‘God laat zich niet in een vacuüm persen’

doortoheaven
En wat is dat vacuüm dan? Volgens de Russische fysicus Yury Kronn komen daar alle beroemde vergelijkingen uit de natuurkunde vandaan, waarbij de invloed van alle andere energieën is uitgesloten. In dat vacuüm laat God zich niet persen. Zou die zich dan in de donkere materie bevinden? Immers, 4% is alles wat we kunnen zien, horen, bouwen, organiseren, meten en weten. Dan is er nog de 96% die we niet zien, maar alles schijnt te bepalen…

Natuurkundige dr. Alan Ross Hugenot stelt ook dat wat sterrenkundigen met hun telescopen hebben gezien slechts vier procent van het heelal omvat. De overige 96 procent bestaat uit donkere energie en donkere materie. ‘Dat is meer dan genoeg ruimte voor zowel ons bewustzijn als het hiernamaals,’ zegt Hugenot.

In The Optimist vraagt Jurriaan Kamp zich af of het realistisch is aan te nemen dat 96 procent geen enkele invloed op ons leven heeft. Yury Kronn, over wie Kamp schrijft, is ervan overtuigd dat alles wordt bepaald door de onbekende en nauwelijks begrepen energieën van die 96 procent van onze werkelijkheid.

In zijn onderzoek komt Kronn, verbonden aan de Quantum University, Honolulu, Hawaii, uit bij chi en prana, de ‘levenskracht van het universum’. Maar ook bij chakra’s, meridianen en mantra’s. Inmiddels vindt hij in zijn onderzoeken steeds meer bewijs voor ‘subtiele energie’: de term die steeds vaker opduikt als aanduiding voor die 96 procent van onze werkelijkheid. Het lijkt wel of new age terug is. Volgens The Optimist ontmoeten de werelden van spiritualiteit en wetenschap elkaar. De brug tussen ‘new age’ en de nieuwe wetenschap?

We kunnen die subtiele energie niet zien. We kunnen haar niet meten. Maar we weten dat zij bestaat, omdat we de effecten ervan op levenloze materie en levende wezens kunnen waarnemen. Zij beïnvloedt alles wat er is.’ (The Optimist)

Dit is in strijd met de reguliere natuurwetenschap: de donkere energie heeft geen enkele invloed op ons, is het idee. De reguliere wetenschap weigert volgens Kronn ernaar te kijken en bestempelt iedereen die dat wèl doet als pseudowetenschapper. Dat noemt hij een enorme vergissing.

Als je een vis vraagt wat de basisvoorwaarde voor zijn bestaan is, zal hij zeggen: ‘water’. In werkelijkheid is het echter de zuurstof die in het water is opgelost – zuurstof die hij niet kan zien of proeven – die hem in staat stelt te leven. Net zo, betoogt Kronn, is het de subtiele energie – en niet datgene wat we kunnen meten in die minuscule 4 procent van onze werkelijkheid – die de sleutel vormt tot ons bestaan.

Volgens The Optimist is de meest raadselachtige eigenschap van subtiele energie de interactie ervan met het bewustzijn. De menselijke geest is in staat subtiele energie te sturen en te instrueren om te doen wat zij wil. In het artikel in de papieren The Optimist staan veel voorbeelden van ervaringen met de subtiele energie.

En zo gaat het in The Optimist over chi-energie, dat tot de subtiele energie behoort; pranische geneeskunde; energetische methoden zoals reiki; homeopathie; aura’s; acupunctuur; foto’s van watermoleculen door de Japanse onderzoeker Masaru Emoto; piramiden; en Stonehenge en subtiele energievelden.

Kronn, die volgens The Optimist hecht aan de strenge wetenschappelijke normen waarmee hij werd opgeleid, ondanks het feit dat hij werkzaam is op een terrein dat door de wetenschap niet wordt erkend, heeft geen zin te wachten tot de wetenschap in staat is te bewijzen hoe subtiele energie werkt.

We kunnen niet verklaren wat er in het veld van subtiele energie gebeurt, maar voor de feiten die we tijdens experimenten vaststellen, kunnen we wel degelijk wetenschappelijk bewijs leveren.’

Kronn leeft en werkt sinds een jaar of twaalf in Medford, Oregon, waar hij zijn onderzoeksprogramma voortzet en steeds meer bewijs vindt voor het feit dat subtiele energie ‘de software van het leven’ bevat.

