De levensbeschouwelijke exclusiviteit van het secularisme

UITGELICHT (2012)(!) – Ook tegenwoordig is godsdienstvrijheid wereldwijd vooral van belang voor atheïsten. De grondwettelijke vrijheid van godsdienst en levensovertuiging beschermt evengoed seculiere vormen van levensovertuiging als godsdienstige. Dat is al zo vanaf het begin: vanaf 1848 bood het grondrecht burgers de ruimte voor eigen keuzen.’

Niet alleen katholieken en joden, maar ook vrijdenkers en atheïsten betrokken hun eigen maatschappelijke positie.

Johan Snel, docent aan de Academie Journalistiek & Communicatie en lid van de kenniskring van het Lectoraat Religie in Media en Publieke Ruimte van deze academie, zegt dit in het artikel Contra Cliteur op de site Geloof en Wetenschap.

Hij gaat vooral in op de zienswijze van rechtsfilosoof Paul Cliteur die het begrip ‘seculier’ een eigen betekenis toekent, een uitgesproken levensbeschouwelijke zelfs: zijn secularisme kent een exclusief levensbeschouwelijk fundament toe aan staat en samenleving en religie dient daaruit verbannen te worden naar de privésfeer.

Snel is van mening dat de ‘seculiere staat’ nooit iets anders is geweest dan een equivalent voor de liberale rechtsstaat, zoals de ‘seculiere’ samenleving staat voor de open samenleving. Dat wil zeggen, een samenleving met min of meer gelijke rechten voor verschillende levensbeschouwelijke stromingen, van welke religieuze of areligieuze aard ook.

De paradox is dus, dat het pleidooi voor secularisme bij Cliteur omslaat in levensbeschouwelijke exclusiviteit. Je kunt dat natuurlijk als een onvermijdelijkheid beschouwen. Zoals bijvoorbeeld Nicholas Wolterstorff heeft betoogd, bestaat er niet zoiets als levensbeschouwelijke neutraliteit. Secularisme zal, zeker in de uitgesproken ideologische vorm waarvoor Cliteur opteert, zelf ook al gauw religieuze trekken vertonen.

Johan Snel – linkedin

Snel vindt het realistischer en ook wenselijker om aan te sluiten bij de inzet van Jürgen Habermas, want het hele frame van ‘seculier’ versus ‘religieus’ is onbruikbaar en onhoudbaar. Volgens Habermas spelen religieuze overtuigingen in de publieke ruimte evengoed een rol als seculiere. Bij Cliteur kan volgens Snel een scheutje Habermas  in elk geval geen kwaad.

Zie: Contra Cliteur (Johan Snel)

Cartoon: verlichting-godsdienst.jouwweb.nl

Foto Paul Cliteur: Geloof en wetenschap

Johan Snel is de schrijver van

Recht van spreken

Het geloof in de vrijheid van meningsuiting

Zoetermeer 2010 | 112 p | €11,90 | isbn 9789023925606

‘Een prikkelende analyse van het debat over vrijheid van meningsuiting’ (Uitgeverij Meinema)

We zijn aan de mensen overgeleverd


De humanisten zeggen dat wij voor elkaar moeten zorgen en dat de ‘goden’ ons bij deze taak alleen maar voor de voeten lopen. Maar is het werkelijk een geruststelling als we weten dat we niet aan de goden, maar aan de mens overgeleverd zijn? Voor mij niet althans. – Dat zegt de Lachende Theoloog in zijn ‘Theodicee 2’

‘Wie wil horen hoe de atheïst de wereld ten goede zal veranderen wordt hooguit vergast op rechtschapen bedoelingen (wetenschap en technologische vooruitgang spelen er een vooraanstaande rol in.)’

Volgens Jan Riemersma, alias de Lachende Theoloog, zijn de humanisten en de atheïsten al te ideologisch. ‘Ze hebben in dit opzicht meer fantasie dan de gelovige en ook zijn ze naïever. Als het aan de mens ligt, geloof me, dan zal het paradijs er niet komen.’

We kunnen daarom beter wensen – ceteris paribus (dit betekent zoiets van onder overigens gelijke omstandigheden, pd) – dat er wél een God bestaat. Een dergelijke bovennatuurlijke persoon betekent voor ons, gegeven onze toestand hier op aarde, tenminste een schijn van hoop. 

Riemersma zegt een en ander in een artikelenreeks ‘Theodicee’ waarin hij dit begrip ook uitlegt. Een theodicee is een theorie of hypothese die probeert te verklaren hoe het bestaan van een rechtvaardige God te rijmen is met het lijden van mens en dier. Een theodicee is nodig als antwoord op het probleem van het kwaad.

