Religie is natuurlijk, en God waarschijnlijk?

Layer-61
In Amsterdam, op 16 en 29 januari 2014, worden er een Debat en een Nationaal Religiedebat georganiseerd over het bestaan van God. Bestaat God? Moet je gek zijn om in God te geloven? Is godsgeloof redelijk? Kan God weten dat Hij logisch denkt? Heeft God onmiddellijk intuïtief inzicht? Debatten op de VU en in Felix Meritis. Maar ook op blogs woedt de discussie.

‘Nog altijd zijn er weinig onderwerpen die meer stof doen opwaaien dan juist religie. Buiten Europa groeit religieus geloof. En zelfs in het seculiere Nederland zijn er mensen die zich tot het geloof in God bekeren. Natuurlijk kunnen we dat zien als een nieuw bewijs voor de onuitroeibare irrationaliteit van mensen. Maar misschien is er meer aan de hand.’ (VU) 

mihaiMihai Martoiu Ticu (foto: OBA), afgestudeerd in wijsbegeerte en internationaal recht, is daar beslist over: er is geen bewijs dat God bestaat. Bij Joop.nl doet hij een poging te laten zien wat er niet klopt aan de redenering van Emanuel Rutten. Martoiu Ticu benoemt drie zwakheden van het godsargument.

‘We hebben geen enkel bewijs dat er slechts vier manieren bestaan om te weten dat God niet bestaat. We kunnen bijvoorbeeld niet uitsluiten dat wetenschap of logica ooit zullen bewijzen dat God niet bestaat. Rutten maakt gebruik van modale logica voor zijn argument. Modale logica trekt conclusies uit het feit dat iets mogelijk is of denkbaar. Ook als we zijn eigen premissen en argumentatiemethode accepteren, komen we tot andere conclusies.’ (Martiou Ticu)

Het antwoord van filosoof en wiskundige Emanuel Rutten (foto: ER) kon niet uitblijven en verscheen drie dagen later: De waarschijnlijkheid van God, waarin hij stelde dat filosofische argumenten voor het bestaan van God laten zien dat het waarschijnlijk is dat God bestaat. Maar absolute erzekerheid is een andere vraag. Hij verwijst Martiou Ticu naar zijn hernieuwde bespreking van het modaal-epistemisch argument op zijn blog gjerutten.nl. Daarin bespreekt hij negen tegenwerpingen op zijn godsargument.

‘We zien zo dat alle hierboven besproken objecties tegen het argument afdoende weerlegd kunnen worden. Het argument maakt dan ook het bestaan van God een stuk aannemelijker. Het aardige van het argument is dat het niet onder één van de bestaande typen van Godsargumenten valt. Het opent als het ware een hele nieuwe categorie van Godsargumenten. Dit betekent dat er voldoende ruimte en uitdaging is voor filosofen om het argument nog verder te verbeteren en zo sterker te maken, net zoals men altijd gedaan heeft met de andere typen Godsargumenten.’ 

Intussen zijn godsdienstwijsgeer Jan-Auke Riemersma (foto: J-AR) en Rutten ook druk in debat delachendetheoloogover de vraag of God kan weten waarom Hij logisch denkt. Deze discussies vinden plaats op hun blogs en ook op de site Geloof en Wetenschap van ForumC.

‘Bepaalde theologen en filosofen zijn er van overtuigd dat god een persoon is die logisch denkt. God ordent al zijn kennis en al zijn inzichten zo dat deze keurig bij elkaar passen. Het is een naadloos, gladgestreken geheel. In de geest van god komt geen enkele tegenstrijdigheid voor. De werkelijkheid is volgens God een strakke logische ruimte en buiten deze logische ruimte is er niets.’ (Riemersma)

‘In zijn bijdrage De God van de rationele theologen op dit forum beweert Jan Riemersma dat als God niet anders kan dan logisch denken, hij niet kan weten waarom dat zo is. Want als God onmogelijk buiten het logisch denken kan treden, dan is elk antwoord van God op de ‘waarom’-vraag onvermijdelijk gebaseerd op logisch denken en dus hopeloos circulair, aldus Riemersma. Wat Riemersma echter over het hoofd ziet, is dat God niet noodzakelijk een beroep op logica hoeft te doen om te weten waarom hij niet anders kan dan logisch denken.’ (Rutten)

downloadOp 16 januari gaat het op de VU over drie stellingen naar aanleiding van het boek God bewijzen van Rik Peels en Stefan Paas. 1) Religie is natuurlijk, gezond en nuttig. 2) Atheïsten schetsen een god waar niemand in gelooft. 3) God is aanwijsbaar.

