mijn boek heb willen doen.’
De interviewer lijkt het mysterie van Jezus Christus van enorm belang, zo mogelijk nog meer voor de christenen van deze tijden dan voor die van de eerste tijden en vraagt aan Cabello of hij ons eerst kan zeggen of we met zekerheid kunnen zeggen dat Jezus van Nazareth werkelijk geleefd heeft.
‘In de mate dat de geschiedkunde van toen in staat is zekere feiten over te brengen, kunnen we daar bevestigend op antwoorden: Jezus van Nazareth is een historische figuur, die in Palestina heeft geleefd toen Pontius Pilatus daar prefect was; hij werd gekruisigd, is gestorven en zijn leerlingen beweerden dat hij verrezen is. Dit zijn feiten die ook door Joodse en Romeinse historische bronnen worden vermeld. Er zijn ook talrijke andere woorden en daden van Jezus door de evangelies en andere boeken van het Nieuwe Testament overgeleverd en die we met vrij grote zekerheid kunnen bevestigen.’
Cabello voegt eraan toe dat als we niet twijfelen aan het bestaan van Seneca of Vergilius of andere figuren van de vroege oudheid, zoals Homerus of Socrates, hij niet inziet waarom men het bestaan van Jezus in twijfel zou trekken, tenzij omwille van antichristelijke vooroordelen.
Leirens vraagt hem naar de goddelijkheid van Jezus Christus, daar het hem moeilijker lijkt om zich hier met puur rationele argumenten over uit te spreken. Cabello stelt dat we op dit punt we alleen mogen uitgaan van christelijke bronnen, met name het Nieuwe Testament en vooral de vier evangelies. Hij zegt dat hier het bekende probleem rijst van de historische betrouwbaarheid van deze bronnen.
‘De betrouwbaarheid van de christelijke bronnen werd al in de oudheid betwist, bijvoorbeeld door Celsus. Origenes heeft zijn kritiek vrij goed gecounterd. Op een meer systematische manier, maar eerst nog in beperkte mate, begon men in de protestantse wereld van de 18de eeuw vraagtekens te zetten bij die bronnen, met name door het werk van Hermann Samuel Reimarus, postuum uitgegeven door Gotthold Lessing.’

Cabello krijgt de vraag voorgelegd welke het voornaamste argument is dat ons toelaat om aan te nemen dat Jezus God is. De voornaamste reden is volgens Cabello de samenloop van twee feiten: het feit dat Jezus uitdrukkelijk zijn goddelijkheid heeft geclaimd en het feit dat zijn opstanding zijn claim heeft bevestigd.
‘(Let wel, ik antwoord op uw vraag, ik wil dus zeker niet zeggen dat dit argument op zich de kracht bezit om het geloof op te wekken, maar gewoon dat het volgens mij een sterk argument is dat de weg naar het geloof kan voorbereiden.)’
De auteur van Geloven vandaag? wil er nog aan toevoegen dat het bestaan van de Kerk ook een sterk argument is dat pleit voor de geloofwaardigheid van de verrijzenis.
‘Het krachtig ontluiken van de Kerk ‘op het lijk’ van een mislukte pseudo-messias is in mijn ogen ondenkbaar.’
In de 19de eeuw brak het zogenaamde liberale protestantisme door, vervolgt Cabello, en zegt dat het met een vreemdsoortige ijver de betrouwbaarheid van de evangelies heeft proberen te ondermijnen en hierbij een aantal katholieke theologen in hun kielzog heeft meegesleept, onder meer theoloog Alfred Loisy, die aan de oorsprong van de modernistische beweging staat.
‘Sedertdien heeft het onderzoek van de Bijbel wel veel vooruitgang geboekt. Je kunt zelfs zeggen dat de historische betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament er sterker uitgekomen is.’
In dit verband vindt Cabello het boek over Jezus van Joseph Ratzinger of Benedictus XVI van groot belang.
‘Want het is een praktische demonstratie van het feit dat het redelijk is de goddelijkheid van Jezus Christus te affirmeren uitgaande van het Nieuwe Testament, met name uitgaande van die teksten die ook door het grootste deel van de critici geaccepteerd worden.’
Geloven vandaag? – Christendom en moderne rede | Manuel Cabello | 2017 | Uitgeverij De Boog | ISBN 9789062570645 | 224 pagina’s | Paperback | € 13.50 | E-book € 8.80 | Leesproef |


