Zonder ziel is de mens nergens

Caspar_David_Friedrich_._Wanderer_above_the_sea_of_fog

Denk het woord ‘ziel’ weg uit onze cultuur en je denkt de mens weg. We ervaren nu eenmaal iets dat we niet terug kunnen brengen tot verstand of tot psyche. Iets als integriteit en de mogelijkheid daarin gekwetst te worden. Dat iets, dat noemen we de ziel. – Ole Martin Høystad schreef De ziel. Volgens Filosofie Magazine geeft de emeritus-hoogleraar culturele studies hierin een historisch overzicht van de ziel vanuit verschillende invalshoeken: de filosofie, theologie, psychologie en de literatuur. Homerus komt aan bod naast Plato, Augustinus naast Dante en Kafka naast Wittgenstein.

Deze geschiedenis van de ziel is een geschiedenis van de ontwikkelingen in de filosofie: als je het over de ziel hebt bij Plato, gaat het ook over zijn ideeënwereld, bij een empirist als Hume over percepties en bij Wittgenstein over taalspelen. Romans leren ons dat de ziel niet een theoretisch concept is. Høystad: ‘Als je Homerus, Joyce of Kafka leest, leer je dat de ziel vlees is, dat ze concreet en persoonlijk is.’ (Filosofie Magazine)


Het ‘objectieve’ belang van de ziel wordt al sinds de verlichting ter discussie gesteld, toen de wetenschappelijke verklaring van de wereld de overhand kreeg. Sommigen beweren dat ze gereduceerd is tot een religieus concept; anderen stellen dat ze vervangen is door de psyche van de moderne psychologie. Deze beperkte betekenis lijkt te worden tegengesproken door de belangrijke plaats van de ziel in moderne literatuur, van Dostojevski via Woolf tot Coetzee. (Uit: De ziel)


Volgens de uitgever geloven de meeste mensen dat ze een ziel hebben, maar kan bijna niemand uitleggen wat het is.

De ziel heeft iets merkwaardig fascinerends. Het is de uitdrukking van iets diep persoonlijks dat zich moeilijk laat vangen in woorden en begrippen en dat we daarom via beelden en symbolen proberen uit te drukken of waarmee we via muziek in contact proberen te komen.’ (Atheneum)


De Neanderthalers hadden al begrafenisrituelen en begroeven hun overledenen op een manier die erop wijst dat ze geloofden in een leven na de dood. Terwijl de dood de enige zekerheid in het leven is, weet niemand of er iets van jezelf voortleeft. Toch heeft men te allen tijde en in alle culturen geloofd dat de ziel de dood overleeft en in een of andere vorm in het hiernamaals blijft bestaan. (Uit: De ziel)


Zes jaar lang zat Ole Martin Høystad (1947) in een Noorse berghut te studeren op Aristoteles en Augustinus, Montaigne en Kierkegaard, Dante en Freud – om maar een paar pleisterplaatsen te noemen in zijn uitgebreide cultuurgeschiedenis van de ziel, schrijft Trouw.

Doel van zijn monnikenwerk: het ongrijpbaarste begrip in de westerse cultuur doorgronden. Wat is de ziel? Hoe kan ze onsterfelijk zijn? En als ze dat niet is, hebben we haar dan nog nodig?’ (Trouw)


In alle culturen worden de kwaliteit en het lot van de ziel gezien als gevolgen van hoe het individu zijn leven geleefd heeft en hoe hij of zij door woord en daad goed of kwaad heeft gedaan. Daarmee ligt de focus op het geleefde leven, op de ontwikkeling van persoonlijke en innerlijke kwaliteiten en dus de ziel van het individu, en hoe hij die heeft ontwikkeld en zijn verplichtingen tegenover andere mensen is nagekomen. Dat is heden ten dage misschien wel het belangrijkste kenmerk van de ziel. Ook al is de ziel volledig individueel, zij wordt bepaald door de relatie met anderen. Je kunt niet zorgen voor jezelf zonder rekening te houden met anderen. (Uit: De ziel)


Deziel

De meeste mensen denken wel dat ze een ziel hebben, zegt Høystad, en de meeste mensen willen een ziel, ze willen niet zielloos zijn.

