‘We hebben God van zichzelf bevrijd’

Charlotte 202003 Pixabay

‘Gaat het wel goed met God? Hij lijkt oud en vermoeid geworden, afgeleefd en uitgerangeerd.’ Dit vraagt Peter Nissen zich af in Volzin, een magazine voor religie en samenleving. Dit beeld kwam bij de theoloog op als God verschijnt in een strip van Dirkjan, een creatie van de Nijmeegse striptekenaar Mark Retera. Die God beantwoordt aan het klassieke kinderlijke beeld van God: een oude, wijze man, uiteraard met een lange baard, zittend op een witte wolk. Nissen zegt dat om God geboren te kunnen laten worden, zo zoals Hij is, wij afstand moeten doen van de beelden die wij van Hem hebben. ‘Precies in de persoonlijke omgang met het ongrijpbare en onbeschrijfbare mysterie van onze bestaansgrond ligt de toekomst van God’.

Dié God heeft afgedaan
I
n zijn artikel ‘Ons hele heil is in het niet-weten’ stelt Nissen dat God die Rechter, Straffer en Beloner is, de alwetende toezichthouder: dié God heeft voor de meeste mensen afgedaan. De strip van Dirkjan riep volgens de kerkhistoricus verdeelde reacties op. ‘Godlasterlijk’ vonden sommigen en van anderen moest God uit de strip verdwijnen omdat Hij in het verleden al zoveel ellende heeft veroorzaakt.

De God van Dirkjan beantwoordt aan het klassieke kinderlijke beeld van God: een oude, wijze man, uiteraard met een lange baard, zittend op een witte wolk. Dat is de ‘oude wijze’ uit het Bijbelboek Daniël, zittend op een troon van vuurvlammen, zonder baard nog, maar wel met een kleed ‘wit als sneeuw’, en dat is de God van Michelangelo uit de Sixtijnse Kapel. Die God kan heftige reacties oproepen: sommigen zien hem als de ware, anderen vinden hem verwerpelijk. Maar voor de meeste Nederlanders, gelovig of niet, zo moeten we nuchter vaststellen, heeft Hij afgedaan. Hij bestaat niet meer. Hij is van zijn wolk gevallen en van zijn troon afgedaald.’

‘God opgeven omwille van God’
V
oor hoogleraar Spiritualiteitsstudies Peter Nissen zit God niet langer op een troon vanwaar Hij ons allemaal in de gaten houdt. Als Hij er nog is, dan is Hij in elk geval ‘altijd anders’. God is ontslagen als hoeder van de publieke moraal. De god van het opgeheven vingertje heeft afgedaan.

Misschien is hij daarmee wel bevrijd van zichzelf. Om God geboren te kunnen laten worden, zo zoals Hij is, moeten wij afstand doen van de beelden die wij van Hem hebben. Dat is een kerngedachte van de middeleeuwse Dominicaanse theoloog Meister Eckhart. Wij moeten, zo schreef hij, ‘God opgeven omwille van God’. Dat betekent: wij moeten alle beelden van God achter ons laten, in het besef dat geen enkel beeld volstaat. Wij weten niet wie of wat God is.

Ophouden met zoeken
D
at betekende, aldus Nissen, voor Meister Eckhart ook: ophouden met het krampachtig zoeken naar God.

In veel populaire spirituele literatuur wordt het zoeken naar God als het hoogste ideaal beschreven. Maar als wij dat zoeken doen met ons verstand, met onze begrippen, met onze hang naar rationeel begrijpen, dan lopen wij God mis.’

Met het ‘ietsisme’ is meer aan de hand
N
issen stelt dat het beeld van God als een persoon, die ingrijpt in de wereld en die zich met ieder van ons persoonlijk bemoeit, op grote schaal heeft plaatsgemaakt voor het beeld van God als een hogere macht, een kracht of een energie, die ons doet bestaan en die als dragende grond in de werkelijkheid werkzaam is.