Zie:
* The Optimist, lente 2016 / Nr. 168
A Physicist’s View of the Afterlife: Weird Quantum Physics

Illustr: Concept image of a ‘door to heaven’ (Shutterstock)

‘Zwijg dus, en klets niet over God’

thomasvanaquino
Er was weer een debat over God. Met Philipse & Rutten. Zinvol? De Italiaanse filosoof en theoloog Thomas van Aquino was een vertegenwoordiger van de theologische stroming die er grote nadruk op legde dat God een geheim is dat ons ver te boven gaat en dat wij nooit in de greep krijgen. Aldus Jozef Wissink, emeritus-hoogleraar praktische theologie van de Universiteit van Tilburg op de publieksite de Bezieling. ‘Thomas wilde God steeds beter leren niet-kennen’.

Over God weten we met name, wat Hij niet is. Dat komt omdat God de Schepper is van alles. Dat houdt in dat God niet zelf deel uitmaakt van de schepselwereld en dus anders van die wereld verschilt dan de schepselen van elkaar verschillen. Onze begrippen en woorden functioneren binnen ‘alles’ en zijn ontworpen om zicht te krijgen op de schepselen en hun onderlinge samenhang. Ze zijn dus niet zomaar geschikt om over God te denken en te spreken. Er is Thomas veel aan gelegen om in het denken dit geheim-karakter van God te eerbiedigen.’

Voor Van Aquino bleef God onuitputtelijk, niet te vatten, elke morgen nieuw, want hoe, zo dacht hij, zouden we een eeuwigheid toe kunnen met een God, die niet op deze wijze geheim zou zijn?

Dat betekent wel dat we nooit bezitters worden van God. Als we bidden tot ‘onze’ Vader, betekent dat eerder dat wij van Hem zijn dan dat Hij van ons is. Het betekent ook dat we alle beelden van God, die we ons telkens weer maken, ook steeds opnieuw moeten terugnemen, stuk slaan.’

Late-middeleeuwer mysticus Meister Eckhart, aangehaald door hoogleraar godsdienstfilosofie aan de VU, Henk Vroom (1945-2014), in Een waaier van visies, stelde dat God naamloos is omdat niemand iets van hem kan kennen.

Daarom zegt een heidense meester: wat wij van de eerste oorzaak kennen of uitzeggen, zijn we meer zelf dan dat het de eerste oorzaak zou zijn, want die is boven ieders uitzeggen en verstaan verheven.’

Eckhart op zijn beurt haalde Augustinus aan die zei dat het schoonste wat een mens over God kan zeggen hierin bestaat dat hij uit wijsheid van innerlijke rijkdom kan zwijgen.

Zwijg dus en klets niet over God, want doordat je je mond vol hebt van hem, lieg je en doe je zonde. Maar wil je zonder zonde zijn en volkomen, klets dan niet over God! Ook moet je God niet willen kennen, want God is boven alle kennen verheven.’

Filosofen Emanuel Rutten en Herman Philipse ‘kletsten’ toch en filosoof Jan-Auke Riemersma spoedde zich 14 april naar hun debat over God bij de Katholieke Studentenvereniging Utrecht. Hij botste tegen beslisbomen, het kosmologisch argument en finetuning. Als God bestaat, zegt Riemersma, waarom kunnen we dat dan niet gemakkelijk ontdekken of zien? De hele oefening maakt de indruk dat iemand ons iets wil laten geloven, niet dat iemand ons de waarheid uit de doeken doet.

Het mag dan zo zijn dat ’t bewijs voor het bestaan van God nog nooit zo goed in de verf gezeten heeft als de laatste jaren, veel effect sorteert ’t niet. De mensen, ’t publiek dat alles zwijgend aanhoort, stemt met de voeten: feit is dat de bewijzen voor God niet ernstig worden genomen en dat het geloof in het bestaan van God in hoog tempo afkalft. Om een of andere reden doen de argumenten voor het bestaan van God hun werk niet. Vermoedelijk omdat ze onverhoopt toch teveel mankementen hebben. Een andere verklaring is er niet.’

Terug naar Eckhart. Want God blijkt zo nabij! Filosofe Welmoed Vlieger zegt dat er iets bijzonders is – met de mystieke eenwording – bij Eckhart, namelijk dat deze onmogelijk door een mens gevonden of bereikt kan worden om de eenvoudige reden dat God en mens in de kern nooit van elkaar gescheiden zijn geweest en ook nooit zullen zijn.

