De gravitatiewetten zijn niet verantwoordelijk voor ontstaan universum

puzzle_cook_big
‘Het mag zo zijn dat wij niets kunnen weten over de-wereld-in-zichzelf. Dit laat echter onverlet dat wij metafysica kunnen bedrijven binnen de-wereld-voor-ons.’ Dit zegt filosoof Emanuel Rutten in zijn voordracht Is de metafysica dood? die hij 18 februari uitsprak in Felix & Sofie. ‘De wereld zoals deze op en voor zichzelf is, de-wereld-in-zichzelf, blijft voor ons als mensen voorgoed verborgen. Alles wat wij denken en ervaren heeft hoe dan ook uitsluitend betrekking op de-wereld-voor-ons.’

De mens kan zich dus altijd bezighouden met de wereld-voor-ons. Dat is de wereld zoals wij deze als mensen denken en ervaren; het allesomvattende waarop al ons denken en ervaren onvermijdelijk betrekking op heeft. Dat mag volgens Rutten genoeg zijn, we zijn immers mensen en geen goden.

Rutten somt drie bezwaren op, die hij vervolgens pareert. Als eerste: sceptici stellen dat wij nooit toegang kunnen krijgen tot de werkelijke werkelijkheid. Als tweede veronderstelt het sciëntisme dat alléén de positieve vakwetenschappen een legitieme bron van uitspraken over de werkelijkheid zijn. Als derde zou de geschiedenis van filosofie en wetenschap hebben laten zien dat a priori intuïties onbetrouwbaar zijn en dus geen epistemische waarde hebben.

IMG-20130909-WA001In zijn betoog licht Emanuel Rutten (foto: ER) deze bezwaren en weerleggingen toe. Interessant wordt zijn betoog vooral aan het einde, waarin Rutten een klein stukje metafysica bedrijft aan de hand van de gravitatiewetten waarover Stephen Hawking beweringen doet in zijn boek The Grand Design. Hawking stelt hierin dat het universum zichzelf veroorzaakt heeft. Rutten noemt dat contradictoir. 

‘In de eerste plaats kan het universum niet voortgekomen zijn uit ‘niets’ indien, zoals Hawking zegt, de gravitatiewetten verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van het universum. Immers, je kunt van de gravitatiewetten veel zeggen, maar niet dat zij ‘niets’ zijn. Het zijn immers op z’n minst abstracte objecten.

In de tweede plaats kan het universum niet de oorzaak zijn van zichzelf. Niets gaat immers in ontologische of temporele zin aan zichzelf vooraf. De idee dat het universum zichzelf veroorzaakt is dan ook contradictoir.

In de derde plaats kan direct de vraag gesteld worden wat dan de grond zou zijn van de gravitatiewetten zelf. Waarom bestaan er überhaupt gravitatiewetten? En waarom dan deze wetten in plaats van één of meer andere – logisch eveneens mogelijke – wetten?

In de vierde plaats dient te worden opgemerkt dat wetten geen objecten met causale vermogens zijn. Wetten zijn proposities of beschrijvingen en proposities of beschrijvingen kunnen geen materie, energie, ruimte en tijd veroorzaken. Ook dit is dus incoherent.’

Zie: Is de metafysica dood? (Emanuel Rutten, pdf)

Illustr: Galaxy puzzle (nasasearch.nasa.gov)

Air Amsterdam: Paul Cliteur vraagt zich vanavond af of religie aanzet tot geweld

universiteit-flyer
‘In kille abstracties als Paul Cliteurs goddelijke bevelstheorie zal geen enkele gelovige zich herkennen, behalve misschien de meest godsdienstwaanzinnige.’ Dat zegt de christelijk-gereformeerde theoloog Stefan Paas over Cliteur die het steevast doet voorkomen alsof God beveelt en de gelovigen dan blind gehoorzamen. In protestantse kring heet dat volgens De Groene Amsterdammer: ‘Een antihistorisch beeld:’

‘De geschiedenis van het recht op opstand, van de zestiende eeuw tot nu, toont allerlei vormen van religieus engagement dat antifundamentalistisch is, een beroep doet op het eigen geweten en het pluralisme liefheeft.’ (DGA)

Vanavond treedt hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap, Paul Cliteur, op in de Universiteit van Nederland in Air Amsterdam. Over een poos is dat te zien op internet. Cliteur zal zijn beeld van blind gehoorzamen wel weer gebruiken in zijn verhaal in RECHT & RELIGIE: Zet religie aan tot geweld?

