‘De mens is slechts een geëvolueerde aap’

De opvatting dat de mens centraal staat, blijkt diep geworteld in het christendom, stelt ‘Jonge Denker’ Liselot Fetter. Het werd een belangrijke basis van het westerse denken. Volgens de Bijbel heeft God eerst de mens en daarna alle andere dieren geschapen, waarbij de mens een superieur wezen is. Het is voor Fetter duidelijk dat we natuur nodig hebben, maar zij vraagt zich af wat de wenselijke verhouding is tussen mens en natuur. ‘De moderne mens is een wezen dat gedreven wordt door economisch gewin en materialisme’.

Descartes
F
etter schreef het essay Kom uit je bubbel in iFilosofie, het tijdschrift van de Internationale School voor Wijsbegeerte. Zij stelt dat de mens zichzelf centraal zet sinds Descartes’ Cogito ergo sum: mijn bewustzijn, het subject, staat tegenover al het andere, het object. Oftewel, ik sta als individu tegenover de rest van de wereld: een antropocentrische benadering, waarbij de natuur in dienst staat van de mens. De opvatting dat de mens centraal staat, blijkt dus ook diep geworteld in het christendom, dat een belangrijke basis is van het westerse denken.

De natuur staat volgens de Bijbel in dienst van de mens. Dankzij de evolutietheorie zijn we inmiddels tot het inzicht gekomen dat de mens slechts een geëvolueerde aap is. Bovendien bestond de aarde al miljoenen jaren voordat de mens zijn intrede deed. We zijn slechts een hoofdstuk in een dik boek. Toch maken we ons nog steeds schuldig aan het subject-objectdenken van Descartes, waarin de mens centraal staat.’

Een hoog ecologisch prijskaartje
D
e antropocentrische benadering is de oorzaak van ons huidige consumptiegedrag, zegt Fetter. De moderne mens is een wezen dat gedreven wordt door economisch gewin en materialisme. Bruno Latour noemt dit consumptiegedrag transactionalisme. Als voorbeeld neemt Fetter een shirtje van 5 euro, dat een koopje lijkt, maar waar  een hoog ecologisch prijskaartje aanhangt.

Wanneer je in rekening neemt dat voor de productie van één shirtje 2700 liter water is verbruikt, chemicaliën onnodig in het milieu zijn gedumpt en mensenrechten worden geschonden, zou je het shirtje dan nog steeds kopen?’


Liselot Fetter, een van de Jonge Denkers des Vaderlands 2020

Transactionalisme
Met je gezonde verstand kun je bedenken dat dit een slechte deal is, concludeert de Jonge Denker, en toch blijven we met z’n allen meer kleding kopen.

Op dit moment heeft transactionalisme ertoe geleid dat we in de grootste ecologische crisis ooit terecht zijn gekomen, die de mens met uitsterven bedreigt. De longen van de aarde staan in brand. Het zeeniveau stijgt. Koraalriffen gaan dood. Oogsten mislukken door toenemende droogte. Het aantal natuurrampen neemt toe. Kortom, de aarde is niet langer een stabiele woonplaats voor de mens.’

Ecocentrische benadering noodzakelijk
Fetter ziet in de toekomst door bewustwording wel een omslag plaatsvinden. Onze antropocentrische denkwijze moet omvergegooid worden. Een ecocentrische benadering is noodzakelijk: hierbij wordt ervan uitgegaan dat de natuur onafhankelijk van de mens bestaat en dus een intrinsieke waarde heeft. We zien onszelf niet als onderdeel van de natuur, aldus Fetter. Toch moeten we de aarde weer gaan zien als een systeem waar we als mensen deel van uitmaken. Als mensheid staan we voor een grote uitdaging, namelijk het behouden van de natuur, zodat de aarde voor volgende generaties nog bewoonbaar is.

‘Klimaatverandering kent geen grenzen. In de toekomst zal de klimaatcrisis in de geschiedenisboeken staan als de grootste crisis die de mensheid ooit gekend heeft, met dit moment als keerpunt. Er zal met afschuw worden gekeken naar ons niet handelen. Het versterkte broeikaseffect is al een decennium lang bekend. Toch staat het bestrijden van klimaatverandering nog steeds niet overal op de agenda.’