God is zo ontzaglijk nabij, dat de mens, in zijn diepste grond of wezen, zelfs volledig met hem samenvalt. Eckharts mystiek draait dus niet zozeer om eenwording (in de zin van ‘vereniging’ van wat daarvoor nog gescheiden was) maar om eenheid, oftewel: om wat ís. En hier blinkt Eckhart uit in eenvoud: we hoeven helemaal nergens naartoe, er valt niets te bereiken, want we zijn er al. En je kunt nu eenmaal niet bereiken wat er al is.’

We zijn er al! 😉

Zie:
Geloof als inzicht
Een waaier van visies
Philipse en Rutten debatteren over God
* Leven zonder waarom – eenvoud bij Meister Eckhart

Illustr: Gebed van Thomas van Aquino: ‘Grant me, O Lord my God, a mind to know you, a heart to seek you, wisdom to find you, conduct pleasing to you, faithful perseverance in waiting for you, and a hope of finally embracing you. Amen.’  (sphotos-b.xx.fbcdn.net (Pinterest – Lorie Holtmeier)

De Bijbel vanuit evolutionair perspectief

DevloedJeroenBosch
Het oerboek van de mens is erg boeiend. Vooral op het Oude Testament werpen de agnosten Carel Van Schaik en Kai Michel een verrassend licht. Ze zetten in elk geval meer aan het denken dan Richard Dawkins, die in zijn beschouwingen over godsdienst blijft steken in schimpscheuten.’ Dat constateert Elseviers Gerry van der List in de recensie Dagboek van de mensheid. ‘Fascinerend boek van de Nederlandse evolutiebioloog Van Schaik biedt een verrassend perspectief op de Bijbel.’

Met de Duitse wetenschapsjournalist Kai Michel schreef hij Het oerboek van de mens (Uitgeverij Balans), een fascinerende kijk op het boek der boeken vanuit evolutionair perspectief. Van Schaik en Michel zien in de Bijbel het ‘dagboek van de mensheid’. ‘(Van der List)

Balans stelt dat de schrijvers verrassende betekenissen ontdekken in oude, soms raadselachtige geschiedenissen en tot een nieuwe visie komen op de culturele ontwikkeling van de mens sinds het begin van onze beschaving.

Gewapend met de laatste inzichten uit de cognitiewetenschappen, de ontwikkelingsbiologie, de archeologie en de godsdienstgeschiedenis zijn biologisch antropoloog Carel van Schaik en historicus Kai Michel op reis gegaan door het boek der boeken, van de Hof van Eden tot de heuvels van Jeruzalem.’ (Uitgeverij Balans)

hetoerboekvandemensIn de inleiding van hun boek stellen de auteurs dat er meer dan duizend jaar geschreven is aan de Bijbel, dat het bijna 2000 jaar lang de lotgevallen van een groot deel van de wereldbevolking heeft bepaald en dat meer dan twee miljard mensen hem nu nog als heilige schrift vereren.

‘De evolutiewetenschappen richten zich al geruime tijd op de menselijke cultuur. Sinds enkele jaren doen ze ook onderzoek naar de aard en functie van religie. Constaterend dat geen enkele cultuur zich op enig moment zonder vormen van geloof wist te redden, kwam de afgelopen jaren interdisciplinair geloofsonderzoek op gang. En op één punt lijken de onderzoekers het eens te zijn: religiositeit hoort bij de standaarduitrusting van de mens. De aangeboren neiging om achter alles het werk van bovennatuurlijke krachten te vermoeden, is eigen aan de condition humaine.’ (Uit: Het oerboek van de mens)

Het boek houdt de chronologische volgorde van de Bijbel aan. Daarbij concentreren de auteurs zich op de centrale episodes, zodat de lezers tevens een overzicht krijgen van de belangrijkste verhalen uit de Bijbel. Zij vragen zich tegelijk af of zij nu echt als eersten een Bijbel zouden weten bloot te leggen die verborgen inzichten bevat over de evolutie van de mens.

Het ontbreekt nog altijd aan godsdiensthistorisch onderzoek vanuit evolutionair perspectief. Nog steeds heeft geen enkele evolutiewetenschapper de Bijbel grondig geanalyseerd en nagegaan of de Heilige Schrift zijn theorieën bevestigt. Vanuit antropologisch perspectief wordt hooguit een enkele afzonderlijke passage bestudeerd.’

