De ‘natuurvergetelheid’ van de moderne filosofie

De natuur is in de hoofdstroom van de filosofie van de laatste tweehonderd jaar steeds meer tot een marginaal thema geworden. ‘Steeds uitsluitender zijn filosofen alleen nog bezig met menselijke aangelegenheden. Met recht kan mijns inziens daarom van de ‘natuurvergetelheid’ van de moderne wijsbegeerte gesproken worden’. – Dit zegt filosoof Koo van der Wal in zijn boek Nieuwe vensters op de werkelijkheid, over de contouren van een natuurfilosofie in ontwikkeling. ‘Filosofen – enkele interessante uitzonderingen nogmaals daargelaten – hebben het goeddeels opgegeven een filosofie van de natuur te ontwikkelen, te trachten een filosofisch (en wetenschappelijk) houdbaar natuurbeeld te ontwerpen.’

In dit boek wijdt hij een hoofdstuk aan die natuurvergetelheid, en zegt hierin dat het in de grote meerderheid van de huidige filosofische beschouwingen draait om de mens of, iets nauwkeuriger, om het zelfbegrip van de moderne mens via de analyses van zijn maatschappelijke, politieke en culturele creaties.

De natuur is in de hedendaagse filosofie grotendeels buiten beeld geraakt. Hooguit in de marge speelt zij nog een rol. Want het zijn bijna over het hele front van de filosofie menselijke aangelegenheden die in het centrum van de belangstelling staan. (…) We hebben eerder geconstateerd dat met name in de filosofie van de laatste twee eeuwen de natuur steeds verder uit het blikveld verdwenen is, als zelfstandig thema van reflectie wel te verstaan.’
(Uit: Nieuwe vensters op de werkelijkheid)

Begin dit jaar verscheen Nieuwe vensters op de werkelijkheid (2012) in een verkorte en geactualiseerde versie als De symfonie van de natuur (2021). Hierover vertelt Van der Wal in een interview met Lodewijk Dros in Trouw. Daarin zegt hij dat we in 1972 (Grenzen aan de groei) al zagen dat we niet door konden gaan met onze omgang met de natuur, we zouden met een enorme klap tegen de wal varen. Toch zijn we op dezelfde voet doorgegaan. Met de Covid-crisis en de klimaatcrisis komen we onszelf nu weer tegen.

We zien dat we alleen oog hebben gehad voor de mens, niet voor de omgang met dieren, met het milieu. Ik heb daar zelf aan meegedaan, mijn oratie ging over de zorg van de mens voor de generaties die komen, die zouden op een uitgeklede planeet terechtkomen. We moeten, zei ik toen, zorgvuldig met haar omspringen om menselijke redenen. Nu zie ik dat we anders met de natuur moeten omspringen omwille van haarzelf, niet alleen omdat wij daar zo’n last van hebben. Dat laatste breekt ons nu op.’

De klassiek-moderne filosofie, constateert Dros, heeft volgens Van der Wal de werkelijkheid platgeslagen en de deur dichtgegooid voor andere dan meten-is-wetenkennis.

Hij [Van der Wal] wil de diepte in, en de wereld ook met gebruikmaking van ‘niet-wetenschappelijke’ kennis bestuderen, zoals die van de alledaagse ervaring, van de kunst, de moraal, de religie, de mythe en de mystieke ervaring.’

Van der Wal zegt dat de filosofie ooit een wijsheidsleer was met als en grondvraag: wat is de zin van alles?

De filosofie is zo haar kompasfunctie kwijtgeraakt. Ik vind haar terug in de premoderne filosofie. Die verdonkeremaande de rijkdom van menselijke ervaringen niet. Die oude filosofie wil ik niet restaureren, maar eerherstel voor ervaringen en voor verbondenheid is wel op z’n plaats. De bronnen van ervaring zijn verstopt geraakt. Ik wil ze ontstoppen.’

In het interview komt het gesprek op het bezield verband van mens, dier en plant. Volgens Dros klinkt dat naar natuurmystiek. Van der Wal antwoordt dat Einstein het over het ‘eeuwig geheim’ had, en dat hij in zijn boek de deur daarnaartoe inderdaad op een kiertje openzet. In zijn volgende boek, dat bijna klaar is.

