Religieuze heimwee

heimwee

‘De secularisering is te snel gegaan’, stelt Alain Verheij, maar het kan wél helpen om weer naar onze christelijke wortels te graven. Hij zegt als theoloog te maken te hebben met een onderbelicht aspect van deze storm in de tijdgeest die religieuze heimwee heet. De ‘theoloog des Twitterlands’ stelt dat zij die zich bedreigd voelen in hun nationale identiteit vaak ook lijden aan een ontworteld gevoel op het gebied van godsdienst. 

Als ik met generatiegenoten over mijn vakgebied spreek, zie ik sporen van verstrooide heimwee in hun ogen, soms gemengd met frisse nieuwsgierigheid. Niet zelden volgt er een warm verhaal over een oudtante of een grootmoeder.’

Volgens Verheij hoef je tegenwoordig geen kerkse reactionair meer te zijn om te vinden dat de secularisering zich in Nederland overhaast heeft voltrokken.

Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw hebben enkele generaties zich in rap tempo losgemaakt van hun religieuze roots. Vaak om heel begrijpelijke redenen. Helaas werd de vraag naar het kind en het badwater daarbij te laat en te weinig gesteld. De erfenis waarmee zij ons opzadelden, zal nog lang voelbaar blijven.’

De ‘randkerkelijk theoloog’ stelt dat onder ouderen en in de slinkende traditionalistische bolwerken met toenemende vervreemding wordt gekeken naar een maatschappij waar een deel van het hart uit lijkt te zijn geslagen.

Van de twintigers, dertigers en veertigers die als religieuze analfabeten uit hun opvoeding kwamen, valt een enkele kwetsbare voor een sektarische vorm van geloven en shopt een enkele creatieve een eigen religie bij elkaar uit uiteenlopende bronnen.’

We hebben religie onderschat, stelt Verheij, door te denken dat alle vormen van geloof vanzelf uit de wereld zouden verdwijnen, en door te vergeten dat religie meer is dan een set theoretische denkbeelden over het ontstaan, de aard en de toekomst van het universum.

Wie religie uit de maatschappij verwijdert, kan niet volstaan met Darwin en Dawkins als substituut – dan bedek je alleen de krater van de dogma’s. Terwijl religie behalve uit believing ook uit behaving en belonging bestaat. Met onze ontkerstening verloren wij ook onze gedeelde morele denkkaders én onze vastomlijnde groepsidentiteit: wij, christelijke Nederlanders.’

Alain Verheij (foto: Twitter) stelt dat religie een heilzaam verzachtende rol had kunnen spelen, als de secularisering niet decennialang de poten onder haar stoel had weggezaagd. De ontkerkelijking raakte volgens hem ons groepsgevoel.

alainverheijtwitterHij spreekt van anywheres en somewheres, en vindt die begrippen bij de Britse publicist David Goodhart. Anywheres zijn dan mensen die de wereld vanuit alle perspectieven kunnen beschouwen. De somewheres, aan de andere kant, beschouwen de wereld het liefst vanaf één specifieke plaats, een somewhere. Zij voelen zich graag sterk geworteld en zijn gehecht aan groepsidentiteit, zekerheid en vastigheid. Zelf noemt Verheij zich een anywhere, omdat hij zich als christelijk theoloog zich vrij flexibel staande kan houden in een geseculariseerde wereld.

Dat lukt zonder dat ik de neiging voel om te radicaliseren in de richting van struisvogelorthodoxie of juist weg te zakken in een ‘weet het ook niet maar er zal wel wat zijn’ agnosticisme.’

Maar, zo zegt Verheij, de maatschappij wordt er ook niet mooier van als we terugkeren naar een wit, christelijk patriarchaat waar we met de gulden betalen. De oplossing ligt volgens hem ergens tussenin. Hij stelt dat als de christelijke erfenis ergens nog een open zenuw is, waarom we die wond dan niet zouden verzorgen en respectvol laten helen.

Juist gezonde kennis van wie je bent, waar je vandaan komt en tot welke nationale, culturele en spirituele groep je behoort is een buffer die kan beschermen tegen radicalisme dat het roer omgooit. Het medicijn tegen patriottische destructie is niet de globetrotter-arrogantie van de anywhere. Eerder is het de welwillende, gunnende, open-minded herwaardering van de oude groepsidentiteit zonder de ouderwetse uitsluiting van de Ander.’

Verheij gelooft in een hervonden christelijk erfgoed dat kan voldoen aan het verlangen van een grote groep Nederlanders naar religieuze groepsidentiteit en grond onder de voeten. Met medeneming van alle waardevolle lessen uit de afgelopen halve eeuw. Op die manier probeert hij als theoloog een nieuwe brug te zijn tussen de somewhere en de anywhere.

Zie voor het uitgebreide artikel: Het kan wél helpen om weer naar onze christelijke wortels te graven – Reporters online (Blendle)

Beeld: jampasmandala.wordpress.com

Geloof in God is rationeel

levensbeschouwingen

Het nieuwe atheïsme laat geen mogelijkheid onbenut om te verkondigen dat geloof in God irrationele onzin is: het bestaan van God is niet wetenschappelijk bevestigd en Godsgeloof zou daarom intellectueel onaanvaardbaar zijn. Dit soort sciëntistische religiekritiek berust echter op een diep en in feite zelfs tragisch misverstand.

