Leef je eigen mythe. Over religie, mythen en ons zelf. – Veel mensen komen soms bronnen vol inzichten tegen waar ze zich diep verwant mee voelen. ‘Ze willen zich daar niet voor afsluiten, of het nu uit een bekende traditie komt of uit een onbekende. Zij ervaren zichzelf niet (meer) als behorend bij één religie of levensbeschouwing, maar als deel van de mensheid met haar universele thema’s.’
Aldus theoloog Harm Knoop, schrijver van het boek Leef je eigen mythe. Hij geeft 8 juni een lezing over de meervoudige religieuze identiteit.
‘Niet de traditie of de religie waar de inzichten uit voortkomen, maar de draagkracht en -wijdte van de inzichten zijn beslissend. Als u ze vraagt: ‘Ben je christen?’ zeggen ze wellicht: ‘Ja, en Hindoe, en humanist, en soefi, en boeddhist.’ Alles tegelijk en in één adem.’ (HK)
Harm Knoop (1954) – (foto: Facebook) werkt met vrijmoedigheid als voorganger in de vrijzinnigheid, als trainer, coach, inspirator, docent. En altijd als schatgraver. De schat in het binnenste van mensen helpen vinden, opgraven, ontsluiten. Dat is zijn mythe en missie. Daar krijgt hij geen genoeg van.
Hij schreef in 2012 Leef je eigen mythe. Over religie, mythen en ons zelf. Daarin heeft hij het over de meervoudige religieuze identiteit (MRI).
‘Een prototype van MRI was Raimon Panikkar (1918-2010), Indiër en Spanjaard, Hindoe, christen en boeddhist, filosoof en mysticus, wetenschapper en priester. Geïnspireerd door zo’n ‘grensoverschrijder’ is er niet veel voor nodig om op zoek te gaan naar eigen MRI en de vreugde (en soms pijn) daarvan. Pinksteren, het zit in de lucht.’ (HK)
Theoloog Paula Stuurman(foto: Linkedin) vindt het boek een pleidooi om in het levensverhaal van elk mens bewustwording en zingeving te vinden aan de hand van oude mythen; eigenzinnig en waardevol, en nog waardevoller als je de Bijbelse mythen zelf leest en kent.
‘Die mythen zijn geen ‘onware verhalen’, maar gaan juist over de diepste psychische en existentiële lagen van mensen. Daar ligt ook hun verbinding met religie en spiritualiteit: zingeving en verbondenheid met het transpersoonlijke worden ervaren in verhalen. (…) De auteur gebruikt de aanpak en verhaaluitleg van Carl Gustav Jung, de psychiater die begin twintigste eeuw nadruk legde op de betekenis van het symbool ten behoeve van de geestelijke gezondheid van mensen.’ (PS)
Op 8 juni, eerste Pinksterdag, geeft Knoop een lezing: ‘MRI: meervoudige religieuze identiteit’ | Tijd: 10.30 uur | Rijnkapel, Imminkstraat 1a, Amerongen.
Leef je eigen mythe | Harm Knoop | ISBN 978 90 5625 383 7 | 212 blz. | 13,6 x 21,5 cm | NUR 728 | Prijs €18,50
‘Knoop heeft een prachtig en moedig boek geschreven, dat ik met de spreekwoordelijke rode oortjes heb gelezen.’ (Lisette Thooft, in VolZin.)
Steeds meer mensen halen religieuze inspiratie uit verschillende levensbeschouwelijke stromingen. Dimitri Woei werd na een katholieke jeugd Hindoe, Naud van der Ven koos voor het jodendom en de seculiere Anja Meulenbelt kwam op het spoor van het christelijk geloof. Sommigen blijven elementen koesteren uit de religie van hun jeugd. Zo noemt de boeddhistische meditatieleraar en voormalig katholiek kloosterzuster Jotika Hermsen zich een volgeling van Boeddha én Jezus. En de tot de islam bekeerde domineesdochter Anne Dijk vindt zichzelf als moslim een ‘betere christen’.