Ronald Plasterk had het in 1997 over het ‘ietsisme’. Nissen verwijst hiernaar, maar vindt dat er toch meer aan de hand is met dit besef dat er ‘iets’ is en dat het ‘ietsisme’ bij nader inzien minder leeg, minder vrijblijvend en ook minder oppervlakkig blijkt te zijn dan door Plasterk en ook door woordvoerders van de kerken wel gesuggereerd werd.

Van theologische zijde zijn verschillende pogingen ondernomen om juist vanuit het perspectief van de mystieke traditie tot een herwaardering van het ‘ietsisme’ te komen, zelfs onder het speelse motto ‘iets is beter dan niets’. De remonstrantse theologe Christiane Berkvens-Stevelinck maakte duidelijk dat een ‘ietsistische’ opvatting niet een persoonlijke verhouding tot dat ‘Iets’ in de weg hoeft te staan, dat dus ‘ietsisme’ gerust een fundament van (christelijke) spiritualiteit kan zijn. Dat gebeurt volgens haar op het moment dat ik me verbeeld’ dat iets voor mij iemand is, die onmogelijk in woord en beeld gevangen kan worden, maar die mij aanspoort tot het goede, die naar mij omziet en mijn leven richting geeft. En het is deze vertaling van het onkenbare Iets in een verbeeld Iemand die mijn leven betekenis verleent’.’

Zie: ‘Ons hele heil is in het niet-weten’ (Volzin, 17 juni 2020)

Beeld: charlotte 202003 via Pixabay

‘Zonder zingeving redden we het niet’

zingevingmsandersmusicpixabay

Is de zoektocht naar zingeving een luxe geworden ‘die velen zich niet meer kunnen veroorloven’? Jolanda Breur, journalist met een ‘cultuurwetenschappelijke bril’ op, is op haar site Zingeving een serie gestart over Zin geven is overleven. In deel 2 zegt zij dat religie als zingevingssysteem niet voor niets met de mens mee is geëvolueerd. ‘Even geen tijd voor zingeving, zo is sinds de crisis regelmatig te horen. Maar als we willen overleven zullen we wel moeten’.

Nutsdenken
B
reur verwijst naar Danka Stuyver in de Volkskrant die er onlangs geen misverstand over liet bestaan. De columniste betoogde dat de zoektocht naar zingeving een luxe is geworden ‘die velen zich niet meer kunnen veroorloven. Het wordt aanpoten…’. Volgens Stuyver wordt de zoektocht naar zingeving een enorme luxe. Maar het gaat niet om nutsdenken, zo stelt Breur.

Het is veelzeggend dat de activiteit hier is verbasterd tot een van de vele waaruit je kunt kiezen, en vooral gaat over wie je zelf bent en wat succes voor je betekent. Zingeving is daarmee gekaapt door het nutsdenken. Is het nu bruikbaar, kun je er iets mee oplossen? Zo niet, dan schrappen we de bezigheid.’

Traditionele bron van zingeving
C
hristelijke kranten melden dat een derde van de Nederlandse bevolking sinds de crisis meer met zingeving bezig is, en niet alleen religieuzen. Een op de drie Nederlanders zou nu méér nadenken over de zin van het leven dan voor de coronacrisis. Dat biedt kansen voor kerken, stelde Alpha Nederland die een onderzoek ernaar deed. Logisch, lijkt Breur dat te vinden. ‘Zingeving is van oudsher dan ook hun corebusiness.’

En daar wringt wellicht de schoen. Want bezinning is al niet hip in een oplossings- en korte-termijngerichte samenleving, die traditionele bron van zingeving, religie, is helemáál achterhaald. Waarom zou je ziel en zaligheid ophangen aan een God waar niets zinnigs over te zeggen valt, laat staan van te verwachten? Op Facebook sprak men van ‘waanzin’ en ‘idioten’ toen een Eindhovense priester wegens de crisis de stad vanuit een helikopter wilde zegenen. Religieuze ambtsdragers zouden er beter aan doen mensen te helpen in plaats van te bidden.’

