Een filosoof in het Outbreak Management Team

De kersverse Denker des Vaderlands, Paul van Tongeren, heeft gelukkig geen zin om in programma’s te gaan zitten waar hij maar twee minuten krijgt om een mening te geven. Dat past volgens de nieuwe denker precies niet bij wat een filosoof moet doen. Een interview met een filosoof verwacht je ook niet snel in een financieel dagblad, maar de kersverse denker is daarin toch te vinden. Hij heeft daar waarschijnlijk niet zelf actief voor gezorgd want zijn filosofie is dat hij als Denker des Vaderlands niet tegelijk activist kan zijn. Het Financieele Dagblad heeft dit dus zelf bedacht. Journalist en redacteur van die krant, Heiko Jessayan, interviewt de filosoof.

Volgens Jessayan staat filosofie erom bekend niet zozeer de vraag te stellen naar het waarom, maar veeleer naar ‘het wat’ der dingen. Wat is denken, vraagt hij aan Van Tongeren.

Ik probeer denken te onderscheiden van weten zoals dat in de wetenschap geldt. Weten gaat over wat op een of andere manier feitelijk is, wat vastgesteld en geregistreerd kan worden. Uiteindelijk stelt de wetenschap iets vast, constateert en weet zij iets, maar zij denkt niet. Ik zeg niet dat de wetenschapper niet denkt, maar als wetenschapper doet hij iets anders.’

Denken gaat volgens de denker over wat niet geregistreerd kan worden, maar wat geïnterpreteerd moet worden, over betekenissen die kenmerkend en bepalend zijn voor menselijk leven en handelen.

Alles wat we doen, meemaken, zien, horen, voelen, ruiken enzovoort, heeft altijd betekenis: het is mooi, lelijk, interessant, vaag, uitdagend, saai, noem maar op: allemaal betekenissen.’

Volgens de interviewer is het debat over corona gepolariseerd, en hij is benieuwd of Van Tongeren het als zijn taak ziet die twee kampen ervan te bewegen tot een zinvol gesprek. Dat wordt inderdaad beaamd door de filosoof.

Dat is ook het kenmerk van een gesprek. Voor een gesprek is het besef nodig dat beide partijen iets gemeenschappelijks zoeken of iets gemeenschappelijks te verstaan kunnen geven. Je moet eerst een stap terugdoen om die twee partijen tot gesprekspartner te maken. Je moet je dus niet laten verstrikken in het voor of tegen iets zijn.’

Maar, denkt Van Tongeren – winnaar van de Socratesbeker (2013) voor het ‘meest prikkelende en oorspronkelijke Nederlandstalige filosofieboek’ Leven is een kunst – als filosoof moet je niet zo geëngageerd raken, dat je activist wordt.

Op het moment dat je je in de strijd engageert, verlies je het zicht op de strijd. Als Denker des Vaderlands kun je niet tegelijk activist zijn. Ik gebruik graag de uitspraak van Martin Heidegger, ‘Schritt zurück’, een stap terugzetten, betekent: afstand nemen om meer te zien.’

Van Tongeren denkt lang na over de vraag wat hij zou doen als het kabinet hem zou vragen toe te treden tot het OMT.

Ik denk dat ik dan zou zeggen dat ik denk dat ik het moet doen, tenzij ik iemand kan aanwijzen die dat beter kan. Maar het is niet iets waar ik naar haak, want het lijkt me verschrikkelijk moeilijk. Je gaat meepraten met mensen op een manier waarin je ze gaat verstoren in wat zij geacht worden te doen: een eenduidig advies geven. Een filosoof is wat dat betreft onvermijdelijk een beetje een stoorzender. Je kunt niet verwachten dat je als filosoof onmiddellijk welkom bent.’

Maar, denkt de Denker des Vaderlands, reflectie is altijd nodig, zeker nu de pandemie ruim een jaar voortduurt.

Als de tijd verstrijkt, kun je ook als beleidsmaker makkelijker afstand nemen. Als je een eerste beslissing moet nemen, is dat moeilijker. Sta je voor je honderdste beslissing, dan weet je welke andere 99 beslissingen je daarvoor hebt genomen. Je ziet meer, simpelweg doordat de tijd is verstreken. Je kunt achterom kijken en dat is een vertaling van reflecteren. Maar we hoeven ons niet altijd te haasten: langzaam zijn is een filosofische deugd.’

Zie: ‘Als Denker des Vaderlands kun je niet tegelijk activist zijn’
(Het Financieele Dagblad)

Tip: Eerste essay nieuwe Denker des Vaderlands: waarom we een stap terug moeten doen in het coronadebat
(de Volkskrant)

Beeld: advancedenergyblog.com

Het gaat om de zin ín het leven

Waar was je toen de zinloosheid van het bestaan bij jou toesloeg? Gebeurde dat boven je derde magnetronmaaltijd van die week terwijl je peinsde over de smaak en de gezondheidseffecten van ketchup? – Zo begint Een prachtig leven van de Finse filosoof Frank Martela. Van hem moeten we ons niet afvragen wat de zin is ván het leven, maar wat de zin is ín het leven. Martela is behalve filosoof ook onderzoeker in de psychologie, gespecialiseerd in de vraag naar de zin van het leven. ‘Als menselijke wezens hunkeren we naar een leven dat ertoe doet, dat waardevol is en dat betekenis heeft.’

