Naturalisme ondergeschikt aan een ethisch-religieuze zienswijze

Ephesians_2.12_._Greek_atheos
‘De mens doet er niet toe en de natuur is onverschillig.’ Het naturalisme bouwt voort op het materialisme en ontkent het bestaan van bovennatuurlijke verschijnselen: al het bestaande wordt uit natuurlijke oorzaken verklaard. ‘De natuurlijke geschiedenis van de wereld vertelt eigenlijk alles wat we willen weten.’  

Toch is het naturalisme fout. Docent filosofie Jan-Auke Riemersma stelt in zijn blog van 7 december jl. (herzien op 8 december) dat het naturalisme ondergeschikt is aan een ethisch-religieuze zienswijze. ‘Het bestaan van een transcendente werkelijkheid kan door de naturalist eigenlijk niet worden ontkend.’ In zijn proefschrift Naturalisme en Theïsme (2011) stelde hij dat het naturalisme onverenigbaar, zelfs strijdig is met religie (hfdst. 3,2.)

‘De naturalist gaat er van uit dat wij in staat zijn om de wereld objectief te onderzoeken. Dat is echter niet mogelijk: zelfs als we uiterst rationeel denken zijn we niet objectief, maar subjectief: onze logische modellen van de wereld zijn bedoeld om er in te kunnen ‘wonen’. Al onze modellen van de wereld zijn in die zin ‘aangepast aan de behoeften en noden van de mens’.’ 

Volgens De Lachende Theoloog onderzoeken we de wereld opdat we iets kunnen doen met de resultaten. Maar gelovigen kunnen de wereld niet meer anders zien dan door naturalistische ogen en verliezen daardoor hun geloof. Het naturalisme is een filosofie die heel diep bij de mensen zit.

janriemersmafacebookJan-Auke Riemersma (foto: Facebook) begint – in weer een van zijn fraaie bespiegelingen op zijn blog – met het ontmantelen van het naturalisme: bij de veronderstelling dat de mens onbemiddeld toegang heeft tot de werkelijkheid. Dit stelt ons in staat, zo gelooft de naturalist, om deugdelijke uitspraken te doen over de positie van de mens in de wereld. Het is voor de mens echter niet mogelijk om de wereld te beschrijven op een objectieve, neutrale manier, zoals de naturalist lijkt te denken.

‘Deze kennistheoretische aanname is echter naïef. Je kunt de naturalist voorhouden dat ons beeld van de werkelijkheid hoe-dan-ook een product is van het menselijk brein.’   

Zèlfs de wetenschappelijke (wiskundige) weergave van de werkelijkheid is geen beschrijving van hoe de wereld ‘in zichzelf’ is, een waarneming buiten de logische regels om, maar een beschrijving van hoe de wereld er uitziet in de ogen van een wezen dat altijd en overal vóór alles wil weten wat hij moet doen. Zo vervalst onze logische denkwijze elke beschrijving van de werkelijkheid, stelt de docent filosofie.

‘Je kunt het theïsme verdedigen door te betogen dat wij onderdeel zijn van een ethische werkelijkheid: alles draait om de vraag of de manier waarop wij leven, de keuzes die wij maken, goed of kwaad zijn. ‘In deze wereld is geen enkele menselijke handeling zinloos of zonder betekenis.’

De naturalist kan volgens hem geen objectieve beschrijving van de werkelijkheid geven. Als de mens nooit achter de logische beschrijving van de werkelijkheid kan kijken, dan heeft hij goede redenen om te denken dat de werkelijkheid ons verstand overtreft.

‘Je moet wel erg halsstarrig zijn en per se vast willen houden aan je opvatting dat de wereld een logische kooi is waarin wij gevangen zitten en waarbinnen al onze handelingen zonder betekenis zijn, als je niet in staat bent om te zien dat de wereld eigenlijk door en door religieus is en dat al onze handelingen zich afspelen op een zeer gevoelige balans van goed en kwaad. Het naturalisme is zo beperkt dat het eigenlijk niet kán worden verdedigd.’

Het bestaan van een transcendente werkelijkheid kan door de naturalist eigenlijk niet worden ontkend. – Al met al spreekt dit toch sterk in het voordeel van een ‘religieuze’ visie.’

