‘Christus was er al voordat Jezus werd geboren’

visie.eo.nl

Franciscaan Richard Rohr is de auteur van Het Christusmysterie. Hij maakt in dit nieuwe boek ‘onderscheid tussen de Jezus uit de Bijbel en de Christus die was en is van alle tijden. (‘Denken we echt dat God 13,7 miljard jaar lang niets te zeggen had en pas begon te spreken tijdens de laatste nanoseconden van de geologische tijd?’) De schepping is de ‘eerste Bijbel’. De eerste incarnatie – God die zich verbindt met het universum – vindt plaats in Genesis 1. Het begint met licht’.  

De bevrijdende, bewustzijnsverruimende boodschap, zo noemt Theoblogie, bij monde van auteur Bep van Muilekom, Het Christusmysterie. ‘Christus is overal om ons heen aanwezig’. Richard Rohr herdefinieert volgens haar de christelijke traditie, doorbreekt vastgeroeste gods- en wereldbeelden, ingesleten gedachtenpatronen en hiërarchieën.

Als ik besef dat de wereld om mij heen zowel de plek is waar God zich verbergt als openbaart, kan ik niet langer een betekenisvol onderscheid maken tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke, het heilige en het profane.’ (Van Muilekom)

Van Muilekom zegt dat Rohr, een van de meest populaire spiritualiteitsauteurs, eigenlijk niets nieuws vertelt, maar zijn licht laat schijnen over het oude, vertrouwde verhaal – zodat het is alsof je het voor het eerst hoort, weer ziet met de verwonderde en nieuwsgierige ogen van een kind.

Het goddelijk DNA is in elk schepsel, in heel de schepping aanwezig – of we ons daarvan bewust zijn of niet. Jezus is het ‘licht van de wereld’, het Licht maakt dat je alle andere dingen ziet. ‘In Jezus Christus wordt Gods eigen, brede, diep en alles omarmende wereldbeeld voor ons toegankelijk gemaakt.’ Christus is een andere naam voor alle dingen, Hij heeft de dingen lief door de dingen te worden, zegt Rohr. Maar al is God overal, Rohr is geen pantheïst. ‘God is binnen in alle dingen, maar overstijgt de dingen ook.’ (Van Muilekom)

Het boek bestaat uit twee delen. In het eerste, zo zegt Van Muilekom, beschrijft Rohr de ‘universele en diepere werkelijkheid in het hart van alle dingen’, het Christusmysterie. In het tweede deel vraagt hij zich af wat het einddoel is, voor ieder van ons – en voor de kosmos. Hij ziet een doelgerichte beweging in de geschiedenis, een evolutie die wordt voortgestuwd door Gods liefde, waarbij niets en niemand wordt uitgesloten. ‘Christus doordringt alles wat is’.

Rohr plaatst zichzelf in de perennial tradition (in het Nederlands zoiets als ‘eeuwigdurende traditie’). Deze traditie staat voor de overtuiging dat God zichzelf altijd, in alles en overal heeft geopenbaard. Dat er in elke tijd (al dan niet religieuze) mensen zijn geweest die deze openbaring goed hebben verstaan en in hun leven hebben vertaald. Er is geen enkele stroming die zichzelf eigenaar van Gods openbaring mag weten. Richard Rohr rekent faliekant af met dit soort superieure, verdeeldheid zaaiende pretenties. Hij pleit voor ruimte voor het niet-weten, voor het mysterie.’ (Theoloog Else Eikema, in: Lazarus)

In zijn boek verwijst de Amerikaanse franciscaan Rohr naar de autobiografie A Rocking-Horse Catholic van de twintigste-eeuwse mystica Caryll Houselander, waarin de franciscaan een wonderlijke ervaring van Houselander herkent als het Christusmysterie: de inwoning van de Goddelijke Aanwezigheid in ieder mens en ieder ding, sinds het begin van de tijd zoals wij die kennen.