Ik tracht daarin de sporen van de mystiek in de filosofiegeschiedenis op te zoeken. Naast de hoofdstroom zijn die opvallend sterk aanwezig. Je hoeft daarvoor niet naar het Oosten, het westerse denken zit er vol mee. Dat verbaast me, al die spiritualiteit. Toch is het wel te begrijpen. Filosofie wil álle ervaring duiden, niet alleen een stukje ervan. Dat is inspirerend. En het biedt tegenwicht aan veel moderne literatuur die treurig is en zich afspeelt aan de zelfkant van het bestaan. Ik zoek juist een groot verhaal. Daar kan de filosofie aan bijdragen, evenals de kunst en de poëzie. Zoals Goethe al schreef: ‘Om mij te verbazen ben ik er’.’

Zie:
* De symfonie van de natuur | Koo van der Wal | EAN 9789463711920 | 2021 | Druk: 1 | 309 pagina’s | € 38,40
* Filosoof Koo van der Wal: ‘In de westerse filosofie is de natuur zo dood als een pier’ (Topics – Trouw)

Foto: Libel in Lage Vuursche (PD)

Pleidooi voor mystiek in de psychologie

Het is hoog tijd dat de psychologie zich óók door de mystiek laat inspireren. Psycholoog Vincent Duindam vraagt zich af of er een psychologie denkbaar is waarin we leren om contact te maken met je wezenlijke identiteit, een diepere dimensie: je diepte, je stilte, de bron, de verticale dimensie. Kunnen we de ‘ziel’ weer terugbrengen in de psychologie? Psychologie dus die zich niet alleen laat inspireren door natuurwetenschappen of geesteswetenschappen, maar ook door spiritualiteit. Kan de psychologie weer bezield worden?

Het maakt Duindam nieuwsgierig naar de mogelijkheden. Hij zegt zelf ook niet zeker van de antwoorden te zijn, maar het gaat hem om de poging. Daarover gaat zijn boeiende artikel Psychologie moet zich óók door de mystiek laten inspireren in Volzin. Psychologie kan op de natuurwetenschappen willen lijken (‘wij zijn ons brein’), of zich richten op betekenis, zingeving, je verhaal. De ziel die Duindam terug wil brengen in de psychologie ligt echter dichtbij de humanistische en de positieve psychologie.

Ik denk dat het nu revolutionair en hoog tijd is dat de psychologie zich óók door de mystiek laat inspireren. Dus: door stilte, meditatie, ‘uit je verhaal stappen’. De psychologie kan en mag zich later inspireren door natuurwetenschappen, geesteswetenschappen, en ja ook door spiritualiteit. Het laatste perspectief maakt nieuwsgierig naar de mogelijkheden. Ik ben zelf ook niet zeker van de antwoorden, maar het gaat om de poging.’
(Duindam)

Duindam noemt mystiek in één adem met spiritualiteit. Toch zijn er verschillen. Filosoof dr. Angela Roothaan beschrijft in Spiritualiteit begrijpen als gemene deler van de spiritualiteit: ‘leven, in de zin van echt, authentiek leven, gebalanceerd leven, in liefde met het hogere leven’. Bij mystiek denk ik meer aan ‘bewustzijn van Gods aanwezigheid in ons’, zoals Rob Faesen SJ dat omschrijft. Het is natuurlijk allebei waardevol, maar op de sofa bij de psycholoog zijn mensen vaak niet op zoek naar God, ze willen vooral in contact komen met hun ziel, hun eigen diepte of zichzelf (her)vinden. Maar misschien kom je dan toch bij God uit, bij het hogere leven…

Psychologie gaat, aldus Duindam, vaak over ‘de beste versie van jezelf ontwikkelen’, spiritualiteit gaat over het vinden van je diepste identiteit: ‘Op die diepste plek is ruimte en ben je niet alleen, maar verbonden met ‘het geheel’.’ Hij verwijst naar prof. dr. Sarah Durston (hoogleraar ontwikkelingsstoornissen van de hersenen aan het UMC Utrecht en voorzitter van de Stichting Bewustzijn en Wetenschap.) Zij roept op spiritualiteit serieus te nemen, omdat dit wel degelijk een onderdeel is van de menselijke ervaring.

