‘Religie nog steeds opium van de massa’

Jordy Meow Pixabay

Dat zegt Theoloog des Vaderlands Samuel Lee. Je verwacht dat niet, maar als je zijn artikel in De Linker Wang leest, begrijp je al gauw dat hij niet houdt van religie, van religieuze systemen. Jezus heeft volgens hem ook nooit de intentie gehad om een religieus systeem te bouwen. ‘Hij was niet eens een christen.’ En God zelf? ‘Die heeft geen religie.’ Lee wil niet verstrikt raken in dogma’s en doctrines, en is God dankbaar dat hij niet in een christelijke omgeving werd geboren. Lee gelooft dat religie nog steeds opium is van de massa. ’Het christendom is mensenwerk, dat inzicht verruimt mijn blik.’


Een werkelijk universeel geloof
T
om Holland stelt in zijn boek Heerschappij dat ‘een kleine joodse sekte’ ertoe bijdroeg dat een nieuw volk kon ontstond waar man en vrouw, jood en Griek, slaaf en vrije, Romein en barbaar, vrij zouden zijn. Er ontstond een werkelijk universeel geloof waar iedereen bij mag horen. – Nu is in de loop der eeuwen dat geloof veelal verworden tot religie als opium, maar in de kern kon iedere gelovige indertijd vrij zijn. In deze tijd proberen steeds gelovigen meer tot een nieuw, vrij, geloof te komen.)
(Zie: Het revolutionaire van christelijke waarden)

Geloof kan revolutionair zijn
Samuel Lee zegt in De Groene Amsterdammer dat vrijheid centraal staat in zijn denken. ‘Vrijheid is een kernwaarde van mijn geloof. We vergeten alleen vaak om buiten onze groep te denken, we vergeten dat dit ook iets zegt over hoe we moeten omgaan met moslims en hindoes en gays en atheïsten, met zwart en met wit.’ – Lee denkt als theoloog zo vrij als Jezus, kan je zeggen. Zijn geloof heeft niets met religie als systeem te maken. In die zin kan religie (lees: geloof) ook nu revolutionair zijn. Er zijn steeds meer tekenen die daarop wijzen. Een mooi voorbeeld is Overvecht waarover De Groene verslag doet.


Religie als machtsinstrument
L
ee zegt uit een land in het Midden-Oosten te komen, een land dat hij liever niet noemt. Er heerst daar een theocratie, in dit geval een islamitische heerschappij, die zich bemoeit met de meest elementaire zaken uit het persoonlijke leven. 

Van wie mag je houden? Met wie mag je trouwen? Het klinkt belachelijk, maar ook bijvoorbeeld met welke voet je als eerste de WC moet betreden. Als kind stond ik wel open voor godsdienst, maar langzamerhand ontdekte ik dat het niet klopte. Ik zag mensen dood in bomen hangen, ter dood gebracht, met daarbij juichende mensen die God prezen. Religie als machtsinstrument. Het beeld van God dat daar uit oprijst is angstaanjagend. Ik was boos op God en op religie.’

‘Wereld groter dan doctrines en traditie’
H
ij is heel blij juist van buitenaf naar de dingen te kunnen kijken, zegt de doctor in de theologie. Hij komt immers niet uit een christelijke omgeving. Dat verrijkt hem en geeft hem misschien ook kans om christenen in Nederland een spiegel voor te houden, om uit hun bubbel te komen.

De wereld is groter dan jouw doctrines en traditie. De wereld is zoveel rijker.’

Vermoeide discussies
L
ee heeft respect voor christenen en kerken, en hij begrijpt ze ook wel.

Maar als ik discussies hoor over de kinderdoop of de heilige maaltijd, dan word ik daar zo moe van. Het zijn vermoeiende discussies, waardoor je mensen van je vervreemdt in plaats van dat je ze kunt binden en boeien.’

Jezus stelde geloofstraditie al ter discussie
I
n zijn leven heeft Jezus al zijn zekerheden neergelegd, de wetten en regels van zijn geloofstraditie ter discussie gesteld, omwille van liefde, omwille van een mens, zegt Lee. Hij denkt daarbij aan acties zoals een genezing op de sabbat.