Christus was voor haar duidelijk niet alleen Jezus van Nazaret, maar iets van een veel grotere, zelfs kosmische omvang. Wat dat betekent en wat dat ertoe doet, dat is het onderwerp van dit boek [Het Christusmysterie]. Ik geloof dat een kennismaking met dit visioen de kracht geeft voor een radicale hervorming van wat we geloven, hoe we anderen zien en ons tot hen verhouden, ons besef van de grootheid van God en ons begrip van wat de Schepper aan het doen is in onze wereld.’ (Uit: Het Christusmysterie)

Bronnen:

* Bep van Muilekom: De bevrijdende, bewustzijnsverruimende boodschap van ‘Het Christusmysterie’

* Else Eikema: Richard Rohr nodigt je uit God te zien in alle dingen 

* Het Christusmysterie – Hoe Gods tegenwoordigheid alles wat je ziet, hoopt en gelooft, kan veranderen| Richard Rohr | ISBN: 9789043532006 | Pagina’s: 272 | Publicatiedatum: 27-08-2019 | € 24,99 | E-book: € 13,99 | ‘Richard Rohr komt in het radicaal theologische boek Het Christusmysterie met een voor westerse christenen prikkelende stelling over de naam Jezus Christus. De betekenis van het woord Christus is niet (zoals velen denken) de achternaam of eretitel van Jezus, maar een aanduiding die veel universeler en verstrekkender is dan slechts horend bij de man uit Nazaret. Voor wie deze fundamentele waarheid ontdekt, wordt het christelijk geloof veel meer dan de belijdenis dat Jezus God is. Je leert zien dat God zijn hele schepping doordringt en overal om ons heen aanwezig is. Hij is te ontmoeten in iedereen die je tegenkomt. De franciscaan Richard Rohr verbindt de kloosterspiritualiteit en mystiek met grote thema’s. Eerder schreef hij De goddelijke dans. ‘Rohr ziet Christus overal, en niet alleen in mensen.’ – Bono

Beeld: visie.eo.nl

‘Opnieuw ruimte voor kennisclaims over God’

ContraKant

De Duitse filosoof Immanuel Kant ontwikkelde ruim tweehonderd jaar geleden een kennisleer op grond waarvan kennis over het transcendente onmogelijk is. Volgens filosoof Rutten bleef Kant onterecht vasthouden aan het idee dat de mens niets kan weten over datgene wat niet in de zintuiglijke ervaring gegeven is. Januari 2020 verschijnt Contra Kant – Herwonnen ruimte voor transcendentie. Hierin gaat Rutten in op het idee van Kant dat wij alleen iets zouden kunnen weten over wat in de zintuiglijke aanschouwing gegeven is.

Kants kennisleer legde mede de basis voor het algemeen geaccepteerd raken van een positivistisch wereldbeeld*. Filosoof Emanuel Rutten laat in dit boek zien dat Kant ernaast zat.’ (KokBoekencentrum) 

Volgens Rutten wordt ons denken vaak zonder dat wij ons hiervan bewust zijn diepgaand bepaald door Kantiaanse motieven: ongetwijfeld vormt de radicale scheiding tussen geloven en weten één van de belangrijkste motieven van Kants wijsgerig systeem:

Met zijn radicale scheiding tussen geloof en weten voltooide Kant een denkbeweging die al door Hume was ingezet. Het radicale van deze scheiding bestaat hieruit dat geen enkele geloofsclaim als kennis wordt beschouwd. Met weten heeft geloven volgens Kant niets te maken. Bovendien kan volgens Kant geen enkele claim over het bovenzintuiglijke gelden als kennis.’

Het menselijk weten is – zoals Rutten al eerder weergaf in zijn masterscriptie wijsbegeerte Het kenbare noumenale: transcendentie binnen de wereld voor onsbij Kant beperkt tot kennis van het zintuiglijk waarneembare. Alléén het zintuiglijk ervaarbare kan bij Kant object van kennis zijn. Zo bakent Kant de grenzen van ons kennen genadeloos en hermetisch af:

Iedere opvatting over het bovenzinnelijke wordt door hem dus beschouwd als een niet tot onze kennis behorende geloofsovertuiging. Volgens Kant weten wij helemaal niets van het bovenzintuiglijke. Elke vorm van traditionele speculatieve metafysica of rationele theologie wordt door hem dan ook volstrekt afgewezen. Het is precies deze overtuiging die door Kant na hem breed heeft postgevat in het westerse denken. De idee dat de mens geen kennis kan bezitten over het bovenzinnelijke is ons denken ten diepste gaan bepalen.’

Rutten ontwikkelde echter een alternatieve kennisleer volgens welke we in tegenstelling tot Kants epistemologie wel degelijk kennis kunnen verwerven van het bovenzinnelijke. ‘Zo wordt in onze tijd opnieuw ruimte gemaakt voor kennisclaims over God’.