Completer mens- en wereldbeeld
M
oeten we massaal een religie gaan aanhangen, vraagt Breur zich af. Als ‘atheïst’ zal ik dat niet snel propageren, zegt de ‘cultuurvorser’, zoals zij zich ook wel noemt.

Maar voor de omgang met moeilijk beheersbare fenomenen als de huidige gezondheidscrisis, de voormalige financiële variant of lijden in het algemeen kunnen we wel een completer mens- en wereldbeeld gebruiken.’

Persoonlijke en collectieve zingeving
Betekenis of bedoelingen waarnemen, ook als ze niet stroken met de realiteit, helpen de beperkte mens om gevaar te signaleren en complexe sociale situaties te doorgronden, schreef zij onlangs in haar artikel in Vrij Nederland. Deze mee-geëvolueerde neiging kunnen we volgens onderzoekers daarom beter niet onderdrukken.

Religie was een volgende ontwikkelingsstap en zorgde door de bindende kracht en gezamenlijke rituelen voor verhoging van het menselijk welzijn. Los van de uitwassen die iedere hechte gemeenschap kunnen aankleven, blijken aanhangers nog altijd beter te presteren, langer te leven en gelukkiger te zijn, zo concludeerden ze. Persoonlijke en collectieve zingeving hangen hier nauw met elkaar samen.’

Betekenis geven aan een nieuw alledaags leven
M
ochten we traditionele religie definitief de rug toekeren, dan is het verstandig om nog even om te kijken, stelt Breur aan het slot van deel 2 van haar artikelenreeks, een serie over ‘betekenis geven aan een nieuw alledaags leven’.

Met of zonder God zullen we ons moeten afvragen waar we het in godsnaam allemaal voor doen en hoe we dat met elkaar gaan vormgeven. De antwoorden zijn ook in de religieuze praktijk niet in beton gegoten. Maar wetenschappers zien inmiddels wat ‘gelovigen’ al millennia weten: zonder die zingevende houvast gaan we het niet redden.’  

Bronnen:
Wat we van religie kunnen leren (Jolanda Breur)
Zoektocht naar zingeving wordt een enorme luxe (de Volkskrant)
Religie overleeft, want het helpt ons overleven (Jolanda Breur in Vrij Nederland)
‘Vraag naar zingeving groeit door corona. Kerken moeten daarop inspelen’ (Nederlands Dagblad)

Foto: msandersmusic (Pixabay)

De gevolgen van de leugen voor de menselijke vrijheid

Niet het verspreiden van onjuiste informatie op zichzelf is het grootste probleem, maar de malafide intenties waarmee dat gepaard gaat, zegt de Pools-Belgische filosoof Alicja Gescinska in haar essay Kinderen van Apate over leugens en waarachtigheid. Juist in deze tijden vindt De Maand van de Filosofie het belangrijk om waarheid te onderscheiden van leugens. Volgens iFilosofie geeft Gescinska de aanzet tot een herwaardering van waarachtigheid, waaraan onze samenleving en de politiek dringend behoefte hebben.

‘Maar we kunnen wel opstandige kinderen zijn’ betoogt filosoof Alicja Gescinska, ‘en revolteren tegen de verlokkingen van de leugen. Nooit was dat zo nodig als nu, in dit tijdperk van “post-truth”, alternatieve feiten en nepnieuws’

Revolteren tegen de verlokkingen van de leugen
‘Niet zozeer de onwaarheid van beweringen is het probleem, als wel hun leugenachtigheid’. iFilosofie publiceerde een deel van haar essay.

Toen Pandora haar beruchte doos opende en de godin Apate ontsnapte, kwamen de misleiding en het bedrog in de wereld, zo vertelt de Griekse mythe. En Apate is nog steeds onder ons: we zijn allemaal haar nazaten, stelt Gescinska in dit essay.
Maar we kunnen wel opstandige kinderen zijn betoogt ze, en revolteren tegen de verlokkingen van de leugen. Nooit was dat zo nodig als nu, in dit tijdperk van ‘post-truth’, alternatieve feiten en nepnieuws.’
(Uitgeverij Lemniscaat)

Waarachtig tegenover jezelf blijven
Tegenover een moreel corrupt regime is eerlijk zijn niet zelden zelf moreel verwerpelijk, stelt Gescinska. En om waarachtig tegenover jezelf te kunnen blijven, is het soms nodig om een onwaarachtige houding tegenover anderen aan te nemen.