‘Martela is humoristisch en beschrijft filosofische ideeën op een toegankelijke manier; geeft voorbeelden uit de psychologie die filosofische concepten concretiseren. En maakt gebruik van verwijzingen naar films en literatuur om filosofische ideeën te illustreren.’
(Lenna Bartens)

Ik wil je helpen een zinvoller bestaan te leiden. Na een decennium van onderzoek in de filosofie, psychologie en geschiedenis van zingeving staat voor mij één ding vast: vaststellen wat het leven zin geeft is gemakkelijker dan je denkt. Sterker nog, waarschijnlijk bezit je leven een overvloed aan zin, zodra je jezelf toestaat die te zien en te ervaren.’
(Uit: Een prachtig leven)

In Een prachtig leven maak je kennis met veel grote denkers en filosofen die de nietigheid van het bestaan onder ogen zagen en ten slotte met een hernieuwd gevoel van zinvolheid het leven omarmden.

Soms storten de decors in elkaar en blijft er niets van over. Opstaan, tram, vier uur op kantoor of in de fabriek, eten, tram, eten, tram, vier uur werken, eten, slapen en maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag in hetzelfde ritme – een weg die de meeste tijd gemakkelijk te volgen is. Maar op zekere dag rijst de vraag naar het ‘waarom’ en begint alles in deze door verwondering gekleurde verveling.’
(Albert Camus, uit De mythe van Sisyphus, geciteerd in Een prachtig leven)

In het artikel Een psychologisch antwoord op een filosofische vraag schrijft student filosofie en journalistiek Lenna Bartens bij iFilosofie een recensie over Een prachtig leven. Hierin onderzoekt Martela, inwoner van het gelukkigste land ter wereld volgens World Happiness Report, de herkomst van de vraag: ‘Wat is de zin van het leven’ en geeft daar tevens een antwoord op.

De waarden die Martela uiteindelijk via de psychologie aandraagt als leidraad voor een zinvoller bestaan klinken, zoals hij zelf aangeeft ‘… misschien niet revolutionair, maar daarin ligt precies hun kracht’.
(Lenna Bartens)

De geschiedenis vertelt, zegt Martela, het verhaal van een lange rij denkers – van Lev Tolstoj en Thomas Carlyle tot Simone de Beauvoir en Søren Kierkegaard tot Alan W. Watts – die allen concludeerden…

‘…dat je alleen door de absurditeit van het leven onder ogen te zien en de nietigheid van het bestaan te omarmen de bevrijding kunt vinden die uiteindelijk een meer duurzame betekenis aan je leven verschaft.’
(Uit: Een prachtig leven)

Martela legt uit waarom mensen eigenlijk zoeken naar zingeving en hij onderzoekt de historische dwaling die aanleiding heeft gegeven tot onze moderne existentiële vertwijfeling. En…

‘…het boek biedt je gemakkelijk toepasbare wegen die je naar een zinvoller bestaan leiden. Sommige van de inzichten zullen je wellicht vreemd toeschijnen, andere voor de hand liggend en weer andere heb je misschien al volledig omarmd. Hoe dan ook, samen beogen ze je een solide en stabiel fundament te bieden waarop jij een vervullend, levensbevestigend en zinvoller bestaan kunt bouwen.’
(Uit: Een prachtig leven)

Een prachtig leven – hoe vind je zin in je bestaan? | Frank Martela | ISBN: 9789026347641 | Ambo / Anthos | Pagina’s: 208 | Publicatiedatum: 27-07-2020 | € 18,99 |
‘Martela heeft een prettige schrijfstijl. Hij is humoristisch en beschrijft filosofische ideeën op een toegankelijke manier. Hij geeft bijvoorbeeld voorbeelden uit de psychologie die filosofische concepten concretiseren. Ook maakt hij gebruik van verwijzingen naar films en literatuur om filosofische ideeën te illustreren.’ (Lenna Bartens)
Frank Martela is verbonden aan Aalto University in Helsinki maar doceerde ook aan Stanford en Harvard. Artikelen van zijn hand verschenen onder meer in Scientific American Mind, Salon en Quartz.


Zie: Een psychologisch antwoord op een filosofische vraag (iFilosofie)
Update 08012024 (Lay-out)

‘Vrede met het Zelf leidt tot vrede met anderen’

Religieus extremisme is niet beperkt tot de islam of het heden. Said Reza Huseini, promovendus Geesteswetenschappen aan de Universiteit Leiden, dook in het verleden om een ​​beleid te vinden dat echt werkte: de ideologie van Mughal-keizer Akbar ‘Vrede met iedereen’. In zijn duik vond hij het Mughal-experiment met islamitisch extremisme: een zestiende-eeuwse les voor vandaag. Mughal-keizer Akbar (omstreeks 1556-1605) slaagde erin een oplossing te vinden. Huseini schrijft hierover in zijn artikel bij het Leiden Islam Blog: Het Mughal-experiment met islamitisch extremisme: een zestiende-eeuwse les voor vandaag.