‘Moord, mishandeling of verstoten worden, omdat je je geloof de rug toekeert of een andere godsdienst aanhangt. Ruim driekwart van de wereldbevolking leeft in landen waarin religieus geweld aan de orde van de dag is. Professor Paul Cliteur deed onderzoek naar de relatie tussen religie en geweld. In onze collegezaal behandelt hij de herkomst van religieus geweld en deelt hij zijn visie hoe wij als democratische rechtstaat met deze vorm van terreur moeten omgaan.’ (UVN)

Paas vindt het beeld van Cliteurs kadaverdiscipline vals. Wellicht stelt Cliteur zich ook vanavond in Air Amsterdam polemisch op, al lijkt volgens Paas ‘iedereen wat moe van dat polemisch gedoe van de afgelopen jaren’. Paas en theoloog Rik Peels proberen volgens journalist Marcel ten Hooven in De Groene in hun boek God bewijzen ontspanning te brengen ‘in dat ontwrichte gesprek’, waarvan Herman Philipse zegt dat ‘dit on-Nederlands argumentatieve boek de maatschappelijke discussie over geloofszaken naar een hoger plan tilt.’ DGA heeft trouwens in een boeiend artikel uitgebreid stilgestaan bij Paas & Peels, maar ook bij Ernst van den Hemel en Ger Groot en Roger Scruton.

event_image_47Volgens predikant H. Klink betoogt Paul Cliteur (foto: UVN) in Het monotheïstisch dilemma dat alle godsdiensten heel gemakkelijk gewelddadig kunnen worden en om die reden een gevaar kunnen vormen voor de rechtstaat.

‘Cliteur pleit dan ook voor een volstrekt seculiere staat, waarin godsdienst buiten de publieke orde wordt gehouden. Zijn pleidooi doet onwillekeurig denken aan de titel van een ander boek: ‘Radicale verlichting’, van Jonathan Israel. De Britse historicus pleit in dit boek tussen de regels door voor een radicaal atheïsme.’ (HK)

Of Cliteur hier vanavond ook voor pleit, is te verwachten, hoewel iedereen kan vroeg of laat door voortschrijdend inzicht worden getroffen. Volgens politiek columnist Bart Jan Spruyt – over een artikel van Cliteur over de vrijheid van godsdienst – presenteert hij ‘zijn verhaal als een betoog over dingen waarvan hij verwacht dat ze gaan gebeuren, terwijl hij ze in feite bepleit’.

‘Maar je vraagt je niet alleen af waar Cliteur zich mee bemoeit, je vraagt je ook af waar hij nou precies bang voor is. Het vervelende, en ergerlijke, aan zijn uitlatingen is, dat zij worden gedaan door iemand die in 2003 heel erg geschrokken is omdat enkele vrienden vanuit islamitische hoek werden bedreigd, die daarna jarenlang heeft gezwegen, en nu de wind van een seculiere meerderheid in zijn rug voelt en zich daarom aan de voorhoede durft te stellen van een spraakmakende factie die zich tegen álle religie als zodanig keert. Terwijl het hem natuurlijk om de islam gaat. Maar dát durft hij nog steeds niet te zeggen.’ (BJS)

Nationaal religiedebat: Het boek is beter

CSC_0018
Het leek alsof Herman Philipse hèt argument van de avond had gevonden, toen hij christenvervolger Paulus te voorschijn toverde die op weg naar Damascus een visioen kreeg en op slag christen werd nadat hij tegen de grond was gevallen. Nee, hij was epilepticus, luidt de seculiere verklaring; dat zou iedere psychiater zeggen. Er zou geen christendom geweest zijn. Rik Peels antwoordde gevat dat je nooit een diagnose mag stellen voordat je de patiënt hebt gezien.