Zie: De Jonge Denkers – iFilosofie 56, Kom uit je bubbel – ‘We zitten in een bubbel die ons beschermt tegen de onvoorspelbaarheid van de natuur. Dus: kom uit je bubbel!’ (Liselot Fetter, een van de zeven Jonge Denkers des Vaderlands 2020, Gymnasium Haganum, Den Haag)

Beeld: Lothar Dieterich (Pixabay)

Foto: Liselot Fetter (Gymnasium Haganum )

‘Mystiek is om te beginnen vrijheid’

Mystiek heeft de naam nogal zweverig te zijn: ‘Het ervaren van God ‘die ronddoolt tussen de potten en de pannen,’ zei Theresa van Avila ooit. God heeft de naam nogal abstract te zijn. Alleen al het woord ‘God’. Dat beladen, misverstandelijke woord. Theoloog Wim Jansen zegt dat wie moeite heeft met dat woord, hij iedereen van harte uitnodigt om de titel vrijelijk aan te passen aan het eigen levensgevoel: Brandend verlangen om op te gaan in liefde. Jansen schreef Brandend verlangen, opgezet als een mystiek dagboek in de periode van mei 2019 tot mei 2020. ‘Mystiek is om te beginnen vrijheid,’ meldt uitgever Van Warven op de boekomslag.

Z
ijn boek Brandend verlangen – om op te gaan in God/Liefde verscheen 18 juni. Als inspiratiebron noemt Jansen de drieledige bron waaruit hij leeft: de verwondering over de schoonheid en het mysterie van het aardse leven; het geheim van de liefde, dat hij God noemt: GOD achter God; en contemplatie, dat voor hem betekent: stilte, mediteren, dagelijks oefening in onthechten.

De theoloog, schrijver en dichter vindt inspiratie in de liefdesmystiek, in het bijzonder de middeleeuwse christelijke mystiek van Hadewych, Jan van Ruusbroec en Meister Eckhart; de filosofie van de oude Grieken, met name de stoïcijnen en de cynici; de oosterse mystiek van het soefisme, boeddhisme en taoïsme; en poëzie, in het bijzonder Hans Andreus, J.C. van Schagen, Gerrit Achterberg.

Mystiek van alledag
Het ervaren van God ‘die ronddoolt tussen de potten en de pannen’, zoals Theresa van Avila het noemde [in haar boek De innerlijke burcht, PD]. Hoe verhoudt Godverlangen zich tot simpele levensvreugde en alledaagse zorgen? Geen flauw idee had hij [Jansen] hoe bewogen dat jaar zou zijn. Niet alleen vanwege de maatschappelijke stikstofonrust en wereldwijd de coronacrisis, maar ook persoonlijk, toen hij te horen kreeg dat een ongeneeslijke kanker zich in zijn lichaam had uitgezaaid. Wat blijft erover van een ‘brandend verlangen om op te gaan in God’ met de dood op je hielen? Een spannend relaas over hectiek en stilte, crisis en mystiek.’
(Uitgeverij Van Warven)

Predikant Bert Altena schreef een recensie en vertelt dat Jansen zijn dagelijkse beslommeringen, mijmeringen en belevenissen beschrijft, dat hij telkens zoekt naar de verbinding met God, wat voor hem niet moeilijk is.

Jansen ervaart zijn leven als een bestaan in God, lezen we al in de eerste bijdrage, zegt Altena, een werkelijkheid die Jansen altijd omringt. Het is een zeker weten dat hem van jongs af aan begeleidt. Voor hem zo vanzelfsprekend, dat hij zich soms verwondert over wie dat niet zo beleeft. Dat zijn opgetogen godsbeleving weleens fronsende reacties oproept onder generatiegenoten en in zijn omgeving, deert hem niet. 

Niettemin weet ik mij geroepen om het te blijven proberen, juist vanuit de verdeeldheid en het verschil. De Godervaring uitstralen, uitdragen, vertalen, vertellen. Het is geen keuze. Ik kan het niet laten.’
(Wim Jansen)

Het is de paradox, zegt Altena, dat Jansen zoekt naar een mystieke godsbeleving waarin de hoogste wijsheid is zichzelf verliezen in God…

Dit is het wat ik het aller allerliefste wil. Mijzelf uitvlakken, verdwijnen, opgaan in het niets zodat alleen God overblijft’.’
(Wim Jansen)

maar dat hij tegelijkertijd juist daarin zijn eigen ego ultiem bevestigd ziet:

Het verdwijnen van dat ‘ik’ is niet minder, maar meer. Het is geen verlies, maar winst. Want ik word God. Wat kan een mens meer verlangen dan God zijn?’
(Wim Jansen)

Zie: Wim Jansen, Brandend verlangen (Bert Altena)

Brandend verlangen | Wim Jansen | 300 pagina’s | Met illustraties | 18 juni 2021 | Uitgeverij Van Warven | € 19,95

Beeld: Pixabay 
Update 14 06 2024

Ontwaken uit de droom van ‘ik’

Meditatieleraar Björn Natthiko Lindeblad schreef het boek Geloof niet alles wat je denkt – wijsheden van een moderne monnik voor een betekenisvol leven. Lindeblad ging zeventien jaar in de boeddhistische leer in kloosters in Thailand, Groot-Brittannië en Zwitserland. Afgelopen dinsdag verscheen Geloof niet alles wat je denkt, waarin hij op een nuchtere manier de lessen deelt die hij heeft geleerd en hoe hij omgaat met zijn diagnose, toen in 2018 de ziekte ALS werd geconstateerd. Björn is ervan overtuigd dat liefde het belangrijkste in het leven is. ‘Geloof niet alles wat je denkt’ is een van de meest waardevolle lessen.In 2020 het best verkochte Zweedse non-fictie boek.

