‘Vrede heeft te maken met dialoog’

Dome of Rock

‘Het eindigt altijd met dat ze aan tafel zitten. Waarom beginnen ze daar niet mee?’ – Door wat er gebeurt in Israël en de omringende landen is er veel antisemitisme, terwijl joden in Nederland niets te maken hebben met politiek in Israël, stelt rabbijn Navah-Tehila van de Liberaal Joodse Gemeente Utrecht (LJG). ‘Dat is alsof je moslims hier aanspreekt op daden van IS.’ Navah-Tehila noemt de situatie in Israël heel pijnlijk voor èn Palestijnen èn Joden. 

In de serie Utrecht gelooft, is DUIC in gesprek met de geestelijk leiders van de stad. In april met rabbijn Navah-Tehila en Lonie Querido van de LJG. Navah-Tehila (76) zegt ‘ontzettend liberaal en rebels’ te zijn. In het interview, door Mirte van Eysden, zegt de rabbijn meer van mensen te houden dan van regels. ‘Al het leven is heilig en we moeten dus ook met respect met het leven van anderen omgaan.’

Als er gepraat wordt over gelijkwaardigheid en het is er niet, dan ga ik daarvoor staan.’

Het jodendom gaat voor de rabbijn over moreel en ethisch omgaan met de medemens en de natuur, want jodendom is niet alleen religie, maar ook cultuur: muziek, kunst, literatuur en poëzie.

Het is een spirituele en praktische leer van menselijke waarden en normen. (…) De meeste mensen leven daar [in Israël] seculier, maar de Israëlische wet is een orthodoxe wet. Dat vind ik kwalijk. Waarom moet ik leven volgens wetten waar ik niet in geloof? Ik ben niet orthodox en ook niet politiek. Het gaat me aan het hart, het raakt mijn ziel. Er zijn aan beide kanten gewoon mensen die willen leven.’

Voor Navah-Tehila – inmiddels met emeritaat maar nauw betrokken bij de gemeente – was rabbijn-zijn een manier om alles te combineren: spiritualiteit, muziek en kunst.

In Griekse tijden was dat heel normaal. Het hoorde allemaal bij elkaar. Ware religie ís alles bij elkaar. Een verdeling is kunstmatig en typisch voor deze tijd.’

De rabbijn zegt niet gelovig te zijn, maar vertrouwend. Haar geloof gaat dieper dan het praten erover, want dat voelt voor haar als een doodlopende weg.

De ziel is voor mij heilig. Soms, voor een paar seconden, voel ik iets en dat is wat wij noemen ‘God’ of het ‘goddelijke’. Het is een gevoel van vrijheid en vreugde en een gevoel dat er leven is.’

Interreligieuze dialoog is belangrijk voor Navah-Tehila. De rabbijn is al lang actief bij de dialooggroep in Utrecht. Dat is wat zij heel belangrijk vindt, omdat vrede te maken heeft met dialoog.

Als twee landen ruzie hebben, gaan ze vechten, soldaten gaan dood. Ze geven hun leven en voor wat? Het eindigt altijd met dat ze aan tafel zitten. Waarom beginnen ze daar niet mee? Er zijn veel kwade krachten in de wereld, maar wat mij hoop geeft is te weten dat een klein beetje licht tegen heel veel duisternis kan. Dus steek een kaars aan in een donkere kamer.’

Zie:

* ’Ik ben liberaal en rebels’ DUIC (In papieren krant, nr. 79, april 2019. In een van de komende dagen is deze aflevering ook digitaal te lezen, via DUIC ISSUU.)

Foto: Jeruzalem – Stefano Rocca (EyeEm Getty Images / EyeEm) 

Israël: nog zo’n 224 jaar te gaan

DSCF4999.000

Rabbijn Raphael Evers (re) sprak woensdag in een lezing tijdens de studiemiddag Geweldsteksten van de Raad van Kerken over teksten die ‘ons vanuit de Hemel geschonken zijn, teksten die de basis vormen van ons volksbestaan en ons heilig zijn’. Hij haalde het traktaat de Pirkee Awot uit het Joodse gebedenboek aan, dat stelt dat de wereld op drie principes berust: waarheid, recht en vrede.

Het woord vrede maakt zo een indruk omdat het gemis ervan zo pijnlijk duidelijk is. Vrede is een vaag begrip en ligt gemakkelijk met zichzelf overhoop. Vrede met onszelf hebben is al een heksentoer, vrede vinden in G’d is een levenstaak, en harmonie met het milieu lijkt nauwelijks meer haalbaar.’

Evers noemde vrede een geschenk van de medemens en een gave G’ds, maar de menselijke houding van ‘geen geweld’ ontstaat niet vanzelf.

Non-violence’ als het ‘ontbreken van gewelddadige uitbarstingen’ is te weinig. Wil er sprake zijn van enige duurzame vrede dan moeten wij hoger reiken.’

De rabbijn, verbonden aan het Nederlands Israëlisch Kerkgenootschap, vertelde over het Hebreeuwse woord voor vrede: sjalom, van het werkwoord sjaleem, dat volledig of perfect betekent. Sjalom is een van de G’dsnamen.

Het heeft de bijbetekenis van harmonie. De Tora bezigt de term sjalom in intrapsychische, intermenselijke, internationale en religieuze zin. Alles tezamen genomen zou men sjalom het beste kunnen vertalen als ‘een toestand van volledige harmonie in iedere relatie.’

Volgens Evers plaatst de joodse traditie de bron van alle onvrede en geweld bij de zondeval van Adam, die oorspronkelijk een volkomen geïntegreerde persoonlijkheid was zonder innerlijke drang tot kwaad. Maar Adam at van de boom van kennis van goed en kwaad, het symbool van de huidige menselijke natuur, waarin harmonie en geweld, vrede en onvrede onafscheidelijk met elkaar verbonden zouden blijven.