Het soort rationaliteit dat vereist is om wetenschappelijke theorieën te beoordelen is namelijk van een volstrekt andere orde dan het type rationaliteit dat nodig is om levensbeschouwingen, zoals het christendom of het seculier humanisme, te evalueren.’

visje

Dit stelt filosoof Emanuel Rutten in zijn boek Overdenkingen (2017), waarin een boeiende verzameling wijsgerige bijdragen is gebundeld. Ze handelen allemaal over de vraag naar de redelijkheid van het geloof in God.

Religie staat vooral voor vrijheid. De existentiële vrijheid om, contra de prozaïsche alledaagsheid, het transcendente te denken en duiden.’

In het hoofdstuk Theïsme als manier van leven stelt de auteur dat het christendom, maar ook andere religieuze en seculiere wereldbeschouwingen, niet alleen bepaalde antwoorden geven op de vraag wat we over de aard van de wereld kunnen weten, maar ook op wat we in dit leven moeten doen en waarop we mogen hopen.

‘Een levens- of wereldbeschouwing is namelijk een wijze van verstaan van en omgaan met de wereld. Het is het eenheidsstichtend betekeniskader van waaruit iemand zijn of haar leven verstaat en vormgeeft. Als zodanig geeft het antwoorden op onze grote vragen, zoals de vraag naar de herkomst van de kosmos en de plaats van de mens daarin.

Overdenkingen

Een wereldbeschouwing moet, zo suggereren de nieuwe atheïsten, het resultaat zijn van wetenschappelijk onderzoek. Maar volgens de filosoof is het van belang dat een wereldbeeld verenigbaar is met de resultaten van de wetenschap. Bovendien valt de vraag of God bestaat sowieso buiten het domein van de vakwetenschappen.

Dit laat echter onverlet dat bepaalde wetenschappelijke inzichten (zoals de geconstateerde fine-tuning van de kosmos) gebruikt kunnen worden als premissen in een filosofisch argument voor het bestaan van God. En omdat zulke argumenten de plausibiliteit van het bestaan van God kunnen verhogen zijn ze eveneens van belang voor het rationeel evalueren van het theïsme als wereldbeschouwing.’

Godsgeloof rationeel evalueren kan, als theïsme als levensbeschouwing en niet als wetenschappelijke hypothese wordt beoordeeld.

En dan blijkt de zaak heel anders te liggen dan het nieuwe atheïsme voorstelt. Theïsme is als wereldbeeld namelijk niet alleen consistent, coherent, en compatibel met de positieve vakwetenschappen, maar zij geeft tevens een samenhangend antwoord op de grote oorsprongsvragen van de mensheid.’

Het theïsme is volgens Rutten in staat een groot aantal andere onderling kwalitatief sterk verschillende fenomenen op een geïntegreerde wijze te verstaan en te begrijpen, zoals bijvoorbeeld het feit dat er überhaupt iets is en niet veeleer niets; het bestaan van uniforme, universele en stabiele natuurwetten; het gegeven dat de kosmos een absoluut begin heeft gehad; ervaringen van (zelf)bewustzijn en vrije wil; de ervaring van de objectiviteit van bepaalde morele waarden en verplichtingen; en verschillende mystieke en religieuze ervaringen.

OverGod

Ook interessant in dit kader is filosoof Gary Gutting die het boek Over God schreef uit bezorgdheid over de rationaliteit van filosofen. Volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes – die het boek vertaalde – vraagt Gutting zich of de filosofen die hij interviewt ‘ook maar mensen’ zijn en of zij achter hun professionele façade toch heel wat minder rationeel zijn.

Over God laat filosofen aan het woord over ideeën over God, over onder meer rationaliteit van geloof en ongeloof; geloof en wetenschap; atheïsme en theïsme; moraal; het idee van religie als godsdienst en over de verhouding tussen verschillende religies onderling.

Overdenkingen | Emanuel Rutten | april 2017 | Uitgeverij Stad op een berg | ISBN 9789082186994 | € 15,95 | 229 blzn. | Nog niet digitaal beschikbaar
Als bovenstaand artikel vragen oproept, of nadere verklaring en uitleg, dan is deze bundel zeker een must (have)!

Over God | Gary Gutting | september 2017 | Amsterdam University Press | ISBN10 9462987025 | ISBN13 9789462987029 | € 19,99 | E-book  € 9,99

Beeld: mensensamenleving.me

‘God houdt zich buiten het domein van de wetenschap op’

nasa

‘En gelukkig maar, want als die ergens thuishoort, is het daar,’ aldus New Scientist van januari 2017. Volgens dit maandblad werden de grootste vragen traditiegetrouw aan filosofen overgelaten: hoe weet ik dat ik besta? Beschikken we over een vrije wil? Waaruit bestaat de werkelijkheid? En waarom bestaat er überhaupt iets en niet niets? Tegenwoordig eigenen wetenschappers zich deze vragen steeds vaker toe. New Scientist publiceert een Dossier Metafysica.