Soms zeggen mensen als ze mijn verhaal horen zoiets als: ‘Goh, je hebt vast veel geleerd!’ Misschien is dat zo, maar het voelt niet alsof ik een grote tas tijdloze wijsheid met me meedraag. Integendeel, zou ik bijna zeggen. Ik reis met minder bagage dan ooit door het leven. Er is minder van mezelf en meer plaats voor het leven… Langzaam maar zeker ontdekte ik dat er een wijzere stem is om naar te luisteren, dat ik met het leven kan dansen in plaats van dat ik probeer het onder controle te houden. Dat ik met een open hand kan leven, en minder met een bange gebalde vuist.
(Boeddhistisch Dagblad)

In het Boeddhistisch Dagblad vertelt filosoof Erik Hoogcarspel dat Lindeblad het onderricht volgde van Steven Gray, die zichzelf Adyashanti noemt, een Amerikaanse leraar die tijdens het beoefenen van zenmeditatie bijzondere ervaringen heeft gehad en voor zichzelf is begonnen. Een uitspraak die veel indruk op Lindeblad maakte was: ‘Je zult weten wat je moet weten wanneer je het moet weten’.

In The Sun, waarnaar het dagblad verwijst, staat een mooi verhaal over Adyashanti. Hij heeft een gesprek met een verdrietige vrouw. Ze had het grootste deel van de avond tijdens zijn lezing met de handen in haar schoot zitten friemelen. Ze zei dat ze enorm verdrietig was, en bang dat ze nooit een ontwakingservaring zou hebben. Adyashanti vroeg wat haar diepste spirituele verlangen was. De vrouw antwoordde: ‘Ik wil God leren kennen.’

Adyashanti vroeg de vrouw, die Nancy heette, om even te stoppen met zoeken naar God en in plaats daarvan op zoek te gaan naar Nancy. ‘Waar is Nancy?’ hij vroeg. ‘Wat is Nancy? Als ik je vraag waar je hand is, waar is je voet, dan kun je antwoorden. Maar als ik vraag waar Nancy is, waar is ze dan? Ze doet alsof ze het middelpunt van dit hele leven is, maar waar is ze? Is dit Nancy meer dan een gedachte?’ ‘Nee,’ zei ze.

Adyashanti beschreef haar de neiging van de menselijke geest om te geloven in een beperkte notie van ‘ik’, een afgescheiden zelf in de kern van ons wezen: als we op zoek gaan naar dat ‘ik’, ontdekken we iets diepers en groters. 

Wat kijkt er nu door je ogen?’ vroeg hij aan de vrouw. Na een pauze antwoordde ze: ‘Het voelt als leven.’

Het gesprek eindigt met de vraag van Adyashanti, daar ze op zoek is naar God: ‘Wat als we het woord leven vervangen door God? Is God niet het leven, de essentie van al het bestaan?’
‘Ja’, antwoordde de vrouw.
‘God tuurt er nu doorheen’, zei Adyashanti. ‘Op dit moment.’

De vrouw leek diep ontroerd. ‘Ho,’ zei ze met grote ogen.

Houd dit een tijdje vol,’ zei Adyashanti tegen haar terwijl ze rustig ging zitten en de volgende vraagsteller naar de microfoon liep. Hij merkte dat Nancy’s handen niet meer wiebelden en vredig in elkaar gevouwen in haar schoot lagen.

Geloof niet alles wat je denkt | Björn Natthiko Lindeblad | Het Spectrum | gebonden | 224 pagina’s | Verschijningsdatum 8 juni 2021 | € 20,99 | Lindeblad (1961) studeerde bedrijfskunde in Stockholm, maar besloot op zijn zevenentwintigste monnik te worden in kloosters in Thailand, Groot-Brittannië en Zwitserland. Na zeventien jaar keerde hij terug naar Zweden en ontwikkelde zich tot veelgevraagd spreker en meditatieleraar. In 2018 kreeg hij de diagnose ALS. | ‘Dit boek is zo belangrijk, zo kwetsbaar en zo gevuld met emotie en wijsheid.’ (Aftonbladet, Zweden)

Zie:
* Geloof niet alles wat je denkt (Boeddhistisch Dagblad)
* Who Hears This Sound? (The Sun – Adyashanti over het ontwaken uit de droom van ‘ik’)