Zie: De mens, in een wereld van goed en kwaad (en de discussie eronder)

Illustr: Het Griekse woord ‘atheoi’ αθεοι (‘[degenen die] zonder god’) zoals deze wordt weergegeven in de brief van Paulus aan de Efeziërs 2:12, op de vroeg 3e-eeuwse Papyrus 46. Dit woord – in een van zijn vormen – verschijnt nergens anders in het Nieuwe Testament of in de Koine Griekse versie (de originele handschriften) van het Oude Testament. (Wikipedia Commons)

Genesis en de exegese van filosoof Kweetal

genesis
Op het Filosofieblog schrijft Kweetal dat volgens Genesis God de eerste mens, Adam, kneedde van het stof van de wereld. Vervolgens stelt hij dat velen van ons geloven dat God ons een ziel ‘zou hebben ingeblazen’. Als hij dan toch de Bijbel leest en verder las, kon hij ook bij Genesis aan de weet komen dat dit klopt: de ziel, het diepste deel van onszelf, komt rechtstreeks van God.

‘En die ziel kennen we onszelf toe vanuit de unieke manier waarop we onszelf kennen.’ (Kweetal)

Waarom het ene van de Bijbel erkennen en het andere vervolgens niet? Het ligt dus een beetje anders dan Kweetal veronderstelt. Volgens de filosoof heeft Genesis op de eerste plaats duidelijk gemaakt dat wij gemaakt zijn van dezelfde materie als de rest van de wereld. Dat zal best, maar God deed dus nog meer.

‘Toen vormde God, de Heer, uit het stof van de aardbodem de mens en blies hem de levensadem in de neus. En zo kwam de mens tot leven.’ (Gen. 2:7) 

De Bijbel die Kweetal aanwendt bij zijn betoog kan je lezen zoals je wilt, letterlijk of niet, of alleen datgene wat je wilt lezen. Volgens Kweetal schiep God de wereld zoals wij die kennen:

‘Hij scheidde het licht van de duisternis, de dag van de nacht, de hemel van de aarde en het land van de zee. Wat God deed was niet zozeer iets nieuws creëren, maar een vooraf bestaande chaos ordenen.’ (Kweetal) 

Echter, die vooraf bestaande ‘chaos’ werd door God gecreëerd. In de allereerste regel van Genesis lezen we dat God in het begin de hemel en de aarde schiep. Hij ordende de hemel en aarde, misschien wel nadat hij eerst het universum had gemaakt.

‘In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.’ (Gen. 1:1-2)

Kweetal hekelt het bestaan van de boom der kennis in het paradijs. Hij legt dat uit als dat mensen iets ‘niet zouden mogen kennen’.

‘Maar nu was er iets wat ze niet mochten kennen, en dat feit was niet simpelweg te negeren. Mensen willen weten, zelfs als ze daarmee een voorschrift van de allerhoogste zouden schenden. Zelfs als dat weten hen schade kan berokkenen. Mensen zijn niet gemaakt voor gedwongen passiviteit. Mensen zijn er niet op gebouwd om volmaakt gelukkig te zijn.’ (Kweetal) 

Maar die boom is juist een prachtige metafoor voor het feit dat de mens geen robot is die alleen maar zou mogen doen waarvoor hij geprogrammeerd is. De mens werd vrij geschapen. Kweetal veronderstelt dat God een wezen schiep en dat plaatste in een omgeving waarin het niet tot zijn recht kon komen. 

‘Als God Adam en Eva deze keuzemogelijkheid niet had gegeven, dan zouden zij in feite robots zijn geweest die alleen maar zouden doen waarvoor ze geprogrammeerd waren. Maar God Schiep Adam en Eva als ‘vrije’ wezens die beslissingen kunnen maken, met het vermogen om tussen goed en kwaad te kiezen. Adam en Eva moesten het vermogen hebben om keuzes te kunnen maken om daadwerkelijk ‘vrij’ te kunnen zijn.’ (gotquestions.org) 

ManMetBaard_jpg_120x120_crop_upscale_q85Volgens Kweetal (foto: K) is God een schertsfiguur. Ja, als je hem op zo’n manier uitlegt, kan je van iedereen een clown maken. Toch heeft Kweetal het over de wijsheid van Genesis. Maar Genesis heeft meer wijsheid in zich dan de filosoof kan vinden. Het boek is briljant, zegt Kweetal. Hij weet niet half hoe mooi die briljant schittert.