* Het wereldbeeld waarin alleen voor waar doorgaat wat ‘de wetenschap’ positief heeft vastgesteld.

Contra Kant | Emanuel Rutten | EAN 9789043533591 | KokBoekencentrum Non-Fictie | Pag. 176 | € 17,99

‘Denken is meer dan hersenactiviteit’

Fluide-Intelligenz-trainieren-Arbeitsgedaechtnis-Kristalline-Lernen

‘Bezien vanuit de neurowetenschap zijn we slechts toeschouwer van ons mentale leven,’ stelt Naomi Kloosterboer. ‘Gedachten en gevoelens worden dan door neurologische processen bepaald.’ Maar, stelt de filosoof, als je nadenkt kan je overtuigingen ontwikkelen. Echter, de neurowetenschap behandelt die overtuigingen als stenen die in de hersenen liggen, waarvan we niet weten hoe die er gekomen zijn of waarom die er zouden moeten blijven liggen.

Als we negeren dat we door middel van reflectie en beslissingen ons actief tot ons mentale leven verhouden, krijgen we een vervreemdend beeld van zelfkennis en het mens-zijn. Mijn onderzoek toont aan dat deze actieve houding ten opzichte van ons mentale leven essentieel is voor ware zelfkennis.’

Kloosterboer promoveerde eind oktober tot doctor in de filosofie met haar alternatief beeld van ons mens-zijn en onze relatie tot ons mentale leven: Attitude and Commitment. Zij vindt dat ons huidige beeld in de wetenschap over de relatie tot onszelf niet klopt. Voor de filosoof heeft ons denken altijd inhoud, een gerichtheid op een onderwerp. Dat valt weg als je een overtuiging als hersenactiviteit beschouwt. 

Hiermee beoog ik niet te zeggen dat hersenen helemaal geen rol spelen bij denken. Mijn punt is dat denken niet gereduceerd kan worden tot enkel hersenactiviteit: denken doe je met je hoofd, maar denken zit niet in je hoofd. De inhoud van de gedachten draait om jouw perspectief op de wereld. Dat perspectief is wat denken is.’

Een overtuiging hebben betekent voor de filosoof allereerst dat je overtuigd bent van iets. En die overtuigingen, maar ook intenties, verlangens en emoties bestaan niet alleen in je hoofd.

Stel bijvoorbeeld dat ik zeg: ‘Ik geloof dat het regent.’ Daarmee zeg ik iets over de staat van de wereld; dat het waar is dat het regent. Ik doe geen verslag van iets in mijn hoofd; ik zeg iets over de wereld. Door overtuigd te zijn, ben ik actief betrokken bij de wereld. Denken is actief betrokken zijn bij datgene waarover je denkt.’

Dinsdagavond 3 december vertelt Kloosterboer hierover meer in het Filosofisch Café in Utrecht, het Hofman Café – een voor iedereen vrij toegankelijke activiteit van Studium Generale Universiteit Utrecht. Volgens de filosoof zijn onze gedachten en emoties meer dan het gevolg van een proces in ons brein. Hoe moeten we ze dan wél begrijpen? Haar lezing heeft de titel: Hoe (goed) ken jij jezelf?

Waarom denk je wat je denkt en voel je wat je voelt? Een neurowetenschapper zou zeggen: doe een hersenscan. Want uiteindelijk worden gedachten en gevoelens door neurologische processen bepaald. Wie dat zegt, doet volgens filosoof Naomi Kloosterboer MA (UU) zichzelf tekort. Bezien vanuit de neurowetenschap zijn we slechts toeschouwer van ons mentale leven. Maar dat is niet hoe we het ervaren. Onze gedachten, gevoelens en zelfkennis worden niet van een afstandje door ons beschouwd, maar juist geleefd. Een overtuiging dat mannen en vrouwen moreel gelijk zijn ligt niet vastgebakken in ons brein, maar hangt samen met hoe we de wereld zien. Welke rol speelt ons eigen perspectief in het vergaren van zelfkennis? En wat betekent het om een actieve houding aan te nemen tegenover onze innerlijke wereld?’ (Studium Generale Universiteit Utrecht)

Zie:
*
Hoe (goed) ken jij jezelf?
(Universiteit Utrecht)
* Waarom denken meer is dan hersenactiviteit (Bij Nader Inzien)
* Proefschrift

