‘IS-terroristen handelen in naam van de islam’

KoranReuters

Samir Khalil Samir, jezuïet, hoogleraar Islamologie aan de St. Jozef-Universiteit van Beiroet (Libanon) en aan het Pauselijke Oosters Instituut van Rome, zegt dat het geweld dat door IS wordt gekozen het normale voorbij gaat: het is zuiver terrorisme. ‘Maar het is een feit dat deze terroristen helaas handelen in naam van de islam.’ Hij roept op tot een ‘open en humanistische interpretatie’ van de Koranteksten.

Veertien eeuwen zijn voorbij gegaan, vervolgt hij, dus de interpretatie moet veranderd worden. Zoals wij katholieken bepaalde teksten van het Oude Testament die spreken van geweld en oorlog in de naam van God, niet letterlijk zouden kunnen interpreteren, maar in een totaal andere context. Men moet het goed begrijpen: een tekst moet altijd begrepen worden in zijn context.’

Egyptenaar Samir deelt niet de mening van de rector van Al-Azhar, de grote imam Ahmed Mohammed Al-Tayeb, die in maart jl. voor het Europees Parlement heeft gezegd dat ‘de islam niets te maken heeft met het terrorisme, en dat de islamteksten verkeerd begrepen worden door de terroristen’. Dit is een ‘weinig aannemelijk argument’ volgens de islamoloog. Volgens hem, zo stelt hij bij didoc, moet het werk van Al-Azhar er juist in bestaan uit te leggen dat zelfs wanneer er in de Koran geweld voorkomt, dat het gebruik ervan beperkt is tot een historische periode en bepaalde omstandigheden.

Het gaat niet om een algemene regel die wie ook mag toepassen wanneer hij het wil, en die pseudo-Islamitische Staat heeft niet het recht voor zichzelf iets te verkondigen in de naam van de hele islam; dat komt enkel toe aan de moslimoverheden.’

De islamoloog stelt elders dat minstens 80% van alle terroristische aanslagen in de wereld uitgevoerd worden in de naam van de Islam, om het geloof of de profeet te verdedigen. En dit is aan het toenemen, zelfs in het Westen.

De Islam zou zich grondig met de kwestie van de moderniteit moeten gaan bezig houden ‘door middel van een uitputtende interpretatie van de Koran, de geweldloosheid, de vrijheid van geweten’, maar niemand durft dat te doen.’

Zie:
* De Koran open en humanistisch uitleggen?

* Peter Samir: De interne oorlog binnen de islam

Foto: ©Reuters. Conservator Marie Sviergula houdt het pas ontdekte stuk Koran vast in de bibliotheek van de Universiteit van Birmingham. ‘Een stokoud koranhandschrift dat misschien zelfs dateert van voor de veronderstelde geboortedatum van de profeet Mohammed, dat is niet mis. Bij de spectaculaire ontdekking van de Universiteit van Birmingham speelt op de achtergrond een heftig debat van geleerden over de ontstaansgeschiedenis van de islam en de Koran.’ (Trouw)

God zei: ‘Denk! (Dan besta je!)’

René-Descartes-1596-1650-580x350

God geeft te denken. Slim van de organisatie van de Nacht van de Theologie om als thema het denken te bedenken. God moet minstens zelf denken als Hij uitroept: ‘Denk!’ Dat betekent tevens dat Hij bestaat. Immers – René Descartes wist het al – ‘Ik denk, dus ik besta.’ God denkt, dus Hij bestaat. Dat is nog eens een Godsbewijs! Zou dat een van de resultaten kunnen zijn van theologie als wetenschap van God? Daar kan het ongetwijfeld een hele lange nacht over gaan.

Een groot misverstand in de samenleving is dat religie ons eigen denkvermogen uitschakelt. Maar God gaf niet de opdracht om hem klakkeloos en zonder vragen te gehoorzamen. Hij maakte de mens met een eigen wil en denkvermogen – de mens kán domweg niet anders. Een resultaat van het denken over God is de wetenschap theologie.’ (NvdT)

De Nacht van de Theologie gaat over wat denken over God heeft opgeleverd.

Hoe kun je denken en theologiseren over Iemand die je niet ziet? Is er – door recente ontwikkelingen – in de maatschappij een verkeerd beeld ontstaan van religie en theologie?’ (NvdT)

Filosoof Descartes trok indertijd eerst alles in twijfel. Niet alleen God zag hij als iemand die je niet ziet, het hele aardse bestaan zou een illusie kunnen zijn! Misschien droomde hij wel. Maar hij kon aan alles twijfelen, dat was zeker. En als je kan twijfelen, betekent dat dat je kan denken. En toen wist hij: cogito ergo sum: ik denk dus ik besta.