Zie: De wijsheid van Genesis (Kweetal)

Illustr: tjittedijkstra.nl

Een nieuwe benadering van het christelijk geloof

francisspufford
Het boek van Francis Spufford: Dit is geen verdediging! zou wel eens richtinggevend kunnen zijn voor een nieuwe benadering van het christelijk geloof. Dat stelt journalist en theoloog Theo van de Kerkhof in een boeiend en beeldend geschreven recensie. ‘Wie tegenwoordig aansluiting zoekt bij één van de traditionele christelijke kerken heeft iets uit te leggen. Althans zo voelde dat voor de Britse schrijver Francis Spufford (1964), die zich tot zijn eigen verrassing tegenwoordig christen noemt.’

ditisgeenverdediging‘Spufford moest nogal ergens doorheen voor hij als moderne dertiger zijn vanzelfsprekende atheïstische levensvisie inruilde voor een christelijke. Je kunt zijn boek lezen als een persoonlijk bekeringsverhaal dat in grondstructuur enige overeenkomst vertoont met de vele evangelicale bekeringsverhalen (zonde, vergiffenis, bevrijding zijn ook voor Spufford scharniermomenten). Maar Spufford is niet evangelisch (maar anglicaan) en hij moet al helemaal niets hebben van een benepen kleinburgerlijke moraal.’ 

Als voorbeelden hiervoor geeft Spufford bladzijdelange hilarische opsommingen van alle denkbare vooroordelen waar een christen tegenaan kan lopen. Over bijvoorbeeld zijn dochter, die zal ontdekken dat haar ouders in prehistorische onzin geloven, maar niet in dinosaurussen. Dat zij onderdrukten luchtkastelen na de dood beloven; dat ze sentimentele sukkels zijn die niet zonder papa in de hemel kunnen.

‘Eén van de grootste obstakels als ik wil uitleggen hoe geloof voelt, is dat ik niet met een schone lei kan beginnen. Onze cultuur is aangetast door vrijwel onleesbare religieuze prietpraat.’ 

Theo-vd-Kerkhof-150x150Volgens Theo van de Kerkhof (foto: TvdK) veranderde er iets in de werkelijkheidsvisie van Spufford waardoor hij over een blokkade heen kon stappen en het christendom serieus kon nemen. Ervaringen in een Londens koffiehuis, waar plotseling het Klarinetconcert van Mozart klinkt, spelen hierbij een rol. (Spufford werd vooral getroffen door het middelste deel, het Adagio, pd.)
Ook een andere ervaring, in een kerk, raakt hem. Vervolgens snijdt Spufford kernthema’s aan in zijn boek, zoals genade – als voldoende basis om het godgeloof erop te wagen – en zonde.

‘Maar waar zit dan het draaimoment in zijn betoog? Waar komt dan het geloofsverhaal uiteindelijk toch van de grond? ‘Wat er gebeurt, is dat er vanuit dezelfde ervaring langzaam en met tussenpozen en van tijd tot tijd overweldigend een andere beleving groeit.’ 

‘Beelden tuimelen over elkaar heen: bron van alle echtheid; de flow onder alle flows: universele basis van alle dingen. ‘Ja, het voelt alsof alles wordt gedragen door licht, alsof alles in een zee van licht drijft, alsof alles slechts een oppervlakteverschijnsel is van het licht. En daar hoor ik zelf ook bij. Al mijn lelijke kantjes, de grote stapels herinneringen, geheimen en misverstanden drijven op deze zee. … En hoewel deze ervaring op geen enkele manier uit te leggen is, is ze niet onpersoonlijk. Iemand, niet iets, is hier. … Ik word gezien van binnenuit, maar zonder mijn illusies …. Ik word gelezen door dat waarvan ik ben gemaakt.’ 

Van de Kerkhof stelt dat Spufford poogt het christendom van het leerstellige niveau op te tillen (of moet je zeggen neer te laten) naar een belevingsniveau. Het originele zit in het feit dat hij niet vanuit het christendom naar de wereld kijkt, maar juist andersom vanuit een eigentijds levensgevoel toegang zoekt tot de christelijke traditie. 

‘Zijn benadering is niet institutioneel, of intellectueel, maar existentieel. Dat wil niet zeggen dat intellect of instituties geen rol spelen. Dat doen ze zeker wel, maar de existentie (het alledaagse leven) is sturend in zijn vraagstelling. Bijzonder is voorts dat zijn eigentijdse, existentiële benadering niet automatisch tot een modern gesloten wereldbeeld leidt, maar juist een verbinding tussen het alledaagse en het goddelijk tot stand brengt. Het boek van Francis Spufford zou wel eens richtinggevend kunnen zijn voor een nieuwe benadering van het christelijk geloof.’ 