Beeld: radioviainternet.nl

De spirituele levenskracht van Jane Goodall

Primatoloog Jane Goodall gelooft dat alle levende wezens een ‘vonk van goddelijke energie’ hebben die een ‘ziel’ zou kunnen worden genoemd, inclusief niet alleen het dierenleven maar ook het plantenleven: ‘Ze hebben een vonk van die goddelijke energie.’ In Evolution News & Science Today van het Discovery Institute’s Centre for Science & Culture, schrijft wiskundige en freelance schrijver Elisabeth Whately over haar: Jane Goodall Meets the God Hypothesis. ‘De grens tussen religie en wetenschap kan inderdaad ‘vervaagd’ zijn, zoals Goodall enthousiast opmerkt.’ Zaterdag 14 juni komt Goodall naar de Balie in Amsterdam.*

20 mei kondigde de Templeton Foundation Jane Goodall aan als haar Templeton Prize-laureaat voor 2021. De Foundation – opgericht ter ere van degenen die wetenschap gebruiken om de plaats en het doel van de mensheid in het universum te verkennen – noemt haar een ‘unieke figuur’ en een baanbrekende onderzoeker in de zoektocht naar een antwoord op ‘de grootste filosofische vraag van de mensheid: ‘Wat betekent het om mens als onderdeel te zijn van de natuurlijke wereld?’ Spirituele taal overspoelt Goodall’s spreken als ze de prijs in ontvangst neemt. 

Ze geeft toe dat de echt ‘diepe mysteries van het leven’ ‘voor altijd buiten de wetenschappelijke kennis liggen’. Ze onderstreept dit met een citaat uit de beroemde uitspraak van apostel Paulus op de hemel: ‘Nu zien we donker door een glas; dan van aangezicht tot aangezicht.’

Goodall’s spirituele instinct groeide terwijl ze haar baanbrekende onderzoek deed in de Tanzaniaanse bossen van Gombe. Ze vertelt Templeton dat ze zich hier ‘heel, heel dicht bij een grote spirituele kracht voelde’. Ze put opnieuw uit de brieven van Paulus om te verwijzen naar dat ‘waarin we leven en bewegen en ons bestaan ​​hebben’. 

De primatoloog ziet ook een doel in het ‘tapijt’ van de natuur: ‘Het belangrijkste onderdeel van het zijn in het regenwoud is het begrip van de onderlinge verbinding, hoe elke kleine soort een rol te spelen heeft.’ Als een soort uitsterven, is het alsof er een draad uit het tapijt is getrokken. Trek te veel draden uit, zegt ze, en het grootse ontwerp van het tapijt zal ontrafelen. ‘Magie’ is het woord dat in haar opkomt als ze de grootsheid van dit ontwerp probeert te beschrijven. Alleen spirituele taal is voldoende als ze naar het omringende bos kijkt:

Het is iets dat zo krachtig is en zoveel verder gaat dan wat zelfs het meest wetenschappelijke, briljante brein had kunnen creëren.’

Wetenschap kan niet alles verklaren, daar is Goodall van overtuigd. ‘We hebben een eindige geest,’ zegt ze tegen Religion News Service, ‘en het universum is oneindig. Als de wetenschap zegt: ‘We hebben het allemaal voor elkaar gekregen, dan is er de oerknal die het universum heeft geschapen.’ Welnu, wat heeft de oerknal veroorzaakt?’ 

Goodall gelooft dat verzoening tussen religie en wetenschap alleen kan worden bereikt door het materialisme te verwerpen. Ze is het met haar vriend Francis Collins eens dat ‘toevallige mutaties onmogelijk kunnen leiden tot de complexiteit van het leven op aarde’. Ze is blij dat wetenschappers ‘meer bereid’ worden om te praten over de mogelijkheid van een intelligent doel achter het universum.’

Goodall lijkt te neigen naar een soort pantheïstische ‘levenskracht’ die de wereld doordrenkt met ‘energie’. Eveneens kan gemakkelijk worden aangetoond hoe deze hypothese verbleekt in vergelijking met de verklarende kracht van het traditionele theïsme. 

En het theïsme verklaart niet alleen de structuur van het universum beter, het biedt ook een manier om de uitzonderlijke aard van de menselijke soort te funderen die we instinctief aanvoelen, ook al hebben briljante wetenschappers zoals Goodall zichzelf helaas geconditioneerd om het te verwerpen.’

Whately besluit haar artikel met de opmerking dat de grens tussen religie en wetenschap inderdaad ‘vervaagd’ kan zijn, zoals Goodall enthousiast opmerkt. 

En toch zijn er veel manieren om religieus te zijn. Er zijn veel manieren om te aanbidden. Goodall aanbidt zeker, op haar eigen manier. Ze zou je zelfs kunnen vertellen dat ze een ontwerpende kracht aanbidt. De vraag is, heeft het haar gemaakt naar haar beeld? Of heeft ze het in de hare gehaald?’

* Zaterdag 14 juni is Goodall in de Balie in Amsterdam, waar zij spreekt over onze samenleving en de planeet. Hoe zou de wereld eruit kunnen zien na de COVID-19-pandemie? Zal deze crisis een andere manier van omgaan met de aarde inluiden? Hoe kunnen we een sterkere inzet voor het herstel en het behoud van de planeet bevorderen?
De bijeenkomst is uitverkocht, maar een livestream is dan vrij toegankelijk.