Het universele wederzijdse respect dat in de zestiende eeuw werd gepredikt, is iets waar we vandaag allemaal nog van kunnen leren.’

‘Goddelijk huis’
Akbar, zo vertelt Huseini, was de derde koning van het Mughal-rijk, dat in 1526 werd opgericht door de Timurid Prins Babur. Geboren in India, met zijn diverse populatie van hindoes, moslims, christenen, zoroastriërs, joden, jaïnisten, boeddhisten en anderen, was Akbar zich terdege bewust van het concept van religieuze diversiteit. In 1579 gaf hij opdracht voor de bouw van de Ibadat-khana of ‘goddelijk huis’; een plek om de discussie over de islam te vergemakkelijken. Geleidelijk werden ook geleerden uit andere religies, zoals het hindoeïsme, het christendom, het jodendom en het zoroastrisme, bij de dialoog uitgenodigd. 

Zo veranderde de Ibadat-khana in een academie waar geleerden elkaar ontmoetten, bespraken en samenwerkten bij het vertalen of produceren van teksten. De debatten waren niet altijd vreedzaam; met heilige teksten in de hand, beschuldigden en bedreigden geleerden elkaar, en daagden ze elkaar zelfs uit om het vuur in te gaan om te testen of God hen en hun boeken zou redden.’ 

Peace with All
Door de Ibadat-khana leerde Akbar over verschillende religies, maar ook over de waanzin die ze konden creëren als ze blindelings gevolgd werden, aldus Huseini. Akbar realiseerde zich dat zogenaamde verdedigers van religie hun eigen politieke en economische agenda’s hadden en hun religieuze autoriteit misbruikten om deze veilig te stellen. Hij selecteerde een groep geleerden, meestal met een filosofische benadering, om zijn nieuwe politieke ideologie te formuleren; een theorie die bekend werd als Sulh-i Kull: ‘Peace with All.’ 

Akhlaq (ethiek) predikte dat men moet nadenken over ‘het Zelf’ en de verworvenheden ervan, en benadrukte dat verschillen een essentieel onderdeel zijn van de schepping en als zodanig moeten worden aanvaard en gerespecteerd. In het reine komen met deze realiteit zou leiden tot vrede met ‘het Zelf’, wat op zijn beurt zou leiden tot vrede met anderen.’

Religieuze harmonie
Volgens Huseini was het experiment van Akbar succesvol omdat het de zeer diverse Indiase samenleving in staat stelde drie eeuwen na hem in religieuze harmonie te leven, met zeer weinig incidenten die het evenwicht verstoorden. 

De politieke ideologie van ‘Vrede met allen’ werd een kwestie van trots voor de Mughal-keizer, die de Safavid- en Oezbeekse koningen en de westerse geleerden aansprak dat ze diversiteit in de menselijke samenleving moesten accepteren en respecteren.’

Zie: Het Mughal-experiment met islamitisch extremisme: een zestiende-eeuwse les voor vandaag (Leiden Islam Blog – Universiteit Leiden)

Beeld: World History Encyclopedia Het hof van Mughal-keizer Akbar (omstreeks 1556-1605 CE). De man in het gele gewaad wordt geïdentificeerd als de zalige Rodolfo Acquaviva, SJ (2 oktober 1550 – 25 juli 1583). Hij was een Italiaanse jezuïet-missionaris en priester in India die van 1580 tot 1583 het hof van Akbar de Grote diende. Hij werd gemarteld in 1583 en zalig verklaard in 1893. (Info: nl.qaz.wiki) (Schilderij door een onbekende kunstenaar, 1847 CE.)
Update 21092024

Een wereld zonder natuur is geen wereld

Krijgt de natuur een stem in het politieke debat? De beroemde Franse filosoof en socioloog Bruno Latour kwam begin jaren ’90 al met het vernieuwende idee om ecologie te politiseren. De natuur heeft een democratische stem zo stelt hij. Hoe moet deze gedachte leiden tot een andere omgang met alles wat niet-mens is? –  De ‘wetenschapsantropoloog’ hield eind 2020 bij Radboud University een ‘indrukwekkend verhaal met een verontrustende boodschap, gebracht op een indringende en wetenschappelijk verantwoorde wijze.’ Over het Parlement van de Dingen, over Gaia en de representatie van niet-mensen.

Latour* wil met zijn ‘parlement van de dingen’ niet letterlijk een stem geven aan alles wat niet-menselijk is, maar een stem geven aan wetenschappers die de belangen van bijvoorbeeld de Noordzee vertegenwoordigen.