Maarten Boudry reageerde hierop ook laconiek door te stellen dat je een God die je nooit hebt gezien dan ook niet almachtig kunt noemen. Dat waren tevens de uitsmijters van een bij vlagen boeiend debat dat nooit echt op gang mocht komen. Te veel verwezen de vier heren naar elkaars boeken die ze beter moesten lezen of niet goed hadden bestudeerd. Te snel werd het publiek erbij betrokken. Zeker twee keer leek het debat juist aan inhoudelijkheid te winnen, maar werd dan de nek omgedraaid door gesprekleider Markha Valenta die schijnbaar de hete adem van het publiek in haar nek voelde.

DSC_0002In Felix Meritis in Amsterdam ging het woensdagavond over de vraag of godsgeloof redelijk is en of massaal ongeloof funest is voor de moraal. Filosoof Rik Peels en theoloog Stefan Paas kruisten de degens met hoogleraar Herman Philipse en wetenschapsfilosoof Maarten Boudry. Volgens Peels en Paas zijn heel veel overtuigingen redelijk, ook als je er geen argumenten voor hebt, maar Philipse stelde vragen bij de religieuze kenbronnen: ‘Openbaringen (onderling tegenstrijdig), visioenen, voortekenen, religieuze ervaringen worden in deze  tijd psychiatrisch verklaard.’

Philipse leek als door een horzel gestoken toen het ging over geloven zonder argumenten. Dat kon echt niet. Hij moest snel spreken, want had van zijn tien minuten spreektijd ‘nog maar 2,5 minuut om het bestaan van God te ontkennen’. Alles moet van hem rationeel bewezen worden. Ervaringen van God zijn onmogelijk. Is godsgeloof redelijk? Dat behoeft precisiering. Voor wie is het redelijk? In welke God? Wat is redelijk? Religieuze ervaringen zijn logisch onmogelijk. Nergens op gebaseerd. God is onlichamelijk, oneindig, enz. Hoe kan men zoiets ervaren? De mens is eindig; hij kan geen oneindige God ervaren. Beschrijvingen zijn geen godservaringen, maar ervaringen van geluk of zo, vond Philipse.

DSC_0015
De zintuigen kwamen dus aan de orde. Het ging een tijdje over de onmogelijkheid een oneindig lange lijn te kunnen ervaren, zoals P&P stellen, stelde Philipse. Een eindig lijnstuk kun je ervaren, maar niet een oneindig lange lijn. Dit in vergelijking met godservaringen. Hoe weet je dat iets oneindig is? Omdat veel mensen dat zien? Volgens Philipse lijken godservaringen qua vermeend object niet voldoende op zintuiglijke waarnemingen. Maarten Boudry vroeg zich grappend af waarom zo verknocht aan superlatieven over God; een gewoon bovennatuurlijk mens is al heel wat.

Over de natuurlijke aanleg van de mens voor religie werd ook gesteggeld. Volgens P&P moet religie niet de vrije loop gelaten worden, ook niet uitgeroeid, maar in cultuur gebracht. Nee, vond Philipse, we moeten geen religie ontwikkelen, maar de wereldbeschouwing. Religie moet weggesnoeid worden. De ‘impuls’ religie is gewoon wereldbeschouwing. Dàt moet ontwikkeld worden.

816a642e-d50e-4d87-8c11-60eaa7d9c08d_0_Paas en Peels_God bewijzen internetGekibbel was het veelal. Philipse noemde dit debat vooraf al een religiedebatje. Dat was het ook. Het kwam niet goed uit de verf. Volgende keer een debat zonder inmenging van het publiek, beter geleid. Het boek van Paas en Peels is beter. Ik lees het weer, dan krijg ik het overzicht terug, want dit debat was vooral verwarrend. Het religiedebat voor het eerst op hoog niveau? Niet echt. Echt niet.

Foto’s: PD – Boven: De zaal loopt vol, uitverkocht.

