De atheïst en de theïst claimen allebei een waarheid

Purple_athe
‘Strikt genomen, is iets geloven een bepaalde stelling voor waar aannemen. Voor een gelovige is dat dus de stelling ‘God bestaat’. In het geval van de atheïst geldt dat hij de stelling ‘God bestaat niet’ voor waar aanneemt. Allebei maken ze een waarheidsclaim: ze willen iets zeggen over de werkelijkheid. De een gelooft dat God bestaat, de ander dat God niet bestaat – tot zover geloven ze allebei.’

‘Geloven in God is van een andere orde dan geloven dat Hij niet bestaat, zoals het bestaan van God van een andere orde is dan het bestaan der dingen, betoogt Geertjan Zuijdwegt.’ 

In de Volkskrant wordt druk gediscussieerd door atheïsten en theïsten. De laatste – van gisteren – die aan het woord is en die ik hierboven citeer, is Geertjan Zuijdwegt, promovendus aan de faculteit Theologie van de KU Leuven. Hij gaat in op student Bart van der Meer die zegt dat atheïsme een gebrek is aan geloof in een God. ‘Dat is geen religie of levensovertuiging,’ vindt hij. ‘Het is lastig om je leven in te richten met een gebrek aan iets.’

‘Als een theïst gelooft dat God bestaat, bedoelt hij niet dat hij een vollediger catalogus heeft van alle dingen die bestaan dan de atheïst. Het bestaan van God is van een andere orde dan het bestaan van de dingen. Dat de dingen zijn zoals ze zijn, is contingent, ze zijn op die en die manier door die en die oorzaken zo geëvolueerd. Het had niet zo hoeven zijn.’ (Zuijdwegt) 

Van der Meer, op zijn beurt, reageert op Jaap van der Wal die volgens hem de plank flink misslaat. Niet alleen bestempelt hij atheïsme als een religie. ‘Christenen pesten? Niet doen,’ zegt hij. ‘Lubach wil toch ook zijn vrijheid om atheïst te zijn, en van daaruit zijn politieke voorkeur te formuleren?’

Van der Wal beweert ook dat de Jodenvervolging door de Nazi’s niet door religie is ingegeven. Beide argumenten worden vaker gebruikt door verdedigers van geloof of aanvallers van het atheïsme. Het is ondoordacht, simpel van geest en gewoonweg onjuist om deze argumenten te gebruiken.’ (Van der Meer) 

De discussie begint met Arjen Lubach, met zijn column: ‘Christenpesten, ik vind het een prima zaak. Ze kunnen niet genoeg worden dwarsgezeten’
in de Volkskrant van 4 januari. Het initiatief van D66 om kerken de toegang tot de gemeentelijke basisadministratie te ontzeggen is uitstekend, vindt Lubach. ‘Sterker nog: alle invloed die religie heeft op de staat moet het liefst nog in 2013 worden geëlimineerd.’

‘De SGP noemt deze voorstellen van D66 ‘christenpesten’. Ik vind het een prima zaak: christenpesten. Christenen zijn mensen die beweren dat we een God dankbaar moeten zijn voor al het moois in de wereld, terwijl we zelf de schuld hebben aan alle narigheid. Die kunnen niet genoeg dwarsgezeten worden in wetten en woorden.’ (Lubach)

Van der Wal vindt het ideaal van Lubach: de eliminatie van alle invloed die religie heeft op de staat, heel gevaarlijk, want, zegt hij, welke ‘religie’ is er na het christendom aan de beurt om geëlimineerd te worden?

‘Pas maar op, uiteindelijk komt zoiets als een boemerang ook bij columnschrijvers terug. Dan worden Lubachs columns als ketterij verbrand. Het jodenpesten in het Duitsland van de jaren dertig had geen religieuze, maar puur politieke gronden en had boekverbrandingen als begeleidend fenomeen.’ (Van der Wal)

Van der Wal is van mening dat een positivistisch-wetenschappelijke atheïstische mensbeeld geen religie of levensbeschouwing is, maar misschien wel een van de meest verbreide, en politiek en maatschappelijk, een van de succesvolste religies aller tijden is.

‘Verder is het wel een beetje sneu wanneer je aan je opvoeding zo’n armzalig godsbeeld hebt overgehouden als dat wat door Lubach wordt verwoord. Ik denk dat ik eenzelfde soort kerkelijke opvoeding gehad heb als hij, maar zo’n typisch archaïsch godsbeeld heb ik er niet aan overgehouden, hoewel ook ik geen lid van een kerk meer ben (wel een christen overigens).’ (Van der Wal)

Zie: ‘Christenpesten, ik vind het een prima zaak. Ze kunnen niet genoeg worden dwarsgezeten’ (Arjen Lubach)

‘Invloed religie elimineren? Dat zal als een boemerang bij Lubach terugkomen’ (Jaap van der Wal)

‘Voor eens en altijd: Atheïsme is geen geloof’ (Bart van der Meer)

‘Waarheid van de atheïst is lekker tastbaar’ ( Geertjan Zuijdwegt)

Illustr: Athe killing God using a nuclear flamethrower. (Uncyclopedia)

Wordt vast vervolgd…

Valt er nog redelijk over God te debatteren?