Zie: Rare jongens, die christenen – of juist niet?

Een eerdere recensie: Voor christenen, atheïsten en mensen die het allemaal niet weten

Foto: vimeo.com 

spufford-580_57431aFrancis Spufford (1964) (foto: universalheartbookclub.com) is lid van de Britse Royal Society of Literature en schreef meerdere boeken. De rode belofte, over de teloorgang van het vooruitgangsgeloof in de Sovjet-Unie, verscheen in negen talen en kreeg lovende recensies in onder meer de NRC, De Standaard en de Volkskrant (vijf sterren!) De Engelse titel van het boek is Unapologetic. Hij heeft het zo genoemd omdat het geen ‘apologie’ is, de technische term voor een verdediging van ideeën.

Dit is geen verdediging! | Francis Spufford | Paperback | 224 pagina’s | ISBN 978 90 259 0306 0 | Prijs € 18,95

‘Als er een God is. Want het kan ook zijn dat er geen God is. Ik weet niet of er een God is. En dat weet jij ook niet, en ook Richard bloody Dawkins weet dat niet. Niemand weet het. God is geen kenbaar iets, zoals gezegd. Ik  weet dat –  als ik mazzel  heb  en  het me lukt  om  erop te letten, ja, als ik voor even het lawaai in mijn hoofd tot zwijgen weet te brengen – ik het gevoel heb dat er een God is. En daarom heeft het emotioneel gezien zin om door te gaan en te doen alsof Hij er is, ja, het erop te wagen met die mogelijkheid. Niet op een verlegen, doodsbenauwde,  emotionele manier, of op een kruiperige, angsthazerige, meesterzoekende  manier,  of  op een scherpslijperige o-wat-ben-ik-goed-manier.  Maar hoopvol, realistisch. Met een gevoel van ook-al-worden-we-uit-het-veld-geslagen-we-blijven-het-proberen. Een gevoel dat ons wordt aanbevolen door die vreemde hemelbewoner, die zegt: wees niet voorzichtig. Wees niet verrast als je de onmenselijkheid van mensen ziet. Maar wees ook niet bang. Er kan meer worden gerepareerd dan je denkt.’
(Slot van het boek)

God (en de moraal) bestaan ook zonder religie

fransdewaal (1)
Jan Hoek stelt dat alleen onder Gods vleugels de moraal veilig is. Hij vraagt zich af wat er zal gebeuren met de moraal in Europa wanneer de oude, religieuze fundamenten echt verdwenen zijn. Hij zal bedoelen wanneer het instituut kerk verdwenen is, want mensen blijven geloven, alleen niet meer zozeer in kathedralen. Als God bestaat, heeft Hij onze religieuze gevoelens ingebakken in de mens, dus de moraal ook. Er zijn atheïsten met een hogere moraal dan gelovigen.

‘Wat zal er gebeuren met de moraal in Europa, wanneer de oude, religieuze fundamenten echt verdwenen zijn? Wat zijn de effecten wanneer ongeloof volledig tot standaard van de massacultuur is geworden? Onze cultuur zindert nog van de moraal die eeuwenlang is overgedragen door het christendom, waarbij zorg voor de zwakken, naastenliefde, de intrinsieke waarde van een mensenleven, nieuwe kansen voor misdadigers, goedgeefsheid aan mensen die niet je verwanten of volksgenoten zijn, vergeving enzovoort hoog in het vaandel staan.’ (Jan Hoek) 

Met het slopen van de kerken verdwijnen ook de oude, religieuze fundamenten, maar dat wil niet zeggen dat de moraal daar ook mee ondergraven wordt. Als je in God gelooft, bestaat Hij ook wel zonder de religieuze fundamenten die de mens in allerlei vormen heeft vastgelegd. Zonder geloof is moraal prima uit te leggen. Geloof geeft hooguit extra vorm aan die moraal, maar dat geldt dus ook voor de atheïst. We kunnen gerust zijn op de sociale gevolgen van massaal aangehangen ongeloof op langere termijn. Ongeloof leidt echt niet tot moraalloosheid.
Hoek volgt in zijn bijdrage de grote lijn van het boek God bewijzen van Stefan Paas en Rik Peels, waarmee hij van harte instemt met hun stelling dat ongeloof in het bestaan van God het vrijwel onmogelijk maakt om een intellectueel houdbare positie in te nemen omtrent moraal.

