Heilige Onrust in de Welles-Nietes Hemel

hemelseonrust

Theoloog Frits de Lange voorziet de hemel van een minteken: hij schaft de ‘twee-wereldenmetafysica’ af. Maar voor velen is de hemel een dierbaar vooruitzicht. Antropoloog André Droogers vraagt zich af hoe je voorbij zo’n patstelling van nietes-welles kan komen, en denkt dat dat alleen kan door iedereen recht op eigen speelruimte te gunnen. ‘Alle mensen spelen met twee werelden, een waarneembare en een geïnterpreteerde. Tot die twee werelden is elk mens veroordeeld, zelfs als je, zoals De Lange, uitkomt bij één enkele wereld.’

Groningse hoogleraar presenteert radicale theologie zonder dogma’s’, zegt het persbericht over het nieuwe boek van De Lange. Op 2 juni verscheen Heilige onrust van de Groningse hoogleraar ethiek aan de PThU. Daarin onderzoekt de – van huis uit gereformeerde – theoloog wat ‘geloven zonder religie’ behelst als je afscheid hebt genomen van een bovennatuurlijke werkelijkheid en je voor dit leven kiest. De Lange identificeert zich in zijn boek met moderne pelgrims, die binnenkort en masse weer op pad gaan.

Voor de moderne pelgrim is niet Santiago of het hiernamaals de bestemming, maar de spirituele en fysieke ervaring van de pelgrimage zelf. Frits de Lange herkent zich in die pelgrims, voor wie geloof overgave aan dit leven is, zonder religieus vangnet.’ (Persbericht)

Volgens godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes heeft De Lange als een gereformeerde Marie Kondo heel veel theologische ballast naar de kringloopwinkel gebracht, en bedrijft hij wat hijzelf noemt een minimal theology die zich hooguit nog concentreert ‘op de vraag wat mensen ’s ochtends drijft om uit bed te stappen, wat hen op de been houdt, en wat hen doet verlangen naar de dag van morgen.

Voor De Lange heeft geloof al lang niet meer te maken met geloof in God en al helemaal niet meer met het geloof in de ‘theïstische’ God: de gereformeerde God waarmee De Lange opgroeide, die in een bovennatuurlijke werkelijkheid woont en vandaar de wereld bestuurt, oordelend en veroordelend, en af en toe ook nog eens ingrijpt. Maar niet alleen De Lange heeft afscheid van die God genomen, hij stelt dat ook veel moderne gelovigen dat gedaan hebben. Dat betekent niet dat geloof verdwijnt, dat anarchie en goddeloosheid de overhand krijgen. Nee, geloof verdwijnt niet, maar verandert (…)’ (Taede Smedes)

Theoloog A.A.A. Prosman stelt dat het ontkennen van hemel niet past bij de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) omdat de uitlatingen van De Lange getuigen van een ‘negatieve relatie’ tot het hart van de christelijke traditie, ‘namelijk het geloof in God en het geloof dat er meer is dan dit aardse leven.’ Prosman vindt dat hij een grens heeft overschreden. De opvatting van De Lange past naar zijn oordeel niet binnen de bandbreedte van de PThU.

Dr. Prosman voorziet dat de druk op de Protestantse Kerk zal toenemen om de kerkelijke opleiding mede aan de beoogde Gereformeerde Theologische Universiteit te laten plaatsvinden ‘als de grondslag (missie-statement) van de PThU geheel uitgehold wordt.’ (RD)

Rector prof. dr. M. M. Jansen van de PThU daarentegen vindt dat Heilige onrust niet in ‘het frame van afscheid van het geloof’ moet worden geplaatst, en nuanceert de stelling dat De Lange het bestaan van de hemel ontkent.

Hij heeft gezegd dat hij begrip heeft voor mensen die zich geen voorstelling van de hemel kunnen maken en afstand genomen van bepaalde voorstellingen van de hemel.’ (RD)

Volgens Droogers wordt dankzij de modernisering – de uitdaging door wetenschap en technologie – de last zwaarder.