Zie:
* Jane Goodall Meets the God Hypothesis (Evolution News)
* ‘Religion entered into me’: A talk with Jane Goodall, winner of the 2021 Templeton Prize (Religion News Service)

Foto:
news.janegoodall.org

‘Mens worden door zelf na te denken’

Zeven filosofen beantwoorden de vraag van journalist Joël De Ceulaer van De Morgen welke actuele lessen klassieke denkers ons kunnen bijbrengen. Dat levert een boeiende oogst op van allerlei inzichten: van politieke tot therapeutische. Met prachtige illustraties van Penelope Deltour. Over Søren Kierkegaard, Hannah Arendt, Spinoza, Epicurus, Simone Weil, Niccolò Machiavelli en Arthur Schopenhauer.

Karl Verstrynge: ‘Kierkegaard leert ons dat de overschatting van onszelf als mens gevaarlijk is.’

Søren Kierkegaard waarschuwt je niet aan je materiële bestaan te hechten. ‘Leven betekent dat je afstand doet van je gehechtheid aan het materiële bestaan en in feite leert te sterven’. Hij wilde de filosofie vanuit het concrete, specifieke leven van ieder individu laten vertrekken. Het leven zoals u en ik dat leven, elk op onze eigen manier. 

Alicja Gescinska zegt over Hannah Arendt: ‘Zij zou vandaag veel problemen hebben met de kampen buiten Europa waar wij vluchtelingen opvangen.’

Volgens Hannah Arendt is de politiek te belangrijk om aan politici over te laten. Zij zou de nieuwe ontwikkelingen op het vlak van politieke deliberatie en burgerparticipatie toejuichen. ‘We moeten met z’n allen in de publieke ruimte met elkaar in debat gaan.’ Volgens Arendt worden we pas mens als we voor onszelf nadenken en oordelen. Ze hield niet van de kuddementaliteit. We mogen geen radertje in het systeem zijn.

Herman De Dijn: ‘Voor Spinoza was de mens gewoon een product van de natuur. Niet uniek, niet speciaal, en niet het centrum van het universum.’

Volgens Spinoza leveren schuldgevoelens niets op. ‘Doe wel en zie niet om’. Miserie hoort erbij in het leven, daar moet je je bij neerleggen. Het is ook onmogelijk om met wetenschap en rede alles in het leven te beheersen, zegt deze filosoof. Politiek moeten we baseren op echt inzicht in de ander, niet op emotie.

Johan Braeckman: ‘Volgens Epicurus was je vrij om je leven zelf in te vullen. Met de zelfgekozen dood had hij geen probleem.’

Epicurus leert je met negatieve gevoelens om te gaan. ‘Door zelfredzaamheid na te streven, geen valse behoeftes na te jagen, je verlangens onder controle te houden’. Zowel de stoïcijnen als de epicuristen boden, zoals zelfhulpgoeroes dat nu doen, gemoedsrust aan. De filosofie van Epicurus is mede therapeutisch van aard: hij wilde mensen met angst en onzekerheid leren omgaan.

Willem Lemmens: ‘Het denken van Weil is het tegendeel van individualisme en de cultus van het ik.’

Simone Weil zou niet verbaasd zijn van de klimaatcrisis. ‘Ze was onder de indruk van wetenschap en techniek, maar wees er ook op dat het kapitalisme tot verspilling en blinde groei leidt’. Oorlog zag zij als een monster dat alle menselijkheid uit ons vreet, en dat zag ze bij beide partijen in een conflict.

Bart Vandenabeele: ‘Schopenhauer zag dat het niet mogelijk is om al onze verlangens te bevredigen.’ 

Arthur Schopenhauer zou het zorgpersoneel eindeloos bewonderen. ‘Zij geven het beste van zichzelf’. Hij zocht naar manieren om ons te verlossen uit illusies en van de onmogelijkheid om aan al onze verlangens te voldoen: door sereniteit na te streven, wat hij een ‘beter bewustzijn’ noemde. Die sereniteit herkende hij bijvoorbeeld in het gelaat van Jezus zoals dat op de schilderijen van Rafaël te zien is.

Tinneke Beeckman over Machiavelli: ‘Als je pech hebt, mag je je hoofd niet te veel laten hangen. Voor mij werkt zo’n denker opbeurend.’

Niccolò Machiavelli adviseert je je tegenstander niet te vernederen, omdat je daarvoor ooit de prijs betaalt. ‘Behandel de ander met respect’. Je moet over virtù beschikken, over deugd: dan neem je je vrijheid tot handelen ten volle op en wil je je inzetten voor het algemeen belang. Daar hangt het vanaf of je slechter of beter uit de crisis komt. Voor onze tijd is dat een inspirerende boodschap, die ons uitnodigt om het burgerschap te herdenken. 