Dat ging in tegen de heersende doctrine. Hij sprak als jood met een Samaritaanse vrouw en ging om met melaatsen en prostituees. Jezus heeft niet alleen zijn leven gegeven, maar alle heersende regels en codes op zijn kop gezet. En wat doen veel kerken vandaag? Vasthouden aan regels en opvattingen terwijl ze daardoor mensen kwijt raken. Durf je omwille van de liefde normen en doctrines opzij te zetten?’

‘Doorbreek de muren!’
J
e moet niet exclusief blijven denken, maar inclusief gaan kijken en handelen, stelt Lee, niet alleen houden van je eigen club, je eigen groep en je eigen doctrines, maar van de hele wereld. In deze tijd, aldus Lee, zou Jezus zeggen dat je uit je systeem moet komen, muren moet doorbreken en de wereld liefhebben.

Niet alleen je eigen club, de farizeeërs, maar ook de Samaritaan. Heb de moslims lief, heb de Palestijn lief, heb de Jood lief, heb de LHBT-er lief! Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn, maar heb elkaar werkelijk lief. Doorbreek de muren!’

Afscheid van religie
D
e theoloog nam afscheid van religie als systeem en omarmde de boodschap van Jezus.

Jezus is een deur, maar wij trekken muren op. Voor mij persoonlijk is de kerk niet een gebouw of instituut, maar de plek waar twee of meer mensen in de naam van Jezus samenkomen om op weg te gaan. Niet volgens theoloog zus of zo, maar de Jezus van de Bergrede.’

Zie De Linker Wang – mei 2020: Het christendom is mensenwerk, dat inzicht verruimt mijn blik’

Foto: Jordy Meow  (Pixabay) – ‘Tempel Otagi Nenbutsu-Ji wordt bewoond door ruim 1200 rakan, expressieve stenen weergaven van Boeddha’s volgelingen. Je ziet ze met een brutale grijns en bedekt met mos, schreeuwend met hun armen richting de hemel en verlegen weggedoken in een hoek. De een heeft een tennisracket in de hand, de ander een fles sake en er schijnt zelfs een Super Mario-figuur aanwezig te zijn.’ (National Geographic, Kyoto, Japan)
Update 24 01 2025 (Lay-out)

Het revolutionaire van christelijke waarden

passion-congerdesign-pixabay

De Britse historicus Tom Holland zegt in zijn pas vertaalde boek Heerschappij, dat we ons vaak niet realiseren hoe christelijk we met z’n allen zijn. Holland verwijst naar de Canadese socioloog Charles Taylor die in Een seculiere tijd stelt dat het wetenschappelijk wereldbeeld, zelfs het idee van seculariteit, pas mogelijk werd door de kerstening(!) van de maatschappij. In De Groene Amsterdammer schrijft historicus en onderzoeker Frank Mulder een interessant artikel over de toekomst van het christendom. ‘Irrelevante dingen gaan naar de rommelmarkt, het geleefde geloof blijft over.’

De heidense kosmos vol was van gevaarlijke en grillige machten. Pas toen door het geloof in een goede god die machten en angsten werden overwonnen, ontstond ruimte voor vrij denken, ontstond de mogelijkheid tot vrij kiezen, ja zelfs tot een reëel geleefd atheïsme.’

Gelijkwaardigheid van alle mensen
I
n een meeslepend betoog, zo vertelt Mulder, onderzoekt Holland van Athene tot de #MeToo-beweging, de wortels van onze humanistische waarden, zoals universaliteit en gelijkwaardigheid van alle mensen. Die waarden zijn niet uit de lucht komen vallen en ook niet pas tijdens de Verlichting bedacht. Maar waar komen ze vandaan?

Als kenner van de Grieken en Romeinen weet Holland als geen ander dat naastenliefde en gelijkheid daar geen deugden waren. Men streefde naar status en onderwerping, de goden zowel als de mensen. Dat opstandige slaven gekruisigd mochten worden en dat vrouwen zich gewillig moesten geven aan de man was common sense.