Er zou een plek moeten komen in ons politieke systeem waar ook belangen van niet-mensen vertegenwoordigd zijn. De stem van niet-mensen wordt al door allerlei partijen verwoord, zoals wetenschappers, kunstenaars en burgers. Ook politici spreken niet alleen over mensen, maar net zo goed over (niet-menselijke) dingen. Dit is alleen niet geïnstitutionaliseerd. De basis waar Latour in zijn boek voor pleitte was dan ook het creëren van een institutionele orde waarin ook stemmen van niet-mensen zichtbaar zijn. Dat is hoe Latour zijn parlement der dingen zich in de jaren 90 voorstelde.’
(Radboud Reflects, Radboud University)

Terugvechten
L
atour kan zich een sociaaldemocratische orde voorstellen die uitgebreid wordt naar niet-mensen. Hij trekt ook een parallel naar mensen: een parallel met ons slavernijverleden. Ook toen hebben we geen rechten toegekend aan slaven. Ze kwamen in opstand en eisten hun rechten op. Hij verwacht dat niet-mensen ook zullen ‘terugvechten’.

We moeten dealen met iets compleet onverwachts, namelijk dat niet-mensen hun plek gaan opeisen in ons grondwettelijk fundament.’ Dit zal volgens Latour leiden tot een nieuw klimaatregime: ’Ik gebruik opzettelijk dit woord, met al zijn politieke connotaties.’

‘s Werelds eerste rivier met rechtspersoonstatus
T
er illustratie: in de Correspondent schreef Thijs Middeldorp, oprichter van het Parlement van de Dingen (een publieke ruimte waarin gesprekken, acties en ideeën gevormd kunnen worden over en rond de rol van de mens in de natuur) een artikel in de reeks over Het einde van de mens als maat der dingen over ‘s werelds eerste rivier met rechtspersoonstatus.

Sinds 2014 is de Whanganui-rivier in Nieuw-Zeeland een rechtspersoon: een experiment om de relatie tussen mens en natuur opnieuw vorm te geven. Hoe werkt dit? Ik reisde naar Nieuw-Zeeland en bezocht de rivier.’
(de Correspondent)

Volgens Latour verkeren we niet meer in de positie waarin we ons de vraag stellen of we gul genoeg zijn om rechten toe te kennen aan bepaalde aspecten van de natuur.

We leven in een tragedie.’ Wat de zaak extra complex maakt is dat wij mensen niet allemaal ‘op dezelfde planeet wonen’. We moeten de discussie aangaan met mensen die het niet eens zijn met het feit dat het klimaat van invloed is op ons collectieve leven. De vraag of we niet-mensen moeten opnemen in ons democratisch systeem is voor hen helemaal geen vraag. De uitdrukking ‘agree to disagree’ gaat niet meer op. ‘Het is een mate van tragische achteruitgang die ik in de jaren negentig niet had voorzien.’

Het parlement van de dingen
L
atour verwees naar een eerder uitgevoerd parlement der dingen onder de naam Make It Work. Daarbij waren naast landen ook natuurgebieden vertegenwoordigd door mensen, zoals de Amazone en de Zuidpool. Diplomatische discussies verliepen heel anders, puur vanwege het feit dat er vertegenwoordigers van natuurgebieden aanwezig waren. Filosofie heeft ook fictie nodig, concludeerde Latour, om ideeën te laten landen.

Anno 2020 vraagt het parlement der dingen volgens Latour om een herdefinitie van humanisme. Het gaat niet meer zozeer om de soevereine mens die zijn eigen wetten maakt, maar om een politiek systeem waarin de mens toestemming vraagt aan de rechtmatige eigenaar. ‘Dat is een hele gekke situatie,’ realiseerde Latour zich. ‘Kun je je voorstellen dat we elke keer toestemming moeten vragen wanneer we de Noordzee opgaan om te vissen?’ Gelukkig is dit idee niet nieuw. ‘Er zijn andere culturen waarin dit al lange tijd zonneklaar is.’

Klimaatweekend
Milieudefensie en een nieuw samenwerkingsverband van verschillende religies vragen, vlak voor de verkiezingen, dit Klimaatweekend, vanaf 11 maart 2021, aandacht voor de klimaatcrisis. De Werkgroep Klimaat & Geloof bestaande onder andere uit katholieke, protestantse, joodse en islamitische religieuze organisaties doet dit vanuit een diepgevoelde bezorgdheid over de klimaatcrisis. Ook hindoes, boeddhisten en humanisten hebben zich inmiddels aangesloten.

Zie:
The Parliament of Things (Radboud Reflects – met podcastmet YouTube)
Wat als een rivier rechten krijgt? (de Correspondent)
* Gelovigen organiseren Klimaatweekend in aanloop naar de verkiezingen



P.S. De titel van dit blog is ontleend aan een tweet van Greta Thunberg (foto: Twitter) van 3 maart 2021.

We’re today discussing a #WorldWithoutNature as if it meant that “our children won’t be able to see pandas in the future” or that “we won’t be able to eat certain types of food”. A world without nature is no world. Stop separating “humans” and “nature”. Humans are part of nature.
(Greta Thunberg)

* Bruno Latour schreef vele boeken over techniek en klimaat, zoals Oog in oog met Gaia (2017) en We zijn nooit modern geweest (2016). November 2020 verscheen de bundel Het parlement van de dingen – over ecologie en de representatie van niet-mensen, met een vertaling van de belangrijkste teksten van Bruno Latour over het parlement van de dingen en ecologie.