‘Een belangrijk criterium om de kwaliteit van een samenleving of een regime aan af te meten is de mate waarin oprechtheid en authenticiteit – de innerlijke en de uiterlijke waarachtigheid – met elkaar harmoniseren dan wel botsen.
In een slechte samenleving en onder een slecht regime moet men een leugenachtig masker opzetten, wanneer men eerlijk tegenover zichzelf wil blijven.’
(Uit: Kinderen van Apate)


Lie Lie Land, Trump en de Britse premier Theresa May spelen
een scène uit de film
La La Land

Participeren in de leugen
Gescinska verwijst naar Poolse filmmaker Krzysztof Zanussi die haar vertelde over de eerste jaren van communistisch Polen waar hij, net als de andere kinderen uit zijn klas, opgevoed werd met een dubbele moraal: er waren dingen die in de klas gezegd moesten worden en voor waar gepresenteerd moesten worden, ook al wist men heel goed dat zij onwaar waren.

‘En er waren waarheden die voorbehouden bleven voor de huiselijke sfeer. Wat Zanussi’s ouders hem vertelden – en dat was toen heel gebruikelijk – was dit: leer je op school iets over biologie of fysica, dan mag je je leerkrachten vertrouwen. Leer je iets over geschiedenis, economie of politiek – kom dan bij ons maar eens navragen hoe het werkelijk zit. Het zorgde voor absurde taferelen waarbij kinderen op school boodschappen over geschiedenis en communisme declameerden waarvan ze thuis hadden vernomen dat ze onzinnig waren.
Maar ze moesten meedoen met het spel, anders zouden sancties volgen. Participeren in de leugen was, met andere woorden, noodzakelijk voor het behoud van de kwaliteit van het leven, en soms voor het levensbehoud zelf.’
(Uit: Kinderen van Apate)

Gevolgen voor de menselijke vrijheid
Men kan zich veel situaties voorstellen waarbij het verkondigen van een leugen geen morele verwerping verdient, meent Gescinska.

‘Toch is de teneur in verschillende ethische overtuigingen en theorieën dat liegen een kwalijk karakter heeft en leugenachtigheid van een kwalijk karakter getuigt. En dat heeft veel, zo niet alles, te maken met de gevolgen van de leugen voor de menselijke vrijheid.’
(Uit: Kinderen van Apate)

Tegenstrijdige visies op vrijheid
Willen we de morele problematiek van liegen begrijpen en het morele en maatschappelijke belang van waarachtigheid ten volle vatten, zegt Gescinska, dan is het van het grootste belang om de relatie tussen leugen en verdrukking, tussen waarachtigheid en vrijheid onder de loep te nemen. Daartoe is niet enkel een beter begrip van liegen noodzakelijk.

‘Door de eeuwen heen hebben filosofen talloze, vaak tegenstrijdige visies op vrijheid ontwikkeld. Voor de gelovige geldt vaak dat ware vrijheid in een godsvruchtig leven ligt. Voor de atheïst geldt veeleer het tegendeel. De gelovige vindt zijn vrijheid in religie. Maar voor een atheïst, zoals Ludwig Feuerbach, moeten we vrij zijn van religie om vrij te kunnen zijn als mens.
Voor de communist is het kapitalisme een onderdrukkend regime. Wie onder het communisme geleefd heeft, weet wat een onderdrukkend regime werkelijk is. Hoe moeten we vrijheid begrijpen, wanneer er zoveel verschillende betekenissen aan worden gegeven, maar ook een goed begrip van vrijheid.’
(Uit: Kinderen van Apate)