Het boek concentreert zich vooral op het Oude Testament. Volgens Van Schaik en Michel heeft dit Bijbeldeel meer dan het Nieuwe Testament betrekking op de fundamentele verandering in het gedrag van de mens, een verandering die het verloop van de menselijke geschiedenis niet eerder en ook later nooit meer zo ingrijpend heeft bepaald.

Daarmee leggen we meteen de fundamenten voor het begrijpen van het Nieuwe Testament, dat ons met Jezus niet alleen een persoonlijkheid opleverde wiens charisma nog altijd doorwerkt, maar ook een nieuwe visie op de verborgen wetmatigheden in de wereld om ons heen.’

Aan de overige vier boeken van Mozes, die de uittocht van het volk Israël uit Egypte als thema hebben, besteden de auteurs het tweede deel.

Daar laten we zien wat een cultureel meesterwerk de wetboeken van Mozes eigenlijk zijn. Ook gaan we in op de bijzondere omstandigheden die ervoor zorgden dat hier überhaupt monotheïsme kon ontstaan. Verder beschrijven we waarom de idee dat er nog maar één God zou zijn, van wie ook nog eens geen beeld meer gemaakt mocht worden, de mens in hevige geloofsnood bracht – en nog altijd brengt.’

In het derde deel gaat het over de Nevie’iem, de Profeten, waartoe de boeken Jozua, Richteren, Samuel, Koningen en de geschriften van de profeten zelf worden gerekend.

Daarin rijzen niet alleen vragen over hemelse gerechtigheid en moraal, maar komt ook het heikele thema boven van de goddelijke macht. En draait het om het kunnen bewaren van sociale samenhang en hoe voorkomen kan worden dat het egoïsme van een enkeling de samenleving ten onder doet gaan.’

In het vierde deel, dat over de Ketoeviem gaat, stuiten de schrijvers op teksten zoals de Psalmen of het boek Job en komen zij een persoonlijk soort geloof tegen dat gelovigen ook in onze tijd ervaren, waarbij God hun gesprekspartner is.

Maar hier gaat het ook om existentiële vragen: waar komt het lijden vandaan? Wat maakt dat we bang zijn om dood te gaan? We verdenken de monotheïstische God ervan dat hij hier zelf een handje heeft geholpen door de problemen te veroorzaken waarvoor hij tegenwoordig vaak te hulp geroepen wordt.’

Het laatste deel betreft het Nieuwe Testament dat zijn speciale karakter pas echt goed kan ontvouwen tegen de achtergrond van de Hebreeuwse Bijbel. Er zijn duidelijke continuïteiten te zien, maar ook hoe de culturele evolutie in een voortdurend verrijkingsproces een verbazend wonderwerk creëerde, waarin de menselijke natuur volledig aan haar trekken komt.

Het feit dat God met Jezus van Nazareth een menselijk gezicht krijgt, speelt hierbij een wezenlijke rol. Maar daar blijft het niet bij. Van Maria tot aan de duivel, van de opstanding tot aan de Apocalyps: het Nieuwe Testament heeft veel meer achter de hand. Als een hybride religie die uiterst rijk is aan facetten zal het christendom carrière maken, maar ook tegemoet moeten komen aan de meest tegenstrijdige aanspraken.’

De auteurs stellen dat zij in essentie zeker niet uit zijn op het presenteren van een nieuwe theologische of godsdienstwetenschappelijke Bijbelinterpretatie.

Wij willen vooral laten zien wat de Bijbel verder nog allemaal te bieden heeft. We zijn er vast van overtuigd dat er een verborgen Bijbel bestaat, een die ontdekking verdient, die helpt bij het oplossen van mysterieuze vraagstukken, zoals dat van de woede van de oudtestamentische God of van het wonderlijke fenomeen dat zelfs mensen die helemaal niet in God geloven zich tot Jezus aangetrokken voelen.’

UPDATE 21 03 2016 17:16 uur: VPRO Boeken – Wim Brands in gesprek met Carel van Schaik
http://www.vpro.nl/boeken/programmas/boeken/2016/20-maart.html

Het oerboek van de mens | Kai Michel, Carel van Schaik | Uitgeverij Balans | 448 pagina’s | februari 2016 | ISBN: 9789460030475 (e-book, € 9,99) | 9789460030468 (paperback, € 27,50)

Zie:
Het oerboek van de mens (Uitgeverij Balans)
Dagboek van de mensheid (Elsevier – € 0,29 via Blendle)

Beeld: De zondvloed, Jeroen Bosch (ca. 1450–1516) – collectie.boijmans.nl

Update: Zondag NPO 1 20 maart 11.20 uur VPRO Boeken – Wim Brands in gesprek met Carel van Schaik over Het oerboek van de mens.