De hemelse wereld wordt minder plausibel. Het wetenschappelijke wereldbeeld zet de religieuze betekenisgeving onder druk. Neem je dat serieus, en wil je tegelijk je geloofskader niet kwijt, dan zul je die ene overblijvende wereld anders moeten interpreteren dan je deed. Die lastige taak vervult De Lange, net als sommige andere theologen.’

HeiligeOnrust

Volgens Trouw nam De Lange eerst afscheid van de persoonlijke God en nu zegt hij de hemel vaarwel.

Beter is het daarom te leven alsof er geen hemel bestaat, etsi coelum non daretur. Eeuwig leven stel ik me ondertussen liever voor als de overweldigende intensivering van het besef in leven te zijn, de ervaring van de rijkdom van het volle leven. Een staat van zijn die niet als een tijdstip op de klok aan te wijzen is, en met geen moment te vergelijken valt. Het is niet met handen te pakken, maar het overkomt je. Eeuwig leven is geen eindeloze tijd, maar is juist in een absoluut ogenblik de onderbreking ervan.’ (De Lange)

Op NieuwWij stelt De Lange zelf het gevoel te hebben dat hij een constructief begin aan het maken is, door opnieuw woorden te zoeken voor wat geloof ten diepste is.

Dat geldt ook voor zoiets als ‘het eeuwige leven’, in het laatste hoofdstuk uit het boek. Wat moet je je daarbij voorstellen, als het niet meer op de manier van – wat ik noem – de twee-wereldenmetafysica kan, die suggereert dat we nog een tweede wereld achter de hand hebben? Wat is ‘thuiskomen’ in de wereld van Einstein en Darwin?’ (De Lange)

De hoogleraar zou nog graag nog een boek over Jezus schrijven, en over zijn verkondiging van het Koninkrijk Gods.

Ik denk dat ik dan niet bij de pelgrim moet insteken, die van huis vertrekt om ooit weer thuis te komen, maar beter in de leer kan gaan bij de dakloze, de vluchteling, de ontheemde, die net als Jezus geen plek heeft om zijn hoofd neer te leggen.’

De Lange kan zich voorstellen dat het boek Heilige onrust discussie oproept. Hij vindt het prachtig dat er weer eens stevig over theologie gepraat wordt, maar die pittige reacties zijn wel een beetje voorbarig, want je kunt het boek nog niet eens gelezen hebben.

Als ‘God’ niet meer dan een menselijk gevoel is, kunnen we het woord ook wel missen. Aan de andere kant: als er maar één wereld is, behoort God tot deze wereld. Je mag van mij best dan het woord bovennatuurlijk gebruiken, als je het maar niet verstaat als de aanduiding van een wereld achter of boven de onze, maar als een beeld voor transcendentie, dat wat ons overstijgt en een appel op ons doet.’

Heilige onrust | Een pelgrimage naar het hart van religie | Frits de Lange | Paperback | 176 pagina’s | €17,99 | ISBN 9789025905545 | ISBN e-book 9789025905552 (€9,99)

Beeld: nl.hdlandscapewallpaper.com

De hemel in kaart of de mysteries van het hiernamaals onderzocht

hemelinkaart
De zeventiende-eeuwse wetenschapper Emanuel Swedenborg was de eerste moderne wetenschapper die de hemel als een bestaande plek beschouwde, en de eerste die hem in kaart probeerde te brengen. Eben Alexander verwijst onder meer naar hem in zijn boek De hemel in kaart, dat afgelopen oktober verscheen. ‘Swedenborg was bijzonder geïnteresseerd in de hersenen en heeft jaren besteed aan het zoeken van de locatie van het bewustzijn; de fysieke locatie van wat in zijn tijd nog ziel werd genoemd.’