In het boek Flexibel geloven – Zingeving voorbij de grenzen van religies, geschreven door Manuela Kalsky(foto li: Manuela Kalsky Website) en Frieda Pruim (foto re: friedapruim.nl) komen elf mensen aan het woord die over de grenzen van één religie heen kijken. Op Tweede Pinksterdag, tijdens de Happening ‘Flexibele Geesten’ in De Nieuwe Liefde in Amsterdam, vindt de presentatie van dit boek plaats. Manuela Kalsky overhandigt dan het eerste exemplaar aan Jetty Mathurin alias ‘Taante’.
‘Journaliste Frieda Pruim hield de interviews, Jocelyne Moreau maakte de foto’s en theologe Manuela Kalsky reflecteert in de nabeschouwing op het in opkomst zijnde fenomeen meervoudige religieuze binding. Als directeur van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving en als bijzonder hoogleraar aan de VU doet ze er de komende jaren onderzoek naar, samen met André van der Braak, hoogleraar boeddhistische filosofie.’ (NieuwWij)
Alle geïnterviewden in Flexibel geloven vertellen openhartig over het verloop van hun zoektocht en verwoorden hun oude en nieuwe overtuigingen. Ze beschrijven hoe zij hun geloof vormgeven in hun dagelijks leven.
‘Bijbel of Koran in de ene hand, yogamatje en kop kruidenthee in de andere? Dat kan. Dit boek laat prachtig zien hoe moderne gelovigen hun balans vinden tussen eeuwenoude tradities enerzijds en individuele inzichten anderzijds.’ (Nuweira Youskine)
In verband hiermee worden mensen opgeroepen om op Tweede Pinksterdag naar de Happening ‘Flexibele Geesten’ in De Nieuwe Liefdein Amsterdam te komen en zich te laten inspireren. Behalve de boekpresentatie worden spirituele vensters opengezet en wordt iedereen uitgedaagd door de ontmoeting met andere ‘religieuze geesten’. Eenieder kan zich tevens laven aan de wijsheden uit verschillende levensbeschouwelijke tradities. Er zijn filmpjes, ‘heilige’ teksten, gesprekken, muziek, dans, rituelen en natuurlijk interactie met het publiek onder leiding van IKON presentator Annemiek Schrijver.
‘De weg van geloven kent vele kronkelingen en zijtakken. Dit boek toont iets van de menselijke weg naar God en leert mij opnieuw: God is daar waar men Hem zoekt (of Haar, dat kan ook).’ (Monique Samuel)
Aristoteles heeft de taal een symbool genoemd van dat wat er in de ziel gebeurt. Dit zegt wiskundige, classicus en filosoof Ben Schomakers in een artikel over zijn boek Aristoteles Over de ziel, op de site van Athenaeum Boekhandel. ‘Aristoteles’ De ziel is zonder enige twijfel een van de diepste, oorspronkelijkste en invloedrijkste teksten uit de geschiedenis van de filosofie.’
‘Aristoteles stelt er de vraag wat de ziel is en formuleert een antwoord dat ons nog steeds te denken geeft. Wat hij in dit werk over waarnemen, verbeelding en denken zegt heeft tot in onze tijd de filosofische discussie daarover bepaald. Vernieuwde heruitgave van de onvolprezen teksteditie van dit meesterwerk, dat verplichte lectuur is voor filosofen, psychologen en ieder die nadenkt over de vraag wat een ziel is en wat een mens is – wie hij zelf is.’ (AB)
Ben Schomakers werd onlangs door Athenaeum gevraagd zijn vertaling van de eerste zin van Aristoteles’ Over de ziel toe te lichten. En dat doet hij uitgebreid. Boeiend vind ik vooral de effecten van vertalingen en de betekenis die in de loop der eeuwen aan de woorden van Aristoteles gegeven zijn. Het woord ‘hulè’ dat Aristoteles gebruikt – dat altijd voor ‘bebost gebied’ en vandaar ook voor ‘hout’ had gestaan – wordt opeens een aanduiding voor het abstracte begrip ‘materie’. Schomakers roept uit: ‘Begrijp dat maar eens, zoek het maar uit.’