Kinderen van Apate | Alicja Gescinska | ISBN: 9789047712442 | Prijs: € 4,95 | Essay van de Maand van de Filosofie | juni 2020

Zie: Voorpublicatie, over leugens en waarachtigheid (iFilosofie)

Beeld: ‘De Mond der Waarheid’ is een marmeren schijf, te vinden in Rome, uit de oudheid met een reliëf snijwerk dat een gezicht voorstelt. Volgens een legende sluit de mond zich als een leugenaar zijn hand er in steekt. De massieve marmeren schijf weegt zo’n 1300 kilogram en beeldt waarschijnlijk het gezicht uit van de zeegod Oceanus. De ogen, neusvleugels en mond zijn open. (Gianni Crestani – Pixabay)

Beeld Lie Lie Land: Brainwash – Een afbeelding van Trump en de Britse premier Theresa May, die een scène uit de film La La Land uitbeelden. (Brainwash: ‘Tachtig procent van wat Trump zegt, is onwaar of zelfs een aperte leugen’.)
Update augustus 2025: Lay-out

Corona en de ontplofte interesse in astrologie

het astrolabium van de astronomische klok kathedraal munster (1)

‘Astrologie laat irrationaliteit toe in onze techno-realistische manier van leven’ zegt Co-Star, dat pretendeert een ‘krachtige engine’ in huis te hebben. Het gebruikt NASA-gegevens in combinatie met ‘methoden van professionele astrologen, om algoritmisch inzicht te genereren over uw persoonlijkheid en uw toekomst’. – Sinds de lockdown worden websites over astrologie meer dan ooit bezocht.

Volgens de Denker des Vaderlands Daan Roovers past de comeback van deze ‘instant-spiritualiteit’ bij het massa-individualisme. Menno Bos in gesprek met Roovers in Vrij Nederland. En een blik slaat dit blog op het spirituele platform voor bewustwording en spiritualiteit Koorddanser over astrologie en COVID-19: ‘De huidige coronapandemie van 2020 stond immers ‘in de sterren geschreven’.

Ontplofte interesse in de astrologie
R
oovers is coronamoe en wil het daar niet over hebben, wel over de ‘ontplofte interesse in astrologie’. Volgens Bos vergaren op sociale media ‘astro-influencers’ miljoenen volgers en volgens een artikel in NRC verkocht Bol.com in 2019 vijftig procent meer boeken over astrologie dan in het jaar ervoor.

Ik vind astrologie onzin,’ zegt Roovers, ‘maar ik hoef er niet tegen te strijden’. Volgens de denker zijn de sterren een manier om een verhaal over jezelf te vertellen, net zoals mensen zeggen: ik ben een blauw persoonlijkheidstype, of: ik kom uit het jaar van de hond. ‘Of het feit dat je vaak te laat komt verklaren door het feit dat je te laat geboren bent’.

Astrologie biedt individuele zingeving binnen het grotere geheel van de kosmos, zonder dat je er andere individuen bij nodig hebt. Dat sluit helemaal aan op onze tijd van massa-individualisme: we zijn wel individualistischer, maar niet onafhankelijker.’ (Daan Roovers)

De kracht van het kleine
K
oorddanser
vindt astrologie beslist geen onzin en graaft diep in de geschiedenis en toekomst van de corona-epidemie. Het platform reikt daarbij naar tekens van de dierenriem voor houvast. Opmerkelijke data worden vervolgens op een rijtje gezet door Ewald Wagenaar in het artikel Corona en astrologie: de kracht van het kleine. Volgens de auteur zullen we in het eerste kwartaal van 2021 terugkijken op een boze droom en zien dat de crisis – zoals altijd – ons een paar boeiende nieuwe dingen heeft gebracht.