Kunnen we ooit weten of God bestaat?’ is eveneens een van de vragen die New Scientist zich stelt. Het vraagt zich af wat er voor nodig is om het bestaan aan te tonen van een bovennatuurlijk wezen dat zich, om maar wat te noemen, overal en nergens bevindt, immanent en transcendent is, kenbaar en onbegrijpelijk; voor het vinden van bewijs voor het higgsdeeltje was al vijftig jaar nodig.

Met het voortschrijden van de wetenschappelijke kennis is er weinig overgebleven van het standpunt dat overal bewijs voor gods bestaan te vinden is. Sommige moderne religieuze filosofen hebben zich daarom bekend tot het standpunt van de gereformeerde epistemologie. Zij stellen dat het bestaan van een god geen rechtvaardiging of bewijs behoeft. God bestaat gewoon, punt uit.’ (NS)

Intelligent design bleek weerlegbaar, ondanks zoiets moois en functioneels als een oog of een vlinder. Het leverde geen bewijs voor het bestaan van een schepper. Nu wordt gesteld dat er steeds meer denkers voor de alternatieve stelling voelen dat er overal bewijs voor te vinden is dat god niet bestaat.

Waarom we toch menen dat het anders zit, is verklaarbaar vanuit de ‘hypothese van cognitieve bijwerking’. Die stelt dat het menselijk brein neigt naar religieuze overtuigingen, onder andere door het hyperactive agency detection device – de veronderstelling waarin we verkeren dat alles in onze omgeving veroorzaakt wordt door een onzichtbaar iets of iemand.

Dit geëvolueerde systeem was misschien voordelig voor onze voorouders: zodra zij de aanwezigheid van een dier in het struikgewas ontwaarden, waren ze beter voorbereid om snel te vluchten of aan te vallen. Maar het gevolg daarvan is dat wij tegenwoordig geneigd zijn om in alles wat we zien gebeuren een onzichtbare hand te zien, wanneer we het niet direct kunnen verklaren.’ (NS)

New Scientist verwijst hiermee naar natuurkundige Victor Stenger, die stelde dat de monotheïstische god waar miljarden mensen in geloven, ofwel bestaat of niet bestaat, maar als die wel bestaat, dan moeten daar aantoonbare gevolgen voor te vinden zijn.

Eén reden waarom zo veel mensen in god geloven, is dat het geloof de meedogenloosheid van het bestaan verzacht door het universum betekenis te geven. Sommige theologen menen zelfs dat de zinloosheid van een bestaan zonder god juist het bestaan van die god bewijst.’ (NS) 

Voor Dascha Düring hoeft dat bewijs niet gevonden te worden, liever niet zelfs. Vorig jaar schreef de filosofe (Universiteit Utrecht) in Bij Nader Inzien, een site die maatschappelijke kwesties voorziet van filosofische analyse en reflectie, het artikel Ammehoela Godsbewijs: als God bestaat zou hij helemaal niet willen dat wij hem bewijzen.

Het godsbewijs is een nekslag voor het geloof, en daarnaast kunnen we dan de volledige filosofische theologie – bijvoorbeeld Aquinas, Meister Eckhart, Luther – in de prullenbak gooien. Zelfs als agnost lijkt mij dat buitengewoon zonde. Als wij weten dat God bestaat, kunnen wij niet geloven dat God bestaat – want we weten dit immers. Als God bestaat, kan hij niet willen dat wij niet in hem geloven. Als God bestaat, kan hij niet willen dat hij bewezen wordt.’ (DD)

Een van de filosofen die hierop reageerde was Emanuel Rutten. Hij stelt dat als er wél een sluitend algemeen Godsbewijs zou bestaan, dat er dan nog genoeg ruimte overblijft voor geloof.

Want zo’n bewijs zegt helemaal niets over de vraag of God de God is waarvan, zeg, het christendom getuigt. Ook zegt zo’n bewijs niets over de waarheid of onwaarheid van allerlei specifieke uitspraken in, zeg, de Bijbel. Daarnaast sluiten geloof en weten elkaar niet noodzakelijk uit. De meeste filosofen beschouwen kennis zelfs als een vorm van geloof.’ (ER)

Zie:
Dossier Metafysica (Blendle – New Scientist)
Ammehoela Godsbewijs: als God bestaat zou hij helemaal niet willen dat wij hem bewijzen (Bij Nader Inzien)

Illustr: ‘Hand van God’ – Wetenschappers vertellen dat de ‘Hand van God’ een soort nevel is dat circuleert om een neutronenster. Het verschijnsel is ontstaan toen een ster explodeerde. De overgebleven pulsar draait heel snel, zo’n zeven keer per seconde, om zijn eigen as waardoor de puindeeltjes (onder andere gas) de ruimte in worden geslingerd. In 2009 is ook al een ‘Hand van God’ waargenomen door NASA. (2014)