‘Er zijn ook brokken ontstaan door verkeerd geijkte vertalingen van het werk van Aristoteles’ De ziel, een van de belangrijkste boeken van de westerse filosofie, en een van de weerbarstigste, onder andere doordat Aristoteles hier nog meer dan elders voor zichzelf geschreven lijkt te hebben, in zinnen en passages die onaf zijn en in een taal die zoekt naar woorden voor dingen waarvoor niemand nog woorden gehad had (en waarvoor de juiste woorden nog steeds niet gevonden lijken te zijn).’ (BS)
Veel gedachten zijn er geweest over de ziel. Zo zou in de ogen van Aristoteles de ziel een secundair verschijnsel zijn geweest, zonder kern, zonder eigen bestaan, ondergeschikt en afgeleid van de materie. In zijn boek noemt Aristoteles de ziel ‘de eerste verwerkelijking van een natuurlijk, werktuiglijk lichaam’. Schomakers stelt dat Aristoteles het woord ‘psuchè’ gebruikt, dat wel als ‘ziel’ vertaald moet worden. In het ‘vertaalkundig hinkelparcours’ lijkt volgens hem de ziel als een ongewenst onkruid uit het steen van de materie te komen, een onkruid van een onbekende soort, dat door een stevige wind zomaar weggeblazen kan worden.
Ben Schomakers(foto: Klement) worstelt ook met het feit dat een hele eeuw opgevoed is met de gedachte dat de ziel een eerste actualiteit is – iets dat hij nooit heeft kunnen begrijpen. Hij lost het op door te stellen dat het meer te maken heeft met ‘in act zijn’ van de ziel. Dat wil (misschien) zeggen ‘werkelijk zijn’.Hij zegt ook dat, trouw aan het Grieks, de verhouding tussen de ziel en het natuurlijke lichaam waar ze bij hoort ten opzichte van gebruikelijke vertalingen, omdraait in een zin die de ziel niet tot dat bijverschijnsel maakt, maar tot de meesteres over het lichaam.
‘Meer dan eens vergelijkt Aristoteles de verstrengeling van ziel en lichaam met die van de ambachtsman en zijn werktuig: de eerste bedenkt iets en wil iets, maar heeft een zaag nodig om het hout te snijden, een hamer om het ijzer te pletten, een tang om het ijzer in het vuur te houden. Uiteindelijk ontstaat er dan iets moois, dat structuur heeft omdat er een plan achter schuilgaat. Het lichaam heet ‘werktuiglijk’ ten opzichte van de ziel, omdat de ziel zich ervan bedient zodat ze dat wat ze met dat lichaam (eigenlijk met het geheel dat zij met het lichaam vormt) voorheeft, te realiseren. Of liever: te verwerkelijken.’ (BS)
Schomakers vertelt dat, in vanuit Oxford de wereld ingeslingerde versies, de ‘ziel’ van Aristoteles(illustr: timerime.com) werd afgenomen door van ‘psuchè’ ‘mind’ te maken. De ‘ziel’ van Aristoteles werd daardoor erg ingeperkt. Tegenwoordig lijkt een ziel vaak een (quasi-)religieus verschijnsel (met ethische en eschatologische implicaties.) De ‘ziel’ van Aristoteles is kennelijk niet dezelfde is als de moderne ziel, voor zover er over een moderne ziel gesproken kan worden, of over de ziel van de oudheid.