Als militair ingenieur belandt hij in het leger van Maurits en na een inspirerende ontmoeting met de Nederlandse wetenschapper Isaac Beeckman krijgt hij een visioen dat hem zijn roeping openbaart: de waarheid te zoeken. Om die te vinden besluit Descartes eerst aan alles te twijfelen. Niets blijkt zeker, behalve dat alles te betwijfelen is: cogito, ergo sum (‘Ik denk, dus ik ben’) is de enige waarheid die Descartes kan vinden.’ (filosofie.nl)

Toen dat voor hem duidelijk was, ging hij verder denken, vanaf de bodem. Hij bedacht uiteindelijk een volmaakt wezen, en die gedachte (God zei: Denk!) kon alleen maar van een volmaakt wezen komen, iets dat zelf volmaakt was. En dat kon alleen maar God zijn.

Descartes Godsbewijs luidt aldus: Wij zouden zelf volmaakt moeten zijn om de voorstelling van een volmaakt wezen te kunnen voortbrengen. Ik zelf ben niet de oorzaak van mijn bestaan, ik kan het noch verlengen, noch in stand houden. ‘Daaruit, dat ik besta en de voorstelling bezit van een volmaakt wezen, volgt met volledige duidelijkheid dat God ook bestaat.’ (Descartes, Vertoog over de methode)

Descartes bedacht dat de mens alleen maar geschapen kon worden door iemand die groter was dan de mens. Zo kwam hij bij God uit. Iemand die kleiner is dan de mens, zou de mens nooit kunnen geschapen kunnen hebben.

Met dit brokje zekerheid, aldus Filosofie Magazine, weet Descartes zowel het bestaan van God (de ‘perfectie’ van God impliceert eveneens zijn bestaan) als het bestaan van de werkelijkheid af te leiden (God garandeert de echtheid van de buitenwereld).

Daar we de voorstelling van God of van een Hoogste Wezen in ons hebben, kunnen we terecht onderzoeken, door welke oorzaak we haar hebben, en we vinden in haar een zodanige verhevenheid, dat we daaruit volledig zeker zijn dat ze ons niet kan zijn ingegeven dan door iets waarin waarlijk de volheid aller volmaaktheid is, dat is niet anders dan door een God die waarlijk bestaat. (Descartes, Vertoog over de methode)

Het thema van de Nacht van de Theologie 2016 op 25 juni is ‘God zei: denk!’. 

Beeld: René Descartes (isgeschiedenis.nl)

Op eigen kracht tot kennis van God komen, kan dat?

Mattheus

‘Wij denken dat we er op eigen kracht achter kunnen komen wie God is. Dat is de zogenaamde ‘wending naar het subject’ die al eeuwen gaande is. Maar kunnen wij wel op eigen kracht tot kennis van God komen?’ Hierover gaat morgen de promotie van Eric Edwin Bouter aan de VU Amsterdam: ‘Geloven op gezag. Een kritische analyse van de Newmanreceptie bij Noordmans inzake de Kerk en de wending naar het subject’. Deze studie onderzoekt hoe Oepke Noordmans het gedachtegoed van John Henry Newman heeft ontvangen. 

De wending naar het subject heeft meegebracht dat de mensen worden geacht kennis van de hun omringende werkelijkheid (inclusief God) op te bouwen vanuit zichzelf.’

Interessant. Klinkt heel actueel. Of moeten we (weer) geloven op gezag, opdat God weer tegen ons  kan zeggen wat Hij wil? En dat daarmee de westerse mens de omgang met God terugwint? De remedie hiervoor is wat Newman en Noordmans voorstaan: geloven doen we op gezag.

Wij kennen God doordat ons met gezag wordt aangezegd wie Hij is. Beiden lokaliseren dat gezag in de Kerk.’

Newman wilde hiervoor opgenomen worden in de rooms-katholieke kerk en Noordmans zocht het liever in een nieuwe kerkorde voor de hervormde kerk. We hebben het hier wel over theologen die inmiddels het tijdelijke voor het eeuwige hebben verwisseld, maar het is een actueel vraagstuk, gezien ook het promotieonderzoek. En boeiend in een tijd dat vele gelovigen zich juist van alle gezag afwenden en hun eigen God aan het opbouwen zijn vanuit zichzelf.