Wetenschapsjournalist Yvonne Zonderop (o.a. De Groene) leidt het debat met filosoof Floris van den Berg (foto li: Wikipedia) (directeur van de seculier-humanistische denktank Center for Inquiry Low Countries), Taede Smedes (foto re: TAS) (godsdienstfilosoof en theoloog), Stefan Paas (Bijzonder hoogleraartaedeasmedes kerkplanting en vernieuwing VU) en Rik Peels (onderzoeker Abraham Kuyper Center for Science and Religion).

‘Geloven in God is een normale, redelijke optie voor normale, redelijke mensen. Tenminste, dat vinden filosoof Rik Peels en theoloog Stefan Paas. Samen schreven zij God bewijzen – argumenten voor en tegen geloven, dat recent verscheen bij uitgeverij Balans. Het veelbesproken boek oogst naast kritiek opmerkelijk veel waardering en respect, zowel van gelovigen als atheïsten als agnosten.’ (Felix Meritis)

stefanpaas_rikpels_webOp 29 januari in Felix Meritis klinken de vragen of godsgeloof redelijk is en of massaal ongeloof werkelijk funest is voor de moraal in Nederland. Onder leiding van wetenschappelijk onderzoeker op het gebied van religie in het publieke domein, Markha Valenta, zullenhermanphilipse Stefan Paas (re) en Rik Peels (li) (foto: FM) in debat treden met onder andere Herman Philipse (foto re: PD.)

‘Hoogleraar Wijsbegeerte Philipse vreest dat geseculariseerde culturen worden gemarginaliseerd door gelovigen. Alle claims van gelovigen dat God bestaat, dienen daarom door de ‘universele atheïst’ ontmanteld te worden. In zijn nieuwe boek ‘God in the Age of Science? A Critique of religious Reasons’ vindt hij dat de taak van de atheïst.’ (VGEM)

Bronnen:
Er is geen bewijs dat God bestaat
* De waarschijnlijkheid van God
Wittgensteins Broek 
Kan God weten waarom Hij logisch denkt?
Geloof & Wetenschap
De God van de rationele theologen
Nationaal Religiedebat: Is godsgeloof redelijk?
Debat: Voorbij de religieuze verwaarlozing

Illustr: godevidence.com

Wat voorafging aan de Godsargumenten

Is het na de Godsargumenten wachten op een rationeel filosofisch argument voor het bestaan van Jezus? Tenslotte komt filosoof Emanuel Rutten in zijn hele denkgang tot God bij Jezus uit. Maar hij kwam pas op zijn Godsargumenten nàdat hij Jezus ontdekte …

Zijn filosofische bijsluiter voor zijn Godsargumenten lost volgens hem de belangrijkste misverstanden over zijn rationele argumenten voor het bestaan van God kort en bondig op. Blijft de vraag hoe hij bij Jezus uitkwam. Nee, het begòn bij Jezus … Het wachten is eigenlijk op een bijsluiter over de incarnatie van God.

God is een noodzakelijk bestaand immaterieel persoon, ontwerper en schepper van de kosmos, het zijn zelf en als zodanig de grond van alle zijnden, de locus van objectieve morele waarden en verplichtingen, goed en rechtvaardig, transgressief, mysterium tremenda majestas et fascinans, ten diepste liefde, agape, eros en philia, geïncarneerd in Jezus van Nazareth, gekruisigd en opgestaan.’ 