‘Een ziel nu lijkt vaak een (quasi-)religieus verschijnsel (met ethische en eschatologische implicaties) of een mysterieus product van een niet-wetenschappelijke benadering van de werkelijkheid, terwijl de ziel in de vorige eeuw misschien vooral in verband gebracht werd met het gemoed, dat liefst ontvankelijk en verlangend moest zijn en waarop vooral dichters en andere romantici hun ogen op gevestigd hadden. Soms houden we van deze zielen, soms wijzen we ze als naïef af, niet zelden onder argwanend stemmende hoon. En soms zijn we preciezer en beseffen we dat deze specifieke zielen nog niet de ziel hoe dan ook zijn, een innerlijkheid die we ervaren en die ook invloed heeft op ons voelen, denken, handelen, leven. Maar dan nog durven we vaak te zeggen dat ze niet bestaat, de ziel.’ (BS)
Maar, zegt Schomakers, dit is niet allemaal de ziel van Aristoteles: in het Grieks is ‘psuchè’ dus op de allereerste plaats datgene waarvan de aanwezigheid een lichaam levend maakt.
‘Vandaar zweeft de ziel van Aristoteles, keurig in overeenstemming met het Griekse taalgebruik, ook in het ‘domein van de innerlijkheid’, die actief en passief is, vluchtend en verlangend, waarnemend en initiatief nemend, voelend en verward rakend, denkend en beslissend.’ (BS)
! Zie: Herverschijning boek De ziel bij de Historische Uitgeverij op 4 maart 2026 ‘Aristoteles’ traktaat over De ziel, is een van de weinige werken waarvan niemand wil betwisten dat het met recht tot de selecte canon van klassieke werken behoort, die iedere filosoof tot zich nemen moet. Dit traktaat gunt de lezer een blik op de op volle toeren werkende Aristoteles, die het schreef toen hij de ideeën die hij lang had voorbereid aan het oogsten was; elke zin opent een belangrijk nieuw perspectief, stelt een cruciale vraag of formuleert een kerngedachte. De ziel is een werk van groot historisch belang.‘
Ben Schomakers (1960) is opgeleid als wiskundige, classicus en filosoof en promoveerde op een proefschrift over Parmenides. Hij vertaalt filosofische teksten uit de Griekse oudheid, zoals Pseudo-Dionysius’ Over mystieke theologie (1990, 2002), het gedicht van Parmenides (2003), Aristoteles’ Over poëzie (2000), diens Metafysica I-VI (2 dln., 2005) en ook zijn Problemen (2010). Meest recent verschenen van hem De taal van de hemel. Over de engelen van Pseudo-Dionysius de Areopagiet (2012) en een vertaling van Sophocles’ Oedipus heerst (2013). Update juni 2025(Lay-out, links)
Zijn we bereid op zoek te gaan naar het eigenlijke diepste zelf, met het vermoeden dat de grond van dat zelf God is, het eeuwige, als zin en fundament van het bestaan? Welmoed Vlieger vraagt zich dat af in haar artikel Over de grond van de ziel – Daar waar de mens geworteld is in het eeuwige. ‘Slechts in het aanvaarden van innerlijke leegheid openbaart zich de vrijheid van de mens en de geborgenheid in een God. Een God die niet langer in de natuur gezocht, maar als diepste grond van dit eigen innerlijk gevonden wordt.’
Vlieger, onder meer docent aan de Hogeschool Geesteswetenschappen Utrecht (nu: Academie voor Geesteswetenschappen, update 19-04-2017), laat zich in haar zoektocht gidsen door drie mystieke denkers: Eckhart, Kierkegaard en Hammarskjöld. Ze schrijft over de thematiek van het zwijgen, de eeuwigheid, de ‘Godsgeboorte in de ziel’, de kierkegaardiaanse ‘sprong’ en een God die niet langer in de natuur, maar als diepste grond van het eigen innerlijk gevonden wordt.
‘Dit kapitale onderscheid tussen ‘de waarheid op zich’ en ‘de waarheid voor mij’ is voor de zelfverklaarde ‘antifilosoof’ (Kierkegaard, PD) cruciaal: ‘Het gaat erom een waarheid te vinden die waarheid is voor mij, de idee te vinden waarvoor ik wil leven en sterven.’ Waarheid is met andere woorden geen dogmatisch of wijsgerig vraagstuk maar een concrete levenstaak, die alleen door een zelf genomen besluit kan worden bepaald en in het concrete handelen tot uitdrukking komt. Óf er een eeuwigheid bestaat is dus eigenlijk niet de juiste vraag. Waar het om gaat is: hoe serieus neem ik, nemen wij de eeuwigheid?’