Tot zijn eigen verbazing ontdekt Holland dat deze pijlers van de antieke wereld pas omver gingen toen een kleine joodse sekte begon te verkondigen dat één van die gekruisigden God zelf was. Dat hij alle geweld en vernedering in zich had opgenomen om een nieuw volk te scheppen waar man en vrouw, jood en Griek, slaaf en vrije, Romein en barbaar, gelijk zouden zijn.’

Universeel geloof
V
olgens Holland, aldus Mulder, is dit de eerste keer dat er een werkelijk universeel geloof ontstaat waar iedereen bij mag horen.

Dat werd heus niet netjes nagevolgd door iedereen, ook door gelovigen niet, maar het zaad was gezaaid en de opmars van dit idee door de wereldgeschiedenis was onstuitbaar. Holland is er zelf vooral verbaasd over dat hij dit in zijn hele carrière over het hoofd heeft gezien. Het komt, zegt hij, doordat we zo zijn omgeven door christelijke waarden dat we niet meer zien hoe revolutionair ze zijn, hoe vreemd.’

heerschappij

Vrije, open samenleving
I
n het artikel Christendom: Geloven over twintig jaar – Een nieuwe familie, in De Groene Amsterdammer, geeft Mulder onder meer ook een boeiende impressie van (de toekomst van het christelijk geloof in) het Utrechtse Overvecht – misschien wel van cruciaal belang voor iedereen die een vrije, open samenleving een warm hart toedraagt.

De katholieke priester van Overvecht is al op leeftijd, maar fietst kwiek de hele wijk door, op sandalen, met een witte boord en een kruisje om zijn nek. Hij overlegt met de gemeente, heeft een kennismaking in de moskee en bezoekt iemand in een verzorgingstehuis, overal waar hij kan bijdragen aan verbondenheid. Hij lijkt er niet onder te lijden dat de traditionele kerk uitsterft. ‘Veel kerkgangers zijn verdrietig als een kerk moet sluiten, want ze waren eraan gehecht. Maar waren ze ook gehecht aan God? Voor een groot deel gaat het om een cultuurchristendom waar mensen naar de kerk gaan voor de gemeenschap.’ Dus of het erg veel zegt, de kerkverlatingscijfers?’

Zie: Christendom: Geloven over twintig jaar – Een nieuwe familie (De Groene Amsterdammer)

Heerschappij – hoe het christendom het Westen vormde | Tom Holland | Uitgeverij : Athenaeum | ISBN : 9789025305673 | Pagina’s: 640 | februari 2020 | Hardcover € 29,99 | E-book € 16,99

Luisteren: De Ongelooflijke Podcast: Tom Holland over hoe het christendom het Westen vormde

Beeld: congerdesign – Pixabay

‘Dat ik, dat is de ziel, waardoor ik ben wat ik ben’

Dat ik, dat is de ziel, waardoor ik ben wat ik ben-robertcollins

Dat schreef de Franse filosoof René Descartes in 1637. ‘Zelfs als we de immaterialistische opvatting van Descartes over de ziel afwijzen, hebben we nog steeds een sterk gevoel bij ‘dat ik’, dat zelf waardoor ik ben wie ik ben. Allemaal proberen we te doorgronden wat de ‘ziel’ in deze betekenis inhoudt.’ Aan het woord is filosoof John Cottingham. ‘De zoektocht naar manieren om uitdrukking te geven aan het verlangen naar een diepere betekenis in ons leven schijnt een onuitwisbaar deel van onze natuur te zijn, of we onszelf nu als religieuze gelovigen beschouwen of niet.’

Betere versie van onszelf
‘W
at is de ziel anders dan de betere versie van onszelf?’ zegt Cottingham, emeritus professor in de filosofie aan de universiteit van Reading (VK) en professor filosofie en godsdienst aan de Universiteit van Roehampton (Londen). Cottingham vraagt zich af wat voor zin het heeft het om de hele wereld te veroveren als je je ziel daarbij kwijtraakt. Het artikel verscheen in maart 2020 in Aeon, in samenwerking met Princeton University Press, en nu ook ook in het Financiële Dagblad.