Ook noemt de auteur prof. dr. Mia Leijssen (emeritus-hoogleraar psychologie en psychotherapie) die een existentiële welzijnscounseling ontwikkelde: Existential Well-being Counseling. Het gaat dan onder meer om focussen.

Focussen is een hele mooie, zachte manier om in dialoog met je eigen lichaam, een waarheid te ontdekken die zich onder je alledaagse bestaan afspeelt. Het is een creatieve methode waarin je jezelf tot je verbazing dingen hoort zeggen, die je niet met je hoofd had kunnen bedenken. Er komen veelzeggende beelden tevoorschijn.’
(Duindam)

Het belangrijkste van deze aanpak vindt Duindam echter dat de luidruchtige mind omzeild wordt:

Dat betekent niet alleen dat je jezelf verrast doordat je langs je geijkte denkpatronen en je eigen vaste clichés gaat, het betekent ook dat je in contact komt met een diepere dimensie. Je kunt dit je diepte, je stilte, de bron, de verticale dimensie noemen.’
(Duindam)

Bronnen:
* Psychologie moet zich óók door de mystiek laten inspireren (!Bericht niet meer te vinden in Volzin – update 18 02 2023)
* Spiritualiteit begrijpen, een filosofische inleiding – Angela Roothaan

Foto: © Françoise Idzerda

‘God keert terug dankzij de quantummechanica’

Volgens Maarten van Buuren keert God terug dankzij de quantummechanica als alomvattende kiemkracht in de Natuur. Het idee dat alle natuurprocessen gehoorzamen aan de wet van afkoeling en verval moet volgens hem worden herzien. Over zijn boek Quantum, de oerknal en God dat 2 februari 2021 verschijnt, interviewden Hans Rutten en Jacques Poot, van Academie op Kreta, de auteur. ‘Er gaapt een kloof tussen onze waarneming en de dynamiek waar alles uit voortkomt. Over die grens en over de oorsprong van de dingen gaat het in Quantum, de oerknal en God.

‘De goddelijk oorsprong en beschutting van een kosmos is al te lang afgeschilderd als een door God verlaten en langzaam uitdovend heelal’
(Maarten van Buuren)

God is Natuur
‘God is Natuur’ stelde Baruch de Spinoza in de 17e eeuw. Met de opkomst van de moderne natuurkunde in de 18e en 19e eeuw raakte de natuur haar goddelijke status kwijt. Wetenschappers dachten dat alles meetbaar was en het leek een kwestie van tijd voordat de mens de natuur geheel en al zou hebben doorgrond.

‘Aan dit optimisme kwam een abrupt einde toen de jonge Duitse natuurkundige Werner Heisenberg in 1925 ontdekte dat het gedrag van elementaire deeltjes per definitie onbepaalbaar is. Heisenberg legde de grondslag voor de quantumfysica. Hij ontketende een wetenschappelijke revolutie die het moderne wereldbeeld op zijn kop zette. In Quantum, de oerknal en God onderneemt Maarten van Buuren een filosofische verkenning van de consequenties van deze revolutie.

Het idee dat alle natuurprocessen gehoorzamen aan de wet van afkoeling en verval moet volgens Van Buuren worden herzien. Aan afkoeling en verval gaat een dynamische impuls vooraf waaruit alle dingen ontstaan en die de energie levert voor alles wat groeit en bloeit. ‘Vormkracht’ is de motor van het universum. Daarmee keert God als alomvattende kiemkracht in de Natuur terug.’
(Maarten van Buuren)


Coverfoto Van melkweggrenzen tot kwantumverstrengeling (Bruno del Medico)

‘Natuurprocessen herzien’
‘Het idee dat alle natuurprocessen gehoorzamen aan de wet van afkoeling en verval moet volgens Van Buuren worden herzien.’ Dit klinkt voor Rutten en Poot als een geniaal inzicht, goed voor een Nobelprijs. ‘Is dit een omwenteling in denken die door anderen bekritiseerd wordt, of zal worden,’ vragen zij Van Buuren. Zijn antwoord luidt dat de herziening van wat bekend staat als de tweede wet van de thermodynamica (de wet van de entropie) eigenlijk een onontkoombare consequentie was van zijn langdurig kauwen op de ontdekkingen van Max Planck, Niels Bohr en Werner Heisenberg.