Foto: De Whanganui rivier heeft voortaan rechten | Fotocredit: whanganuidlf Flickr via Compfight cc. | ‘Nieuw-Zeelandse rivier krijgt rechten. Na een strijd van 170 jaar heeft de Whanganui rivier in Nieuw-Zeeland als eerste locatie ter wereld rechten gekregen, dankzij een wet die is aangenomen door het parlement. De rivier kreeg de juridische status van een levend wezen.’ (AnimalsToday)

‘Buitenaards leven bestaat, maar ik gelóóf er niet in’

Een variatie op geloven in een God die niet bestaat? Maar wel gebeurt? Misschien gebeurt buitenaards leven ook wel, maar niet om in te geloven. Theoloog en godsdienstfilosoof Taede A. Smedes in gesprek met astrofysicus Lucas Ellerbroek, onderzoeker aan de UvA. De ‘Jacques Cousteau van het heelal’ schreef het boek Planetenjagers, op zoek buitenaards leven. Op zoek, want er heeft zich nog steeds geen buitenaards wezen gemeld dat hallo zegt. ‘Mensen verwachten in één keer een bewijs van buitenaards leven. Terwijl het volgens mij meer een stap-voor-stapproces is.’

N
et zoals het evolutieproces op aarde? Dan moeten we wellicht nog miljoenen of miljarden jaren wachten voor we hallo horen. Ben benieuwd, ik lees het interview De zoektocht naar buitenaards leven: ‘We hebben geen definitie van leven’.

Hoe raakt buitenaards leven aan onze samenleving, ons wereldbeeld en aan religieus geloof? Dat zijn vragen waar theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes zich al langer mee bezighoudt. Naar aanleiding van berichten in de media van het afgelopen jaar vroeg hij aan astrofysicus en wetenschapspopularisator Lucas Ellerbroek welke doorbraken we de komende jaren kunnen verwachten op het gebied van buitenaards leven en wat wellicht de impact van de ontdekking van buitenaards leven is.’

In 2020 werd in september opmerkelijk onderzoek gepresenteerd, zegt Smedes, dat beschrijft hoe de atmosfeer van de planeet Venus fosfine* lijkt te bevatten – een stof waarvan het ontstaan volgens onderzoekers alleen verklaard kan worden door leven, aldus Smedes. Hij vraagt Ellerbroek of we de komende jaren grote doorbraken op het gebied van de zoektocht naar buitenaards leven kunnen verwachten.

Buitenaards leven is en blijft een hot topic. De vraag is dan ook of we op korte termijn een doorbraak kunnen verwachten in de wetenschappelijke zoektocht naar buitenaards leven. Die vraag leg ik voor aan Lucas Ellerbroek, onderzoeker aan de UvA en wetenschapspopularisator. Hij schreef het boek Planetenjagers, waarin hij de zoektocht naar exoplaneten (planeten bij andere sterren) en buitenaards leven beschrijft.’ 

Wat zal het vinden van buitenaards leven voor religie betekenen, wil Smedes graag weten. Als het een dogmatische religie betreft, die heel erg hecht aan zijn eigen letterlijke versie van de waarheid, zeg maar de streng gereformeerden en de creationisten, dan zou het volgens Ellerbroek kunnen dat buitenaards leven hun geloof aan het wankelen brengt. Hij heeft ooit een gesprek gehad met een priester die zei dat de mens gemaakt is voor de aarde.

Hij had natuurlijk een punt dat de mens heeft overleefd omdat de mens zo goed is in het zich aanpassen aan de aardse omstandigheden. De mens is voortgebracht door de aarde. De aarde is de plek van de mens. De mens is niet gemaakt om door de ruimte te reizen of op Mars te gaan wonen. De mens is niet gemaakt voor Mars.
Ik denk dus dat de ontdekking van buitenaards leven aan religie ook een enorme impuls kan geven, juist omdat het de zingeving van het leven op aarde kan verrijken. Ik denk dat religie voldoende mogelijkheden heeft om de Bijbel op andere manieren als het Woord van God te lezen, inclusief de uniciteit van de mens. Religie is voortdurend in ontwikkeling en zal een manier vinden om buitenaards leven een plaats te geven.’

Hoe Ellerbroek zijn kansen inschat, vraagt Smedes, of hij ervan overtuigd is dat er elders in het heelal nog leven moet zijn. Daar is de astrofysicus niet van overtuigd, maar is er ook niet van overtuigd dat wij het enige leven zijn. Smedes vindt dat een heel wetenschappelijk antwoord: dat de astrofysicus zich zo onthoudt van een positie zolang er geen bewijs is voor een van beide posities. Waar zou Ellerbroek zijn geld op inzetten, vraagt de theoloog.

Ik zou al mijn geld inzetten op dat leven elders wél bestaat. Maar ik gelóóf er niet in.’