In overdrachtelijke termen schildert de Tora het ontstaan van de tegenstrijdige menselijke psyche, die de primaire conflictstof zou vormen, in de eerste plaats voor de mens zelf. Voortaan zou hij al zijn levensdagen doorbrengen met het bevechten van zijn innerlijke onvrede en paradoxale instelling. De strijd tussen zijn animale en spirituele aanleg zou de rest van de menselijke geschiedenis bepalen.’

En daarvoor schiep G’d, aldus Evers, naast de kwade aandrift, de Tora om de mens uit zijn paradoxale situatie te bevrijden. De Tora is ‘free for all’: het staat iedereen vrij om het jodendom aan te nemen en om zich de praktijk van de Tora eigen te maken.

Slechts door middel van Tora-studie en –praktijk treedt de mens in contact met zijn Schepper, hetgeen het beginpunt vormt van iedere vorm van werkelijke harmonie: intrapsychisch, intermenselijk, internationaal en tussen mens en G’d.’

Er bestaat ook nog zoiets als het recht op zelfverdediging, want in de Tora staat ook dat ‘indien iemand het erop aanlegt u te doden, wees hem dan voor en dood hem eerst’. Evers stelde dan ook dat de enige oorlog die onder de huidige omstandigheden toegestaan is, een defensieve oorlog is. Oorlog uit zelfverdediging wordt door de halacha (Joodse wet) voorgeschreven. Wanneer het voortbestaan van G’ds volk op het spel staat, wordt de gewapende strijd zelfs een gebod, waarin iedereen moet participeren.

Maar er is uitzicht op vrede – al kan volgens mij Israël zelf vrede geenszins voor elkaar krijgen, de Tora ten spijt – vernam ik naarmate de lezing van de rabbijn vorderde: de mensheid wordt voorbereid op het Messiaans vredesrijk. Joden geloven in de komst van de Messias. De wereld, zoals wij die in de huidige gedaante kennen, zal volgens de Talmoedische traditie zesduizend jaar voortduren. De mensheid heeft dus, gegeven het feit dat we ons nu bevinden in het jaar 5776, nog 224 jaar te gaan. Volgens het utopisch Messianisme ontstaat er dan een universeel vrederijk van liefde en gerechtigheid.

Het utopisch Messianisme staat een universeel vrederijk van liefde en gerechtigheid voor ogen. Oorlogen bestaan niet meer, G’ds woord zal vanuit Zion de hele wereld bestrijken, en alle volkeren zullen in harmonie en eenheid aan de G’ddelijke verwachtingen voldoen. De wereldwijde bereikbaarheid en communicatie, de allesziende satellieten kunnen bij het verspreiden van de G’dskennis in de tijd van de Messias een belangrijke rol spelen.’  

Volgens Evers ligt de eindtijd dus niet meer veraf. De Messias zal zich vòòr het jaar 6000 openbaren.

Bron: Lezing en dossier Geweldsteksten – Raphael Evers
Foto: Studiemiddag Raad van Kerken, Utrecht (PD)

‘Christendomwetenschap’ leidt tot unieke vondsten

Horvat Kur
Samenwerking tussen godsdienstwetenschappen en archeologie blijkt vruchtbaar: een opgegraven synagoge uit de 4e eeuw bevatte een aantal unieke vondsten. ‘Maar eerst moest de bestudering van het Nieuwe Testament van het imago Bijbelschool af,’ stelt Jürgen Zangenberg, hoogleraar theologie aan de Universiteit Leiden.

Hij zegt dit in een artikel op Leiden Nu: ‘Samenwerking godsdienstwetenschappen en archeologie is Leidse successtory.’

‘Het is belangrijk dat studenten van beide studies de kans krijgen mee te werken. Je hebt elkaars expertise nodig – je moet niet denken dat je álles kan. Dat was in het begin wel even wennen.’

ZangenbergReligie blijkt een belangrijk interpretatiekader voor archeologen. De synagoge is niet in Leiden gevonden, maar in Israël, waar de hoogleraar (foto: Universiteit Leiden) ieder jaar naar toe reist om leiding te geven aan een archeologische opgraving, samen met studenten godsdienstwetenschappen en archeologie.

‘Veel mensen denken dat het een soort Bijbelschool is. Dit vooroordeel zit diep, ondanks alle feiten. Leiden echter heeft bewust de opleiding seculier en academisch ingericht, zodat er meer sprake is van een soort ‘christendomwetenschappen’. Alsof we met de Bijbel in de hand op zoek zijn naar plaatsen uit het Nieuwe Testament.’ 

Synagogue-Aerial-3-200x300Op dit moment richt Zangenberg zich vooral op de synagoge. De vondst in de synagoge bestaat uit een zetel voor de gemeentevoorzitter, een type dat nooit eerder op de originele plek is gevonden, een basalten tafel en een beeld van een leeuw.
(Foto: Universiteit Leiden)

‘Er is een tendens in de archeologie om dingen meer te waarderen die antwoord geven op wat we hier doen of waar we vandaan komen.
Een synagoge of oude kerk opgraven wekt daardoor meer belangstelling, terwijl wetenschappelijk gezien dat dorpje net zo belangrijk is,’ zegt Zangenberg.
 

Zie: ‘Leidse samenwerking godsdienstwetenschappen en archeologie is Leidse successtory’ (door Josine Heijnen, student theologie en journalistiek aan de Universiteit Leiden.)

Foto: © Skyview/Kinneret Regional Project: Horvat Kur, met op de achtergrond het Meer van Galilea.