Israël: nog zo’n 224 jaar te gaan

DSCF4999.000

Rabbijn Raphael Evers (re) sprak woensdag in een lezing tijdens de studiemiddag Geweldsteksten van de Raad van Kerken over teksten die ‘ons vanuit de Hemel geschonken zijn, teksten die de basis vormen van ons volksbestaan en ons heilig zijn’. Hij haalde het traktaat de Pirkee Awot uit het Joodse gebedenboek aan, dat stelt dat de wereld op drie principes berust: waarheid, recht en vrede.

Het woord vrede maakt zo een indruk omdat het gemis ervan zo pijnlijk duidelijk is. Vrede is een vaag begrip en ligt gemakkelijk met zichzelf overhoop. Vrede met onszelf hebben is al een heksentoer, vrede vinden in G’d is een levenstaak, en harmonie met het milieu lijkt nauwelijks meer haalbaar.’

Evers noemde vrede een geschenk van de medemens en een gave G’ds, maar de menselijke houding van ‘geen geweld’ ontstaat niet vanzelf.

Non-violence’ als het ‘ontbreken van gewelddadige uitbarstingen’ is te weinig. Wil er sprake zijn van enige duurzame vrede dan moeten wij hoger reiken.’

De rabbijn, verbonden aan het Nederlands Israëlisch Kerkgenootschap, vertelde over het Hebreeuwse woord voor vrede: sjalom, van het werkwoord sjaleem, dat volledig of perfect betekent. Sjalom is een van de G’dsnamen.

Het heeft de bijbetekenis van harmonie. De Tora bezigt de term sjalom in intrapsychische, intermenselijke, internationale en religieuze zin. Alles tezamen genomen zou men sjalom het beste kunnen vertalen als ‘een toestand van volledige harmonie in iedere relatie.’

Volgens Evers plaatst de joodse traditie de bron van alle onvrede en geweld bij de zondeval van Adam, die oorspronkelijk een volkomen geïntegreerde persoonlijkheid was zonder innerlijke drang tot kwaad. Maar Adam at van de boom van kennis van goed en kwaad, het symbool van de huidige menselijke natuur, waarin harmonie en geweld, vrede en onvrede onafscheidelijk met elkaar verbonden zouden blijven.

In overdrachtelijke termen schildert de Tora het ontstaan van de tegenstrijdige menselijke psyche, die de primaire conflictstof zou vormen, in de eerste plaats voor de mens zelf. Voortaan zou hij al zijn levensdagen doorbrengen met het bevechten van zijn innerlijke onvrede en paradoxale instelling. De strijd tussen zijn animale en spirituele aanleg zou de rest van de menselijke geschiedenis bepalen.’

En daarvoor schiep G’d, aldus Evers, naast de kwade aandrift, de Tora om de mens uit zijn paradoxale situatie te bevrijden. De Tora is ‘free for all’: het staat iedereen vrij om het jodendom aan te nemen en om zich de praktijk van de Tora eigen te maken.

Slechts door middel van Tora-studie en –praktijk treedt de mens in contact met zijn Schepper, hetgeen het beginpunt vormt van iedere vorm van werkelijke harmonie: intrapsychisch, intermenselijk, internationaal en tussen mens en G’d.’

Er bestaat ook nog zoiets als het recht op zelfverdediging, want in de Tora staat ook dat ‘indien iemand het erop aanlegt u te doden, wees hem dan voor en dood hem eerst’. Evers stelde dan ook dat de enige oorlog die onder de huidige omstandigheden toegestaan is, een defensieve oorlog is. Oorlog uit zelfverdediging wordt door de halacha (Joodse wet) voorgeschreven. Wanneer het voortbestaan van G’ds volk op het spel staat, wordt de gewapende strijd zelfs een gebod, waarin iedereen moet participeren.

Maar er is uitzicht op vrede – al kan volgens mij Israël zelf vrede geenszins voor elkaar krijgen, de Tora ten spijt – vernam ik naarmate de lezing van de rabbijn vorderde: de mensheid wordt voorbereid op het Messiaans vredesrijk. Joden geloven in de komst van de Messias. De wereld, zoals wij die in de huidige gedaante kennen, zal volgens de Talmoedische traditie zesduizend jaar voortduren. De mensheid heeft dus, gegeven het feit dat we ons nu bevinden in het jaar 5776, nog 224 jaar te gaan. Volgens het utopisch Messianisme ontstaat er dan een universeel vrederijk van liefde en gerechtigheid.