Remonstrantse God niet echt vrijzinnig

Mijn-God-laat-zich-niet-kennen
‘Ook hechten we aan voortschrijdend inzicht. Je zou dat geestelijke souplesse kunnen noemen. God laat zich niet vangen in woorden, kerken en geloofsbelijdenissen,’ zeggen de remonstranten. Toch hebben ze een geloofsbelijdenis. Zelfs in meerdere talen verkrijgbaar. Volgens Stijn Fens, gisteren in Trouw, kan je met de remonstranten alle kanten op.

Met andere woorden: met de God van de remonstranten kun je alle kanten op. Nu is vrijzinnigheid een groot goed, maar te veel geestelijke souplesse kan problematisch worden. Als je alles maar gelooft, geloof je op een gegeven moment niets meer.’ (Fens)

De remonstranten geloven – hoewel vrijzinnig – echter niet alles, maar weten zich een deel van de kerk van Christus, zoals in de Grondslagen staat. En ze hebben dus wel degelijk een geloofsbelijdenis, waarin ze tot uiting brengen wat hun geloof bezielt, verenigt en roept.

‘Wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust. Hij had de mensen lief en werd gekruisigd maar leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij. Hij is ons heilig voorbeeld van wijsheid en van moed en brengt ons Gods eeuwige liefde nabij.’ (remonstranten.nl)

Fens heeft geen gelijk als hij zegt dat je met de remonstranten alle kanten uit kunt. Remonstranten zijn immers geworteld in het evangelie van Jezus Christus, zoals ze zelf zeggen. Dat is duidelijk maar één kant. God beperkt zich blijkbaar tot hen die in Jezus Christus geloven. Het ondubbelzinnige dogma van de remonstranten.

En een dogma hier en daar (houden remonstranten ook niet van) geeft het huis van de Heer enige stevigheid. Tenslotte is het dan een kwestie van je overgeven aan de Eeuwige, maar ook dat zie ik die remonstranten dus niet snel doen. Ze zien eruit als zelfbewuste gelovigen die vinden dat zij volledig naar eigen eer en geweten hun geloof moeten kunnen invullen. (Fens)

Misschien wordt het tijd dat er een keer een echt vrijzinnig kerkgenootschap opstaat dat zich niet beperkt tot een christelijke God, of welke dan ook, maar getuigt van een Eeuwige voor alle mensen, voor de hele wereld. Met een seminarium waarin een theologie God niet langer christelijk verklaart, of joods of islamitisch, maar wereldomvattend. Een God die er alleen maar is voor de christenen kan je geen God noemen, want God kan alleen maar God zijn als hij er voor iedereen is. Anders is hij geen God maar een deelgodje.

Remonstranten vormen een christelijke kerk. Het geloof van remonstranten geworteld in het Evangelie van Jezus Christus. Heb God en je naaste lief. Dat is de kern van de boodschap van Jezus die we met elkaar levend houden.’ (remonstranten.nl) 

De rector van het remonstrants seminarie, Tjaard Barnard, zegt dat zijn helper de God is die alles heeft gemaakt. Klopt. Niet alleen de remonstranten, maar alle mensen. We komen bovendien allemaal voort uit de oerknal, zeggen de remonstranten ook nog.

Zie: Met mijn God kun je alle kanten op (Blendle, Trouw)

‘Jezus blijft een mythe’

DoopJezus (2)

Een verslag over het symposium Het mysterie van Jezus toen… en nu? verscheen afgelopen maand in magazine Koorddanser. Waren er nieuwe inzichten over de persoon of mythe Jezus? Dat vroeg Ewald Wagenaar zich af in zijn artikel Jezus blijft een mythe. Hij gaf daarin de opvattingen weer van filosoof Tim Freke, de gnostici Jacob Slavenburg en Bram Moerland, en theoloog Tjeu van den Berk.