Meister Eckhart noemt de eeuwigheid ‘eeuwig nu’. Om hiermee contact te maken moeten we ons losmaken van onze in tijd verlopende, hardnekkige pogingen om identiteit te zoeken in werkelijkheidsfragmenten.
‘Het komt er op aan innerlijk leeg en ontvankelijk te worden, in te keren in de zielsgrond. Hier in de grond, waar ‘de veelheid van de tijd’ geen vat op heeft en tijd en eeuwigheid samen vallen, ‘is het middel zwijgen’, aldus Eckhart.’
Voor Kierkegaard is de eeuwigheid veel dichterbij dan vaak gedacht wordt en wel in de concrete werkelijkheid van alledag. De sprong in het geloof.
‘Geloof, hier dus nadrukkelijk niet begrepen als een ‘naïef vasthouden aan een ingebeelde God’ zoals zelfverklaarde atheïsten het nog wel eens willen duiden, maar als uitdrukking van een existentiële stap, een zelfverhouding die moed vraagt: ‘Als ik mij tot mijzelf verhoud, dan ontmoet ik als eindig-oneindig mens mijn grond. Dit is niet datgene wat ik zonder meer en in alle concreetheid ben, maar dat wat ik in diepste grond ben. En deze grond is het eeuwige.’
Welmoed Vlieger heeft Wetenschap van Godsdienst en Levensbeschouwing en Wijsbegeerte gestudeerd. Zij is freelance-docent/publicist en verzorgt trainingen, workshops en lezingen. Zij was tot voor kort voorzitter van de Vrije Gemeente Amsterdam en volgt momenteel het seminarie aan het OVP te Bilthoven. welmoedvlieger.nl
De opkomst van een spiritueel milieu dat maar ten dele overlap vertoont met dat van de kerken en de traditionele christelijke godsdienstigheid, lijkt te wijzen op een deïnstitutionalisering van de religie. ‘Zelfspiritualiteit’ – de overtuiging dat de zin van het leven ligt in de ontdekking van je ware ik, je authentieke zelf – lijkt een kernelement van veel hedendaagse spirituele belangstelling. Aldus SCP-onderzoeker Joep de Hart in het rapport Geloven binnen en buiten verband, godsdienstige ontwikkelingen in Nederland, mei 2014.
‘Staat het Nederlandse christendom (om met Max Weber te spreken) ‘een duistere poolnacht van ijzige duisternis en hardheid’ te wachten? Of gaat het hier toch vooral om een afname van de hang naar dogmatische waarheden en leerstelligheid, een toename van de vrijzinnigheid? Verdwijnt het geloof slechts als ‘eene van buiten geleerde les’ (Busken Huet) en wordt het meer een kwestie van bewuste keuze?’ (SCP, 92)
Volgens de Britse sociologen Paul Heelas en Linda Woodhead, aangehaald in het rapport, gaat zelfspiritualiteit, de ‘lingua franca van new age’, een gouden toekomst tegemoet. Zij spreken de verwachting uit dat het holistische milieu een ‘spirituele revolutie’ zal bewerkstelligen als de kerken in het huidige tempo blijven leegstromen. Er gloort een nieuwe dageraad voor religie en die heet zelfspiritualiteit.
Echter, volgens De Hart – die niettemin een grotere populariteit van zelfspiritualiteit verwacht – bieden voor de veronderstelling van een ‘spirituele revolutie’ waarbij de oude religie plaatsmaakt voor alternatieve spiritualiteit, de geanalyseerde gegevensvooralsnog geen steun. Vooralsnog … komt het er uiteindelijk wel van?