‘God is aanwijsbaar’ – Wijs maar aan dan!

DSC_0006
Verslag debat in de VU: ‘Voorbij de verwaarlozing’. Drie stellingen kwamen gisteren aan de orde: Religie is natuurlijk, gezond en nuttig; atheïsten schetsen een god waar niemand in gelooft; God is aanwijsbaar.

In de VU Amsterdam debatteerden Floris van den Berg (directeur van de seculier-humanistische denktank Center for Inquiry Low Countries), Taede Smedes (godsdienstfilosoof en theoloog), Stefan Paas (Bijzonder hoogleraar kerkplanting en vernieuwing VU) en Rik Peels (onderzoeker Abraham Kuyper Center for Science and Religion).

Religie is natuurlijk, gezond en nuttig
download
Volgens Floris van den Berg (foto: Houtekiet) ben je atheïst als je nadenkt. Misschien is het daarom dat Smedes enigszins aarzelend reageerde op de vraag of hij geloofde. Hij is bang voor vooroordelen, vermijdt liever het woord ‘christen’ – een besmette term. Paas en Peels konden wel gewoon zeggen gelovig te zijn, zonder toelichting overigens.

Van den Berg is op zoek naar een manier om zo snel mogelijk van religie af te komen. Hij schreef er een boek over: Hoe komen we van religie af? Religie is volgens hem een ziekte; het is niet waar, er is geen kennisclaim en leidt tot veel ellende; alsof je gelooft in kabouters. Religie is een obstakel voor de moraal.

Volgens Smedes wordt de natuurlijkheid van religie steeds meer aangetoond in onderzoeken. We hebben er aanleg voor, net als aanleg voor taal. Aanleg na te denken over hoe de wereld in elkaar zit en dat correspondeert met over hoe in religies over God gedacht wordt. Paas stelde dat religie nuttig is: mensenrechten bijvoorbeeld. Vrijwilligerswerk wordt meer gedaan door gelovigen dan door seculieren. De fysieke en geestelijke gezondheid is ook beter, minder depressies en suïcides.

Van den Berg beaamde dat religie nuttig kan zijn, maar hoeft daarom niet waar te zijn. Besnijdenis noemde hij een godschande. Peels reageerde hierop door te stellen dat vooral negatieve zaken rondom religie in het nieuws komen: natuurlijk zijn er uitwassen.

stefanpaas_rikpels_webStefan Paas (foto godgeleerdheid.vu: re) stelde ook dat religie natuurlijk is; aangeboren. Het is niet opgelegd blijkt uit onderzoek. Er is wel het disciplinerende van die aanleg door ouders en cultuur, en religie kan ook ontsporen. Het atheïsme meent dat er geen God is, maar die stelling heeft onvoldoende grond. Volgens Rik Peels (foto: li) wordt niemand als atheïst geboren, atheïsme ontstaat door argumenten. Het komt niet van nature. Smedes stelde dat ook monotheïsme in aanleg bij de mens aanwezig is. Zelfs bij religies is er altijd wel een oppergod. Het ‘spaghettimonster’ noemde hij enigszins spottend een ‘uitvinding’.

Atheïsten schetsen een god waar niemand in gelooft
Volgens Van den Berg zijn er geen goede argumenten voor het bestaan van God. Dus God bestaat niet. We zijn allemaal atheïst. Zelfs gelovigen zijn atheïsten, want zij geloven alleen in hun eigen God, en zijn atheïst wat betreft de God van andere religies, zo stelde hij. Bestaat God? Laat maar zien! Zeg je dat er buiten een eik staat. Laat maar zien, dan geloof ik het. Gelovigen moeten met bewijs komen. Van den Berg stelde cynisch in kabouters te geloven. Aan hen ontleent hij veel. Paas stelde dat er goede argumenten bestaan tegen het bestaan van kabouters. Smedes kon er niet serieus op ingaan. Van den Berg eiste wel respect voor zijn tuinkabouters…