Tegenwoordig zijn er vergeleken met vijftig jaar geleden veel minder mensen die gevoelig zijn voor het bijbels tintje aan deze vraag. Maar toch is de vraag nog steeds urgent. We weten misschien niet precies meer wat we met de ziel bedoelen, maar intuïtief begrijpen we wel wat met dat verlies wordt bedoeld: de morele desoriëntatie en het morele verval waarbij wat waar en goed is uit het zicht raakt, en we erachter komen dat we ons leven hebben verspild aan een illusoir profijt dat uiteindelijk zonder waarde is.’

Moderne wetenschap
M
aar wat is de ziel, vraagt Cottingham zich ook af en stelt dat de moderne wetenschap de neiging heeft om occult of ‘spookachtig’ geachte concepten, zoals zielen en geesten, terzijde te schuiven, en in plaats daarvan ons volledig als een deel van de natuurlijke wereld te zien. Hij wil daarbij echter niet de waarde van het wetenschappelijk perspectief ontkennen.

Maar er zitten veel aspecten aan de menselijke ervaring die niet gemakkelijk te vangen zijn in de onpersoonlijke, op kwantiteiten gebaseerde terminologie van wetenschappelijk onderzoek. Het concept ‘ziel’ maakt dan misschien geen deel uit van de taal van de wetenschap, maar de bedoeling van de term in poëzie, romans en gewone taal zien we direct en lokt ook een onmiddellijke reactie uit.’

Harmonie
D
e filosoof stelt, dat om ons te realiseren wat ons zo volledig mens maakt, we onze aandacht moeten richten op de rijkdom en de diepte van de emotionele weerklank die ons met de wereld verbindt.

Het in harmonie brengen van ons emotionele leven met onze met ons verstand gekozen doelen en projecten is een essentieel bestanddeel van de genezing en de integratie van de menselijke ziel.’

Menselijk verlangen naar transcendentie
C
ottingham vindt dat het menselijk verlangen naar transcendentie niet zo goed tot uitdrukking komt in de abstracte taal van een theologische leer of filosofische theorie. Over onze zoektocht naar manieren om uitdrukking te geven aan het verlangen naar een diepere betekenis in ons leven, zegt hij dat dit een onuitwisbaar deel van onze natuur schijnt te zijn, of we onszelf nu als religieuze gelovigen beschouwen of niet.

Het beste krijg je er grip op in de praktijk, dat wil zeggen in de manier waarop die theorie wordt toegepast. Traditionele spirituele praktijken – de vaak simpele manieren om uiting te geven aan devotie en overtuiging bij overgangsrituelen die bij geboorte en dood van een dierbare horen, of rituelen zoals het uitwisselen van ringen – vormen een krachtig vehikel om zulke verlangens mee uit te drukken. Een deel van hun kracht en hun weerklank is erin gelegen dat zij op veel niveaus werkzaam zijn, waardoor de morele, emotionele en spirituele respons op diepere lagen wordt aangesproken dan waar alleen het verstand toe in staat is.’

In de kern op het goede gericht
W
at we onder andere bedoelen als we zeggen dat we een ziel hebben, zo stelt Cottingham, is dat wij mensen ondanks al onze tekortkomingen in de kern op het goede zijn gericht.

We willen zo graag boven de verspilling en futiliteiten uitstijgen die ons zo gemakkelijk naar beneden trekken, en in de transformerende, menselijke, met de term ‘spiritueel’ aangeduide ervaringen en praktijken vangen we een glimp op van iets dat een transcendente waarde en belang heeft dat ons aantrekt. Als reactie op deze roep proberen we ons echte ik te verwezenlijken, de ik die onze bestemming is. Dit is waar de zoektocht naar de ziel naartoe leidt, en het is op deze plek dat deze betekenis, als het menselijk bestaan betekenis heeft, moet worden gezocht.’