‘Maar intussen hebben we geen enkele reden om aan te nemen dat de evolutie ons heeft geholpen aan ‘ware’ (dat is nog wat anders dan ‘nuttige’) opvattingen over goed en kwaad. Ons eigen gevoel kan geen objectieve maatstaf zijn. Atheïsme en zelfs agnosticisme leiden derhalve per definitie tot moreel scepticisme.’ (Jan Hoek)

Maar is het niet frappant dat er tot op heden geen culturen zijn gevonden waarin geen religie voorkwam? De oudste ons bekende religieuze uiting dateert uit circa 40 – 50.000 voor Christus, de tijd dat waarin men welbewust overledenen ging begraven. Toen al geloofde mensen dat het leven zich niet beperkte tot het lichamelijke bestaan. In die tijd was het instituut kerk nergens te bekennen, maar mensen hadden wel een moraal, dat bewijzen alleen al de begrafenisrituelen. En God bestond toen ook al. Zonder kathedralen.

janhoekJan Hoek (foto: narcis.nl) is bijzonder hoogleraar gereformeerde spiritualiteit. Spiritualiteit! Dat is een mooier en hedendaagser begrip dan religie. Hoek verstaat er wellicht iets anders onder dan dat spiritualiteit een vrijere vorm van religie, van geloof is. De gelovige mens van nu is meer spiritueel dan blind aanhanger van een religie met wetten, voorschriften en belijdenissen. De mens gelooft meer en meer van uit zichzelf, niet op gezag. Hoek moet toch beseffen dat moraal al bestond, voordat Boeddha, Jezus en Mohammed hun vlaggen op aarde plantten?

‘Welke toekomst is er voor deze morele idealen wanneer geloof in God steeds verder in onze achteruitkijkspiegel verdwijnt? We kunnen niet gerust zijn op de sociale gevolgen van massaal aangehangen ongeloof op langere termijn. Alleen onder Gods vleugels is de moraal veilig.’ (Jan Hoek) 

De gelovige mens van nu kijkt meer naar binnen en ontdekt daar zijn religieuze of spirituele gevoelens, en zijn moraal, of alleen maar zijn moraal, zijn persoonlijk geweten. God bestaat en heeft ook de seculiere mens geschapen. Het maakt God niets uit wat of hoe je gelooft. Hij heeft ons geen religie voorgeschreven. God kent geen religie. Ook seculier denkende mensen hebben zorg voor de zwakken, kennen naastenliefde; de intrinsieke waarde van een mensenleven; willen ook nieuwe kansen voor misdadigers; kennen goedgeefsheid voor mensen die niet hun verwanten of volksgenoten zijn; kennen ook vergeving.

Bovenstaande is een reactie op: Zonder geloof is moraal niet uit te leggen (Jan Hoek)

Foto: cobra.be – ‘In het goddeloze universum van chimps of bonobo’s bestaan al die zaken die men zo lang voor exclusief menselijk heeft gehouden zoals rechtvaardigheid en medelijden. Dat druist in tegen vele gevestigde ideeën: de natuur was wild en gewelddadig, slechts bij de mens was daar een likje vernis van de moraal overheen gegaan, aangebracht door een welwillende god. De Waal laat zien dat de moraal er al lang was voor de religie zich ontwikkelde, als een soort geïnstitutionaliseerde en geritualiseerde bovenbouw op de biologische morele onderlaag.’ (Geerdt Magiels)

‘Evolutie is intelligent design’

intelligent_design (1)
‘Darwin en vele moderne evolutiebiologen stellen dat evolutie functioneel ontwerpt’, zegt bioloog John Jacobs. ‘Experimenten laten ook zien dat het functionele resultaat van evolutie herhaalbaar is.’ Jacobs stelt dat veel van zijn vakgenoten daar zo over denken. Slechts weinigen geloven in repeterend toeval. Jacobs hiermee reageert op het artikel Is er Intelligent Design in de natuur? van Vincent Kemme, 20 november jl. op Biofides. Op Facebook ontstaat een boeiende discussie.

gerardverschuurenOp Biofides verwijst Jacobs naar geneticus en wetenschapsfilosoof Gerard M. Verschuuren (foto: Biofides) die Intelligent Design (ID) weerlegt als een wetenschappelijke theorie die zou leiden tot een ‘god van de gaten’. De natuur, biologische evolutie inbegrepen, heeft geen bovennatuurlijke interventies nodig die complexe structuren voortbrengen. De metafysische ontwerper en zijn wetten van de natuur, met inbegrip van natuurlijke selectie, volstaan. 