Zie: Wat de oude filosofen ons vandaag nog kunnen leren (of via Topics)

Beeld: ‘De filosoof’ – Rembrandt – The Yorck Project (2002) 10.000 Meisterwerke der Malerei (DVD-ROM), distributed by DIRECTMEDIA Publishing GmbH.

Unieke toegang tot de geest van CG Jung

Onlangs verschenen The Black Books van psycholoog en psychiater Carl Gustav Jung. Een reeks notitieboekjes met zwarte kaften, waarin Jung van 1913 tot 1932 schreef, zijn het resultaat van een zelfexperiment dat hij z’n ‘confrontatie met het onbewuste’ noemde: een engagement met zijn fantasieën, die hij in kaart bracht. Jung betitelde ze als zijn ‘zwarte boeken’. Jung-expert Sonu Shamdasani spreekt over The Black Books op 30 mei tijdens een online symposium, georganiseerd door het Jungiaans Instituut, in samenwerking met de stuurgroep Jungiania, de C.G. Jung Vereniging Nederland – IVAP, en de Vrije Universiteit Amsterdam.

Het Rode Boek putte uit materiaal dat in The Black Books was opgenomen tot 1916, maar Jung bleef er decennia lang in schrijven. The Black Books werpen licht op de uitwerking van Jungs persoonlijke kosmologie en zijn pogingen om inzichten uit zijn zelfonderzoek naar zijn leven en relaties te belichamen. 
Prachtig gepresenteerd, met een onthullend essay van Sonu Shamdasani, en zowel vertaalde als facsimile-versies van elk notitieboekje, bieden deze onmiskenbaar heilige boeken (Times Literary Supplement) een uniek portaal naar Jungs geest en de oorsprong van de analytische psychologie.’
(VU)

The Black Books (‘Notebooks of Transformation’), tot nu toe het belangrijkste ongepubliceerde werk van Jung, worden gepresenteerd in een prachtige, zevendelige dooscollectie met een essay van Shamdasani ― verlicht door een selectie van Jungs levendige visuele werken ― en zowel vertaalde als facsimile-versies van elk notitieboekje, bieden The Black Books een uniek portaal naar Jungs geest en de oorsprong van analytische psychologie.

In 1913 startte C.G. Jung een uniek zelfexperiment dat hij zijn ‘confrontatie met het onbewuste’ noemde: een verbintenis met zijn fantasieën in een wakende staat, die hij in kaart bracht in een reeks notitieboekjes die The Black Books worden genoemd . Deze intieme geschriften werpen licht op de verdere uitwerking van Jungs persoonlijke kosmologie en zijn pogingen om inzichten uit zijn zelfonderzoek naar zijn leven en persoonlijke relaties te belichamen. The Red Book putte uit materiaal opgenomen van 1913 tot 1916, maar Jung bewaarde de notitieboekjes nog vele decennia actief.’
(The Black Books)

Professor Sonu Shamdasani houdt op 30 mei een korte inleiding tot de fascinerende Black Books van Jung, ter gelegenheid van de recente publicatie van de boeken. Deze ‘intieme persoonlijke aantekeningen van Jung geven een verbluffend inzicht in zijn psyche en ontwikkeling, en zijn veel te lang verborgen gebleven voor het publieke oog’.

Sonu Shamdasani (geboren in 1962) is een in Londen gevestigde auteur, redacteur en professor aan het University College London. Zijn geschriften richten zich op Carl Gustav Jung (1875-1961) en beslaan de geschiedenis van de psychiatrie en psychologie vanaf het midden van de negentiende eeuw tot de huidige tijd. Shamdasani redigeerde voor de eerste publicatie ook een ander belangrijk werk van Jung: The Red Book, dat is gebaseerd op The Black Books.’ 
(VU)

In Het Rode Boek van Jung dat in 2019 verscheen, schreef Shamdasani een uitgebreide en heldere inleiding. Jung wordt hierin beslissend genoemd in het ontstaan van de moderne psychologie, psychotherapie en psychiatrie en een groot aantal internationale beroepsuitoefenaren in de analytische psychologie werken onder zijn naam.

De jaren, waarin ik de innerlijke voorstellingen volgde,
vormen de belangrijkste tijd van mijn leven,
waarin zich alles, wat wezenlijk was, voordeed.
Toen begon het en de latere details zijn slechts
aanvullingen en verduidelijkingen.
Mijn volledige latere werkzaamheden bestonden uit het bezig zijn
om dát verder uit te werken, wat in die jaren uit het onbewuste
was losgebroken en mij bijna had overspoeld.
Het was de oerstof voor een levenswerk.’