Zie:
* What is the soul if not a better version of ourselves? (Aeon)
* Wat is de ziel anders dan een betere versie van onszelf? (Het Financiële Dagblad, 18042020)

Foto: Robert Collins – ‘Four boys playing ball on green grass’ (Jakarta, Indonesia)
Update 18092024 (Lay-out)

Heelalwetenschap en godsgeloof

stervorming.allesoversterrenkunde.nl

Sinds ongeveer een eeuw weten wij dat de mens is gemaakt van sterrenstof: chemische basiselementen die ontstaan zijn door kernfusie in het binnenste van sterren die bij de explosie van de ster in het heelal verspreid worden en op hun beurt bouwstenen worden van nieuwe sterren en planeten en op onze planeet ook van leven en van de mens. – Zo begint de inleiding Sterrenstof tot nadenken in het afgelopen februari verschenen boek Uit sterrenstof gemaakt van emeritus hoogleraar Russisch Christendom Wil van den Bercken. ‘Het enige wat ik geprobeerd heb aan te tonen is dat het niet onredelijk is om een schepper aan te nemen als oorsprong van het heelal en de tijd’.

Kosmologisch bewustzijn
V
an den Bercken schrijft in Uit sterrenstof gemaakt over Kosmologisch bewustzijn. Hierin zegt hij aan te tonen hoe de existentiële doordenking van de astronomische gegevens van de moderne heelalkunde leidt tot een kosmologisch bewustzijn met een nieuwe evaluatie van de positie van mens en wereld vanuit kosmisch perspectief. Daarna laat hij zien dat dit onvermijdelijk – al is het vaak negatief – leidt tot de godsvraag, en illustreert dat met enkele moderne kosmologische studies.

Wetenschap is niet enkel verenigbaar met spiritualiteit, het is een diepe bron van spiritualiteit. Als wij onze plaats erkennen in de immensiteit van lichtjaren en in het verloop van de aeonen, als wij de complexiteit, schoonheid en subtiliteit van het leven beseffen, dan is dat zweverige gevoel, die gecombineerde ervaring van vervoering en nederigheid, beslist spiritueel.

Een religie, oud of nieuw, die de pracht van het universum benadrukt, zoals geopenbaard door de moderne wetenschap, zou een potentieel aan verering en ontzag kunnen opwekken die conventionele geloven nauwelijks kunnen oproepen.’
(Carl Sagan in: Uit sterrenstof gemaakt, in hoofdstuk Kosmologisch bewustzijn.)

Het god-thema in de kosmologie van Copernicus tot Newton
I
n Het god-thema in de kosmologie van Copernicus tot Newton onderzoekt hij het religieuze aspect in de werken van de pioniers van de kosmologie: Copernicus, Galilei, Kepler en Newton. Zij presenteerden hun baanbrekende wetenschappelijke ontdekkingen in de toen vanzelfsprekende context van een religieus wereldbeeld.

Secularisatie van de kosmologie
D
e auteur beschrijft in Secularisatie van de kosmologie hoe bij de kosmologen van de negentiende en twintigste eeuw de intrinsieke relatie met een religieuze wereldvisie verdwenen is, maar dat het god-thema op de achtergrond toch blijft voorkomen.

Kosmologische wetenschap en godsgeloof
I
n Kosmologische wetenschap en godsgeloof gaat hij concreet in op de vraag of heelalwetenschap en godsgeloof samen kunnen gaan. Hij beargumenteert dat dit mogelijk is zonder dat de twee zaken in elkaars vaarwater komen. Geloof en wetenschap zijn gescheiden maar zijn wereldbeschouwelijk niet incompatibel met elkaar. Ook enkele Nederlandse kosmologen komen aan het woord met een respectievelijk atheïstisch, gelovig en agnostisch standpunt.

Het enige wat ik geprobeerd heb aan te tonen is dat het niet onredelijk is om een schepper aan te nemen als oorsprong van het heelal en de tijd. Er zijn tal van kosmologen die de kosmologische ontdekkingen als bewijs voor atheïsme aanvoeren. Zij komen met een hypothetische verklaring voor het ontstaan van het heelal volgens welke er al iets was in de ‘tijdloze’ fase voor de oerknal, namelijk kwantumfluctuaties, waaruit op een gegeven moment de oerknal ontstond.