Maar wat de ziel is en wat het betekent om voor een ziel te zorgen, daar is tegenwoordig weinig aandacht voor. We hebben iets verloren, we hebben de ziel een beetje naar achteren geduwd in ons bewustzijn. Tegenwoordig zijn we gepreoccupeerd met ons lichaam: we cultiveren ons lichaam. Je zou kunnen zeggen dat het lichaam de nieuwe ziel is. Maar dan mis je een dimensie. De meeste mensen zullen herkennen dat die dimensie de ziel is.’ (Filosofie Magazine)

In De ziel zegt Høystad dat het voor hem van essentieel belang is geweest om niet alleen een geschiedenis weer te geven, maar ook om de historische bronnen tot ons te laten spreken én te laten zien welke betekenis de ziel nog steeds heeft in een tijd waar in zij in veel opzichten een taboe lijkt te worden, ook in religieus opzicht.

De ziel – Een cultuurgeschiedenis | Ole Martin Høystad | Vertaald door Wouter de Jong. | Uitgeverij Athenaeum Amsterdam | 2018 | 525 blz. | €29,99 | E-book €19,99

Beeld: De wandelaar boven de nevelen – Caspar David Friedrich (1817)  (foto: Cybershot) ‘Het uitdrukken van de innerlijke kant was volgens Casper David Friedrich belangrijker dan het afgebeelde natuurschoon: ‘De taak van de schilder is niet de natuurgetrouwe weergave van lucht, water, rotsen en bomen, maar zijn ziel, zijn gevoel moet erin weerspiegeld zijn.’ Deze zingevende manier van kijken, die in de Romantiek voor het eerst duidelijk naar voren komt, wordt een voorwaarde voor het begrijpen van moderne kunst, met name van de abstracte schilderkunst.’ (debedachtzamen.nl)

Mensheid gelooft in hogere kosmische macht

eenreislangsdemysterien‘Zolang er aan de hand van bronmateriaal nagegaan kan worden, heeft de mensheid religieuze belangstelling gehad en geloofd in een hogere kosmische macht. Via onder meer de Griekse mysteriescholen werden mensen ingewijd in de geheimen van het Zijn en zocht men via symbolen, rituelen en oefeningen contact met het bovennatuurlijke. Deze menselijke zoektocht naar een verbinding met het hogere, van het Oude Egypte tot de twintigste eeuw, vormt het kernthema van Jacob Slavenburgs nieuwe boek Een reis langs de mysteriën.’

Zo begint de recensie in Historiek, een online geschiedenismagazine, dat ook van gisteren wil zijn. Volgens uitgever Walburg Pers loopt er een gouden draad door de mensheidsgeschiedenis.


In eenentwintig hoofdstukken beschrijft en analyseert Slavenburg in zijn nieuwe boek tal van alternatieve en mystieke bewegingen uit de geschiedenis, beginnend bij het Oude Egypte en uitlopend op de twintigste eeuw. Aan de orde komen onder andere de scheppingsverhalen uit de Oudheid, de mysteriën van Isis, het Gilgamesj-epos, de Griekse mysteriënscholen en de gnostiek. Verder lezen we over thema’s als de christelijke en islamitische mystiek, alchemie, vrijmetselarij, occultisme, magnetisme, esoterie en spiritisme. (Historiek)


Op de ‘reis langs de mysteriën’ neemt Jacob Slavenburg de lezer mee naar een deels verborgen geschiedenis die vaak in het geheim werd doorgegeven van ingewijde tot ingewijde. Wat was het mysterie van de heilige bruiloft? Wat vond er plaats tijdens de rituelen van Isis? Wat gebeurde er in de mysteriën van Orpheus, Demeter en Mithras? Welk geheim droeg Maria Magdalena met zich mee? Wie was Hermes Trismegistus en wat betekende de hermetisch gesloten geheimtaal van de alchemisten? Wat gebeurde er in de loges van vrijmetselaren en rozenkruisers? Zijn er nog steeds geheime genootschappen waar de oude mysterietaal tot leven wordt gebracht? Dit rijk geïllustreerde boek probeert, met behulp van uniek overgeleverd materiaal, antwoorden te vinden op al deze vragen.’ (Walburg Pers)

Naast het rijk geïllustreerde boek bestaat ook de mogelijkheid de reis langs de mysteriën met gefilmde hoorcolleges te ondersteunen.