God is aanwijsbaar
taedeasmedes
Atheïst Van den Berg reageerde op deze laatste stelling onmiddellijk met een laconiek: ‘wijs maar aan dan’. Niemand kon dat. Taede A. Smedes (foto: TAS) vond het lastig. God is niet aanwijsbaar als onze medemens. Voor een gelovige is er veel aanwijsbaar vanuit het perspectief van het geloof. Argumenten vond hij net een gebed. Argumenten zijn ook vaak onpersoonlijk en nietszeggend. ‘Finetuning leidt niet tot christendom.’ Peels vond argumenten een mogelijke eerste stap om je te oriënteren op geloof. Smedes vroeg zich af of geloof dan een keuze is. Smedes vond geloven op basis van argumenten lastig. Tegenargumenten kunnen dan tot crises leiden, je bent immers kwetsbaar voor argumenten die sterker zijn. Geloven is een besef; ook al zijn er argumenten tegen. Stel dat uit onderzoek blijkt dat Jezus nooit heeft bestaan, dan nog kunnen er elementen van geloof overeind blijven. Het besef blijft.

Gemiste kans
816a642e-d50e-4d87-8c11-60eaa7d9c08d_0_Paas en Peels_God bewijzen internetJammer was dat gespreksleider / journalist Nienke Sietsma (‘Ik ga naar de kerk voor mijn werk’) veel te snel – en te veel – het publiek erbij betrok. Door vragen en uitgebreide opmerkingen van het publiek is dit debat niet geworden, wat het had kunnen zijn. Er was maar een uur tijd. De vier debaters kwamen zo niet tot het beloofde ‘stevige’ debat. Een gemiste kans. Wie er niet bij was, wordt wijzer van het boek God bewijzen.


Conclusie

Eigenlijk stal Van den Berg de weinige show die er was. In het nogal magere debat kreeg hij geen duidelijk antwoord op zijn vraag of God bestaat. Als naturalist en atheïst nam hij geen genoegen met filosofische argumenten. Hij vond dat geen wetenschap. Daarmee werd God niet zichtbaar zoals de eik op straat. Hij zocht naar houvast, maar een onzichtbare (transcendente) God waarvan hij niet kan houden als zijn vrouw, daar kan hij ook geen genoegen mee nemen. Zijn kreet ‘Wijs maar aan dan!’ leek regelrecht uit zijn hart te komen. Drie gelovige wijzen bleken niet in staat hun noodzakelijke God aan hem te tonen. De atheïst bleef in de kou achter. Het debat maakte vooral duidelijk dat geloven een geheel andere categorie is dan wetenschap. Geloven zit in de geest, maar in de stof blijkt God (nog) niet te bestaan.

Verslag en foto: PD (Van li naar re: Peels, Smedes, Paas, Van den Berg)

God bewijzen – ‘Geest en stof staan tegenover elkaar’

Babies
‘De bewijslast in debatten over God ligt niet exclusief bij gelovigen. Op beide groepen – dus zowel theïsten als atheïsten – rust de taak om met bewijslast voor hun positie of kennisclaim te komen in een argumentatief debat over het bestaan van God.’ Een groep schrijvers onder de naam Tartuffel, heeft de hele discussie over waar de bewijslast ligt voor het bestaan van God, bij de theïst of de atheïst, nog eens op een rijtje gezet. 

‘De atheïst die beweert dat de gelovige zal moeten aantonen dat zijn of haar God níet in dezelfde categorie valt als het monster van Loch Ness en andere sprookjesfiguren, gooit eerst alles op één hoop en beweert dan dat de gelovige maar moet bewijzen dat het andere categorieën betreffen. Atheïsten beweren dat het niet nodig is om het bestaan van God te weerleggen om dezelfde reden dat het niet nodig is om het bestaan ​​van de tandenfee, kabouters, de kerstman en het spaghettimonster (illustr: necoma.nl), enz. te weerleggen.

necoma.nlAlle atheïstische ridiculiseringen van God door Hem in één adem te noemen met dergelijke figuren, zijn gebaseerd op hetzelfde archetype: de vliegende theepot van Russell. Allemaal reuze vindingrijk en amusant, maar de atheïst plaatst zelf met dergelijke vergelijkingen God in dezelfde categorie als het monster van Loch Ness en de andere figuren. Om dat te kunnen doen, zal hij dus zèlf moeten aantonen dat ze een subject zijn met dezelfde attributen (kenmerken).’ 