(C.G. Jung, 1957, in: Het Rode Boek)

The Black Books | C.G. Jung, Sonu Shamdasani | Taal: Engels | Hardcover | Slipcased Edition | oktober 2020 | 1648 pagina’s | Uitgever W W Norton & Co | € 232,99 | Vertaling Martin Liebscher, John Peck

Voor aanmelding Symposium zie:
Jungiaans InstituutZondag 30 mei 11 – 13 uur online (€ 10,-)

YOUTUBE: The Black Books by C.G. Jung

Beeld: Tree of Life door CG Jung (uit: The art of C.G. Jung)
Update 11042024

Een rusteloze vrijdenker ontdekt een nieuwe wereld

Hoe Alister McGrath als rusteloze, vrijdenkende anarchist met de wetenschap als grote liefde, een onmodieuze maar heel vervullende, rationele en veerkrachtige visie op de wereld ontwikkelde, vertelt hij in zijn nieuwste boek Het raadsel van God. In zijn memoir schrijft een van ’s werelds toonaangevende autoriteiten op het gebied van wetenschap en religie over zijn onvermoede bekering door zijn verkenning van die onbekende, nieuwe wereld.  Oude vragen zet hij in een nieuw licht en beschrijft zijn leven op een eiland dat geloof heet. ‘Ik heb moeten leren leven met een wereld waarin we onze diepste overtuigingen niet kunnen bewijzen.’

Of we nu atheïst zijn of gelovig, vertelt hoogleraar historische theologie McGrath, we zullen allemaal moeten leren leven met onzekerheid over de opvattingen die voor ons cruciaal zijn, zoals het bestaan van God, de aard van het goede of de zin van het leven.

Ik heb moeten leren leven met een wereld waarin we onze diepste overtuigingen niet kunnen bewijzen. De schaduwen van donkerheid zijn levensgroot aanwezig in deze vertelling. En dat kan niet anders, juist omdat ze onderzoekt hoe we te midden van onzekerheid en twijfel authentiek en betekenisvol kunnen leven. Ik heb ontdekt dat het kan.’
(Uit: Het raadsel van God, Voorwoord)

Alister McGrath (foto: University of Oxford) vertelt dat hij als tienjarige gebiologeerd werd door de ademloze pracht en uitgestrektheid van de sterrenhemel in vrieskoude Ierse winternachten. Hij bouwde toen een mini-telescoop om die schoonheid gedetailleerder te kunnen bekijken.

Toen hij klaar was, richtte ik hem op de hemel en tuurde door het kijkglaasje. Het leek alsof de tijd stilstond toen ik ineens de sterrenconcentraties van de Melkweg in beeld had. Het overweldigde me. Ik had op zijn minst een aantal seconden het gevoel dat ik balanceerde op de rand van iets; alsof ik op het strand stond en een glimp van verre verten opving. Dit was het moment waarop ik zeker wist dat ik de wetenschap in wilde. Ik wilde me verdiepen in en kennis opdoen over de enormiteit van de wereld.’
(Uit: Het raadsel van God, hoofdstuk 1, Een nieuwsgierige geest)

McGrath constateerde ook dat zijn groeiende technische en feitelijke kennis van astronomie schromelijk achterbleef bij het gevoel van verwondering en ontzag dat hij ervoer tijdens het observeren van de plechtige onbeweeglijkheid van de verlichte hemelkoepel boven zich.

Dat noemde ik eens tegen een van mijn docenten op school. ‘Daarom hebben we poëzie nodig’, zei hij, en voegde eraan toe dat de wetenschap niet best presteerde in het omgaan met gevoelens of schoonheid. Hij stelde niet dat wetenschap verkeerd was; hij maakte me attent op de mogelijkheid dat ze incompleet was, niet in staat te resoneren met iets was belangrijk, diepgaand en veelbetekenend was in de menselijke natuur.’
(Uit: Het raadsel van God, hoofdstuk 1, Een nieuwsgierige geest)

Het raadsel van God gaat over het verlies van McGrath’s intellectuele onschuld tijdens de confrontatie met een wereld die halsstarrig weigerde zich te conformeren aan zijn denkbeelden over hoe hij zou moeten zijn.

Dit beknopte werk is in essentie een uitzoektocht van ideeën. Ik doe verslag van intellectuele ontdekkingsreizen waarin ik reflecteer op mijn groeiende bewustwording hoe complex de werkelijkheid is, hoe beperkt mijn en ons begrip daarvan is en wat de consequenties waren voor mijn tot mislukking gedoemde jeugdige verlangen naar een simpele kijk op een gecompliceerde wereld.’
(Uit: Het raadsel van God, Voorwoord)

Het raadsel van GodMijn ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof & twijfel | Alister McGrath | Paperback | 9789043536035 | Druk: 1 | mei 2021 | 240 pagina’s | € 24,99 | Kokboekencentrum Uitgevers | Prof. Alister McGrath is toonaangevend in de christelijke wereld. Hij is rector van Wycliffe Hall en als hoogleraar historische theologie verbonden aan de Universiteit van Oxford. Hij publiceert met vaste regelmaat talloze invloedrijke boeken op zowel populair- als wetenschappelijk-theologisch gebied, die een breed publiek bereiken.