Bovenstaande definitie is van Rutten. Als antwoord op de vraag die velen her en der in discussies stellen over wat of wie God is. Hij schreef een bijsluiter voor Godsargumenten, waarin de filosoof een helder en bondig overzicht geeft aan degenen die voor het eerst kennismaken met Godsargumenten.

er

De bijsluiter van Emanuel Rutten (foto: ER) komt erop neer dat Godsargumenten geen Godsbewijzen zijn. Ook zijn rationele argumenten niet noodzakelijk voor een intellectueel verantwoord geloof in God. Godsargumenten kunnen niet afgewezen worden zonder een gangbaar bezwaar ertegen te benoemen en vervolgens niet in te gaan op de bekende weerlegging ervan. Geloof is zowel een kwestie van het hart als van het verstand. Er blijft meer dan voldoende ruimte over voor mystiek en mysterie omtrent Gods wezen.

Een compleet beeld van wat rationeel over God beargumenteerd kan worden, ontstaat indien de conclusies van alle Godsargumenten samengevoegd worden. Gezamenlijk vormen de rationele argumenten een cumulatieve casus voor Gods bestaan die vele malen sterker is dan elk argument afzonderlijk. Ze blijven filosofische argumenten en conflicteren niet met wetenschap. Godsargumenten kunnen we steeds geven binnen de-wereld-voor-ons: de wereld zoals wij deze als mensen denken en ervaren. Naast de klassieke argumenten voor het bestaan van God zijn er vele nieuwe argumenten bijgekomen.

Blijft de vraag hoe Rutten bij Jezus uitkomt, zie zijn definitie. Dat lijkt een minder rationeel gebeuren. Er veranderde iets toen hij Augustinus las.

De Griekse filosofen vinden dat de mens moet streven naar perfectie. Maar bij Augustinus las ik dat mensen imperfect, onvolledig en zondig zijn. Ik dacht: ‘Dit gaat over mij!’ Ik voelde me bevrijd, want ik wist dat ik imperfect ben. Er werd een bevrijdende weg gewezen: naar Jezus. Ik las over God Die mens werd in Zijn Zoon, Die onder ons leefde, maar Die we niet hebben aangenomen.’ 

Rutten werd bevangen door het christendom nadat Augustinus naar de evangelisten uit de Bijbel wees en werd aangesproken door de persoon van Jezus en voelde: ‘Dit is het!’

Het was dus geen rationele gedachte, maar een existentiële ervaring. (…) Tot mijn verbijstering kwam ik er daarna pas achter dat er ook heel logische, rationele argumenten zijn voor het bestaan van God. Als wiskundige en filosoof vond ik het heel goede argumenten. Ik was bijna geïrriteerd dat ik ze zo laat ontdekte. Ik had het eerder willen weten! En dat terwijl ik al naar de kerk, Crossroads, ging. Ik vond dat de argumenten bekendheid moesten krijgen. Daarom ben ik erop gepromoveerd en heb ik er enkele nieuwe argumenten aan toegevoegd, waaronder het argument dat in de media zoveel aandacht kreeg.’ 

De filosoof sprong in het geloof, zou religieus schrijver Kierkegaard – die zichzelf antifilosoof noemde – zeggen. Volgens hem doe je dat niet door het volgen van alle stappen in een Godsbewijs (of –argument.)

Zolang je namelijk vast houdt aan het bewijs, bevind je je nog op het aardse vlak, op het zeker weten. Als je een Godsbewijs niet meer nodig hebt, ben je op het vlak van het geloven. Maar hoe noem je het moment van loslaten dan? Volgens Kierkegaard is dat de sprong in het geloof, vanuit het zekere spring je naar het geloof. Door die sprong ga je de wereld echter anders zien, een dieper begrip ontvang je en tevens een diepere waarheid die eeuwig is en niet doorontwikkeld hoeft te worden.’ 

Bronnen:
– ‘Augustinus maakte een verpletterende indruk op me’ (EO)
– De filosofische bijsluiter 
(Emanuel Rutten)
De sprong in het geloof

Illustr: gebedsbroeders.nl
Update: 27 02 2024 14:53 (Lay-out)

Naturalisme ondergeschikt aan een ethisch-religieuze zienswijze

Ephesians_2.12_._Greek_atheos
‘De mens doet er niet toe en de natuur is onverschillig.’ Het naturalisme bouwt voort op het materialisme en ontkent het bestaan van bovennatuurlijke verschijnselen: al het bestaande wordt uit natuurlijke oorzaken verklaard. ‘De natuurlijke geschiedenis van de wereld vertelt eigenlijk alles wat we willen weten.’  