De filmcolleges van Jacob Slavenburg behandelen deze deels verborgen geschiedenis van de westerse cultuur in 72 etappes. De films vormen introducties tot de vele boeiende onderwerpen die in het boek aan de orde komen, ondersteund door beelden en muziek. Reis langs de mysteriën – college is chronologisch opgebouwd: beginnend in het oude Egypte en eindigend bij Carl Gustav Jung. Kopers van het boek kunnen, via een speciale code, de filmcolleges met korting aanschaffen.’ (Walburg Pers) 

Volgens Slavenburg leerden we op school iets over de geschiedenis van Griekenland, het oude Egypte, de Renaissance, de Verlichting, de moderne tijd, etc. Maar veel kennis uit die tijden is verloren gegaan, en ook werd er veel in het geheim doorgegeven, van ingewijde op ingewijde. In deze serie neemt Slavenburg je mee op een reis door deze geschiedenis.

Wat was het mysterie van de heilige bruiloft? Wat vond er nu werkelijk plaats tijdens de rituelen van Eleusis en Mithras? Waarom werd Maria Magdalena ten onrechte als prostituee afgeschilderd? Wie was Hermes Trismegistus en welke diepe wijsheden openbaarde hij? Hoe ontstond de theosofie, wat was de erfenis van de vroege Rozenkruisers en wat hebben Rudolf Steiner en andere ingewijden erover gezegd?’ (Slavenburg)

Zie:

* Een reis langs de mysteriën (Historiek)

* Reis langs de mysteriën (Slavenburg)

Een reis langs de mysteriën | Jacob Slavenburg| Walburg Pers | ISBN10 9462492395 | ISBN13 9789462492394 |november 2017 | Hardcover | 320 pagina’s | € 29.50 | ‘Ongelooflijk, een mooi gebonden boek, 320 pagina’s en meer dan 300 kleurenillustraties en dat voor die prijs… Een boek met een rijke inhoud. Je voelt je echt een reiziger door de nauwelijks bekende geschiedenis van de geheimen in zogenaamde mysteriën. Je volgt de boeiende lijn van de mens naar een hogere bewustzijnsfase door de eeuwen heen.’ (bol.com)

Roger Scruton en het transcendente in een goddeloze wereld

transparant (1)

Ook ‘in onze goddeloze tijd’ is er een verlangen naar verlossing, zo stelt Oxfords professor filosofie Roger Scruton in zijn nieuwe boek Eindeloos verlangen naar het heilige. En ja, die verlossing is ook nu mogelijk, denkt Scruton. Daar heb je geen God voor nodig. ‘Neem religie: zodra we die dreigen te verliezen, ontwikkelen we er een gevoel voor.’ En: ‘We maken het transcendente misschien als mens, maar het is daardoor niet minder werkelijk.’

Volgens Scruton komt alles neer op de ‘ervaring van transcendentie’, het heilige – ‘dat wat zich niet laat definiëren’. In onze seculiere tijd blijkt er niet meer te zijn dan het hier en nu, dan het al te materiële. Het gevolg is een gevoel van existentiële eenzaamheid.

Juist op het moment van dreigend verlies ervaren we de waarde van alles. Zoals Hegel al zei, vliegt de uil van Minerva pas in de schemering uit. Neem de natuur. Als we inzien hoezeer die wordt bedreigd, worden we er heel teder voor, zoals je tegenover je eigen kinderen bent. We zien in de wereld een groot verlangen om de natuur te beschermen. Of neem religie: zodra we die dreigen te verliezen, ontwikkelen we er een gevoel voor. En liefde gaat ons pas echt aan het hart als die ten einde dreigt te komen. Verlies en tederheid gaan samen.’ 