Zien: Het raadsel van God (Alister McGrath op YouTube)
Beeld: knack.be

Een kinderboek over vrede en vreugde

De Tao Te Tjing voor kinderen en andere volwassenen. Het boek over vrede en vreugde van Roeland Schweitzer kreeg in april 2021 van de vakjury de Berrie Heesen prijs voor kinderfilosofie en een eervolle vermelding voor het toegankelijk maken van de Tao Te Tjing. De jury is vol lof over dit materiaal dat kinderen aanzet om na te denken over ‘het leven’, door zowel beeld als tekst. Het AD kopte: ‘Roeland snapte niks van Chinese filosofie (en zijn vrouw ook niet), maar wint nu een prijs met kinderboek’. ‘Zware kost misschien, maar voor kinderen (en ook hun ouders) is het eenvoudig een boek over vrede en vreugde’.

‘Het gaat om spontaan leven, vanuit je hart. Je moet structuren loslaten, anders wordt het niets. Je moet het zelf doen en spelen als een kind’

De jury prijst de mooie uitgebreide website en het prachtig boek voor kinderen. Fijn om op een vertaalde manier met het Oosters gedachtegoed in aanraking te komen! De vertaalde citaten zijn een prima aanzet om de kinderen aan het denken te zetten over ‘het leven’.
(Uit het juryrapport)

Het is een boek geworden, aldus het AD, met foto’s van George Burggraaff. Geschreven voor kinderen die in de laatste klassen van de basisschool zitten. Het boek kreeg de prijs van het Centrum voor Kinderfilosofie voor Nederland en België.

De weg van de vrede
Een wijs kind wacht rustig af.
Een dapper kind wordt niet boos.
Het sterkste kind vecht niet.
Het grootste kind is bescheiden.
Dit is de vreugde die je voelt als je niet gaat vechten.
Zo volg je de weg van de vrede, zo kom je tot elkaar.
Heel vroeger al was dit het beste wat je kon doen.

(Uit: Het boek over vrede en vreugde, tekst 68)

Het is ook een mooi boek waar je veel van kunt leren, zeggen de makers. De kinderen van de keizer van China leerden al uit dit boek. Nu leren nog steeds heel veel mensen uit de Tao Te Tjing. Je kunt er jaren op studeren.

‘Je begrijpt de Tao Te Tjing niet in één keer.
Ook grote mensen vinden het een raadselachtig boek.
Als je het maar half leest, dan kun je het nog verkeerd begrijpen ook.
Bijvoorbeeld dat kogels jou niet zullen raken of dat kennis onzin is.
Iedere keer als je het leest, kom je iets verder.
Als je het boek goed kent, dan heb je er je hele leven plezier van.
En: ‘jong geleerd is oud gedaan.’ Wat je als kind leert, dat doe je als groot mens.
Daarom hebben we een ‘Tao Te Tjing voor kinderen’ gemaakt.
‘En voor andere volwassenen’, zeggen we erbij.’

(Fotograaf George Burggraaff en schrijver Roeland Schweitzer)

Het was de vrouw van Schweitzer die hem op het idee bracht om een kindervertaling te maken. ‘Ze snapte het na die tweede vertaling nog steeds niet en zei dat ik ermee moest stoppen,’ vertelt Roeland. Maar ze zei ook: ‘Ga het nou eens aan kinderen vertellen, zo eenvoudig mogelijk’.

Ik dacht dat dat  veel te moeilijk zou zijn. Maar het idee was leuk en ik heb een paar verzen voor kinderen vertaald. Kinderen, onze kleinkinderen vonden dat leuk. Opa’s en oma’s lezen het voor, het wordt in de klas gebruikt. Dat was een groot succes en uiteindelijk is het uitgegroeid tot dit boek.’
(AD)

Taoïsme is een filosofie en meer gericht op yoga, mindfulness, ratio,’ zegt kunstenaar en journalist Schweitzer.

De gedachte er achter is niet dat je er een beter mens van kunt worden, want dat moet je zelf doen. Soms denk je ‘dit boek gaat me helpen’, maar dan blijkt de weg modderig te zijn. Aan die weg heb je niets. Het gaat om spontaan leven, vanuit je hart. Je moet structuren loslaten, anders wordt het niets. Je moet het zelf doen en spelen als een kind.’
(AD)

Zie:
* ‘Roeland snapte niks van Chinese filosofie (en zijn vrouw ook niet), maar wint nu een prijs met kinderboek’  (AD, 21042021)
* De TAO voor kinderen | Roeland Schweitzer & George Burggraaff | 183 pag. | Uitgeverij Van Warven | € 20,-
Update 31 12 2024 (Lay-out, links)