En alweer komt er een debat over het bestaan van God. Gezien de uitnodiging zal God Bacchus rijkelijk vloeiend aanwezig zijn, dus die bestaat alvast. Traditionele godsbewijzen worden door analytische filosofen nieuw leven in geblazen. De argumenten ervoor worden steeds vernuftiger. De houdbaarheid van het geloof in God wordt verdedigd. Deze keer gaan Herman Philipse en Emanuel Rutten de geloofsstrijd aan in Felix Meritis.

Felix & Sofie – Is het redelijk om nog in God te geloven? Ik ben al een paar keer naar dit soort debatten geweest, maar nooit vind ik overtuigend bewijs dat God werkelijk bestaat en ook niet dat Hij niet bestaat. Ruttens argument is redelijk, maar helpt mij niet als plausibel argument voor het bestaan van God:
‘1. Voor alle p geldt dat als p noodzakelijk onkenbaar is, dan is p noodzakelijk onwaar. 2. De propositie ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onkenbaar. 3. Ergo: ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onwaar. 4. Ergo: het is noodzakelijk waar dat God bestaat.’

Herman Philipse legt zich toe op de argumenten van deze filosofen, en in het bijzonder op die van Richard Swinburne. Philipse stelt dat, ondanks het vernuft van hun redeneringen, deze filosofen er niet in slagen het bestaan van God overtuigend te beargumenteren. Gebrek aan overtuigende argumenten betekent voor Philipse dat het geloof in God als een ‘epistemische zonde’ kan worden bestempeld.(Felix Meritis)

Als ik de visies van Rutten en Philipse probeer te vatten, vraag ik me af of het nog wel redelijk is om over God te debatteren. Voor mij bestaat Hij er niet duidelijker of echt door. Ik geloof in God, blijkbaar op irrationele gronden. Wetenschappelijk gezien geloof ik dus blijkbaar in Iets Onwaarschijnlijks, maar ook analytisch filosofisch geloof ik dan nog steeds niet – die redeneringen immers maken het voor mij ook niet echt plausibel. Ik geloof gevoelsmatig, diep vanbinnen. Niet in de Bijbelse God, maar in God als Kosmische Intelligentie die geen (Bijbelse) beperkingen kent.

Filosoof Emanuel Rutten beweert dat de argumenten van Philipse niet slagen in het definitief weerleggen van het bestaan van God. Hij zal bepleiten dat het theïsme wel degelijk als een redelijke positie kan worden ingenomen. (Felix Meritis)

In zo’n debat gaat het om steeds weer nieuwe wetenschappelijke en filosofische theo-rema’s. Zo’n dispuut werkt veelal verwarrend, wakkert niet bepaald mijn geloof aan, al die ‘verlichte’ en soms onnavolgbare premissen en conclusies. Ik sluit me liever aan bij Albert Einstein. Hij zei glashelder:

De religie van de toekomst zal een kosmische religie zijn. ‘Het zou een persoonlijke God moeten transcenderen, en dogma en theologie vermijden. Zowel het natuurlijke als het spirituele betreffende, zou het gebaseerd moeten zijn op een religieuze intuïtie, afkomstig van de ervaring van alle natuurlijke en spirituele dingen als een betekenisvolle eenheid. Het boeddhisme beantwoordt deze beschrijving. Als er een religie is die om zou kunnen gaan met de moderne wetenschappelijke behoeften, zou dat het boeddhisme zijn.

Voor wie naar het debat gaat, vind ik de volgende, zeer heldere, uitspraak van Lachende Theoloog Jan Riemersma wel een mooi nadenkertje om mee te nemen:

Wie het bestaan van God uitsluit op rationele gronden, moet eigenlijk het volgende bewijzen: a. dat onze rationele denkwijze universeel is, b. dat religie niet te verenigen is met onze rationele denkwijze. – Het verbijsterende is dat filosofen zonder mankeren altijd de eerste stap overslaan. Vervolgens is het, vanzelfsprekend, niet moeilijk om aan te tonen dat God vermoedelijk niet bestaat.

Zie: Felix & Sofie – Is het redelijk om nog in God te geloven? 

Ilustr: creatov.nl