Toch is het naturalisme fout. Docent filosofie Jan-Auke Riemersma stelt in zijn blog van 7 december jl. (herzien op 8 december) dat het naturalisme ondergeschikt is aan een ethisch-religieuze zienswijze. ‘Het bestaan van een transcendente werkelijkheid kan door de naturalist eigenlijk niet worden ontkend.’ In zijn proefschrift Naturalisme en Theïsme (2011) stelde hij dat het naturalisme onverenigbaar, zelfs strijdig is met religie (hfdst. 3,2.)

‘De naturalist gaat er van uit dat wij in staat zijn om de wereld objectief te onderzoeken. Dat is echter niet mogelijk: zelfs als we uiterst rationeel denken zijn we niet objectief, maar subjectief: onze logische modellen van de wereld zijn bedoeld om er in te kunnen ‘wonen’. Al onze modellen van de wereld zijn in die zin ‘aangepast aan de behoeften en noden van de mens’.’ 

Volgens De Lachende Theoloog onderzoeken we de wereld opdat we iets kunnen doen met de resultaten. Maar gelovigen kunnen de wereld niet meer anders zien dan door naturalistische ogen en verliezen daardoor hun geloof. Het naturalisme is een filosofie die heel diep bij de mensen zit.

janriemersmafacebookJan-Auke Riemersma (foto: Facebook) begint – in weer een van zijn fraaie bespiegelingen op zijn blog – met het ontmantelen van het naturalisme: bij de veronderstelling dat de mens onbemiddeld toegang heeft tot de werkelijkheid. Dit stelt ons in staat, zo gelooft de naturalist, om deugdelijke uitspraken te doen over de positie van de mens in de wereld. Het is voor de mens echter niet mogelijk om de wereld te beschrijven op een objectieve, neutrale manier, zoals de naturalist lijkt te denken.

‘Deze kennistheoretische aanname is echter naïef. Je kunt de naturalist voorhouden dat ons beeld van de werkelijkheid hoe-dan-ook een product is van het menselijk brein.’   

Zèlfs de wetenschappelijke (wiskundige) weergave van de werkelijkheid is geen beschrijving van hoe de wereld ‘in zichzelf’ is, een waarneming buiten de logische regels om, maar een beschrijving van hoe de wereld er uitziet in de ogen van een wezen dat altijd en overal vóór alles wil weten wat hij moet doen. Zo vervalst onze logische denkwijze elke beschrijving van de werkelijkheid, stelt de docent filosofie.

‘Je kunt het theïsme verdedigen door te betogen dat wij onderdeel zijn van een ethische werkelijkheid: alles draait om de vraag of de manier waarop wij leven, de keuzes die wij maken, goed of kwaad zijn. ‘In deze wereld is geen enkele menselijke handeling zinloos of zonder betekenis.’

De naturalist kan volgens hem geen objectieve beschrijving van de werkelijkheid geven. Als de mens nooit achter de logische beschrijving van de werkelijkheid kan kijken, dan heeft hij goede redenen om te denken dat de werkelijkheid ons verstand overtreft.

‘Je moet wel erg halsstarrig zijn en per se vast willen houden aan je opvatting dat de wereld een logische kooi is waarin wij gevangen zitten en waarbinnen al onze handelingen zonder betekenis zijn, als je niet in staat bent om te zien dat de wereld eigenlijk door en door religieus is en dat al onze handelingen zich afspelen op een zeer gevoelige balans van goed en kwaad. Het naturalisme is zo beperkt dat het eigenlijk niet kán worden verdedigd.’

Het bestaan van een transcendente werkelijkheid kan door de naturalist eigenlijk niet worden ontkend. – Al met al spreekt dit toch sterk in het voordeel van een ‘religieuze’ visie.’