Maar dat is empirisch even onbewijsbaar als scheppingsgeloof. Bovendien blijft dan de vraag: wie heeft die kwantumgolfjes gemaakt. Het is merkwaardig dat men wel het eeuwige bestaan van een pre-kosmische kwantumwereld wil aanvaarden, maar een eeuwig bestaande schepper als onmogelijk afwijst, want dan vraagt men meteen, wie heeft de schepper geschapen?’
(Uit: Theoblogie – Wil van den Bercken in: Theologische notitie bij Uit sterrenstof gemaakt.)

Bronnen:

Uit sterrenstof gemaakt – Moderne kosmologie en het religieuze wereldbeeld | Wil van den Bercken | KokBoekencentrum Uitgevers | 4 februari 2020 | 134 blz.| € 16,99 | e-book € 8.99 | Wil van den Bercken (1946) was verbonden aan de universiteiten van Utrecht en Nijmegen. Naast boeken over Rusland publiceerde hij Geloven tegen beter weten in, dat de prijs ontving voor Beste Theologisch Boek van 2015.

Theoblogie: Theologische notitie bij Uit sterrenstof gemaakt

Beeld:
stervorming (allesoversterrenkunde.nl)

Geloof dat probeert te begrijpen

HetLaatsteAvondmaalMetMuseum.org

‘Een van de oudste definities van theologie is: ‘Geloof dat probeert te begrijpen’. Deze bijzondere omschrijving staat in het verrassend pakkende boek Zoeken naar het goede leven, over de toekomst van de theologie. Nee, nu niet afhaken, want de auteur blijkt in staat de – voor velen antieke – term ‘theologie’ werkelijk nieuw leven en heldere inhoud in te blazen. Zijn essay is een must voor aanstaande studenten die zich oriënteren op een studie in de geesteswetenschappen. Of zij die het helemaal nog niet weten en iets zinvols zoeken. ‘Theologen eindigen niet met God; ze beginnen met God. De theologie denkt de werkelijkheid ‘vanuit’ God.’


‘Wie de geschriften leest van Copernicus, Galilei, Newton, Bacon en zoveel andere grondleggers van de moderne wetenschap, kan onmogelijk over het hoofd zien hoezeer naar hun eigen beleving hun wetenschappelijke activiteit geworteld was in een breed gedeeld theologisch begrip van de werkelijkheid.’
(Uit: Zoeken naar het goede leven)


‘God in alles en in allen’
S
tefan Paas vertelde in zijn lezing tijdens de Nacht van de Theologie, november 2019, dat theologen geen keiharde data leveren, maar wel helpen om bronnen van onze cultuur te verhelderen en kritisch te doordenken. Voor Paas zou het ‘zomaar eens kunnen zijn dat vandaag, in een samenleving waarin vrijwel alle institutionele plausibiliteit van God is weggevallen, het spreken vanuit God meer tot zichzelf kan komen.’ Als een inspirerend visioen voor de toekomst van de theologie ziet hij dat ‘God in alles is en in allen’.

Waarom theologie
I
n het essay bespreekt Paas of er toekomst is voor theologie en hoe dat er dan uitziet. In dit blog licht ik slechts een tipje van de sluier op. Paas legt eerst uit wat theologie is en wat zij doet, en waarom. Hierin slaagt hij helemaal, zijn verhaal is intrigerend. Zelfs voor mensen die zichzelf niet als religieus beschouwen. Nadrukkelijk heeft hij het over ‘denken en spreken over God’, en niet over religiewetenschappen die zich richten op religie als ‘breed veld van religieuze praktijken en culturen’.