Door het kwaad in de wereld komen wij op het idee dat God bestaat en zijn we zelfs in staat om een redelijk nauwkeurige definitie van God te geven (pace de ‘semantische’ atheïst). We zijn echter niet in staat om te bestuderen hoe God handelt en welk verband er is tussen de inrichting van de werkelijkheid en God.

In het eerste deel ‘Theodicee’ geeft Riemersma een antwoord op de vraag hoe het bestaan van een rechtvaardige God kan worden gerijmd met het ‘kwaad’ in de wereld. In ‘Theodicee 2’ zegt hij dat het kwaad in de werkelijkheid wel de minste reden is om ons geloof in God op te geven. Integendeel, het kwaad in de werkelijkheid is juist de krachtigste reden om te wensen dat God bestaat!

Ons verstand is beperkt. Wij ordenen de werkelijkheid logisch en dit beneemt ons het zicht op de peilloze en onmetelijke omvang van de werkelijkheid. (Deze thema’s komen al bij Hume en Pascal aan de orde.) Er is voor ons daarom geen reden om ons geloof op te geven.

Zie: Theodicee

en: Theodicee 2

Illustr: From New Humanist’s God Trumps  (godknowswhat.wordpress.com)

Vrijdenkers en humanisten in debat over…God!


Voltaire
was een vooruitstrevend humanist èn deïst die worstelde met het bestaan van God en het idee van het aardse paradijs. Een bekende uitspraak van hem was: ‘Als God niet had bestaan, zou hij uitgevonden moeten worden’. Atheïst dr. Floris van den Berg vindt het deïsme van Voltaire acceptabel. Volgens hem kunnen 
in die zin religie en humanisme samengaan. Is Van den Berg deïst?

Voltaire legde de nadruk op de rede. Dat doet Van den Berg ook. Voltaire wees alle vooroordelen, bovennatuurlijke en dogmatische verklaringen af. Van den Berg eveneens. Alleen is het wel zo dat Van den Berg van religie af wil. ‘Hoe komen we van religie af’, is dan ook de titel van een boek dat hij daarover schreef. Hij zou nooit een kerk oprichten, zoals Voltaire deed. Hij liet zelfs de tekst ‘Deo erexit Voltaire, Voltaire bouwde dit voor God’ erop aanbrengen. Toch was het paradijs voor Voltaire ‘de plek waar je bent’.

Goddelijkheid
Voor Voltaire was de waarde van de goddelijkheid van de mens zichtbaar door de manier waarop hij omgaat met zijn medemens. Zoiets zal Van den Berg ook wel menen. Hun ideeën lijken op de filosofie van de atheïstische dominee Klaas Hendrikse, die ongetwijfeld Voltaire goed heeft bestudeerd. Hoe dan ook, wellicht horen we Van den Berg zijn filosofie verduidelijken tijdens het debat ‘Is godsdienst aan de Universiteit voor Humanistiek heilig?‘.

Het debat wordt na een korte inleiding geopend door dr. Anton J.L. van Hooff, voorzitter van de Atheïstisch-Humanistische Vereniging De Vrije Gedachte en prof. dr. Harry Kunneman, hoogleraar Sociale en politieke theorie aan de Universiteit voor Humanistiek.
In de loop van de avond zullen zich ook prof. dr. Peter Derkx, dr. Floris van den Berg en drs. Wouter Kuijlman in de discussie mengen. Tijdens de diverse debatrondes is ruime gelegenheid voor de zaal om mee te praten.

Verontwaardiging
Het dogmatische van de vrijdenkers in hun strijd tegen religie en de verbazing van aanhangers van De Vrije Gedachte, dat juist aan een humanistisch opleidingsinstituut een stevige aanpak van het geloof verontwaardiging wekte, is de aanleiding voor dit debat.
Dat vindt plaats op donderdag 19 januari 2012 in zaal 1.40 van de Universiteit voor Humanistiek aan de Kromme Nieuwegracht 29 in Utrecht, 19.00 uur – 21.30 uur (aansluitend een borrel.)

Alle belangstellenden zijn van harte welkom. Je kunt je deelname voor deze (gratis) debatavond opgeven via dit formulier. 

Zie: ‘Zonder dialoog aan de goden overgeleverd’ (human.nl)

Bron: Voltaire (1694 – 1778) (Humanistische canon)

Illustr: raycomfortfood.blogspot.com  (‘Atheists, Voltaire, Morality and God’)