Het utopisch Messianisme staat een universeel vrederijk van liefde en gerechtigheid voor ogen. Oorlogen bestaan niet meer, G’ds woord zal vanuit Zion de hele wereld bestrijken, en alle volkeren zullen in harmonie en eenheid aan de G’ddelijke verwachtingen voldoen. De wereldwijde bereikbaarheid en communicatie, de allesziende satellieten kunnen bij het verspreiden van de G’dskennis in de tijd van de Messias een belangrijke rol spelen.’  

Volgens Evers ligt de eindtijd dus niet meer veraf. De Messias zal zich vòòr het jaar 6000 openbaren.

Bron: Lezing en dossier Geweldsteksten – Raphael Evers
Foto: Studiemiddag Raad van Kerken, Utrecht (PD)

OnZen: Jan Bor over zen en religie als ‘gedateerde troep’

OnZen

‘Wie zoekt naar spiritualiteit komt onherroepelijk in aanraking met zen. Zen zou de ultieme weg naar innerlijke vrijheid zijn, maar in de praktijk maakt zen juist afhankelijk. Net als andere religies – want dat is zen – roept de zen namelijk op tot volgzaamheid en afhankelijkheid van een geestelijk leider. Zij die goeroe of meester spelen kunnen het niet laten om kerkjes rond hun persoon en boodschap op te richten. Zo maken ze hun leerlingen afhankelijk, en juist niet vrij.’

Aldus Jan Bor over zijn boek OnZen. Hij waarschuwt: trap er niet in! En verwijst naar een uitspraak van Kant die stelde dat Verlichting je van je verstand bedienen is zonder de leiding van een ander.

Moderne spiritualiteit is in het verlengde daarvan je eigen weg zoeken. Het is wars van elke vorm van georganiseerde religie en daarmee wars van welke vorm van geestelijke autoriteit ook. Wie deze moderne spiritualiteit zoekt, zal zich moeten voeden met ’s werelds grootste filosofieën en de taalvirtuositeit van filosoof Jan Bor.’

Godsdienstfilosoof Taede A. Smedes lijkt zich wezenloos te schrikken van dit nieuwe boek en daar geeft hij uitgebreid verbijsterde woorden aan bij NieuwWij, waar hij een gedegen recensie schrijft over OnZen. Hij verwachtte een beter geschrift van de filosoof en vindt Bors antireligieuze houding zelfs stuitend.

De definitie van religie als een keuze voor heteronomie en dus voor hiërarchie en onderdanigheid meent Bor bij Marcel Gauchet te kunnen vinden. Bor schrijft dat Gauchet meent dat religie als keuze voor heteronomie uiteindelijk verdwijnt en dat daarmee religie verdwijnt.’

Terwijl filosoof Gauchet (samen met filosoof Luc Ferry) juist stelde dat wat in de religies zijn uitdrukking vond een vorm moet vinden buiten de godsdienst. (Hierover schreef Smedes onlangs drie blogs: Luc Ferry en Marcel Gauchet over het religieuze na de religie.)

Met andere woorden, Gauchet (en ook Ferry) zien weliswaar traditionele vormen van religie verdwijnen, maar er voor in de plaats komt iets anders. Religie in haar herkenbare vormen verdwijnt, maar ‘het religieuze’ en ‘het heilige’ blijven en worden getransformeerd tot nieuwe vormen. Er is dus religie na de religie (aldus de titel van het boekje van Ferry en Gauchet).’

Afgelopen zaterdag was een interview te horen bij NPO Radio 1, waarin Bor het waarom vertelde van een boekje over moderne spiritualiteit. Hierover zei hij onder meer:

Omdat mijn haren recht overeind gaan staan van de honderden nieuwe sektes die ons land inmiddels rijk is en die hun inspiratie uit het Oosten putten. Ik erger me dood aan de pretenties van de voorgangers van dit soort clubjes, de nieuwe priesters dus. Ik ben nog nooit een leraar, een meester te zijn tegengekomen die niet eigenlijk een loopje met de waarheid nam. Dat kennen we natuurlijk ook al uit de katholieke kerk, of uit andere christelijke kerken. Maar bij Zen dachten we: dat gaat om de waarheid.’

Als filosoof wilde Bor de waarheid leren kennen, zo vertelt hij. En vooral: wie ben ik? Via Zen – ‘die lui hebben het over het verliezen van je ego’ – zou hij leren hoe hij zijn ego kan loslaten, maar hij zegt zijn ego nog nooit te zijn tegengekomen. Hij weet niet eens wat ze ermee bedoelen. Volgens hem zijn ‘die lui’ rattenvangers van Hamelen, ze willen volgelingen hebben. Volgens Bor is het het hart waarnaar je uiteindelijk zoekt. Toch zegt hij van zen geleerd te hebben dat het er om gaat dat je al die beelden die je van jezelf hebt, die je verstoren en je in de weg staan, dat je wat relaxter, wat opener staat naar de werkelijkheid.