Zie: De mens, in een wereld van goed en kwaad (en de discussie eronder)

Illustr: Het Griekse woord ‘atheoi’ αθεοι (‘[degenen die] zonder god’) zoals deze wordt weergegeven in de brief van Paulus aan de Efeziërs 2:12, op de vroeg 3e-eeuwse Papyrus 46. Dit woord – in een van zijn vormen – verschijnt nergens anders in het Nieuwe Testament of in de Koine Griekse versie (de originele handschriften) van het Oude Testament. (Wikipedia Commons)

Genesis en de exegese van filosoof Kweetal

genesis
Op het Filosofieblog schrijft Kweetal dat volgens Genesis God de eerste mens, Adam, kneedde van het stof van de wereld. Vervolgens stelt hij dat velen van ons geloven dat God ons een ziel ‘zou hebben ingeblazen’. Als hij dan toch de Bijbel leest en verder las, kon hij ook bij Genesis aan de weet komen dat dit klopt: de ziel, het diepste deel van onszelf, komt rechtstreeks van God.

‘En die ziel kennen we onszelf toe vanuit de unieke manier waarop we onszelf kennen.’ (Kweetal)

Waarom het ene van de Bijbel erkennen en het andere vervolgens niet? Het ligt dus een beetje anders dan Kweetal veronderstelt. Volgens de filosoof heeft Genesis op de eerste plaats duidelijk gemaakt dat wij gemaakt zijn van dezelfde materie als de rest van de wereld. Dat zal best, maar God deed dus nog meer.

‘Toen vormde God, de Heer, uit het stof van de aardbodem de mens en blies hem de levensadem in de neus. En zo kwam de mens tot leven.’ (Gen. 2:7) 

De Bijbel die Kweetal aanwendt bij zijn betoog kan je lezen zoals je wilt, letterlijk of niet, of alleen datgene wat je wilt lezen. Volgens Kweetal schiep God de wereld zoals wij die kennen:

‘Hij scheidde het licht van de duisternis, de dag van de nacht, de hemel van de aarde en het land van de zee. Wat God deed was niet zozeer iets nieuws creëren, maar een vooraf bestaande chaos ordenen.’ (Kweetal) 

Echter, die vooraf bestaande ‘chaos’ werd door God gecreëerd. In de allereerste regel van Genesis lezen we dat God in het begin de hemel en de aarde schiep. Hij ordende de hemel en aarde, misschien wel nadat hij eerst het universum had gemaakt.

‘In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.’ (Gen. 1:1-2)

Kweetal hekelt het bestaan van de boom der kennis in het paradijs. Hij legt dat uit als dat mensen iets ‘niet zouden mogen kennen’.

‘Maar nu was er iets wat ze niet mochten kennen, en dat feit was niet simpelweg te negeren. Mensen willen weten, zelfs als ze daarmee een voorschrift van de allerhoogste zouden schenden. Zelfs als dat weten hen schade kan berokkenen. Mensen zijn niet gemaakt voor gedwongen passiviteit. Mensen zijn er niet op gebouwd om volmaakt gelukkig te zijn.’ (Kweetal) 

Maar die boom is juist een prachtige metafoor voor het feit dat de mens geen robot is die alleen maar zou mogen doen waarvoor hij geprogrammeerd is. De mens werd vrij geschapen. Kweetal veronderstelt dat God een wezen schiep en dat plaatste in een omgeving waarin het niet tot zijn recht kon komen. 

‘Als God Adam en Eva deze keuzemogelijkheid niet had gegeven, dan zouden zij in feite robots zijn geweest die alleen maar zouden doen waarvoor ze geprogrammeerd waren. Maar God Schiep Adam en Eva als ‘vrije’ wezens die beslissingen kunnen maken, met het vermogen om tussen goed en kwaad te kiezen. Adam en Eva moesten het vermogen hebben om keuzes te kunnen maken om daadwerkelijk ‘vrij’ te kunnen zijn.’ (gotquestions.org) 

ManMetBaard_jpg_120x120_crop_upscale_q85Volgens Kweetal (foto: K) is God een schertsfiguur. Ja, als je hem op zo’n manier uitlegt, kan je van iedereen een clown maken. Toch heeft Kweetal het over de wijsheid van Genesis. Maar Genesis heeft meer wijsheid in zich dan de filosoof kan vinden. Het boek is briljant, zegt Kweetal. Hij weet niet half hoe mooi die briljant schittert.