‘Gerard M. Verschuuren, wetenschapper, schrijver, spreker en adviseur, werkzaam op het raakvlak van wetenschap, filosofie en religie, legt het verschil uit tussen ‘intelligent design’ als een metafysisch concept en ‘ID’ als wetenschappelijke theorie. Hij onderschrijft het eerste, noemt het ‘kosmisch ontwerp’ en schrijft het toe aan God, de auteur van de natuurwetten en schepper van de wereld die wordt onderzocht door natuurwetenschappen.’

 

Jacobs stelt, met een verwijzing naar paleontoloog Richard Fortey (foto: Kennislink) op Kennislink, dat toeval en blinde gebeurtenissen zich niet herhalen, maar evolutie wel: evolutie is niet puur toevallig en kan zich herhalen. Ook stelt hij dat zelfs Richard Dawkins de mogelijkheid van functioneel (intelligent) ontwerpen door evolutie aantoont. 

‘Dawkins gaat uit van de moleculaire onvoorspelbaarheid van evolutie. Technisch gezien correct, maar dan moeten we ook zeggen dat de moleculaire uitkomst van antistoffen door vaccinatie onvoorspelbaar is. De voorspelbare werking van vaccins is echter het grootste bewijs dat de moderne biologie nuttige waarheden levert.

richard_fortey1Dawkins valideert het concept evolutie echter met zijn Weasel* en beargumenteert dat de evolutie dan dit en dan dat kan selecteren. Technisch correct, maar tussen de verschillende vormen van selectiedruk zitten vaak tienduizenden of miljoenen generaties. Als Dawkins zegt ‘Het is duidelijk dat evolutie niet naar een uitkomst toewerkt,’ bedoelt DAWKINS dat de FUNCTIONELE uitkomst van evolutie ONVOORSPELBAAR is. Voor dat functioneel onvoorspelbaar zijn heeft hij GEEN WETENSCHAPPELIJKE argumenten, dit is louter gebaseerd op zijn atheïstische levensvisie.

Dawkins redeneert vanuit de details. Wie de details van de moleculaire evolutie van een antistof respons tegen een vaccin bestudeert verwacht een breed spectrum aan mogelijk uitkomst. Functioneel is het een effectieve immuunrespons in > 99% van de gevallen. Als ik in een dobbelspel > 99% van de gevallen het gewenste resultaat gooi, gelooft niemand meer in toeval.

Vooralsnog toont evolutie in de herhaalde opvolging van fossielen (Conway Morris), evolutie van species in het lab (Lenski), de herhaalde opvolging van functionele eigenschappen en genen (vele bv. Thornton) allemaal op de functionele voorspelbaarheid. In overeenstemming met DARWIN maar tegenstrijdig met DAWKINS.’ 

johnjacobsfacebookJohn Jacobs (foto: Facebook) stelt ten slotte dat Dawkins tot een minderheid behoort die ook niet de wetenschappelijke literatuur aan zijn zijde heeft. Ook heeft hij weinig bijgedragen aan de wetenschappelijke discussie in de evolutiebiologie. Wel beïnvloedt hij de opinie van het lekenpubliek sterk.
Intussen gaat de discussie verder, waarbij Jacobs stelt dat evolutie ontwerpt op een manier die ook hij metafysisch gezien als intelligent zou bestempelen. Voor alle duidelijkheid heeft hij vanaf het begin al afstand genomen van de ID-ideologie die stelt dat evolutie niet kan ontwerpen.

Zie: Facebook – scroll naar bericht van Vincent Kemme over intelligent design, 20 november 2013 (in groep: Geloof & Wetenschap)

Foto: metropolitician.blogs.com

  • Weasel: Richard Dawkins probeert intelligent design in evolutie als ‘climbing mount improbable’ (toename van ‘ontwerp’ in de natuur) te weerleggen in ‘de blinde horlogemaker’. Echter zijn voorbeeld over ‘me thinks its a weasel’ gaat uit van toegroeien naar een ontwerp (genoemd zinnetje van Shakespeare). Met andere woorden, ‘climbing mount improbable’ lukt ook Dawkins alleen als hij uitgaat van een bestaand ontwerp(er). (John Jacobs)