‘Het gaat niet om wat je gelooft, maar hóé je dat doet’

‘Alle fundamentalisten, of ze nou religieus zijn of extreemrechts of radicaal-links, baseren zich op een tekst of een autoriteit die ze als hun fundamentals beschouwen en waar ze blind op varen,’ zegt filosoof en theoloog Rik Peels. Hij kreeg vorig jaar 1,5 miljoen euro van de Europese Onderzoeksraad voor een onderzoek naar fundamentalisme. Inmiddels heeft hij daarmee voor wel drie miljoen aan deelprojecten kunnen uitzetten. Filosofen, theologen, religiewetenschappers, historici, juristen, sociale wetenschappers, economen, criminologen, psychologen en psychiaters worden erbij betrokken.

Gedeeltelijk worden fundamentalistische overtuigingen geïnspireerd door persoonlijke oorzaken, maar de groepsdynamiek is tegelijk belangrijk. Kijk naar fundamentalistische jongeren die zich afkeren van hun moskee en zelf op internet op zoek gaan naar interpretaties van Koranteksten, en zo deel uit gaan maken van een virtuele gemeenschap.’ 

Een team van zes onderzoekers staan klaar, maar evenveel buitenpromovendi werken mee in hun eigen tijd en doen op eigen kosten promotieonderzoek, zei Peels afgelopen woensdag in Ad Valvas in een interview met Peter Breedveld. Veel studenten als stagiair, en werkend aan hun masterscriptie, draaien in het project mee. In de groep zitten christenen, moslims, atheïsten, hindoes en agnosten, jongeren en ouderen.

‘Het gaat niet zozeer om wat je gelooft, maar hóé je dat doet.’
(Rik Peels)

Peels sluit niet uit dat enkele teamleden, verdeeld over de faculteit Religie en Theologie en de faculteit Geesteswetenschappen van de VU Amsterdam, in bepaalde opzichten zelf naar fundamentalisme neigen, maar dat ziet hij niet als een risico dat het project ondermijnt.

Het kan juist een kracht zijn dat mensen hun eigen ervaringen meebrengen in het onderzoek. Het risico zit ’m juist in onderzoek dat louter vanuit het perspectief van de derde persoon wordt gedaan. Zoals ik al zei: fundamentalisten zijn niet zo heel anders dan wij. Als een deel van de onderzoekers zich in hen kan verplaatsen, maakt dat het alleen maar spannender.’

Peels onderzoeksgroep kijkt ook naar de zogeheten intellectual vices: intellectuele ondeugden, zoals dogmatisme, narrow-mindedness en intellectuele hoogmoed.

‘Dan zie je dat er een zekere overlap is met de neiging om in samenzweringstheorieën te geloven, wat je vaak bij fundamentalisten ziet: zij tegen de rest van de wereld.’

Volgens Peels hebben veel fundamentalisten, of ze nou religieus zijn of niet, met elkaar gemeen dat ze geloven dat er ooit een paradijselijke toestand is geweest, dat er toen een val kwam waardoor de wereld gebroken is. 

Fundamentalisten zien het als hun taak die paradijselijke toestand te herstellen, dat zie je bij sommige orthodoxe gereformeerden en salafisten, maar bijvoorbeeld ook bij de actievoerders van Extinction Rebellion en bij een bepaalde aanhang van Forum voor Democratie die gelooft dat er ooit een blank-boreaal Europa was waar hij weer naar terug wil.’ 

Wat zou er uit het onderzoek komen als Peels zijn licht erop heeft laten schijnen? Het onderzoek duurt vijf jaar. In Trouw zei Peels een jaar geleden dat ‘het doel is om ideeën en concepten te ontwikkelen die precies dit doen: onderzoekers dichter bij de geest van een fundamentalist brengen’.

Filosofie Magazine vroeg vorig jaar aan Peels hoe zijn onderzoek uiteindelijk zal uitmonden in een beleidsstuk dat de wetenschappelijke resultaten vertaalt naar de praktijk; hoe dat er uit zal zien.

Als je radicalisering wilt aanpakken door die te voorkomen of te genezen, moet je eerst begrijpen hoe radicalisering in het hoofd van een fundamentalist werkt. Daar ligt mijn taak als wetenschapper. Het is mijn expertise om onderzoek te doen, de literatuur te kennen, en hierdoor mensen die een wending hebben gemaakt naar het fundamentalisme beter te begrijpen. Naarmate mijn onderzoek vordert, zal ik veel gaan praten met mensen die aanzienlijk dichter op de praktijk zitten, zoals de veiligheidsdiensten. Bij de vertaling van de resultaten naar de concrete praktijk heb ik hen hard nodig.’