Het uitgebreide artikel in InfoNu, dat 7 januari jl. nog werd bijgewerkt, laat onder meer zien dat iedere vergelijking tussen God enerzijds en het monster van Loch Ness, de kerstman en het spaghettimonster anderzijds, volkomen mank gaat omdat het een belangrijke oorzaak blootlegt waar het in discussies tussen atheïsten en theïsten heel vaak misgaat. 

‘Een vruchtbare discussie kun je wel vergeten als God in dezelfde categorie wordt geplaatst als het monster van Loch Ness. Uit de aard der zaak valt God niet in dezelfde categorie als het monster van Loch Ness en andere tot de verbeelding sprekende figuren.’ 

Volgens Tartuffel getuigt een dergelijke houding van intellectuele luiheid en is bovendien niet fair. De atheïst zal zijn stelling moeten onderbouwen aan de hand van deugdelijke argumenten. De bewijslast voor een kennisclaim (zoals ‘god is een verzinsel’) ligt bij degene die de claim doet. Over Russells theepot (Illustr: vliegendetheepot.blogspot.com) zeggen de schrijvers: 

‘Ik denk dat we kunnen weten dat het niet bestaat omdat het daar niet is geplaatst door Russische of Amerikaanse astronauten, en we weten dat materie in het universum zichzelf niet kan organiseren in een theepotvorm. Dus al met al beschikken we over nogal wat goede redenen om te kunnen stellen dat Russells theepot niet bestaat. Ook de kerstman kunnen we op gelijke wijze wegstrepen.

13-TeapotWarning-150Dat volwassenen niet in de kerstman geloven komt niet simpelweg doordat er geen goede redenen zijn voor zijn bestaan, maar omdat we goede redenen hebben om aan te nemen dat hij niet bestaat. We hebben hier positief bewijs voor: er woont niemand op de Noordpool en er vliegt niemand rond in een arrenslee om cadeautjes te bezorgen op kerstavond.’ 

Tartuffel stelt dat atheïsme niet slechts de afwezigheid van geloof in God is, anders zou een baby ook atheïst zijn, evenals zijn kat. Over het feit dat de atheïst stelt dat de bewijslast bij de theïst ligt, wordt verwezen naar filosoof Emanuel Rutten die deze repliek zeer verhelderend weerlegt door te stellen dat volgens de één de zijnsgrond van de wereld geest is en volgens de ander stof. Twee opvattingen over de natuur staan tegenover elkaar. 

‘Indien we een goed argument kunnen geven voor het bestaan van een eerste oorzaak van de werkelijkheid, dus iets waarop de hele wereld uiteindelijk teruggaat, iets dat geldt als de uiteindelijke oorsprong van alles wat bestaat, dan zijn de overtuigingen van de theïst en de atheïst structureel equivalent. De theïst beweert namelijk dat deze eerste oorzaak een subject is (een bewust wezen) en de atheïst beweert dat deze eerste oorzaak een object (levenloze materie) betreft. (Illustr 404: weheartit.com)

d4hbs_largeEr is dus sprake van pariteit tussen beide posities. Beide posities betreffen immers een claim over de aard van de wereldgrond. Volgens de één is de zijnsgrond van de wereld geest en volgens de ander is de zijnsgrond van de wereld stof. … Het is niet zo dat de theïst het bestaan van iets bevestigt, terwijl de atheïst slechts het bestaan ervan ontkent. Twee opvattingen over de natuur van de eerste oorzaak, geest of stof, staan tegenover elkaar. De atheïst kan in een argumentatief debat over het bestaan van God dus niet eenzijdig de bewijslast bij de theïst leggen.’ 

Zie: Bewijslast ligt ook bij atheïst in het debat met een theïst

Illust: ryanpeterswrite.com