De echte hoop moet bij Jupiter vandaan komen, want die komt op 22 december bij Saturnus op schoot zitten. Het wordt het mondiale kerstcadeau van 2020: na het zuur komt het zoet. Het is typisch een energie die past bij een oplossing – vaccin? – die de orde snel gaat herstellen. Een vaccin dat dan kan worden uitgerold zou de samenleving met het herstel kunnen helpen. Een anderhalvemetersamenleving is in ieder geval geen optie voor de middellange of lange termijn. En een andere reddingsoptie is het inzicht in hoe we het beste met de besmetting om moeten gaan. Dan wordt COVID-19 net als andere risico’s: gewoon even opletten. Zo gaan we met slangen om in India, met tbc, pokken, tyfus, griep en andere besmettelijke ziekten. Gewoon even isoleren, opletten en het juiste doen. Klaar is kees. Eigenlijk heel simpel.’ (Ewald Wagenaar)

Corona en astrologie
K
oorddanser
zet alle data van de parabel van Saturnus, Pluto en Jupiter op een rijtje. Toen een astroloog aan redacteur Wagenaar vertelde dat de huidige coronapandemie van 2020 ‘in de sterren geschreven stond’, was zijn nieuwsgierigheid als astrologisch geïnteresseerde gewekt. Tijd dus voor onderzoek naar corona en astrologie. Volgens Wagenaar komt de astronomische parabel van de coronacrisis neer op de samenkomst van een paar acteurs aan de hemel: Saturnus, Pluto en Jupiter.  

Alle markante data van de parabel van Saturnus, Pluto en Jupiter op een rijtje:

5 mei 1819: Saturnus schudt Pluto de hand: wereldwijde cholera-uitbraak. Miljoenen doden.
15 mei 1915: Saturnus schudt Pluto de hand: begin van Spaanse Griep. Miljoenen doden.
7 november 1982: Saturnus en Pluto ontmoeten elkaar weer: na ontdekking in 1981 start AIDS-epidemie met 32 miljoen slachtoffers. 

12 januari 2020: Saturnus schudt Pluto de hand: begin hoogtepunt Corona-epidemie.
5 april 2020: Jupiter ontmoet Pluto: de Corona-epidemie naar een hoogtepunt.
28 juni 2020: Pluto en Jupiter nemen tijdelijk afscheid: de crisissfeer verdwijnt.
10 september 2020: Saturnus dichtbij Pluto, maar geen ontmoeting. Mogelijk kleine oplaaiende epidemie-golf of andere onrust.
11 november 2020: Jupiter ontmoet Pluto opnieuw: kans op oplaaiende epidemie, als lessen niet zijn geleerd.
22 december 2020: Jupiter ontmoet Saturnus: snel herstel van de orde, mogelijk vaccin of andere effectieve maatregelen.
(Uit: Koorddanser)

Zie:

Daan Roovers: ‘De comeback van astrologie past bij het massa-individualisme’ (Vrij Nederland)

* Corona en astrologie: de kracht van het kleine  (Koorddanser)

Foto: PD. 08 02 2019. Opname in de Kathedraal van Münster, de St. Paulus-Dom (D). In het middengedeelte van de klok is een Astrolabium (in de vroege tijdmeetkunde een van de meest geavanceerde instrumenten, door de Grieken uitgevonden) de ‘eigenlijke’ klok, die de fasen van de maan toont en de locaties van de planeten (bouw: 1540 – 1542).

‘Theeïsme’, een esthetische en ethische religie

JapanseTheeStefanieDeGraef

Over de kunst van in de wereld zijn. – Als je Het boek van de thee, van Kakuzo Okakura*, leest, valt direct op dat er vooral over schoonheid (in de ziel) wordt gesproken. Over levenskunst, de kunst van het denken en de kunst van hoe in het leven te staan. Het gaat over thee – dat oorspronkelijk als medicijn werd toegepast en later pas geleidelijk een drank werd – en de theeceremonie in relatie met esthetiek: zuiverheid en harmonie, respect. Maar ook over wederzijdse liefdadigheid en de romantiek van de sociale orde. In een andere vertaling wordt gesproken over de kunst van thee, in de 15e eeuw in Japan verheven tot een esthetische religie, het ‘theeïsme’.**