* UPDATE 8 maart 2021: Geen fosfine in de atmosfeer van Venus. Zie: EOS Wetenschap

Zie:
* De zoektocht naar buitenaards leven: ‘We hebben geen definitie van leven’ (Houtens Nieuws, 4 maart 2021)
* Planetenjagers | Lucas Ellerbroek | Prometheus / Bert Bakker | 288 pag. | 2014 | € 21,99 | E-book: € 11,99 | ‘Schoolvoorbeeld van goede wetenschapspopularisatie […] Schitterend gecomponeerde opbouw […] Alles klopt aan dit boek.’ (Taede A. Smedes) | ‘Weinig professionele sterrenkundigen slagen erin zich zo goed te verplaatsen in de belevingswereld van een groter publiek.’ (Wetenschapsjournalist Govert Schilling, de Volkskrant)

Fresco: ‘De eerste afbeelding hierboven toont een fresco, getiteld The Crucifixion (YouTube), en werd geschilderd in 1350. De twee objecten eronder vergroot met figuren erin zijn linksboven en rechtsboven op het fresco te zien. Dit schilderij bevindt zich boven het altaar in het Visoki Decani-klooster in Kosovo, Joegoslavië.’ (Fake news in Cheshire in 1388? Or UFOs….? Murrey and blue)
N.B. Het bovenstaande schilderij illustreert niet de Cheshire-gebeurtenis van 1388.

De Godsverduistering voorbij

Het Verlichtingsdenken richtte zich eenzijdig op het materiële. Dat is voor veel mensen niet genoeg. Ze willen meer. De filosofie is een weg om tot inzicht te komen. Ik ben blij dat ik mensen daarbij behulpzaam mag zijn. – Filosofiedocent Gerrit Willem Ormel geeft diepgaande colleges over moeilijke onderwerpen. ‘Neem nu de oervraag van de filosofie, zoals in de zeventiende eeuw verwoord door filosoof Gottfried Wilhelm Leibniz: waarom is er iets en is er niet niets? Daar kom je met deskundigheid niet uit.’

‘Buber weigert de verduistering te verklaren uit een verandering van de menselijke geest. Als de zon verduisterd wordt, ligt dat niet aan ons oog, maar aan wat er tussen de zon en het oog geschoven wordt en de relatie verstoort’

Omdat God er is
V
anuit het geloof wordt de vraag waarom er iets is en niet niets heel duidelijk beantwoord met: omdat God er is. Maar Ormel zegt dat die vraag ook te beantwoorden is op een wetenschappelijke manier, met behulp van de filosofie. Dan onderzoek je het vraagstuk op basis van de wereld die je om je heen ziet. Waarom is er iets en is er niet niets?

‘Het antwoord kan dan evengoed zijn: omdat God er is. God als antwoord op de allerlaatste vraag, als wetenschappelijk eindpunt van de filosofie. Ikzelf zie het zo. Ik ben volledig godsgelovig. En ik kan eigenlijk niet geloven dat er mensen zijn die niet geloven.’
(Ormel)

Er zijn geen areligieuze mensen
J
ournalist Piet Venhuizen interviewt Ormel voor het AD / De Gelderlander en reageert op zijn uitspraak dat hij ‘de atheïstische filosofie verwerpt omdat er volgens hem geen areligieuze mensen zijn’, met de vraag dat er tegenwoordig toch veel mensen zijn die niets meer aan het geloof doen?

‘Dat komt door wat de Oostenrijks-Israëlische filosoof Martin Buber de ‘godsverduistering’ noemt. God is er wel, maar veel mensen zien Hem niet. Ze zijn slaaf geworden van hun eigen rationele Verlichtingsdenken.’
(Ormel)


Martin Buber

‘Buber predikt de bekering (tesjoewah) tot God. De hele mens moet zich naar God omwenden. Alles wat met de eeuwige God in verbinding staat, wortelt in de genadige betrekking met God. Dat geldt ook voor de onderlinge contacten van de mensen.’
(Uit: Gesprekspartner Martin Buber en de Godsverduistering)

Contact met de waarheid
V
eel mensen komen volgens de filosoof dan in de knoop met de vraag welke zin het leven heeft. ‘Als ik maar nuttig ben voor anderen’, hoor je dan, maar ik vind dat een armzalige benadering.

‘Nuttig zijn is mooi, maar het is niet het menszijn in zijn volledigheid. Dat kan alleen maar worden gevonden in het contact met de waarheid in hoogste instantie, die buiten onze werkelijkheid ligt.’
(Ormel)

Jezus wekte volgens Martin Buber ergernis bij de Farizeeën, omdat hij wilde doordringen in de oorspronkelijke bedoelingen van God en in het van oorsprong onvoorwaardelijke karakter van de Tora: Jezus wees op de liefde als het beslissende en drijvende moment’

Godsverduistering
V
olgens Martin Buber, aangehaald in het artikel Godsverduistering, geschreven door Bas Hengstmengel, advocaat en gastdocent rechtsfilosofie Leiden University, kan men het werkelijke karakter van een tijdperk het beste onderkennen aan de daarin overheersende verhouding tussen religie en realiteit. Verduistering van het licht van de hemel, Godsverduistering, is het kenmerk van onze tijd.