Zie: De wijsheid van Genesis (Kweetal)

Illustr: tjittedijkstra.nl

Vrije Geesten: kleine antwoorden op de grote breinvragen

DSCF4052

AMSTERDAM Pia Dijkstra verwoordde het gisterenavond goed in de Rode Hoed: ‘Wat weten we eigenlijk nog weinig.’ En inderdaad, de wetenschap weet nog weinig over de vrije wil, bijna-doodervaringen (BDE), religie en God in het brein. De volle zaal wist het wel. De vrije wil bestaat; BDE bewijst niet dat er leven is na de dood en God is geen product van het brein.

Tweede Kamerlid (D’66) Dijkstra leidde in de Rode Hoed het debat Vrije Geesten over de grote breinvragen. Georganiseerd door ForumC en Brein in Beeld. Maar of de breinen van de aanwezigen er wijzer van zijn geworden? Hun standpunten wijzigden in ieder geval niet na de verschillende discussies tussen hoogleraar filosofie Gerrit Glas, filosoof Leon de Bruin, neurowetenschapper Jeroen Geurts en hoogleraar psychiatrie Iris Sommer (op de foto van links naar rechts.)

Boeiend was het wel, het zet aan tot verder lezen; ook ietwat chaotisch, niet in de laatste plaats door de plagerige en flitsende discussiestijl van Geurts en De Bruin.

De wetenschappers onderschreven de stelling dat we ons brein niet zijn, maar wel een brein hebben. Maar wie dat ‘we’ dan aanstuurt, daar kwamen we vanavond niet uit. De antwoorden op de grote breinvragen blijken klein en soms in het geheel niet te geven. Veel aannames, veronderstellingen en tegenstellingen.

De vrije wil
We zijn beperkt in onze vrije wil, dat wel. We worden gedreven door onbewuste processen, maar dat betekent niet dat er geen vrije wil is. Keuzes maken we soms niet zo bewust, want in verlangens en emoties zit niet veel vrijheid. In de ratio wel. Dus als we langer nadenken, dan maken we beter gebruik van de vrije wil? Nee, want dan spelen onbewuste processen weer een rol. Wie weet kies je ervoor – uit vrije wil? – om pianoles te nemen, maar is er al voor jou gekozen doordat je als kind mooie pianodeuntjes hoorde.

DSCF4048

Bijna-doodervaringen
Unaniem verwezen de wetenschappers Pim van Lommel naar de fabeltjeskrant. Uit BDE kan je niets afleiden: dat je ‘ergens geweest bent’ is geen bewijs, maar een gewone ervaring. De ervaring klopt, de interpretatie niet: geen bewijs dat er nog bewustzijn is na de dood.
We zijn de enige soort die bewust weet dat de dood onontkoombaar is, dus hebben we existentiële angst en daar speelt religie op in: om die doodsangst te bezweren. We willen minstens een beetje bewijs en Van Lommel voorziet in de behoefte aan een eeuwig leven.

Geloof heeft als nadeel dat je minder kritisch bent op het heden. Sommigen kiezen dan eerder voor de dood, zeker als er maagden wachten. Twee van de vier aanwezige wetenschappers zijn gelovig: zij geloven in een persoonlijk voortbestaan, met de nadruk op geloven. Het komt door de ‘onuitroeibare religieuze behoefte’ van de mens. Maar hoe het leven na de dood eruit ziet, weten wetenschappers niet. Blijft het ‘denken’ na de dood ergens? Blijft de informatie bewaard? Het overschrijdt ons begripsvermogen.

God in het brein
God is niet in het brein te vinden, ook al bestaat er een ‘religiekwab’. Maar daarmee kan je God toch niet verklaren. Wetenschappers trekken uiteenlopende conclusies uit de data van het wetenschappelijk onderzoek. Er licht van alles op in de hersenen, maar concrete beelden zie je uiteraard niet. Data bewijzen niets over het bestaan van God. Nonnen werden onderzocht tijdens het denken aan hun diepste religieuze ervaring. Bepaalde hersengebieden lichtten op. Ze waren verrukt, want God maakt contact. Maar de ervaringen zelf zijn niet te scannen. Religie is ook geen ‘afscheidingsproduct’ van het brein. De conclusie was dat de wetenschap eigenlijk niets kan zeggen over religie of God in de hersenen. Geloven is een keuze, zei iemand. Nee, een gave, vond een ander.

Verslag & foto’s: PD