Transcendentie is volgens Scruton dat waardoor alle mensen verlangen, datgene waarnaar ze zich richten, de gedachte dat ze op de een of andere manier naar buiten kunnen; een ander perspectief, een punt waar ze verenigd kunnen worden met het eeuwige en het sacrale.

Het verlangen daarnaar is eigen aan alle mensen, maar we hebben ons ervan afgewend. In de moderne wereld, waarin jegens religie scepsis overheerst, willen we er niet meer aan dat er zoiets is als het transcendente. Als we dat opgeven, geven we de helft op van wat ons tot mens maakt.’

In Filosofie Magazine verwijst Engelands ‘meest conservatieve en meest elegische filosoof’ Scruton naar de Duitse filosoof ten tijde van de Verlichting, Immanuel Kant, die stelde dat het transcendente in diepe zin aanwezig is in ons morele en esthetische leven en wilde zelfs de christelijke religie reconstrueren op deze manier.

Het idee van het transcendente is dat er een ander gezichtspunt op de wereld mogelijk is dan dat van ons beperkte schepselen, en in dat gezichtspunt wordt de hele wereld gerepresenteerd. Niet alleen de kleine delen die we verklaren in termen van elkaar, maar als een geheel. In die visie van het geheel kunnen wij mensen ook op een andere manier verschijnen, niet als een toevallig product van de geschiedenis, maar als iets noodzakelijks: we zijn gered van ons toevallige bestaan; we moeten bestaan, het is goed om te bestaan, zo is zelfs verlossing mogelijk.’

Scruton noemt de wetenschap een van de grootste bedreigingen voor dat gevoel van transcendentie. Dat is volgens hem zelfs de essentie van wetenschap.

De wetenschapper beschrijft de mens eerder als dier, een wezen dat gehoorzaam is aan wetten die we nog niet hebben ontdekt. In die beschrijving ontbreekt een cruciaal feit, namelijk dat we personen zijn die vrij handelen en verantwoordelijkheid nemen voor hun daden. Dat schema van beschrijven mag niet verdwijnen uit ons dagelijks leven, want zonder die dingen kunnen we niet leven.’

God hebben we volgens Scruton niet nodig.

Natuurlijk, het concept van God dat wij monotheïsten hebben is precies dit transcendente perspectief. Er is iets wat ons observeert vanuit een ander punt, en ons beoordeelt. Als we juist zijn in zijn ogen, dan zijn we dat ook. En dat is een erg troostrijke visie.’

Ook zonder geloof in God kunnen we volgens de filosoof bidden.

Dan richten we ons tot het andere. We dragen allemaal een schuld met ons mee, een existentiële schuld waarvan we ons willen bevrijden.’

Interviewer Florentijn van Rootselaar van Filosofie Magazine vindt dat die God door mensen is gemaakt, maar volgens Scruton is niet alles wat door ons geschapen is onwerkelijk.

We maken het transcendente misschien als mens, maar het is daardoor niet minder werkelijk. Het is een mystieke visie, zeker, maar iedereen kan het op sommige momenten voelen in zijn leven.’

Zie het uitgebreide en boeiende interview in Filosofie Magazine: ‘Op het moment van dreigend verlies ervaren we de waarde van alles’  (Filosofie Magazine – Blendle € 0,95)

Eindeloos verlangen naar het heilige | Roger Scruton | € 29,95 | AUP | 296 blz. |

Illustratie: Transparant voor het transcendente. – Een van de meest belangrijke elementen van de mystiek is de overgang van het geloven in een God, ginds, ergens buiten mij, ver weg, naar een besef, of ervaring van de ‘plaats’ van God binnen in mijzelf. Want ieder mens ‘schept’ zijn of haar eigen God. Zoals Meester Eckhart het in een preek formuleerde: ‘God wordt God. Als de schepselen God zeggen, dan wordt God.’ (…) Transparantie dus in twee richtingen. Zoals een schoongemaakt venster zowel het licht van binnen naar buiten, als het licht van buiten naar binnen kan doorlaten, zo kunnen de vensters van onze menselijke geest transparant worden gemaakt voor de oplichtende aanwezigheid van werkelijkheid in mij en rondom mij. (hetsteiger.nl)