‘Iemand als [de Britse natuur- en scheidkundige Michael] Faraday werd door zijn eigen theologie van Gods allesverbindende liefde geïnspireerd tot zijn maatschappelijke theorie van energievelden. Vandaag zullen veel wetenschappers niet langer geïnspireerd worden door specifieke religieuze doctrines of tradities, maar ook dan geldt dat ideeën voor nieuwe programma’s afkomstig zijn uit diepere lagen of hogere sferen, die een ‘transcendent’ karakter dragen. Een theologische faculteit kan de universiteit daaraan herinneren en behulpzaam zijn in het verkennen van die transcendentie.’
(Uit: Znhgl)


Iedereen doet wel aan ‘God-talk’, zegt Paas. Zelfs de atheïst heeft ‘ideeën over God in wie hij niet gelooft’. Theologen claimen echter geen geprivilegieerde toegang tot God, zij hebben dus geen geheime dataset waar God in zit.

Als zij iets zeggen over God, doet zij dat op basis van teksten, beelden, symbolen, uitspraken en praktijken – dat wil zeggen, op basis van bronnen die voor iedereen toegankelijk zijn. (…) Theologen onderzoeken niet slechts het spreken over God zelf, maar ook proberen zij te argumenteren hoe een religieus perspectief  (de werkelijkheid denken ‘vanuit God’) verschil maakt.’
(Uit: Znhgl)

Denken en spreken over God
A
ls doel van theologie noemt Paas het denken en spreken over God kritisch te onderzoeken in relatie tot de kennis die we hebben, en zo uiteindelijk te komen tot voorstellen om ‘denken en spreken over God’ te verhelderen en te verantwoorden. En voor atheïstische studenten: Gods bestaan hoeft niet ‘bewezen’ te zijn om in te zien dat denken en spreken over God historisch, cultureel en maatschappelijk van belang is en blijft.

De meeste wetenschappers zullen het erover eens zijn dat wat mensen hebben gedacht en gezegd over God wereldwijd en door de eeuwen heen een historische, culturele en sociale kracht is, die ‘reëel is in zijn consequenties’ – zoals het beroemde Thomas Theorema* stelt. Dat maakt het in principe een belangrijk object voor wetenschappelijke bestudering.’
(Uit: Znhgl)

Sociale wetenschappen
P
aas kijkt naar theologie als een academische discipline, een geesteswetenschap die zich vanuit de universiteit richt tot de samenleving in de breedste zin van het woord. Hij stelt ook dat, of we nu in God geloven of niet, dat velen aanvoelen dat wie over God nadenkt vroeg of laat het hele leven tegenkomt. Theologie is te vinden in levende mensen, en niet alleen in oude teksten. Vandaar, zegt Paas, dat sociale wetenschappen voet aan de grond gekregen heeft in de theologie. Paas citeert William Wood:

Theologie komt het dichtst bij wat op dit moment kan gelden als een algemene studie van alle aspecten van de menselijke cultuur, iet wat ooit heel gewoon was, maar nu erg zeldzaam is geworden.’
(Uit: Znhgl)

zoeken-naar-het-goede-leven
Cultuurdenker
E
en goede theoloog moet overal een beetje verstand van hebben, zegt Paas. Hij of zij is historicus, filosoof, taalkundige, een uitlegger van oude en moderne teksten, en waarschijnlijk nog een paar dingen. Juist die breedte vormt de theoloog tot cultuurdenker:

Maar als het op de een of andere manier van belang blijft onszelf en anderen te begrijpen, dan zijn juist geesteswetenschappers – en dus ook theologen – belangrijk.’
(Uit: Znhgl)

De werkelijkheid kunnen we uiteindelijk alleen begrijpen als universum’: het is daarom dat men in de vroege middeleeuwen de kathedralen ‘universiteit’ ging noemen, weet Paas:

Het instituut waar we streven naar kennis van ‘alles’, universele en geïntegreerde kennis. Het soort kennis dat resulteert in een wereldbeschouwing, een visie op het goede leven.’
(Uit: Znhgl)

*  Dit wil zeggen, dat als mensen situaties als werkelijk definiëren, dan zijn die ook werkelijk in hun gevolgen.

Zoeken naar het goede leven – de toekomst van theologie | Stefan Paas | ISBN: 9789043533836 | Pagina’s: 64 | Publicatiedatum: 19-11-2019 | € 8,95

Beeld: Het Laatste Avondmaal – Pieter Coecke van Aelst – 1527 – (metmuseum.org) – foto: Emile Gezels