Het klinkt in eerste instantie redelijk: Noordmans en Newman zijn ervan overtuigd dat deze wending een verdere ontvouwing van het christelijk geloof mogelijk maakt. Want in de christelijke traditie wil geloven zeggen: je persoonlijk verhouden tot God. Je zou in deze tijd zeggen: heel spiritueel. En dat zoeken overstijgt wat mij betreft het christelijke en al het andere kerkelijke. Het gaat er immers om je persoonlijk te verhouden tot God?

Met geloven op gezag denken nu velen welk gezag dan, en waar is dat werkelijke gezag nog te vinden en plausibel? Noordmans en Newman vreesden in hun tijd al subjectivering en individualisering van het geloof. In de wending naar het subject construeert men namelijk zelf het beeld van God.

Geloven, aldus Newman, wordt dan tot selfcontemplation want het is bezig zijn met je eigen gedachten over God. ‘Liberalisme in godsdienst’ noemt Newman dit. Noordmans vreest iets soortgelijks en spreekt ervan dat zo de openbaring wordt ‘uitgerekt op een menselijk raam’.

God en mens worden als het ware in elkaar geschoven zodat een monistisch denkklimaat ontstaat. Met deze verschillende bewoordingen bedoelen Noordmans en Newman hetzelfde: door de wending naar het subject kan God niet meer tegen de westerse mens zeggen wat Hij wil. De westerse mens verliest daarmee de omgang met God.’

Bouter sluit af met de vraag hoe het staat met de wending naar het subject in de 21ste eeuw. Hij concludeert onder meer dat de protestantse kerken zich voor de toekomst van de Kerk op Rome dienen te richten.
Wending naar het Vaticaan?

Zie: Achter wat het belangrijkste in je leven is, kom je niet op eigen kracht.’

Beeld: Rembrandt van Rijn – Mattheüs wordt bijgestaan door een engel als hij zijn evangelie schrijft. Schilderij van Rembrandt (1606/7-1669). (The Yorck Project: 10.000 Meisterwerke der Malerei. DVD-ROM, 2002. ISBN 3936122202. Distributed by DIRECTMEDIA Publishing GmbH.)

Geloof zonder religieus vangnet

ceci est un dieu

Voor theoloog Frits de Lange, predikant en lid van de PKN, heeft het leven geen hoger doel of zin dan dit leven zelf. ‘Er is geen tweede wereld achter of boven deze, we hebben er maar een.’ Het valt op in zijn essay Religieloos christendom dat hij de woorden van Jezus aan het kruis niet begrijpt. Hij ziet slechts een stervende man, die God verwijt dat Hij er niet is. Jezus bedoelde echter met zijn woorden: ‘Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?’ allesbehalve dat God er niet is.

De Lange, hoogleraar ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), Groningen, zou toch moeten weten dat in de joodse traditie het tot op de dag van vandaag de gewoonte is om de boeken van de Pentateuch (of de Tora) aan te duiden met het eerste belangrijkste woord of regel. Ook sommige psalmen worden nog altijd naar hun eerste woorden of regel genoemd. Dan komen we er achter dat de psalm die Jezus uitsprak aan het kruis weliswaar begint in wanhoop, maar eindigt in een jubelende stemming van geloof en hoop. Het slot luidt:

Het nageslacht zal Hem dienen en ieder vertelt zijn kinderen over Hem. Zij zullen Zijn recht en goedheid doorgeven aan allen die nog geboren moeten worden, omdat Hij alles heeft volbracht.’

De Lange verwijst naar Peter Rollins van de emerging church movement. Ook Rollins veronderstelt ten onrechte de godverlatenheid van Jezus en denkt dat God-die-bestaat Jezus aan zijn lot overliet. Op grond van deze verkeerde interpretatie noemt De Lange het christelijke geloof een rare, onbetrouwbare religie. Hij zegt dit in zijn essay En God sprak: Ik besta niet, in Trouw.

Het christelijk geloof ontspringt en leeft van de herinnering aan een religieus trauma. Als het een religie is, dan is het er een die voortdurend zichzelf ontkent en moet overwinnen.’

Zonder het woordje God zou De Lange niet kunnen – hij gebruikt het in woordcombinaties als Godallemachtig… – maar vraagt zich af of hij gelooft dat God bestaat. Er zijn volgens hem bijvoorbeeld niet voldoende data aanwezig om in te stemmen met het bestaan van een mensachtig Hoogste Wezen dat het universum bestuurt. Hij vindt de christelijke God er te menselijk voor, te kwetsbaar, te zeer op liefde aangelegd, om tegelijk ook heerser van het universum te zijn.