‘Met Nietzsches verkondiging van ‘de dood van God’ is uitgesproken dat de tegenwoordige mens niet in staat is een van hem onafhankelijke werkelijkheid te vatten en tot haar in enigerlei verhouding te staan.’
(Buber)

De nabijheid van het meest nabije
V
olgens Hengstmengel komt de mens, die echter niet meer tot de ontmoeting in staat is maar wel tot denken, op religieus gebied nog slechts tot de vraag of we kunnen weten of de goden bestaan. Hij verwijst naar Nietzsches uitspraak dat God dood is, maar vraagt tegelijk welke God er dan is vermoord.

‘Is het de God van de metafysica, die leefde in het bovenzintuigelijke bouwwerk van de menselijke verbeelding? Deze god was misschien wel een ‘het’, dat nooit als ‘Gij’ aan te spreken en te bereiken was. Als we daarentegen, om met Heidegger te spreken, afdalen ‘tot in de nabijheid van het meest nabije’ zou de verduistering wel eens opgeheven kunnen worden en zou het zijn op kunnen lichten.’
(Hengstmengel)


filosoof Martin Heidegger

Verduistering is geen uitdoven
B
uber wil niet spreken van de dood van God maar spreekt van de verduistering van het licht van de hemel. En, zegt hij erbij, de verduistering van het Godslicht is geen uitdoven: morgen reeds kan wat tussenbeide trad geweken zijn. En duisternis kan weer licht worden.

Hij [Buber] weigert de verduistering te verklaren uit een verandering van de menselijke geest. Als de zon verduisterd wordt, ligt dat niet aan ons oog, maar aan wat er tussen de zon en het oog geschoven wordt en de relatie verstoort. De geleerde Buber zoekt de verklaring eerder in de onverstandige verwerking van de toegenomen kennis, die mensen ertoe brengt te denken dat ze met hun wetenschap beter af zijn dan met de levende God.’
(christenenvoorisrael.nl)

Zie:
* 92-jarige filosofiedocent uit Oosterbeek immens populair: ‘Ze bellen me haast elke dag’
(AD/De Gelderlander, 26 februari 2021)
* Godsverduistering  
(Bas Hengstmengel)
* Godsverduistering | Beschouwingen over de betrekking tussen religie en filosofie | Martin Buber | Utrecht | Bijleveld 1979 | € 20,00

* Gesprekspartner Martin Buber en de Godsverduistering (christenenvoorisrael.nl)

Foto: Zonopkomst (Buienradar)
Foto Martin Buber: Life
Beeld Martin Heidegger: Maartje de Sonnaville (Filosofie Magazine)
Update 18 07 2025 (Layout, foto’s, links)

‘COVID-19 is symptoom van een uitgeputte planeet’

Een vaccin alleen, hoe effectief het ook is, zal de balans niet naar de gezondheid doen kantelen, omdat COVID-19 geen ziekte is; het is een symptoom van een uitgeputte planeet. De vernieuwing van een gezonde relatie met onze enige gedeelde moeder, planeet Aarde, is de remedie. Dit zegt James Maskalyk, spoedarts en universitair hoofddocent aan de Faculteit der Geneeskunde van de Universiteit van Toronto. ‘De remedie voor COVID-19 is hier. Het is aan ons.’

Maskalyk werkt momenteel aan zijn boek Doctor: Heal Thyself. ‘Als de mensheid wil blijven bestaan, moeten de komende maanden genezing inhouden, niet alleen van bevolkingsgroepen over de hele wereld door het coronavirus, maar ook van de aarde zelf.’ 

Er is goed nieuws. We hoeven niet te wachten om te bepalen hoe, want het antwoord is er al en is al duizenden jaren bekend. Het zit in de wijsheid en heilige leringen van inheemse volkeren over de hele wereld. Ze hebben de diepste verbinding met de geest van de aarde en haar geschiedenis, en vanuit deze intimiteit kan genezing plaatsvinden.’

Niemand heeft de problemen gecreëerd die ons dreigen te overweldigen, zegt Maskalyk, de problemen zijn opgetreden als neveneffecten van een systeem waarvan de snelle groei koste wat het kost wordt aangemoedigd door blind te zijn voor natuurlijke grenzen.

Het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES), een samenwerkingsverband tussen 50 landen en meer dan 500 wetenschappers, stelt dat we ‘het idee van een goed en zinvol leven moeten loskoppelen van de steeds toenemende materiële consumptie’.’

Als de aarde net zo levend is als zowel klimaatwetenschappers als inheemse volkeren zeggen, en als een lichaam, goed onderhouden door een diversiteit aan cellen, diep verbonden, dan is de medische diagnose die het best past bij onze moderne ziekte geen infectie, maar een gezwel. Als we dit niet behandelen, dreigt het elke laatste joule energie te gebruiken, niet uit behoefte, maar uit vraatzucht totdat alleen een schil overblijft.’

We zijn vergeten wie we zijn, stelt James Maskalyk: wij zijn van de aarde en hebben alles wat we nodig hebben om te genezen. De remedie voor COVID-19 is hier. Het is aan ons.