Beeld: jumpic.com

‘Zonde is je eigen geest verwaarlozen’

Zelfverloochening

Volgens promovendus Fokko Omta is zonde het doel van je ware Zelf missen: spirituele zelfverloochening door je wezenlijke Zelf te vergeten. Zonde is spirituele luiheid of traagheid, verwaarlozing van je eigen ‘geest’. Volgens de Vrije Universiteit Amsterdam is het tijd voor een post-theïstisch zondebegrip. Post-theïstisch? Godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes noemt je post-theïst als je niet meer in een persoonlijke God gelooft. Gisteren promoveerde Omta op de zonde. De titel van het proefschrift luidt: Sin: against Whom or against What? Logisch, die vraag als je het geloof in een persoonlijke God kwijt bent. Tegen wie of wat ben je dan zondig? Tegen jezelf dus.

Deze studie gaat over veranderingen van de zondeleer waarbij de volgende, traditionele voorstelling van zonde als vertrekpunt is genomen: zonde is ‘een schuldige en persoonlijke belediging van een persoonlijke God’ (a culpable and personal affront to a personal God – C. Plantinga jr.) Zonde wijst op ‘kwaad’ in de religieuze relatie met God. De studie onderzoekt de consequenties voor het zondebegrip als God niet theïstisch als persoon wordt gezien, maar als ‘geestelijk principe” (het goddelijke, geest, iets). De studie loopt uit op de formulering van een post- of niet-theïstisch zondebegrip.’ (Uit: Abstract proefschrift)

Omta zoekt omschrijvingen van zonde in newagekringen waarin het goddelijk en het menselijke nauw op elkaar worden betrokken. Bij theoloog Karl Barth vindt hij zonde benoemd als ‘traagheid’ en bij filosoof en theoloog Paul Tillich ‘ten diepste vervreemding van jezelf’. Dat komt heel dicht in de buurt bij Omta’s ‘spirituele zelfverloochening’.

Zonde is niet gericht tegen een buitenaards Opperwezen, maar keert zich tegen het meest wezenlijke in jezelf. Het is een vorm van spirituele luiheid of traagheid, verwaarlozing van je eigen geest en ziel.’ (Omta)

Als je dus niet in een persoonlijke God gelooft, kan je ook niet tegen Hem zondigen: niet langer dus zonde als opstand tegen God. Zo komt Omta aan zijn herformulering van ‘zonde’. Het is ernstig: je zondigt tegen je zelf, tegen je Zelf. Je verloochent jezelf spiritueel. De mens blijft ten diepste geest, vindt Omta, geschapen naar het beeld van God. En in de geest van de mens zit iets van God. Daar kunnen de post-theïsten dan weer op afdingen: zij geloven immers niet in een persoonlijke God? Zo lijkt de denkwijze van Omta een handigheidje: ook in de post-theïst huist God. Niet zo gek als je bedenkt dat het Omta erom gaat dat de diepste grond van de mens –zijn geest en ziel– weer in contact komt met God en dat de moderne mens daarin de weg gewezen wordt.

Ik probeer tegemoet te komen aan gelovigen die om welke reden dan ook niet meer in een persoonlijke God kunnen geloven. Zij hebben ook hun zonde. Het vernieuwende van mijn concept is dat ik met de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer zonde niet verbindt met het zwakke in de mens, maar juist met zijn kracht, het verhevene. De mens is ten diepste geest, geschapen naar het beeld van God. En zijn geest is de aanwezigheid van iets van God in de mens. Dáárop richt zich mijn nieuw geformuleerde zondebegrip.’ (Omta in het RD)

Omta’s proefschrift geeft te denken. Misschien is zondigen tegen jezelf wel de grootste zonde die je kan doen: je eigen geest verwaarlozen. Dat is nog al wat. Dan loop je rond met een lege of leeggelopen geest. Dan ga je inderdaad de mist in als je alleen aan jezelf vastzit, zoals Omta dichter Willem Barnard aanhaalt. Ten koste – ook nog – van je eigen ziel.

Zie:
* Tijd voor een post-theïstisch zondebegrip
* Promovendus Fokko Omta: Zonde is het doel van je ware zelf missen
* Proefschrift

Foto: PD (Noordwijk aan Zee, november 2019)