De Lange verwijst naar de vader die zijn zoontje probeerde gerust te stellen, in de buurt van theater Le Bataclan, kort na de aanslag op 13 november vorig jaar. De vader beaamde het idee van zijn zoontje dat de kaarsjes en bloemen er zijn om hen te beschermen. Waarop een glimlach om de mond van het jongetje verschijnt. Misschien is dat geloof tot zijn essentie teruggebracht, stelt De Lange, geloof in de glimlach.

Geloof is een overgave aan het leven, zonder religieus vangnet. Het biedt geen zekerheden, maar drijft op vertrouwen, hoopt tegen beter weten in.’

Zie: En God sprak: Ik besta niet 

Zie ook: ‘Aan het kruis ervaarde Jezus dat er geen God is’ (VanGodenEnMensen)

Beeld: ‘The Monstrosity of Christ’: een tekening van Michelangelo met een Jezus in doodstrijd die de blik vergeefs naar de hemel wendt, en dan de tekst à la Margritte aan de voet van het kruis: Ceci est un dieu. (agreatercourage.blogspot.nl)

De Bijbel vanuit evolutionair perspectief

DevloedJeroenBosch
Het oerboek van de mens is erg boeiend. Vooral op het Oude Testament werpen de agnosten Carel Van Schaik en Kai Michel een verrassend licht. Ze zetten in elk geval meer aan het denken dan Richard Dawkins, die in zijn beschouwingen over godsdienst blijft steken in schimpscheuten.’ Dat constateert Elseviers Gerry van der List in de recensie Dagboek van de mensheid. ‘Fascinerend boek van de Nederlandse evolutiebioloog Van Schaik biedt een verrassend perspectief op de Bijbel.’

Met de Duitse wetenschapsjournalist Kai Michel schreef hij Het oerboek van de mens (Uitgeverij Balans), een fascinerende kijk op het boek der boeken vanuit evolutionair perspectief. Van Schaik en Michel zien in de Bijbel het ‘dagboek van de mensheid’. ‘(Van der List)

Balans stelt dat de schrijvers verrassende betekenissen ontdekken in oude, soms raadselachtige geschiedenissen en tot een nieuwe visie komen op de culturele ontwikkeling van de mens sinds het begin van onze beschaving.

Gewapend met de laatste inzichten uit de cognitiewetenschappen, de ontwikkelingsbiologie, de archeologie en de godsdienstgeschiedenis zijn biologisch antropoloog Carel van Schaik en historicus Kai Michel op reis gegaan door het boek der boeken, van de Hof van Eden tot de heuvels van Jeruzalem.’ (Uitgeverij Balans)

hetoerboekvandemensIn de inleiding van hun boek stellen de auteurs dat er meer dan duizend jaar geschreven is aan de Bijbel, dat het bijna 2000 jaar lang de lotgevallen van een groot deel van de wereldbevolking heeft bepaald en dat meer dan twee miljard mensen hem nu nog als heilige schrift vereren.

‘De evolutiewetenschappen richten zich al geruime tijd op de menselijke cultuur. Sinds enkele jaren doen ze ook onderzoek naar de aard en functie van religie. Constaterend dat geen enkele cultuur zich op enig moment zonder vormen van geloof wist te redden, kwam de afgelopen jaren interdisciplinair geloofsonderzoek op gang. En op één punt lijken de onderzoekers het eens te zijn: religiositeit hoort bij de standaarduitrusting van de mens. De aangeboren neiging om achter alles het werk van bovennatuurlijke krachten te vermoeden, is eigen aan de condition humaine.’ (Uit: Het oerboek van de mens)

Het boek houdt de chronologische volgorde van de Bijbel aan. Daarbij concentreren de auteurs zich op de centrale episodes, zodat de lezers tevens een overzicht krijgen van de belangrijkste verhalen uit de Bijbel. Zij vragen zich tegelijk af of zij nu echt als eersten een Bijbel zouden weten bloot te leggen die verborgen inzichten bevat over de evolutie van de mens.

Het ontbreekt nog altijd aan godsdiensthistorisch onderzoek vanuit evolutionair perspectief. Nog steeds heeft geen enkele evolutiewetenschapper de Bijbel grondig geanalyseerd en nagegaan of de Heilige Schrift zijn theorieën bevestigt. Vanuit antropologisch perspectief wordt hooguit een enkele afzonderlijke passage bestudeerd.’

Het boek concentreert zich vooral op het Oude Testament. Volgens Van Schaik en Michel heeft dit Bijbeldeel meer dan het Nieuwe Testament betrekking op de fundamentele verandering in het gedrag van de mens, een verandering die het verloop van de menselijke geschiedenis niet eerder en ook later nooit meer zo ingrijpend heeft bepaald.