‘De afgelopen 50 jaar is de onkerkelijkheid onder de jeugd voortdurend toegenomen, maar sinds 10-15 jaar ook het percentage dat met enige regelmaat ter kerke gaat. Het doet denken aan een uitspraak van Karl Mannheim: ‘De jeugd is naar haar aard progressief noch conservatief, maar wel is zij bereid elk nieuw begin te steunen.’ (SCP, 120)
Wordt de spirituele revolutie wellicht gehinderd door de toegenomen kerkbinding en hang naar kerkelijke dogma’s onder de (vooral protestantse) kerkjeugd? Een verschuiving die volgens De Hart ingaat tegen de meer algemene secularisatietendens. Onder de tweede generatie allochtonen nam het moskeebezoek (sinds 2004) toe. Klinkt allemaal inderdaad niet als revolutie.
‘De hoofdvraag die in de inleiding van dit rapport werd opgeworpen luidt: hebben de ontkerkelijking en afbrokkeling van het traditionele christelijke geloof zich verder doorgezet? Daarop kan alleen maar bevestigend worden geantwoord.’ (SCP, 119)
Vier op de tien Nederlanders omschreven zichzelf (in 2010 en 2012) als op zijn minst een enigszins ‘spiritueel’ mens. Mensen die zeggen uitgesproken ‘religieus’ te zijn, noemen zichzelf ook ‘spiritueel’. Sommige christelijke gelovigen en kerkleden staan sceptisch tegenover spiritualiteit, anderen combineren hun geloof met belangstelling voor spiritualiteit.
‘Spirituele belangstelling is geen surrogaat voor godsdienstig geloof en kerkelijke deelname. Sommige aspecten blijken voor veel kerkleden goed te combineren met traditionele christelijke godsdienstigheid, bij andere aspecten kan gesproken worden van een nieuwerwetse belevingswereld, waarin andere dingen worden nagestreefd dan in het oude geloof, van een modernisering, een bij de tijd brengen van het geloof.’ (SCP, 115)
Er is volgens het rapport in sterke mate sprake van eclecticisme (waarbij geput wordt uit uiteenlopende levensbeschouwelijke bronnen, binnen en buiten de westerse tradities); …
‘… religiositeit is voor veel hedendaagse geïnteresseerden verbonden met zoekgedrag en bereidheid tot experimenteren. De moderne houding tegenover religie en spiritualiteit wordt verder gekenmerkt door dynamiek, een openheid voor verandering en nieuwe indrukken, waarbij de religieuze denkbeelden en praktijken er veelal per levensfase anders uit zien.’ (SCP, 114)
Dit klinkt hoopvol voor de ‘spirituele revolutie’. Een sterke gerichtheid op de innerlijke ervaring als zingevingsbron (‘zelfspiritualiteit’) bleek in het onderzoek vooral karakteristiek voor Nederlanders die zichzelf als spiritueel definiëren onder uitsluiting van een verwijzing naar religie. Misschien dat die ‘spirituele revolutie’ toch niet meer zo ver weg is? Zeker als je spiritualiteit beschouwt als in een van de conclusies in dit rapport:
‘De mening dat je de zin van het leven moet vinden in je unieke innerlijke ervaring en het ontwikkelen van je eigen vermogens is wijdverbreid onder de Nederlandse bevolking. Bijna negen op de tien Nederlanders is het daarmee op zijn minst enigszins, meer dan vier op de tien zelfs in hoge mate eens.’ (SCP, 12)
SCP-publicatie 2014/10,Geloven binnen en buiten verband – Godsdienstige ontwikkelingen in Nederland | Den Haag | Sociaal en Cultureel Planbureau | april 2014 | ISBN 978 90 377 0636 9 prijs € 22,50. Op basis van onderzoek dat tijdens een reeks van jaren is uitgevoerd, wordt de balans opgemaakt van religie en spiritualiteit in Nederland, van geloven binnen en buiten kerkelijk verband. De publicatie is verkrijgbaar bij de (internet)-boekhandel of te bestellen via de website: www.scp.nl.