Na het verschijnen van Na dit leven door dezelfde schrijver, waren er volgens de uitgever mensen die de bijna-doodervaringen waarover hij schreef, afdeden als onmogelijk. Maar er waren nog veel meer lezers die hem schreven dat zijn verhaal hen diep raakte, op allerlei vlakken. In De hemel in kaart deelt Alexander enkele van de verhalen die hem zijn verteld, en linkt deze aan wat de grote spirituele tradities, wereldreligies en filosofen op de wereld ons vertellen over de reis van de ziel. Alexander over de hemel:

De plek is zo echt als de kamer, het vliegtuig, het strand of de bibliotheek waar je nu bent. Er zijn objecten in aanwezig. Bomen, velden, mensen, dieren. Zelfs (als we de Openbaringen uit de Bijbel of de twaalfde-eeuwse Perzische visionair Suhrawardi of de twaalfde-eeuwse Arabische filosoof en mysticus Ibn ‘Arabi moeten geloven) hele steden. 

De Perzische mysticus Najmoddin Kobra schreef, in een taal die schitterend is door zijn onverschrokken directheid, dat de hemel niet de ‘zichtbare lucht daarboven’ is. ‘Er zijn,’ zo zei hij, ‘andere hemelen, die dieper, subtieler, blauwer, puurder, helderder, ontelbaar en onbegrensd zijn.’ Bedoelde hij echt andere hemelen?  Ja, dat bedoelde Kobra.’ (Uit: De hemel in kaart) 

taedeasmedes


Godsdienstfilosoof, theoloog en schrijver Taede A. Smedes (foto: TAS) schreef er op zijn blog een recensie over De hemel in kaart. Hij bleef sceptisch in zijn recensie maar zei open te staan voor de mogelijkheid dat er werkelijk meer is, dat de werkelijkheid groter en dieper is dan ons denkvermogen – dat immers altijd van onze materiële hersenen gebruik maakt – kan vatten.

Een bijna-doodervaring wordt door Alexander in dit boek beschreven analoog aan een inwijdingsritueel uit de oude mysteriegodsdiensten, die ook in het teken van de eigen dood en de opstanding stonden. Volgens Alexander hadden die mysteriegodsdiensten al een idee dat de werkelijkheid groter en dieper is dan het oog kan waarnemen, de hand kan voelen of het oor kan horen.

Dat steeds meer mensen ervoor uitkomen dat ze soortgelijke ervaringen hebben gehad, betekent voor Alexander dat er een soort van bewustwordingsproces gaande is, een transformatie van het menselijk bewustzijn, die echter heel langzaam en met veel tegenwerking verloopt. Dit zijn uiteraard ideeën die verder niet te verifiëren zijn. Toch vond ik de analogie met mysteriegodsdiensten prikkelend en interessant.’ (TAS)

dehemelinkaartVolgens Smedes brengt dit boek vooral troost voor mensen die hier en nu met pijn en in verdrukking leven, die rouwen om een overleden naaste, en houdt dit boek vooral lessen voor levenden in, wil het vooral zin geven aan wat er hier en nu gebeurt, het idee dat wie en hoe wij zijn opgenomen is in een groter, alomvattend en zinvol geheel dat onze individuele levens overstijgt en waar we via het denken of door wetenschappelijk onderzoek geen grip op kunnen krijgen.


Een diepgaander begrip en verdere interpretatie zullen een grondige herziening vereisen van onze ideeën over bewustzijn, causaliteit, ruimte en tijd. Sterker nog, een aanzienlijke versterking van de natuurkunde, die de realiteit van het bewustzijn (ziel of geest) volledig omarmt als de basis van alles, is nodig om het diepe mysterie in de kern van de kwantumfysica te overstijgen.’ (Uit: De hemel in kaart)

Zodra de wetenschap niet-fysieke verschijnselen gaat onderzoeken, zal zij in tien jaar meer vooruitgang boeken dan in alle voorgaande jaren van haar bestaan samen. – Nikola Tesla (1856–1943)’ (Uit: De hemel in kaart)

De hemel in kaart – Een neurochirurg onderzoekt de mysteries van het hiernamaals | Eben Alexander met Ptolemy Tompkins | Oorspronkelijke titel The Map of Heaven | © 2014 by Eben Alexander MD | Vertaling Fabe Bosboom | Omslagontwerp: Pinta Grafische Producties | © 2014 | A.W. Bruna Uitgevers B.V. | Amsterdam | ISBN 978 94 005 0408 0 | nur 728 

EbenAlexanderDr. Eben Alexander (foto: ebenalexander.com) werkt al meer dan vijfentwintig jaar als universitair neurochirurg, waarvan vijftien jaar aan Harvard Medical School in Boston. Hij schreef De hemel in kaart in samenwerking met Ptolemy Tompkins, redacteur voor de tijdschriften Guideposts en Angels on Earth en auteur van vier boeken. Zijn artikelen verschenen onder meer in Harper’s, The New York Times en The Los Angeles Times. Eben Alexanders eerste boek Na dit leven was een internationale bestseller. Het boek is vertaald in bijna veertig talen en wereldwijd werden er meer dan twee miljoen exemplaren verkocht.