‘Aan natuurkundigen die ik mijn boek heb voorgelegd (bijvoorbeeld hoogleraar quantumfysica Dennis Dieks,) accepteren mijn ‘vormkracht’ in principe niet, maar ze kunnen me niet uitleggen waarom ze dat niet doen en geven me ook geen argumenten die zouden weerleggen wat mijns inziens onweerlegbaar is, namelijk dat als je uitgaat van de wet dat alle natuurkundige processen berusten op entropie (afkoeling en ontbinding), dit een complementair principe veronderstelt dat verklaart waarom lichamen (in de ruimste zin van het woord) überhaupt tot ontstaan, groei en bloei hebben kunnen komen.

‘Rijzen, blinken en verzinken’ zei mijn grootmoeder. Als je benadrukt dat alle natuurkundige processen bepaald worden door ‘verzinken’, vergeet je dat aan dit ‘verzinken’ een ‘rijzen’ en ‘blinken’ vooraf moet gaan, en zelfs dat dit ‘rijzen’ en ‘blinken’ het primaire proces is ten opzichte waarvan de entropie (het ‘verzinken’) de secundaire keerzijde is.

(Maarten van Buuren)


dynamische kern, de kiemkracht, de ontembare levensenergie…’

‘Doemdenken behoeft correctie’
‘Vormkracht’ is de motor van het universum, waarmee God als alomvattende kiemkracht in de Natuur terugkeert, stelt Van Buuren. Voor Rutten en Poot klinkt dit in een tijd van doemdenken als een blijde boodschap: ‘Het wordt niet allemaal ‘minder’. Het wordt steeds mooier en beter. Dit is een indrukwekkende ommekeer in het denken. Althans voor ons.’ Zij vragen of Van Buuren het zelf ook als een ‘onverwachte hoop op een betere toekomst’ ziet.

‘Je toont me consequenties waarvan ik me nauwelijks bewust was. Maar je hebt gelijk. Eén van de blij-makende effecten van het schrijven van dit boek was dat de standaardtheorie over het wezen van natuurkundige processen, over de evolutie van het heelal en dus over de toekomst van het universum in het algemeen en van de aarde in het bijzonder zich aftekent als een vorm van doemdenken die hoognodig correctie behoeft.

Ik kan niet zeggen dat ik iemand ben van ‘de blijde boodschap’, maar het verzet dat ik moest aantekenen tegen de klakkeloos aanvaarde theorie van de entropie maakt dat ik de dynamische kern, de kiemkracht, de ontembare levensenergie, kortom de goddelijk oorsprong en beschutting moet benadrukken van een kosmos die al te lang is afgeschilderd als een door God verlaten en langzaam uitdovend heelal.’
(Maarten van Buuren)

Zie: Cursussen filosofie op Kreta in 2021 en 2022

Beeld: Klimaatverandering vanuit de samenhang (Appeltern)
Beeld: Coverfoto Van melkweggrenzen tot kwantumverstrengeling (Bruno del Medico)
Beeld: ‘…dynamische kern…’ (Appeltern)

Quantum, de oerknal en God | Filosofische perspectieven van de quantummechanica | ISBN: 9789047712084 | Lemniscaat | Uitvoering: Paperback | Prijs: € 19,99
‘Maarten van Buuren is hoogleraar Franse literatuur aan de Universiteit Utrecht en vertaler. In 2008 verscheen zijn bestseller Kikker gaat fietsen!, een verslag van zijn worsteling met depressies. Daarna schreef hij in 2012 De afrekening, een kritische beschouwing over het gewapend verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Samen met Joep Dohmen publiceerde hij twee boeken, De prijs van de vrijheid (2011) en Van oude en nieuwe deugden (2013).
In Spinoza – vijf wegen naar de vrijheid (2016) werpt van Buuren een verhelderend licht op Spinoza’s moeilijk doordringbare filosofie, en met Spinoza – Ethica (2017) maakt hij een vertaling die het Latijnse origineel dichter dan ooit benadert en tevens een nieuw en verhelderend licht werpt op de sleutelbegrippen van Spinoza’s denken.’ (Akademie op Kreta)

Update 04012025 / september 2025 (Lay-out, links, foto’s)