Smedes blijft verbijsterd in zijn recensie Jan Bor rekent af met alles wat stinkt naar zen en religie. Het boek lijkt hem een uiting van grote, persoonlijke woede en opgehoopte frustratie. Bors tekeer gaan tegen religie als ‘infantiel’ en ‘voor de eenvoudigen van geest, zij die zelf niet kunnen of willen of hoeven nadenken’ doet niet onder voor de simplistische nieuw-atheïstische retoriek. Smedes vindt het een filosoof onwaardig.

Bors boek lijkt zelf onderdeel te zijn van een dynamiek van drang naar een grotere persoonlijke vrijheid en naar een grotere autonomie. Door alle schepen achter zich te verbranden en zich op te stellen als een eenling met een eigen, unieke, louter individuele spiritualiteit, zegt Bor eigenlijk schijt te hebben aan de rest van de wereld. Dat is blijkbaar waar autonomie voor staat. Tsja, Bor mag dat vinden, dat is zijn goed recht. Maar is dat een spirituele houding? Hij mag het denken, ik vind het weinig verheffend.’

De godsdienstfilosoof is duidelijk teleurgesteld in OnZen en vermoedt dat het komt door de weinig vernieuwende visie van Bor zelf.

Hij [Bor] vindt zen een vorm van religie en als zodanig ‘gedateerde troep’. Het probleem is dat Bor zelf gevangen lijkt te zijn in een achterhaalde wijze van denken, namelijk door religie en heteronomie gelijk te stellen en tegenover vrijheid en autonomie te zetten. Bor is dus niet minder dan een Verlichtingsdenker van het oude stempel, iemand die meent dat de mens als een monade is, een louter subject dat op zichzelf bestaat en zichzelf de wet kan stellen.’

Zie:
* Jan Bor rekent af met alles wat stinkt naar zen en religie (Taede A. Smedes)
* Jan Bor, filosoof
* Jan Bor over zijn boek ‘OnZen, over moderne spiritualiteit’ (NPO Radio 1)

Maarten van Buuren en de ‘denkdingen’ van Spinoza

Filosoferen met Maarten van Buuren over Spinoza. De filosoof is vol van die andere filosoof uit de 17e eeuw en wil nog veel meer van hem weten dan hij al in zijn boek Spinoza, Vijf wegen naar de vrijheid laat zien. Zo’n zestig leden van studentenvereniging Suster Bertken van de Open Universiteit Utrecht luisterden afgelopen donderdag dan ook aandachtig naar de geestdriftige spraakwaterval van de spreker. Over ‘denkdingen’ en de werkelijkheid.

‘In een vrij staatsbestel is ieder vrij
om te denken wat hij wil
en te zeggen wat hij denkt’
(Spinoza)

Spinoza is volgens Van Buuren ‘hot’, ‘in’ en ‘actueel’. Er wordt veel over de ‘filosoof onder de filosofen’ geschreven, ook romans. Bij Spinoza kom je dingen te weten over zelfbeschikking, macht, intuïtie, meningsuiting en vrijheid. Van Buuren is benieuwd naar wat hij nog meer zal leren van Spinoza. Zo verdiept hij zich, geïnspireerd door Spinoza, verder in de Stoa, de stoïcijnse filosofen Seneca en Epictetus. Van Buuren is bezig met een constante inhaalslag, zoals hij zegt.

Van Buuren wijst op het woord en in de uitspraak van Spinoza en benadrukt het enorme verschil tussen denken en zeggen. Denken moeten we kritisch doen, zegt Spinoza: we moeten het niet maar een beetje doen en kritiekloos onze impulsen volgen, anders worden we slechts geleid door passies. Je kunt met behulp van de rede tot de waarheid komen, bij je zelf komen.

Denken kan je wat je maar wil, maar iets zeggen is wezenlijk anders. Over de buren kan je van alles denken, maar van alles over ze zeggen is een ander ding. En zo ligt de grens van vrijheid van meningsuiting bij tweedracht zaaien, bedreiging en geweld. De opvattingen van Spinoza, zo leert Van Buuren, zijn zo terug te vinden in onze rechtspraak: Spinoza was van wezenlijke invloed.

Er zijn denkdingen en werkelijke dingen. Volgens Spinoza bestaan Licht en Leven. Duisternis niet, dat is een denkding. Witte dingen bestaan. Witheid niet. Wilshandelingen bestaan. De Wil niet. Impulsen bestaan. Liefde en Haat niet. Het Lichaam bestaat. Geest of Ziel niet. Duisternis is het ontbreken van licht, dood het ontbreken van leven. Ons gedrag wordt bepaald door wilsimpulsen waarmee mensen hun hele dag, rennend en vliegend, vullen. We denken een Wil te hebben als we koffie gaan zetten, maar de Wil is een denkding: het bestaat niet.