Gerelateerd: Een wetenschappelijk argument voor de eeuwigdurende ziel

Zie ook: Neurochirurg Eben Alexander biedt troostrijke boodschap voor de levenden. (boekbespreking)

Illustr:
ad.nl

God en de logische werkelijkheid

HiggsDeeltjeVinden4juli.jpg.crop_display
Wiskundige en filosoof Bertrand Russell had zich voorgenomen om God, bij aankomst in de hemel, kort en bondig te zeggen waarom hij ongelovig was: onvoldoende bewijs. Inmiddels verblijft Russell misschien al enkele tientallen jaren in de hemel, maar niemand weet wat God geantwoord heeft. Docent filosofie, Jan Riemersma, vraagt zich af waarom je voor al je overtuigingen voldoende bewijs moet hebben.
 

‘In het dagelijkse leven zijn er maar weinig vraagstukken die met absolute zekerheid en volstrekt naar waarheid kunnen worden beantwoord. Tenzij het om zeer eenvoudige kwesties gaat, namelijk of de sokken wel of niet in de kast liggen.’ 

Volgens Riemersma, alias De Lachende Theoloog, heeft de mens wel een paar universele regels nodig. Om een puzzel te maken is het handig een plaatje te hebben. Om een wetenschappelijke puzzel op te lossen, is het prettig een abstract ideaal te kiezen: de logische orde. Dan hoop je te weten waar je naartoe werkt. Door de werkelijkheid logisch te sluiten, stelt Riemersma, valt zij echter uiteen in twee domeinen: een logisch geordend domein – van de logisch-empiristen – en een niet logisch te ordenen domein.

‘Aangezien religieuze mensen er nogal een handje van hebben om te denken dat God niet-logische eigenschappen heeft, was het voor de logisch-empiristen eenvoudig om dergelijke varianten van het geloof af te doen als ‘hoogst’ onzinnig – maar wel heel geschikt om er een goede grap over te maken.’ 

janriemersmafacebookVolgens Riemersma (foto: Facebook) – die hierover een aardige (logisch opgebouwde) column: Hoe wij God ervaren schreef op zijn blog – zou God al gauw kunnen sneuvelen op ‘bewijsbaarheid’ en ‘samenhang met de natuurwetenschappen’.
En zo vlucht – Riemersma verwijst hiermee naar Herman Philipse: – de gelovige in de ‘buitenrationaliteit’. Maar volgens eerstgenoemde volgt de neiging om te geloven dat de werkelijkheid een algehele logische orde heeft, niet uit het feit dat wij de natuurlijke neiging hebben om de wereld logisch te ordenen.

‘Het is zelfs zo dat als we de logisch empirist vragen naar een bewijs voor het bestaan van de logische orde, dan blijft het angstwekkend stil. – De vraag of er een algemene logische orde bestaat, is een wijsgerige kwestie, maar ik denk dat deze vraag op overtuigende wijze in het voordeel van de gelovige kan worden beslist: er is geen algehele logische orde.’ 

Volgens Riemersma schuilt het ‘probleem’ in de gedachte dat ‘logisch denken’ niet veel meer is dan een eigenaardigheid van het menselijke brein: wij denken logisch, maar daar volgt niet uit dat de werkelijkheid zélf een algehele logische bouw heeft. En als er dan een niet-logische God bestaat, dan kunnen aanhangers van de logische orde zeggen dat die God geen deel uitmaakt van ‘onze’ wereld. De logische empiristen hebben echter niet begrepen dat de logische orde nìet essentieel is.