Leerstellingen van zen
D
e kamer waarin thee gedronken wordt, de theekamer – Okakura weidt er een apart hoofdstuk aan – dient een verfijnde schoonheid uit te stralen. Bloemen en schilderijen spelen er een belangrijke rol, maar mogen elkaar niet in weg staan. Alleen als het passend is, esthetisch verantwoord, kan een schilderij samengaan met een kunstzinnig geschikte bloemenpracht of één bloem. Ook een beeldhouwwerk kan passend zijn. De theekamer weerspiegelt veel van de leerstellingen van zen: de maat ervan bijvoorbeeld is vastgesteld op basis van een passage uit de soetra van Vikramadytia, een allegorie waarin echter gezegd wordt dat voor de ware verlichte ruimte niet bestaat. Elders stelt Okakura dat de theekamer

bij zen – net als in de boeddhistische theorie van vergankelijkheid en haar eis dat de geest over de materie heerst – alleen als tijdelijk onderdak voor het lichaam heerst’.

Daarom ook werden de theekamers heel broos gebouwd. Behalve theekamers waren er de theescholen. Waarschijnlijk noodzakelijk, want de dichter Li-Chilai had het over

de totale verspilling van fijne thee door onbevoegde knoeiers’.

Er waren perioden en scholen: onderverdeeld in die van de gekookte thee, de geslagen thee en de getrokken thee, al naar de geest van de tijd. De verschillende manieren van thee zetten, kenmerken volgens Okakura de verschillende emotionele drijfveren van de Chinese Tang-, Sung- en de Ming-dynastieën.

Theeceremonie
O
kakura schrijft over de theemeesters. Zij stelden hoge eisen aan de theekamer. Belangrijk voor hen was dat onder alle omstandigheden de gemoedsrust moest worden bewaard en gesprekken zo gevoerd dienden te worden dat zij de harmonie van de omgeving niet bedierven. Ze hebben bijgedragen aan de kunst, niet alleen door hun interieurdecoraties en architectuur, de fabricage van gebruiksvoorwerpen (keramiek) voor de theeceremonie, schilder- en lakkunst, maar ook beroemde tuinen in Japan zijn door hen vormgegeven. De theemeesters bleken ook meesters te zijn op andere gebieden, zoals het regelen van huishoudelijke zaakjes, het verfijnen en opdienen van gerechten, het dragen van de juiste gewaden, onderwijs in de juiste geest om bloemen te benaderen. Vooral ook hebben zij

de nadruk gelegd op onze aangeboren liefde voor het eenvoudige en ons de schoonheid van de nederigheid laten zien’.

Cha-King
E
r is zelfs een apostel – en beschermgod van de Chinese theehandelaren – van de thee: Luwuh (8e eeuw). Hij werd volgens Okakura geboren in een tijd dat boeddhisme, taoïsme en confucianisme naar een gemeenschappelijke verbinding zochten. Luwuh ziet in de theeceremonie dezelfde harmonie en orde die over alle dingen regeren. Hij schreef de Cha-King, een uitgebreide verhandeling over thee: over het wezen van de thee, het gereedschap, het sorteren van de bladeren, beschrijvingen over de thee-uitrusting, de manier waarop thee gezet moet worden en de kookfases. Maar ook schrijft hij over de theeplantages en geeft hij een opsomming van beroemde theedrinkers.

Filosofie van het boeddhisme
O
ver kunst(waardering) is in Het boek van de thee ook een apart hoofdstuk, evenals over bloemen. De thee(kamer), bloemen en kunst, lijken ondergeschikt aan de filosofie van het boeddhisme, de Chinese en Japanse vorm van zenboeddhisme en het taoïsme. Maar niets blijkt minder waar – deze filosofieën blijken nauw verweven met thee, bloemen en kunst. Over dat laatste zegt Okakura dat de kijker de juiste geesteshouding moet ontwikkelen om de boodschap te ontvangen en de kunstenaar moet weten hoe die over te brengen. En dat geldt ook voor andere kunstuitingen, zoals muziek, literatuur en toneel.