Zie:
* ‘Fundamentalisten zijn niet zo heel anders dan wij’ (Ad Valvas, onafhankelijk platform van de Vrije Universiteit Amsterdam)
* Wat is eigenlijk een fundamentalist? (filosofie.nl)
* Deze filosoof kruipt in het hoofd van fundamentalisten (Trouw)

Collage: Paul Delfgaauw
, maart 2017.

De Verlichting wilde geen religiefilosofie

philosophy-image-question-surrealist-problem-screenshot-163815-pxhere.com (1)

Onder invloed van de Verlichting zijn in de loop der jaren bewust allerlei niet-westerse filosofen uit de canon voor de filosofiegeschiedenis weggelaten. Dit vanuit de gedachte dat die meer met religie of spiritualiteit te maken hadden dan met filosofie. Filosofiedocent Carlo Ierna: ‘Daardoor zijn Chinese, Indiase en Afrikaanse filosofen letterlijk uit de canon weggeschreven. Ook veel vrouwelijke filosofen zijn eruit gegooid.’ Men vond vrouwen te irrationeel om filosofie te kunnen bedrijven. Ierna krijgt nu van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) een Comenius Teaching Fellow van 50.000 euro om de canon van de filosofiegeschiedenis te vernieuwen.


‘Verlichting is het uittreden van de mens uit zijn onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is. Onmondigheid is het onvermogen gebruik te maken van zijn verstand zonder leiding van een ander. Aan deze onmondigheid is men zelf schuldig wanneer de oorzaak ervan niet ligt in gebrek aan verstand maar ligt in het gebrek aan beslissing en moed het verstand te gebruiken zonder leiding van een ander. ‘Sapere aude!’: ‘Heb de moed te weten’ (d.i. gebruik te maken van uw eigen verstand), is derhalve het devies van de Verlichting’.’ (Immanuel Kant)


Filosofie was niet altijd zo eurocentrisch en seksistisch
V
olgens de auteur van het artikel Vrouwen waren te irrationeel om filosofie te kunnen bedrijvenredacteur Peter Breedveld, in Ad Valvas, het onafhankelijke platform van de Vrije Universiteit Amsterdam, is de filosofiegeschiedenis niet altijd zo eurocentrisch en seksistisch geweest. 

De oude Griekse filosofen, bijvoorbeeld, waren zich er terdege van bewust dat zij de grondleggers niet waren van de filosofie, en in de Middeleeuwen en daarna werd de invloed van Indiase, Arabische en Chinese denkers erkend.’

Ierna zegt dat het ergens rond de 19de eeuw fout ging.

Onder invloed van de Verlichting werden toen veel stromingen afgeserveerd als irrationeel en ook het idee van de ‘white man’s burden’ speelde mee, het idee dat het de taak van de westerse beschaving was om de volken in Azië, Amerika en Afrika te beschaven.’

Vrouwen afgeschilderd als irrationele wezens
H
et ergste is volgens Ierna het seksisme waarmee vrouwen werden afgeschreven.

Die werden gezien als irrationele wezens die niet genoeg rede hadden om filosofie te kunnen bedrijven. Terwijl in de twee eeuwen daarvoor juist heel veel vrouwelijke filosofische auteurs boeken publiceerden.’

De filosofiedocent geeft er een aantal voorbeelden van en noemt onder meer enkele niet-westerse en vrouwelijke filosofen. Hij wil zulke denkers samen met zijn studenten weer terug in de canon halen om beter te begrijpen hoe het heden zich tot het verleden verhoudt.

De Franse Émilie du Châtelet, bijvoorbeeld, een invloedrijke 18de-eeuwse filosoof, of de Nederlandse Annemarie van Schurman, een 17de-eeuwse feminist avant la lettre. De Ghanees Anton Wilhelm Amo was in de 18de-eeuw de eerste Afrikaan met een leerstoel aan een Europese universiteit. Hij hield zich onder meer bezig met de rechten van zwarten in Europa.’

Oorsprong van de filosofische traditie
N
ormaal wordt de filosofiegeschiedenis in chronologische volgorde van het begin naar het heden behandeld, aldus Ierna, maar hij draait het om en gaat stap voor stap terug de geschiedenis in.

In een vervolgproject kan er samenwerking gezocht worden met andere instituten en disciplines om het project landelijke verbreding te geven. Daarbij kun je denken aan Sinologie, Japanologie en Koreanistiek, maar bijvoorbeeld ook aan classici die langer buiten de grenzen van Griekenland kijken voor de oorsprong van de filosofische traditie.’

Zie: Vrouwen waren te irrationeel om filosofie te kunnen bedrijven (Peter Breedveld, Ad Valvas)

Beeld: pxhere