Als de logische orde niet essentieel is, dan zijn onze wetenschappelijke theorieën ook niet essentieel. De logische empirist moet zich tevreden stellen met de gedachte dat ‘logisch denken’ niet veel meer is dan een eigenaardigheid van het menselijke brein: wij denken logisch, maar daar volgt niet uit dat de werkelijkheid zélf een algehele logische bouw heeft. En dan komt God weer om de hoek kijken bij Riemersma: die hoeft zich immers niet op logische wijze bij ons aan te dienen:

‘Het is dus mogelijk dat een mens, in zijn leven, God op gefragmenteerde wijze ervaart: Hij ervaart God niet als God, maar als schoonheid, als liefde, als het goede, enz. Men kan dan werkelijk geloven dat God ons inderdaad voortdurend nabij is.’ 

Bron: Hoe wij God ervaren (De lachende theoloog)

Illustr: Cern (Spits: Where is your God now?)

‘Het einde der tijden is altijd een nieuw begin’


Het einde der tijden, zou je kunnen zeggen, is gewoon een soort einde van het jaar en daarna verder gaan. En dat einde van de Maya’s dan: door omschakeling van het elektromagnetische veld? De Maya’s wisten niet zo veel van het elektromagnetische veld. ‘Het wetenschappelijke jargon is later in het verhaal van de Maya’s geschoven,’ zegt cultuurfilosoof Stef Aupers in het Erasmus Magazine.

Volgens Gert van der Ende, van het Erasmus Magazine van de universiteit van die naam, in gesprek met Aupers, is in het algemeen verlossing gecombineerd met een einddoel de functie van eindigheidsdenken. Hij zegt dat in het artikel Het verlossende einde. ‘Het einde der tijden is nooit het einde der tijden: het is altijd een nieuw begin.’

Het idee is van oorsprong zuiver religieus. Voor aanhangers van de evolutietheorie heeft de wereld geen doel. Religie geeft de wereld wel betekenis, met het idee van een toekomst waarin alles verandert: er is het idee van een God en die wil wat met ons. Het EM in gesprek met cultuursocioloog Stef Aupers.

Volgens Aupers is het eindigheidsdenken ook een beetje een wens verlost te worden van de stress van het moderne leven:

‘Het einde der tijden is ook een zeer krachtige metafoor voor het verlangen naar verandering, naar een nieuw en beter leven, voorbij de westerse civilisatie. Dat hebben veel moderne westerse mensen. Het gaat maar door. We worden geboren als een tabula rasa, maar raken verstrikt in allerlei ideeën, regels en patronen die we niet zelf hebben bedacht. Wij willen dat het stopt. Er bestaat daardoor een verlangen naar een catastrofe.

Het eindigheidsdenken, zegt Aupers, is vooral een westers fenomeen: je vindt het nauwelijks terug in oosterse vormen van religie en cultuur.

In het oosten is het tijdsbeeld veel meer cyclisch, gebaseerd op de seizoenen, alles komt op en vergaat weer, denk aan reïncarnatie. Dan kan je dus helemaal geen collectieve eindtijdverwachting hebben.

Soms denk ik: we gaan allemaal dood: dat is de echte eindigheid. Volgens de Bijbel komt Jezus als een dief in de nacht: volkomen onverwacht. Dat geldt vooral voor de dood. Misschien is het einde van de wereld voor iedereen persoonlijk: het einde van je eigen wereld en wellicht daarna een nieuw begin?

Volgens Jos de Mul, hoogleraar Filosofie van mens en cultuur aan de Faculteit der Wijsbegeerte, ‘blijven de atomen waaruit wij zijn opgebouwd altijd bestaan en gaan wij op in het grote geheel’.*

Wellicht met ‘barensweeën’ van onze geboorte anders en elders en ‘komen’ onze atomen ‘weder’ in een of ander hemels (konink)rijk, waar we onbekommerd onsterfelijk zijn, wie zal het zeggen?

* In hetzelfde nummer, in het artikel: Mens wil voortbestaan, dood of levend.

Zie: Het verlossende einde (Erasmus Magazine)

Illustr: eindtijdinbeeld.nl