‘Denken is de weg naar geluk en zaligheid’
(Spinoza)

Volgens Spinoza is er alleen materie en snappen we nog niet voor de helft hoe mooi en geniaal materie in elkaar zit. Er is alleen materie, alleen natuur. Daar moeten we over nadenken en geen mythes over verzinnen. En die natuur = substantie = God.

vanBuuren

We zijn volgens Spinoza van de Natuursituatie overgegaan naar de Samenleving. In de Natuursituatie is alles toegestaan. Natuurrecht: er is geen goed of kwaad, geen misdaad, geen verschil tussen mens en dier. Maar de natuurrechten werden overgedragen naar de Samenleving die onderlinge afspraken maakte om het leven enigszins te ordenen. Maar het natuurrecht duurt voort en dat zie je aan hoe goederen in de wereld (slecht) worden verdeeld. Het Samenlevingsrecht corrigeert de ernstigste uitwassen.

‘Spinoza bracht een revolutie teweeg in het denken over God, de mens en de plaats van de mens in de wereld. Een revolutie zo radicaal dat de consequenties ervan nog altijd niet goed zijn doorgedrongen. Spinoza toont vijf wegen naar de vrijheid: zelfbeschikking, de immanentie van God, de wil tot macht, intuïtie als hoogste vorm van kennis en ‘eendracht maakt macht’.’
(Van Buuren)

Kennis heeft drie niveaus volgens de kennistheorie van Spinoza. Waarneming, rede en intuïtie. Waarneming is inadequaat, verward, geleid door passies. De rede is adequaat: die corrigeert passies. De waarheid kennen we intuïtief, maar moet zichtbaar gemaakt worden door de rede, anders wordt de intuïtie overstemd door drogredenen.

‘Veel commentatoren hebben Spinoza’s denken veroordeeld of er de radicaliteit van afgezwakt. Spinoza biedt hun daar de gelegenheid toe. Hij gebruikt standaardtermen van de toenmalige filosofie/theologie, maar hij verschuift de betekenis ervan zo ingrijpend dat ze een andere en vaak aan de oorspronkelijke betekenis tegengestelde betekenis krijgen. Nogal logisch dat de lezer het spoor bijster raakt en teruggrijpt naar de traditionele betekenis van de sleuteltermen op plaatsen waar Spinoza juist het tegendeel bedoelt.’
(Van Buuren)

Bovenstaande is een summiere samenvatting van wat Van Buuren bij vlagen ook nog eens geestig vertelde. Het is niet allemaal (samen) te vatten. Dat laatste soms letterlijk, want Spinoza is moeilijk uit te leggen, al deed Van Buuren zijn best Spinoza toegankelijker te maken. Spinoza. Vijf wegen naar de vrijheid lijkt me een aanrader na dit enthousiaste, gloedvolle betoog van Van Buuren. We zullen zeker meer van hem horen.

Spinoza, Vijf wegen naar de vrijheid | Maarten van Buuren | maart 2016 | Ambo|Anthos | € 19,99 | E-book: € 12,99 | 

Spinoza is even ingewikkeld als beroemd. Zijn Ethica geldt als onleesbaar. In Spinoza, filosoof van de vrijheid werpt Maarten van Buuren een verhelderend licht op Spinoza’s moeilijk doordringbare filosofie. Hij toont de vijf pijlers waarop Spinoza’s denken berust: streven naar zelfbeschikking, ontplooiing van macht, volgen van de intuïtie, samenwerking met anderen en vooral streven naar vrijheid. In deze oproep schuilt zijn blijvende actualiteit. Van Buuren plaatst Spinoza op toegankelijke wijze tussen filosofen die grote invloed hadden op zijn denken zoals Descartes, Hobbes en Hugo de Groot. Hij laat zien wat de kern is van Spinoza’s ethiek: bevrijding van bevoogding en het streven om in overeenstemming te leven met de wereld en met zichzelf. Alleen dan kan de mens gelukkig worden. (Ambo|Anthos)

‘Van Buurens Spinoza is niet het eerste boek dat een overzicht geeft van Spinoza’s denken, maar wel het eerste dat zoveel nuttig werk maakt van het verhelderen van de sleuteltermen die bij Spinoza zo’n verwarrende rol spelen.’
(Carl Peeters in VN

Foto: Maarten van Buuren bij de Open Universiteit Utrecht (PD)
Updates 15 03 2024 / 09 04 2025: Layout