‘Taoïsme in vermomming’
M
et Het boek van de thee wil Okakura een brug leggen tussen het Oosten en het Westen en doet dat via de thee die in het Westen een symbool werd voor de Aziatische cultuur. Al meer dan een eeuw vormt dit boek een uiterst fijnzinnige introductie tot het Aziatische leven en de filosofie. Volgens hem vertoont het ritueel van het serveren van thee nauwe banden met het taoïsme en zen, een theeceremonie was ‘taoïsme in vermomming’. Okakura hoopt dat de westerling zich gaat verdiepen ‘in het taoïsme, zenboeddhisme, de kunst van het bloemschikken en het waarderen van esthetische zaken’. De theeceremonie schildert hij af als een

eredienst voor het Onvolmaakte, een liefdevolle poging het mogelijke tot stand te brengen in het onmogelijk iets dat wij als leven kennen’.

Okakura formuleert het fraai als hij schrijft dat

via de vloeibare amber in het ivoren porselein de ingewijde in aanraking zal komen met de zoete terughoudendheid van Confucius, het opwekkende van Lao Tsu en het hemelse aroma van Sakyamuni (Boeddha)’.

Hetboekvandethee

Confucianisme
Z
o leren we dat Tao het Pad betekent, en ook wel de Weg, het Absolute, de Natuur, de Opperste Rede en de Manier. Naar Lao Tsu (6e eeuw v.Ch., grondlegger van het taoïsme) wordt verwezen, die over Tao sprak als ‘een ding dat alomvattend is, dat was geboren voor hemel en aarde bestonden. (…) Het staat alleen en verandert niet’. Volgens Okakura kan het taoïsme niet begrepen worden zonder enige kennis van het confucianisme en andersom. Maar de belangrijkste verdienste ligt volgens hem op het gebied van de schoonheidsleer, over de ‘kunst van in de wereld zijn’.

Het taoïsme aanvaardt de wereld zoals die is en probeert, dit in tegenstelling tot het confucianisme en boeddhisme, schoonheid in onze wereld van smart en zorgen te vinden.’  

De kunst van in de wereld zijn
D
e kunst van in de wereld zijn vind je ook weer terug bij zen, waarover Okakura zegt dat in zen erkend wordt dat het aardse van even groot belang was als het spirituele, en dat Tao de basis levert voor de esthetische idealen, die praktisch worden dankzij zen. Een mooie uitspraak is die over de Leegte:

Wie van zichzelf een leegte weet te maken waarin anderen vrij binnen kunnen treden, kan meester over iedere situatie worden. Het geheel weet altijd over het deel te heersen.’

Het boek van de thee geurt fijntjes naar ‘theeïsme’, een esthetische maar ook ethische religie.

Bron:

* Het boek van de thee | Kakuzo Okakura | 1906 | uit het Engels vertaald door Hans Dütting | 2012 | uitgeverij Aspekt | Kakuzo Okakura (1862-1913) was de zoon van een ex-samoerai en wordt aangeduid als een van de boeiendste figuren uit de Japanse intellectuele geschiedenis van het negentiende-eeuwse Japan. Zijn boek is een essay over de culturele waarde van de theeceremonie en over Japanse kunstvormen. Hij probeert filosofisch een brug te slaan tussen het Oosten en het Westen.

** Er bestaat ook een vertaling van Het boek van de thee, met als ondertitel Geschiedenis & ceremonie – theeïsme, de kunst van de thee (2015). Dit is uit het Engels vertaald door Alfred Scheepers & Daniël Mok, van uitgeverij Abraxas Zuider-Æmstel.

Beeld: Japanse thee – Stefanie De Graef (geboren 1980 in Gent, woont en werkt in Drongen) gaat liefst op reis om inspiratie op te doen voor haar illustraties. Haar schetsboek reist overal met haar mee. Ze houdt van de tastbaarheid van materialen en probeert die te verwerken tot een andere realiteit. De verwondering om het leven vormt een belangrijke inspiratiebron waarbij de drang naar schoonheid steeds weer de bovenhand neemt.