Daarmee leggen we meteen de fundamenten voor het begrijpen van het Nieuwe Testament, dat ons met Jezus niet alleen een persoonlijkheid opleverde wiens charisma nog altijd doorwerkt, maar ook een nieuwe visie op de verborgen wetmatigheden in de wereld om ons heen.’

Aan de overige vier boeken van Mozes, die de uittocht van het volk Israël uit Egypte als thema hebben, besteden de auteurs het tweede deel.

Daar laten we zien wat een cultureel meesterwerk de wetboeken van Mozes eigenlijk zijn. Ook gaan we in op de bijzondere omstandigheden die ervoor zorgden dat hier überhaupt monotheïsme kon ontstaan. Verder beschrijven we waarom de idee dat er nog maar één God zou zijn, van wie ook nog eens geen beeld meer gemaakt mocht worden, de mens in hevige geloofsnood bracht – en nog altijd brengt.’

In het derde deel gaat het over de Nevie’iem, de Profeten, waartoe de boeken Jozua, Richteren, Samuel, Koningen en de geschriften van de profeten zelf worden gerekend.

Daarin rijzen niet alleen vragen over hemelse gerechtigheid en moraal, maar komt ook het heikele thema boven van de goddelijke macht. En draait het om het kunnen bewaren van sociale samenhang en hoe voorkomen kan worden dat het egoïsme van een enkeling de samenleving ten onder doet gaan.’

In het vierde deel, dat over de Ketoeviem gaat, stuiten de schrijvers op teksten zoals de Psalmen of het boek Job en komen zij een persoonlijk soort geloof tegen dat gelovigen ook in onze tijd ervaren, waarbij God hun gesprekspartner is.

Maar hier gaat het ook om existentiële vragen: waar komt het lijden vandaan? Wat maakt dat we bang zijn om dood te gaan? We verdenken de monotheïstische God ervan dat hij hier zelf een handje heeft geholpen door de problemen te veroorzaken waarvoor hij tegenwoordig vaak te hulp geroepen wordt.’

Het laatste deel betreft het Nieuwe Testament dat zijn speciale karakter pas echt goed kan ontvouwen tegen de achtergrond van de Hebreeuwse Bijbel. Er zijn duidelijke continuïteiten te zien, maar ook hoe de culturele evolutie in een voortdurend verrijkingsproces een verbazend wonderwerk creëerde, waarin de menselijke natuur volledig aan haar trekken komt.

Het feit dat God met Jezus van Nazareth een menselijk gezicht krijgt, speelt hierbij een wezenlijke rol. Maar daar blijft het niet bij. Van Maria tot aan de duivel, van de opstanding tot aan de Apocalyps: het Nieuwe Testament heeft veel meer achter de hand. Als een hybride religie die uiterst rijk is aan facetten zal het christendom carrière maken, maar ook tegemoet moeten komen aan de meest tegenstrijdige aanspraken.’

De auteurs stellen dat zij in essentie zeker niet uit zijn op het presenteren van een nieuwe theologische of godsdienstwetenschappelijke Bijbelinterpretatie.

Wij willen vooral laten zien wat de Bijbel verder nog allemaal te bieden heeft. We zijn er vast van overtuigd dat er een verborgen Bijbel bestaat, een die ontdekking verdient, die helpt bij het oplossen van mysterieuze vraagstukken, zoals dat van de woede van de oudtestamentische God of van het wonderlijke fenomeen dat zelfs mensen die helemaal niet in God geloven zich tot Jezus aangetrokken voelen.’

UPDATE 21 03 2016 17:16 uur: VPRO Boeken – Wim Brands in gesprek met Carel van Schaik
http://www.vpro.nl/boeken/programmas/boeken/2016/20-maart.html

Het oerboek van de mens | Kai Michel, Carel van Schaik | Uitgeverij Balans | 448 pagina’s | februari 2016 | ISBN: 9789460030475 (e-book, € 9,99) | 9789460030468 (paperback, € 27,50)

Zie:
Het oerboek van de mens (Uitgeverij Balans)
Dagboek van de mensheid (Elsevier – € 0,29 via Blendle)

Beeld: De zondvloed, Jeroen Bosch (ca. 1450–1516) – collectie.boijmans.nl

Update: Zondag NPO 1 20 maart 11.20 uur VPRO Boeken – Wim Brands in gesprek met Carel van Schaik over Het oerboek van de mens.