Volgens Wagenaar laat de online Zeitgeistfilm geen misverstand bestaan over het christelijke kerstverhaal en doet het je zelfs twijfelen aan het waarheidsgehalte in álle religies, omdat de rol van astrologie, dan wel astronomie, als onderliggend motief vaak zo evident is:

Het christelijke verhaal is een gejatte versie van een oudere religie die het weer ergens anders vandaan pikte en als je zo steeds verder in de tijd teruggaat, blijkt het ten diepste een astronomisch verhaal te zijn. Terugkeer van het licht tijdens de zonnewende, drie koningen (sterren) en een heel rijtje andere typische karakteristieken.’

Wagenaar vertelt dat Freke in zijn voordracht De ervaring van het mysterie het Jezus-mysterie als een mythe bestempelt – en toch bleven de 300 luisteraars in de Baarnse kerk zitten. Die zagen volgens Wagenaar in Jezus vermoedelijk vooral een symbool. Volgens Freke is Jezus gewoon wat we zelf zijn.

Nou is er geen enkele historische bron die het bestaan van Jezus bewijst. Zelfs de Joodse geschiedschrijver Josephus – de enige uit Jezus’ tijd die over hem schreef – bleek onbetrouwbaar. Er zijn ook zó veel meningen over Jezus dat je wel mag zeggen dat er net zo veel mensen als Jezussen zijn.’ (Freke)

Volgens Slavenburg – sprekend over Jezus in de esoterische traditie – is het huidige christendom niet gebaseerd op de leringen van de eerste christenen en bestond in het begin van het christendom de volgelingen van Jezus uit pacifistisch joods-christelijke leerlingen. Later is de toon in het christendom gezet door Rome, in taal, cultuur en sfeer van de heersers van die tijd.

Maar het niet in de officiële Bijbel opgenomen evangelie van Jacobus – de broer van Jezus – laat een heel andere Jezus zien: eentje van vlees en bloed en iemand die pas bij zijn doop de ‘Christus’ werd. Hij wist wel dat hij tot iets bijzonders geroepen was, maar in een oud geschrift van de vroege Judese christenen in Syrië staat dat bij Jezus’ doop de hemel zich opende en God sprak: ‘Heden heb ik jou verwekt’.’ (Slavenburg)

Volgens Wagenaar is de Jezus die Slavenburg ziet een gnostische en dat schuurt met het beeld in het collectieve bewustzijn van de christelijke Jezus zoals de kerk hem profileert. Van den Berk – Christus: archetype, dogma en symbool; de visie van Carl Gustav Jung – belichtte op het symposium Jezus in de archetypische oriëntatie van Jung:

Het grote mysterie is geworteld in de menselijke ziel, niet in de buitenwereld’, citeert hij Jung. De moderne mens moet van de metafysische Jezus een ervaring maken van de eigen ziel.(…) Het gaat om de numineuze ervaring die bij de beleving van religie hoort. (…) Jung zei hierover: ‘Je wordt opgenomen in het grote zelf.’

Tot hilariteit van het auditorium, aldus Wagenaar, vertelde Moerland – To be or not to be, that’s NOT the question, verhalen als dragers van betekenis – het door hemzelf aangepaste verhaal van Roodkapje die het paadje naar oma verlaat, daar Winnie de Poeh tegenkomt en samen van de honing gaan genieten:

Heeft Roodkapje bestaan of niet? Dat is geen zinvolle vraag voor het sprookje. Een verhaal hoeft helemaal niet waar te zijn om een betekenis te hebben. (…) Wat is de betekenis van Jezus, ongeacht of hij bestaan heeft? Die zit voor mij in de mystieke ervaring. (…) De aard en kwaliteit van de ervaring kenmerkt zich overal ter wereld op dezelfde manier: het ervaren van de eenheid van het al, een sterk besef van de eigen bestemming, afwezigheid van angst, tijdloos en een onderdompeling in liefde. Dat geeft de ervaarder een zeker weten, dit was wat werkelijk is.’

Zalig de mens die heeft geleden, zei Jezus. Lijden is dus deel van de werkelijkheid. In de leegte van het niet-weten is de liefde te vinden. Dat roept barmhartigheid op en – mits die geen vlucht wordt – kan dat als antwoord gelden op de uitnodiging van de Jezusmythe. Of dat wat uitmaakt? Maakt mij niet uit. Het is mijn verhaalperspectief en betekenisvol genoeg voor mij.’

Het artikel van Ewald Wagenaar staat in magazine Koorddanser, jaargang 32, nummer 335, december 2015.

Gerelateerd: Is religie een verkeerde interpretatie van mythologie?

Illustr: 13 januari Doopfeest (Antoine Coypel, De doop van Christus, c.1690) (Pinterest)