Zie: The real cure for COVID is renewing our fractured relationship with the planet (The Globe and Mail)

Foto: Pixabay

De ‘natuurvergetelheid’ van de moderne filosofie

De natuur is in de hoofdstroom van de filosofie van de laatste tweehonderd jaar steeds meer tot een marginaal thema geworden. ‘Steeds uitsluitender zijn filosofen alleen nog bezig met menselijke aangelegenheden. Met recht kan mijns inziens daarom van de ‘natuurvergetelheid’ van de moderne wijsbegeerte gesproken worden’. – Dit zegt filosoof Koo van der Wal in zijn boek Nieuwe vensters op de werkelijkheid, over de contouren van een natuurfilosofie in ontwikkeling. ‘Filosofen – enkele interessante uitzonderingen nogmaals daargelaten – hebben het goeddeels opgegeven een filosofie van de natuur te ontwikkelen, te trachten een filosofisch (en wetenschappelijk) houdbaar natuurbeeld te ontwerpen.’

In dit boek wijdt hij een hoofdstuk aan die natuurvergetelheid, en zegt hierin dat het in de grote meerderheid van de huidige filosofische beschouwingen draait om de mens of, iets nauwkeuriger, om het zelfbegrip van de moderne mens via de analyses van zijn maatschappelijke, politieke en culturele creaties.

De natuur is in de hedendaagse filosofie grotendeels buiten beeld geraakt. Hooguit in de marge speelt zij nog een rol. Want het zijn bijna over het hele front van de filosofie menselijke aangelegenheden die in het centrum van de belangstelling staan. (…) We hebben eerder geconstateerd dat met name in de filosofie van de laatste twee eeuwen de natuur steeds verder uit het blikveld verdwenen is, als zelfstandig thema van reflectie wel te verstaan.’
(Uit: Nieuwe vensters op de werkelijkheid)

Begin dit jaar verscheen Nieuwe vensters op de werkelijkheid (2012) in een verkorte en geactualiseerde versie als De symfonie van de natuur (2021). Hierover vertelt Van der Wal in een interview met Lodewijk Dros in Trouw. Daarin zegt hij dat we in 1972 (Grenzen aan de groei) al zagen dat we niet door konden gaan met onze omgang met de natuur, we zouden met een enorme klap tegen de wal varen. Toch zijn we op dezelfde voet doorgegaan. Met de Covid-crisis en de klimaatcrisis komen we onszelf nu weer tegen.

We zien dat we alleen oog hebben gehad voor de mens, niet voor de omgang met dieren, met het milieu. Ik heb daar zelf aan meegedaan, mijn oratie ging over de zorg van de mens voor de generaties die komen, die zouden op een uitgeklede planeet terechtkomen. We moeten, zei ik toen, zorgvuldig met haar omspringen om menselijke redenen. Nu zie ik dat we anders met de natuur moeten omspringen omwille van haarzelf, niet alleen omdat wij daar zo’n last van hebben. Dat laatste breekt ons nu op.’

De klassiek-moderne filosofie, constateert Dros, heeft volgens Van der Wal de werkelijkheid platgeslagen en de deur dichtgegooid voor andere dan meten-is-wetenkennis.

Hij [Van der Wal] wil de diepte in, en de wereld ook met gebruikmaking van ‘niet-wetenschappelijke’ kennis bestuderen, zoals die van de alledaagse ervaring, van de kunst, de moraal, de religie, de mythe en de mystieke ervaring.’

Van der Wal zegt dat de filosofie ooit een wijsheidsleer was met als en grondvraag: wat is de zin van alles?

De filosofie is zo haar kompasfunctie kwijtgeraakt. Ik vind haar terug in de premoderne filosofie. Die verdonkeremaande de rijkdom van menselijke ervaringen niet. Die oude filosofie wil ik niet restaureren, maar eerherstel voor ervaringen en voor verbondenheid is wel op z’n plaats. De bronnen van ervaring zijn verstopt geraakt. Ik wil ze ontstoppen.’

In het interview komt het gesprek op het bezield verband van mens, dier en plant. Volgens Dros klinkt dat naar natuurmystiek. Van der Wal antwoordt dat Einstein het over het ‘eeuwig geheim’ had, en dat hij in zijn boek de deur daarnaartoe inderdaad op een kiertje openzet. In zijn volgende boek, dat bijna klaar is.

Ik tracht daarin de sporen van de mystiek in de filosofiegeschiedenis op te zoeken. Naast de hoofdstroom zijn die opvallend sterk aanwezig. Je hoeft daarvoor niet naar het Oosten, het westerse denken zit er vol mee. Dat verbaast me, al die spiritualiteit. Toch is het wel te begrijpen. Filosofie wil álle ervaring duiden, niet alleen een stukje ervan. Dat is inspirerend. En het biedt tegenwicht aan veel moderne literatuur die treurig is en zich afspeelt aan de zelfkant van het bestaan. Ik zoek juist een groot verhaal. Daar kan de filosofie aan bijdragen, evenals de kunst en de poëzie. Zoals Goethe al schreef: ‘Om mij te verbazen ben ik er’.’

Zie:
* De symfonie van de natuur | Koo van der Wal | EAN 9789463711920 | 2021 | Druk: 1 | 309 pagina’s | € 38,40
* Filosoof Koo van der Wal: ‘In de westerse filosofie is de natuur zo dood als een pier’ (Topics – Trouw)

Foto: Libel in Lage Vuursche (PD)